archiveren

Maandelijks archief: januari 2015

We kennen allemaal wel het gevoel van ontmaskerd te worden, door de mand te vallen en ook dan weer kan ik zien, als ik bereid ben dat te willen zien, dat ik niet bang ben ontmaskerd te worden om de reden die ik denk.
De reden is helemaal niet de angst dat ik me als persoon, als lichaam, als meer voordoe dan ik ben en of kan en dat ik niet zal kunnen waarmaken dat wat ik beloof te zullen doen. Het is niet faalangst en ik als lichaam die last van faalangst en daardoor de angst om door de mand te vallen en bang is verstoten te worden heeft.

Mijn angst is wederom een verdediging tegen dat ontmaskerd zal worden, dat de oorzaak van mijn angst ontmaskerd te worden, niet in de wereld buiten mij ligt, maar dat het ‘ontmaskerd’, aan het licht zal brengen, dat ik als denkgeest probeer te maskeren dat de bron van de angst ontmaskerd te worden in mij als denkgeest ligt en dat die angst komt van de gedachte dat ik de waangedachte moet verbergen dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat het mogelijk is mij als denkgeest te kunnen verstoppen voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God, achter het masker van een lichaam in een wereld.

Deze waanzinnige onmogelijke gedachtegang mag natuurlijk niet ontmaskerd worden, mag niet aan het licht worden gebracht en daarom projecteer ik deze hele gedachtegang naar buiten, zodat het lijkt dat nu de oorzaak ligt in mij als lichaam dat bang is ontmaskerd te worden, door de mand zal vallen, verstoten wordt.
En dan is het niet zo moeilijk te zien dat dit over afscheiding gaat, de wens van de denkgeest tot afscheiding, uit geprojecteerd als ‘ik’ het lichaam dat bang is ontmaskerd te worden en te worden verstoten.

Dus die hele complexe chaotische gedachtegang is enkel en alleen bedoeld om het tegenovergestelde, dat wat ik in Werkelijkheid Ben, Geest en Een en Heel in God te verbergen.
En de pijn en het lijden dat ik hierbij ervaar is ook al niet wat het lijkt, de pijn en het lijden worden ervaren door ‘ik’ de denkgeest die zich probeert wijs te maken dat het onmogelijke mogelijk is geworden. Iets toch doen wat niet kan, is altijd pijnlijk.
Het is onmogelijk grenzeloze Geest in miljarden stukjes te hakken en in allerlei vreemde vormen te proppen, zoals lichamen en verder alle vormen die we, de (ene) egodenkgeest, maar bij elkaar geprojecteerd heeft, dat is pijnlijk en roept bovendien, omdat het onmogelijk is schuld op.
En toch proberen we het telkens weer als we denken een lichaam te zijn dat pijn kan hebben en kan lijden.We doen er alles aan te voorkomen dat deze vreemde, onmogelijk wens dat wat oneindig is in iets eindigs te forceren, ontmaskerd zal worden, waardoor de kans bestaat dat we ineens wakker zullen worden en verbaast om ons heen kijken en ons afvragen, waar was ik in vredesnaam mee bezig, gelukkig was het maar een droom. Want dat zou wel eens kunnen betekenen, einde wereld en ook dus einde ‘ik’, het lichaam en wie of wat ben ik dan nog? Dat is een hele angstige gedachte, waar niet naar gekeken mag worden, niet ontmaskerd mag worden.

Nee, ik ben niet bang als persoon, als lichaam dat ik ontmaskerd zal worden als een bedrieger die niet nakomt wat ze belooft, niet haar afspraken nakomt, niet zo’n geweldige partner moeder, dochter, zus, vriendin, is. Dat is slechts een afleiding van wat ik als denkgeest wil verbergen achter het masker van de wereld, zoals hierboven beschreven.
Dit maakt de wereld tot één grote pijnlijke maskerade. Maar een maskerade is maar een maskerade en de eigenschap van een maskerade is dat deze ontmaskerd kan worden.
Ik de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak de keuze…

 

 

De boodschap en de leerweg van ECIW is Eenduidig: er is geen wereld, ik ben niet een lichaam, maar denkgeest, dus wat ik denk te zien is niet wat het lijkt en er is een andere manier om hier naar te kijken.
Dit is een eenduidige regel die als basis geldt voor het doen van ECIW.
Vervolgens wordt het ondanks deze duidelijke eenduidige leerweg een individuele, persoonlijke leergang.
Met andere woorden ECIW ontmoet ons daar waar we denken te zijn. Een op maat gemaakt persoonlijk leerplan.
Ook al weet ik zelf niet waar op het pad dat precies is, ik zal de lessen alleen kunnen ontvangen en begrijpen op het denkgeest niveau waar ik me bevind.
Vandaar dat al lezen we de Cursus 1000x we steeds weer iets volkomen nieuws, wat we eerder niet zagen, tegenkomen. We begrijpen, en alleen dát komt binnen wat we kunnen aanvaarden, wat we nog niet kunnen aanvaarden zien we eenvoudigweg niet. En naarmate we stijgen op de ladder van het terug herinneren zullen we ook steeds meer zien en begrijpen. Een begrijpen wat zich niet afspeelt op het (illusoire) niveau van het lichaam, maar op het niveau van de denkgeest.

Dat ECIW mij precies daar ontmoet en onderwijst waar ik ‘ben’, is heel logisch, want als we uitgaan van ‘er is maar één denkgeest’, zowel op ego niveau als op Heilige Geest niveau, kan er dus niets buiten mij zijn, Dus wordt alles tegelijkertijd door de ene denkgeest ontvangen ook al lijkt het dan vervolgens op een heel persoonlijke manier te worden ontvangen en door de keuze voor egodenkgeest uit geprojecteerd.
Het beeld van één zender, die vervolgens dat ene signaal uitzend wat als verschillende programma’s door de ontvanger wordt ontvangen.

Wij (denkgeest) die geloven in een wereld van individuele vormen, lichamen en situaties te leven, kunnen alleen uitgaande van dat ‘begrijpen’ benaderd worden en als we dat onszelf toestaan van daaruit anders te leren kijken.
Een anders kijken wat eigenlijk een terug herinneren is van wat we met opzet, ook al blijft dat verborgen, willen vergeten, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn, Eén en Heel in God.

Aangezien we alleen dat kunnen begrijpen waar we op denkgeest niveau zijn, zal dat wat we willen en kunnen ontvangen en leren nooit te veel of te weinig zijn. Het zal altijd precies goed zijn, we zijn altijd dáár waar we zijn.
Ook al lijkt ons verzet tegen wat ECIW ons wil doen laten terug herinneren soms heel groot, het is toch precies dát wat het is en waar ik ben.
Het hoort bij het leerproces. ECIW noemt zichzelf niet voor niets ‘een cursus’.
Een cursus die tijd en ruimte gebruikt als leermateriaal en ons precies ontmoet waar we denken en geloven te zijn.
Dit drong echt bij mij door meteen toen ik de eerste keer in 1999 T1.II.3 las:

‘Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat. Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is.
‘Niemand komt tot de Vader dan door mij’ betekent niet dat ik op enigerlei wijze van jou gescheiden ben of verschil, anders dan in tijd, en tijd bestaat niet werkelijk. De uitspraak heeft meer betekenis, indien beschouwd op een verticale dan op een horizontale as. Jij staat onder mij en ik sta onder God. In het proces van ‘opstijgen’ sta ik hoger, omdat zonder mij de afstand tussen God en mens voor jou te groot zou zijn om te omvatten. Ik overbrug die afstand, als een oudere broer voor jou enerzijds en anderzijds als een Zoon van God. Mijn toewijding aan mijn broeders heeft mij aan het hoofd van het Zoonschap geplaatst, dat ik completeer omdat ik erin deel.
Dit kan in tegenspraak lijken met de uitspraak ‘Ik en mijn Vader zijn één,’ maar die uitspraak is tweeledig, erkennende dat de Vader groter is.*’

Ik voelde me toen ‘persoonlijk’ aangesproken door ‘Jezus’, niet op het niveau van de vorm door een historische Jezus van de verhalen, maar op een veel dieper alomvattend eenheids niveau van herkenning, waarbij Jezus als symbool wordt gebruikt, omdat ik en wij hier in het westen bekend zijn met dit symbool, of we nu gelovig of atheïst zijn, iedereen in het westen is op de een of andere manier geconditioneerd door het christendom. En dat is waar ECIW ons ontmoet en ons van daaruit verder leidt naar het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en waar we nooit echt uit vertrokken zijn, dan alleen schijnbaar in een onmogelijke droom.

Nadat ik die diepe ervaring, openbaring eigenlijk had van een persoonlijke band met Jezus (nogmaals als symbool, niet letterlijk, want als je ECIW letterlijk neemt dan ga je er niets van begrijpen, wat weer alleen maar duidt op de weerstand van je keuze voor de egokant van je denkgeest, die niet wil begrijpen) besloot ik me volledig onder leiding van dit symbool voor de brug terug naar het herinneren van Eenheid, te stellen en ‘zijn hand’ stevig vast te houden en nooit meer los te laten, wat er onderweg ook zou gebeuren. En vanaf toen is er nooit een moment geweest waarop ik wat ik in ECIW las en lees niet begreep, want ik stond en sta precies toe wat ik kán begrijpen op dit moment op mijn pad en wat ik nog niet begrijp zie ik niet eens, want ik vertrouw onvoorwaardelijk op de Leiding waarvoor ik koos en kies.
En dit heeft niets met intelligentie te maken, maar enkel en alleen met bereidwilligheid.
Dat wil niet zeggen dat ik geen weerstand tegen ben gekomen en kom, integendeel, weerstand is onvermijdelijk als we terug willen keren naar onze Ware Denkgeest.
Ik moet immers zien welke verdediging ik heb opgebouwd tegen wat ik Werkelijk ben. En dat kan heel zwaar zijn, maar omdat ik hoe dan ook, die ‘Hand’ blijf vasthouden kom ik altijd door de weerstand, hoe heftig ook heen.

Net als een leerplan dat we kennen in de wereld gaan we daarbij onvermijdelijk door een proces van, dat we gerust kunnen vergelijken met een afkickproces van een of andere verslaving aan iets, in dit geval onze verslaving aan het ego, verslaving aan zonde, schuld en angst. En dit zal ervaren worden als een zeer onstabiele toestand, want we laten het oude los (leren het te Vergeven) en zijn nog niet in de ‘nieuwe’ toestand aangekomen.
We worden nog heen en weer geslingerd tussen dat wat we dachten te zijn, een afzonderlijk lichaam met een brein dat denkt, en dat wat we ons weer langzaamaan aan het terug herinneren zijn, dat we geen lichaam zijn, maar denkgeest.
Dit proces wordt mooi beschreven in H4.1.A, ‘Het ontwikkelen van vertrouwen.’
lees het zelf maar even in de Cursus zelf, want het is een beetje veel om hier te kopiëren.

Kortom of ECIW voor jou werkt of niet hangt geheel af van je bereidwilligheid hem werkelijk te doen, zoals hij is bedoelt. En dat betekent dat ik mezelf wil laten onderwijzen in Vertrouwen in plaats van in vertrouwen. Het verschil tussen het Onderwijs volgen van Jezus/Heilige Geest, of toch weer het onderwijs van het ego.
We volgen altijd één van de twee, een derde mogelijkheid bestaat niet. ECIW leert ons bewust te kiezen vanuit onze post als waarnemende/keuzemakende denkgeest.

Ondertussen is het terug herinneren onvermijdelijk, omdat er niets gebeurt is en de Werkelijkheid, dat wat onveranderlijk Waar is en wat ‘wij’ dus ook Zijn nog steeds onveranderlijk is.

Eerlijk zijn over al mijn gedachten, hoeft niet hetzelfde te zijn als ‘eerlijk’ zijn in de zin van elke gedachte hardop uitspreken, en ongezouten en ongevraagd mijn mening geven.
Eerlijk zijn en vooral eerlijk kijken naar al mijn gedachten is nodig om de aard van al mijn gedachten aan het licht te brengen voor mijzelf. Want dat is nodig in het proces van ware vergeving.
Eerlijk kijken is mijn eigen gedachten, dus niet die van anderen, wel weer alle gedachten die ik zelf over anderen heb, oordeelloos observeren, als waarnemende/keuzemakende denkgeest en de keuze maken mijn denkgeest olv ego (afscheiding, angst) of HG (verbinding met Eenheid, Liefde) te zetten.

Dus als ik irritatie (groot of klein) voel tov iemand, dan kan ik onder het mom van ik mag zeggen wat ik wil, dat meteen uitspreken en de ander veroordelen, of ik kan meteen zien dat ik, de denkgeest aan het projecteren ben, om mijn eigen angst die daarachter schuil gaat te ontkennen en zo snel mogelijk kwijt wil raken.
Ik kan dan ook waarnemen dat de angstgedachte niet de non-dualistische Waarheid vertegenwoordigt, maar afscheiding en dus niet Waar is. En wat niet Waar is, is onwaar en dus een illusie over mijzelf en de ander (wat hetzelfde is, want er is alleen eenheid). En onwaarheid kan vergeven worden, omdat het slechts een vergissing is, omtrent Waarheid.

Dus in plaats van overal maar mijn zogenaamde eerlijke ongezouten mening over te ventileren onder het mom van eerlijkheid, persvrijheid, of vrijheid van meningsuiting en ik doe wat ik wil en ik zeg wat ik wil, en als jij je daardoor beledigd of aangevallen voelt, jammer dan, kan ik er als waarnemende/keuzemakende denkgeest ook voor kiezen deze gedachten als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien. Daardoor krijgen al mijn gedachten een andere functie, niet meer als wapen of verdedigingsmuur in dienst van afscheiding, maar als middel en sleutel tot het terug herinneren in Eenheid, in Liefde.

Op deze manier kan alles wat ik denk een bewust doel krijgen. Of het doel is afscheiding, of het doel is terug herinneren in Eenheid, in Waarheid, in Liefde.
Ik kan mij dus bij iedere gedachte afvragen, ‘wat is het doel’, en dan bewust de keuze maken: stel ik, als waarnemende/keuzemakende denkgeest mijzelf olv ego of HG.
Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, ook als ik dat niet bewust doe, want aangezien er alleen denkgeest is, maak ik die keuze altijd, alleen blijft dat verborgen, omdat mijn aandacht op de projecties is gericht en ik denk en geloof dat dat mijn waarheid is en vergeten wordt dat denkgeest is wat ik ben. En binnen dat gegeven kan ik kiezen voor de egokant van de denkgeest die afscheiding vertegenwoordigt, of voor HG kant van de denkgeest die de brug vormt voor terug herinneren in Eenheid.

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

Ontwaakte (verlichte) lichamen, personen bestaan niet.
Er is geen wereld zegt ECIW, dus welke lichamen?
Er is alleen denkgeest en denkgeest kan ‘vergeten’ en dromen van een toestand die niet bestaat, omdat ze slechts een ‘droom’, dus een illusie is.
Het ontwaken van lichamen lijkt alleen plaats te vinden als je wakker wordt na een nachtje slapen, of na een dutje tussendoor.
En dat is dan dus eigenlijk niets anders dan ontwaken in gewoon weer eenzelfde droom, want lichamen die wakker kunnen worden, is op zich al een droom.
Alleen de denkgeest kan ontwaken uit de droom die hijzelf droomt, dus zelf bedacht, gedroomd heeft.
En dat is geen spetterend gebeuren met veel trompetgeschal, halleluja en vuurwerk.
Het is meer een ineens realisatie van weten, terug herinneren, dat ik denkgeest ben die droomt. De dromende denkgeest is ineens in een lucide droomtoestand en heeft de gewaarwording alles te zijn, ongeveer zoals we weten dat we alles zijn in onze slaapdromen en alle droomrollen in onze slaapdroom spelen. We bevinden ons dan in wat de Cursus noemt ‘de gelukkige droom’. En het voelt als ‘normaal’, een moeiteloos, rustig, vredig, gelukkig ‘normaal’, een thuiskomen, waarin alles als ‘hetzelfde’ wordt gezien, ‘grenzeloos’.
Niet dat de droom er dan als droom gelukkig uitziet in zijn droom vormen, de verschillen, de afzonderlijke projecties worden nog wel gezien en ervaren, de droomrollen worden nog gespeeld als het ware, maar de droom wordt niet meer als bedreigend gezien, ik identificeer me niet meer met mijn droom, omdat ik weet dat het een droom is. De hele droom is nu een symbool die mij kan leren hoe en wat ik denk over mijzelf, en hoe ik dat projecteer teneinde de droom echt te doen laten lijken, zonder dat ik er een schuldig of angstig oordeel over heb. Want hoe zou een droom bedreigend kunnen zijn als ik weet dat het een droom is?
En net als bij het net wakker worden in de morgen na een nachtje slapen, is er een periode van de slaap uit mijn ogen wrijven en langzaam bij bewustzijn komen en nog wat slaperig om me heen kijken balancerend tussen slapen en ontwaken. Een proces dat onvermijdelijk leidt tot het totale ontwaken van de denkgeest en het totaal oplossen van de droom. De staat van ZIJN, waar dromen en ook de lucide droomstaat geen functie meer hebben en tenslotte gewoon verdwijnen, omdat deze nooit bestaan heeft: een droom is een droom en blijft een droom.
Dit ontwaken uit de droom heeft niets te maken met het sterven van een lichaam, of het verlies van wat voor vormen dan ook, want er is sowieso geen lichaam, alleen een droom van een lichaam. En kan een lichaam echt sterven in een droom, kan er echt verlies geleden worden in een droom? Neen, alleen de denkgeest kan dit dromen en zijn eigen droom geloven, maar het blijft een droom.
En alleen de denkgeest kan ontwaken uit zijn eigen droom van zonde, schuld en angst, en zich herinneren dat er niets gebeurt is en niets Eenheid, Waarheid, Liefde verandert kan hebben. En dat is een niet te beschrijven enorme opluchting en bevrijding, enigszins te vergelijken met het ontwaken uit een nachtmerrie en te beseffen dat het maar een droom was. Niet het ontwaken als een lichaam, maar als het ontwaken van de denkgeest in de denkgeest. En tenslotte zal ook de denkgeest een illusie blijken te zijn en blijft alleen het woordeloze, dat wat er altijd was en nooit kan verdwijnen over:

‘Niets werkelijk kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God’ (In.2:2-4).

 

Aanval en verdediging zijn hetzelfde.
Het zijn de beide zijden van de egodenkgeest.
Het een is niet beter of slechter dan het andere.
Het is ego-eenheid die zich heeft opgesplitst en afgescheiden van elkaar en dat kan alleen door twee tegengestelde kanten te verzinnen, er in te geloven en het waar te maken, door het te projecteren, waardoor de bron, de denkgeest ‘vergeten’ is.
En dat uit geprojecteerd kan zich voordoen als, dat ik het slachtoffer ben van iemand buiten mij, of dat ik iemand aanval buiten mij.
Ondertussen val ik mijzelf aan of verdedig mijzelf, want de afscheiding is denkbeeldig en tevens onmogelijk, eenheid is immers één en kan nooit twee worden, ook niet binnen het ego-denken.
Maar aangezien ik mijzelf als een lichaam zie en ervaar, en de zgn. ‘ander’ ook, geloof ik dat er echt een vijand is, of geloof ik dat ik een ander aan kan vallen en ben ik ‘vergeten’ dat er alleen denkgeest is, die onveranderlijk één is.
En zo vecht ik tegen of verdedig me tegen een denkbeeldige vijand en vecht ik tegen ‘mijzelf’.

De wereld lijkt dan ook verdeeld in slachtoffers en daders.
De slachtoffers zijn de goeieriken, en de daders de slechteriken.
Je bent het een of het ander en dat zijn we dan ook afwisselend.
En we nemen dit zeer serieus, en maken er soms grappen over, terwijl we niet weten wat de werkelijke grap nu eigenlijk is, namelijk de ene denkgeest die twee tegengestelde rollen speelt, maar vergeet dat hij, denkgeest alle twee de rollen speelt en elke kant heel serieus neemt.
Ik moet dan altijd denken aan de hilarische ‘Split Personality Sketch’ van Tommy Cooper waar dit prachtig in wordt uitgebeeld, althans dat zie ik er in:

De wat wij de psychische aandoening ‘multi personality disorder’ noemen beeldt precies hetzelfde uit; de ene denkgeest die zichzelf opsplitst in verschillende persoonlijkheden. En zich identificeert met elk afzonderlijke persoonlijkheid, telkens één tegelijk, en zich dan op dat moment niet bewust is dat hij nog andere persoonlijkheden verzonnen heeft.
Wij de ene denkgeest die onveranderlijk alleen maar één kan zijn, ook in zijn zelfbedachte afscheiding; de ene egodenkgeest, lijden allemaal zonder uitzondering aan deze aandoening.
Dat wat wij als ziekte zien, is enkel en alleen een spiegel van wat wij ons hele leven lang doen, maar niet willen zien en afdoen als een ziekte, waar we liever niet naar kijken. We zijn liever een ‘ziek’ lichaam/brein, dan dat we willen zien dat we denkgeest zijn, die ziekelijk denkt.

Dus spenderen we ons hele leven aan het gezond houden, of als dat niet lukt, genezen van ons lichaam en het repareren van dingen en het fixen van situaties.
Waardoor de oorzaak, namelijk het ‘ziek’ zijn van de ene denkgeest die gelooft in afscheiding netjes en veilig verborgen blijft, achter deze muur van ziekelijke projecties.

Maar zoals we al eerder constateerden, de herinnering aan wat we werkelijk zijn; denkgeest is niet verdwenen, die herinnering blijft op de achtergrond doorklinken als een doorgaande grondtoon.
Maar omdat we nu geloven in wat we geprojecteerd hebben en vergeten zijn dat we het hebben geprojecteerd, voelt die grondtoon als een doorlopende onbewuste bedreiging, de angst voor het grote onbekende…
En met onze keuze voor de ‘zieke’ (ego)denkgeest, die ‘vergeten’ is dat deze denkgeest ‘is’, verdringen we die angst en projecteren we deze en lijkt de vijand zich nu te bevinden in onze wereld die lijdt aan allerlei ziektes en kwalen, die nu op vorm niveau bestreden moeten worden.
Het voelt aan als lijden, omdat het onnatuurlijk is omdat het tegen de wetten van Eenheid ingaat, maar wordt tegelijkertijd gekoesterd en aanbeden en wordt het spel van aanval en verdediging, slachtoffer en vijand met veel overgave onder leiding van de zelfverzonnen (ego)god met verve gespeeld.

De ware oorzaak van dit alles welke vanuit de denkgeest komt, wordt hierdoor weggedrukt in het zogenaamde onderbewuste, de kelder van de egodenkgeest, op slot gedaan, de sleutel weggegooid en vergeten.
En waag het niet die kelder open te maken, want je zal alles verliezen.
Weer die omkering ter verdediging (zie vorig blog), want het openen van die denkbeeldige kelder van het onbewuste zal ons juist weer terug doen herinneren in wat we werkelijk zijn, Onveranderlijk Een in God.
Einde egogod en ja dat kost mij mijn hele zorgvuldig als verdediging opgebouwde wereldje wat ik koester en verdedig met mijn leven. Althans zo voelt dat tot we door krijgen dat die gedachte ook weer niets anders is dan de verdediging van ‘een nietig dwaas idee’ dat gelooft in afscheiding.

Daarom zal de weerstand bij het werkelijk ‘doen’ van ECIW onvermijdelijk op enig moment toeslaan, want omdat er maar één denkgeest is, zal de egodenkgeest kant van onze ene denkgeest, die daardoor onvermijdelijk ook de Cursus doet, zich gaan verdedigen en in de slachtoffer, of vijand positie reflex schieten, beide zijden van de egodenkgeest, die maar één ding wil bereiken; in de afscheiding blijven.
En die weerstand projecteert zich dan uit als beweren dat de Cursus te moeilijk is, te veel woorden, te intellectueel, te christelijk, te mannelijk, te duur, te negatief, te dik, te tijdrovend, gevaarlijk, te autoritair, sektarisch, satanisch enz.
Maar ook schijnbaar positief, in de zin van ‘het derde testament’, blij makend, leert ons wonderen te verrichten in de vorm, maakt een mooiere en betere wereld, helpt alle ellende uit de wereld te verwijderen, brengt mij Jezus en de Heilige Geest om mij persoontje uit mijn lijden te verlossen.
Beide zijn vormen van weerstand, waarbij de focus ligt op het ‘waar’ maken van de wereld met als enig doel, vergeten dat we denkgeest zijn en dat dáár en alleen dáár de oorzaak en het gevolg liggen.
Beide vormen van weerstand mogen dan ook niet ontkend of afgewezen worden, als we ECIW werkelijk willen doen, dwars door alle weerstand heen.
ECIW leert ons al deze vormen van weerstand te zien als de ego reflex kant van de ene denkgeest, die niet anders kan reageren dan met weerstand, omdat het daarvoor is bedacht.
En omdat wij de denkgeest het zelf hebben bedacht, kunnen we het ook weer ont-denken.
ECIW onderwijst ons dat te doen via ‘vergeving’:

‘Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden’ (WdII.1.1:1).

Dat is uiteindelijk, mits goed begrepen, uitstekend nieuws, want Ware Vergeving, nogmaals mits goed begrepen, haalt ons uit de aanval/verdediging, slachtoffer/aanvaller rol.

De egodenkgeest kant van de ene denkgeest, de illusoire kant dus, ziet alles op z’n kop.
Ik zie dan als symbool daarvoor zo’n ouderwetse camera voor me, die je voor je borst hield en als je dan door de lens keek zag je het beeld wat je wilde fotograferen op z’n kop.
Zo zet de egodenkgeest alles wat Waarheid is op z’n kop en denken we en projecteren we precies het tegenovergestelde van wat onze Werkelijke gedachten zijn.
Onze Werkelijke gedachten vertegenwoordigen Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme, Liefde, God (allemaal woorden voor hetzelfde, te gebruiken naar keuze).
Dus bijvoorbeeld de Werkelijke gedachte ‘Eenheid’, wordt door de onwerkelijke egodenkgeest omgekeerd naar ‘tweeheid’. Het wordt dan ook ineens een woord, het omkeren wordt ook meteen geprojecteerd en verschijnt nu als woord.
‘In den beginne was het (ego)woord)’, en meteen schiep, projecteerde (ego)god de wereld. En dan zien we meteen dat ook God omgekeerd wordt naar god.
Een van mij afgescheiden god, precies het tegenovergestelde van God die staat voor Onveranderlijke Eenheid, en van niets weet, en die ook geen enkele behoefte heeft iets te moeten weten, laat staan bedenken en maken, want waarom zou dat gewild worden als alles volmaakt en Eén IS?
Zie daar het ontstaan van de wereld, het universum en alle vormen, allemaal geschapen door (ego)god en dus het totaal tegenovergestelde van de God van Eenheid.
En omdat dit hele nietig dwaze idee onmogelijk is, want Eén blijft Eén, is en blijft het een illusie, die alleen mogelijk lijkt door mijn geloof erin.

En dat dat zo is bewijst de wereld zelf, dat wat de ogen zien, komt voort uit de gedachte, de geconditioneerde gedachte die in afscheiding gelooft, die erachter zit. De ogen zien niet zelf, de denkgeest kijkt en interpreteert zoals deze is geconditioneerd.
Dus de wereld zoals wij die DENKEN te zien is niet wat het lijkt. Het is precies het omgekeerde van wat het probeert te verbergen, te vergeten en te ontkennen, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn.
Die gedachte is nu de vijand en moet koste wat kost verborgen blijven en de wereld die de egodenkgeest-god heeft gemaakt moet nu verdedigd worden.
Deze omgekeerde god wordt nu aanbeden en is precies het tegenovergestelde van Liefde, namelijk angst.
En wat kan deze illusoire egogod anders projecteren dan angst? En in deze wereld van dualisme, van afgescheidenheid, van angst, zijn wij, de ‘ene Zoon van God’ , die in werkelijkheid alleen maar Liefde kan uitbreiden, ineens het omgekeerde daarvan geworden, een heleboel illusoire afzonderlijke afgescheiden ‘zonen van god’, geboren uit angst, die sidderen voor deze god van angst en zich bovendien zondig en schuldig voelen, omdat ze nooit aan de eisen van deze haatvolle god kunnen voldoen. Deze god die het prachtig lijkt te vinden om dood en verderf te zaaien en alles en iedereen tegen elkaar op lijkt te zetten, en niet genoeg kan krijgen van deze onmogelijke cyclus van geboorte en dood.

En het is niet waar, het kan niet waar zijn.
Het is slechts een ziek verzinsel van de denkgeest die gelooft in afscheiding en dat wat Waar is omkeert.
De wereld zoals wij die denken te zien laat dus precies het tegenovergestelde zien van wat we in werkelijkheid ZIJN.
Wij geloven dat we een lichaam zijn, we geloven dat er andere lichamen zijn, dieren, planten, mineralen, water, lucht, dingen en ondertussen zijn het projecties vanuit de ‘op z’n kop’ gedachte, gedacht door de denkgeest, dat het mogelijk en wenselijk is afgescheiden te zijn van Eenheid, van God, van Liefde. En we denken en geloven dat dat wat we nu zien de werkelijkheid is, terwijl het alleen maar symbolen zijn van een onmogelijke, onwerkelijke gedachte, de totale ontkenning en omkering van wat onze Werkelijkheid IS.

Waar ECIW ons bij helpt is deze zieke omkering weer recht te zetten.
ECIW is het symbool (een van de vele) voor de herinnering aan wat we werkelijk ZIJN.
En daarbij gebruikt het alles wat wij (de denkgeest) op z’n kop hebben gezet en als zodanig denken te zien en aan hebben genomen als waarheid. Daardoor wordt ons dagelijkse leven zoals we dat beleven en ervaren ‘omkeer-materiaal’, in Cursus taal ‘vergevingsmateriaal’.

Dus als ik ervaar als lichaam, dat ik wordt aangevallen door een ander lichaam, of dat er nu uitziet als een lichte irritatie, belediging of een moordaanslag of wat voor conflict dan ook, dan ervaar ik alleen maar wat onmogelijk is, namelijk dat ik me afgescheiden heb van Eenheid. En omdat het onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren noemen we dat een droom of een illusie.
En het beeld dus precies het tegenovergestelde uit van de Werkelijkheid, namelijk dat alles alleen maar Een kan zijn, geen tegengestelde kent en alleen maar Liefde kan zijn.

ECIW leert mij, denkgeest, dus totaal anders naar mijzelf, anderen, de wereld en alles wat lijkt te gebeuren in die wereld, te kijken en het alleen nog maar als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien, oftewel, als omkeer- terugkeermateriaal te zien.
Mijn leven met al mijn ervaringen krijgt daardoor een totaal omgekeerde functie.

De denkgeest ontwaakt dan langzaamaan uit zijn krankzinnige droom van ‘op z’n kop’ zien en herinnert zich weer dat hij denkgeest is, die dit alles verzonnen heeft.
Ik neem mijn plaats als denkgeest weer in, nu heel bewust, want ik weet nu dat ik niet een lichaam ben, maar denkgeest die nu als waarnemende en keuzemakende denkgeest in elke (droom, illusoire) situatie opnieuw de keuze kan maken, tussen denken vanuit egodenkgeest, vanuit afscheiding dus, of vanuit Heilige Geest denkgeest, vanuit de herinnering aan Eenheid.
En zolang ik nog ervaar hier in deze wereld rond te lopen, zal de wereld een gelukkige droom zijn, niet omdat de ‘op z’n kop’ droom nu ineens een prettige vorm krijgt, zoals misschien een baan krijgen, een mooier huis, auto, meer geld, gezondheid, betere relaties enz., maar omdat ik nu vanuit Heilige Geest denkgeest kijk en ervaar, vanuit mijn Juist-gerichte denkgeest, die zich Herinnert, en in alles nu de Onveranderlijke Liefde zie, die eerst verborgen leek door alle wereldse vormen. De Cursus noemt dat de Christus in al mijn broeders zien.

%d bloggers liken dit: