archiveren

Maandelijks archief: oktober 2013

Vraag:
Hoe weet je zo zeker dat er een God van Liefde bestaat en niet een God van angst?

Antwoord:
Het antwoord ligt vervat in de volgende uitspraak van de Cursus:

‘Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.’ (In.2:2-4)

Liefde is onze werkelijkheid, angst is een illusie.
Een God van angst kán niet bestaan, omdat deze zichzelf onmiddellijk zal vernietigen, want de aard van angst is vernietiging.
En precies daarom is de uitspraak ‘Er is geen wereld’ ook logisch. Er is geen God van angst, dus er is ook geen wereld die voort is gekomen uit deze God van angst.
En logischerwijs volgt daaruit dan ook dat een God die louter Liefde is geen wereld kan scheppen die vanuit angst ontstaat.
De wereld die wij denken te ervaren, met nadruk op denken, omdat wij denkgeest zijn die een wereld heeft bedacht en geprojecteerd, is ontstaan vanuit de onmogelijke keuze voor angst, voor afscheiding. Gelijk met het denken van dit ‘nietig dwaas idee’ werd angst geboren in de denkgeest. Angst die, omdat de bron van die angst afscheiding is, werd (en wordt) uit geprojecteerd nu schijnbaar los van zijn bron de denkgeest. Dit zorgt er voor dat de angst in stand blijft, er ontstaat angst voor de angst, voor de angst, voor de angst… die geprojecteerd wordt steeds maar weer bij elke gedachte en een schijnbare wereld doet ontstaan die deze angst weerspiegeld.
En aangezien de ware aard van de denkgeest altijd onveranderlijk Eenheid is en blijft, wordt door de onmogelijke afscheidingsgedachte God ineens gezien en ervaren als angst en angst betekend vluchten, verstoppen, verdedigen, aanvallen, kortom door de onmogelijke afscheidingsgedachte ontstaat er een denksysteem wat denkt vanuit zonde, schuld en angst.

Ziedaar het onmogelijke resultaat van het onmogelijke afscheidingsidee: de egodenkgeest.

En ook al lijkt het allemaal heel erg echt, het is en blijft een gedachte en een projectie, omdat het onmogelijk is van de Eenheid een tweeheid te maken. Een God van angst kan dus niet werkelijk bestaan, want op het moment dat deze onmogelijke gedachte gedacht wordt vernietigd deze zichzelf op hetzelfde moment weer. Het moment dat het nietig dwaas idee gedacht wordt is het ook alweer voorbij. Want de aard van angst is vernietiging, de aard van Liefde is uitbreiding.

En daarom kan er alleen een God van Liefde bestaan.

We zien dat kenmerk van de egodenkgeest: angst terug in de wereld die de egodenkgeest heeft gemaakt. Ook al kan de wereld er schijnbaar beeldschoon uitzien, onder dat mooie suikerlaagje ligt pure vernietiging.
Maar tegelijkertijd is het niet waar en is het slechts een droom.
En als de denkgeest ontwaakt uit deze onmogelijke droom herinnert deze zich weer zijn onveranderlijke aard een te zijn in God en verdwijnt als gevolg daarvan de wereld van angst.

Als deze gedachte dus terug ontdekt, herinnerd wordt dwars door de angstgedachtes heen, want Liefde kan wel ontkend en weggestopt worden, maar niet vernietigd worden, de herinnering blijft altijd bewaard in de denkgeest, dan worden diezelfde angstgedachtes en hun projecties, in plaats van muren van afscheiding, kansen om terug te herinneren wat er achter die angstgedachtes en hun projecties verborgen ligt.
Diezelfde angstgedachtes vanuit egodenkgeest worden dan teruggebracht naar hun bron daar herkend als afscheidingsgedachtes en kan er opnieuw gekozen worden, opnieuw voor angst, of nu voor Heilige Geest Denkgeest die de brug vormt terug naar de herinnering heel en één te zijn in God.
Een van de twee is maar waar en aangezien we hebben gezien dat angst alleen maar in staat is tot vernietiging en daarom onmogelijk is en niet kan bestaan, moet God, die Liefde is en dus ook zijn Zoon, wij, het Zoonschap, onderdeel van en vervat in de Ene Denkgeest in God en alleen in staat tot uitbreiding van Liefde, werkelijk zijn.

De denkgeest projecteert zichzelf voortdurend uit de Eenheid die hij in werkelijkheid is. Zonder echt succes overigens, want een projectie is en blijft een projectie en dat wat Een is kan nooit twee worden.

Oftewel zoals ECIW het stelt:
‘Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.’ (In.2:2-3)

Maar de denkgeest kan wel in zijn projecties geloven en door het geloof erin blijven de projecties doorgaan en wordt elke gedachte omgezet in een projectie, en achter elkaar afgespeeld als een film die zich af lijkt te spelen in tijd en ruimte.

Dit hele proces van het projecteren van gedachtes kan alleen maar als er voortdurend angstgedachtes worden gedacht. Angstgedachtes zijn altijd gedachtes van afscheiding. Gedachtes van angst veroorzaken de afscheiding. Angst (van de egodenkgeest) scheid af, Liefde (van de Heilige Geest Denkgeest) verbindt.
Angst maakt van de ene denkgeest een afgescheiden denkgeest, maar dit roept zoveel angst op dat de gedachte zo snel mogelijk weg geprojecteerd wordt. Angst slaat altijd op de vlucht op zoek naar een veilig heenkomen. Een veilig heenkomen de verkeerde kant op, weg uit eenheid op zoek naar een eigen afgescheiden plek waar de angst in z’n eentje bang kan zijn en in alles angst ziet, waar het zich vervolgens tegen moet verdedigen.
En daar zit de denkgeest dan opgesloten in zijn eigen afgescheiden wereldje van angst een wereld van aanval en verdediging.
En onder dit alles ligt nog steeds het verlangen naar Liefde, naar Eenheid, wat de verwarde eenzame denkgeest probeert terug te vinden binnen zijn eigen afgescheiden zgn. veilige wereldje, maar het nooit echt zal vinden. Telkens als de afgescheiden denkgeest liefde denkt te hebben gevonden, slaat de angst weer toe, deze liefde moet verdedigd worden, beschermt, afgebakend, en de liefde wordt gezien als geven en nemen, een wankel evenwicht wat zomaar uit balans kan raken. En eenheid van geest wordt gezocht in het een maken van lichamen (de projecties), wat lijkt te lukken, maar dan kan er zomaar een einde komen aan deze surrogaat eenheid en begint het hopeloze zoeken opnieuw en opnieuw, zonder echt blijvend resultaat.

De denkgeest is nu getraumatiseerd en voelt bij elke ontmoeting de onderliggende angst die sterker lijkt dan het daar weer onderliggend verlangen naar Liefde naar Eenheid, omdat dat wat werkelijk is, nooit echt kan verdwijnen, het kan alleen ‘vergeten’ worden, versluierd worden door angst.
En kijk maar in je eigen leven hoe deze ego angst zich uitspeelt bijvoorbeeld in gevoelens van wantrouwen, niets lijkt te lukken, niets lijkt blijvend, er worden geen afspraken nagekomen, beloftes worden gebroken, er wordt voortdurend gechanteerd, je moet opkomen voor jezelf, anders wordt je overheerst, ziekte slaat toe en tenslotte is daar de onvermijdelijke dood.

En niets van dit alles is ‘waar’, niets van dit alles vertegenwoordigt de ‘Werkelijkheid’, het zijn ‘slechts’ verhaaltjes van afscheiding, sprookjes over monsters, heksen, spoken, draken waar we, de afgescheiden denkgeest, in gelooft en daardoor aan lijd, en enkel en alleen het geloof erin houdt de verhalen in stand.
En het is bovenal vreselijk vermoeiend.
Maar gelukkig is de zaak niet hopeloos, integendeel, zodra dit vreemde onnatuurlijke mechanisme van de egodenkgeest ‘gezien’ wordt, onderkent en geaccepteerd is de denkgeest al op de terugweg zich terug te herinneren in Eenheid, in Liefde.
Vergeving van al de angstgedachtes geeft diezelfde angstgedachtes die eerst de afscheiding veroorzaakte, een nieuwe functie.
Vergeving wijst de angstgedachtes niet af, bevecht ze niet, omhelst ze niet, nee vergeving ziet dat er niets gebeurt is, dat die angstgedachtes geen enkel effect hebben op de Eenheid, die de denkgeest in werkelijkheid IS.
De nieuwe functie van de denkgeest wordt het terugnemen van elke angstgedachte en deze te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.
En zo kan een vergeven gedachte van wantrouwen omgekeerd worden terug naar werkelijk Vertrouwen en kan een geschokt zelfvertrouwen terugkeren in Vertrouwen, en kan een gevoel van in de steek gelaten worden, of genegeerd te worden omkeren in  weten altijd Een te zijn en dat ´alleen´ niet bestaat, maar slechts een ´nietig dwaas idee´ is.
Vergeving is mijn functie, de enige functie die echt werkt en tot onmiddellijk resultaat leidt.
En het resultaat is wat de Cursus noemt het wonder van vergeving.
Geen wonder zoals het ego dat ziet, namelijk als een onnatuurlijke plotselinge verandering in de vorm, maar als een logisch gevolg van de omkering van een onnatuurlijke gedachte naar een Natuurlijke gedachte, of van een afgescheiden gedachte naar en gedachte van Eenheid.
Zoals ECIW dit zegt in ‘De principes van wonderen’:
‘Wonderen zijn natuurlijk. Wanneer ze uitblijven, is er iets misgegaan.’ (T1.I.6)

Vraag:
‘Is het nog wel ‘verstandig’ om kinderen te nemen, terwijl je weet dit is een illusie, wat geef je die kinderen dan, of beter nog wat doe je ze aan?’

Antwoord:
Je vraag komt duidelijk uit de focus van het nog identificeren met het lichaam.
Zolang er nog geïdentificeerd wordt met een lichaam zal het lichaam nog als de oorzaak van alles gezien worden, in plaats van de denkgeest.
Zolang het lichaam nog als het uitgangspunt wordt gezien kan er niet anders gedacht worden in termen van kinderen krijgen en het op deze manier veilig stellen en continueren van tijd en ruimte.

Als deze identificatie echter losgelaten wordt en duidelijk is dat de denkgeest de bron is, in plaats van het lichaam, en wel de ene denkgeest die ‘een nietig dwaze droom’ droomt kan het niet anders dan dat je als denkgeest heel anders naar deze vraag gaat kijken en het antwoord onvermijdelijk zal horen.

Denkgeest krijgt geen kinderen, denkgeest heeft gedachtes en kan deze projecteren als de gedachtes worden gedacht vanuit egodenkgeest of worden uitgebreid als gedachtes van Liefde vanuit Heilige Geest denkgeest gedachtes.
Projecties, wat dus altijd gedachtes blijven, zijn dus eigenlijk de kinderen van de egodenkgeest.

Als gedachtes worden gedacht vanuit egodenkgeest worden ze geprojecteerd en zien er dan bijvoorbeeld uit als kinderen, als lichamen dus, en wordt onmiddellijk vergeten dat het nog steeds gedachtes zijn die geprojecteerd zijn en dat de projecties niet op zichzelf staande autonomen vormen zijn ineens. De projecties die wij in dit geval als kinderen zien zijn eigenlijk niets anders dan een poging de egodenkgeest in stand te houden. En dit kan alleen door te blijven projecteren vanuit het idee van afscheiding. Kinderen zijn dus eigenlijk in dit geval het symbool van afscheiding, de denkgeest maakt van één twee, en dat geld niet alleen voor kinderen, maar voor alles wat we projecteren. Het is steeds een poging tot het maken van twee uit één. En dat is precies wat de afscheiding doet en is.
Kijk maar naar waarom mensen eigenlijk kinderen willen, om zich voort te planten en de soort in stand te houden en dat staat gewoon symbool voor dat de egodenkgeest zich op deze manier moet voortplanten om deze egogedachtes in stand te houden.

Dus de vraag is niet moeten we dan stoppen met kinderen krijgen, maar hoe kunnen we dit gedachte proces van afscheiding van de egodenkgeest laten omkeren.
En het antwoord is dmv vergeving.
Elke gedachte in de wereld begint als speciaal, dus als een ego gedachte, maar in elke gedachte zit ook nog steeds de herinnering verborgen aan de eenheid die de denkgeest in werkelijkheid is. En dat voelt als een diep verlangen wat door de egodenkgeest geïnterpreteerd wordt als het verlangen naar bijvoorbeeld een kind, terwijl het in werkelijkheid het diepe verlangen is terug te willen keren in Eenheid in Liefde.

Zolang we hier nog rondlopen en ervaren zullen er kinderen geboren worden, maar als we tegelijkertijd ‘bewust’ worden, en ons ons ware bewustzijn terugherinneren, namelijk denkgeest te zijn en niet een lichaam en de vragen die we hebben aan HG denkgeest geven in plaats van aan egodenkgeest, dan zal het niet meer nodig zijn kinderen te krijgen vanuit de noodzaak het ego in stand te houden, omdat we dan zien dat wat al niet bestaat (het afscheidingsidee van de egodenkgeest) niet in stand hoeft te worden gehouden. De keuze om kinderen te nemen zal dan gezien worden als een symbool voor het uitbreiden van Liefde en hergebruikt worden om terug te herinneren in eenheid, in plaats van het steeds maar weer projecteren van afscheiding.
Dus ook hiervoor geld weer, net als bij elke keuze die gemaakt word, kies ik voor de leiding van het ego of die van HG denkgeest, de keuze is dan niet meer kies ik voor kinderen ja of nee, maar kies ik voor angst of voor Liefde.
Het krijgen en hebben van kinderen en alles wat daarmee en daardoor ervaren wordt, wordt dan gezien als vergevingsmateriaal en vergevingskans en dat is een groot geschenk voor de hele ene denkgeest, een ware daad van Liefde.

Er is immers alleen maar denkgeest en denkgeest kan kiezen, en er zijn geen lichamen die kunnen kiezen.
De denkgeest denkt, niet het lichaam.
Zo heeft iedere denkgeest schijnbaar z’n eigen script met wel of geen kinderen, maar wat er dan ook maar in dat script mag staan, nu gezien kan worden als een script met als enig doel te vergeven en daardoor terug te keren in eenheid, waar in werkelijkheid nooit uit is weggegaan.

 

 

 

 

Er is geen wereld, de wereld die wij denken te zien is een illusie, zegt ECIW:

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden
langs de weg die hem naar de waarheid voert.” (WdI.132.6:2-4)

De wereld is een projectie, een projectie vanuit het onmogelijke afscheidingsidee, dat het mogelijk is afgescheiden te zijn van Eenheid, van God.
Enkel en alleen het geloof in de wereld zoals wij die denken te zien houdt de wereld in stand.
We geloven wat we zien. In de wereld die wij projecteren vindt je daar altijd bewijzen voor terug, als je de symbolen daarvoor tenminste wilt zien. De illusie van de wereld kan ook alleen maar illusies voortbrengen. Als we dat willen zien, dan zien we de bewijzen daarvoor terug. Denk maar eens aan gezichtsbedrog, of het spel wat een illusionist laat zien, niets is wat het lijkt en niets staat vast in de wereld van de geprojecteerde illusie. En binnen dit concept is dat ‘normaal’ en vinden we het heel normaal dat onze ogen en onze hersenen ons voortdurend lijken te bedriegen.
De onveranderlijke werkelijkheid, dat wat we in werkelijkheid zijn, geest en onveranderlijk Eén in Eenheid, in God, lijkt verdwenen te zijn achter de sluier van de illusies, achter een wereld van vormen. De denkgeest die terechtgekomen is in de waan van de illusie en daarin is gaan geloven lijd aan vergeetachtigheid.
En ook dat concept van vergeetachtigheid projecteren we zonder problemen als beelden die allerlei vormen van vergeetachtigheid uitbeelden.
En zo projecteren we, als denkgeest, alle gedachtes die afscheiding uitbeelden, naar een eveneens denkbeeldig ‘iets buiten ons’ en geloven vervolgens dat het waar is.
Daardoor is de (ego)denkgeest die projecteert een briljant en geniale illusionist geworden.
Dat wat een illusionist in het theater brengt is slechts een slap aftreksel van de show die wij als denkgeest-illusionsist voortdurend opvoeren, ons hele illusoire leven lang.
En dan roepen we, “wow, ik snap niet hoe die artiest dat doet! Je zit er met je neus boven op en je ziet het niet, hoe is dat mogelijk?”, en we smullen ervan, maar vinden het ook een beetje eng, want wat je niet kunt zien en wat zomaar gebeurt is eng.
Daar spelen misschien wel ‘hogere’ machten een rol in…
En ja, dat beetje angst, dat ongemakkelijke, maar ook wel spannende is ook weer een zich projecterende gedachte.
Achter die projecties, eraan ten grondslag ligt de oer-afscheiding, de angst voor God. Het ene nietige dwaze idee, waarop de denkgeest (de Zoon van God) dacht dat het mogelijk was zich af te scheiden van zijn Vader, God, Eenheid.
En dat ene nietige dwaze idee werd serieus genomen en het begon zijn reis als tijd en ruimte, zich steeds verder uitbreidend, via elke nieuwe gedachte van afscheiding en dat doet het nog steeds.
Elke gedachte die wij als (ego)denkgeest denken herhaald dat ene nietig dwaze idee van afscheiding en breid deze illusie uit door deze te projecteren en deze vast te pinnen dmv de spijkers van het geloof erin.
Maar omdat de hele wereld van de illusie gegrondvest is op ‘een nietig dwaas idee’ voelt het als angstig en voelen wij, de denkgeest,  zich schuldig en zondig, omdat we ‘vergeten’ zijn dat dit alles slechts ‘een nietig dwaas idee’ is en niet begrijpen (vergeten zijn) waar dat rot gevoel, dat unheimische gevoel vandaan komt. En dus wordt het weer automatisch geprojecteerd als het onbekende wat ons probeert te vernietigen, in misschien wel een boze god die ons wil straffen voor onze zonde en ook daar is niet veel moeite voor nodig dit symbolisch terug te zien in de door ons gemaakte wereld, die gebouwd is op één enkele afscheidingsgedachte die het gevoel van angst ten tonele bracht en brengt en deze in miljoenen symbolen van angst projecteert en uitbreid.
Ik vond het dus buitengewoon goed nieuws toen ik voor het eerst werd geconfronteerd met deze eigenlijk verbijsterend eenvoudige gedachte, dat de wereld wel eens een illusie zou kunnen zijn.
Het was voor mij de missing link. Ik nam het dan ook meteen als een volkomen logische optie aan en besloot er open voor te staan en het pad van Een cursus in wonderen te volgen.
En na veel bereidheid, veel oefenen in vergeving en het diepe verlangen te volgen van naar Huis te willen terug herinneren, weet ik nu zeker dat de wereld een illusie is, een projectie vanuit het idee van afscheiding, en de functie van de wereld is totaal verandert. De wereld dient niet meer een ego functie, die van afscheiding, maar de Heilige Geest functie, die van het terug herinneren in God.

De wereld is een illusie, is dus geen ontkenning van de wereld of een oproep tot het moeten gaan negeren van de wereld, integendeel, alles moet juist helemaal en ten volle onder ogen worden gezien, niets moet worden achtergehouden, alles moet aan het licht worden gebracht alvorens het vergeven kan worden.
De wereld voelt nu juist als zeer levend, bewegelijk, vol mogelijkheden, vrij, juist omdat het projecties zijn consequent in handen van Heilige Geest gegeven en niet meer worden gezien en
ervaren als logge, zware autonome blokken graniet gebouwd op het drijfzand van de angst, komende vanuit een waangedachte die we de egodenkgeest noemen. Deze waangedachte, de egodenkgeest, is de illusie en alles wat daaruit voorkomt, alle projecties dus zijn dientengevolge ook illusies.
Mijn functie in de wereld is verschoven van het projecteren van angst vanuit ‘een nietig dwaas idee’ van afscheiding naar het uitbreiden van Liefde door middel van het vergeven van elk geprojecteerd  nietig dwaas idee

Daarom is ‘de wereld is een illusie’ het beste idee wat ooit geklonken heeft en het bewijs dat de waarheid niet vergeten kan zijn of worden.
Vergeef de wereld en je bent Thuis.

Kinderen en Een cursus in wonderen.

Tijdens de webinar die dinsdag gehouden werd in verband met de presentatie van het derde boek van Gary Renard ‘De Liefde is niemand vergeten’, een vraag gesteld over Een cursus in wonderen en het wel of niet doorgeven van de leringen daarvan aan kinderen. Ik gaf daarop een kort antwoord, maar voel nu de inspiratie daar wat dieper op in te gaan.

Ik vertelde al dat het niet wenselijk is deze leringen al door te geven aan kinderen, daar het belangrijk is eerst een zo gezond mogelijk ego op te bouwen, alvorens het afgebouwd en vergeven kan worden.

Nu lijkt een ‘gezond ego’ een contradictio in terminis te zijn, omdat het ego sowieso een krankzinnig afscheidingsidee is, maar dat zou wat kort door de bocht zijn, oftewel het kind met het badwater weg gooien. Dat is niet de bedoeling.

Allereerst is het belangrijk te onderkennen en aan te willen nemen, dat kinderen die op aarde verschijnen niet onschuldig zijn, maar ook niet schuldig. Dat wat wij geboorte noemen van een nieuw mens is eigenlijk een projectie vanuit de wens van de denkgeest afgescheiden te willen zijn van zijn Eeuwige Onveranderlijke Bron, God.
De wens om ‘twee’ te zijn in plaats van ‘Een’.
Als die wens er niet zou zijn, zou het ook geen nut hebben de projectie van afscheiding aan te gaan met alle gevolgen van dien het zou simpelweg niet nodig zijn en niet gebeuren. Let op het is niet de wens van lichamen om hier te zijn op aarde, maar de wens van de egodenkgeest, dat gedeelte van de denkgeest dat voor afscheiding kiest, dat projecteert en er vervolgens in gelooft en vergeet wat de oorspronkelijk bron is van de projectie en daardoor ook vergeet wat deze in werkelijkheid is, niet een lichaam maar Geest. Deze wens voor afscheiding en het vervolgens uitwissen daarvan uit het denkgeest geheugen zet de denkgeest op het dwaalspoor van wat wij ons aardse leven noemen.
En voila daar komen de baby’s, kleine schattige onschuldige projecties, schreeuwend van pure angst, zwaar beladen met de wens afgescheiden te willen zijn van eenheid, maar geen idee hebben daarvan en uitingen zijn van volkomen hulpeloosheid.
Als je je hier als ouders of verzorgende van bewust bent, en je al hebt geleerd je hiervan bewust te zijn, dan zal je je eigen angst projecties niet verder willen projecteren op deze opnieuw geboren poging tot afscheiding, je zal dan je eigen gedachtes van angst die achter elke projectie schuilt willen vergeven wat wil zeggen teruggeven aan de bron en opnieuw de keuze maken, deze keer voor juist-gerichte denkgeest in plaats van het opnieuw verder uitbreiden van angst dmv projectie.
Het resultaat zal dan zijn, na veel oefenen overigens, want niemand zal beweren dat het ‘makkelijk’ is, ook al is het idee van een verbijsterende eenvoud, dat je je nieuwgeboren baby alleen vanuit Liefde zal zien, en de momenten dat je dat niet ziet, vooral als je voor de zoveelste keer uit je nachtrust wordt gerukt en je een huilbaby hebt, je op het idee komt de hulp van HG/J denkgeest erbij te roepen en vergeeft. Je moet dan nog steeds je bed uit om je kind te troosten, te voeden en te verschonen maar het zal ineens totaal anders voelen en je zal precies weten wat je te doen staat.
Het is dan ook niet nodig je kind als het groter wordt voor te lezen uit de Cursus. Als je het voorleeft zal het vanzelf terechtkomen waar het terecht moet komen, op denkgeest niveau. Want als je het niet zelf voorleeft en aan wilt gaan voor jezelf, dan kan je net zo goed uit het telefoonboek voorlezen, want je zal altijd dat projecteren of uitbreiden wat jezelf gelooft en als waar aanneemt.
Toen mijn kinderen zo rond de tien jaar waren, toen ik met de Cursus begon, sloeg ik ze dan ook niet om de oren met de Cursus, maar heb ze bijvoorbeeld wel uitgelegd wat projectie is, dat is voor het ontwikkelen van een voor zover mogelijk gezond ego een erg handig hulpmiddel. Het leert ze bij zichzelf te blijven en niet altijd meteen alles en iedereen de schuld te geven buiten zichzelf, of zichzelf, en omdat ik dat ook zelf voorleefde, leerde ik tegelijkertijd ook.
En het was dan ook soms erg vermakelijk m’n kinderen af en toe te horen zeggen: “mam, je projecteert!’, ja en ze hadden gelijk en tegelijkertijd dacht ik, aha, ze weten hoe het werkt!
Dat is een mooie basis waar een kind iets mee kan tijdens zijn ontwikkeling tot een volwassen ego.
Uiteindelijk kan je niemand, en waarom zou je dat willen, dwingen de Cursus te doen of welk pad dan ook te volgen, de denkgeest vindt zelf zijn weg wel terug naar het terug herinneren in Eenheid, want die herinnering is en blijft altijd aanwezig in de denkgeest, omdat deze één is en daardoor automatisch altijd terugverlangt terug naar Eenheid, dat kan niet anders en dus is terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk.

En voor de rest leef je zelf voor wat het betekent een pad te volgen uit de zelfgeschapen gevangenis van zonde, schuld en angst, de onheilige drie-eenheid van de egodenkgeest. Onderwijzen wordt op die manier onderwijzen en leren tegelijkertijd.

%d bloggers liken dit: