archiveren

Tagarchief: dood

Deze week begint met palmtakken en eindigt met lelies, het witte en
heilige teken dat Gods Zoon onschuldig is. Laat geen duister teken
van kruisiging tussen de reis en het reisdoel komen, tussen de aanvaarding
van de waarheid en de uitdrukking daarvan. Deze week vieren
we het leven, niet de dood. En we eren de volmaakte zuiverheid
van Gods Zoon, en niet zijn zonden. Bied jouw broeder het geschenk
van lelies aan, niet de doornenkroon; de gave van liefde, niet het ‘geschenk’
van angst. Jij staat naast je broeder, doornen in de ene en lelies
in de andere hand, onzeker wat te geven. Schaar je nu aan mijn
kant en werp de doornen weg, en geef de lelies in hun plaats. Deze
Pasen wil ik graag het geschenk van jouw vergeving ontvangen, door
jou aan mij gegeven en door mij aan jou teruggegeven. We kunnen
niet verenigd zijn in kruisiging en dood. Noch kan de opstanding
compleet zijn tot jouw vergeving op Christus rust, samen met die van
mij. (T20.I.2:1-10)

… eigenlijk heeft iedereen die in een “hier” in tijd en ruimte als lichaam denkt en geloofd te zijn “Zelfmoord” gepleegd. Met nadruk op “denkt en gelooft” omdat het mechanisme van “geloven” er voor zorgt dat het ervaren in tijd en ruimte als lichaam als enige waarheid wordt gezien en daardoor (opzettelijk) totaal blind is voor dat het onmogelijk is “Zelfmoord” te plegen.
Door opzettelijk, onbewust blind te zijn voor dit vreemde, eigenlijk onmogelijke geloof ervaren we deze onmogelijke Zelfmoord niet als onmogelijk, maar projecteren de onmogelijkheid (welke onbewust moet blijven) als mogelijkheid binnen het idee van het ego-geloof, waardoor zelfmoord wel degelijk mogelijk lijkt. Sterker nog elk zogenaamd “leven” leidt binnen het ego-geloof regelrecht en onvermijdelijk tot de dood. In principe is dus elke binnen het ego-geloof onvermijdelijke “dood”, zelfmoord, of zelfdoding.
Ondertussen heeft het oorspronkelijk doel van het ego-geloof het Zelf te vermoorden, geen enkel effect op het Zelf.

Deze gedachten kwamen in mij op, toen ik een verhaal las van een moeder wiens zoon zelfmoord pleegde en waarbij dan de tranen over mijn wangen lopen. En ik wilde daar toch even naar kijken, want les 5 “Ik voel nooit onvrede [of verdriet] om de reden die ik denk” zit stevig verankerd in mijn denkgeest.
Emoties hebben tegenwoordig voor mij de betekenis en waarde van kiezen voor iets wat onmogelijk waar kan zijn, maar waar ik dan kennelijk toch voor kies het wel waar te laten lijken zijn, wat niets anders kan betekenen dan kiezen voor de ego kant van de denkgeest, oftewel kiezen voor afscheiding van het non-dualistische Zelf.

Door dit te willen zien en volledig toe te laten krijgen emoties een andere functie.
Niet meer het oorspronkelijke doel van het ego, namelijk als manier om de afscheiding toch waarheidsgehalte te laten krijgen, maar juist om terug te herinneren in het Zelf, middels ware vergeving.
Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”

Dit besef en het opnieuw maken van de keuze is “stil binnenwerk”. In de wereld van de droom, de geprojecteerde wereld van het ego-geloof, in die film, op dat toneel speelt zich schijnbaar een emotioneel drama af, maar tegelijkertijd, doordat het een andere functie heeft gekregen, neemt de denkgeest een andere beslissing. Daardoor verdwijnt de blokkade die tot doel heeft af te scheiden en komt de herinnering aan de oneindige ruimte welke we het Zelf kunnen noemen weer volledig terug.

Het lijden in de droom zal daardoor beslist dragelijker worden, daar het niet meer “persoonlijk” wordt genomen en geweten wordt dat niets ooit werkelijk kan sterven:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4)

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Vanaf geboorte tot de dood zijn we bezig iets te worden, zijn we bezig ons zoveel mogelijk te ontwikkelen, zoveel mogelijk te vergaren, zo ver mogelijk te komen, te groeien, zo gezond mogelijk te blijven of te worden, kortom ons best te doen zoveel mogelijk uit dat interval tussen geboorte en dood te halen. En we hebben voortgeduwd door zonde, schuld en angst enorme haast want het moet allemaal gebeuren voordat de onvermijdelijke dood onvermijdelijk volgt.

Als ik hiernaar kijk vanuit het perspectief van ‘niets is wat het lijkt te zijn’, is dat hele gedoe wat ik ‘mijn leven’ noem hoogstwaarschijnlijk ook niet wat het lijkt te zijn en is het doel van dat alles ook niet wat het lijkt te zijn.

Het idee van iets willen/moeten bereiken is als het achter de bekende voorgehouden wortel aanrennen, welke steeds net buiten bereik blijft, hoe hard ik er ook achteraan ren. Ik word er alleen moe van, ziek en uitgeput, en uiteindelijk val ik dood neer, zonder mijn schijnbare en tevens onmogelijke doel bereikt te hebben. Het doel is namelijk nooit het doel te bereiken.

Wat een bevrijding is het dan ook dit mechanisme op een gegeven moment, en ook dat is onvermijdelijk, als de (inmiddels uitgeputte) denkgeest eraan toe is, volledig te leren doorzien en de mogelijkheid te herontdekken dat er ook een andere manier is van ‘kijken’, niet met de ogen maar met de denkgeest, dat wat we zijn, zolang er nog ervaren lijkt te worden.
Er wordt nog hetzelfde waargenomen, maar compleet anders ‘gedacht’ erover.

Ik doorzie nu het ‘doel’ achter wat ik eerst via ego waarneming waarnam. Het doel van het ego waarnemen is niet wat het lijkt te zijn. De vorm (de projectie) waar iets mee lijkt te moeten gebeuren is slechts een rookgordijn om het ‘ware’ (onmogelijke) doel van het ego denken te verbergen, namelijk afgescheiden blijven uit Waarheid, uit Eenheid, Liefde, God, het Onveranderlijke te veranderen in het veranderlijke, symbolische termen voor het totale onveranderlijk abstracte wat wij niet kunnen begrijpen, zolang we denken en geloven in een ‘hier’ (de wereld)  te zijn, maar gelukkig nog wel een vage herinnering is achter de met opzet door het ego opgetrokken rookgordijn der vergetelheid.

Zoals ik al eerder schreef, het doel kan namelijk niet bereikt worden, omdat het het doel juist is dat het niet bereikt kan en mag worden.
Het vormgerichte egodoel bestaat niet, want is een droom, waardoor het daar achter verborgen ego doel in de afscheiding blijven ook onmogelijk is, want een droom is een droom en blijft een droom en kan daardoor niets veranderen aan het Onveranderlijke, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat moet ik dan nu in vredesnaam met dat script wat ik mijn leven noem?
Wat heeft het nog voor zin, als ik de onmogelijke egodoelen doorzie, ik verveel me dan vast dood.
Nou, als dat zo zou zijn heb ik alsnog het onmogelijke egodoel bereikt en dus waargemaakt: de dood.

Van seconde tot seconde loopt de film welke ik mijn leven noem. In plaats van er tegen te vechten zolang ik nog in ‘ervaren’ verkeer, kan ik er ook voor kiezen het gewoon te aanvaarden als ‘mijn film’ en deze gewoon als bewuste waarnemende denkgeest te spelen maar niet te vermengen/verwarren met de Waarheid welke het egodenken juist probeert te verbergen.
Waarheid, Eenheid, Liefde, God de droom van afscheiding binnen slepen om daarmee de droom te veranderen, zal niet werken, want dan wordt Waarheid, Eenheid, Liefde, God opgenomen in de droom en verandert in een droom versie, oftewel in een ego versie van Waarheid, Eenheid, Liefde, God. Daardoor lijkt de droom misschien spiritueler, maar is en blijft nog precies hetzelfde ego verhaal van afscheiding, er verandert niets.
Het Onveranderlijke en het veranderlijke gaan niet samen.

Ik leef dus mijn (droom) leven van seconde tot seconde zonder het meer of minder te maken dan het zich voor lijkt te doen, zonder het spiritueel te maken, zonder er meer of minder van te willen maken dan zoals het zich voordoet, gewoon zoals het egoscript is geschreven en gespeeld door het karaktertje (droomfiguur) met al haar eigenschappen. karaktertrekken, drama, verdriet, vrolijkheid, woede, pleziertjes, voorkeuren, afkeuren enz.
De ‘ik’ is nu bezig waarnemer te worden en aan het leren zich niet meer met de droomfiguur te identificeren, maar is nog wel tegelijkertijd de acteur.
De bewust wordende acteur stelt zich nu steeds minder vaak onder leiding van het egodenken welke alleen de veranderlijke middelen zonde, schuld en angst kan gebruiken om het ego script van afscheiding mee uit te spelen en uit te beelden, maar steeds vaker onder leiding van de Herinnering aan het Onveranderlijke, Eenheid, Waarheid, Liefde, God, waardoor automatisch de veranderlijke eigenschappen zonde, schuld en angst, terug genomen worden (het proces van Ware Vergeving), en als het ware oplossen in het Onveranderlijke.

De ervaring leert dat dit een proces is, dat onmogelijk van de ene op de andere dag geleerd en doorzien kan worden. Het onvermijdelijke proces voert de denkgeest door alle mogelijke fasen van zeer heftige en minder heftige weerstand afgewisseld met loslaten van weerstand heen, stap voor stap terug naar het Onvermijdelijke terug herinneren in het Onveranderlijke.

Ondertussen ben ik waar ik ben, omdat ik ben waar ik ben en dus nergens anders kan zijn dan waar ik ben, midden in ‘mijn’ schijnbaar persoonlijke van seconde tot seconde leer-vergevings-terug herinner-materiaal.
Dat is de nieuwe functie van het voorheen egoscript.

Voor de liefhebber:

 

De Verzoening aanvaarden is uiteindelijk onvermijdelijk voor de denkgeest (dat wat we eigenlijk zijn) welke eraan toe is:

“Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard.
Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit
in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval.
Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:1-10).

Onvermijdelijk, niet als dreiging, of als doomsday dreiging, maar omdat het allemaal al voorbij is, een droom die al voorbij is en door zijn droomstatus, nooit werkelijk gebeurt is, maar zich blijft herhalen als een koortsdroom, tot de denkgeest uiteindelijk van zichzelf geneest door het onvermijdelijk doorzien van de droom en daar onvermijdelijk uit ontwaakt (niet te verwarren met de lichamelijke dood natuurlijk, want dat heeft niets met ontwaken te maken).

Met Schepper en God wordt hier de onveranderlijke non-dualistische staat van Eenheid, van Zijn, Waarheid, Liefde bedoelt die alomvattend is. Niet een God of scheppende kracht apart, gescheiden buiten ons.

Het lijden in de wereld is onvoorstelbaar, en toch stellen we het ons voor. Ik kan er niet meer tegen al dat onvoorstelbare lijden me toch voortdurend voor te stellen, en tegelijkertijd weet ik dat ik het onder ogen moet zien als ik de enige uitweg uit het lijden wil bewandelen, door middel van vergeving. Ik besef dat ‘het er niet tegen kunnen’ een bescherming is tegen het ‘kijken’ olv HG/J. Dus vergeef ik ‘het er niet tegen kunnen’. Vergeving is aan de Hand van Jezus gaan dwars door de gruwel film nachtmerrie van wat wij ons leven noemen heen. Een leven dat enkel en alleen in het teken staat van dood.

Leven kan niet tegelijkertijd dood zijn, dood staat lijnrecht tegenover Leven. Wat ik mijn leven noem is geen leven het is dood, zonder enige betekenis, zonder enig ander doel dan dood. Het is dus niets, het niets dat doordat niets niet kan bestaan van wegen zijn eigen ‘nietsigheid’ wel een tegenhanger moet hebben en er dus een ‘iets’ moet zijn, wat onveranderlijk en eeuwig is, dat wat Leven is.

Het enige wat nodig is om het ‘iets’ weer te herinneren en werkelijk te Leven, is het geloof in ‘niets’ te vergeven. En dat is dan het nieuwe doel van  het leven wat wij denken en geloven te leiden hier in een wereld vol van lijden.

God staat voor Eenheid, kan Eenheid naar zichzelf kijken?
Zolang er nog een toeschouwer lijkt te zijn is er nog bewustzijn en kijkt iets dus nog naar iets, er is een waarnemer.
Dat wat ‘God’ is, is dus een ander woord voor Eenheid en valt buiten elke vorm van bewustzijn. Er is dus geen bewustzijn op ‘Gods’- Eenheidsniveau.
Daar ‘IS’ alleen maar. En zelfs het woord ‘IS’ dekt de lading niet, omdat het nog een woord is wat alleen binnen bewustzijn een betekenis heeft.
De waarnemende denkgeest bevindt zich nog in het bewustzijn. Hij is zich bewust van zijn ware aard, namelijk denkgeest te zijn en is nu ook in staat te zien dat ‘hij’ bewust kan kiezen voor zijn ego kant of voor zijn HG kant van de denkgeest.
Voorheen was dat geheel onbewust en was er alleen het bewustzijn een lichaam te zijn, wat ook al een keuze was, namelijk voor egodenkgeest, alleen was deze keuze aan het bewustzijn ontrokken en werd de wereld, het universum en het lichaam als het enige ware gezien.

Dat wat toeschouwer, waarnemer is, is dus de van zichzelf bewuste ontwaakte denkgeest die nu bewust de kant van ‘God’, Eenheid kiest, of voor de kant van het dualisme, afscheiding kiest. De bewuste denkgeest neemt nu de volledige verantwoordelijkheid voor al zijn gedachten en kan nu niet meer geloven in slachtofferschap, aanval en of verdediging tegen iets buiten hem.
De zich nu van zichzelf bewuste denkgeest, kan nooit meer helemaal kiezen voor een lichaam te zijn, en zich daar helemaal mee identificeren dat spelletje wordt nu doorzien.
Zolang er echter nog ‘ervaren’ wordt en men in bewustzijn verkeerd spelen we nog onze rol, maar nu meer en meer olv Heilige Geest als de regisseur, in plaats van egodenkgeest als regisseur.
En wat ECIW bedoelt met ‘God zet de laatste stap’, is het volledig terug herinneren in Eenheid. En dat wordt niet ‘gedaan’ door een God buiten ons, en heeft ook niets met een lichamelijk dood te maken, maar is het logische onvermijdelijke gevolg van een volledig terug herinneren van de waarnemende denkgeest in Waarheid, in Eenheid.

%d bloggers liken dit: