Elke keer dat we naar de stem namens het ego luisteren, ligt daar de geheime wens achter dat we ons blijvend wensen af te scheiden van de Werkelijkheid, ook wel God, non-dualisme, Éénheid genoemd.
Deze wens tot afscheiding lijkt vervolgens waar te worden, we wanen, ons ineens in een wereld die enkel en alleen uit verschillende van elkaar afgescheiden deeltjes bestaat die elkaar aantrekken en/of afstoten, in een schijnbaar zich eeuwig herhalend dualistisch duel van afscheiding.

Het lijkt daardoor dat de onverbrekelijke binding met de Werkelijkheid (God) verbroken is: het doel van de keuze voor het luisteren naar de stem namens het ego.
Deze schijnbaar verbroken verbinding met de Werkelijkheid (die onveranderlijk is) kan je terug zien vanuit een bewuste waarnemende denkgeest positie in de projecties hiervan.
De chaos in de wereld beeldt deze schijnbare verbroken verbinding heel duidelijk uit en maakt zo zijn eigen schijn werkelijkheid. Het is terug te zien in een altijd aanwezig wantrouwen ten opzichte van alles wat er in de wereld lijkt te gebeuren. Wantrouwen tegenover alles, mensen, dieren, dingen en situaties.

Alles blijkt een projectie te zijn vanuit de drie-onheilige-eenheid, zonde, schuld en angst van het ego.
Wantrouwen vanuit links of vanuit rechts of vanuit het midden, maakt niet uit, wantrouwen is wantrouwen, want zo werkt dualiteit en binnen deze dualiteit is een werkelijke oplossing onmogelijk, men kan hooguit de meubels in het spreekwoordelijke brandende huis verzetten.

Als vertrouwen wordt gesteld in wantrouwen (vertrouwen in het luisteren naar pseude waarheid, het ego) dan zullen overal getuigen van wantrouwen opduiken en zal er een gevoel zijn van een diep wantrouwen tov alles en iedereen.
Als dit niet doorzien wordt leidt dit onvermijdelijk tot weerstand, moord en doodslag en depressie, nogmaals allemaal terug te zien in de projecties hiervan.

Het goede nieuws is dat als het bewust worden hiervan terugkeert er opnieuw gekozen kan worden als de denkgeest daar klaar voor is.
Alle gedachtes van wantrouwen en de daaraan vastzittende projecties (gedachtes verlaten niet hun bron, de denkgeest) kunnen dan worden vergeven en kan de keuze gemaakt worden er anders naar te willen kijken nu vanuit de juist gerichtheid van denken, de Heilige Geest.

In het Handboek voor leraren, 4. Wat zijn de eigenschappen van Gods leraren, in I. Vertrouwen staat het volgende hierover:

“1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven. 2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd?” (H4.I.1,2:1-3).

Pas nadat de onware waarnemingen van wantrouwen zijn vergeven (zie vorig blog over wat ware vergeving is) kan er vanuit Vertrouwen die vanuit de juist gerichtheid van denken komt (Heilige Geest) worden gekeken.
En zal tevens precies geweten worden wat het meest liefdevolle is om te doen, wat dan niets anders zal zijn dan de reflectie van Waarheid.

Persoonlijke doelgerichte lichaamsgerichtheid oftewel vormgerichtheid speelt hierbij geen rol meer, omdat het terugherinneren in denkgeest voltooid is.








Een cursus in wonderen is vooral een cursus in het leren terug te keren naar de bron, de denkgeest en daar de waarnemende tevens keuzemakende positie in te nemen.
De denkgeest is de bron waar de keuze wordt gemaakt om met het ego (de keuze voor afscheiding) of met Heilige Geest (de keuze om de afscheiding te genezen) te denken.
Dit denken ontstaat niet in het brein, het brein is slechts een projectie, een kanaal die deze keuze tot uitdrukking brengt. Ik ben niet een lichaam, ‘ik’ ben denkgeest die droomt een lichaam te zijn en geloofd dat deze droom mijn ‘werkelijkheid’ is.

Terug gaan naar de denkgeest de bron en daar de waarnemende positie innemen stelt mij instaat zowel de droom, de film, het script te observeren terwijl het zich voltrekt als mijn projectie op het doek, als vervolgens de keuze te maken door welke ‘ogen’ ik wil zien. En er zijn maar twee keuzes: ego of HG. Waarvan er maar één Waarheid vertegenwoordigt.
Uiteindelijk zal ik leren dat er dus maar één keuze mogelijk is.
Ik zal mijn keuze herkennen aan mijn ervaring.

Elke gedachte bevat ego, Heilige Geest en de waarnemer/keuzemaker.
En elke gedachte die ik als denkgeest heb en projecteer gaat over ‘mij’, de staat van mijn denkgeest.
Als ik ‘een ander’ iets in mijn ogen stoms zie doen, dan betekent dat alleen dat ik mijn ego aanval gedachtes over mijzelf niet onder ogen wil zien en dat dan razendsnel weg probeer te projecteren, zodat de schuld zich nu buiten mij lijkt te bevinden en ik onschuldig ben. Dat is de functie van projecteren, projectie wast mijn handen in onschuld.
Projectie kan ook geprojecteerd worden op mijzelf als lichaam, maar ook het lichaam is een projectie met als doel iets buiten mij als denkgeest te zien.
Als projectie vanuit zonde, schuld en angst komt ziet het er altijd uit en wordt het altijd ervaren als een schuldig lichaam of iets anders buiten mij of als mij eigen lichaam. Het is hoe dan ook een projectie om mijn onschuld te bewijzen.

De waarnemer/keuzemaker is niet het lichaam. Wat ik zie geprojecteerd op ‘het doek’, komt altijd uit de denkgeest die zodra ik me daarvan bewust wil zijn, in staat is oordeelloos te kijken naar het geprojecteerde beeld, de poppetjes op het scherm die het script van zonde, schuld en angst uit lijken te spelen.
Zodra ik me als waarnemende/keuzemakende denkgeest hiervan bewust begin te worden en me bewust wordt van dat dat wat ik zie voortkomt uit mijn keuze voor zonde, schuld en angst kan ik de andere keuze maken, die van voor Heilige Geest, ook wel de juist gerichte denkgeest genoemd.
Ik (denkgeest) zal dan dezelfde projecties op het scherm anders ervaren en me er nu als bewuste denkgeest niet meer mee willen identificeren.
Ik weet dan dat ik niet de poppetjes ben op het scherm, maar wel de projector, de denkgeest die kan kiezen er door ‘ogen’ (het script) van zonde, schuld en angst (ego) of door ‘ogen’ (het script) van Liefde naar te kijken en te ervaren.
Als dit geleerd is, dan is het onmogelijk om wat dan ook wat zich vertoont op het scherm nog te rechtvaardigen als ‘waar’ en als de bron van wat ik ervaar.
En dat is tevens de nieuwe functie die wordt gegeven aan alles wat zich op het scherm lijkt af te spelen. Mijn projecties worden niet meer ingezet om mij als denkgeest af te scheiden van Liefde, God, Éenheid, maar als reminder om opnieuw te kiezen en de afscheiding te laten genezen.



De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistisch.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houd de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat wij zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat. De Cursus noemt dit de Heilige Geest Denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de Juist gerichte denkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden denkgeest te zijn en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voedt en in stand houdt.
En ‘vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

https://illusje.files.wordpress.com/2013/12/e5c32-b199833558.jpg

Achter elk dualistisch gebeuren (alles wat lijkt te gebeuren in het universum, de wereld, lichamen, dingen, situaties) ligt het geschenk van non-dualisme te wachten; ware waarheid, éenheid, geluk, vrede, liefde zonder voorwaarden of oordelen en onveranderlijk. Ware Vergeving is de sleutel tot het ontsluiten van het goed verborgen ego geheim, dat er in werkelijkheid niets is gebeurt en niets ware waarheid kan veranderen, laat staan vernietigen.
En dit alles vraagt om een ervaring, een ware ervaring die de valse ervaringen van de onnatuurlijke, onmogelijke wens tot afscheiding (ego) vervangt, zodat terug herinneren in Waarheid onvermijdelijk wordt.
Onvermijdelijk; tot uitstellen in staat, maar niet tot afstel:

“4Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. 5Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een gegeven moment wilt doen” (In.1:4-5).

en:

“De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5)” (Vw.viii).

Elke keuze voor het denken en ervaren met de ego kant van onze denkgeest getuigt van afscheiding.
Om dit te kunnen zien/waarnemen is het belangrijk te (willen) leren en te kunnen onderscheiden wanneer ik voor egodenkgeest kies. Ik kan dit terugzien in mijn projecties die daarvan getuigen.
Als ik enige vorm van zonde, schuld en angst herken door naar mijn gevoel, mijn emoties te kijken die met mijn projecties gepaard gaan als waarnemende denkgeest dan weet ik 100% zeker dat dit allemaal veroorzaakt wordt door mijn keuze voor kijken met ego.
Het kenmerk van kijken en ervaren dmv mijn keuze voor egodenkgeest is dat het altijd getuigt van enige vorm van afscheiding.
Het begint al met het verbergen van dat de bron van wat ik lijk te ervaren, de denkgeest is.
Daardoor vergeet ik dat “ik” denkgeest ben en geloof nu dat “ik” een lichaam ben dat autonoom is.
De nu aan amnesie lijdende denkgeest ziet het lichaam en alle andere lichamen en dingen en situaties in een wereld als de bron van alles en de oorzaak, de denkgeest is totaal uit het zicht verdwenen.
Maar “vergeten” betekent niet voorgoed verdwenen, dat wat met opzet vergeten wordt kan worden terug herinnert.
Dat proces kunnen we het ontwaken in de droom en tenslotte ontwaken uit de droom noemen.
Nogmaals daarvoor is het nodig alle vormen van afscheiding, welke achter elke egogedachte schuil gaat te leren herkennen.
Dat is grof gezegd het proces waar ECIW over gaat; het leren herkennen van alle pogingen tot het in stand houden van de wens tot afgescheiden willen zijn en blijven van de Liefde van God, dmv te kiezen voor het tegenovergestelde van de Liefde van God: de interpretatie van het ego hiervan ook wel speciale liefde genoemd in de Cursus.

In de Cursus staat een prachtig/gruwelijk stuk tekst dat van dit ego mechanisme getuigt en waar dit heel beeldend (want dat kunnen we begrijpen als beeldende kunstenaar/illusionisten = projecterende denkgeest) wordt verwoord.
Klinkt een beetje als een aflevering uit Harry Potter.

“3De boodschappers van de  angst  worden door een  schrikbewind afgericht,  en ze beven wanneer hun  meester ze oproept hem  te dienen.  4Want angst is meedogenloos, zelfs voor  zijn vrienden. 5Zijn boodschappers  sluipen  schuldbewust weg in hun hongerige  zoektocht naar  schuld, want hun  meester hongert ze  uit, laat  ze verkleumen, en maakt ze heel vals, en vergunt  ze  alleen zich tegoed te doen aan wat ze  naar hem hebben teruggebracht.  6Geen  enkele flinter  schuld ontsnapt aan hun hongerige ogen. 7En in hun  bloeddorstig zoeken  naar zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze  zien, en  slepen het schreeuwend voor  hun  meester, om te worden verslonden.
13.Zend  deze  bloeddorstige  boodschappers niet de  wereld in om zich daaraan te goed  te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. 2Want ze zullen je berichten brengen van botten,  vel en vlees. 3Hun is  geleerd naar het bederfelijke  op  zoek  te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven  en verrotte dingen. 4Voor hen zijn dergelijke dingen  prachtig, want  ze  lijken hun  knagende, razende honger  te stillen.  5Want ze zijn  uitzinnig  van angstpijn, en willen de straf afwenden  van hem die  ze uitgezonden heeft  door hem dat te  bieden wat ze dierbaar is” (T19.IV.i.12:3-7; 13:1-5).

Prachtig/gruwelijk heel beeldend verwoord en als we echt bereid zijn hiernaar te kijken kunnen we dit symbolische verhaal terug herkennen in onze dagelijkse verhalen waarin ons lichaam de hoofdrol speelt.
Er is niet zoveel fantasie voor nodig om bovenstaande gruwelijke beschrijving in onze dagelijkse ervaringen terug te zien.
Dit herkennen houdt in dat elke gedachte die op een of andere manier met het lichaam, andere lichamen, dingen en situaties in de vorm te maken heeft en als bron lijkt te hebben altijd zonder uitzondering van de keuze voor ego afkomstig is.
Daar mij weer schuldig over voelen of boos, wanhopig, verontwaardig, onverschillig, angstig, niet snappen, te moeilijk vinden, overdreven vinden, ontkennen enz. enz. komt ook weer van de keuze voor het ego = kiezen voor afscheiding van de Liefde van God.
Nogmaals dat is het leerproces waar ECIW ons doorheen leidt als we dat willen en vooral waar de denkgeest, die dit alles kan/wil waarnemen op een gegeven moment onvermijdelijk aan toe is.
Onvermijdelijk omdat er in werkelijkheid niets gebeurd is en het nietig dwaas idee en het gevolg daarvan in een flits leek plaats te vinden en ook weer meteen verdween. En we dat ene nietige dwaze idee van afscheiding steeds weer (lijken te willen) herbeleven door er steeds weer mentaal op terug te kijken:

“In de eeuwigheid, waar  alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom  de Zoon van God vergat te lachen. 3Door  dit  te  vergeten werd  de gedachte een  serieus idee,  in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. 4Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de  tijd  geen inbreuk kan maken  op  de  eeuwigheid. 5Het  is  ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist  betekent dat  er  geen  tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

De bereidwilligheid om te willen kijken naar de boodschappers van de angst komt vanzelf als de werkelijkheid van deze boodschappers in twijfel wordt getrokken en er ruimte komt voor “het andere”, de herinnering, welke nooit is weggeweest uit de denkgeest, aan de Liefde van God:

“De Heilige Geest heeft jou Zijn boodschappers gegeven om naar je broeder te zenden en naar jou terug te keren met wat de liefde ziet. Ze zijn gegeven om de hongerige honden [boodschappers] van de angst te vervangen die jij in plaats daarvan gezonden hebt. En zij gaan uit om het eind van de angst te verkondigen” (T19.IV.i.15:5-7).

Deze hongerige honden de boodschappers van de angst (al mijn ego gedachtes/projecties) hoeven niet vernietigd te worden, maar slechts gezien/doorzien voor wat ze zijn; nietige dwaze ideeën die even serieus werden genomen en als werkelijkheid gezien en er de bereidwilligheid is deze symbolen van zonde te vergeven waardoor de boodschappers van angst vervangen worden door de boodschappers van Liefde.

Het oefenen hiermee (het is tenslotte niet voor niets een cursus) zit hem uitsluitend in het leren herkennen van wanneer ik mijn bloeddorstige, hongerige honden, de boodschappers van angst (keuze voor ego) erop uit stuur. Elke gedachte van een bijna niet waarneembare irritatie tot uitbarstingen van uitzinnige woede/haat, maar ook die van uitzinnige tijdelijke vreugde, vallen onder de noemer speciaalheid, oftewel ego en zijn allemaal terug te voeren tot de keuze voor en het geloof in alle (on)mogelijke vormen van zonde, schuld en angst. En al deze waargenomen ego gedachtes vormen een keuze moment waarop nu bewust opnieuw gekozen kan worden voor ego (symbool voor onjuist gerichte denkgeest) of voor Heilige Geest/Jezus (symbool voor juist gerichte denkgeest). Oftewel de keuze voor ‘vergeving ter vernietiging’ (ego) of voor ‘Ware Vergeving’ (HG/J).

(lees vooral: 1. Wat is vergeving? (WdII.1 blz. 404 van het Werkboek) nog eens door als herinnering aan wat Ware Vergeving is en vooral wat het niet is).

Oefenen hiermee is vooral eindeloos herhalen, want de ego kant van de denkgeest zal onvermijdelijk altijd mee doen en voor zijn versie van de Cursus kiezen en alles interpreteren vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst.
Dat zijn de momenten dat we commentaar hebben op de Cursus, zoals ‘te moeilijk’, ‘ik ben hier te dom voor’, of ‘de Cursus is alleen voor intellectuelen’, ‘te lastig taalgebruik’, christelijk taalgebruik’, alles letterlijk nemen in plaats van symbolisch, de inhoud anders interpreteren, andere aanvallen op een andere interpretatie, het een te dik boek vinden, of te duur, of het als het werk van de duivel zien, of het boek als Heilig zien, God en de Jezus van de Cursus verwarren met de God en de Jezus van de bijbel, steeds weer opnieuw beginnen met de lessen van het Werkboek, omdat men vindt dat ze niet op de juiste manier zijn gedaan, of denken dat het vergeten om de lessen te doen een zonde is, denken dat als het Werkboek gedaan is in één jaar dat men dan ‘klaar’ is en verlicht, de Cursus doen om er zeker van te zijn dat ik niet nog een leven terug moet komen om ‘het’ te leren, en ook het totaal me niet herkennen in bovenstaande opsomming of enige andere weerstand tegen de Cursus, om er maar een paar te noemen.

Het verschil met een cursus in de wereld (de wereld van het ego) is dat ik ervoor kan zakken.
De cursus van de Heilige Geest kan niet falen, omdat ervoor slagen onvermijdelijk is.
De Heilige Geest (onze juist gerichte denkgeest) gebruikt het idee van een cursus het hergebruikt dit nietig dwaas idee met maar één doel; alleen 100% ervoor slagen is mogelijk en onvermijdelijk.
Zoals het in de Inleiding staat:

“Deze cursus kan daarom heel eenvoudig aldus worden samengevat:

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God”
(In.2:21-4).









De aloude vraag “waartoe zijn wij op aarde” heeft verschillende lagen.
Zoals ECIW ons leert zijn woorden dubbel verwijderd van Waarheid.
Dus ook deze vraag is dubbel verwijderd van Waarheid.
Het lijkt een logische vraag, niets mis mee opzich denken we.
Tot we doorzien dat de vraag geen vraag is maar een vaststelling.
De vraag impliceert dat er een wereld is en “we” hier op aarde zijn en de vraag bevestigt dat.
Dat blijkt ook omdat er op dat niveau wordt vastgesteld dat er een wereld is en een “ik” die daarop leeft.
De vraag heeft daarom dan ook een ander doel dan het lijkt te hebben.
De vraag heeft eigenlijk als doel om te bewijzen dat de wereld en ik (lichaam) de werkelijkheid zijn en is daardoor de ultieme afleiding van Ware Waarheid, welke vormloos en non-dualistisch is.

Alles wat schijnbaar met de ogen en de rest van de zintuigen van het lichaam wordt gezien, gevoeld, ervaren is dientengevolgen in oorsprong bedoeld als aanval op Ware Waarheid, ook wel God, Liefde, Éenheid genoemd.
En daardoor moet de wereld en alles wat daarmee gepaard gaat wel het tegenovergestelde van Ware Waarheid, oftewel ook wel God, Liefde, Éenheid zijn en uitbeelden.

Dit moet echt eerst gezien en onderkend worden alvorens we ook maar kunnen beginnen met het proces van Ware Vergeving.
Ware vergeving ziet immers dat er niets gebeurt is:

“4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is” (WdII.1.4:1-5).

Deze stap van herkennen en onderkennen dat de wereld een verdediging tegen God is kan niet worden overgeslagen. De angst om deze stap onder ogen te zien is gigantisch, want dat zet mijn hele zorgvuldig opgebouwde (ego) verdedigingssysteem tegen God op losse schroeven en het waanidee is dat God mij dan toch echt volledig zal ontmaskeren als zondaar en zal vernietigen. (Denk aan het verhaal van Adam en Eva).
Dit lijkt een belachelijk idee, maar het feit dat ik het een belachelijk idee vind is opzich al meteen een ego verdediging, want het is een uiting van schuld en zonde, schuld en angst zijn het ultieme wapen van het ego tegen de onveranderlijke Liefde van God.

Het antwoord van Heilige Geest (Juist gerichte Denkgeest) hierop is Ware Vergeving. Maar dan moet ik eerst zien wat er te vergeven is. Niet de fouten die ik zogenaamd heb gemaakt hier in deze wereld of wat er zognaamd mis is met mij en anderen, nee er moet doorzien worden dat deze projecties niet zijn wat ze lijken te zijn; verdedigingen tegen de in de ogen van mijn ego de vernietigende kracht van God.
Nogmaals als dat niet onder ogen wil worden gezien zal Ware Vergeving niet werken en werkt in dit geval ECIW als gekozen pad ook niet.
Allertheid op het voortdurende saboterende vermogen van het ego (let wel het ego kan niet anders, want het is geprogrammeerd om zo te kijken) is noodzakelijk.

Hierbij is het belangrijk te leren “kijken” olv mijn Juist gerichte Denkgeest en niet olv mijn keuze voor onjuist gerichtheid. Hoe kan ik het verschil herkennen? Als er gevoelens, emoties van vormen van zonde, schuld en angst mee gepaard gaan, weet ik dat ik olv ego kijk, als ik kies voor oordeelloos kijken en verder niets eis wat betreft wat ik een juist antwoord zou vinden dan zal ik olv HG kijken:

“5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.5:1-3).

In deze uitspraak kunnen we ook zien, dat hier duidelijk dat wat we herkennen en kunnen begrijpen, dat wat we in aanvang hebben bedacht als afscheidingsidee, wordt hergebruikt, maar nu door de keuze voor HG, (Juist gerichtheid van denken).
Namelijk het voorheen ego idee dat er naast mij ook nog “anderen” zijn.
Vandaar de schijnbaar tegenstelling van Éénheid:

“3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.”

Als er maar “Één” is kunnen er geen anderen zijn en hoeft er niet gedeeld te worden. Het moet dan wel zo zijn dat als ik een schijnbaar ander vergeef ik mijzelf vergeef, niet de “ik” het lichaam, maar het ene nietig dwaas idee vergeef.
Vandaar ook de uitspraak in het Handboek voor leraren: (en ik plak maar even toch het hele stuk tekst hier, want het is echt zo duidelijk dat ik niets weg wil laten):

“HOEVEEL LERAREN VAN GOD ZIJN ER NODIG OM DE WERELD TE REDDEN?
1.Het antwoord op deze vraag is: één. 2Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. 3Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is. 4Hij die altijd al totaal geest was, ziet zichzelf nu niet langer als een lichaam of zelfs maar als in een lichaam. 5Daardoor is hij onbegrensd. 6En omdat hij onbegrensd is, zijn zijn gedachten voor eeuwig en altijd verenigd met die van God. 7Zijn waarneming van zichzelf is op Gods Oordeel gebaseerd, niet op dat van hemzelf. 8Zo deelt hij de Wil van God, en brengt hij Diens Gedachten naar denkgeesten die nog steeds in waan verkeren. 9Hij is voor eeuwig één, want hij is zoals God hem schiep. 10Hij heeft Christus aanvaard, en hij is verlost.
2.Zo wordt de zoon des mensen de Zoon van God. 2Het is geen werkelijke verandering; het is een verandering van denken. 3Niets wijzigt zich vanbuiten, maar vanbinnen weerspiegelt alles nu nog slechts de Liefde van God. 4God kan niet langer worden gevreesd, want de denkgeest ziet geen reden voor straf. 5Gods leraren lijken met velen te zijn, want dat is wat de wereld nodig heeft. 6Maar hoe kunnen ze van elkaar gescheiden zijn als ze verenigd zijn in één doel, dat ze delen met God? 7Wat maakt het dan uit of ze in vele vormen verschijnen? 8Hun denkgeest is één, hun verbondenheid totaal. 9En God werkt nu door hen heen als één, want dat is wat ze zijn. 3.Waarom is de illusie dat er velen zijn noodzakelijk? 2Alleen omdat de werkelijkheid voor hen die in waan verkeren niet te begrijpen is. 3Slechts zeer weinigen kunnen Gods Stem überhaupt horen, en zelfs zij kunnen Zijn boodschappen niet rechtstreeks communiceren via de Geest, die ze gegeven heeft. 4Ze hebben een hulpmiddel nodig waardoor communicatie mogelijk wordt met degenen die niet beseffen dat ze geest zijn. 5Een lichaam kunnen ze zien. 6Een stem verstaan ze en daarnaar luisteren ze, zonder de angst waarop de waarheid in hen zou stuiten. 7Vergeet niet dat de waarheid alleen daar kan komen waar ze zonder angst verwelkomd wordt. 8Daarom hebben Gods leraren een lichaam nodig, want hun eenheid kan niet rechtstreeks worden herkend.
4.Wat hen echter tot Gods leraren maakt, is hun inzicht in de eigenlijke bedoeling van het lichaam. 2Naarmate ze vorderen in hun ambt, raken ze er steeds meer van overtuigd dat het lichaam slechts fungeert als spreekbuis voor Gods Stem voor menselijke oren. 3En deze oren zullen naar de denkgeest van de luisteraar boodschappen overbrengen die niet van deze wereld zijn, en de denkgeest zal ze begrijpen vanwege hun Bron. 4Vanuit dit begrip zal in deze nieuwe leraar van God het inzicht dagen wat de bedoeling van het lichaam werkelijk is, het enige waarvoor het werkelijk kan worden gebruikt. 5Deze les volstaat om de gedachte aan eenheid haar intrede te laten doen, en wat één is wordt als één herkend. 6De leraren van God schijnen de illusie van afscheiding te delen, maar gezien het doel waarvoor zij het lichaam gebruiken, geloven ze, ondanks de schijn van het tegendeel, niet in de illusie.
5.De belangrijkste les is altijd deze: waarvoor je het lichaam gebruikt, dat zal het voor jou worden. 2Gebruik het voor zonde of aanval, wat hetzelfde is als zonde, en je zult het als zondig zien. 3Omdat het zondig is, is het zwak en omdat het zwak is, lijdt het en sterft het. 4Gebruik het om het Woord van God naar hen te brengen die dat niet hebben, en het lichaam wordt heilig. 5Omdat het heilig is, kan het niet ziek zijn, noch sterven. 6Wanneer het niet meer bruikbaar is, wordt het terzijde gelegd, en dat is alles. 7De denkgeest neemt deze beslissing zoals hij alle beslissingen neemt die verantwoordelijk zijn voor de toestand van het lichaam. 8Toch neemt de leraar van God deze beslissing niet alleen. 9Deed hij dat wel, dan zou hij het lichaam een ander doel geven dan dat wat het heilig houdt. 10Gods Stem zal hem zeggen wanneer hij zijn rol heeft vervuld, precies zoals die hem zegt wat zijn functie is. 11Hij lijdt niet door te gaan, noch door te blijven. 12Ziekte is voor hem nu onmogelijk.
6.Eenheid en ziekte kunnen niet naast elkaar bestaan. 2Gods leraren kiezen ervoor om een tijdje naar dromen te kijken. 3Dat is een bewuste keuze. 4Want ze hebben geleerd dat alle keuzen bewust worden gemaakt, in het volle besef van de consequenties daarvan. 5De droom zegt iets anders, maar wie zou zijn vertrouwen in dromen stellen als die eenmaal worden gezien als wat ze zijn? 6Zich van het dromen bewust zijn is de werkelijke functie van Gods leraren. 7Ze zien de droomfiguren komen en gaan, wisselen en veranderen, lijden en sterven. 8Maar ze worden niet misleid door wat ze zien. 9Ze erkennen dat een droomfiguur als ziek en afgescheiden zien niet werkelijker is dan hem als gezond en mooi te beschouwen. 10Alleen de eenheid is geen ding uit dromen. 11En dit is wat Gods leraren erkennen dat zich achter de droom bevindt, voorbij alle schijn en toch stellig het hunne” (H.12.1,2,3,4,5,6).

Mijn ervaring is, dat hoe verder ik vorder in het proces van ECIW en het beoefenen van Ware Vergeving des te duidelijker worden alle ego verdedigingen die ik gekozen heb als verdediging tegen de Liefde van God. Ik ga het echt herkennen in al mijn projecties die ik (egodenkgeest) daarvoor gebruik.
Ook ontdek ik steeds meer en vooral eerder, dat het ego altijd 2 zijden heeft, die beiden mijn keuze voor ego uitbeelden en vaak worden verward met de keuze voor HG.
Dit wordt ook wel niveauverwarring genoemd.
Zo heb ik de neiging alles wat met liefde te maken heeft in de wereld als zoetsappig, overdreven, aanstellerij, roze wolken gedoe te zien en ik liever voor stoer en als stel je niet aan, kom op schouders eronder en ‘verder’ ga, terwijl de andere zijde van de ego medaille zich kan uitprojecteren als alles in de wereld is liefde, ik moet aardig zijn tegen iedereeen, iedereen in de armen sluiten ik mag niet boos zijn enz.
Beide zijn een keuze voor egodenkgeest ook al lijken ze tegengesteld aan elkaar, maar dat komt omdat de keuze voor ego altijd dualistisch (tegengesteld) is.
Zodra ik Ware Vergeving zie als iets te moeten “doen” in de vorm dan zou ik kunnen herkennen dat het opnieuw de keuze voor ego is, dus voor afscheiding, ook wel “Vergeving-ter-vernietiging” (L2.II) genoemd

De volgorde is: bereid zijn te kijken olv HG, waardoor het zien van mijn keuze voor ego bloot komt te liggen en oordeelloos kan worden gezien.
Te herkennen dat ik “slechts” daardoor zie dat ik een projectie zie van mijn keuze voor zonde, schuld en angst en dan de keuze kan maken, als de bereidheid daartoe aanwezig is, dit mezelf en dus de zogenaamde ander (want één nietig dwaas idee) te vergeven.
De projectie (dus de vorm waarin de keuze voor zonde, schuld en angst zich laat zien) wordt daardoor niet de oorzaak, maar het gevolg van mijn keuze.
De keuze voor zonde, schuld en angst nu gezien op denkgeest niveau, is nu de oorzaak en de enige oorzaak.
Door opnieuw te kiezen nu voor HG/Ware Vergeving krijgt het voorheen ego materiaal een totaal andere functie en wordt zodoende alleen nog maar een reminder om er anders (olv HG) naar te kijken en het louter en alleen nog als Vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien:

“1.De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken” (T25.VIII.1:1).

Ik merkte dat de uitdrukking “wees aardig” (be kind), ineens in mij (denkgeest) omkeerde van afkeer (ego) naar het volledig toelaten (HG), wat enorm bevrijdend voelde en als volkomen normaal.
Hierdoor viel er een hele reeks aan elkaar verbonden ego conditioneringen die met de verdediging tegen Liefde te maken hadden als domino stenen in één keer om. Het wonder van Ware Vergeving.
Het is nog schijnbaar “nieuw”, dat is de ervaring na Wonder moment, terwijl het eigenlijk niets anders is dan een aloude herinnering die weer tevoorschijn komt, een open deur eigenlijk, maar het is goed, heel goed.
En het is het antwoord op de vraag “waartoe zijn wij op aarde”.
Niet om welke reden dan ook die we denken… 😉
Dit vereist een “persoonlijke ervaring” binnen de onpersoonlijke aard van het Wonder:

“De onpersoonlijke aard van het wonder vormt er een wezenlijk bestanddeel van, omdat het mij [Jezus] in staat stelt de toepassing ervan te leiden; en onder mijn begeleiding voeren wonderen tot de hoogst persoonlijke ervaring van openbaring” (T1.III.4:5).



Aangezien de egodenkgeest kant van de ene denkgeest ook onvermijdelijk de Cursus doet, want hoe zou dat anders kunnen als er altijd maar één denkgeest is, kan het niet anders dan dat de ego (onjuist-gerichte) kant van de ene denkgeest precies het tegenovergestelde denkt van het oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest (Juist-gerichte) kant van de ene denkgeest.
Dit lijkt het non-dualisme van één tegen te spreken, maar dat lijkt maar zo, omdat in werkelijkheid de ene denkgeest niet is opgesplitst in een onjuiste en juiste denkgeest waar tussen gekozen kan worden, maar in de droom van afscheiding, zoals wij “de wereld” ervaren lijkt dat wel zo. En dit wordt door ECIW gebruikt als uitgangspunt, en als leermiddelen, om ons te kunnen bereiken daar waar we denken en geloven te zijn, zodat we het kunnen begrijpen.

Oordeelloos kijken vanuit de egodenkgeest kant van de denkgeest is:
Mijzelf de persoon Annelies, de opdracht geven dat ik niet mag oordelen. Elke keer dat er een oordeel op dreigt te komen, zeg ik tegen mijzelf, ‘foute boel, mag niet, brr, wat een gênante gedachte, au, ik wil en kan er niet naar kijken, ik schaam me dood! De ander is onschuldig en kijk mij nu eens foute gedachten hebben over die persoon. Ik zit fout door toch een oordeel te hebben over de ander. Ik ben een sukkel, ik ben in en in slecht, wie heeft nu zulke vreselijke gedachten?’
Ik oordeel over het oordeel en veroordeel het.
En zo besluit ik vanuit de (schijnbare, illusionaire) egokant keuze van de denkgeest:
‘Ok, help! Hoe raak ik dit vreselijke oordeel kwijt zodat ik weer oordeel-loos (zonder oordeel, oordeel-vrij) wordt. Ik geef dit oordeel snel aan jou Jezus, want jij verzamelt oordelen, je bent er zelfs dol op, je houdt van lijden en neemt dat graag van mij over, jij weet er wel weg mee, ben ik ervan af, zand erover, klaar, niet meer aan denken, opgelost’.
En alsof mijn oordeel een op scherp staande handgranaat is die elk moment af kan gaan en mij zal doden geef ik mijn oordelende, zondige, schuldige, angstige gedachten snel door aan Jezus. Het oude ‘Jezus is voor onze zonden gestorven’ verhaal dus; de ik-persoon Annelies, die al haar oordelen doorgeeft aan de historische Jezus van de verhalen, die nu als geest buiten mij rond zweeft en nog steeds wonderen verricht zoals in de bijbel. Als hij mij ten minste hoort, of genegen is mij aan te horen, laat staan te helpen, want ik ben niet de enige die op de wachtlijst staat.
Op die manier van m’n oordeel afkomen, oordeel-loos, oordeel-vrij raken, voelt even als een opluchting, want het lijkt of ik, Annelies, het oordeel kwijt ben, ik ben weer oordeel-loos, oordeel-vrij, dank zij de wonderdoener Jezus, die zo vriendelijk is mij het persoontje Annelies te genezen door haar te verlossen van haar geprojecteerde oordelen (zonde, schuld en angst). Maar dat lijkt maar zo, eigenlijk ben ik het alleen tijdelijk kwijt, ‘vergeten’, dankzij de hulp van een Jezus die mijn oordelen, zonde schuld en angst door de vingers ziet en mij voor nu even vergeeft tot ik weer de fout inga.
Ik heb oordelend gekeken naar oordeelloosheid.
Zo werkt oordeelloos kijken via de egodenkgeest kant van de denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest is:
Kijken vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant van de ene denkgeest.
Ik zie vanuit die positie dat ik een oordeel heb over iemand, maar ik besef dat ik dat oordeel niet ben, er vindt geen volledige identificatie, geen het persoonlijk nemen meer plaats.
Er is geen persoon Annelies die oordeelt, er is het besef dat het de denkgeest is die een oordeel heeft en deze projecteerd.
Ik ontken het oordeel niet, stop het niet weg, verander het niet, kijk ernaar precies zoals het zich voordoet, inclusief de emoties en de pijn.
Ik kijk naar mijn oordeel en oordeel niet over het oordeel als manier om oordeel-loos, oordeel-vrij te worden.
Ik hoef mezelf niet oordeel-loos, oordeel-vrij te maken, ik kijk gewoon rustig naar het oordeel.
En besef dat het oordeel dat ik over de ander heb helemaal niet over een ander lichaam gaat, en ook niet over mijzelf als lichaam.
Het oordeel gaat helemaal niet over iets wat zich buiten mij lijkt af te spelen.
Het oordeel speelt zich af in de denkgeest en heeft als enige functie een schijnbare afscheiding te bewerkstelligen in de ene denkgeest.
Iets wat onmogelijk is.
En de functie van projectie is om de onmogelijkheid van afscheiding aan het ‘oog’ te onttrekken, door er een muur van beelden (projecties) voor te zetten, zodat afgescheidenheid, verschillen, toch mogelijk lijken te zijn.
En zo lijken er lichamen te zijn die van elkaar verschillen, en verschillen zien vraagt om oordelen. Werkelijk oordeelloos zijn én tegelijkertijd lichamen zien, gaat niet samen. Lichamen zijn projecties ontstaan uit oordelen vanuit de denkgeest die in afscheiding gelooft.

Een oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest vraagt ook niet om hulp aan een historische Jezus of een Heilige Geest die ergens buiten ‘mijn’ lichaam is.
Oordeelloos kijken vraagt hulp aan de oordeelloze denkgeest kant en die oordeelloze kant van de denkgeest kan ik symbolisch Jezus noemen en of de Heilige Geest, of een ander symbool wat voor mij staat voor oordeelloosheid en Liefde.
Oordeelloos kijken ziet geen schuld, geen zonde veroorzaakt door iets buiten de denkgeest.
Het kijkt en doet niets, het neemt het oordeel terug in de denkgeest, waar het begon en waar het vergeven kan worden en oplossen in Liefde.

Resumerend:
Het oordeelloos kijken van de egodenkgeest is oordeel-loos worden door niet te kijken. Het oordeel verdwijnt daardoor niet maar verschuilt zich achter de ontkenning van het oordeel of het juist veroordelen van het oordeel, waardoor de zonde, schuld en angst alleen maar versterkt worden, wat precies ook het doel is voor de keuze voor ego.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest denkgeest is oordeel-loos worden door wel te kijken en het oordeel precies zoals het is inclusief de daaraan verbonden projectie terug te nemen in de denkgeest en te onderkennen dat het allemaal zelf bedacht is, met als enig doel afgescheiden te willen zijn van Liefde, God, Éénheid. Vergeving van dit nietig dwaas idee helpt mij terug te herinneren in Liefde.

Als we ervan uitgaan dat dit alles wat we ervaren inclusief de “we”, de droom is van de wens om afgescheiden te zijn van Één, van Liefde, van God, dan moet het wel zo zijn dat de hele droom zonder uitzondering wel van afscheiding moet getuigen.
Wat betekent dat alles (ook geen uitzonderingen daar), vanuit het geloof in zonde, schuld en angst moet komen. Dus dat betekent dat alles wat we ervaren 100% zonde, schuld en angst projectie is en dus 100% olv het geloof in ego staat.
En binnen dat ego/afscheidings/zonde, schuld, angst kader heeft alles wat beweert/geloofd wordt maar één doel: afscheiding.
Dat betekent ook dat wat er ook beweerd wordt over in bijvoorbeeld het geval Corona; wel of niet erg, wel of geen maatregelen enz. enz. allemaal hetzelfde is.
De droom, het script van afscheiding wordt uitgespeeld en we, de denkgeest hebben geen idee hoe, wat, waarom, omdat we onmogelijk het geheel kunnen overzien. We doen maar wat, want ik weet niet wat er in mijn afscheidings-script staat ik weet alleen dat het altijd 100% chaos is. Ook al denk ik zaken voor te kunnen zijn, of me te kunnen beschermen, of eraan te ontkomen of maatregelen kan nemen. Alles wat ik lijk te doen is op dat moment mijn script. Ook als ik denk, nu ga ik eens iets heel anders doen, dan staat dat in mijn script, dus ook alles wat ik denk over Corona bijvoorbeeld. Ik kan niet iets doen wat niet in mijn script staat. Ook als ik ontken dat er een script is staat dát in mijn script. Alleen daarom al heeft het geen zin om iets in de vorm te veranderen, want dat staat dan ook in mijn (ego) script en heeft, nog maar eens herhaald, maar één doel: afscheiding.

Ik begin me er zo langzamerhand bewust van te worden, dat “ik” denkgeest angst wil, alleen niet om de reden die ik denk, niet om dat ik masochistische neigingen heb, maar omdat de ik egodenkgeest alleen dmv het geloof in angst “veilig” in afscheiding van God, Liefde kan blijven. En dat verdedig ik letterlijk, nou ja droom letterlijk, met mijn leven, en mijn droom dood bewijst dat ik gelijk heb en God niet.

Conclusie: de droom-ik (denkgeest) doorloop mijn droom-scriptlijntje van dit droom-leven en de enige keuze die ik als denkgeest kán maken is of ik dat olv ego of olv de HG kant van de denkgeest wil doen. En ook die keuze staat in mijn denkgeestscript, het script wat al geschreven en voorbij is.
Ook al lijk ik een keuze te maken op vorm niveau, dan nog is het een keuze van en in de denkgeest. De denkgeest is altijd (geen uitzondering mogelijk) de bron en niet de projectie (de vorm), de projectie is het gevolg en blijft altijd verbonden aan zijn bron, de denkgeest (let wel met denkgeest worden niet de hersenen bedoeld).
Dan moet het wel zo zijn dat als ik dit al geschreven script olv HG doorloop, (dat toelaat), dan zal dat als ‘vanzelfgaand’ ervaren worden, omdat de keuze voor leiding van ego dan automatisch weg gevallen is, en daardoor ook het gevoel van weerstand.
Onder leiding van de keuze voor de HG kant van de denkgeest, zal het script wat al geschreven is moeiteloos doorlopen worden en zal het wegvallen van ego weerstand (de blokkades tegen Liefde, God; alle vormen van het geloof in zonde, schuld en angst) er voor zorgen dat ego blokkades die in het script staan als het ware worden overgeslagen, vergelijkbaar met het doorspoelen van een film. Let wel dat is niet hetzelfde als de ego vorm van ‘doorspoelen’ dat over ‘niet willen zien’, ontkennen, dissocieren gaat.
De film (droom) doorspoelen is een logisch gevolg van het opheffen (vergeven) van de blokkades die de ego kant van de denkgeest heeft opgeworpen:
“Hij [de Cursus] beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw natuurlijk erfgoed is” (T1.In.1:7).

Voortbordurend op vorig blog over het ego vertrouwen, is het natuurlijk ook zo dat ego-zelf-vertrouwen ook gebasseerd is op datzelfde dualistische vertrouwen/wantrouwen.
Als ik “mijzelf” als lichaam zie en ervaar en met opzet “vergeten” ben en daardoor blind ben voor het feit dat dat “mijzelf” enkel een projectie is vanuit de denkgeest welke de wens heeft zich af te scheiden van Één, dan kan het niet anders zo zijn dat ik mezelf wantrouw en absoluut niet vertrouw, omdat “ik” denkgeest van wegen die keuze (expres onbewust gehouden keuze) wel de wetten van het ego moet volgen en alleen maar kan denken en geloven in termen van wantrouwen en niet anders kan dan dit te projecteren als een “mijzelf” lichaam wat niet te vertrouwen is en zogenaamde “andere” lichamen die niet te vertrouwen zijn.
Als ik beweer dat ik weinig zelfvertrouwen heb, dan spreek ik de wens van mijn keuze voor ego denken uit. Het lijkt dat ik daaronder lijdt en het wil veranderen, maar eigenlijk wil ik het juist, want weer het houdt de afscheiding in stand en dat is het enige doel van de keuze voor ego.
Op deze wijze wordt de keuze voor egodenken door vergetelheid dubbel afgeschermd.

Elke keer als ik weer voor een verhaal over gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen/wantrouwen kies en ik neem het serieus, dan hoef ik eigenlijk maar één ding te leren herkennen, namelijk dat ik voor de ego kant van de denkgeest heb gekozen. En als dat duidelijk gezien is, dan kan er opnieuw gekozen worden, waarbij er niet wordt gekozen voor een ander, beter verhaal, maar voor welk deel van de denkgeest en die andere keuze is Heilige Geest denkgeest. De rest volgt dan als vanzelf, want dat zal dan volledig olv Heilige Geest oftewel juistgerichtheid van denkgeest staan.

Neen, want de opzet van het geloof en de keuze voor de ego kant van de denkgeest, en dat doen we als we de wereld en onszelf als lichaam als “waar” ervaren, is om de afscheiding van God, Liefde, Waarheid, Éenheid als echt gebeurt te laten lijken zijn.
Ik kwam hier achter toen het ineens tot me doordrong waarom ik altijd iedereen met vertrouwen benader, maar dat er altijd een punt komt waarop mijn vertrouwen plotseling geschaad lijkt te worden.
Ik zag ineens het ego mechanisme hierachter en doorzag ineens het spel wat hier gespeelt wordt.
Het werd echt duidelijk dat ik eigenlijk niemand vertrouw, maar toch altijd een relatie begin met te vertrouwen.
En ik zie nu dat het ‘niemand vertrouwen’ alleen kan als ik eerst de bewijzen, namelijk door eerst wel te vertrouwen op laat draven (projecteren) in mijn droom, zodat ik vervolgens steeds weer kan bewijzen dat niemand te vertrouwen is en dat is natuurlijk weer niet om de reden die ik denk (les 5), maar weer om de denkbeeldige afscheiding van God overeind te houden.

Samengevat: Ik vertrouw eerst iedereen om later te kunnen bewijzen dat niemand te vertrouwen is, geniaal egospelletje weer, en dat allemaal om te bewijzen dat ik gelijk heb en “God” niet. Ik kan dit vergeven…
Daarmee is de ego functie van wantrouwen/vertrouwen in de vorm verandert in een vergevingsles van HG om terug te herinneren in Vertrouwen.

Dit kan echter nog steeds ook overkomen als een keiharde ongevoelige les, en zo zal het opzettelijk, gezien door het ego ervaren worden, om dezelfde redenen als hierboven beschreven, maar weet dat als meegegaan wordt in de gedachte dat er geen wereld is, dus ook geen “ik” onvermijdelijk dit soort uitnodigende inzichten voorbij komen. En natuurlijk zal de keuze voor ego dit tegenspreken en zich er tegen verzetten, maar nooit om de reden die ik denk (les 5).
En als het een echt Inzicht is dan is het een omslag in de denkgeest van ego naar HG, dus wat ECIW het wonder noemt.
En dan zal deze les als zeer liefdevol ervaren worden in elke situatie. En zal het voelen als “ik hoef niets te doen”, omdat het vanuit Inspiratie komt en vrij doorstroomt, zonder blokkerende ego gedachtes.

Het ego is nooit te vertrouwen, omdat het zo is opgezet.
Zolang ik daar niet naar wil kijken, olv HG (dus oordeelloos) zal ik blijven kijken door ego ogen en blijf ik verstrikt in het dualistische afscheidingsspel van vertrouwen/wantrouwen.

Misschien leerzaam hier even het hoofdstukje over Vertrouwen te plakken dat staat in het Handboek voor leraren, 4:1 :

I. Vertrouwen
1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.
2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken? (H4.I.1-2)

%d bloggers liken dit: