archiveren

Maandelijks archief: september 2016

Het lijkt een tegenspraak te zijn, aan de ene kant de vaststelling “er is geen wereld” en aan de andere kant de ervaring van in een wereld te leven.
Hoe valt dat met elkaar te rijmen?
Het feit is dat ik mezelf ervaar in wat ik ervaar, ik lijk dáár te zijn waar ik denk en geloof te zijn. Ik denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld, en toch is daar altijd die ondertoon van “dit kán gewoon niet waar zijn”. Waar komt die gedachte vandaan?
Misschien ben ik helemaal niet wat ik denk en geloof te zijn, misschien is dat alleen maar een gedachte en een geloof, en soort droom. En houdt enkel en alleen het geloven erin in stand dat wat ik ‘mijzelf’ en de wereld noem.

Het feit dat ik dit kan denken is al genoeg om de herinnering aan kennelijk “iets anders” dan wat ik nu denk te zijn en geloof te weten en ervaren te triggeren en de “deur” te openen uit wat ik misschien wel niet ben (een lichaam, de wereld), naar wat ik wel ben en altijd ben gebleven, wat dat ook mag wezen.
Als ik dit wat ik nu ervaar en de wereld niet ben, dan moet ik wel het “andere” zijn. Het is het een of het ander. Beide kunnen niet tegelijkertijd “bestaan”. Als in, ik kan niet tegelijkertijd dromen én wakker zijn.

Dit proces van bewustwording, kan niet anders zijn dan verwarrend,en pijnlijk, het is als een overgangsrite, waarbij dat wat gedacht werd dat er was, nu als symbool her-gebruikt wordt om weer terug te herinneren in wat van een vage herinnering weer dat wat IS wordt.
Dit moet wel door middel van symboliek gebeuren, want alleen zo kan de betekenis van wat ik dacht dat waar was (een lichaam zijn in een wereld) een andere functie krijgen. Een functie verschuiving van in afscheiding blijven, en daar onbewust van zijn, naar het helpen terug herinneren in dat wat IS, door middel van alles wat eerst als “waar” werd gezien, nu als symbool te gaan zien als de wens terug te herinneren in dat wat IS.
En natuurlijk zijn de woorden “dat wat IS” ook symbolisch, net als alle woorden dat zijn, want het ervaren in een lichaam in een wereld, is juist bedacht om “dat wat IS” te verbergen, te vermommen in dat wat niet is.

Dus de woorden “dat wat IS” is ook slechts een herinnering, en nog niet wat “IS” werkelijk is.
Dat gaat de zich in een wereld gelovende, ervarende denkgeest die denkt en gelooft een lichaam te zijn nog verre te boven.

Het verst, waarbij in acht wordt genomen dat het woord “verst” een afstand en een doel doet vermoeden en beloven, maar ook een symbool is, voor wat geen afstand en doel behoeft in werkelijkheid, het verst dus dat we kunnen komen is bewust worden van de symboliek welke achter wat ik dacht dat waar was (ik als lichaam in een wereld) ligt verborgen. Daardoor wordt het schijnbare waarheidsgehalte van wat gedacht en geloofd werd dat “waar” was langzaamaan stap voor stap “ont-geloofd”.
Waarbij de pijn en het lijden, want dat is, laten we eerlijk zijn toch vooral wat de ervaring is als in een lichaam in een wereld gelovende denkgeest, langzaam aan zal verminderen, waardoor er momenten van “lichtheid” zullen zijn die zich afwisselen met het onvermijdelijke gevoel van “verlies”, een periode van “boven het slagveld” zijn en tegelijkertijd nog ervarend op het slagveld, naar volledig alleen maar boven het slagveld zijn volledig alles overziend en doorziend, naar tenslotte een volledig terug herinneren in dat wat IS.

“Er is geen wereld” en het daaraan gekoppelde er is alleen maar “IS”, kan dan ook niet meer zijn dan een aanname terwijl er nog ervaren wordt in een lichaam in een wereld. Het volledige “er is geen wereld” en dat wat “IS” valt niet meer binnen het “gebied” van de ervaring, van tijd en ruimte.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert” (WdI.132.6:2-4).

 

 

 

Elke beweging die ik denk en geloof te maken, lopend, rennend, rollend, zwemmend, rijdend, fietsend, vliegend, ademend, haastend, vertragend, afremmend, kortom elke beweging die ik maak om ergens te komen en weer terug, beeld symbolisch en verborgen uit hoe ik probeer uit Waarheid, Eenheid, God, Liefde weg te komen en tegelijkertijd daaronder weer verborgen mijn wens om juist terug te herinneren in Waarheid, Eenheid.
Het is als rennen op een lopende band, ik ren me rot, maar ga nergens heen en kom nergens aan, het geniale plan van de denkgeest die wil geloven in afscheiding van Eenheid, iets wat bij definitie onmogelijk is, maar kennelijk wel over gedroomd kan worden.
Een aardige reminder als ik weer eens haast heb, of juist niet in beweging te krijgen ben en vooral anderen de schuld geef van alles wat niet lijkt te lukken of verkeerd lijkt te gaan, of mijzelf de schuld geef, wat precies hetzelfde is als andere de schuld geven. Mijzelf als een lichaam zien dat iets doet is immers ook niets anders dan een projectie en en ook een manier om weg te rennen van Zelf, het Niets/Alles.
En ook al ervaren we alles schijnbaar individueel, de beweging die gemaakt wordt om in afscheiding te blijven en het verlangen om terug te herinneren in waar nooit uit is vertrokken is een gedeeld belang.

Ik kan pas door te ervaren wat ik niet ben leren wat ik niet ben, waardoor wat IS, Waarheid vanzelf weer tevoorschijn komt. Ik hoef niets anders te doen om dat te bereiken dan oordeelloos te leren kijken terwijl ik mijn persoonlijke script ten volle ervaar.
Dat is het leerproces van Ontwaken uit de droom; ten volle leven met alles wat voorbij komt in wat zich “ik” noemt, en tegelijkertijd dit alles observeren en leren doorzien als dat wat niet waar kán zijn.
En dat gaat via allerlei lagen en stadia van weerstanden en inzichten die heel persoonlijk zijn en dan ook alleen door de ervarende (mind) zelf kan worden gezien en begrepen. Het denken te kunnen zien in de ander en daar iets zinnigs over denken te kunnen weten over de ander en dat ook zeggen tegen de ander, is wederom alleen een reflectie van het eigen denken van de ervarende zelf over de ervarende zelf en kan dan ook alleen maar dan ook alleen in die zin behulpzaam zijn voor de ervarende zelf.
Dus ja, we hebben ‘anderen’ nodig, maar niet om de reden die we denken. We hebben ‘anderen’ nodig om ons eigen gedachten van afscheiding te kunnen observeren, terwijl we ze ervaren en ze vervolgens, als de mind daar aan toe is, en dat zullen we weten, een andere functie te laten geven door ze te vergeven. Dat soort van vergeven is werkelijk zien dat er ‘niets’ gebeurt is, terwijl het volledig zonder uitvluchten en ontkenning ervaren wordt. Dit proces gaat stap voor stap in een tempo dat de denkgeest zelf aangeeft, zodat het nooit te veel zal worden, ook al lijkt dat soms wel zo te zijn.
Ik ben waar ik denk en geloof te zijn en dat is precies waar ik nu ben ik (mind) kán eenvoudig niet ergens anders zijn dan daar waar ik denk en geloof te zijn op deze gruwelijk-prachtige reis zonder afstand.

 

Zo af en toe een al eerder geschreven blogje weer even naar voren schuiven, omdat ik het voor mijzelf ook weer even behulpzaam vind.

illusje

…life is but a dream…

Het leven is een droom, wat betekent dat…
Laten we eerst kijken naar wat we onze slaapdroom noemen, dat is een begrip wat we kennen en ook min of meer snappen.
We denken en geloven dat we een lichaam zijn en dat lichaam kan als het gaat slapen dromen.
Als we dan ’s ochtend wakker worden, dan weten we soms nog heel goed wat we gedroomd hebben, of we zijn het vergeten. We beweren echter nooit dat de droom ‘echt’ gebeurd is, ook al leek deze heel echt, het was maar een droom, en we accepteren hooguit dat de droom een symbolische betekenis heeft, of bedoeld is als manier voor de hersenen om alle impulsen van de dag te verwerken.
En als het een nachtmerrie was halen we opgelucht adem dat we gelukkig weer wakker geworden zijn uit die nachtmerrie en hopen dat die nachtmerrie…

View original post 1.209 woorden meer

Na het maken van de boodschappenlijst voor vandaag ook weer even tijd deze lijst te herhalen, bedacht ik toen ik hem weer eens doorlas als reminder.
Met wat kleine aanpassingen/toevoegingen.

illusje

De wereld met alles wat ik als zodanig waarneem en ervaar is één grote schreeuw om Liefde, geuit op ’n manier die juist het tegenovergestelde uit lijkt te beelden; één grote schreeuw uit angst.

Angst voor Liefde is de verdediging tegen wat Liefde is, de onvoorwaardelijke, non-dualistische Liefde van God, dat wat ‘ik’, ‘we’ (als zijnde denkgeest dus, want het lichaam is ook niet wat ik denk dat het is) in werkelijkheid zijn.

Alles waar ik bang voor ben, alle uitingen van angst laten eigenlijk mijn als waarnemende/keuzemakende denkgeest, mijn keuze voor egodenkgeest verdediging tegen Liefde zien.
De ik in onderstaande lijst is dan ook de waarnemende denkgeest die zich bewust begint te worden van de betekenis van:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

Dat betekent:
Ik ben nooit bang om de reden die ik denk.
Ik ben niet bang om afgewezen te worden door…

View original post 852 woorden meer

De egodenkgeest is dat gedeelte van de denkgeest dat voor afscheiding kiest.
Er wordt niet gekozen voor een bepaald persoonlijk script, er wordt gekozen voor afscheiding en die keuze wordt geprojecteerd als een projectie (te vergelijken met een film) die eruit ziet als een persoonlijk verhaal of droom. Die ene keuze gemaakt door de ene egodenkgeest is altijd dezelfde keuze; die voor afscheiding van Eenheid, Waarheid, God, Liefde. Dat het  ervaren wordt als een persoonlijk leven door een persoon en dat x 6 miljard is een verder gevolg van de wil tot afscheiding die men in de projecties uitgebeeld ziet.
De oorzaak van de eerste stap tot afscheiding uit Eenheid, wordt uit de denkgeest gewist, en daardoor wordt de oorzaak van de tweede stap tot afscheiding (een geprojecteerd leven) ook gewist en vergeten.
Resultaat: één denkgeest die nu alleen nog maar kan denken in afscheiding en zichzelf als één persoon met een persoonlijk leven ziet te midden van anderen met een persoonlijk leven. Een en al afscheiding, dat moge duidelijk zijn, als je het wil zien dwars door de ontkenning, het gelijk willen hebben en angst heen.
De weg naar het terug herinneren kan daarom alleen geschieden door het pad van het vergeten terug te wandelen, waardoor het vergeten stap voor stap wordt vergeven en terugkeer in herinneren het onvermijdelijke gevolg is.
Het is misschien wel ‘lekker’ de hele tijd beelden te maken van het totale abstracte en een Eenheid, Waarheid, Liefde, God, te verbeelden, maar dat is weer gewoon een vorm van projectie wat altijd probeert dat wat Een is en voor ons aan vergetelheid lijdende denkgeest iets abstracts is, de afscheiding in te slepen en dan net doet of dat ‘ontwaken, verlichting’ is.
Het is gewoon weer een afleiding van de aan afscheiding lijdende denkgeest, wat wel tijdelijk even ‘lekker’ voelt, maar niets anders is dan het lekker voelen na het gebruik van drank, drugs, seks, eten of wat dan voor ‘lekkers’ dan ook.
(ps: het is niet fout, maar het is niet als vorm een uiting van wat gedacht wordt dat het is; verlichting/ontwaken)

Daarom legt ECIW zo de nadruk op het leren oordeelloos te kijken, en daardoor te herkennen, onderkennen en ervaren van wat de keuze voor afscheiding inhoudt, door elke egogedachte +  projectie heel bewust te gaan herkennen. En dat kan alleen als werkelijk ervaren en gevoeld gaat worden wat een pijnlijke keuze, de keuze voor afscheiding eigenlijk is, en dat dat de oorzaak is van alle lijden en niet wat er in de wereld lijkt te gebeuren. Dan zal de onvermijdelijke keuze kunnen worden gemaakt; “nee, dit wil ik niet meer, er moet een andere manier zijn”. Niet door het ontkennen van een wereld, mijn leven, mijn lijden en pijn, en dat van anderen, maar er doorheen te gaan, aan de hand van ‘de andere keuze’; die voor het pad van terug herinneren in Eenheid, Waarheid, God, Liefde, in ECIW voorgesteld als de symbolen Heilige Geest en Jezus, symbolen voor oordeelloos kijken.

En nee, dat is niet comfortabel en dat is vaak de reden waarom men liever niet wil kijken naar alle ego uitingen en projecties van de egodenkgeest en liever God, Waarheid, Eenheid, Liefde de wereld van de projecties in sleept. Niet om redenen die men denkt, namelijk om een prettiger gevoel te krijgen, maar om het ‘vergeten’ voort te zetten en het totale abstracte: God, Waarheid, Eenheid, Liefde, juist buiten de deur te houden, door er een eigen ego versie van te maken.
Ook deze strategie van de egodenkgeest onderkennen en herkennen is onderdeel van het proces van terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ik heb er vast al eerder over geschreven herinner ik me vaag, maar ga het niet controleren, want ik wil even overdenken wat ik er nu over ervaar.
Ik heb het over het weer dieper begrijpen en doorvoelen van het: “Gelijk willen hebben of gelukkig zijn”.

In het algemeen beschouwd is de hele wereld zoals ik die ervaar inclusief mijn lichaams zelfje een uitdrukking (projectie) van gelijk willen hebben over dat de afscheiding van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je dat wat niet te vatten valt in woorden ook noemt, wel degelijk heeft plaatsgevonden en plaatsvindt, bij elke gedachte die vormgericht is.
Dat is precies het doel van deze wereld die niets anders is dan de projectie van gelijk willen hebben over wat onmogelijk is.
Onnodig te zeggen dat dat een hele stevige blokkade lijkt te zijn, welke lastig is om te onderkennen en te herkennen, daar ik diep daaronder probeer te verbergen dat ik onmogelijk gelijk kan hebben over dat afscheiding waar kan zijn. Van het in stand houden van deze (onderbewuste) blokkade hangt immers dat wat ik wil denken en geloven dat ik ben af. Als ik die blokkade onder ogen wil en durf te zien, betekend dat einde ‘ikje’ zoals ik dat wens te zien: een lichaam in een wereld. En wat als ik toelaat dat ik daar geen gelijk meer in heb, wat dan??!!

Theoretisch lijkt dit eenvoudig te doorzien en op te lossen, maar in de praktijk van het in stand houden van de in het onderbewuste verzegelde blokkade: “ik wil gelijk hebben in dat de afscheiding plaats heeft gevonden en nog steeds plaatsvindt, want dan pas wordt ik gelukkig”, is er grote weerstand en zal ik de tegen bewustwording strijdende egodenkgeest er alles aan doen deze blokkade onderbewust te houden en bij dreigend onraad, te ontkennen en te verdedigen met vuur en vlam. Vandaar dat gelijk willen hebben in enige vorm altijd gepaard gaat met heftige emoties en koppigheid. Onderbewust hangt immers mijn bestaan af van gelijk krijgen en hebben!

Eerst is het de denkgeest die eraan toe moet zijn dit onder ogen te willen gaan zien, niet het brein, maar de denkgeest dus. Het gaat niet om begrijpen, hoewel dat wel handig en behulpzaam kan zijn, maar over ervaren en voelen.
Vervolgens kan dan geprobeerd worden oordeelloos te kijken naar elke poging die elke gedachte in zich draagt om gelijk te krijgen.
Ogenschijnlijk wil ik de hele dag door gelijk krijgen over zaken, dingen, die zich afspelen binnen relaties met anderen, dingen en/of situaties. Dat moet eerst gespot worden, bijvoorbeeld ik zie dat ik gelijk wil hebben over iets wat ik beweer dat waar is of niet waar is. Ook over dat het wel of niet waar is dat ik overal gelijk over wil hebben, of niet 😉 Dit vraagt om eerlijk kijken, wat hetzelfde is als oordeelloos kijken. Kijken zonder iets te vinden over iets en zien dat als ik er toch iets over vind, dat het dan weer een gevalletje: “ik wil gelijk hebben” is, wat weer een uitnodiging is tot opnieuw “eerlijk” kijken enz. enz.
Vervolgens kan ik dan voelen of ik toch wel degelijk gelijk wil hebben of niet en er dus anders naar wil leren kijken. Als de denkgeest eraan toe is zal ik dat weten en voelen. Er tegen vechten en of forceren, is gewoon weer “gelijk willen hebben en krijgen”.

Ook daar is 100%  eerlijk kijken voor nodig, want ik kan wel zeggen dat ik geen gelijk meer hoef te hebben, omdat ik graag die methode wil volgen en ik het theoretisch helemaal snap maar voelt dat ook zo…?
In veel gevallen voelt het nog niet helemaal 100% dat ik het “geen gelijk willen hebben” kan loslaten en naar “het andere” durf te kijken.

En dat is niet erg, dat is het proces van stapje voor stapje terug herinneren in “Geluk”, “Liefde”, termen die verworden zijn tot zwakke aftreksels bedacht door de denkgeest die gekozen heeft voor “gelijk willen hebben” over deze termen, in zijn eigen onmogelijke gevangenis.

Wil ik nog steeds “gelijk hebben, liever dan gelukkig zijn”, (en dan heb ik het dus niet over gelijk hebben en gelukkig zijn in de vorm, die we de wereld noemen), neen zeg ik uit de grond van mijn hart, maar ik ben er nog niet, wat ik kom nog dagelijks pogingen tegen om gelijk te hebben en gelukkig te worden in enige vorm, maar de bereidheid is er en die zorgt ervoor dat ik stapje voor stapje steeds eerlijker durf en kan kijken naar mijn wens om nog steeds gelijk te willen hebben, maar nu met de bedoeling het om te laten keren middels ware vergeving, naar: Ja, het enige waar ik gelijk over wil en kan hebben is over GELIJK in de zin van Eén, Liefde, God.
Het proces verdiept zich nog meer en meer, steeds maar weer “verder”…

%d bloggers liken dit: