Alles wat gedacht is, wordt en gedacht zal worden, wordt, is en zal ook geprojecteerd worden. Alle gedachtes ooit gedacht bij elkaar vormen het grote ene ego- projectie-sprookjesboek van de wereld.
Geen enkele gedachte gaat verloren. Je kunt wel zeggen dat iets niet bestaat of niet kan, maar als het gedacht wordt, wordt het ook geprojecteerd. Zo zijn dat wat als “ik” en “jij” ervaren wordt ook een geprojectreerde gedachte. En ook de bewering dat het niet kan of bestaat wordt geprojecteerd en dan bestaat het ook niet voor je.
Zo werkt nu eenmaal het denksysteem van de egodenkgeest; bedenk een wereld om je achter te verstoppen en verstop ook dat het de egodenkgeest is die dit wil en doet, zodat het lijkt alsof er miljoenen aparte deeltjes; mensen, dieren, dingen situaties zijn die los van elkaar staan en hun eigen portie geprojecteerd (denk)materiaal hebben.
Zo blijft ook het feit dat er ook maar één egodenkgeest is die dit alles veroorzaakt verborgen en ook wordt onzichtbaar dat er maar één idee van afscheiding achter dit hele ego-projectie-sprookjesboek van de wereld zit.

Ik zag net een flits uit een programma op tv over het wel of niet bestaan van Aliens en de bewijzen daarvoor die in alle culturen over de hele wereld worden gevonden en die er het zelfde uitzien, dezelfde soort rotstekeningen dezelfde eeuwen overgedragen verhalen met bewijzen dat de mens waarschijnlijk hier is gekomen vanaf een andere plaats in de ruimte enz. Dit zijn allemaal geprojecteerde gedachtes en net zo echt, dus onecht, als alles wat we denken en projecteren. Dus ze staan allemaal in het grote-ego-projectie-sprookjesboek en geprojecteerde gedachtes blijven het, niets meer en niets minder dan dat.
Het heeft dus geen zin te bewijzen of het waar is of niet, want het zijn geprojecteerde egodenkgeest gedachtes dus illusies en dus ‘waar’ alleen binnen de illusie, maar in het grote geheel van de Waarheid alleen maar onwaar.
Dus binnen de sprookjes van de illusie is het allemaal waar, want het is gedacht en dus uit-geprojecteerd, de film van de egodenkgeestprojector.
Alle verhalen zijn allemaal net zo ‘waar’ als elk verhaal wat we nu op dit moment denken en projecteren, in die zin is er geen verleden of toekomst er is steeds alleen maar dat ene “nu” idee wat uiteenspat in miljoenen variaties en verhalen. En zo wordt het sprookjesboek van de wereld steeds dikker en vormt een dikke gedachte-muur van ruimte en tijd als verdediging tegen de Waarheid.

Als we in deze sprookjes geloven en ze als waar zien binnen het kader van de egodenkgeest zijn we als kleine kinderen die in sprookjes geloven.
Geven we de ego-sprookjes en ons geloof erin aan HG/J denkgeest dan gaan we als (spiritueel)volwassenen ánders kijken naar al die sprookjes en zien dan de symboliek erachter en dán kan het ook gezien worden als hulpmiddel om via het ándere denken en ware vergeving terug te herinneren in Waarheid.

Even een filosofisch gedachte blokje om in de denkgeest, niet wetende wat er om de volgende bocht zal opdwarrelen in het denken.

Neem even aan dat wat de ‘ik’ nu ervaart een gedachte is, een gedachte gedacht door de denkgeest die deze gedachte denkt en projecteert, zodat er in de gedachte een denk-beeld opdoemt, nog steeds gedacht door de gedachte die denkt. De ‘ik’ kan dan niets anders zijn dan ook een gedachte, gedacht door de gedachte die denkt en projecteert.
Maar wat is de gedachte dan, wat is de denkgeest die denkt?
Het lichaam? Nee natuurlijk niet, want het lichaam is een gedachte van de gedachte die denkt. En een gedachte blijft een gedachte een gedachte verandert nooit in iets anders dan een gedachte. Gedachten zelf zijn veranderlijk, dus projecties (welke ook gedachten zijn en niets anders) ook. Gedachten verlaten nooit hun bron de denkende denkgeest. Gedachten kunnen nooit veranderen in autonome los van de gedachte staande vormen, zoals de wereld, lichamen, dingen en situaties.
Alles is dus alleen maar gedachte, gedacht door de denkgeest die alleen in staat is te denken/projecteren. Nogmaals, projecties zijn 100% gedachten.
Zijn gedachten dan ‘echt’, ‘waar’?
Nee, als ik voorgaande gedachtegang logisch doortrek, dan zijn gedachten ook niet ‘echt’, niet ‘werkelijk’. Waar komen gedachten dan vandaan?
Uit de gedachte dat het mogelijk is te denken dat gedachten waar zijn.
En zo zit de gedachte gevangen in een gesloten gedachten systeem, dat zichzelf in stand houd door zijn eigen gedachten.
En de gedachte kan hier niet mee stoppen, want dan verdwijnt de gedachte in het ophouden van de gedachte, wat nog steeds een gedachte is…

Dit gaat verder dan “wat zou ik zijn zonder deze of deze gedachte”.
Want dan wordt er nog vanuit gegaan dat er een ‘iets’ (ik) is wat iets denkt en daardoor denkt te bestaan.
Wat echter, zou de gedachte zijn zonder de gedachte…
En dan staat de gedachte op het randje van zijn zelf bedachte gedachte wereld, een bedachte gedachte wereld, gedacht met maar één doel, een gedachte zijn en blijven.
De gedachte houdt zichzelf in stand door zijn eigen gedachte en bedachte gedachten en de vraag “wat zou de gedachte zijn zonder gedachte”, roept enorme weerstandsgedachten op.
Waarom? Omdat de gedachte (denkgeest) zonder gedachte niet meer de gedachte kan hebben dat er een gedachte is…

De gedachte die op dit gedachtepunt uitkomt zal er alles aan doen de gedachte gaande te houden om de gedachte, dat er ook geen gedachte is die denkt, dus ook geen denkgeest die denkt, te ontlopen. Daarom komt elke gedachte die gedacht wordt door de denkgeest die denkt dat hij bestaat omdat deze denkt, voort uit angst, vermomd in miljarden gedachte variaties hiervan, welke alleen maar gedacht worden als verdediging tegen het verdwijnen van gedachten…
En dan staat de gedachte aan die afgrond van angst. Een afgrond welke ook een gedachte is bedacht door de gedachte zelf, niet als waarschuwing of als uitnodiging om wel of niet te springen, maar als wederom een gedachte om de gedachte in stand en gaande te houden.

Er is dus ook geen denkgeest die gedachte heeft, dan alleen in de denkgeest die denkt gedachten te hebben en zichzelf daarmee denkt in stand te houden.
Een niet bestaande perpetuum mobile van gedachten…
Hoe daar een einde aan komt?
Wie/wat stelt deze vraag?
Dat kan niets anders zijn dan de gedachte die met deze vraag het perpetuum mobile van gedachten in stand wil houden.

“Er is geen wereld!” (WdI.132.6:2)

Aangezien de egodenkgeest kant van de ene denkgeest ook onvermijdelijk de Cursus doet, want hoe zou dat anders kunnen als er altijd maar één denkgeest is, kan het niet anders dan dat de ego (onjuist-gerichte) kant van de ene denkgeest precies het tegenovergestelde denkt van het oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest (Juist-gerichte) kant van de ene denkgeest.
Dit lijkt het non-dualisme van één tegen te spreken, maar dat lijkt maar zo, omdat in werkelijkheid de ene denkgeest niet is opgesplitst in een onjuiste en juiste denkgeest waar tussen gekozen kan worden, maar in de droom van afscheiding, zoals wij “de wereld” ervaren lijkt dat wel zo. En dit wordt door ECIW gebruikt als uitgangspunt, en als leermiddelen, om ons te kunnen bereiken daar waar we denken en geloven te zijn, zodat we het kunnen begrijpen.

Oordeelloos kijken vanuit de egodenkgeest kant van de denkgeest is:
Mijzelf de persoon Annelies, de opdracht geven dat ik niet mag oordelen. Elke keer dat er een oordeel op dreigt te komen, zeg ik tegen mijzelf, ‘foute boel, mag niet, brr, wat een gênante gedachte, au, ik wil en kan er niet naar kijken, ik schaam me dood! De ander is onschuldig en kijk mij nu eens foute gedachten hebben over die persoon. Ik zit fout door toch een oordeel te hebben over de ander. Ik ben een sukkel, ik ben in en in slecht, wie heeft nu zulke vreselijke gedachten?’
Ik oordeel over het oordeel en veroordeel het.
En zo besluit ik vanuit de (schijnbare, illusionaire) egokant keuze van de denkgeest:
‘Ok, help! Hoe raak ik dit vreselijke oordeel kwijt zodat ik weer oordeel-loos (zonder oordeel, oordeel-vrij) wordt. Ik geef dit oordeel snel aan jou Jezus, want jij verzamelt oordelen, je bent er zelfs dol op, je houdt van lijden en neemt dat graag van mij over, jij weet er wel weg mee, ben ik ervan af, zand erover, klaar, niet meer aan denken, opgelost’.
En alsof mijn oordeel een op scherp staande handgranaat is die elk moment af kan gaan en mij zal doden geef ik mijn oordelende, zondige, schuldige, angstige gedachten snel door aan Jezus. Het oude ‘Jezus is voor onze zonden gestorven’ verhaal dus; de ik-persoon Annelies, die al haar oordelen doorgeeft aan de historische Jezus van de verhalen, die nu als geest buiten mij rond zweeft en nog steeds wonderen verricht zoals in de bijbel. Als hij mij ten minste hoort, of genegen is mij aan te horen, laat staan te helpen, want ik ben niet de enige die op de wachtlijst staat.
Op die manier van m’n oordeel afkomen, oordeel-loos, oordeel-vrij raken, voelt even als een opluchting, want het lijkt of ik, Annelies, het oordeel kwijt ben, ik ben weer oordeel-loos, oordeel-vrij, dank zij de wonderdoener Jezus, die zo vriendelijk is mij het persoontje Annelies te genezen door haar te verlossen van haar geprojecteerde oordelen (zonde, schuld en angst). Maar dat lijkt maar zo, eigenlijk ben ik het alleen tijdelijk kwijt, ‘vergeten’, dankzij de hulp van een Jezus die mijn oordelen, zonde schuld en angst door de vingers ziet en mij voor nu even vergeeft tot ik weer de fout inga.
Ik heb oordelend gekeken naar oordeelloosheid.
Zo werkt oordeelloos kijken via de egodenkgeest kant van de denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest is:
Kijken vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant van de ene denkgeest.
Ik zie vanuit die positie dat ik een oordeel heb over iemand, maar ik besef dat ik dat oordeel niet ben, er vindt geen volledige identificatie, geen het persoonlijk nemen meer plaats.
Er is geen persoon Annelies die oordeelt, er is het besef dat het de denkgeest is die een oordeel heeft en deze projecteert.
Ik ontken het oordeel niet, stop het niet weg, verander het niet, kijk ernaar precies zoals het zich voordoet, inclusief de emoties en de pijn.
Ik kijk naar mijn oordeel en oordeel niet over het oordeel als manier om oordeel-loos, oordeel-vrij te worden.
Ik hoef mezelf niet oordeel-loos, oordeel-vrij te maken, ik kijk gewoon rustig naar het oordeel.
En besef dat het oordeel dat ik over de ander heb helemaal niet over een ander lichaam gaat, en ook niet over mijzelf als lichaam.
Het oordeel gaat helemaal niet over iets wat zich buiten mij lijkt af te spelen.
Het oordeel speelt zich af in de denkgeest en heeft als enige functie een schijnbare afscheiding te bewerkstelligen in de ene denkgeest.
Iets wat onmogelijk is.
En de functie van projectie is om de onmogelijkheid van afscheiding aan het ‘oog’ te onttrekken, door er een muur van beelden (projecties) voor te zetten, zodat afgescheidenheid, verschillen, toch mogelijk lijken te zijn.
En zo lijken er lichamen te zijn die van elkaar verschillen, en verschillen zien vraagt om oordelen. Werkelijk oordeelloos zijn én tegelijkertijd lichamen zien, gaat niet samen. Lichamen zijn projecties ontstaan uit oordelen vanuit de denkgeest die in afscheiding gelooft.

Een oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest vraagt ook niet om hulp aan een historische Jezus of een Heilige Geest die ergens buiten ‘mijn’ lichaam is.
Oordeelloos kijken vraagt hulp aan de oordeelloze denkgeest kant en die oordeelloze kant van de denkgeest kan ik symbolisch Jezus noemen en of de Heilige Geest, of een ander symbool wat voor mij staat voor oordeelloosheid en Liefde.
Oordeelloos kijken ziet geen schuld, geen zonde veroorzaakt door iets buiten de denkgeest.
Het kijkt en doet niets, het neemt het oordeel terug in de denkgeest, waar het begon en waar het vergeven kan worden en oplossen in Liefde.

Resumerend:
Het oordeelloos kijken van de egodenkgeest is oordeel-loos worden door niet te kijken. Het oordeel verdwijnt daardoor niet maar verschuilt zich achter de ontkenning van het oordeel of het juist veroordelen van het oordeel, waardoor de zonde, schuld en angst alleen maar versterkt worden, wat precies ook het doel is voor de keuze voor ego.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest denkgeest is oordeel-loos worden door wel te kijken en het oordeel precies zoals het is inclusief de daaraan verbonden projectie terug te nemen in de denkgeest en te onderkennen dat het allemaal zelf bedacht is, met als enig doel afgescheiden te willen zijn van Liefde, God, Éénheid. Vergeving van dit nietig dwaas idee helpt mij terug te herinneren in Liefde.

Liefde is weigeren nog langer de eigen projecties van haat (=angst) serieus te nemen en ze alleen nog als vergevingsmateriaal te zien en als symbool voor “kies opnieuw” te laten hergebruiken door Liefde (HG) inplaats van door angst (ego).
Keuzes vinden niet plaats in de wereld van projecties, maar in de denkgeest en daar zijn maar 2 keuzemogelijkheden: angst of Liefde, en waarvan er maar één Waarheid vertegenwoordigt.


Reincarnatie, is een verschijnsel binnen de ego-droom, dus afgescheiden van Waarheid.
Wat betekent dat reincarnatie, omdat het zich binnen het ego verhaal afspeelt als enig doel heeft de afscheiding van Één, van God, van Liefde instand te houden.
Dit geconstateerd hebbende volgt logischergewijs daaruit dat de ongenezen denkgeest die nog steeds in zonde, schuld en angst geloofd niet anders kan dan dit geloof uitbreiden en opnieuw verdwaald raakt in een ander ego-verhaal.
Totdat uiteindelijk, onvermijdelijk dit hele onnatuurlijke, onmogelijke afscheidingsmechanisme wordt doorzien en de ongenezen denkgeest klaar is om te genezen en zich zijn natuurlijke staat weer zal herinneren.

De kunst tevens het leerproces, realiseer ik me net weer, is op de aller eerste plaats een gedachte te herkennen als zijnde komende van mijn keuze voor ego (voor afscheiding). Ik merk dat ik nog steeds zo gewend ben aan gedachtes die op de een of andere manier altijd nog doordrenkt zijn van het geloof in zonde, schuld en angst dat ze er nog steeds onopgemerkt tussendoor glippen en ik “vergeet” ze te herkennen als ego gedachtes. Wat natuurlijk precies de bedoeling is van het inzetten van egodenkgeest en:

 “3Luidkeels  maant  het ego jou  niet  naar  binnen te kijken,  want  als je dat doet zullen je ogen  op  zonde  stuiten, en  zal God jou  met blindheid  slaan.  4Dit is wat jij gelooft, en dus kijk  je  niet. 5Maar dit is  niet  de verborgen angst van het  ego, noch die van jou die daar dienstbaar aan  is.  6Luidkeels, inderdaad, verkondigt het  ego dat  het  dit wel is; te luid en te vaak. 7Want onder dit  constante  geschreeuw en die uitzinnige bewering  is  het ego  er niet zo zeker van dat  dit wel zo is. 8Achter  jouw angst om vanwege de  zonde naar binnen te  kijken, gaat  nog een andere angst schuil,  en  wel een die het  ego  doet sidderen en beven”
(T21.IV.2:3-8).

En dan is er ineens weer het besef dat als ik alleen maar naar zo’n ego gedachte kijk (vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest positie) ik ineens zijn functie helder zie/voel; het heeft de functie “iets” te verbergen dat ik niet “mag/wil” zien, het is echt als een sluier dat iets afdekt. En omdat het vervelend voelt die ego gedachte werkt dat “het niet mogen zien” heel effectief. Daarom is bij die ego gedachte blijven en er rustig naar kijken zo belangrijk, niet wegkijken, niet veranderen, maar gewoon kijken, de rest zal volgen…:

“3.Wat als je naar binnen keek  en geen zonde zag? 2Deze  ‘beangstigende’ vraag is er een die  het  ego  nooit  stelt.  3En jij die  ze nu wel stelt  vormt een te ernstige bedreiging  voor het verdedigingssysteem van  het ego dat het zich er nog druk om maakt  te veinzen dat het jouw vriend is”
(T21.IV.3:1-3).

LES 62
Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld.

1.Jouw vergeving zal de wereld van duisternis voeren naar het licht. 2Jouw vergeving laat je het licht herkennen waarin jij ziet. 3Vergeving is de demonstratie dat jij het licht van de wereld bent. 4Via jouw vergeving keert de waarheid over jezelf in je herinnering terug. 5Daarom ligt jouw verlossing in je vergeving.

2.Illusies over jezelf en de wereld zijn een en hetzelfde. 2Daarom is alle vergeving een geschenk aan jezelf. 3Je doel is te ontdekken wie jij bent, omdat jij je Identiteit verloochend hebt door de schepping en haar Schepper aan te vallen. 4Nu leer jij hoe je je de waarheid weer kunt herinneren. 5Want deze aanval moet door vergeving worden vervangen, zodat gedachten van leven in de plaats kunnen komen van gedachten van dood.

3.Vergeet niet dat je bij elke aanval een beroep doet op je eigen zwakheid, terwijl je telkens als je vergeeft een beroep doet op de kracht van Christus in jou. 2Begin je dan niet te begrijpen wat vergeving jou brengen zal? 3Ze zal elk gevoel van zwakte, spanning en vermoeidheid uit je denkgeest verdrijven. 4Ze zal alle angst en schuld en pijn wegnemen. 5Ze zal je opnieuw bewust maken van de onkwetsbaarheid en kracht die God Zijn Zoon geschonken heeft.

4.Laten we deze dag zowel van harte beginnen als eindigen met het oefenen van het idee van vandaag, en het zo vaak mogelijk de hele dag door gebruiken. 2Het zal helpen deze dag voor jou zo gelukkig te maken als God wil dat jij bent. 3En het zal hen die in je omgeving zijn, alsook hen die in tijd en ruimte ver weg lijken, helpen dit geluk met jou te delen.

5.Zeg vandaag zo vaak je kunt tegen jezelf – en doe daarbij als dat kan je ogen dicht:

2Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld. 3Ik zal mijn functie vervullen, opdat ik gelukkig ben.

4Neem dan een minuut of twee om na te denken over je functie, en over het geluk en de bevrijding die ze je brengen zal. 5Laat verwante gedachten ongehinderd opkomen, want je hart zal deze woorden herkennen, en in je denkgeest huist het besef dat ze waar zijn. 6Mocht je aandacht afdwalen, herhaal dan het idee en voeg eraan toe:

7Ik wil dit in gedachten houden want ik wil gelukkig zijn.
(WdI.62)


Als geheugensteun over wat ware vergeving ook alweer inhoudt lees:
WdII.1 Wat is vergeving? (blz 404 van het Werkboek).

Wat gedachtes n.a.v deze les 5, een les waarvan Kenneth Wapnick zegt dat je naast deze les (en les 34, “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”) eigenlijk niets anders nodig hebt als je deze les echt begrijpt.
Ik kan, als ik eerlijk kijk, niet ontkennen dat een gevoel van onvrede voelen in al zijn variaties iets is wat ik en natuurlijk iedereen de hele dag door vele keren langs zie komen.
Dat ontkennen zou een vorm van niet eerlijk kijken naar mijn gedachtes zijn, en ook dan weer niet om de reden die ik denk.

Neem nou het gevoel van irritatie, dat komt vele keren langs om van alles.
Als ik dit observeer en besef dat ik nooit geirriteerd ben om de reden die ik denk, dus niet omdat iemand iets zegt of beweert, of wel of niet doet, of dat iets wel of niet werkt of doet wat ik wil, dan kan ik zien dat de reden waarvan ik denk dat de oorzaak is niet “de vorm”, dus waarin de irritatie zich projecteert is, maar de irritatie, het gevoel, de emotie zelf. En die irritatie is weer niets anders dan de wil om afgescheiden te willen zijn van “God”, Waarheid, Éenheid.
Immers afscheiding is Éénheid opdelen in miljarden aparte puzzelstukjes waardoor met opzet vergeten wordt dat al die aparte stukjes eigenlijk in hun bron Één zijn.
En dat “vergeten” is de ultieme truc van de keuze voor egodenkgeest.
Als ik dan even heel eerlijk naar de vorm kijk waarin geïrriteerd zijn zich kan projecteren dan lijkt het of er een “ik” is die zich irriteert aan iets, iemand of een situatie. Maar dan kan ik ook zien dat er miljarden stukjes (anderen) zijn die zich ook irriteren aan iets, iemand of situaties.
Ik zie dan alleen nog maar “irritatie” zogenaamd om “iets” wat heel echt lijkt in z’n geprojecteerde vorm, maar ondertussen nog steeds een projectie is en daarom niet werkelijk en zeker niet de bron is van de irritatie: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”(WdI.5).

Dit is lastig te snappen (en met doelgerichte opzet) voor de denkgeest die zo diep weg is weggezonken in de droom van afscheiding en denkt dat de droom werkelijk is en de droom en de droomfiguren wel degelijk “echt” zijn en wel degelijk de bron, de oorzaak zijn van mijn (ik als droomfiguur) irritatie.

Dit alles leren doorzien is waar ECIW mij bij kan helpen als de denkgeest er klaar voor is en langzaamaan uit de droom aan het ontwaken is.
Ik ontken geen enkel gevoel, dus in dit geval irritatie, ik kijk ernaar vanuit mijn Juist gerichte denkgeest (HG) en spreek de wens uit er anders naar te willen kijken, vanaf boven het slachtveld en oordeelloos, terwijl het zich afspeelt.
Dan zie/voel ik nog steeds mijn irritatie over iets of iemand, maar zie tegelijkertijd ook dat bijvoorbeeld die andere persoon ook geïrriteerd is, en iemand anders ook en weer iemand anders ook, en eigenlijk zit de wereld vol met geprojecteerde irritaties, en valt het gevoel van “ja, maar ik heb gelijk en ben toch echt geïrriteerd over die of dat” weg. Ik neem het niet meer persoonlijk, omdat ik dan doorzie dat het alleen een keuze is voor kijken vanuit egodenkgeest met als doel afgescheiden te raken en te blijven van Éénheid, iets wat sowieso onmogelijk is.

Als ik eerlijk kijk kan ik ook duidelijk voelen dat ik me afgescheiden voel van die- of datgene aan wie ik me irriteer.
En kan ik zien en voelen dat dát de reden, de oorzaak (de wens tot afscheiding) is dat ik me geïrriteerd voel, en niet door wat iemand zegt of doet waarvan ik dacht dat ik me geïrriteerd voelde de oorzaak is.

Ik kan nu veel milder kijken naar mijn projecties van geïrriteerd zijn en die van zogenaamde anderen. Die zogenaamde anderen (inclusief ikzelf, want dat is ook een projectie) zijn immers denkbeeldige afgescheiden stukjes van de ene Bron en in die zin zijn er geen anderen en blijft alleen de projectie “geïrriteerd zijn” over en verliest daardoor al zijn kracht en lost op in het niets wat het al was; een waandroombeeld.
Dit volledig doorzien van het denksysteem van de keuze voor ego, is eigenlijk wat Ware Vergeving inhoudt; er wordt gezien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dan komt vanzelf de wens naar boven drijven: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34)
En zal vanuit de keuze voor die Innerlijke Vrede vanzelf ook de Inspiratie komen om wat dan ook wel of niet te doen. En wat dat dan ook is, het zal hoe dan ook liefdevol zijn.


Elke keer dat we naar de stem namens het ego luisteren, ligt daar de geheime wens achter dat we ons blijvend wensen af te scheiden van de Werkelijkheid, ook wel God, non-dualisme, Éénheid genoemd.
Deze wens tot afscheiding lijkt vervolgens waar te worden, we wanen, ons ineens in een wereld die enkel en alleen uit verschillende van elkaar afgescheiden deeltjes bestaat die elkaar aantrekken en/of afstoten, in een schijnbaar zich eeuwig herhalend dualistisch duel van afscheiding.

Het lijkt daardoor dat de onverbrekelijke binding met de Werkelijkheid (God) verbroken is: het doel van de keuze voor het luisteren naar de stem namens het ego.
Deze schijnbaar verbroken verbinding met de Werkelijkheid (die onveranderlijk is) kan je terug zien vanuit een bewuste waarnemende denkgeest positie in de projecties hiervan.
De chaos in de wereld beeldt deze schijnbare verbroken verbinding heel duidelijk uit en maakt zo zijn eigen schijn werkelijkheid. Het is terug te zien in een altijd aanwezig wantrouwen ten opzichte van alles wat er in de wereld lijkt te gebeuren. Wantrouwen tegenover alles, mensen, dieren, dingen en situaties.

Alles blijkt een projectie te zijn vanuit de drie-onheilige-eenheid, zonde, schuld en angst van het ego.
Wantrouwen vanuit links of vanuit rechts of vanuit het midden, maakt niet uit, wantrouwen is wantrouwen, want zo werkt dualiteit en binnen deze dualiteit is een werkelijke oplossing onmogelijk, men kan hooguit de meubels in het spreekwoordelijke brandende huis verzetten.

Als vertrouwen wordt gesteld in wantrouwen (vertrouwen in het luisteren naar pseude waarheid, het ego) dan zullen overal getuigen van wantrouwen opduiken en zal er een gevoel zijn van een diep wantrouwen tov alles en iedereen.
Als dit niet doorzien wordt leidt dit onvermijdelijk tot weerstand, moord en doodslag en depressie, nogmaals allemaal terug te zien in de projecties hiervan.

Het goede nieuws is dat als het bewust worden hiervan terugkeert er opnieuw gekozen kan worden als de denkgeest daar klaar voor is.
Alle gedachtes van wantrouwen en de daaraan vastzittende projecties (gedachtes verlaten niet hun bron, de denkgeest) kunnen dan worden vergeven en kan de keuze gemaakt worden er anders naar te willen kijken nu vanuit de juist gerichtheid van denken, de Heilige Geest.

In het Handboek voor leraren, 4. Wat zijn de eigenschappen van Gods leraren, in I. Vertrouwen staat het volgende hierover:

“1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven. 2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd?” (H4.I.1,2:1-3).

Pas nadat de onware waarnemingen van wantrouwen zijn vergeven (zie vorig blog over wat ware vergeving is) kan er vanuit Vertrouwen die vanuit de juist gerichtheid van denken komt (Heilige Geest) worden gekeken.
En zal tevens precies geweten worden wat het meest liefdevolle is om te doen, wat dan niets anders zal zijn dan de reflectie van Waarheid.

Persoonlijke doelgerichte lichaamsgerichtheid oftewel vormgerichtheid speelt hierbij geen rol meer, omdat het terugherinneren in denkgeest voltooid is.








Een cursus in wonderen is vooral een cursus in het leren terug te keren naar de bron, de denkgeest en daar de waarnemende tevens keuzemakende positie in te nemen.
De denkgeest is de bron waar de keuze wordt gemaakt om met het ego (de keuze voor afscheiding) of met Heilige Geest (de keuze om de afscheiding te genezen) te denken.
Dit denken ontstaat niet in het brein, het brein is slechts een projectie, een kanaal die deze keuze tot uitdrukking brengt. Ik ben niet een lichaam, ‘ik’ ben denkgeest die droomt een lichaam te zijn en geloofd dat deze droom mijn ‘werkelijkheid’ is.

Terug gaan naar de denkgeest de bron en daar de waarnemende positie innemen stelt mij instaat zowel de droom, de film, het script te observeren terwijl het zich voltrekt als mijn projectie op het doek, als vervolgens de keuze te maken door welke ‘ogen’ ik wil zien. En er zijn maar twee keuzes: ego of HG. Waarvan er maar één Waarheid vertegenwoordigt.
Uiteindelijk zal ik leren dat er dus maar één keuze mogelijk is.
Ik zal mijn keuze herkennen aan mijn ervaring.

Elke gedachte bevat ego, Heilige Geest en de waarnemer/keuzemaker.
En elke gedachte die ik als denkgeest heb en projecteer gaat over ‘mij’, de staat van mijn denkgeest.
Als ik ‘een ander’ iets in mijn ogen stoms zie doen, dan betekent dat alleen dat ik mijn ego aanval gedachtes over mijzelf niet onder ogen wil zien en dat dan razendsnel weg probeer te projecteren, zodat de schuld zich nu buiten mij lijkt te bevinden en ik onschuldig ben. Dat is de functie van projecteren, projectie wast mijn handen in onschuld.
Projectie kan ook geprojecteerd worden op mijzelf als lichaam, maar ook het lichaam is een projectie met als doel iets buiten mij als denkgeest te zien.
Als projectie vanuit zonde, schuld en angst komt ziet het er altijd uit en wordt het altijd ervaren als een schuldig lichaam of iets anders buiten mij of als mij eigen lichaam. Het is hoe dan ook een projectie om mijn onschuld te bewijzen.

De waarnemer/keuzemaker is niet het lichaam. Wat ik zie geprojecteerd op ‘het doek’, komt altijd uit de denkgeest die zodra ik me daarvan bewust wil zijn, in staat is oordeelloos te kijken naar het geprojecteerde beeld, de poppetjes op het scherm die het script van zonde, schuld en angst uit lijken te spelen.
Zodra ik me als waarnemende/keuzemakende denkgeest hiervan bewust begin te worden en me bewust wordt van dat dat wat ik zie voortkomt uit mijn keuze voor zonde, schuld en angst kan ik de andere keuze maken, die van voor Heilige Geest, ook wel de juist gerichte denkgeest genoemd.
Ik (denkgeest) zal dan dezelfde projecties op het scherm anders ervaren en me er nu als bewuste denkgeest niet meer mee willen identificeren.
Ik weet dan dat ik niet de poppetjes ben op het scherm, maar wel de projector, de denkgeest die kan kiezen er door ‘ogen’ (het script) van zonde, schuld en angst (ego) of door ‘ogen’ (het script) van Liefde naar te kijken en te ervaren.
Als dit geleerd is, dan is het onmogelijk om wat dan ook wat zich vertoont op het scherm nog te rechtvaardigen als ‘waar’ en als de bron van wat ik ervaar.
En dat is tevens de nieuwe functie die wordt gegeven aan alles wat zich op het scherm lijkt af te spelen. Mijn projecties worden niet meer ingezet om mij als denkgeest af te scheiden van Liefde, God, Éenheid, maar als reminder om opnieuw te kiezen en de afscheiding te laten genezen.



%d bloggers liken dit: