archiveren

Tagarchief: waarnemende/keuzemakende denkgeest

Image may contain: nature and outdoor

Dit valt pas te begrijpen en te accepteren als de mind (denkgeest) eraan toe is. Dwingen, forceren, je best doen, ertegen in gaan, ontkennen, is niets anders dan het onmogelijke van het bestaan van een wereld en identificatie met het lichaam in stand houden. Want alleen afscheidingsgedachtes, en dat is elke gedachte gericht op het in stand houden van een wereld, en de identificatie met het lichaam welke verbeterd of aangevallen moeten worden, houdt de afscheiding in stand. En dat is dan ook het enige doel van “de wereld”.

Het is heel normaal over dit idee woedend te worden, of het met alle macht te ontkennen. Maar vraag je af waarom dat is. Word ik wel woedend om de reden die ik denk?
En als het niet deze uitspraak over de totale waanzin van het geloof in een bestaan van een wereld en een lichaam is, wat is er dan zo bedreigend aan?
Besef goed dat dat wat deze wereld heeft bedacht, de denkgeest die anders wilde dan dat wat IS, en de egodenkgeest leven inblies met als doel om af te scheiden van Eenheid, Waarheid, God, Liefde, never nooit er voor kan zorgen dat dit doel ongedaan kan worden gemaakt, vanuit dit geloof in egodenken.
En toch kan het niet anders dan dat het ongedaan zal worden gemaakt, omdat het onmogelijke, namelijk afscheiding van Eén onmogelijk is en het alleen lijkt te gebeuren van wegen het geloof erin. Alleen het geloof erin houdt de afscheiding in stand, meer niet.
Het is een nietig dwaas idee. En het is onvermijdelijk dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest uiteindelijk weer tot bezinning komt en langzaamaan ontwaakt uit deze onmogelijke slaap van het geloof in het onmogelijke.
En dat is een stap voor stap proces, dat zich als een heel persoonlijk individueel proces lijkt af te spelen, omdat het concept van een persoonlijke ik te zijn voor de denkgeest die daar in is gaan geloven te begrijpen is. En dat wat begrepen kan worden wordt nu door de denkgeest die eraan toe is positief omgekeerd her-gebruikt om weer terug te herinneren in dat waar nooit uit is weggegaan.
En dat vereist vooral heel veel vertrouwen in een proces wat onvermijdelijk is: Een reis zonder afstand…

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Een cursus in wonderen, is een cursus die ons terugvoert naar de denkgeest (mind).
En het leert ons terug te herinneren enkel denkgeest te zijn en uit de waan van het geloof te voeren dat we een lichaam zijn dat kan denken en dingen kan doen.
De wereld is bedacht (geprojecteerd) door denkgeest die door te projecteren ‘vergeet’ dat er alleen denkgeest is, zodat het lijkt dat er een autonoom lichaam is in een autonome wereld. De weg terug naar de herinnering denkgeest te zijn is nu geblokkeerd door miljarden projecties die nu als ‘waar’ worden gezien en ervaren.
ECIW vertegenwoordigt de wil tot het onvermijdelijke terug herinneren van wat wél ‘Waarheid’ is een herinnering die nog altijd aanwezig is in de in ‘waan’ verkerende denkgeest die denkt, gelooft en projecteert dat deze een lichaam is in een wereld.

Het middel dat de (ego)denkgeest gebruikt om in de waan van de afscheiding van Waarheid te blijven is ‘oordelen’. Oordelen is afscheiding, en het domein van de dualiteit, want iets is nu goed of slecht.
ECIW leert ons niet te oordelen. Niet door oordelen te verbieden, maar er naar te leren kijken vanuit een oordeelloze ‘plek’. Deze oordeelloze plek is de ‘waarnemende/keuzemakende denkgeest’. Het is die stille plek in de denkgeest die instaat is een keuze te maken:

“2. Jij kunt naar keuze vanuit de geest of vanuit het ego spreken. 2Als je vanuit
de geest spreekt, heb jij gekozen voor ‘Wees stil en weet dat Ik God
ben.’ 3Deze woorden zijn geïnspireerd omdat ze kennis weerspiegelen.
4Als jij vanuit het ego spreekt, doe je afstand van kennis in plaats van die
te bevestigen, en ontneem jij jezelf zo inspiratie”(T4.In.2:1-4).

De ‘jij’ die de keuze kan maken is niet het lichaam ‘jij’ dat kiest. Het lichaam is immers sowieso de keuze voor ego. De ‘jij’ die de keuze kan maken is de waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Dit is de neutrale, totaal oordeelloze stille plek in de denkgeest.
Echter door te geloven in de waan dat het lichaam keuzes kan maken, wordt deze oordeelloze stille plek in de denkgeest overschreeuwt en daardoor aan de aandacht onttrokken:

“10. Het stille zijn van Gods Koninkrijk, dat in je gezonde denken volkomen
bewust is, wordt meedogenloos uit dat deel van je denkgeest verbannen
waar het ego de scepter zwaait. 2Het ego is wanhopig omdat het tegen een
volstrekt onoverwinnelijke overmacht strijdt, of je nu slaapt of wakker
bent. 3Bedenk eens met hoeveel waakzaamheid je bereid was je ego te beschermen,
en met hoe weinig je juiste denken. 4Wie anders dan waanzinnigen
zouden het in hun hoofd halen het onware te geloven en dit geloof
dan te beschermen ten koste van de waarheid?” (T4.III.10:1-4).

Wat de waarnemende/keuzemakende denkgeest doet is ‘kijken’, zonder oordeel.
Het oordeelloos stil leren kijken van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is het belangrijkste onderdeel van leren wat Ware Vergeving is:

“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen
enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien
tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en
oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet
zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven
wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is” (WdII.1.4:1-5).

Niets wordt ontkend, verdraaid, verandert, hersteld, verbeterd, het wordt gezien zoals het zich aandient in mijn leven, zonder daar een oordeel over te vormen. En als ik daar ook weer een oordeel over op zie komen, kijk ik ook daar weer naar, en weer en weer…
Elk oordeel wordt nu immers gezien als leermateriaal en leerkans en niet als de werkelijkheid die ik eraan gegeven heb:

“5De ‘dynamiek’ van het ego zal een tijd onze les zijn, want we moeten hier eerst naar kijken om erdoorheen te kunnen zien, aangezien jij het werkelijkheid hebt verleend. 6We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken, en vervolgens naar
de waarheid kijken die erachter ligt” (11.V.1:5-6).

Stilte is voor mij onlosmakelijk verbonden met oordeelloosheid. ECIW beschrijft deze ‘stille’ oordeelloze plaats in de denkgeest als volgt:

“Er is een plaats in jou waar deze hele wereld is vergeten, en waar geen
enkele herinnering aan zonde en illusie nog voortleeft. 2Er is een plaats in
jou waar tijd niet speelt, waar de weerklank van de eeuwigheid wordt gehoord.
3Er is een rustplaats zo stil dat geen geluid opstijgt dan een lofzang
aan de Hemel tot blijdschap van God de Vader en de Zoon. 4Waar Beiden
verblijven, worden Beiden herinnerd. 5En waar Zij zijn is de Hemel en
heerst vrede” (T29.V.1:1-5).

Nogmaals het doel van ECIW is deze stille plaats weer in de herinnering te brengen en de angst om er naar te luisteren te verminderen en ten slotte te doen laten verdwijnen, zodat er weer gekozen kan worden voor Juist-gericht denken, welke richting Waarheid, Eenheid, Liefde, God voert.
En aangezien ECIW een cursus is kan dit worden geleerd. ECIW nodigt op talloze plaatsen zowel in het Tekstboek als in het Werkboek en het Handboek voor leraren,uit tot het leren van het her-ontdekken van van deze oordeelloze stille plaats; de waarnemende/keuzemakende denkgeest, bijvoorbeeld:

“1.Zit in stilte en kijk naar de wereld die je ziet, en zeg tegen jezelf: ‘De werkelijke wereld is niet als deze. 2Ze heeft geen gebouwen en er zijn geen
straten waarin mensen alleen en afgezonderd wandelen. 3Er zijn geen winkels
waar mensen een eindeloze lijst dingen kopen die ze niet nodig hebben.
4Ze wordt niet door kunstlicht verlicht, en de nacht valt niet over
haar. 5Er is geen dag die daagt en verschemert. 6Er is geen verlies. 7Niets is
daar of het straalt, en straalt voor eeuwig’ ” (13.VII.1:1-6).

Specifieke technieken voor meditatie worden niet gegeven in ECIW. Het zitten in stilte is dan ook eigenlijk een uitnodiging om terug te keren in de denkgeest, de bron van elke gedachte+projectie. Gedachten verlaten immers nooit hun bron, de denkgeest. Ook projecties blijven een projectie, dus een gedachte.
Het enige wat nodig is om terug te keren naar die stille plaats in de denkgeest is verlangen, een verlangen zonder oordeel, zonder invulling, zonder daar iets speciaal voor te hoeven doen of te laten in wat voor vorm dan ook:

“3Bevrijding wordt jou gegeven zodra je het verlangt.
4Velen hebben een leven lang met voorbereiding doorgebracht, en hebben
inderdaad hun momenten van succes gekend. 5Deze cursus doet geen poging
méér te onderwijzen dan zij in de loop der tijd hebben geleerd, maar
beoogt wel tijd te besparen. 6Misschien probeer jij wel een heel lange weg
te volgen naar het doel dat je hebt aanvaard. 7Het is uiterst moeilijk de
Verzoening te bereiken door de zonde te bevechten. 8Er wordt enorm veel
moeite aan besteed om te proberen heilig te maken wat gehaat wordt en
veracht. 9Evenmin is een leven van bespiegeling en lange periodes van meditatie
gericht op de onthechting van het lichaam noodzakelijk. 10Alle pogingen
van dien aard zullen uiteindelijk succesvol zijn omwille van hun
doel. 11Maar de middelen zijn eentonig en zeer tijdrovend, want ze richten
de blik allemaal op de toekomst om van een huidige toestand van onwaardigheid
en ontoereikendheid te worden bevrijd” (T18.VII.4:3-11).

Dus of ik het nu prettig vind om in een bepaalde meditatie houding te zitten, liggen of hangen is niet belangrijk. Doe gewoon wat je ligt en wat je het prettigst vind. Het gaat erom oordeelloos te leren kijken, niet om zonder gedachten te zijn of onthecht te raken. Het gaat erom in die neutrale oordeelloze waarnemende/keuzemakende denkgeest stand te komen, zodat de stille Stem van de Heilige Geest gehoord kan worden en er gekozen kan worden:

“3Wijd vandaag een keer, wanneer jou dat het beste lijkt, een half uur aan de gedachte
dat je één bent met God. 4Dit is onze eerste poging tot een langduriger
oefenperiode, waarvoor we geen regels of speciale tekst geven om je
meditatie te leiden. 5We vertrouwen erop dat Gods Stem zal spreken zoals
Hij dat vandaag geschikt acht, in de zekerheid dat Hij niet zal falen. 6Blijf
dit half uur bij Hem. 7Hij doet de rest” (WdI.124.8:3-7).

Dit is trouwens geen ‘echte’ stem, ook al kan het zo lijken, zowel de stem vanuit de keuze voor ego of de stem vanuit de keuze van Heilige Geest zijn geestelijke stemmen, gedachten dus, altijd afkomstig vanuit denkgeest, nooit vanuit een lichaam, het lichaam is immers een projectie en geen autonoom ding, hebben we geleerd.

“Wanneer je hebt geleerd hoe jij samen met God kunt beslissen, worden
alle beslissingen even makkelijk en even juist als ademen. 2Het gaat moeiteloos,
en je zult met evenveel zachtheid worden geleid als werd je meegevoerd
langs een stil pad in de zomerzon” (T14.IV.6:1-2).

Samen met God beslissen staat symbool voor de keuze van ‘de Zoon’ voor Juist-gericht (Heilige Geest) denken, niet voor iets beslissen op vorm niveau, dat zou immers weer de keuze zijn voor onjuist-gericht (ego) denken.

“8.Maar omdat ze hun wil niet begrijpen, begrijpt de Heilige Geest die in stilte voor hen, en geeft hun wat ze willen, zonder moeite of inspanning, en zonder de onmogelijke last om zelfstandig te beslissen wat zij willen en nodig hebben”(T14.III.10:8).

Dit zal als moeiteloos worden ervaren, daar Juist-gericht denken de natuurlijke staat van de geest is die geen blokkades kent, omdat er niet meer in gelooft wordt en ze dus niet meer nodig zijn:

“Vrede heerst in iedere denkgeest die in stilte het plan aanvaardt dat God voor zijn Verzoening heeft opgesteld, door het zijne te laten varen. 5Jij weet niets van verlossing, want je begrijpt niet wat dat is. 6Neem geen beslissing over wat verlossing is of
waarin ze ligt besloten, maar vraag alles aan de Heilige Geest, en laat alle
beslissingen over aan Zijn zachtmoedige raad” (T14.III.12:4-6).

Het proces van leren terug te keren naar de bron, de denkgeest, gebeurt dus door te kijken vanuit de oordeelloze, daardoor stille plaats van de waarnemende/keuzemakende denkgeest naar alle oordelen die opgeworpen zijn als verdediging tegen de herinnering geest te zijn.

“Laat ze allemaal gaan, [oordelen] tuimelend en buitelend dansend in de wind, tot ze
ver, ver buiten jou uit het zicht verdwenen zijn. 2En wend je tot de majesteitelijke
rust vanbinnen, waar in heilige stilheid de levende God verblijft,
die jij nooit verlaten hebt en die jou nooit verlaten heeft. 3De Heilige Geest
neemt jou zachtjes bij de hand, en keert met jou op je schreden terug van
je waanzinnige tocht buiten jezelf, waarbij Hij jou met zachtheid terug leidt
naar de waarheid en geborgenheid vanbinnen. 4Hij brengt al jouw waanzinnige
projecties en de ongebreidelde substituten die jij buiten jezelf hebt
geplaatst naar de waarheid. 5En zo keert Hij de koers van de waanzin om,
en brengt jou weer tot rede” (T18.II.8:1-5)

Dit leerproces van eerlijk kijken, zonder oordeel, zal steeds sneller gaan tot het even natuurlijk is als het voorheen (on)natuurlijke oordelende kijken van de egodenkgeest.
Uiteindelijk is het doel van het leerproces van ECIW te leren weer terug te herinneren in de stilte van de denkgeest en 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest te zijn. Waarbij dus alleen nog maar de keuze gemaakt hoeft te worden tussen het egodenken of het Heilige Geest denken. En daarbij aantekenend dat er geen keuze gemaakt hoeft te worden over wat te doen of niet te doen in enige vorm:

“In stilte krijgen alle dingen een antwoord, en wordt ieder probleem stil
opgelost. 2In een conflict kan er geen antwoord en geen oplossing zijn,
want het doel ervan is elke oplossing onmogelijk te maken en te garanderen
dat geen enkel antwoord duidelijk is. 3Een probleem dat is vervat in
een conflict kent geen antwoord, want het wordt op uiteenlopende manieren
bezien. 4En wat vanuit het ene gezichtspunt een antwoord zou zijn,
is in een ander licht bezien geen antwoord. 5Jij bent in conflict. 6Dus moet
het wel duidelijk zijn dat jij helemaal niets beantwoorden kunt, want een
conflict heeft geen beperkte gevolgen. 7Als God echter een antwoord heeft
gegeven, moet er een manier zijn waarop jouw problemen zijn opgelost,
want wat Hij wil is reeds geschied”(T27.IV.1:1-7).

Vanuit het verkeren in de stilte van de waarnemende/keuzemakende oordeelloze denkgeest zal elke beslissing moeiteloos genomen worden zonder er nog een vooringenomen oordeel over te hebben. Het Vertrouwen in de juistheid van de keuze zal overheersen boven het oordeel over hoe iets er in de vorm zou uit moeten zien:

“Luister in stilte, en verhef je stem niet tegen Hem. 5Want Hij onderwijst het wonder van eenheid, en ten overstaan van Zijn les verdwijnt verdeeldheid”(T14.IX.11:4-5).

Uiteindelijk hoeft de stilte ook niet meer te worden opgezocht, slechts het in een ogenblik genomen besluit te midden van de reuring van de keuze voor het ego denken, te willen terugkeren in de waarnemende/keuzemakende denkgeest zal voldoende zijn.
ECIW noemt dit het heilig ogenblik:

“Het heilig ogenblik is het tijdsinterval
waarin de denkgeest stil genoeg is om een antwoord te horen dat
niet in de gestelde vraag besloten ligt” (T27.IV.6:9).

Stil zijn is, zoals ik al eerder zei, onlosmakelijk verbonden met oordeelloos zijn. En dat moment van stille oordeelloosheid geeft ruimte voor het terug herinneren in Waarheid, in Liefde, in Eenheid, in God. Een totale omslag in het denken; ‘het wonder’, dat niet anders kan dan zich uitbreiden, daar het wonder grenzeloos en oordeelloos is.

“Het wonder komt kalm de denkgeest binnen die een moment stopt en
stil is. 2Het reikt met zachtheid vanuit die stille tijd, en vanuit de denkgeest
die het in stilte heeft genezen, naar andere denkgeesten om de stilte ervan
met elkaar te delen” (T28.I.11:1-2).

Stil zijn, en oordeelloos kijken en luisteren:

“8. Wees een ogenblik heel stil. 2Kom zonder alle gedachten aan wat jij vroeger
ooit geleerd hebt, en zet alle beelden die je gemaakt hebt opzij. 3Het
oude zal wegvallen voor het nieuwe, zonder verzet of opzet van jouw
kant. 4Er zal geen aanval zijn op de dingen die jij voor kostbaar hield en
dacht dat zorg behoefden. 5Er zal geen aanslag worden gedaan op jouw
wens een roep te horen die nooit weerklonken heeft. 6Niets zal jou kwetsen
in dit heilig oord, waar je in stilte komt luisteren om de waarheid te
vernemen over wat jij werkelijk wilt. 7Er zal jou niet méér gevraagd worden
te leren dan dit. 8Maar zodra je het hoort, zul je begrijpen dat jij je alleen
maar hoeft los te maken van de gedachten die je niet wilt, en die nooit
waar zijn geweest” (T31.II.8:1-8).

En als dat niet lukt oefen ik mezelf in het leren mild zijn over mijzelf:

“6En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben
je er nog niet klaar voor. 7Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1.6-7).

Het heet niet voor niets een cursus.
En leerproces gaat juist via het leren van wat onwaar is naar het terug herinneren van wat Waar is, door te leren kijken en luisteren in de stilte van oordeelloosheid.

In het Werkboek tenslotte worden 365 oefeningen aangeboden om te leren terug te keren in de stilte van de denkgeest, in dat wat we zijn, de enige plaats waar een keuze gemaakt kan worden.
Enkele voorbeelden:

“Luister in diepe stilte. 2Wees heel stil en stel je denkgeest open. 3Ga aan alle schrille kreten en ziekelijke fantasieën voorbij die jouw werkelijke gedachten verhullen en je eeuwige verbinding met God versluieren. 4Verzink diep in de vrede die jou voorbij de uitzinnige, rumoerige gedachten, taferelen en geluiden van deze waanzinnige wereld wacht. 5Hier woon jij niet. 6We proberen jouw werkelijke thuis te bereiken. 7We proberen de plek te bereiken waar jij werkelijk welkom bent. 8We proberen God te bereiken” (WdI.49.4:1-8)

“6.Wanneer je hebt nagedacht over het belang van wat jij voor jezelf en voor
de wereld tracht te doen, probeer dan in volkomen stilte tot rust te komen,
en houd alleen in gedachten hoezeer je het licht in jou vandaag wilt bereiken
– nu! 2Besluit om voorbij de wolken te gaan. 3Strek in gedachten je
hand uit en raak ze aan. 4Schuif ze met je hand opzij; voel ze tegen je wan-
gen, voorhoofd en oogleden strijken terwijl je er doorheen gaat. 5Ga verder;
wolken kunnen jou niet tegenhouden.
7. Als je deze oefeningen op de juiste manier doet, zul je een gevoel gaan
krijgen alsof je opgetild en voortgedragen wordt. 2Jouw lichte inspanning
en geringe vastbeslotenheid doen een beroep op de kracht van het universum
om je te helpen, en God Zelf zal jou uit de duisternis opheffen
naar het licht. 3Jij bent in harmonie met Zijn Wil. 4Jij kunt niet falen, omdat
jouw wil de Zijne is”(wdI.69.6,7).

“Zet vandaag alle dwaze
magische overtuigingen van je af, en houd je denkgeest in stilte bereid om
de Stem te horen die de waarheid tot je spreekt” (WdI.76.9:2).

“Reserveer vandaag drie keer ongeveer tien minuten voor een stille tijd
waarin jij probeert je zwakheid achter je te laten” (WdI.91.5:1).

“Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren” (WdI.106.t).

“En wanneer jij je ogen sluit, verzink je in de stilheid.
5Laat door deze perioden van rust en verademing je denkgeest worden gerustgesteld
dat al zijn uitzinnige fantasieën slechts koortsdromen waren
die voorbij zijn. 6Laat hij stil zijn en dankbaar zijn genezing aanvaarden.
7Geen angstige dromen zullen er meer komen, nu jij rust in God. 8Neem
tijd vandaag om uit dromen weg te glijden naar vrede toe” (WdI.109.5:4-8).

enz.

ECIW is een volledige cursus met een Tekstboek, Werkboek en een Handboek voor leraren.
Alle delen sluiten aan op elkaar en vormen één geheel. Het is daarom aan te raden de Cursus als één geheel te beoefenen.

En aan het einde van het Werkboek lezen we:

“Deze cursus is een begin, niet een einde” (WdII.Nw.1:1).

Zo gaat dat met cursussen, zo ook met ECIW: eerst is er voornamelijk de theorie, met daarbij de oefeningen die langzaam geïntegreerd worden in het dagelijkse leven, tot tenslotte een volledige ommekeer in het denken plaatsvindt. Een omkeer van het geloof in angst naar het volledig terug herinneren in Liefde, Eenheid, Waarheid, God:

“Doe eenvoudig dit: wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij
bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld,
alle beelden die je hebt van jezelf. 2Maak je denkgeest leeg van alles
waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte
die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich
schaamt. 3Houd vast aan niets. 4Breng geen enkele gedachte met je mee die
het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger
ooit aan wat ook hebt ontleend. 5Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus,
en kom met volkomen lege handen tot jouw God” (WdI.189.7:1-5).

 

Ergens kan niet anders dan de conclusie getrokken worden dan dat er alleen Eenheid is, non-dualistische Eenheid, ook wel Liefde genoemd, of Waarheid, of God.
Waarom? Omdat wat ervaren wordt als zijnde ‘leven’ en wat we ‘onze wereld noemen’ met elke seconde bewijst dat het geen non-dualistische Eenheid kán zijn, dus ook geen Liefde, geen Waarheid of God.

Dat wat deze wereld wordt genoemd is enkel en alleen de ontkenning van Eenheid, de ontkenning van Liefde, de ontkenning van Waarheid, de ontkenning van God.
Binnen het geloof in een dualistische wereld, binnen het geloof in vormen; mensen, dieren, mineralen, dingen, situaties en deze als ‘waar’ aannemen is Eenheid, Liefde, Waarheid, God onmogelijk, van wegen het simpele feit dat deze wereld van dualisme juist als doel heeft Eenheid, Liefde, Waarheid, God te ontkennen en te vergeten.

Daarmee is Eenheid, Liefde, Waarheid, God, niet onmogelijk of verdwenen, maar slechts ‘vergeten’, en lijkt ‘onwaarheid’ nu ineens als bij toverslag waar te zijn.

Derhalve kan Eenheid, Liefde, Waarheid, God niet terug herinnert worden binnen dit als verdediging  daar tegen opgezet onwaar ego verhaal.
Ik, de denkgeest die gelooft in het ego verhaal van afscheiding, ben vergeten en weet daardoor NIET wat Eenheid, Liefde, Waarheid, God is. Ik, de denkgeest die aan het wakker worden is, kan echter wel de blokkades gaan leren zien die ik tegen Eenheid, Liefde, Waarheid, God heb opgezet, als de bereidwilligheid tot herinneren onvermijdelijk begint terug te komen.

Als de natuurlijke drang tot herinneren sterker wordt dan de onnatuurlijke drang tot het ontkennen en onderdrukken van herinneren, dan kan het proces van ware vergeving beginnen, waarbij elke nu als illusoir onderkende verdedigingsgedachte ‘vergeven’ kan worden, omdat wordt erkend dat ze niet waar zijn en er niet meer geïnvesteerd hoeft te worden in het geloof in illusies die slechts een denkbeeldige blokkade zijn tegen Eenheid, Liefde, Waarheid, God.

Dit proces van het leren van ware vergeving kan alleen onder leiding van dat deel van de denkgeest dat zich wil herinneren, omdat het zich bewust begint te worden van het krankzinnige idee Eenheid, Liefde, Waarheid, God te willen vernietigen door ontkenning ervan.

Echter, omdat er maar één denkgeest is, speelt dit ogenschijnlijk dualisme van de ene denkgeest zich af in een schijnbare opgesplitste juist gerichte denkgeest, een onjuist gerichte denkgeest en een waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Dit houdt in dat elke gedachte deze drie keuzemogelijkheden in zich draagt.

In het begin van het leerproces is dan ook het onderscheid herkennen tussen de verschillende schijnbare mogelijkheden erg lastig.
De onjuist gerichte denkgeest kan zich namelijk prima voordoen als de keuze voor Liefde (juist gerichtheid) en zodoende de waarnemende/keuzemakende denkgeest in verwarring brengen, zodat deze kan denken en geloven voor de juist gerichte denkgeest, voor Liefde te hebben gekozen. Telkens even de vraag stellen wie/wat denkt dit? (juist gerichtheid of onjuist gerichtheid) kan een behulpzaam hulpmiddel zijn, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest als het ware getraind wordt in het observeren van gedachten.

Eenheid, Liefde, Waarheid, God kan niet gekozen of herinnert worden op basis van het geloof in een wereld en het ‘waar’maken ervan. De wereld is immers gemaakt om Liefde buiten te sluiten, te vergeten en er een alternatief voor in de plaats te zetten, gebaseerd op liefde tussen lichamen en liefde voor dingen en situaties; speciale liefde.

Alleen door het vergeven van deze onware liefde, herkenbaar door zijn grilligheid van emoties, persoonlijke voorkeuren, insluiting en uitsluiting van bepaalde speciale lichamen en dingen, kan dat wat Liefde, non-dualistische Liefde is worden terug herinnert.

De niet bestaande illusoire wereld die gemaakt is om Eenheid, Liefde, Waarheid, God te doen laten vergeten wordt zodoende opnieuw gebruikt, maar nu als een herinnering aan wat het juist probeert te verbergen. Het wordt niet meer serieus genomen, maar alleen nog maar gezien als belangrijk en kostbaar vergevingsmateriaal en kans, als sleutel tot herinneren van dat wat vergeten moest worden.

Als waarnemende/keuzemakende denkgeest kunnen we zodoende steeds beter door steeds beter leren observeren en het bevragen van alle gedachten+projecties (wie/wat denkt dit?), opnieuw de keuze maken; dat wat we ervaren als werkelijkheid te zien (keuze voor ego of onjuist gerichtheid), of het als een vergissing te zien en het te vergeven, waardoor terug herinneren in Eenheid, Liefde, Waarheid, God onvermijdelijk wordt, omdat dat onze natuurlijke staat is.

Tijdens dit leerproces van vergeving zullen er regelmatig korte en of langere momenten en periodes zijn die deze onvermijdelijke natuurlijke staat weerspiegelen. Ze zijn de hoopvolle bewijzen en versterken het vertrouwen dat het ‘vergeten’ zwakker wordt en het ‘herinneren’ sterker.

Het is zo onthullend werkelijk door te krijgen dat enkel en alleen het denkgeest mechanisme van het geloof in zonde, schuld en angst deze wereld, mijn leven veroorzaakt en draaiende houdt! De wereld een gedachte (projectie) is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, niets meer of minder dan dat!
En ik steeds duidelijker ervaar dat dit mechanisme van het geloof in zonde, schuld en angst de bron is van elke gedachte die ik heb!
Ook de ogenschijnlijk kleinste en onbeduidendste gedachten hebben dit geloof in zonde, schuld en angst als bron.
En zelfs deze gedachten die ik nu opschrijf komen uit die bron, maar omdat ik niet meer totaal geloof in zonde, schuld en angst, echter nog wel langs zie komen in de ervaring, heeft het geen 100% vat meer op mij als projecterende, maar tegelijkertijd nu waarnemende/keuzemakende bewuste denkgeest. Ik ben me bewust van de keuze die ik altijd kan maken, niet de keuze op vorm niveau, maar de keuze op denkgeest niveau, de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst, of de keuze voor het vergeven van het geloof in zonde, schuld en angst, in als z’n variaties.

Ik denk dan ook dat de hoogste staat van ontwaken is, dat de ‘ik’ de zich totaal bewuste waarnemende/keuzemakende denkgeest, volledig zonder oordeel kan waarnemen en daardoor als logisch resultaat daarvan zich weer volledig in verbinding weet (herinnerd) met zijn werkelijke Bron: Geest, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Ik de waarnemende/keuzemakende denkgeest zie mijn functie nu alleen nog als ervarende waarnemer die nog maar één keuze heeft en dat is de keuze voor Ware Vergeving. Dat is mijn enige functie. Mijn functie is niet dat ik vervolgens bepaal welk resultaat Ware Vergeving heeft in de wereld die ik nog wel ervaar. Ik als ervarende waarnemende/keuzemakende denkgeest kan onmogelijk vanuit dit nog steeds beperkte ervarende standpunt overzien wat het beste is voor ‘mij=de ander’ in enige vorm.
Er is namelijk op vorm niveau geen beste of slechtste beslissing mogelijk. Er is geen wereld, er zijn alleen projecties vanuit zonde, schuld en angst en alleen de beslissing voor het vergeven van de gedachten=projecties zal altijd de beste keuze en beslissing zijn.

Ik gebruik de term ware vergeving, omdat ik ECIW als pad heb gekozen en dat prettig vind, maar het is hetzelfde als ‘werkelijk doorzien’ dat wat ik denk dat er gebeurt in een wereld van vormen en situaties, niet werkelijk gebeurt en alleen maar lijkt te gebeuren, omdat ik, die zich met de projecties heeft geïdentificeerd, dat wil geloven, maar verder geen enkel effect heeft op Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat de uitkomst is van ware vergeving of van het werkelijk doorzien, zolang ik nog lijk te ervaren in een wereld, is niet iets wat ik hoef bij te sturen, want dat zou immers weer een gedachte zijn vanuit en de keuze voor zonde, schuld en angst, namelijk, het geloof in wantrouwen, of zorgelijkheid en tevens gewoon weer de verdediging tegen Liefde.
Vertrouwen in altijd een Liefdevolle uitkomst, hoe deze er ook uit mag zien in het veld van de projecties, is het logische gevolg van ware vergeving, of werkelijk doorzien.

Dit is een prachtige metafoor voor het stap voor stap proces van het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Ware Vergeving is eigenlijk telkens weer een schil van de ui afpellen en laten vallen, totdat alle lagen van zonde, schuld en angst opgelost zijn in het ‘niets’ en het ‘niets’ wat tevens het Ware Alles is overblijft.
Bij deze een zoveelste poging het proces van ‘niets (ego versie)’ naar ‘Niets (HG versie)’ in woorden te vatten, wat onmogelijk is, maar aan de andere kant is dat nog steeds het enige hulpmiddel wat we hebben om te kunnen communiceren op het niveau waar we denken en geloven te zijn.

Zoals ik nu ook echt wel door heb dat elke gedachte bestaat uit ego, HG en waarnemende/keuzemakende denkgeest en dus de metafoor van de ui ook een ego keuze versie kent, naast de HG keuze versie. En het is belangrijk deze keuze mogelijkheid voor de ego versie gewoon onder ogen te zien, het liefst onder leiding van HG, dus oordeelloos, want bekeken olv de ego kant zal het kijken onvermijdelijk gepaard gaan met gevoelens, emoties van zonde, schuld en angst. Daar kan ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest dan ook aan herkennen waar ik voor kies. In die zin een handige en behulpzame reminder.

Zo kom ik erachter dat de ego ui versie het afpellen van al mijn zonde, schuld en angst gedachten onmiddellijk opnieuw projecteert en ‘vergeet’ (met opzet, als verdediging), dat Ware Vergeving zich alleen afspeelt op denkgeest niveau en lang niet altijd af te lezen is in de vorm (de projectie, de wereld) waar ik eerst dacht dat het probleem lag.
En dan kan het idee ontstaan; “nou, zie je wel, vergeving werkt niet, want mijn probleem met iets of iemand is er nog steeds”.
Het afpellen van de ui wordt dan gezien als het afpellen van de problemen die ik denk en geloof te hebben in enige vorm, met iets of iemand.

Ware Vergeving pelt alleen mijn geloof in het denksysteem van zonde, schuld en angst af. En ja ik zal dan steeds meer een zondeloze, schuldeloze, angstloze wereld gaan zien en ervaren, terwijl de ‘beelden’ hetzelfde blijven of niet.
Ik kan mijn zonde, schuld en angst projecties van een iemand of iets die mij aanvalt terugtrekken door ware vergeving, maar het gedrag van iemand of iets kan er hetzelfde uit blijven zien in de vorm.
Eigenlijk precies zoals ik naar een film kijk en de goede en de slechteriken zie, en het volgende moment besef dat ik naar een film (projectie) zit te kijken met alleen maar uitbeeldingen, projecties, van goed en kwaad.
Denk maar weer aan die door mij veel aangehaalde tekst uit ECIW, (gisteren nog):
“Laat ze [mijn projecties] zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is. (T27.VIII.10:1-6)”

Dus het afpellen van van alle zonde, schuld en angst lagen van de ‘ui’, wil niet vanzelfsprekend zeggen dat ik ineens weer vriendschappelijk om ga met iets of iemand. Het betekent wel dat ik de projectie niet meer verwar met de achterliggende gedachte van zonde, schuld en angst. Er is geen zonde, schuld en angst meer die geprojecteerd wil worden, er is alleen nog Liefde die onvoorwaardelijk is en alles zonder uitzondering omvat (niet te verwarren met de ego liefde versie, die altijd speciaal gericht is en de rest nog steeds uitsluit).
En deze allesomvattende Liefde die niets meer uitsluit zal er ook voor zorgen dat ik in de vorm, waar ik nog steeds ervaar, zolang ik denk en geloof te ervaren, heel beslist vanuit Liefde, geheel los van zonde, schuld en angst ‘nee’ of ‘ja’ kan zeggen tegen iets, iemand of situatie. In Beide gevallen zal het altijd de meest liefdevolle keuze zijn, omdat ze uit Liefde komt.

%d bloggers liken dit: