archiveren

Maandelijks archief: februari 2014

De we, de ene denkgeest, droomt verhalen, dit wat we nu ervaren en ons leven noemen, is een verhaal, niets meer en niets minder. De we, de ene denkgeest, dwaalt rond in zijn eigen verhalen en dromen. En het zijn er velen, allemaal met maar één thema: afscheiding. Het verhaal, het sprookje, de fabel, de film, het boek van de afscheiding waarin wordt verbeeld, geprojecteerd wat nooit gebeurt kan zijn. Daarom blijft het slechts een verhaal, een sprookje, een fabel, een film een boek en kan nooit de Werkelijkheid, de Werkelijkheid van de Eenheid, of de Liefde van God vervangen of verdringen.
Het kan de Werkelijkheid wel doen laten vergeten. En dat is precies wat de verhalen doen. Door ze serieus te nemen en als waar, worden ze de vervangers van de ene Waarheid. Niet dat de Waarheid echt vervangen of vergeten kan worden door verhalen, maar de we, de ene denkgeest, kan dit wel denken en vervolgens geloven.
Zelfs in de droom-illusie zien we dit terug, kijk maar naar al die boeken. We lezen over de meest verschrikkelijke  zaken, wat zijn het anders dan ‘verhalen’, en dat weerspiegelt zich in boeken, films, reportages enz.
In het ‘ene afscheidingsmoment’ worden de verhalen gemaakt, geprojecteerd en ervaren door lichamen, de spelers, de helden in het verhaal, de sprookjesfiguren, en ze leven vervolgens voort als verhalen. En hoe kan het ook anders als alles in de denkgeest begint. Heeft dit alles zich afgespeeld in een ‘Werkelijkheid’? Ja, in de werkelijkheid van de droom, en is dat werkelijk een werkelijkheid?, of blijft het een droom, blijven het verhalen?
Als je aanneemt dat deze wereld een droom is, hoe kan je het dan tegelijkertijd ook ‘werkelijk’ noemen en alles wat daarin gebeurt als werkelijkheid zien?
Moet je het dan ontkennen, nee zeker niet!!

De Cursus zegt daarover:

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning.
(T2.IV.3:8-11)

Dus niet ontkennen, maar wel vergeven en het materiaal laten HERGEBRUIKEN door HG/J Denkgeest.
Alle verhalen, avonturen, sprookjes, alles wat we ons leven noemen, krijgt dan een symbolische betekenis en functie, met als enig Doel terugherinneren in Eenheid.
Dan keert de herinnering langzaamaan terug in de denkgeest. Je kan dat ontwaken noemen of verlichting, maar eigenlijk is het niets meer of minder dan het terugherinneren en vind ik ‘terugherinneren’ daarom een beter woord.
Ontwaken en zeker verlichting heeft toch iets van een totaal andere een nieuwe onbekende toestand en wordt vaak als heel speciaal en slechts weggelegd voor een enkeling gezien, terwijl terugherinneren refereert naar een toestand die bekend is, maar slechts even is vergeten.
De Cursus heeft het over een aloude herinnering:

Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert?
(WdII.306.1)

Of over een aloude toestand, een vergeten lied:

Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou.
(T21.I.6:1-3)

Op de momenten dat ik mijn diepste ego put ervaringen had en helemaal op de bodem van de put zat, op dat punt waarop de denkgeest alle vormen van angst loslaat en het echt niet meer weet, geen verhalen meer kon verzinnen, geen uitvluchten meer, kwam er altijd tegelijkertijd een gevoel van grote rust gepaard gaand met een vaag gevoel van herinnering naar boven, een gevoel dat te vergelijken is met dat je op het punt staat je iets te herinneren wat je vergeten was en het ligt op het puntje van je tong, maar hoe meer ik vervolgens probeerde het te herinneren en het te pakken des te verder zakte dat gevoel weer weg.
Pas toen ik totaal overgaf en ook niet meer probeerde de herinnering te pakken, kwam de herinnering in al z’n Heelheid weer tevoorschijn. En doorzag ik het hele verhaal echt.

Het volgende artikel schreef ik in augustus 2008.
De reden dat ik het nu herplaats is dat het onderwerp vandaag langskwam in onze ‘Tekstboekstudiegroep Soest’. Iemand vergeleek het wanhopig vastklampen aan het ego met zoals een resusaapje zich vastklampt aan zijn surrogaatmoeder bestaande uit een om een stok gewikkelde zachte lap. Dat deed mij terug denken aan het verhaal wat ik hieronder schreef waarin ik dat wanhopige gevoel van het verlangen naar liefde omschreef en het resusaapje als symbolisch voorbeeld gebruikte.
Nadat ik dit verhaal vertelde in de groep merkte iemand heel gevat op:
Aha, je ging dus van resus-aapje naar Jesus-aapje 🙂

Alles liever dan de Liefde van God, de mantra van het ego.

‘Alles liever dan de Liefde van God’, met een schok laat ik deze ego mantra tot mij doordringen.
Wat een gruwelijke en gelijktijdige geweldige ontdekking.
Dat is dus waar alle energie, alle passie in de wereld uit voort komt.
‘Alles liever dan de liefde van God’.
En met wat een energie en met wat een passie, doorzettingsvermogen vasthoudendheid wordt dit geprojecteerd door ons de Zoon van God die denkt dat hij echt afgescheiden is van zijn Bron, van God. De dagen en weken na deze ontdekking zingt deze mantra dag en nacht door mijn hoofd, en komt elke keer weer naar boven als ik ook maar een spoortje van ongenoegen zie langskomen.
Tegelijkertijd vraag ik me steeds vaker af, of dit is wat ik wil, wil ik dat wel ‘Alles liever dan de liefde van God?’ En vervolgens krijg ik op een dag, nadat ik kennelijk toch steeds bewuster ben gaan kiezen voor: ‘ik wil niets liever dan de Liefde van God’, een enorm vergevingsvoorbeeld in de vorm van een prachtige/gruwelijke overtuiging die plotseling naar boven kwam drijven, een prachtige vergevingskans waar ik niet meer omheen kon……
Daar zat ik in elkaar gedoken van ellende en woede op de bank, bibberend van de kou en ik piep HELP! Door enigszins gehoor te geven aan mijn behoefte aan warmte maak ik een kruik. En zittend op de bank me vastklemmend aan de kruik voel ik dat langzaam de warmte van de kruik afgegeven wordt aan mijn lichaam en dat voelt heel goed. Ik ontspan me enigszins. En plotseling flitst er een beeld op voor mijn geestesoog van een resusaapje zich vastklemmend aan een handdoekje met kruik erin dienend als surrogaat moeder, als vervanger van moederliefde en voeding. En meteen vind er een kettingreactie plaats van herkenning, ik ben dat resusaapje zoals ik hier zit, snakkend naar warmte en liefde. Ik was een resusbaby en heb dus de ervaring van afgestoten worden door de antistoffen die mijn moeder aanmaakte in de baarmoeder. En meteen zie ik het, krijg het opslag warm, ik zie de wortel van de angst, de angst voor God, uitgespeeld en geprojecteerd in dit afstoot/afscheidings verhaal, een prachtig en gruwelijk voorbeeld van ‘Alles liever dan de Liefde van God.’.
Tevens schieten in een flits alle situaties met hun emoties aan mij voorbij die uit dit ene nietig dwaas idee voortkwamen, alle surrogaat oplossingen die ik heb gebruikt om mijn overtuiging ‘Alles liever dan de liefde van God’ gestalte te geven en met wat een passie en doorzettingsvermogen.
En plotseling dit alles in een blik overziend kan ik vergeven, diep vergeven, zonder moeite. Het was slechts een droom, een droom van angst, een nietig dwaas idee en volkomen onschuldig. Ik rust nog steeds in God er is niets gebeurt.
Dat er werkelijk vergeving heeft plaatsgevonden merk ik als ik mijn moeder aan de telefoon heb met wie ik mijn leven lang al een ‘afstoot/afscheidings relatie’ heb gehad. Ineens klinkt ze zo vriendelijk, zo lief, helemaal niet irritant meer, of lastig, ik luister heel ontspannen, ben niet meer op mijn hoede, en ik voel de liefde stromen wat een cadeau. En ik weet het nu zeker Vergeving werkt, het is het enige wat echt werkt, omdat het de oorzaak aanpakt en niet het gevolg. Ja vergeving is mijn functie, mijn enige functie. Soms is het simpel én makkelijk.

Annelies

Vergeven = Vrij Zijn

Vergeven en dan vrij zijn van zonde, schuld en angst en gaan met HG/J… zonder zonde, schuld en angst, Vrij zijn…
Dat is het, vergeven is vrij zijn van zonde, schuld en angst, en dan Gaan… en niet andersom eerst van alles gaan doen om mijzelf vrij te kopen van schuld en zonde! ”J” heeft geen martelaren nodig!!!:  ’Ik vraag niet om martelaren, maar om leraren.’ (ECIW T6.I.16:3)

Interessant in verband hiermee is ook het werk: ‘Introduction to the Study and Interpretation of Drama’ van Jan Willem Kaiser. Dat diep ingaat op het feit dat alle karakters in een drama de projecties zijn van de psyche van de toneelschrijver… zie: http://jwkaiser.blogspot.com/2009/10/introduction-to-study-and.html
Onder andere wordt hierin ‘Cerano de Bergerac’, alsook Shakespeare’s ‘The Merchant of Venice’, besproken:


Of zoals ECIW het zegt: ‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader – de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1).
Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien.’ (Vw.xi)

Het horen van stemmen van zgn ‘anderen’ zoals we met elkaar praten en elkaar denken te horen via lichamen is precies hetzelfde als het horen van stemmen als kenmerk van wat verstaan wordt onder schizofrenie. Beide zijn onwaar.

Grappig eigenlijk wel, we zien lichamen en horen lichamen die er niet zijn en puur uit de ene egodenkgeest verbeelding komen.
Je hoort steeds je eigen ‘stem’ van afscheiding, uitgebeeld in zgn ‘anderen’, je hebt het steeds tegen jezelf.

Wat een heerlijke ontdekking, aanvalsgedachtes tov jezelf zijn dus niet nodig, want waarom zou het zelf het zelf aanvallen, volkomen onmogelijk en dus zinloos.
Vergeef jezelf daarentegen je eigen aanvalsgedachtes en die van de zgn ‘ander’ (wat dus hetzelfde is) en je zal alleen eenheid zien, ook in de zgn ‘ander’, einde afscheiding, einde conflict.
Vanuit Eenheid kan alleen maar Liefde voortkomen, daar hoef je niets voor te doen.

Er zal nooit één persoon als lichaam in deze wereld ontwaken. Lichamen kunnen niet ontwaken, lichamen zijn projecties vanuit de ene denkgeest en projecties kunnen niet ontwaken. De denkgeest die zich bewust is van zijn mogelijkheid tot projecteren kan wel ontwaken uit zijn onware staat van zich identificeren met een lichaam.
Dan is er geen, hoewel de denkgeest zichzelf nog waarneemt in een bepaalde vorm in de droom, ervaring van individu zijn meer, er is alleen nog één zijn waarin alleen nog plaats is voor de ervaring ‘alles’ te zijn. En dit voelt zeker niet als ‘verlies’, want hoe kan één en alles nu als verlies gezien worden.

%d bloggers liken dit: