archiveren

Tagarchief: dood

Wat gedachten naar aanleiding van een gedeelde ervaring van vriendin, na het met verbazing observeren van een kamikaze muisje die zich als het ware aanbood aan een kat.
Wat mij meteen door de gedachte ging was dat dit eigenlijk een demonstratie is (symbolisch gezien) van de aantrekkingskracht van de dood binnen wat wij denken en geloven en benoemen als “het leven” en ons persoonlijke leven als lichamen (ook dieren vanzelfsprekend). De dood als ultieme (ego)bewijs dat eindigheid bestaat versus Oneindigheid, Éénheid (God, Liefde, Waarheid).
Wij als schijnbaar afgescheiden deeltjes van Éénheid, die geloven afgescheiden deeltjes in lichamen te zijn, moeten wel met “verhalen” komen over afgescheidenheid, eindigheid, en met “ziel” verhalen die bewaard blijven en naar de hemel, of hel gaan of reïncarneren, of gerecycled worden door de aarde, teneinde “geloofwaardig” over te komen binnen het ego-denksysteem.
Want ergens zit die herinnering aan Werkelijke Onsterfelijkheid van Éénheid er nog, maar is nu vermomd in afscheidingsverhalen die aan onsterfelijkheid een eigen draai geven vanuit het schijnbare bestaan van lichamen, dingen en situaties.
Dus als ik naar dat kamikaze muisje kijk, zie ik daar dat hele proces van afscheiding en het willen bewijzen daarvan in terug.
Ook wij als schijnbare lichamen hebben dit denkgeest geloof en hebben daardoor dit kamikaze geloof en voeren dat keurig uit op wat voor manier dan ook, “natuurlijk”, “onnatuurlijk”, zelfmoord, moord, ongeluk, ziekte en verzin het maar.

De egodenkgeest is geprogrammeerd vanuit de wil tot afscheiding van Éénheid en daarom dromen wij (denkgeest die kiest in sterfelijkheid te geloven) in termen van de onvermijdelijkheid van de lichamelijke dood en dat alles hier in de wereld van deze droom sterfelijk is. En als extra beveiliging om dit geloof in het zadel te houden wordt dit vanuit angst en schuld geprojecteerd, waardoor het nog meer waar en geloofwaardiger lijkt te zijn.
En zo is de hele ene egodenkgeest, (want er is maar één egodenkgeest ook al lijken het er miljarden te zijn) het geloof erin, verslaafd geraakt aan dit zieke denkgeest geloof, dat ongeneeslijk lijkt en onvermijdelijk tot de schijnbare dood leidt.

Als dit hele verhaal serieus wordt genomen, (en dat wordt het door de egodenkgeest) betekent dit alleen dat de keuzemakende-denkgeest opnieuw kiest voor vanuit het ego hiernaar te kijken. Je kan er dan vreselijk depressief en hopeloos van worden, want dat is waarvoor het ego is gemaakt, om het tegenovergestelde van Éénheid te kunnen bedenken, en dat betekent eigenlijk dat we (de denkgeest die voor ego kiest) dit juist willen. Dus als je goed kijkt dan zal je zien dat er onder de depressiviteit en de schuld van waaruit de projectie komt, de tevredenheid en de “ego vreugde” schuilgaat van dat het weer gelukt is afgescheiden te blijven van Éénheid. (Vandaar als je heel eerlijk kijkt, is er het heimelijke genoegen om naar rampen vooral die van anderen, te kijken. wat “beschaafder” onder andere vermomd in de populariteit van het kijken naar de meest gruwelijke films. En denk ook aan “kijkers” naar een ongeluk, we doen het allemaal, of hebben in ieder geval de neiging, die we dan uitvoeren of onderdrukken, beide nog steeds een keuze voor het egodenksysteem).
Dit vereist heel eerlijk kunnen en vooral willen kijken, en dat kan pas als het ego denksysteem doorzien gaat worden. En uiteindelijk als het egodenksysteem volledig doorzien wordt, zal het vanzelf zijn aantrekkingskracht verliezen en de wil tot investeren en identifieren ermee vanzelf stoppen.

Wat niet wil zeggen dat er dan geen dood meer wordt gezien èn ervaren, nee, alleen er wordt dan geweten en doorzien dat het slechts een nietig dwaas idee is, alleen bedoeld om af te scheiden van Éénheid en wordt volledig gezien dat dat onmogelijk is en dat al dat lijden, sterven en vechten gewoon niet nodig is, omdat het zinloos is, want: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de Vrede van God.
Op die manier kan de film (het leven, de wereld) gewoon nog gezien en ervaren worden, inclusief sterven, (dus niet ontkend en afgedaan als, oh, het is toch maar een illusie) maar heeft het niet meer de macht van waar te lijken zijn, simpelweg omdat het geloof erin verdwijnt (als je ECIW doet middels ware vergeving).
En dan krijgt dit alles de functie van terug herinneren en niet meer de functie van afscheiding.
Dat is de diepere betekening van wat in ECIW staat:
“Maak dit jaar anders door het helemaal hetzelfde te maken” (T15.XI.10:11).

Deze week begint met palmtakken en eindigt met lelies, het witte en
heilige teken dat Gods Zoon onschuldig is. Laat geen duister teken
van kruisiging tussen de reis en het reisdoel komen, tussen de aanvaarding
van de waarheid en de uitdrukking daarvan. Deze week vieren
we het leven, niet de dood. En we eren de volmaakte zuiverheid
van Gods Zoon, en niet zijn zonden. Bied jouw broeder het geschenk
van lelies aan, niet de doornenkroon; de gave van liefde, niet het ‘geschenk’
van angst. Jij staat naast je broeder, doornen in de ene en lelies
in de andere hand, onzeker wat te geven. Schaar je nu aan mijn
kant en werp de doornen weg, en geef de lelies in hun plaats. Deze
Pasen wil ik graag het geschenk van jouw vergeving ontvangen, door
jou aan mij gegeven en door mij aan jou teruggegeven. We kunnen
niet verenigd zijn in kruisiging en dood. Noch kan de opstanding
compleet zijn tot jouw vergeving op Christus rust, samen met die van
mij. (T20.I.2:1-10)

… eigenlijk heeft iedereen die in een “hier” in tijd en ruimte als lichaam denkt en geloofd te zijn “Zelfmoord” gepleegd. Met nadruk op “denkt en gelooft” omdat het mechanisme van “geloven” er voor zorgt dat het ervaren in tijd en ruimte als lichaam als enige waarheid wordt gezien en daardoor (opzettelijk) totaal blind is voor dat het onmogelijk is “Zelfmoord” te plegen.
Door opzettelijk, onbewust blind te zijn voor dit vreemde, eigenlijk onmogelijke geloof ervaren we deze onmogelijke Zelfmoord niet als onmogelijk, maar projecteren de onmogelijkheid (welke onbewust moet blijven) als mogelijkheid binnen het idee van het ego-geloof, waardoor zelfmoord wel degelijk mogelijk lijkt. Sterker nog elk zogenaamd “leven” leidt binnen het ego-geloof regelrecht en onvermijdelijk tot de dood. In principe is dus elke binnen het ego-geloof onvermijdelijke “dood”, zelfmoord, of zelfdoding.
Ondertussen heeft het oorspronkelijk doel van het ego-geloof het Zelf te vermoorden, geen enkel effect op het Zelf.

Deze gedachten kwamen in mij op, toen ik een verhaal las van een moeder wiens zoon zelfmoord pleegde en waarbij dan de tranen over mijn wangen lopen. En ik wilde daar toch even naar kijken, want les 5 “Ik voel nooit onvrede [of verdriet] om de reden die ik denk” zit stevig verankerd in mijn denkgeest.
Emoties hebben tegenwoordig voor mij de betekenis en waarde van kiezen voor iets wat onmogelijk waar kan zijn, maar waar ik dan kennelijk toch voor kies het wel waar te laten lijken zijn, wat niets anders kan betekenen dan kiezen voor de ego kant van de denkgeest, oftewel kiezen voor afscheiding van het non-dualistische Zelf.

Door dit te willen zien en volledig toe te laten krijgen emoties een andere functie.
Niet meer het oorspronkelijke doel van het ego, namelijk als manier om de afscheiding toch waarheidsgehalte te laten krijgen, maar juist om terug te herinneren in het Zelf, middels ware vergeving.
Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”

Dit besef en het opnieuw maken van de keuze is “stil binnenwerk”. In de wereld van de droom, de geprojecteerde wereld van het ego-geloof, in die film, op dat toneel speelt zich schijnbaar een emotioneel drama af, maar tegelijkertijd, doordat het een andere functie heeft gekregen, neemt de denkgeest een andere beslissing. Daardoor verdwijnt de blokkade die tot doel heeft af te scheiden en komt de herinnering aan de oneindige ruimte welke we het Zelf kunnen noemen weer volledig terug.

Het lijden in de droom zal daardoor beslist dragelijker worden, daar het niet meer “persoonlijk” wordt genomen en geweten wordt dat niets ooit werkelijk kan sterven:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4)

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Vanaf geboorte tot de dood zijn we bezig iets te worden, zijn we bezig ons zoveel mogelijk te ontwikkelen, zoveel mogelijk te vergaren, zo ver mogelijk te komen, te groeien, zo gezond mogelijk te blijven of te worden, kortom ons best te doen zoveel mogelijk uit dat interval tussen geboorte en dood te halen. En we hebben voortgeduwd door zonde, schuld en angst enorme haast want het moet allemaal gebeuren voordat de onvermijdelijke dood onvermijdelijk volgt.

Als ik hiernaar kijk vanuit het perspectief van ‘niets is wat het lijkt te zijn’, is dat hele gedoe wat ik ‘mijn leven’ noem hoogstwaarschijnlijk ook niet wat het lijkt te zijn en is het doel van dat alles ook niet wat het lijkt te zijn.

Het idee van iets willen/moeten bereiken is als het achter de bekende voorgehouden wortel aanrennen, welke steeds net buiten bereik blijft, hoe hard ik er ook achteraan ren. Ik word er alleen moe van, ziek en uitgeput, en uiteindelijk val ik dood neer, zonder mijn schijnbare en tevens onmogelijke doel bereikt te hebben. Het doel is namelijk nooit het doel te bereiken.

Wat een bevrijding is het dan ook dit mechanisme op een gegeven moment, en ook dat is onvermijdelijk, als de (inmiddels uitgeputte) denkgeest eraan toe is, volledig te leren doorzien en de mogelijkheid te herontdekken dat er ook een andere manier is van ‘kijken’, niet met de ogen maar met de denkgeest, dat wat we zijn, zolang er nog ervaren lijkt te worden.
Er wordt nog hetzelfde waargenomen, maar compleet anders ‘gedacht’ erover.

Ik doorzie nu het ‘doel’ achter wat ik eerst via ego waarneming waarnam. Het doel van het ego waarnemen is niet wat het lijkt te zijn. De vorm (de projectie) waar iets mee lijkt te moeten gebeuren is slechts een rookgordijn om het ‘ware’ (onmogelijke) doel van het ego denken te verbergen, namelijk afgescheiden blijven uit Waarheid, uit Eenheid, Liefde, God, het Onveranderlijke te veranderen in het veranderlijke, symbolische termen voor het totale onveranderlijk abstracte wat wij niet kunnen begrijpen, zolang we denken en geloven in een ‘hier’ (de wereld)  te zijn, maar gelukkig nog wel een vage herinnering is achter de met opzet door het ego opgetrokken rookgordijn der vergetelheid.

Zoals ik al eerder schreef, het doel kan namelijk niet bereikt worden, omdat het het doel juist is dat het niet bereikt kan en mag worden.
Het vormgerichte egodoel bestaat niet, want is een droom, waardoor het daar achter verborgen ego doel in de afscheiding blijven ook onmogelijk is, want een droom is een droom en blijft een droom en kan daardoor niets veranderen aan het Onveranderlijke, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat moet ik dan nu in vredesnaam met dat script wat ik mijn leven noem?
Wat heeft het nog voor zin, als ik de onmogelijke egodoelen doorzie, ik verveel me dan vast dood.
Nou, als dat zo zou zijn heb ik alsnog het onmogelijke egodoel bereikt en dus waargemaakt: de dood.

Van seconde tot seconde loopt de film welke ik mijn leven noem. In plaats van er tegen te vechten zolang ik nog in ‘ervaren’ verkeer, kan ik er ook voor kiezen het gewoon te aanvaarden als ‘mijn film’ en deze gewoon als bewuste waarnemende denkgeest te spelen maar niet te vermengen/verwarren met de Waarheid welke het egodenken juist probeert te verbergen.
Waarheid, Eenheid, Liefde, God de droom van afscheiding binnen slepen om daarmee de droom te veranderen, zal niet werken, want dan wordt Waarheid, Eenheid, Liefde, God opgenomen in de droom en verandert in een droom versie, oftewel in een ego versie van Waarheid, Eenheid, Liefde, God. Daardoor lijkt de droom misschien spiritueler, maar is en blijft nog precies hetzelfde ego verhaal van afscheiding, er verandert niets.
Het Onveranderlijke en het veranderlijke gaan niet samen.

Ik leef dus mijn (droom) leven van seconde tot seconde zonder het meer of minder te maken dan het zich voor lijkt te doen, zonder het spiritueel te maken, zonder er meer of minder van te willen maken dan zoals het zich voordoet, gewoon zoals het egoscript is geschreven en gespeeld door het karaktertje (droomfiguur) met al haar eigenschappen. karaktertrekken, drama, verdriet, vrolijkheid, woede, pleziertjes, voorkeuren, afkeuren enz.
De ‘ik’ is nu bezig waarnemer te worden en aan het leren zich niet meer met de droomfiguur te identificeren, maar is nog wel tegelijkertijd de acteur.
De bewust wordende acteur stelt zich nu steeds minder vaak onder leiding van het egodenken welke alleen de veranderlijke middelen zonde, schuld en angst kan gebruiken om het ego script van afscheiding mee uit te spelen en uit te beelden, maar steeds vaker onder leiding van de Herinnering aan het Onveranderlijke, Eenheid, Waarheid, Liefde, God, waardoor automatisch de veranderlijke eigenschappen zonde, schuld en angst, terug genomen worden (het proces van Ware Vergeving), en als het ware oplossen in het Onveranderlijke.

De ervaring leert dat dit een proces is, dat onmogelijk van de ene op de andere dag geleerd en doorzien kan worden. Het onvermijdelijke proces voert de denkgeest door alle mogelijke fasen van zeer heftige en minder heftige weerstand afgewisseld met loslaten van weerstand heen, stap voor stap terug naar het Onvermijdelijke terug herinneren in het Onveranderlijke.

Ondertussen ben ik waar ik ben, omdat ik ben waar ik ben en dus nergens anders kan zijn dan waar ik ben, midden in ‘mijn’ schijnbaar persoonlijke van seconde tot seconde leer-vergevings-terug herinner-materiaal.
Dat is de nieuwe functie van het voorheen egoscript.

Voor de liefhebber:

 

De Verzoening aanvaarden is uiteindelijk onvermijdelijk voor de denkgeest (dat wat we eigenlijk zijn) welke eraan toe is:

“Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard.
Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit
in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval.
Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:1-10).

Onvermijdelijk, niet als dreiging, of als doomsday dreiging, maar omdat het allemaal al voorbij is, een droom die al voorbij is en door zijn droomstatus, nooit werkelijk gebeurt is, maar zich blijft herhalen als een koortsdroom, tot de denkgeest uiteindelijk van zichzelf geneest door het onvermijdelijk doorzien van de droom en daar onvermijdelijk uit ontwaakt (niet te verwarren met de lichamelijke dood natuurlijk, want dat heeft niets met ontwaken te maken).

Met Schepper en God wordt hier de onveranderlijke non-dualistische staat van Eenheid, van Zijn, Waarheid, Liefde bedoelt die alomvattend is. Niet een God of scheppende kracht apart, gescheiden buiten ons.

Het lijden in de wereld is onvoorstelbaar, en toch stellen we het ons voor. Ik kan er niet meer tegen al dat onvoorstelbare lijden me toch voortdurend voor te stellen, en tegelijkertijd weet ik dat ik het onder ogen moet zien als ik de enige uitweg uit het lijden wil bewandelen, door middel van vergeving. Ik besef dat ‘het er niet tegen kunnen’ een bescherming is tegen het ‘kijken’ olv HG/J. Dus vergeef ik ‘het er niet tegen kunnen’. Vergeving is aan de Hand van Jezus gaan dwars door de gruwel film nachtmerrie van wat wij ons leven noemen heen. Een leven dat enkel en alleen in het teken staat van dood.

Leven kan niet tegelijkertijd dood zijn, dood staat lijnrecht tegenover Leven. Wat ik mijn leven noem is geen leven het is dood, zonder enige betekenis, zonder enig ander doel dan dood. Het is dus niets, het niets dat doordat niets niet kan bestaan van wegen zijn eigen ‘nietsigheid’ wel een tegenhanger moet hebben en er dus een ‘iets’ moet zijn, wat onveranderlijk en eeuwig is, dat wat Leven is.

Het enige wat nodig is om het ‘iets’ weer te herinneren en werkelijk te Leven, is het geloof in ‘niets’ te vergeven. En dat is dan het nieuwe doel van  het leven wat wij denken en geloven te leiden hier in een wereld vol van lijden.

God staat voor Eenheid, kan Eenheid naar zichzelf kijken?
Zolang er nog een toeschouwer lijkt te zijn is er nog bewustzijn en kijkt iets dus nog naar iets, er is een waarnemer.
Dat wat ‘God’ is, is dus een ander woord voor Eenheid en valt buiten elke vorm van bewustzijn. Er is dus geen bewustzijn op ‘Gods’- Eenheidsniveau.
Daar ‘IS’ alleen maar. En zelfs het woord ‘IS’ dekt de lading niet, omdat het nog een woord is wat alleen binnen bewustzijn een betekenis heeft.
De waarnemende denkgeest bevindt zich nog in het bewustzijn. Hij is zich bewust van zijn ware aard, namelijk denkgeest te zijn en is nu ook in staat te zien dat ‘hij’ bewust kan kiezen voor zijn ego kant of voor zijn HG kant van de denkgeest.
Voorheen was dat geheel onbewust en was er alleen het bewustzijn een lichaam te zijn, wat ook al een keuze was, namelijk voor egodenkgeest, alleen was deze keuze aan het bewustzijn ontrokken en werd de wereld, het universum en het lichaam als het enige ware gezien.

Dat wat toeschouwer, waarnemer is, is dus de van zichzelf bewuste ontwaakte denkgeest die nu bewust de kant van ‘God’, Eenheid kiest, of voor de kant van het dualisme, afscheiding kiest. De bewuste denkgeest neemt nu de volledige verantwoordelijkheid voor al zijn gedachten en kan nu niet meer geloven in slachtofferschap, aanval en of verdediging tegen iets buiten hem.
De zich nu van zichzelf bewuste denkgeest, kan nooit meer helemaal kiezen voor een lichaam te zijn, en zich daar helemaal mee identificeren dat spelletje wordt nu doorzien.
Zolang er echter nog ‘ervaren’ wordt en men in bewustzijn verkeerd spelen we nog onze rol, maar nu meer en meer olv Heilige Geest als de regisseur, in plaats van egodenkgeest als regisseur.
En wat ECIW bedoelt met ‘God zet de laatste stap’, is het volledig terug herinneren in Eenheid. En dat wordt niet ‘gedaan’ door een God buiten ons, en heeft ook niets met een lichamelijk dood te maken, maar is het logische onvermijdelijke gevolg van een volledig terug herinneren van de waarnemende denkgeest in Waarheid, in Eenheid.

De dood vertegenwoordigt onze grootste angst, de angst voor God, dat laatste wordt verborgen gehouden, ‘vergeten’, waardoor alleen het gevoel van angst overblijft, de angst voor het onbekende noemen we dat dan, en de angst voor het verlies van het lichaam waarvan we geloven dat dat is wat we zijn. We kunnen echter, omdat alles een gedachte is, niet gedacht door het lichaam, maar door de denkgeest, deze gedachte laten sterven door deze te vergeven, en wat dan overblijft is de dan weer tevoorschijn komende Liefde van God. Deze manier van het laten sterven van een idee heeft niets met het sterven van een lichaam te maken.
Ontwaken is het sterven (verdwijnen) van de gedachte een lichaam te zijn en weer te herinneren dat er alleen denkgeest is.
De projecties (lichamen, dingen, situaties) zullen in stand worden gehouden, zolang ze nog een functie hebben voor de ontwaakte denkgeest.

De angst voor God is niet de angst van de ego-god versie, de god die we kennen van de religie, want die is als verdediging bedacht tegen God, tegen de Liefde van God, oftewel tegen Eenheid.
Dat is duidelijk te herkennen aan het dualistische kenmerk van alle religies, uitgebeeld als het verschil tussen goed en kwaad, god en de duivel, kortom het zogenaamde bestaan van zonde, schuld en angst.
Dat is waar alle religies op zijn gebaseerd.
Het bijzondere van ECIW is dat het deze oude verzonnen vervangende waarde voor Liefde: zonde, schuld en angst dmv nog een bekende en beladen christelijke vorm, namelijk vergeven, her-gebruikt en er een compleet andere functie aan geeft.
Zo worden we genoodzaakt eerst onze angsten bewust onder ogen te zien, zodat we weten wat we kunnen gaan vergeven, in de zin van vergeven wat niet gebeurt kan zijn, maar slechts een bedenksel is waar we enorm in geloven.
En zo kan het idee van de dood van lichamen ook gezien worden als een gedachte die vergeven kan worden en dit zal leiden tot het ontwaken uit de droom van zonde, schuld en doodsangst.

 

 

Er kwam een vraag langs over zelfmoord.
De Q&A service van de Foundation For A Course in Miracles heeft hier zoals verwacht een prachtig antwoord op, te lezen onder deze link: http://www.facimoutreach.org/qa/questions/questions28.htm
Dezelfde vraag + antwoord is ook vertaald terug te vinden op de Nederlandse V&A service onder deze link: http://www.eciw.nl/V&A/V135.htm
Ik zal deze vertaalde vraag en antwoord over zelfmoord ook even hier plaatsen:

V#135: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

De volgende vier vragen gaan over zelfmoord en zullen daarom samen beantwoord worden.

i: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

ii: Wat is een ‘goede’ manier om met zelfmoord om te gaan, volgens Een cursus in wonderen?

iii: Mijn grootvader pleegde zelfmoord. Dood, onze afscheiding van God: het is allemaal illusie. Is zelfmoord dan verkeerd? Of is alleen de staat van de denkgeest – je afgescheiden voelen van God – op het moment van de zelfmoord verkeerd? Wat gebeurt er als iemand zelfmoord pleegt? Worden mensen automatisch één met God wanneer ze niet meer in de illusie van de wereld zijn?

iv: Mijn vrouw heeft onlangs zelfmoord gepleegd. Wij waren allebei leerlingen van Een cursus in wonderen. Soms vraag ik me af: als dit alles een illusie is, wat is dan het doel van in leven blijven? Waarom zouden we worstelen met ons leven terwijl het toch geen deel is van de werkelijke wereld? Wat is het doel van dit alles?

A: Vanuit het perspectief van de Cursus, is in feite iedere dood zelfmoord. Want: “Niemand kan sterven, tenzij hij de dood verkiest” (T19.IV.C.1:4). En verderop: “Niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege gelaten wat jij kiest” (Wdl.152.1:4,5).

Maar de Cursus maakt ook duidelijk dat de dood een gedachte in de denkgeest is en niets te maken heeft met het lichaam (bijv: Wdl.163.1:1; Wdl.167.2:1-3). Want het ego komt zelf voort uit een krankzinnige, maar illusoire doodsgedachte: het geloof dat we God kunnen aanvallen om ons zo met geweld een afgescheiden individueel Zelf toe te eigenen. Een dergelijke gedachte staat niet alleen voor moord (de dood van God), maar ook voor zelfmoord (de dood van ons ware Zelf als Christus). En dat betekent dat niets wat voortvloeit uit deze eerste krankzinnige gedachte – binnen de wereld van lichamen en gedrag – echt of gezond kan zijn.

De Cursus vraagt ons altijd om te focussen op inhoud en doel en niet op de vorm of verschijning. Dus moet elke vorm van dood in de wereld die afkomstig is van een ego-gedachte in precies hetzelfde licht worden bekeken. Het doel van het ego bij iedere dood is te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is en dat God uiteindelijk over ons zal zegevieren door het leven terug te nemen dat wij van Hem gestolen hebben. We kunnen ons ofwel verzetten tot we uiteindelijk bezwijken door externe krachten die veel machtiger zijn dan wij, of we kunnen ons neerleggen bij ons lot en ons overgeven aan de dood door eigen hand. In wat voor vorm de dood komt maakt dus niet uit, want de inhoud is altijd dezelfde. Die inhoud is dat ons nietige, pijnlijke leven maar voor een beperkte duur het onze is, tot het onvermijdelijke moment komt dat we het zullen kwijtraken.

Wanneer we daarentegen kijken met Jezus of de Heilige Geest, dan zien we dat elke dood, inclusief zelfmoord, alleen in vorm verschilt van iedere andere keuze die we ooit maken in de wereld. De inhoud is dezelfde, want de wereld is gebaseerd op de waarneming van onszelf als afgescheiden, alleen, kwetsbaar en slachtoffer. En tegelijkertijd zouden we weten dat die waarneming van onszelf verkeerd is. Want ze gaat uit van de verkeerde vooronderstellingen: we zitten in een lichaam, gevangen in een hardvochtige, wrede wereld die wij niet zelf gemaakt hebben, wanhopig strijdend tegen onoverkomelijke toevalligheden. En zo proberen we een klein beetje vrede en geluk te vinden in een hopeloze situatie waarover we geen controle hebben.

In de wereld is zelfmoord meestal een schande en er wordt negatief over geoordeeld. Maar dat hoort eenvoudigweg bij de verdediging van het ego om vol te houden dat leven en dood van het afgescheiden zelf werkelijk zijn. Vanuit het perspectief van de Cursus is de gedachte achter zelfmoord, indien van het ego afkomstig (want Jezus maakt duidelijk dat de dood ook gekozen kan worden onder leiding van de Heilige Geest (H12.5; L3.II)), niet meer dan een vergissing, een dwaling. Het is geen zonde noch heeft het gevolgen die verschillen van enige andere keuze die we met het ego als leraar maken: ze versterken allemaal de schuld die we onbewust in onze denkgeest levend willen houden om te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is. En dus is zelfmoord geen grotere vergissing dan de keuze om geboren te worden in de wereld. In beide gevallen proberen we het probleem van schuld in onze denkgeest aan te pakken door onze aandacht te richten op de schijnbare uiterlijke wereld en ons lichaam. Dat garandeert dat we geen oplossing vinden. We proberen het afscheidingsprobleem in de wereld op te lossen, alsof de wereld het probleem is, in plaats van in de denkgeest waar het werkelijke probleem verborgen ligt: de krankzinnige gedachte van afscheiding.

En dus maakt het niet uit of we zelfmoord plegen of op een andere manier sterven. Zolang we geloven dat de dood werkelijk is blijven we gevangen in het ego-geloof in afscheiding dat we onszelf hebben opgelegd. De dood verlost ons niet van het ego-denksysteem en ook niet van de wereld als zijn verdediging. Alleen kijken naar het ego-denksysteem met de niet-oordelende aanwezigheid van Jezus of de Heilige Geest, en voor eens en altijd besluiten dat het idee van afscheiding geen waarde voor ons heeft, kan ons doen terugkeren naar de ervaring van onze eenheid met God. Want de wereld berooft ons nergens van – alleen onze keuze voor afscheiding doet dat.

Deze wereld is een illusie, net zoals ons individuele leven hier dat zich lijkt af te spelen tussen geboorte en dood. Maar dat is niet wat we geloven. Als we dat wel zouden geloven en werkelijk zouden beseffen dat het doel van de wereld is om God en daarmee ons Zelf aan te vallen, dan zouden we natuurlijk nooit over onszelf denken alsof we in een lichaam zijn. Maar de manier waarop we leven – ademen, eten, drinken, vrije tijd doorbrengen etc. – bewijst dat we weliswaar misschien intellectueel begrijpen wat Een cursus in wonderen ons vertelt, maar dat we het beslist niet zo ervaren.

Daarom is het doel van de Heilige Geest van ons leven hier, als we eenmaal geboren zijn, om ons Zijn lessen van vergeving te laten leren. Inclusief de ultieme les dat de dood niet werkelijk is. De wereld wordt dan een klaslokaal waarin we blij leren wat Hij ons onderwijst. De wens de wereld te verlaten versterkt alleen maar haar werkelijkheid voor ons. Wie wil er tenslotte weg van een plek, tenzij hij gelooft dat die werkelijk bestaat en onprettig is? Daarom vertelt Jezus ons in het Tekstboek: “Er is een risico aan verbonden te denken dat de dood vrede betekent” (T27.VII.10:2). Ware vrede ontstaat niet door het verlaten van de fysieke wereld. Het ontstaat uitsluitend door het beoefenen van vergeving die de schuld in de denkgeest ongedaan maakt. Deze schuld is de enige oorzaak van pijn en lijden en van het geloof dat de dood werkelijk is. En dus, wanneer we bereidwillig zijn, zetten we in het tempo dat we kiezen de kleine stappen van vergeving die ons terug leiden naar het glorieuze eeuwige Zelf dat we nooit konden vernietigen. Het Zelf dat altijd onze Identiteit gebleven is ondanks onze dwaze reizen in de illusies van de dood.

 

 

 

%d bloggers liken dit: