archiveren

Tagarchief: vergevingskans

Om het proces van ECIW te volgen heb ik, je ,we, wij, zij in welke persoonsvorm dan ook, geen gelijkgestemden nodig.
Het enige wat nodig is om het (persoonlijke) script te volgen is de keuze voor onder leiding van wie ik het script wil volgen: ego (zonde, schuld en angst) of HG (Liefde).
Denk ik dat ik wel gelijkgestemden nodig heb om het proces van ECIW te kunnen volgen dan stap ik in de valkuil van de keuze voor ego (afscheiding). Ik kan als ik die gedachte bij mijzelf in de denkgeest waarneem opnieuw kiezen tussen ego of HG.
Kies ik wederom voor ego dan zal ik dat als ik dat wil herkennen in de uiterlijke weergaven van zonde, schuld en angst, zoals, vormen van boosheid, irritatie, teleurstelling, schaamte kortom het waarmaken van de uiterlijke weergave van mijn innerlijke toestand: de keuze voor ego, voor zonde, schuld en angst.
Ik zal dan bijvoorbeeld denken en geloven dat ik alleen met mensen moet omgaan die mij snappen en op één lijn zitten, en degene die dat niet doen vermijden en veroordelen of proberen over te halen net zo te denken als ik. Het ego is zeer bedreven in dat spelletje, de training tot waarnemer die bereid is dit waar te nemen dmv oefenen, oefenen en nog eens oefenen is echt een noodzaak.

Ben ik bereid, oftewel als de denkgeest eraan toe is, om naar mijn wens voor het nodig denken te hebben van gelijkgestemden te kijken zonder oordeel, als oordeelloze waarnemer olv HG, dan zal ik op een andere manier door de ervaring heen gaan van die uiterlijke weergave van mijn innerlijke toestand van het ego-script.
Ik zal ogenschijnlijk evengoed de ervaring hebben die zich in het script aandient, maar het niet persoonlijk nemen, het niet werkelijk maken, het niet beoordelen en het laten hergebruiken als vergevingsmateriaal en vergevingskans olv HG.

Het is niet “fout” om gelijkgestemden te zoeken en te vinden, want dat is zoals het zich aandient in het script. Ik kan alleen de functie ervan veranderen, die van ego functie: de wens tot afscheiding) , of die van Heilige Geest functie: de wens tot het terug herinneren in Éénheid, de Éénheid die nooit verbroken is geweest.

Het schijnbaar persoonlijke ego-script is al gespeeld, is al voorbij op het moment dat ervoor gekozen is (niet een keuze voor de vorm waarin het zich uit lijkt te spelen, maar de keuze voor ego (het geloof inzonde, schuld en angst) en herhaalt zich eindeloos telkens weer als ervoor ego gekozen wordt, elke seconde opnieuw. Alleen de keuze voor HG kan mij uit die mallemolen van het ego bevrijden.

De enige werkelijke Gelijkgestemdheid is de allesomvattende Éénheid “God Is”.

Elke projectie beeld een ego gedachte uit, want “De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. (…) ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:2,5).
Dat is de functie van alles en iedereen die “ik” een schijnbaar lichaam door schijnbare ogen denk en geloof te zien.
Ondertussen is het de denkgeest “mijn” denkgeest een schijnbaar afgescheiden fragment binnen de ene ego denkgeest, die zijn projecties van zonde, schuld en angst “ziet” uitgebeeld in een hologram bestaande uit beelden, die als enig doel hebben het doel van de egodenkgest, namelijk zonde schuld en angst projecteren teneinde afgescheiden te raken en te blijven van God te verbergen.

Ik dacht dit toen ik zo zat te denken over al die mensen en dingen en situaties om me heen waarvan ik de een wel leuk vind of aardig vind en de ander niet leuk vind en helemaal niet aardig. Het hele scale van houden van tot en met bittere haat en alle nuances die daar tussen zitten zie ik om mij heen in mijn levensscript uitgebeeld.
En dat valt dan allemaal onder “de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand”. Niet de wereld, mensen, dingen en situaties (projecties) zijn verantwoordelijk voor hoe mijn innerlijke toestand is, ze getuigen alleen van mijn (ego) keuze voor zonde, schuld en angst, met als enig doel afgescheiden te blijven van God, Liefde, Éenheid. En dien ten gevolgen moeten mijn projecties wel getuigen van alle vormen van zonde, schuld en angst, en spelen alle figuren in mijn leven (inclusief het figuurtje Annelies natuurlijk) het script van zonde, schuld en angst uit. Zodoende ervaar ik in mijn denkgeest (niet te verwarren met het brein) de pijn en het lijden, niet veroorzaakt door andere lichamen die ik wel of niet aardig vind, die mij wel of niet aanvallen, belagen of behagen, maar louter en alleen door mijn keuze op denkgeest niveau voor zonde, schuld en angst.

Zodra ik dit (wil) zien (want de weerstand tegen dit zien is groot, omdat het niet ‘mag’ worden gezien), en daardoor olv HG/J bereid ben te kijken valt dit hele illusoire zelf bedachte egodenksysteem door de mand.
Ik kan steeds duidelijker zien dat al die lastige, vervelende, bloed onder mn nagels halende, schattige, vriendelijke, hatelijke dealtjes sluitende speciale figuren (inclusief het figuurtje Annelies), dingen en situaties niet de functie hebben om mij te pesten, een hak te zetten, te bedriegen, te paaien maar een heel andere functie kunnen krijgen olv de HG/J keuze van mijn denkgeest.
Ze zijn (inclusief het figuurtje Annelies) ineens de oplossing geworden, de sleutel om de met opzet dichtgeslagen en dicht getimmerde door zonde, schuld en angst gebarricadeerde deur te doen laten oplossen in het niets…
Kortom door eerst terug te gaan naar de bron, de denkgeest, kan elke gedachte worden gezien als de “uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” en is nu van een afscheidingsgedachte verandert in een vergevingsgedachte en een vergevingskans tot het terug herinneren in Éenheid, God, Liefde.
Als natuurlijk gevolg daarvan leer ik geen enkele schijnbare aanval van “buitenaf” meer persoonlijk te nemen, maar nog wel “persoonlijk” in de zin van dat het niets anders zijn dan “de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand”, de innerlijke toestand van mijn denkgeest die voor ego of voor HG/J kan kiezen, de enige keuze die mogelijk is. Alle andere vormgerichte keuzes die ik schijnbaar denk en geloof te maken binnen het schijnbaar persoonlijke script zijn zonder uitzondering verborgen gehouden ego gedachtes.

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

De “echte vrijheid” om te kiezen is gelegen in de keuze te kiezen tegen het ego (de keuze voor zonde, schuld en angst, oftewel voor de onjuist gerichte denkgeest) en vóór de Heilige Geest (de keuze voor Liefde, Waarheid, Eénheid, God oftewel voor de juist gerichte denkgeest).

Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, binnen het concept: de droom, de illusie. Waarbij aanvaard wordt dat dan tegelijkertijd de keuze voor het egodenken volledig illusoir en daardoor volledig zinloos en onmogelijk is.

De enige overgebleven ware keuze, nog steeds binnen het concept van de droom, die van vóór Heilige Geest (juist gericht denken) is het logische gevolg van volledig oordeelloos inzien (doordat de (ego) angst verdwenen is) dat wordt ingezien dat de keuzen die tot nu toe gemaakt werden zonder waarde waren en alleen tot doel hadden af te scheiden van Waarheid, een onmogelijke en zinloze keuze, de keuze voor zinloze dromen van bedrog en illusies.

En het enige zinvolle wat overblijft aan de keuze voor het egodenken, zolang er nog ervaren wordt in de droom, is elke egogedachte+projectie als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien, en er op te vertrouwen dat de rest, de effecten vanzelf zullen volgen.

Als ik op wat voor manier dan ook in onvrede ben, van de kleinste irritatie, tot de grootste opwindingen van woede en alles wat daar tussen zit, is mijn vraag niet, (1) dit moet ophouden, maar is de uitnodiging hier (2) anders naar te leren kijken.
De eerste vraag: ‘dit moet ophouden’ is een ego vraag, want de vraag is alleen gericht op de vorm waarin de irritatie t/m de woede zich uit lijkt te spelen en die vraag gaat, als ik eerlijk durf te kijken, altijd gepaard met vormen van schuld en angst.
De tweede vraag: ‘ik wil hier anders naar leren kijken’, laat de irritatie en de woede voor wat het is, omdat dat niet de oorzaak is, en alleen een reminder is om terug te gaan naar de bron de denkgeest, daar waar ik eerst onbewust koos voor zonde, schuld en angst en nu de uitnodiging volg deze keuze te vergeven en open te staan voor ‘de andere manier’.
Vervolgens vul ik niet in hoe ‘die andere manier’ er uit moet zien, ik heb immers geen idee van wat voor mij en voor de ander het ‘beste’ is.

De liefdevolle benadering van HG is een hele andere benadering dan wat de egodenkgeest verstaat onder ‘liefdevol’.
En aangezien ik, die denkt en gelooft een lichaam te zijn in een wereld te midden van andere lichamen, dingen en situaties, en voor wie “Liefde van God” totale abstractie is, kan ik alleen dat herkennen binnen wat ik ken omdat ik het geloof. Dus ik heb het herkennen van mijn keuze voor zonde, schuld en angst nodig en dat kan ik alleen herkennen in wat ik ervaar binnen mijn geloof in zonde, schuld en angst, binnen het denkkader van de egodenkgeest.
Dit herkennen binnen het ervaren kan dan als ik daartoe bereid ben en de (keuzemakende/waarnemende) denkgeest eraan toe is, als vergevingsmateriaal en vergevingskans dienen. Wat vervolgens de uitkomst is van ware vergeving kan ik niet weten want ik weet immers niet wat in mijn hoogste belang is, dat gaat mijn beperkte ego denkvermogen ver te boven.
Ik kan natuurlijk zeggen dat Gods Liefde mijn hoogste belang is, dat is ook zo, maar nogmaals we hebben geen idee wat dat precies betekent. En de ego kant van de denkgeest zal altijd meteen als eerste klaar staan met precies te vertellen hoe de uitkomst er uit moet gaan zien. Het luisteren naar die zachtere altijd oordeelloze ‘stem’ van HG/J is iets wat geleerd dient te worden. En het vertrouwen in het geleerde zal groeien naarmate de bewijzen worden aanvaard door de bereid zijnde en er aan toe zijnde denkgeest.

Een tekst uit het Handboek voor leraren helpt mij altijd weer hieraan te herinneren:

“De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden
worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van
zijn spreken. Hij luistert en hoort en spreekt.

5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.4:7,5:1-9)

Elke gedachte, elke ervaring heeft, zodra deze zich aandienen eerst als doel afgescheiden te zijn en te blijven van Eenheid, van God, van Liefde. Door dit volledig te gaan leren doorzien, oordeelloos, zonder zonde, schuld en angst wordt dit doel omgekeerd, door elke gedachte, elke ervaring nu als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien en onvermijdelijk terug zal leiden naar de Bron die nooit verlaten is.

Ik ontdekte dat achter het zogenaamd gechoqueerd zijn, of beledigd zijn over wat iemand durft te zeggen zonder terughoudendheid, verborgen ligt dat ik eigenlijk zeg/denk dat ik niet wil kijken naar mijn eigen rechtstreekse gedachten, die precies hetzelfde zijn, als ik heel eerlijk durf te zijn, maar te ‘eng’, te ‘gevaarlijk’ lijken, om eerlijk oordeelloos onder ogen te zien. Want ze laten eigenlijk mijn door het ego goed verborgen wil tot afscheiding zien. Ik word dan ook niet boos, of beledigd (vormen van angst) van wegen de rechtstreekse uitspraken, en/of boos op een iemand die deze rechtstreekse uitspraken lijkt te doen. Ik word boos om zo mijn eigen weerstand, welke een bescherming is tegen Liefde (Eenheid, Waarheid) te beschermen. Boos of beledigd zijn is dus niet de reden en heeft niet het doel wat het lijkt te hebben, namelijk boos of beledigd zijn op of door iemand, of iets buiten mij. Het doel van mijn naar buiten gerichte boosheid, is mijn op mijzelf gerichte boosheid te verbergen, met daaronder weer verborgen het gebruiken van de emotie boosheid om mijn wens voor afgescheidenheid van Eenheid, van Liefde, van God in stand te houden.

Maar tegelijkertijd door dit te doorzien, kan het ook weer behulpzaam zijn door deze gedachten terug te nemen en te onderkennen dat het ‘mijn’ gedachten zijn over mijzelf, niet over mijzelf als lichaam, maar over de door mijzelf gekozen vormen van afscheidingsgedachten en dat ik deze gedachten=projecties ook kan vergeven.
(Les 5 en les 34)

Door te erkennen en te herkennen dat wat ‘ik’ in de zgn ander zie en of over de zgn ander denk, altijd over mij gaat, niet over een ‘mij’ als lichaam, maar over een ‘mij’ als denkgeest die kiest voor afscheidingsgedachten en verkiest te geloven in afscheidingsgedachten, leer ik werkelijk eerlijk en oordeelloos kijken, met als enig doel al mijn oordelen over anderen, dingen, situaties, mijzelf als vergevingsmateriaal en vergevingskans te laten hergebruiken.

De valkuil die onvermijdelijk ook onder ogen zal moeten worden gezien, is dat ik mijn boosheid probeer te maskeren, door de gedachte in te zetten dat ik niet boos mag worden, ik altijd liefdevol moet zijn, ook al kook ik van binnen van woede. En dat kan nog versterkt worden door de spirituele gedachte dat ik liefde ben, dus me ook als zodanig dien te gedragen.
Dit is alleen maar weer, zoals ik hierboven illustreer een vorm van niet eerlijk durven kijken, uit angst dat mijn egodenken ontmaskerd wordt en mijn muren van opgeworpen verborgen vormen van angst mij niet meer zullen beschermen tegen waar ze voor bedoelt zijn, namelijk in afscheiding te blijven ‘veilig’ buiten Eenheid, Waarheid, Liefde God te blijven.

De maten van werkelijk eerlijk kunnen kijken naar al mijn gedachten, noodzakelijk voor het vergevingsproces, loopt evenredig aan het minder worden van de schuld en de angst, die uitnodigt tot oordelen en in al mijn projecties terug te ‘zien’ is.
En de maten van eerlijk kunnen en willen kijken loopt ook evenredig aan het groeiende vertrouwen als eenmaal het resultaat van eerlijkheid en de bereidheid tot vergeven gezien en ervaren wordt.

Eerlijk kijken vanuit schuld en angst is onmogelijk, Ware Vergeving vanuit schuld en angst is onmogelijk.
Schuld en angst zijn er nu juist voor bedacht om eerlijk kijken te blokkeren. Want eerlijk kijken is de vijand van de egodenkgeest die enkel en alleen kan overleven dankzij het geloof in schuld en angst.
Kijken vanuit schuld roept alleen nog maar meer schuld en angst op.
Dus het minder worden van de blokkerende schuld en angst gedachten, die in elke gedachte aanwezig zijn, leid de denkgeest vanzelf uit de schuld en angst, het enige wat we als denkgeest daarvoor hoeven te ‘doen’ is eerlijk kijken naar elke gedachte en deze (ver)geven aan de Juist gerichte denkgeest kant van de denkgeest, die nog altijd verbonden is aan de herinnering van wat ‘we’ werkelijk zijn: Liefde.

Onschuld, angstloosheid, waarheid, eenheid, god, liefde, ‘spelen’ is niet wat ‘gedaan’ moet worden, het enige wat ‘gedaan’ kan worden is de bereidheid elke gedachte te vergeven, zonder resultaatgerichtheid in enige vorm, maar enkel in het groeiende vertrouwen dat als we, dat wat we ervaren alleen nog maar als vergevingsmateriaal en vergevingskans zien we automatisch terug herinneren in wat we Zijn, in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

<span>%d</span> bloggers liken dit: