archiveren

Maandelijks archief: november 2009

 

12. Wat is het ego?

‘1. Het ego is afgoderij, het teken van een beperkt en afgescheiden zelf, geboren in een lichaam, en gedoemd te lijden en zijn leven te eindigen in de dood. Het is de ‘wil’ die de Wil van God als vijand ziet en een vorm aanneemt waarin die wordt ontkend. Het ego is het ‘bewijs’ dat kracht zwak is en liefde angstwekkend, dat leven in werkelijkheid de dood is en dat alleen waar is wat tegengesteld is aan God.

2. Het ego is waanzinnig. Vol angst staat het buiten het Alomtegenwoordige, los van het Al, en afgescheiden van het Oneindige. In zijn waanzin denkt het dat het God Zelf overwonnen heeft. En in zijn vreselijke autonomie ‘ziet’ het dat de Wil van God vernietigd is. Het droomt van straf en beeft voor de figuren in zijn dromen, zijn vijanden die eropuit zijn het te vermoorden voordat het zijn veiligheid zeker kan stellen door hen aan te vallen.

3. De Zoon van God is egoloos. Kan hij weet hebben van waanzin en de dood van God, wanneer hij in Hem verblijft? Kan hij weet hebben van lijden en verdriet, wanneer hij in eeuwige vreugde leeft? Kan hij weet hebben van angst en straf, zonde en schuld, haat en aanval, wanneer al wat hem omringt eeuwigdurende vrede is, voor altijd vrij van conflict en onverstoord, in de diepste stilte en rust?

4. De werkelijkheid kennen betekent het ego en zijn gedachten niet zien, en evenmin zijn werken, zijn daden, zijn wetten en zijn overtuigingen, zijn dromen, zijn hoop, zijn plannen voor zijn verlossing, en de prijs die het geloof daarin met zich meebrengt. In lijden uitgedrukt is de prijs voor het vertrouwen erin zo immens dat de kruisiging van Gods Zoon dagelijks in zijn verduisterd heiligdom wordt opgedragen, en er bloed moet vloeien voor het altaar waar zijn ziekelijke volgelingen zich klaarmaken om te sterven.

5. Maar één lelie van vergeving zal de duisternis veranderen in licht, en het altaar gewijd aan illusies veranderen in het heiligdom van het Leven zelf. En vrede zal voor altijd terugkeren in de heilige denkgeesten die God geschapen heeft als Zijn Zoon, Zijn woonplaats, Zijn vreugde en Zijn liefde, volkomen de Zijne, en volkomen één met Hem.’

(ECIW WdII.12.1-5)

dal-lake-kashmir   

 

 

Iedere vorm van relatie die we aangaan in deze wereld van de droom, heeft in eerste instantie als enig doel af te scheiden van God. Dus in elke relatie wordt speciale haat en speciale liefde uitgespeeld, op duizenden manieren of het nu om een speciale liefdesrelatie gaat tussen twee mensen, of een speciale haat relatie tussen twee mensen, of wat dan ook, elke vorm van strijd, dus ook als het eruit ziet als speciale liefde, heeft als doel afscheiding van wat werkelijk Liefde is; de Liefde van God.

Pas als wordt ontdekt dat speciale liefde en of speciale haat in welke vorm dan ook niet tot werkelijk blijvend onveranderlijk geluk leid, komt de vraag naar boven, of er misschien een andere weg moet zijn.

En dan krijgt de herinnering en het verlangen die nog altijd aanwezig zijn in de Zoon van God aan wat werkelijk Liefde is, weer een kans. En kunnen de symbolen voor deze herinnering: Heilige Geest en of Jezus worden ingezet. En kan de Zoon van God die dromen had van speciale liefde en haat, deze vergissing (ver)geven aan de Heilige Geest en of Jezus, zodat de herinnering weer helder wordt en de weg naar Huis, naar de Liefde van God weer zichtbaar wordt. En deze aan ‘de Hand’ van Jezus en of de Heilige Geest verder gegaan kan worden.

Zo worden alle relaties die we hebben in de droom omgezet van speciaal naar Heilig met als enig doel terugkeer naar Liefde.

In de praktijk gaat dat niet zonder slag of stoot, de weerstand van de ego-denkgeest en zijn verdediging door het inzetten van pijn en emoties zijn enorm en worden niet als makkelijk ervaren. Maar het is te doen, en uiteindelijk onvermijdelijk, zolang we maar inzien dat alles altijd met alles verbonden is, dat de Zoon niet afgescheiden kan zijn van zijn Vader, ook niet binnen een afscheidings droom van een ego-denkgeest.  En we de Heilige Geest en Jezus als de Troosters zien en de herinnering aan de Eenheid, met wiens hulp de kloof gedicht wordt die er in werkelijkheid nooit geweest is.

Op deze manier worden de symbolen van afscheiding, onze broeders, weer terug gebracht tot één Geest en dat geschenk geven we dus aan al onze broeders en aan ons zelf als we dát vergeven wat nooit heeft plaatsgevonden namelijk:  nachtmerries van afscheiding uitgespeeld in speciale haat/liefdes relaties.

 

c_v_earth_oceans

 

 

Het Werk speelt zich puur af in de denkgeest die waarneemt, en samenvalt met HG/J denkgeest. Het idee van een droom en de droomfiguren is teruggebracht tot louter en alleen nog functioneel als herinneringsmateriaal om te vergeven.

De denkbeeldige droom-kloof wordt zodoende volgestort met vergeven droom-materiaal, waardoor de droom-kloof zich sluit, omdat er nooit een kloof is geweest, tussen de Vader en de Zoon… een droom is een droom is een droom is een droom…..

de_kloof2

 

 

 

Als ik (als waarnemend denkgeest) de wil van mijn zelfgemaakte, bedachte zoon en van mijn zelfgemaakte vader, die onlosmakelijk verbonden zijn, maar in de droom afgescheiden lijken te zijn, en daardoor in een constante strijd verwikkeld lijken, vergeef, omdat het een illusionaire wil is, dus onmogelijk, ontwaakt de denkgeest in de Ware Vader Zoon Wil.

 

Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn. Laat me weten dat ik een Gevolg van God ben en dus het vermogen heb te scheppen zoals U. En zoals het is in de Hemel, zo ook op aarde. Uw plan volg ik hier, en ik weet dat U tenslotte Uw gevolgen samen zult brengen in de vredige Hemel van Uw Liefde, waar de aarde zal verdwijnen en alle afgescheiden gedachten zich glorievol zullen verenigen als de Zoon van God. (WdII.326.1)

 

 

 

IMG_2042

 

 

 

Niet God heeft lichamen en de wereld gemaakt maar ‘ik’ een nietig dwaas afgescheiden idee uit de Eenheid van God droomt dit. En uit een nietig dwaas idee kan niets anders komen dan een nietig dwaas idee.

Zoals uit de Waarheid niets anders kan komen dan Waarheid.

De enige weg uit het nietig dwaas idee, uit de droom, is het vergeven van dit alles.

Vergeven dat wat ik denk dat gebeurt is, en wat ik denk te zijn, een lichaam niet gebeurt kán zijn en derhalve niet waar is.

In de Eenheid van God is immers afscheiding niet mogelijk.

Het nietig dwaas idee is dus God een rol toekennen die hij niet kán volbrengen.

Die onmogelijke rol bestaat uit het waarmaken van het nietig dwaas idee. We trekken God de hel in en laten hem daar de rol vervullen van waarmaker van onze krankzinnige droom van afscheiding.

We eisen van hem dat hij alle overtuigingen die wij als blokkades tegen de Eenheid hebben opgesteld waar maakt.

Overtuigingen zijn de opdrachten die de ego-denkgeest geeft aan God, die uitgevoerd dienen te worden teneinde de Ware scheppende kracht van God en zijn Zoon weg te houden door deze voor te blijven uit angst ervoor.

 

Zo wordt de God van Eenheid, waar wij van zijn afgedwaald in een droom van afscheiding, een te hanteren angst doordat wij nu de macht hebben en hem vertellen wat hij moet doen, namelijk de afscheiding in stand houden.

Deze rol kan God onmogelijk vervullen, omdat het tegen zijn Wil is en tegen die van zijn Ene Zoon, ons ene Zelf.

Wij voelen dit doordat dit hele mechanisme van verdediging en aanval uitgevoerd door onze zelfbedachte nep-god (ego-god) ons uitput, het voelt tegennatuurlijk.

Maar we zijn zo verzonken in de droom dat we de roep van vrijheid, vrede en vreugde niet horen:

‘Zij die speciaal zijn, zijn allen in slaap, omgeven door een wereld van lieflijkheid die ze niet zien. Vrijheid, vrede en vreugde staan hier, naast de baar waarop ze slapen, en roepen hen toe tevoorschijn te komen en uit de droom des doods te ontwaken. Maar zij horen niets. Ze zijn verzonken in dromen van speciaalheid. Ze haten de roep die hen wekken wil, en vervloeken God omdat Hij hun droom niet tot werkelijkheid heeft gemaakt. Vervloek God en sterf, maar niet door de hand van Hem die de dood niet heeft gemaakt, maar enkel in de droom. Open je ogen een beetje; zie de verlosser die God jou gegeven heeft, opdat je hem zou kunnen zien en hem zijn geboorterecht terug zou kunnen geven. Het is het jouwe.'(T24.III.7:1-8)

Teneinde terug te kunnen keren in de Eenheid (waar we nooit zijn weggeweest) moeten we de droom vergeven, en moeten we God vergeven dat hij niet aan onze wensen heeft voldaan. Vergeven in de ware zin, van wat wij denken dat gebeurt is niet heeft plaatsgevonden, omdat het onmogelijk is in de Waarheid die God is, ondualistisch en héél.

‘Vergeef de grote Schepper van het universum – de Bron van leven, liefde en heiligheid, de volmaakte Vader van een volmaakte Zoon – jouw illusies van je speciaalheid. Dit is de hel die jij als je thuis verkoos. Hij heeft die niet voor jou gekozen. Vraag niet dat Hij hier binnentreedt. De weg naar liefde en verlossing is versperd. Maar als jij je broeder wilt bevrijden uit de diepten van de hel, heb je Hem vergeven wiens Wil het is dat jij voor eeuwig in de armen van de vrede rust, in volmaakte veiligheid, zonder de heetgebakerdheid en kwaadaardigheid van één enkele gedachte van speciaalheid die jouw rust verstoort. Vergeef de Hoogheilige de speciaalheid die Hij niet kon geven, en die jij in plaats daarvan hebt gemaakt.’ (T24.III.6:1-7)

Alleen binnen de droom werkt vergeving en heeft het een functie, in de Waarheid is vergeving vanzelfsprekend overbodig.

Lees meer over dit onderwerp op het blog van Rogier: http://rogierfvv.xanga.com/716863709/of-sleeping-beauty/?empty=true

 

 

sleeping-beauty-L

 

 

%d bloggers liken dit: