archiveren

Tagarchief: vergevingskans

Iedere gedachte bevat de wil tot afscheiding, de keuze voor en het geloof in ego en de herinnering aan wat mijn keuze voor ego mij wil laten vergeten; de keuze voor en het geloof in HG.
Dit helpt enorm om elke gedachte, uit de schijnbare (met opzet) vorm chaos van projecties, terug te brengen naar zijn bron, de denkgeest de enige “positie” waar ik kan leren dat niet op de eerste plaats de vorm waarin deze keuze worden geprojecteerd er toe doet, maar de achterliggende keuze voor afscheiding. Alleen in die denkgeest positie kan er opnieuw gekozen worden, voor afscheiding (vergeten) of voor Herinneren.
Dit helpt ook om de vormen waarin de wens tot afscheiding geprojecteerd wordt niet meer in zijn vorm als zodanig serieus te nemen. Immers de projectie op zich is nooit wat deze lijkt te zijn. Allereerst is het een projectie, een soort filmbeeld en het wordt geprojecteerd om de achterliggende reden, de wil tot afscheiding van Één, te verbergen.
Mijn ego zal hier onvermijdelijk een reactie op geven (het ego is in elke gedachte aanwezig), maar al lerende dat het niet is wat het lijkt, dus niet echt of waar is, kan ik er ook beter met steeds minder wordende angst (angst=verdediging) naar leren eerlijk oordeelloos te kijken (=kijken olv HG/J), zodat de gedachte geschikt wordt als vergevingsgedachte en vergevingskans.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

De “echte vrijheid” om te kiezen is gelegen in de keuze te kiezen tegen het ego (de keuze voor zonde, schuld en angst, oftewel voor de onjuist gerichte denkgeest) en vóór de Heilige Geest (de keuze voor Liefde, Waarheid, Eénheid, God oftewel voor de juist gerichte denkgeest).

Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, binnen het concept: de droom, de illusie. Waarbij aanvaard wordt dat dan tegelijkertijd de keuze voor het egodenken volledig illusoir en daardoor volledig zinloos en onmogelijk is.

De enige overgebleven ware keuze, nog steeds binnen het concept van de droom, die van vóór Heilige Geest (juist gericht denken) is het logische gevolg van volledig oordeelloos inzien (doordat de (ego) angst verdwenen is) dat wordt ingezien dat de keuzen die tot nu toe gemaakt werden zonder waarde waren en alleen tot doel hadden af te scheiden van Waarheid, een onmogelijke en zinloze keuze, de keuze voor zinloze dromen van bedrog en illusies.

En het enige zinvolle wat overblijft aan de keuze voor het egodenken, zolang er nog ervaren wordt in de droom, is elke egogedachte+projectie als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien, en er op te vertrouwen dat de rest, de effecten vanzelf zullen volgen.

De enige echte ‘realistische’ wens is doorgaan met ten volle ervaren van wat zich voordoet, zonder het beter of slechter te maken door het te bezweren, te omhelzen of te ontkennen, maar door alles te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans. Meer valt er niet te doen.

 

Als ik op wat voor manier dan ook in onvrede ben, van de kleinste irritatie, tot de grootste opwindingen van woede en alles wat daar tussen zit, is mijn vraag niet, (1) dit moet ophouden, maar is de uitnodiging hier (2) anders naar te leren kijken.
De eerste vraag: ‘dit moet ophouden’ is een ego vraag, want de vraag is alleen gericht op de vorm waarin de irritatie t/m de woede zich uit lijkt te spelen en die vraag gaat, als ik eerlijk durf te kijken, altijd gepaard met vormen van schuld en angst.
De tweede vraag: ‘ik wil hier anders naar leren kijken’, laat de irritatie en de woede voor wat het is, omdat dat niet de oorzaak is, en alleen een reminder is om terug te gaan naar de bron de denkgeest, daar waar ik eerst onbewust koos voor zonde, schuld en angst en nu de uitnodiging volg deze keuze te vergeven en open te staan voor ‘de andere manier’.
Vervolgens vul ik niet in hoe ‘die andere manier’ er uit moet zien, ik heb immers geen idee van wat voor mij en voor de ander het ‘beste’ is.

De liefdevolle benadering van HG is een hele andere benadering dan wat de egodenkgeest verstaat onder ‘liefdevol’.
En aangezien ik, die denkt en gelooft een lichaam te zijn in een wereld te midden van andere lichamen, dingen en situaties, en voor wie “Liefde van God” totale abstractie is, kan ik alleen dat herkennen binnen wat ik ken omdat ik het geloof. Dus ik heb het herkennen van mijn keuze voor zonde, schuld en angst nodig en dat kan ik alleen herkennen in wat ik ervaar binnen mijn geloof in zonde, schuld en angst, binnen het denkkader van de egodenkgeest.
Dit herkennen binnen het ervaren kan dan als ik daartoe bereid ben en de (keuzemakende/waarnemende) denkgeest eraan toe is, als vergevingsmateriaal en vergevingskans dienen. Wat vervolgens de uitkomst is van ware vergeving kan ik niet weten want ik weet immers niet wat in mijn hoogste belang is, dat gaat mijn beperkte ego denkvermogen ver te boven.
Ik kan natuurlijk zeggen dat Gods Liefde mijn hoogste belang is, dat is ook zo, maar nogmaals we hebben geen idee wat dat precies betekent. En de ego kant van de denkgeest zal altijd meteen als eerste klaar staan met precies te vertellen hoe de uitkomst er uit moet gaan zien. Het luisteren naar die zachtere altijd oordeelloze ‘stem’ van HG/J is iets wat geleerd dient te worden. En het vertrouwen in het geleerde zal groeien naarmate de bewijzen worden aanvaard door de bereid zijnde en er aan toe zijnde denkgeest.

Een tekst uit het Handboek voor leraren helpt mij altijd weer hieraan te herinneren:

“De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden
worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van
zijn spreken. Hij luistert en hoort en spreekt.

5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.4:7,5:1-9)

Elke gedachte, elke ervaring heeft, zodra deze zich aandienen eerst als doel afgescheiden te zijn en te blijven van Eenheid, van God, van Liefde. Door dit volledig te gaan leren doorzien, oordeelloos, zonder zonde, schuld en angst wordt dit doel omgekeerd, door elke gedachte, elke ervaring nu als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien en onvermijdelijk terug zal leiden naar de Bron die nooit verlaten is.

Ik ontdekte dat achter het zogenaamd gechoqueerd zijn, of beledigd zijn over wat iemand durft te zeggen zonder terughoudendheid, verborgen ligt dat ik eigenlijk zeg/denk dat ik niet wil kijken naar mijn eigen rechtstreekse gedachten, die precies hetzelfde zijn, als ik heel eerlijk durf te zijn, maar te ‘eng’, te ‘gevaarlijk’ lijken, om eerlijk oordeelloos onder ogen te zien. Want ze laten eigenlijk mijn door het ego goed verborgen wil tot afscheiding zien. Ik word dan ook niet boos, of beledigd (vormen van angst) van wegen de rechtstreekse uitspraken, en/of boos op een iemand die deze rechtstreekse uitspraken lijkt te doen. Ik word boos om zo mijn eigen weerstand, welke een bescherming is tegen Liefde (Eenheid, Waarheid) te beschermen. Boos of beledigd zijn is dus niet de reden en heeft niet het doel wat het lijkt te hebben, namelijk boos of beledigd zijn op of door iemand, of iets buiten mij. Het doel van mijn naar buiten gerichte boosheid, is mijn op mijzelf gerichte boosheid te verbergen, met daaronder weer verborgen het gebruiken van de emotie boosheid om mijn wens voor afgescheidenheid van Eenheid, van Liefde, van God in stand te houden.

Maar tegelijkertijd door dit te doorzien, kan het ook weer behulpzaam zijn door deze gedachten terug te nemen en te onderkennen dat het ‘mijn’ gedachten zijn over mijzelf, niet over mijzelf als lichaam, maar over de door mijzelf gekozen vormen van afscheidingsgedachten en dat ik deze gedachten=projecties ook kan vergeven.
(Les 5 en les 34)

Door te erkennen en te herkennen dat wat ‘ik’ in de zgn ander zie en of over de zgn ander denk, altijd over mij gaat, niet over een ‘mij’ als lichaam, maar over een ‘mij’ als denkgeest die kiest voor afscheidingsgedachten en verkiest te geloven in afscheidingsgedachten, leer ik werkelijk eerlijk en oordeelloos kijken, met als enig doel al mijn oordelen over anderen, dingen, situaties, mijzelf als vergevingsmateriaal en vergevingskans te laten hergebruiken.

De valkuil die onvermijdelijk ook onder ogen zal moeten worden gezien, is dat ik mijn boosheid probeer te maskeren, door de gedachte in te zetten dat ik niet boos mag worden, ik altijd liefdevol moet zijn, ook al kook ik van binnen van woede. En dat kan nog versterkt worden door de spirituele gedachte dat ik liefde ben, dus me ook als zodanig dien te gedragen.
Dit is alleen maar weer, zoals ik hierboven illustreer een vorm van niet eerlijk durven kijken, uit angst dat mijn egodenken ontmaskerd wordt en mijn muren van opgeworpen verborgen vormen van angst mij niet meer zullen beschermen tegen waar ze voor bedoelt zijn, namelijk in afscheiding te blijven ‘veilig’ buiten Eenheid, Waarheid, Liefde God te blijven.

%d bloggers liken dit: