Dit hoeft dan ook niet geschreven en of gelezen te worden…
En dat is het, zal het of wordt het ook niet, want er is niets gebeurt…

Ineens dringt het vol door dat een zogenaamd pad volgen dat helpt terug herinneren in God, slechts een bewustwording is van dat er niets gebeurt is, niets gebeurt, en er niets gaat gebeuren.
Er is nooit iets of iemand losgeraakt van Eenheid, God. Dus een pad volgen om bewust te worden van een wil tot afscheiding van Eenheid, God, is “niets”. Het is niet zo dat “bewust” of  “onbewust” iets uitmaakt. Afscheiding heeft niet plaatsgevonden, dus er zijn geen miljarden afgescheiden deeltjes. Dus ook geen afgescheiden deeltjes die ineens weer willen terugkeren naar Eenheid. Want hoezo terug herinneren als er nooit ergens uit vertrokken is?
Maakt het dus uit of er een “pad” gevolgd wordt of niet? En kan het ene “pad” beter of slechter zijn dan de ander, of kan een “pad” fout gelopen worden? NEEN! Want hoe zou dat kunnen!? Een pad zonder begin of einde…

Als ik s’nachts droom in m’n bed en droom dat ik ergens anders ben, moet ik dan een pad volgen om weer in m’n bed terug te belanden? Dacht het niet!
Moet ik dan wel m’n best doen en bepaalde paden volgen om uit de droom die “mijn leven” wordt genoemd weer in Eenheid in God terug te herinneren?

Het enige antwoord dat “ik” hier nu op heb is een soort lucide droomtoestand welke zich bewust aan het worden is van “ik hoef niets te doen”…. Er is niets gebeurt, er gebeurt niets, en er gaat niets gebeuren…

Er is wel wat gebeurt of er is niets gebeurt. Sowieso zijn beide eigenlijk onmogelijk.

Kan dit besef leiden tot onverschilligheid, apathie, depressie of wat dan ook voor gemoedstoestand, dus iets wat gebeurt, binnen het kader van “gebeuren”?
Zolang er wordt geloofd en gedacht dat er wel iets gebeurt is, en dat het gebeuren zelf moet zorgen dat het ophoudt met gebeuren, ja.
Dan houdt het gebeuren zelf “gebeuren” in stand als totaal onnodige en onmogelijke tegenhanger van dat er niets gebeurt kán zijn.

Wat kan dat wat geloofd in “gebeuren” hiermee?
Niets…
Wat kan dat wat niet geloofd in “gebeuren” hiermee?
Niets…

Laat gebeuren wat er gebeurt binnen het onmogelijke kader van “gebeuren”.
Droom het met volle teugen, droom zo waanzinnig en nog waanzinniger als in eveneens onmogelijke slaapdromen maar mogelijk is.
Het doet niets af of verandert niets aan wat WAAR IS.

Het “gebeuren” wordt zich bewust van “gebeuren” en wordt zich stap voor stap bewust van dat er niets gebeurt kán zijn.

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4).

Dit maakt ECIW tot een soort lucide droomtoestand, het “gebeuren” beseft zich dat er niets gebeurt kán zijn en keert zachtjes terug naar waar het nooit uit is vertrokken…

Op zich is er voor “verlossing” (verlossing van het nietig dwaas idee dat afscheiding van Eén mogelijk is), maar één gedachte nodig…

Maar ja zo werkt het niet in de praktijk waarin we denken en echt geloven te zijn.
Miljarden gedachten worden elke seconde gedacht, met maar één doel het nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is werkelijk te doen laten lijken.
En ook al hebben al die miljarden gedachten maar één doel; een nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is in stand te houden, ogenschijnlijk hebben al die miljarden (afscheidingsgedachten) allemaal verschillende en wisselende doelen.
De ene denkgeest die dit denkt, en wil denken, om redenen van afscheiding, bevindt zich nu in een totale chaotische compleet gestoorde wirwar van gedachten en probeert dat enigszins te sturen en onder controle te houden door al die verschillende doelen aan de verschillende stukjes afgescheiden denkgeest (wat er uit ziet als personen, dingen en situaties) toe te bedelen.
Wat we denken en geloven te zien en ervaren zijn dus projecties van de ene denkgeest die voor afscheiding kiest en dat ziet eruit en wordt ervaren als een persoonlijke “ik” ervaring, ten midden, van miljarden andere “ik” ervaringen.

In die zin is het idee van er is maar één gedachte nodig voor verlossing te volgen.
(zie ook: H.12. Hoeveel leraren van God zijn er nodig om de wereld te redden? En bedenk dat ECIW ons altijd aanspreekt als denkgeest, dat wat we zijn, en niet als mensen van vlees en bloed, wat we onmogelijk kunnen zijn dan alleen in een krankzinnige afscheidings fantasie van zonde, schuld en angst).

Echter de volstrekt schizofrene, krankzinnige in totale verwarring zijnde denkgeest (wij dus) zal dit niet zomaar kunnen aanvaarden en accepteren.
En mocht je je nu beledigd voelen of wat voor weerstand voelen dan ook, (wees daar eerlijk in, want die weerstand is er, in wat voor vorm dan ook) dan is dat niet om de reden die ik denk (les 5).
De gestoorde, zieke denkgeest zal zijn zieke denkgeest verdedigen, van geboorte tot dood, omdat het hem in de afscheiding houdt. Er is geen andere reden dan die onmogelijke, krankzinnige wens.

En ook al doorzie ik intellectueel de totale krankzinnigheid van die onmogelijke wens (onmogelijk omdat afscheiding van Eén, Waar echt onmogelijk is) dan nog is een stap voor stap proces nodig om de denkgeest totaal te doen laten genezen.
En dat is de enige verantwoordelijkheid die ik als denkgeest heb.
Mijn verantwoordelijkheid is niet de wereld te verbeteren, mijn verantwoordelijkheid is de denkgeest te laten genezen van één onmogelijk krankzinnig idee dat slechts in stand wordt gehouden door het geloof erin.
In dat stap voor stap proces van vergeving (zie WdII.1. Wat is vergeving? (blz.404)), wordt elke gedachte gedachte, (mijn hele zelf bedachte, gekozen en geprojecteerde script) opnieuw gebruikt, nu niet meer als middel tot afscheiding, maar als middel voor vergeving. Vergeving van wat onmogelijk werkelijk gebeurt kan zijn, namelijk afgescheiden raken van Eén, van wat Waar is.

Vandaar dat in principe enkel en alleen les 5 en les 34 zouden kunnen voldoen.
Ik zal beide lessen hieronder plakken voor het gemak:

“LES 5
Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. 2Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. 3De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
4Dit is niet waar. 5Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
6Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende
oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van
de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft.
2Bijvoorbeeld:

3Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
4Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden
waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin
je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien
moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen
zwaarder laat wegen dan andere. 2Het kan helpen de oefeningen
te laten voorafgaan door de volgende stelling:

3Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
4Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate
waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag
toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere.
2Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:

3Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
4Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal
als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en
probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die
jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan
ze hecht. 2Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de
naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel,
zoals jij dat ervaart. 3Andere voorbeelden zijn:

4Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
5Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.

6Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg” (WdI.5.1-7).

“LES 34
Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. 2Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. 3Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. 4Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.

2. Voor de oefeningen van vandaag zijn drie langere oefenperioden nodig.
2Aangeraden wordt er een ‘s ochtends en een ‘s avonds te doen, met nog
een derde ergens daartussenin op een tijdstip waarop je je er het meest
klaar voor voelt. 3Alle oefeningen moeten met gesloten ogen worden gedaan.
4Het is je innerlijke wereld waarop het idee van vandaag moet worden
toegepast.

3. Voor elk van de lange oefenperioden is ongeveer vijf minuten van gedachtenonderzoek
nodig. 2Onderzoek je denkgeest op angstgedachten, situaties
die je verontrusten, ‘ergerlijke’ personen of gebeurtenissen, of iets
anders waarover je weinig liefdevolle gedachten koestert. 3Merk ze allemaal
terloops op, en herhaal het idee voor vandaag langzaam terwijl je
gadeslaat hoe ze in je denkgeest opdoemen, laat ze dan een voor een los,
en ga door met de volgende.

4. Als het je moeite gaat kosten om aan specifieke onderwerpen te denken,
blijf het idee dan rustig voor jezelf herhalen, zonder het op iets in het bijzonder
toe te passen. 2Zorg er echter wel voor dat je niets speciaal uitsluit.

5. De korte toepassingen dienen talrijk te zijn en moeten telkens worden
uitgevoerd wanneer je voelt dat je innerlijke vrede op enigerlei wijze
wordt bedreigd. 2De bedoeling is jezelf de hele dag tegen verleidingen te
beschermen. 3Als een concrete vorm van verleiding in je bewustzijn omhoogkomt,
moet de oefening deze vorm krijgen:

4Ik zou in deze situatie vrede kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie.

6. Als de aantasting van je innerlijke vrede meer een algemene vorm van
nare emoties aanneemt zoals gedeprimeerdheid, onrust of tobberij, hanteer
dan het idee in zijn oorspronkelijke vorm. 2Als je voelt dat jij meer dan
één toepassing van het idee van vandaag nodig hebt om je te helpen in
enige specifieke context tot andere gedachten te komen, probeer er dan
een paar minuten voor uit te trekken en die te besteden aan het herhalen
van het idee, tot je enig gevoel van verlichting bespeurt. 3Het zal jou
helpen als je concreet tegen jezelf zegt:

4Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn
gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door
vrede” (wdI.34.1-6).

En bedenk lessen zijn er om geoefend te worden, alleen begrijpen is niet genoeg.
En het oefenmateriaal is altijd voorhanden, want dat zijn simpelweg alle gedachten die ik heb elke seconden van wat ik geloof en denk dat “mijn” leven is.
Een eraan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn te oefenen, omdat “hij” niet anders meer kan.

En wat resultaatgerichtheid betreft, wat denk je dat het resultaat is van een genezen denkgeest, zou deze nog voor het voort laten duren van afscheiding kiezen door nog steeds te blijven geloven in zijn eigen projecties van zonde, schuld en angst?

 

 

 

Hieronder een vraag en antwoord uit de Q & A lijst van de Foundation for A Course in Miracles http://www.facimoutreach.org/qa/questions/indextoall.htm , die goed aansluit bij mijn blog van gisteren, “Alles is al gebeurt…”.
Met daaronder de Nederlandse vertaling te vinden op de website van www.eciw.nl
V&A – vraag 37

CAN WE CHANGE THE DREAM?

Q #37: This question is an edited combination of two separate questions that were submitted on the theme of CHOICE and PREDETERMINATION or destiny in A Course in Miracles:

As I understand it, in this dream of separation my only real choice is which teacher I choose in every situation I find myself: the ego or the Holy Spirit. As for the dream itself, we are told that the script is already written. But I wonder, can I, as the dreamer of the dream, change the dream in terms of the specific events that unfold. Or can I change the dream only in terms of my perspective on the situation? In other words, is everything that I’m experiencing predestined when it comes to situations and relationships, etc.? That would mean that I’m walking through an old dream of separation, like watching an old movie, that my marriage could never have lasted longer than it did, I could never have had more than the number of children I have now, and the relationship I’m in now is already fully defined in terms of time, etc. As I’m given the opportunity to ‘save time’ by choosing the Holy Spirit as my teacher, it would mean only that I’m allowed to skip certain parts of the story. Is it like this?

But it also seems that the Course encourages us not to exchange an unholy relationship for yet another unholy relationship with someone else, as we search for happiness we will never find outside of ourselves, but instead to make the relationship we are in a holy one. This seems to indicate that we do have choices in terms of the story, the people we’re meeting, etc. So then there could be several possible versions of my lifetime. One might include two or more briefer marriages with different spouses while another might involve remaining in the same marriage for many years. But Jesus says that nothing is left to coincidence and that every meeting is planned. Or does the form simply not matter and do I just see shadows, projecting my own images on them? But then why is it that the script of my life, if it is already determined, seems to have such a significant effect on other people’s lives?

Jesus also says that what we see is the judgment we first passed on ourselves, and outside of that there is no world. Does that mean that, for example, if there is a war between the United States and Iraq, I could have done something to stop it? Did it already happen and was it corrected, so that if I’m seeing a war instead of peace, does that mean that my mind still needs to be corrected because I am still choosing the wrong teacher? Or could I have done nothing to avoid the war and do I just choose which teacher with whom to view the events. And would I see nothing but innocence on both sides if I choose the Holy Spirit?

A: To address completely all the questions and issues you’ve raised could take a book (and there is a book, A Vast Illusion: Time According to A Course in Miracles by Kenneth Wapnick, which you may find helpful to amplify some of the points that we’ll address briefly here).

The Course does say that our only real choice is between the ego and Holy Spirit, the emphasis being on “real.” But within the dream, there are nearly an infinite number — although not infinite, only nearly infinite, because the ego can not make anything that is either infinite or eternal (T.4.I.11:7) — of alternatives we can choose among at the level of form. But their underlying content is all the same — sin, guilt and fear – and so the Course emphasizes that there is no real choice among alternatives that are really all the same. Meaningful choice can be made only on the level of content and so the only real choice is between the guilt and fear of the ego and the forgiveness and love of the Holy Spirit. So, yes, there are many different forms or sequences of events that our lives may take as a result of our seeming choices, but so long as we are choosing with the ego, believing that happiness can be found outside ourselves, nothing will really change, although our circumstances and relationships may alter significantly. By the way, the Course does not actually encourage us to remain physically in a relationship in order to make it holy — it never advises us on the level of specifics or form. When it cautions us about “getting rid of your brother” (T.17.V.7:2), it is speaking of how we are perceiving our brother in our mind, including in particular all of the special fantasies we have associated with him that are no longer being fulfilled.

Now the Course also says, as you remark, that the script is already written (W.pI.158.4:3) and that everything in time has already happened, so that our lives are nothing more than seeing “the journey from where it ended, looking back on it, imagining we make it once again; reviewing mentally what has gone by” (4:5). And while Jesus says that nothing happens by chance, he is clearly attributing the responsibility for choice for all the experiences of our lives to our own mind (T-21.II.3:1,2,3). But this does not mean that everything in our lives is predetermined, that the sequence of events is fixed. We are always choosing from an array of many possible events that have all already occurred, but the unique sequencing and the vast number of past events we’re choosing from, combined with our repressing any memory of any of them and our belief that time itself is both real and linear, add to the feeling that it is all new. And this is all part of the ego defense to mislead us into believing something new and meaningful is happening in our lives, reinforcing the foolish hope that somehow this time our ego choice in the world of form will have a better outcome.

To understand the seeming effect of our lives on each other, we need to step back and look from outside the dream of the world, and return our attention to the mind where all choices are really being made. The nearly infinite number of possible events in time was written in one instant by the one (collective) mind, joined with the ego, before the fragmentary projection out into the world of separate individuals and lives seemed to happen. As Jesus explains, “time but lasted an instant in your mind, with no effect upon eternity. And so is all time past…The tiny tick of time in which the first mistake was made, and all of them with that one mistake” (T.26.3:3,4,5, italics added).

Now my individual dream is separate and can not truly be shared with anyone else. But since all minds are joined, any decision that I make to interact as a body with you, or that you make to interact as a body with me, must always reflect an agreement we both have made together, at the level of mind outside of time and space, to replay certain events in time and space that have already happened. And this joint agreement must be kept buried in our unconscious if it is to be effective in supporting the ego’s purpose of separation and victimization.

Jesus speaks of this joint decision, specifically in the context of our agreement to be hurt by each other, as “the secret vow that you have made with every brother that would walk apart.…Unstated and unheard in consciousness…it is a promise to another to be hurt by him, and to attack him in return.…so that [the body] will suffer pain. It is the obvious effect of what was made in secret, in agreement with another’s secret wish to be apart from you, as you would be apart from him. Unless you both agree that is your wish, it can have no effects” (T.28.VI.4:3,6,7; 5:1,2,3). This hidden joint agreement to seem to be affected by each other must be the case, for otherwise we would be the victim of each other’s decisions. While this joint agreement about form is true at a metaphysical level, at a practical level it is much more helpful to focus on the fact that in the world, as the physical self with which I identify, I am not able to control what others do, but I nevertheless always have a choice about how I will perceive what is happening in my life. I can decide which teacher I will invite in, and whether I will see my peace of mind as dependent only on my own choice — as the Holy Spirit would teach — or whether I choose to see others as having power to take away my peace of mind — accepting the ego’s teaching that I can be victimized and therefore am not responsible for how I feel.

As to whether or not a healed mind sees war and has any choice about it, it is apparent that Jesus recognizes the conflicts of our ego — he spends a great deal of the Course pointing out the ego’s sick dynamics to us — but that does not mean his mind is not healed. What is important is that he is not judging us as he uncovers our ego’s machinations. He sees everything as either an extension of love or a call for it (T.12.I.3:1,2,3,4). When we are joined with Jesus in our minds, we will see any conflict in the world, at either an individual or an international level, in that same light. We will not deny what our eyes see, but our interpretation will be different from the world’s interpretation. In the context of sickness, the Course observes that “the body’s eyes will continue to see differences. But the mind that has let itself be healed will no longer acknowledge them. There will be those who seem to be ‘sicker’ than others, and the body’s eyes will report their changed appearances as before. But the healed mind will put them all in one category; they are unreal” (M-8.6:1-4). And this healed perception can arise only after our mind has released its belief in the value of conflict and war as a means for projecting the guilt of separation outside of our own mind. We may have agreed to participate in a collective dream where an external war is played out in order to reinforce the ego’s perception of the world as one of victims and victimizers – but we can in any instant ask for help, first recognizing the ego’s purpose for war and then deciding we no longer wish to reinforce that insanity in our own mind. And before we would see innocence on all sides of the conflict, we would first see the insanity on all sides, and recognize it is the same insanity we share with everyone else when we are identified with the ego.

 

(Nederlandse vertaling)

V#37: Wat zegt de Cursus over keuze versus lot of voorbeschikking?

Zoals ik het begrijp, is mijn enige werkelijke keuze in deze droom van afscheiding, welke leraar ik kies in iedere situatie waarin ik me bevind: het ego of de Heilige Geest. Wat de droom zelf betreft is het draaiboek al geschreven. Ik vraag me af of ik, als de dromer van de droom, de specifieke gebeurtenissen in mijn droom kan veranderen. Of kan ik in de droom alleen mijn perspectief op de situatie veranderen? Met andere woorden: zijn alle situaties die ik ervaar en relaties die ik heb voorbestemd? Dat zou betekenen dat ik door een oude droom van afscheiding loop, alsof ik naar een oude film kijk; dat mijn huwelijk nooit langer had kunnen duren dan het deed, dat ik nooit meer kinderen zou kunnen hebben dan ik nu heb en dat de duur van mijn huidige relatie al volledig is bepaald. Nu ik de gelegenheid krijg om tijd te besparen door voor de Heilige Geest als leraar te kiezen, betekent dat alleen dat ik bepaalde delen van het verhaal mag overslaan. Begrijp ik dat zo goed?

Het lijkt ook alsof de Cursus ons aanmoedigt om een onheilige relatie niet in te ruilen voor een onheilige relatie met iemand anders. Want dan zoeken we naar geluk dat we nooit buiten onszelf zullen vinden. In plaats daarvan kunnen we de relatie die we hebben heilig maken. Dit lijkt aan te geven dat we een keuze hebben wat betreft het verhaal, de mensen die we ontmoeten enz. Dus dan zijn er verschillende versies van mijn leven mogelijk: de ene met twee of meer korte huwelijken met verschillende echtgenotes en de andere versie met één langdurig huwelijk. Maar Jezus zegt dat niets aan het toeval is overgelaten en dat iedere ontmoeting gepland is. Of doet de vorm er niet toe en zie ik alleen maar de schaduwen van mijn eigen projecties op hen? Maar waarom is het dan zo dat het draaiboek van mijn leven, zo’n belangrijk effect lijkt te hebben op de levens van andere mensen, als het allemaal al bepaald is?

Jezus zegt ook dat wat we zien het oordeel is dat we eerst over onszelf hebben geveld, en dat er buiten ons geen wereld is. Betekent dat bijvoorbeeld dat ik iets had kunnen doen om de oorlog tussen de Verenigde Staten en Irak te stoppen? Is het zo dat het al heeft plaatsgevonden en gecorrigeerd is? Zodat, wanneer ik oorlog zie in plaats van vrede, dat betekent dat mijn denkgeest nog steeds correctie nodig heeft omdat ik nog altijd de verkeerde leraar kies? Of had ik niets kunnen doen om de oorlog te voorkomen en kies ik alleen de leraar met wie ik naar de gebeurtenissen kijk? En zie ik niets dan onschuld aan beide zijden als ik kies voor de Heilige Geest?

A: Het zou een heel boek beslaan om al deze vragen en onderwerpen volledig te beantwoorden. (Er is een boek: A Vast Illusion: Time According To A Course in Miracles van Kenneth Wapnick, dat behulpzaam kan zijn bij verdere uitleg van sommige punten die we hier kort zullen behandelen.)

De Cursus zegt dat onze enige werkelijke keuze, de keuze is tussen het ego en de Heilige Geest – met de nadruk op werkelijke. Maar binnen de droom zijn er bijna een oneindig  aantal alternatieven waaruit we kunnen kiezen op het niveau van vorm. Het aantal is niet echt oneindig, maar bijna oneindig, omdat het ego niets kan maken dat oneindig of eeuwig is (T4.I.11:7). Maar de onderliggende inhoud is steeds hetzelfde: zonde, schuld en angst. En dus benadrukt de Cursus dat er geen echte keuze is tussen alternatieven die in werkelijkheid allemaal hetzelfde zijn. Een betekenisvolle keuze kan alleen gemaakt worden op het niveau van inhoud en de enige werkelijke keuze is dan ook die tussen de schuld en angst van het ego en de vergeving en liefde van de Heilige Geest.

Dus inderdaad, er zijn veel verschillende mogelijkheden in ons leven, wat betreft de vorm van gebeurtenissen en de volgorde ervan, die het resultaat zijn van onze zogenaamde keuzes. Maar zolang we kiezen met het ego, en geloven dat geluk buiten onszelf gevonden kan worden, verandert er niet echt iets, ook al kunnen onze omstandigheden en relaties ingrijpend veranderen. De Cursus moedigt ons overigens niet aan om fysiek in een relatie te blijven om deze heilig te maken – hij adviseert ons nooit op het niveau van vorm. Wanneer hij ons waarschuwt voor de wens “je van je broeder te ontdoen” (T17.V.7:2), spreekt hij over de wijze waarop we onze broeder waarnemen in onze denkgeest en in het bijzonder over de speciale fantasieën die we over hem hebben, welke niet meer vervuld worden.

Nu zegt de Cursus ook, zoals je opmerkt, dat het draaiboek reeds geschreven is (WdI.158.4:3)en dat alles in de tijd voorbij is, zodat ons leven niet meer is dan een reis waarop wij terugkijken:“Want wij zien de reis slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan” (Wdl.158.4:3). En wanneer Jezus zegt dat niets toevallig is, schrijft hij duidelijk de verantwoordelijkheid voor de keuze van alle ervaringen in ons leven toe aan onze eigen denkgeest (T21.II.3:1-3). Maar dat wil niet zeggen dat alles in ons leven voorbestemd is en dat de opeenvolging van gebeurtenissen vaststaat. We kiezen altijd uit een serie van vele mogelijke gebeurtenissen die al voorbij zijn. Maar de unieke opeenvolging en het enorme aantal van voorbije gebeurtenissen waaruit we kiezen, gecombineerd met het feit dat we iedere herinnering aan elk ervan onderdrukt hebben en denken dat tijd zowel werkelijk als lineair is, dragen bij aan ons gevoel dat het allemaal nieuw is. En dit is allemaal onderdeel van de verdediging van het ego om ons te misleiden, zodat we geloven dat er iets in ons leven gebeurt dat nieuw en betekenisvol is. En dat versterkt de dwaze hoop dat op een of andere manier dít keer onze ego-keuze in de wereld van vorm beter zal uitpakken.

Om het ogenschijnlijke effect, dat ons leven heeft op het leven van een ander, te begrijpen, moeten we een stap terug doen en van buiten de droom naar de wereld kijken, en onze aandacht terugbrengen naar de denkgeest waar iedere keuze in werkelijkheid gemaakt wordt. Het bijna oneindige aantal mogelijke gebeurtenissen in de tijd, werd geschreven in één enkel moment door de ene (collectieve) denkgeest, verbonden met het ego, voordat de fragmenterende projectie op de wereld van afgescheiden individuen en levens leek plaats te vinden. Zoals Jezus uitlegt:”De tijd heeft in jouw denkgeest slechts een ondeelbaar ogenblik geduurd, zonder enig effect op de eeuwigheid. En zo is alle tijd voorbij… het nietig tikje tijd waarin de eerste vergissing werd begaan, en alle andere in die ene” (T26.V.3:35, cursief toegevoegd).

Mijn individuele droom is afzonderlijk en kan niet werkelijk gedeeld worden met iemand anders. Maar omdat alle denkgeesten verbonden zijn, moet iedere beslissing die ik neem om als een lichaam met jou om te gaan, of die jij neemt om als een lichaam met mij om te gaan, een overeenkomst weerspiegelen die we samen gemaakt hebben, op het niveau van de denkgeest buiten tijd en ruimte, om bepaalde gebeurtenissen die al voorbij zijn opnieuw af te spelen. En deze gezamenlijke overeenkomst moet verborgen blijven in ons onderbewustzijn om zo het egodoel van afscheiding en slachtofferschap te ondersteunen.

Jezus spreekt van deze gezamenlijke beslissing, met name in de context van onze overeenkomst om door elkaar gekwetst te worden, als “de geheime gelofte die jij hebt afgelegd, met elke broeder die zijn eigen weg wil gaan… onuitgesproken en onvernomen in het bewuste… het is een belofte aan een ander om door hem te worden gekwetst, en hem aan te vallen in ruil daarvoor… zodat [het lichaam] pijn zal lijden. Ze is het onmiskenbare gevolg van wat in het geheim werd gesmeed, in overeenstemming met de geheime wens van een ander om van jou gescheiden te zijn, zoals jij van hem gescheiden wilt zijn. Als jullie er niet allebei mee instemmen dat dit jullie wens is, kan die geen gevolgen hebben” (T28.VI.4:3.6.7;5:1-3). Deze verborgen overeenkomst om schijnbaar door elkaar beïnvloed te worden, moet wel het geval zijn, want anders zouden we slachtoffer van elkaars beslissingen zijn. Deze gezamenlijke afspraak over de vorm is waar op het metafysische niveau. Maar op het praktische niveau is behulpzamer om je focus te leggen op het feit dat je in de wereld, als het psychologische zelf waarmee je geïdentificeerd bent, geen controle hebt over wat anderen doen, maar dat je wel altijd een keuze hebt in hoe je kijkt naar de gebeurtenissen in je leven. Je kunt kiezen welke leraar je uitnodigt, en of je je innerlijke vrede ziet als uitsluitend afhankelijk van je eigen keuze, zoals de Heilige Geest onderwijst. Of je kiest voor de waarneming dat anderen de macht hebben jou te beroven van je innerlijke vrede, en aanvaardt daarmee het onderwijs van het ego dat je tot slachtoffer gemaakt kunt worden en dat je niet verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt.

Je vraagt of een genezen denkgeest oorlog ziet en hierin enige keuze heeft. Het is overduidelijk dat Jezus de conflicten in ons ego herkent. Een groot deel van de Cursus gebruikt hij om ons te wijzen op de zieke dynamieken van het ego. Maar dat wil niet zeggen dat zijn denkgeest niet genezen is. Wat belangrijk is, is dat hij niet over ons oordeelt terwijl hij onze ego-intriges blootlegt. Hij ziet alles als ofwel een uitbreiding van liefde ofwel een roep om liefde (T12.I.3:1-4). Wanneer we verbonden zijn met Jezus in onze denkgeest, zullen we ieder conflict in de wereld, zowel op persoonlijk als op internationaal niveau, in datzelfde licht zien. We ontkennen niet wat onze ogen zien, maar onze interpretatie zal anders zijn dan de interpretatie van de wereld. In de context van ziekte, merkt de Cursus op: “De ogen van het lichaam zullen verschillen blijven zien. Maar de denkgeest die zichzelf heeft laten genezen, zal ze niet langer erkennen. Er zullen er zijn die ‘zieker’ lijken dan anderen en de ogen van het lichaam zullen hun uiterlijke veranderingen als tevoren blijven melden. Maar de genezen denkgeest zal ze allemaal in één categorie onderbrengen: ze zijn onwerkelijk (H8.6:1-4). En deze genezen waarneming kan alleen tot ons komen nadat onze denkgeest zijn geloof in de waarde van conflict en oorlog – als middel om de schuld over de afscheiding buiten onze eigen denkgeest te projecteren – heeft losgelaten. We hebben erin toegestemd om te participeren in een collectieve droom, waarin een uiterlijke oorlog uitgespeeld wordt om de waarneming van het ego van een wereld van slachtoffers en daders te versterken. Maar we kunnen ieder moment om hulp vragen, door eerst het doel van het ego voor oorlog te herkennen en vervolgens te besluiten dat we die waanzin niet langer in onze eigen denkgeest willen versterken. En voordat we de onschuld zien van alle betrokkenen bij het conflict, zien we eerst de waanzin van alle betrokkenen bij het conflict, en zien we in dat dit dezelfde waanzin is die wij met iedereen delen wanneer we ons identificeren met het ego.

 

 

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

In Een cursus in wonderen staan 2 fragmenten die mij te binnen schieten als ik alle ellende en ongelooflijk lijden in de wereld ingedikt en uitvergroot weer voorbij zie trekken in het nieuws.
En me er steeds meer van bewust wordt van eveneens het ongelooflijke feit dat al deze ellende en onbeschrijflijk lijden puur en alleen is opgezet om maar afgescheiden te blijven van wat Waar, God, Liefde, Eenheid is.
En door deze keuze voor afscheiding met een soort van goedkeuring bekeken wordt, ook al wordt het ervaren als gruwelijk, maar we blijven kijken of keren ons walgend af, beide nog steeds keuzes voor afscheiding, want zodoende blijft het binnen de zelfgemaakte waarheid, die poogt afgescheiden te raken van wat Waar is, wat vanzelfsprekend onmogelijk is.
En dat deze waarneming bij het grootste deel van de denkgeest alleen nog maar meer angst en woede zal oproepen, omdat het grootste deel van de denkgeest er nog niet aan toe is dit in het bewustzijn toe te laten. En dat het ook geen enkele zin heeft dit te verwachten, te forceren, of te onderwijzen aan diegenen (denkgeest) die er nog niet aan toe zijn.
De delen van de denkgeest die dit wel kunnen en willen toelaten in het bewustzijn zullen dat vanzelf doen, omdat ze eraan toe zijn, en zullen het overal in gaan herkennen, daar zijn geen speciale boeken, cursussen, spiritualiteit, rituelen, goeroes voor nodig.  Het doet er niet toe wat de eraan toe zijnde denkgeest uitspookt, het zal achter elke projectie gezien worden. Niet met de ogen van het lichaam, ook al lijkt dat wel zo, maar met geestelijke ogen.
Ja, deze eraan toe zijnde delen van de denkgeest zien er nog steeds uit als mensen, en ervaren nog als mensen maar zij weten tegelijkertijd ergens dat ze niet die lichamen zijn. Zij weten dat de lichamen projecties zijn van de denkgeest dus zich als het ware in de denkgeest bevinden en niet andersom (denkgeest in een lichaam).
Dit bewust worden van de denkgeest is onvermijdelijk. En des te bewuster de denkgeest wordt des te duidelijker wordt de omvang van het onzinnige, onnodige, gruwelijke lijden welke de denkgeest projecteert ten einde maar in de afscheiding te kunnen blijven geloven.
Gedurende het proces lijkt het lijden dus erger te worden. Dit is niet zo, het was altijd al even erg, maar het lijkt erger omdat de denkgeest zich er meer en meer van bewust wordt waarom dit lijden er lijkt te zijn en hoe waanzinnig die reden is.
De cursus verwoord dit zo:

“Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
10Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:3-13).

De waanzin kan nog maar één functie hebben, die van ware vergeving.
Ware vergeving welke alleen kijkt zonder oordeel en wéét dat er een andere manier moet zijn.
Er zal eerst verantwoordelijkheid moeten worden genomen voor wat er in de denkgeest gebeurt, voor de keuzes die daar genomen worden. Zolang daar nog voor projecteren vanuit het geloof in zonde, schuld en angst wordt gekozen, zal er niets veranderen. Pas als ik verantwoording neem voor mijn eigen keuzes en tot de conclusie kom dit niet meer te willen en eerst voor het wonder van vergeving kies waardoor ik het enige probleem, mijn keuze voor afscheiding onschadelijk maak, kan er werkelijk iets veranderen. En zal ik vervolgens vanzelf vanuit een intuïtief weten, zonder oordeel, aarzeling of verwachting in alle vertrouwen weten wat mij wel of niet te doen staat.

En dan stelt ECIW ons op zijn zo kenmerkende poëtische manier de vraag:

“Hoelang, o Zoon van God, wil je nog doorgaan met het spel van de
zonde? 2Zullen we dit scherpgekante kinderspeelgoed niet eens afdanken?
3Hoe snel ben je bereid naar huis te komen? 4Vandaag misschien? 5Er
is geen zonde. 6De schepping is onveranderd. 7Wil jij je terugkeer naar de
Hemel nog steeds tegenhouden? 8Hoelang nog, o heilige Zoon van God,
hoelang?” (WdII.4.5:1-8).

 

Vergeving volgens het idee van ware vergeving, vergeeft niet mijzelf of een ander als persoon of situatie, maar een “idee”, een “nietig dwaas idee”, dat als Waar wordt gezien, maar dat onmogelijk kan zijn.
Alles wat valt onder het “nietig dwaas idee”, en dat is alles wat ik denk en geloof wat de zintuigen waarnemen, en maken wat de “ik” denkt dat ze is, is vergevingsmateriaal.

Elke gedachte wordt daardoor de keuze om een eigen waarheid op te bouwen, of om deze zelf gemaakte waarheid, die als verdediging dient tegen wat Waar is, ook al is “Waar” een abstract concept geworden voor de met opzet aan amnesie lijdende denkgeest, te laten her-gebruiken volgens het idee van Ware Vergeving.

De daartoe bereid en er aan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn dit de rest van zijn “leven” te oefenen, tot het “klaar” is, einde oefening.

 

Laat ik even heel duidelijk zijn en vooral eerlijk (naar mijzelf) over wat ik wel kan weten en wat ik absoluut niet kan weten.
Ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn, het heeft geen enkele zin dat te ontkennen, ook al is het niet waar. En dat denk en geloof ik, omdat verborgen moet blijven dat het niet waar is, omdat het onmogelijk is om een ik in een lichaam in een wereld te zijn.

Dit kan ik intellectueel vatten, terwijl ik ondertussen niet weet (want met opzet en om redenen vergeten), wat er is als ik niet meer denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld.
“ik” kan, heb dus geen enkele voorstelling, en kan dat ook niet hebben, omdat het buiten het gebied van het voorstellingsvermogen, van wat non-dualisme, Eenheid, Waarheid, God Liefde, IS is.
Elk beeld of gevoel dat ik daarbij denk te hebben als ik mezelf in “het licht” mediteer is vals, en hooguit een zwak aftreksel van wat ik om redenen met opzet vergeten wil.
Het is niet fout, maar het is niet meer dan weer een fantasie, gefantaseerd door de denkgeest die wil vergeten en heeft gekozen voor een onmogelijke droom van afscheiding.
Wat ik wel weet en ervaar is de weerstand tegen waar geen voorstelling van mogelijk is.
Ik kan dus alleen dat zien wat ik als blokkers gebruik tegen dat waar geen voorstelling van mogelijk is en dus ook buiten het idee van een “ik ben” valt.
Het heeft geen enkele zin mijzelf de hemel in te mediteren, fantaseren of visualiseren, want daarmee blijf ik alleen stevig verankerd in de onmogelijke fantasieën van de in afscheiding gelovende denkgeest. En speel daarmee juist het onmogelijke spel van afgescheidenheid keurig mee.

Nogmaals het is niet fout om dat wel te doen, maar laat ik het dan doen voor de lol, omdat ik er plezier in heb, het goed voelt, het rust geeft of om wat voor redenen dan ook, en niet om spirituele redenen om zo snel mogelijk terug te keren in waar nooit uit vertrokken is en waar geen voorstelling van te maken is.

Denkend, gelovend en ervarend kan ik alleen dat weten en ervaren wat ik denk en geloof te weten en ervaar.
En als ik dan uiteindelijk onvermijdelijk wil gaan zien dat dat wat ik denk en geloof te weten en ervaar enkel en alleen mijn wens tot afgescheiden zijn uitbeeld, kan ik me dáár op gaan focussen, door bewust te worden van die functie die het denken, geloven en ervaren in een lichaam in een wereld heeft en me dan bewust gaan afvragen of ik dat nog wel wil.
En er komt een moment van genoeg is genoeg, het keerpunt waarop de denkgeest die tot dan toe voor afgescheiden zijn heeft gekozen, tot het bewustzijn komt dat er een andere manier moet zijn.

En dan kan het onvermijdelijke terug herinneren beginnen, waarbij het tot dan toe afscheidingsmateriaal, dus alles wat ik dacht, geloofde en ervoer en dacht dat dat was wat ik was, een totaal andere functie krijgt, en nu in plaats van een blokkerende functie een sleutel functie krijgt, die mijn blokkades kan doen laten oplossen.

Kortom ik kan alleen dat gebruiken om terug te herinneren in dat wat vergeten moest worden, wat ik ken, en herken, mijn leven, mijn ervaringen en dat stuk voor stuk, stap voor stap terug (ver)geven, totdat alles vergeven is…

En dan?
Een totaal vergeven denkgeest stelt geen vragen meer, omdat er geen vragen meer zijn.

Vergeving is mijn enige functie, en dat blijft het totdat het geen functie meer heeft.

%d bloggers liken dit: