archiveren

Tagarchief: pijn

De “miscreaties” die wij de schepping van god noemen, welke zich lijken te manifesteren als “onze werkelijkheid”, zijn de miscreaties ten gevolgen van de keuze voor ego. Geboren uit het onmogelijke nietig dwaas idee dat afscheiding van God mogelijk is. Dat idee is zo onnatuurlijk dat het niet anders dan grote angst, pijn en lijden en een alles overheersend gevoel van schuld oproept. Een gevoel dat zo’n sterke aantrekkingskracht lijkt te hebben dat vergeten wordt wat de oorzaak ervan is; het geloof in een nietig dwaas onmogelijk idee, dat vervolgens wel schijnbaar waar wordt gemaakt, en geprojecteerd moet worden teneinde de pijn en de angst en de schuld ogenschijnlijk kwijt te raken. Iets wat lijkt te lukken, doordat er nu ineens schuld, angst en lijden buiten “mijzelf” wordt waargenomen, of in “mij” als lichaam, wat ook nog steeds een projectie is buiten de denkgeest.
ECIW zegt hierover:

Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard. 2Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. 3Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren. 4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen. 9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden. 10Maar de uitkomst is zo zeker als God.
T2.3:1-10)

En les 5 zegt dan: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dus de onverdraaglijke pijn die ik denk en geloof te ervaren wordt niet veroorzaakt door gebeurtenissen buiten “mij” als lichaam, de eindeloze kluwen totaal krankzinnige gebeurtenissen die wij de wereld noemen, maar door de krampachtig in stand gehouden onnatuurlijk wens tot afgescheiden willen zijn van God.
Die onmogelijke wil tot afgescheiden willen zijn van God is de oorzaak van alles, van alle ondraaglijke pijn en lijden en wordt veroorzaakt door slechts één beslissing gemaakt door de keuzemakende denkgeest.

En aan het maken van die onmogelijke keuze, keer op keer miljarden keren, komt op een gegeven moment een onvermijdelijk einde als de onvermijdelijkheid ervan wordt ingezien en er niet meer voor wordt gekozen en ook dat is slechts één keuze.
Dus daardoor wordt het mogelijk al die schijnbare miljarden keuzes en problemen terug te brengen tot één schijnbaar probleem (de keuze voor afscheiding), één oplossing (de keuze voor terug herinneren in God).
Meer valt er niet te doen, want de uitkomst is zo zeker als God.
Dit betekent in de praktijk binnen de droom, dat elke “speciale” droom van pijn, en lijden een andere functie kan krijgen. Niet meer de functie onder leiding van het ego, voor afscheiding van God, maar de functie tot het terug herinneren in God.
En die keuze is de enige keuze die gemaakt hoeft te worden in alle schijnbare situaties die pijn en lijden lijken te veroorzaken.

Het verslavingsgedrag van de egodenkgeest.

De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistische Geest.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houdt de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat “wij” zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist ook de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat; de keuzemakende denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de keuzemakendedenkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden dat het niet is wat het lijkt te zijn, en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest (de keuze voor “het andere”.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het leren oordeelloos onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voed en in stand houd.
En ‘ware vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving (ego) van en in de denkgeest op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen ware vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

… eigenlijk heeft iedereen die in een “hier” in tijd en ruimte als lichaam denkt en geloofd te zijn “Zelfmoord” gepleegd. Met nadruk op “denkt en gelooft” omdat het mechanisme van “geloven” er voor zorgt dat het ervaren in tijd en ruimte als lichaam als enige waarheid wordt gezien en daardoor (opzettelijk) totaal blind is voor dat het onmogelijk is “Zelfmoord” te plegen.
Door opzettelijk, onbewust blind te zijn voor dit vreemde, eigenlijk onmogelijke geloof ervaren we deze onmogelijke Zelfmoord niet als onmogelijk, maar projecteren de onmogelijkheid (welke onbewust moet blijven) als mogelijkheid binnen het idee van het ego-geloof, waardoor zelfmoord wel degelijk mogelijk lijkt. Sterker nog elk zogenaamd “leven” leidt binnen het ego-geloof regelrecht en onvermijdelijk tot de dood. In principe is dus elke binnen het ego-geloof onvermijdelijke “dood”, zelfmoord, of zelfdoding.
Ondertussen heeft het oorspronkelijk doel van het ego-geloof het Zelf te vermoorden, geen enkel effect op het Zelf.

Deze gedachten kwamen in mij op, toen ik een verhaal las van een moeder wiens zoon zelfmoord pleegde en waarbij dan de tranen over mijn wangen lopen. En ik wilde daar toch even naar kijken, want les 5 “Ik voel nooit onvrede [of verdriet] om de reden die ik denk” zit stevig verankerd in mijn denkgeest.
Emoties hebben tegenwoordig voor mij de betekenis en waarde van kiezen voor iets wat onmogelijk waar kan zijn, maar waar ik dan kennelijk toch voor kies het wel waar te laten lijken zijn, wat niets anders kan betekenen dan kiezen voor de ego kant van de denkgeest, oftewel kiezen voor afscheiding van het non-dualistische Zelf.

Door dit te willen zien en volledig toe te laten krijgen emoties een andere functie.
Niet meer het oorspronkelijke doel van het ego, namelijk als manier om de afscheiding toch waarheidsgehalte te laten krijgen, maar juist om terug te herinneren in het Zelf, middels ware vergeving.
Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”

Dit besef en het opnieuw maken van de keuze is “stil binnenwerk”. In de wereld van de droom, de geprojecteerde wereld van het ego-geloof, in die film, op dat toneel speelt zich schijnbaar een emotioneel drama af, maar tegelijkertijd, doordat het een andere functie heeft gekregen, neemt de denkgeest een andere beslissing. Daardoor verdwijnt de blokkade die tot doel heeft af te scheiden en komt de herinnering aan de oneindige ruimte welke we het Zelf kunnen noemen weer volledig terug.

Het lijden in de droom zal daardoor beslist dragelijker worden, daar het niet meer “persoonlijk” wordt genomen en geweten wordt dat niets ooit werkelijk kan sterven:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4)

Ik noem voortaan het afreageren van mijn eigen verborgen zonde, schuld en angst gedachten af-projecteren. Want dat is wat het mechanisme van afreageren op een ander of op iets eigenlijk is.
Onze ‘ogen’ zijn de hele dag en nacht naarstig op zoek naar vluchtwegen om maar niet te hoeven kijken naar onze eigen zonde, schuld en angst gedachten en daar is het egodenken geniaal in geworden, en daardoor moeilijk te onderkennen als zodanig.

Bovendien is het nogal ontluisterend en roept het ook weer meer zonde, schuld en angst gedachten op vermomd als gevoelens van woede, haat, verdriet, pijn, lijden enz., als we dit ego-denk-mechanisme in beeld krijgen. Het ego-denken zal er dan ook alles aan doen om ook deze ontmaskering te voorkomen, door alle vormen van ontkenning en dissociatie die we maar kunnen bedenken.

We doen aan af-projecteren om aan dat vreselijke gevoel dat zonde, schuld en angst met zich meebrengt af te raken, door het te projecteren en dan te ‘zien’ in iets of iemand anders zodat we deze de schuld kunnen geven van wat ‘mij’ lijkt te overkomen. Zo rolt de hele wereld over elkaar heen elkaar steeds de zonde, schuld en angst bal toespelend.
En we doen het allemaal, niemand uitgezonderd.
En als we het al niet buiten ons af-projecteren, projecteren we wel af op onszelf, wat ook weer gewoon een vorm van af-projecteren is, ook al lijkt het over onszelf te gaan. Het lichaam, het persoonlijke ‘ikje’ is immers ook een projectie, geprojecteerd door de denkgeest die gelooft dat deze een lichaam is en ook gemaakt is om dienst te doen om op af te projecteren.

Al dit af-projecteren dient als vluchtmiddel om aan Waarheid, Eenheid, Liefde, God te ontkomen. Alleen al als we dit ontdekken kunnen we de waanzin ervan inzien, want dan zal de onvermijdelijke vraag rijzen: WAAROM??!! Waarom doen we ons dit zelf aan?
En waarom stellen we deze uitstekende vraag? Omdat het een onmogelijke vraag is en door hem te stellen komt dat boven water en kan deze vraag onder de loep gehouden worden.
Daarmee is de verslaving aan het mechanisme af-projecteren nog niet in één keer over en uit. Nee, net als met een verslaving binnen het veld van de projecties, want het is ook weer niets anders dan af-projecteren, kost het moeite en tijd en vooral doorzettingsvermogen en wil om ervan af te kicken.

Al in hoofdstuk 2.III van ECIW lees ik:

Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard.
Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden. Maar de uitkomst is zo zeker als God

4. Geestelijke visie kan feitelijk geen vergissingen zien en zoekt alleen Verzoening. Alle oplossingen die het fysieke oog nastreeft verdwijnen.
Geestelijke visie kijkt naar binnen en constateert onmiddellijk dat het altaar ontwijd is en moet worden hersteld en beschermd. Zich volkomen van de juiste verdediging bewust negeert ze alle andere en kijkt voorbij vergissingen naar de waarheid. Door de kracht van haar visie maakt ze de denkgeest aan zich dienstbaar. Dit herstelt de macht van de denkgeest en maakt het hem steeds onmogelijker om uitstel te dulden, in het besef
dat het de pijn slechts nodeloos vermeerdert. Hierdoor wordt de denkgeest almaar gevoeliger voor wat hij vroeger gezien zou hebben als heel kleine steken van onbehagen.
(T2.III.3,4)

En wat ik als een verdere uitleg hiervan versta in hoofdstuk 18.IX:

Vanuit de wereld van lichamen, door krankzinnigheid gemaakt, lijken krankzinnige boodschappen teruggestuurd te worden naar de denkgeest die haar gemaakt heeft. En deze boodschappen getuigen van deze wereld, en verklaren haar waar. Want jij hebt deze boodschappers uitgezonden om dit bij jou terug te brengen. Alles wat deze boodschappen je doorgeven is volstrekt uiterlijk. Er zijn geen boodschappen die spreken van wat onder de oppervlakte ligt, want het lichaam kan hiervan niet spreken.
Zijn ogen nemen het niet waar, zijn zintuigen hebben er geen enkele notie van, en zijn tong kan zijn boodschappen niet doorgeven. Maar God kan jou daar wel brengen, als je bereid bent de Heilige Geest door schijnbare verschrikking heen te volgen, en erop vertrouwt dat Hij je niet in de steek laat en jou daar achterlaat. Want het is niet Zijn bedoeling – maar alleen de jouwe – om jou angst aan te jagen. Jij komt ernstig in de verleiding Hem bij de buitenste kring van de angst in de steek te laten, maar Hij wil
je er veilig doorheen en ver aan voorbij leiden.
De cirkel van angst ligt net onder het niveau dat het lichaam ziet, en lijkt
het hele fundament te zijn waarop de wereld rust. Hier bevinden zich al de illusies, de vervormde gedachten, de waanzinnige aanvallen, de woede, de wraak en het verraad, die gemaakt werden om de schuld te verankeren, zodat daaruit de wereld kon ontstaan die hem verborgen moest houden. Zijn schaduw stijgt voldoende naar de oppervlakte om te zorgen dat zijn meest uitwendige verschijningsvormen in het duister blijven en daar wanhoop en eenzaamheid zaaien, en maken dat het daar vreugdeloos blijft. De intensiteit van de schuld wordt echter versluierd door zijn zware omhulsels, en blijft gescheiden van dat wat werd gemaakt om hem verborgen te houden. Het lichaam kan dit niet zien, want het lichaam ontstond hieruit om hem te beschermen door hem aan het oog te onttrekken.
De ogen van het lichaam zullen hem nooit te zien krijgen. Maar ze zullen wel zien wat hij dicteert.

5. Het lichaam zal de boodschapper van schuld blijven, en zal handelen zoals hij dat bepaalt, zolang jij gelooft dat schuld realiteit is. Want de realiteit van schuld is de illusie die hem zwaar, ondoorzichtig en ondoordringbaar lijkt te maken, en een reëel fundament voor het denksysteem van het ego. Zijn ijlheid en doorzichtigheid zijn niet duidelijk tot je het licht erachter ziet. En dan zie je dat hij een tere sluier is voor het licht.

6. Deze schijnzware barrière, deze kunstmatige bodem die wel een rots lijkt, is als een laaghangende donkere wolkenbank die een massieve muur lijkt te vormen voor de zon. Haar ondoordringbare voorkomen is een en al illusie. Ze wijkt zachtjes voor de bergtoppen die erbovenuit rijzen, en heeft niet de minste macht iemand tegen te houden die de wil heeft erbovenuit te klimmen en de zon te zien. Ze is niet sterk genoeg om een speld te stoppen in zijn val, of om een veertje te dragen. Er kan niets op rusten want het is slechts een illusie van een fundament. Probeer haar maar eens aan te raken en ze verdwijnt; poog haar te grijpen, en je handen houden niets vast.

7. Toch is het makkelijk in deze wolkenbank een hele wereld te zien verrijzen.
Een massieve bergketen, een meer, een stad; dit alles verrijst in je verbeelding, en vanaf de wolken komen de boden van jouw waarneming bij je terug, en verzekeren jou dat het er is. Gedaanten komen duidelijk naar voren en bewegen zich in het rond, handelingen lijken echt, en vormen verschijnen en verschuiven van lieftalligheid naar het groteske. En heen
en weer gaat het, zolang jij het kinderspel van doen alsof wilt spelen.
Maar hoelang jij het ook speelt en hoeveel verbeelding je er ook in stopt, je verwart het niet met de wereld daarbeneden, en probeert het ook niet werkelijk te maken.

8. Zo zou het ook horen te gaan met de donkere wolken van schuld die evenmin ondoordringbaar, en even weinig substantieel zijn. Je zult je er niet aan bezeren wanneer je erdoorheen reist. Laat jouw Gids jou hun niet-substantiële aard leren terwijl Hij jou eraan voorbij leidt, want daaronder bevindt zich een wereld van licht waarop ze geen schaduwen werpen.
Hun schaduwen liggen op de wereld achter ze, nog verder weg van
het licht. Maar hun schaduwen kunnen niet van ze vandaan vallen naar
het licht.

9. Deze wereld van licht, deze kring van helderheid is de werkelijke wereld,
waar schuld vergeving ontmoet. Hier wordt de buitenwereld met nieuwe ogen gezien, zonder de schaduw van schuld eroverheen. Hier ben je vergeven, want hier heb jij iedereen vergeven. Hier is de nieuwe waarneming, waarin alles helder en stralend van onschuld is, gewassen in de wateren der vergeving, en gezuiverd van iedere slechte gedachte die jij eroverheen hebt gelegd. Hier is er geen aanval op Gods Zoon, en ben jij welkom.
Hier ligt jouw onschuld te wachten om jou te kleden en te beschermen,
en je gereed te maken voor de laatste stap van je reis naar binnen.
Hier worden de donkere en zware gewaden van schuld afgelegd, en met
zachtheid vervangen door zuiverheid en liefde.

10. Maar zelfs vergeving is niet het einde. Vergeving maakt weliswaar lieflijk, maar ze schept niet. Ze is de bron van genezing, maar slechts de gezant van de liefde, niet de Bron daarvan. Hier word je heengeleid, zodat God Zelf ongehinderd de laatste stap kan zetten, want hier staat niets de liefde in de weg, maar laat haar zichzelf zijn. Een stap voorbij deze heilige plaats van vergeving, een stap die nog verder naar binnen leidt, maar een die jij niet kunt zetten, voert jou naar iets volkomen anders. Hier is de Bron van het licht, waar niets wordt waargenomen, vergeven of herschapen. Maar waar louter wordt gekend.

11. Deze cursus zal tot kennis leiden, maar kennis zelf valt nog steeds buiten
het bestek van ons leerplan. Ook is het geenszins nodig dat we proberen te spreken over iets wat voor eeuwig noodzakelijkerwijs voorbij alle woorden ligt. We hoeven ons alleen te herinneren dat al wie de werkelijke wereld bereikt – en verder kan het leren niet gaan – daaraan voorbij zal gaan, maar op een andere wijze. Waar het leren eindigt begint God, want het leren eindigt ten overstaan van Hem die totaal is waar Hij begint, en waar
geen einde is. Het is niet aan ons stil te blijven staan bij wat niet verworven kan worden. Er is te veel te leren. De gereedheid voor kennis dient eerst nog te worden verworven.

12. Liefde wordt niet geleerd. Haar betekenis ligt in haarzelf. En jouw leren eindigt wanneer je hebt ingezien wat ze allemaal niet is. Dat is de belemmering; dat is wat ongedaan moet worden gemaakt. Liefde wordt niet geleerd, want er is nooit een tijd geweest waarin jij haar niet hebt gekend.
Leren is nutteloos in de Tegenwoordigheid van je Schepper, wiens erkenning van jou en de jouwe van Hem alle leren zover overstijgt, dat al wat je geleerd hebt zonder betekenis is, en voor eeuwig vervangen is door de kennis van de liefde en haar ene betekenis.

13. Jouw relatie met je broeder is uit de wereld der schaduwen weggerukt, en haar onheilige bedoeling is veilig door de hindernissen van schuld heen geloodst, met vergeving gereinigd, en is stralend en stevig geworteld in de wereld van het licht gezet. Vandaaruit roept ze jou op de koers te volgen die zij genomen heeft, die haar hoog boven het duister heeft uitgetild en zachtjes voor de poorten van de Hemel neergezet. Het heilig ogenblik
waarin jij en je broeder werden verenigd is slechts de gezant van de liefde, van voorbij vergeving gezonden om jou te herinneren aan al wat erachter ligt. Toch is vergeving het middel waardoor het zal worden herinnerd.

14. En wanneer de Godsherinnering in de heilige plaats van vergeving tot jou is gekomen, zul jij je niets anders herinneren, en zal de herinnering zelf even nutteloos geworden zijn als leren, want jouw enige doel zal scheppen zijn. Maar dit kun je niet weten voordat alle waarneming gereinigd en gezuiverd, en tenslotte voorgoed opgeheven is. Vergeving heft alleen het onware op, licht de schaduwen van de wereld en draagt die in haar zachtmoedigheid veilig en zeker naar de heldere wereld van een nieuwe en zuivere waarneming. Daar ligt nu jouw doel. En daar wacht jou vrede.
(T18.IX.3-14)

 

%d bloggers liken dit: