archiveren

Tagarchief: woede

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Ik zat net even naar een programma te kijken waarbij de Scientology Church werd doorgelicht en zag mezelf daar weer met stijgende verontwaardiging maar kijken, terwijl ik het programma al eerder had gezien.
Nu wil ik het absoluut niet over het verschijnsel Scientology Church hebben, alsjeblieft niet, daar is genoeg over te lezen op internet. Ik wil het hier hebben over de “andere” functie die elke ervaring kan hebben en dat dat een keuze is.

Wat er gebeurde is dat ik merkte dat ik naast de verontwaardiging en woede ook tegelijkertijd keek met een observerende blik van boven het slagveld en zag ook dat de verontwaardiging en boosheid, niet over dat wat ik zag ging, maar als afleiding diende en diende om “het alles buiten mijzelf zien” te versterken en in stand te houden. Met andere woorden ik hoefde nu weer niet naar mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst te kijken, maar kon het projecteren, zodat het lijkt alsof anderen fout bezig zijn en niet ik. Dit geeft als we heel eerlijk durven kijken, naast de woede ook ergens wel een zij het tijdelijk prettig, en opluchtend gevoel.

Het eerste effect van dit zien was dat de zonde, schuld en angst zich weer (zoals dat meestal gebeurt als ik even geen “schuldigen” buiten mijzelf kan vinden) naar binnen keerde, naar mijzelf. Wat eigenlijk ook nog steeds een projectie naar buiten is trouwens, want mijzelf als lichaam zien is ook nog steeds een projectie poging om uit de denkgeest te stappen.
En we hebben al eerder gezien dat elke projectie uit de denkgeest alleen maar dient om in de afscheiding te blijven. Vervolgens zag ik mezelf nog steeds flink oordelen en mezelf daarvoor weer veroordelen. Tot ik er hulp bij vroeg, wat niets anders betekent dat ik bereid ben er “anders” naar te kijken.

En vervolgens zag ik ineens weer de symboliek van alle oordelen achter alle geprojecteerde vormen. Het feit dat ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn laat zien dat ik het ego heel serieus neem net zoals leden van bijvoorbeeld een SC dat verschijnsel ook heel serieus nemen. Kortom het gaat hier in de droom altijd over het ego serieus nemen.
Ik zag dat de symboliek achter een projectie zoals de SC (maar dat geld dus voor alle projecties, zonder uitzondering, want de vorm doet er niet toe voor het doel waar het voor dient: afscheiding) weer het wanhopig zoeken naar Éénheid is (zie vorig blog) waar het niet te vinden is. Als ik het wil zien (en dat wil ik) is het een prachtig zeg maar gerust caricaturaal  voorbeeld van ego’s  voortdurende poging door middel van projectie uit het bewustzijn van denkgeest zijn te blijven door voortdurend de “hongerige honden” van zonde, schuld en angst erop uit te sturen om bewijzen te vergaren van een bestaande wereld vol met bewijzen van zonde, schuld en angst. Dit specifieke verschijnsel (de projectie) SC is daar een prachtig uitvergroot voorbeeld van.
Het is dus niet wat het lijkt waar ik zo verontwaardigt en woedend over ben.
Het ego pakt alleen maar weer gretig deze kans aan om Waarheid, Éénheid te bedekken met een sluier van projecties vanuit zonde, schuld en angst, daarmee tevens de tijdlijn verleden (zonde), heden (schuld), en toekomst (angst) in werking zettend en in stand houdend.

Wat er gebeurt is dus dat de verontwaardiging en woede een andere functie krijgt, niet meer om de afscheiding van Één te bevestiging en te bestendigen, maar om dit ego mechanisme te doorzien en het niet meer serieus te nemen, zodat het kan gaan dienen als reminder om het te doorzien en te vergeven, zodat gezien wordt dat wat er zich ook lijkt af te spelen in de droom, de droom in werkelijkheid geen enkele invloed heeft of kan hebben op Waarheid, of Éénheid.
Nogmaals het is niet zo dat ik nu niet meer verontwaardiging en woeden zou mogen of moeten ervaren, nee, dat is er gewoon als onderdeel van het egodenkgeest mechanisme en dat zal nooit in die hoedanigheid veranderen, zolang ik denk en geloof en ervaar in deze droom rond te lopen. Maar ik kan wel terwijl het zich lijkt af te spelen er tegelijkertijd anders naar leren kijken en de (ego) functie ervan doorzien. En dan vervolgens kiezen voor welke functie ik deze droom van afscheiding wil laten dienen en gebruiken. En vervolgens binnen het concept “ervaren” de juiste inspiratie krijgen wat wel of niet te doen eventueel.
Een keuze, overigens, die ook illusoire is, daar er in werkelijkheid niets te kiezen valt en er alleen onveranderlijke Éénheid bestaat, maar binnen het concept “wereld” waarin nog steeds in geloofd wordt en daardoor ervaren, is “kiezen” een hulpmiddel bij het onvermijdelijke terug herinneren in “Dat wat IS”.

Het is ook best wel ontnuchterend in eerste instantie dat als echt gezien wordt dat het hele egodenksysteem dat bedoelt is om het onmogelijke mogelijk te maken, namelijk afgescheiden te raken van Eenheid, Liefde, Waarheid, God of hoe je dat wat “vergeten” is ook wilt noemen, echt alles wat vanuit het egodenken komt liefdeloos is, onaardig, aanvallend, verdedigend, vol haat en woede. Zelfs als het liefdevol lijkt te zijn bedoelt. En dat moet wel zo zijn, want het moet lijnrecht tegenover Eenheid, Liefde, Waarheid, God dat wat “vergeten” moet worden staan.
Dus elke keer als ik mezelf zie als een lichaam, en me daar mee identificeer, het persoonlijk neem en dat geldt ook voor elke interactie met een zogenaamd ander lichaam, ding of situatie, er voor wordt gekozen alles op alles te zetten om in afgescheiden toestand te blijven.

Daarnaar kijken kan niet anders dan enorme weerstand oproepen, alleen niet om de reden die wordt gedacht. De reden waarom ik in onvrede raak is dat niet mag worden gezien dat het slechts een verdediging is tegen de ontmaskering van de opzettelijk bedachte rede, namelijk afgescheiden blijven.
Als ik iemand liefheb of haat en ik zie dat als persoonlijk als een ik en jij lichaam, dan kies ik voor egodenken, dus voor afscheiding, terwijl het eruit ziet en ervaren wordt als een relatie met een ander lichaam, ding, of situatie.
En dat kan als heel liefdevol of als enorm haatvol en alles wat daar tussen ligt ervaren worden, terwijl er ondertussen maar één reden en één doel verborgen wordt gehouden, namelijk, dit is een manier om de afscheiding waar te doen laten lijken.
Dus dat wat lijkt op het zoeken naar verbinding wil eigenlijk juist het tegenovergestelde, namelijk afscheiding.

Dit vereist echt heel veel bereidheid om eerlijk te kijken, zonder oordeel, precies zoals het is opgezet, met als doel afscheiding.

De wil tot afscheiden zal zich niet terugtrekken als een ik blijft geloven in een persoonlijk ik lichaam dat dingen doet in een wereld die dingen doet. Als ik blijf geloven in een persoonlijke ik en andere persoonlijke ikken zal de afscheiding zich alleen maar meer uitbreiden, ook al benadert de ik het meer vanuit een zogenaamde spirituele hoek. De focus blijft toch stiekem gericht op een ik lichaam. De oorzaak, de denkgeest die hiervoor kiest is de oorzaak, maar blijft verborgen, door diezelfde denkgeest die zo probeert te voorkomen dat dit mechanisme ontdekt en ontmaskerd wordt.

Het geloof in een ik en in anderen ikken en een wereld zal niet tot ontwaken van de in afscheiding gelovende denkgeest leiden, integendeel het geloof zal zich nog meer ingraven en wortelen in “iets” wat niet kan bestaan.

Het goede nieuws is, dat achter die enorme verdedigingsmuur van haat tot speciale liefde wel iets verborgen moet liggen wat niet meer gezien mag worden en een bedachte ik daarom nu tegen deze enorme verdedigingsmuur van haat en speciale liefde zit aan te kijken, vergeet dat het “slechts” een door de denkgeest zelf opgetrokken verdedigingsmuur is en gelooft dat dat wat een ik nu denk en geloof te ervaren mijn waarheid is.

Dit alles wordt in stand gehouden door het geloof erin. Als het geloof uit het bestaan van die muur terug wordt genomen is terug herinneren in Waarheid onvermijdelijk.
Dat betekent dat er niet een ik is die van haar geliefden naasten houd om de reden die wordt gedacht, dat niet bepaalde personen worden gehaat om de reden die wordt gedacht, dat er geen conflict is met wat of wie dan ook om de reden die wordt gedacht. Dat elke vorm van onvrede, conflict speciale liefde, speciale aandacht, speciale zorg, in de ogen moet worden gekeken zoals het vanuit het geloof in afgescheiden (muur) denken is bedacht en opgezet. En dat het niet is wat het lijkt te zijn, haat, onvrede conflict, speciale liefde enz. voor bepaalde personen en mijzelf als persoon, maar een manier om af te leiden van de wil tot afscheiding van Eenheid, God dat wat “vergeten” moest worden, teneinde de schijn van afscheiding mogelijk te maken.

Deze schijnbaar solide vaste muur van afscheiding bestaat echter slechts uit één gedachte, een nietig dwaas idee:

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat”
(T27.VIII.6:2-5).

Er kan alleen gekeken worden naar die schijnbaar enorme verdedigingsmuur aan de hand van de nog altijd aanwezige herinnering aan wat erachter schuilgaat en in het vertrouwen dat er alleen spraken is van een vergissing, die op zich makkelijk ongedaan gemaakt kan worden door het geloof erin terug te nemen en de vergissing te vergeven. Zonder daarbij eisen te stellen aan de uitkomst.
Eisen stellen aan de uitkomst komt ook duidelijk weer vanuit de keuze voor het denken in afscheiding, afkomstig van angst, angst voor wat erachter die schijnbare muur ligt. En ook al laten we ons vertellen dat er achter die schijnbare muur van geloven in afscheiding alleen maar de Liefde van God ligt, we geloven het niet, omdat we vanuit deze geloofspositie niet kunnen bevatten wat God is en wat Liefde is, omdat we er zelf een tegenovergestelde versie, juist van wegen de angst voor God, van hebben gemaakt.

Steen voor steen zal deze schijnbaar solide muur van geloof worden ontmanteld, door elke steen (elke gedachte van klein tot groot ongenoegen) terug te nemen en te vergeven. Want terug herinneren in de Liefde van God is onvermijdelijk, ook al zijn we “vergeten” wat dat is…

 

 

Ik noem voortaan het afreageren van mijn eigen verborgen zonde, schuld en angst gedachten af-projecteren. Want dat is wat het mechanisme van afreageren op een ander of op iets eigenlijk is.
Onze ‘ogen’ zijn de hele dag en nacht naarstig op zoek naar vluchtwegen om maar niet te hoeven kijken naar onze eigen zonde, schuld en angst gedachten en daar is het egodenken geniaal in geworden, en daardoor moeilijk te onderkennen als zodanig.

Bovendien is het nogal ontluisterend en roept het ook weer meer zonde, schuld en angst gedachten op vermomd als gevoelens van woede, haat, verdriet, pijn, lijden enz., als we dit ego-denk-mechanisme in beeld krijgen. Het ego-denken zal er dan ook alles aan doen om ook deze ontmaskering te voorkomen, door alle vormen van ontkenning en dissociatie die we maar kunnen bedenken.

We doen aan af-projecteren om aan dat vreselijke gevoel dat zonde, schuld en angst met zich meebrengt af te raken, door het te projecteren en dan te ‘zien’ in iets of iemand anders zodat we deze de schuld kunnen geven van wat ‘mij’ lijkt te overkomen. Zo rolt de hele wereld over elkaar heen elkaar steeds de zonde, schuld en angst bal toespelend.
En we doen het allemaal, niemand uitgezonderd.
En als we het al niet buiten ons af-projecteren, projecteren we wel af op onszelf, wat ook weer gewoon een vorm van af-projecteren is, ook al lijkt het over onszelf te gaan. Het lichaam, het persoonlijke ‘ikje’ is immers ook een projectie, geprojecteerd door de denkgeest die gelooft dat deze een lichaam is en ook gemaakt is om dienst te doen om op af te projecteren.

Al dit af-projecteren dient als vluchtmiddel om aan Waarheid, Eenheid, Liefde, God te ontkomen. Alleen al als we dit ontdekken kunnen we de waanzin ervan inzien, want dan zal de onvermijdelijke vraag rijzen: WAAROM??!! Waarom doen we ons dit zelf aan?
En waarom stellen we deze uitstekende vraag? Omdat het een onmogelijke vraag is en door hem te stellen komt dat boven water en kan deze vraag onder de loep gehouden worden.
Daarmee is de verslaving aan het mechanisme af-projecteren nog niet in één keer over en uit. Nee, net als met een verslaving binnen het veld van de projecties, want het is ook weer niets anders dan af-projecteren, kost het moeite en tijd en vooral doorzettingsvermogen en wil om ervan af te kicken.

In de jaarlijks terugkerende worsteling met het ophangen van de kerstboomverlichting herken ik ineens de symboliek die ook staat voor de verwarring, frustratie, chaos, woede, moordlust, maar uiteindelijk de beloning die gepaard gaat met het proces van verlichting van de mind.
Alles wordt uiteindelijk leuker en lichter en minder serieus als het gezien wordt als symbool en de ‘andere’ functie krijgt 😆

De egodenkgeest gebruikt het idee van ‘persoonlijk’ als hulpmiddel om afgescheiden te lijken zijn van Eenheid.
En ook om het idee van dat er ook maar één egodenkgeest is, dus dat er telkens eigenlijk maar één gedachte ten grondslag ligt aan het steeds weer kiezen voor afscheiding, te verbergen.
Door te denken en te geloven een persoon te zijn in een lichaam met een eigen individuele persoonlijkheid lijkt het idee van afscheiding een heel normale gedachte en het komt niet meer in de nu in afscheiding gelovende denkgeest op dat er maar één denkgeest is, die er voor heeft gekozen dit te vergeten, teneinde afscheiding schijnbaar mogelijk te laten lijken.

Zonde, schuld en angst hebben nu makkelijk vat op de in afscheiding en afgescheiden persoonlijkheden gelovende denkgeest.
Ik hoef maar even eerlijk te kijken naar hoe ik reageer op wat er om me heen gebeurt om te zien hoe ik me alles persoonlijk aantrek.
Ik voel me voortdurend persoonlijk aangesproken, beledigd, gevleid, beschuldigd, beschuldigend, aangevallen, verdedigend, op m’n hoede, geliefd, gehaat, enz.
Dat is wat de egodenkgeest denkt en projecteert, omdat deze voor dit doel zo is geprogrammeerd door de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest die nog zogenaamd onbewust kiest voor afscheiding.
Zogenaamd onbewust, omdat ‘onbewust’ ook een verdedigingsgedachte is die er voor moet zorgen dat het hele egomechanisme en hoe dat werkt verborgen blijft.

Het is belangrijk dit hele egomechanisme onder ogen te gaan leren zien, want wat niet gezien wordt kan ook niet vergeven worden en ontkracht.
Vandaar dat het belangrijkste onderdeel van het hele vergevingsproces is, leren kijken, en wel heel eerlijk, ongecensureerd en oordeelloos onder leiding van de symbolen voor oordeelloosheid: Jezus en of Heilige Geest.
Dit eerlijk kijken is onmogelijk olv de egodenkgeest, want dat is immers geprogrammeerd om oordelend en niet eerlijk te kijken, om maar niet door de mand te vallen.

Egodenkgeest gedachten kenmerken zich door het altijd persoonlijk gelijk te willen hebben en krijgen.
Dat kan ook een persoonlijk groeps gelijk zijn, maar het kenmerk en het doel is altijd afscheiding.

Dit is een krachtig verdedigingsmechanisme van de egodenkgeest. Vandaar dat we ‘persoonlijk’ ook erg belangrijk vinden en de neiging bestaat dat we de persoonlijkheid koste wat kost willen verdedigen. Ik denk immers dat ik mijn persoonlijkheid ben in een lichaam, en als ik die niet verdedig, zal ik het onderspit delven, en zal mijn persoonlijkheid me worden afgenomen en vernietigd. Dat uiteindelijk het gevecht om de persoonlijkheid huizend in een lichaam toch altijd verloren wordt door de onvermijdelijke dood, verschuiven we liever naar de achtergrond en proberen dat zo lang mogelijk uit te stellen of bedenken hoopvolle mogelijkheden voor na de dood, zoals de persoonlijke ziel, die naar de hemel gaat of naar de hel, of zal reïncarneren, of zal worden gerecycled door de aarde zelf in de natuur.
Allemaal pogingen om de persoonlijkheid te beschermen en intact te houden, niet van wegen het verlies van de persoonlijkheid, maar van wegen de angst terug te herinneren in Eenheid welke volledig onpersoonlijk een grenzeloos is.

Echter als de denkgeest eraan toe is om te ontwaken, komen er barstjes in dit denksysteem, doordat de waarnemende/keuzemakende denkgeest langzaamaan ‘bewust’ wordt, langzaamaan boven het egodenksysteem van alles persoonlijk nemen uitstijgt en zich bewust wordt van de dynamiek van de egodenkgeest en zich afvraagt; is dit wel waar, en is er ook een andere manier, want dit ‘werkt’ niet.

Ware vergeving brengt de denkgeest terug naar de bron waar voorheen onbewust de keuze werd gemaakt voor afscheiding, dus voor de egodenkgeest, en waar nu opnieuw de keuze gemaakt kan worden, nu voor dat gedeelte van de denkgeest dat zogenaamd ‘vergeten’ was; de oordeelloze onpersoonlijke Heilige Geest denkgeest, welke nog steeds onveranderlijk in verbinding staat, de brug vormt, terug naar Eenheid, waar we nooit werkelijk uit zijn weggeraakt.

Alleen onder leiding van de Juist gerichte oordeelloze niet persoonlijke denkgeest (HG of Jezus denkgeest) kan ik eerlijk kijken, zonder oordeel, naar al die ‘persoonlijk’ genomen gedachten. Dat is een leerproces, want de egokant van de denkgeest doet nog steeds mee, is in elke gedachte aanwezig, en zal reacties opwerpen, van weerstand. Bijvoorbeeld dat ik walg van bepaalde gedachten, m’n hoofd afwent voor bepaalde gedachten, dat ik afgeleid wordt, me niet kan focussen op bepaalde gedachten, gewoon ogenschijnlijk ‘niets’ kan denken, een muur van woede voel optrekken, nog sterker lichaamsgericht wordt, enz.
De egodenkgeest is schier eindeloos creatief in zijn verdedigingsgedachten.
Het vereist heel veel bereidwilligheid, overgaven en vertrouwen in het Hulp vragen hierbij aan de Juist gerichte (HG) kant van de denkgeest.

Ook hulp vragen bij een specifiek probleem is een keuze voor hulp vragen aan het ego. Het ego is immers altijd specifiek persoonlijk vormgericht en dus nooit denkgeest gericht.
Ware Hulp vragen is dus hulp vragen op denkgeest niveau, daar waar de gedachten beginnen en vervolgens geprojecteerd worden.
Vandaar nogmaals dat gedachten leren herkennen en leren onderkennen zo belangrijk is bij het leren van Ware Vergeving.
Specifieke problemen worden op deze manier alleen nog gezien als reminders om terug te keren naar hun bron, de denkgeest. Ze worden niet meer als specifieke, serieuze persoonlijke aanvallen gezien, maar als vergevingskansen.

Dit wordt onvermijdelijk in het proces als heel lastig ervaren, omdat er ook maar één egodenkgeest is, die alle verdedigingsgedachten bevat die maar mogelijk zijn. Dat betekent dat we allemaal dezelfde egogedachten hebben in de ogenschijnlijke persoonlijke egodenkgeest.
Dus het hele ego arsenaal van de serieverkrachtende, fascistische, terroristische zelfmoordenaars, tot de altijd voor iedereen klaarstaande barmhartige, zichzelf volledig wegcijferende wereldredder/verbeteraar, en alle tinten grijs die maar mogelijk zijn daar tussenin.
En om dit ene totaal krankzinnige vernietigende mechanisme van de ene egodenkgeest ogenschijnlijk waar te kunnen maken, is dit hele ene waanzinnige egodenkgeest pakket netjes verdeeld over miljoenen schijnbaar aparte persoonlijkheden, zodat het niet zo opvalt en er een soort vertekend evenwicht tussen goed en kwaad lijkt te zijn.

Als dat bewustzijn van weten dat er altijd maar één egodenkgeest is, ook al lijkt het dat er miljarden persoonlijke vormen en variaties zijn, groeit  dan hebben we echt de oordeelloze onpersoonlijke Hulp van de HG kant van de denkgeest nodig om hier überhaupt naar te durven kijken.

Maar voor Ware Vergeving hebben we al dat egodenkgeest materiaal wel nodig, helemaal van a t/m z, omdat het niet is wat het lijkt zoals het zich heeft geprojecteerd, maar slechts een onmogelijke verdediging tegen Eenheid, tegen Liefde, tegen God is.
Alleen als ik al mijn gedachten niet meer ‘persoonlijk’ neem en ze daardoor ongecensureerd naar boven durf te laten komen, en ernaar leer kijken olv de onpersoonlijke kant van de denkgeest: HG/J,  kan ik Ware Vergeving beoefenen.
En alleen dan kan ik zien en ervaren dat het allemaal ‘onschuldig’ is en er niets gebeurt is in en met de Werkelijkheid.

Wat is vrijheid van meningsuiting eigenlijk?
En is dat niet hetzelfde als vrijheid tot belediging?
Interessante vragen waar ik graag even naar wil kijken.

Als ik vanuit mijn waarnemende denkgeest positie hiernaar kijk, dan zie ik dat vanuit de egokant van de denkgeest de uitgangspositie is: lichamen, personen die verschillend denken er verschillende principes, geloofsovertuigingen, conditioneringen erop na houden, kortom ik zie verschillen.
Verschillen die alleen gezien kunnen worden als er is gekozen voor projectie vanuit het idee dat afscheiding mogelijk en wenselijk is.
Ondanks het feit dat er alleen Eenheid bestaat, de Eenheid die Geest is, is er dan toch de wil afgescheiden te willen zijn. ECIW noemt dit ‘een nietig dwaas idee’.
En dit kan alleen als de Eenheid en de aard van Geest ‘vergeten’ wordt achter een muur van projecties en de projecties nu als enig zichtbaar bewijs worden gezien van wat nu ‘waar’ lijkt en er nu miljarden afzonderlijk denkende en opererende stukjes lijken te zijn. Dit wordt gezekerd en veilig gesteld door het ‘geloof’ erin. Dit is wat de wil tot afscheiden, de egodenkgeest wil zien en dus denkt te zien.
Vanuit egodenkgeest gezien is vrijheid van meningsuiting enkel en alleen een prachtige manier om de afscheiding ‘waar’ te maken. Er lijkt nu immers een apart lichaam te bestaan dat los staat van andere lichamen en die aparte lichamen hebben aparte gedachtes, die voortkomen uit opvoeding, plaats van geboorte, geslacht, leeftijd, conditioneringen, psychische gesteldheid, godsdienst enz. En dit hele licht ontvlambare mengseltje heeft zich genesteld in de afzonderlijke hersenen van al die afzonderlijke lichamen en dit alles wordt nu gezien en geloofd als ‘waar’.

Echter de natuurlijk drang naar eenheid is niet verdwenen, zelfs niet uit de egodenkgeest (waarvan er ook maar één is immers ook al is het doel van de egodenkgeest dit te vergeten en te ontkennen), ze is alleen vergeten. En deze natuurlijke drang naar eenheid uit zich dus ook onvermijdelijk in de wereld van afscheiding. Het vermomt zich bijvoorbeeld, als het naarstig zoeken naar partners in de strijd (speciale relaties noemt ECIW dat).
Men klontert samen in groepjes van gelijkgestemden, in een nu onbewuste poging om aan die onbewuste natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven en zo een einde te maken aan het pijnlijke gevoel wat juist komt door de poging gehoor te willen geven aan de onnatuurlijke drang tot afscheiding. Vandaar weer die uitspraak in ECIW ‘ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (les 5).

Het samen klonteren lijkt enige verlichting van de pijn en het lijden te geven, het voelt goed om met gelijkgestemden te zijn, veilig, hekje eromheen, vlaggetje erop, klaar, dit zijn ‘WIJ’. Maar zodra een groepje gelijkgestemden een ander groepje gelijkgestemden, die over iets anders gelijkgestemd zijn dan het eerste groepje gelijkgestemden tegenkomt, slaat de angst, de pijn, de haat, de woede weer toe. En de pijn en het lijden, de angst, de haat wordt dan geprojecteerd op dat andere groepje gelijkgestemden, want de nog steeds onbewuste boodschap van de egodenkgeest blijft: afscheiding in stand houden kost wat kost.

Deze ontmoeting van verschillende groepjes van het binnen de groepjes zelf gelijkgestemdheid kan zich ook wat schijnbaar mooier voordoen, bijvoorbeeld als de eis voor ‘vrijheid van meningsuiting’.
Het ene groepje tolereert het andere groepje, respecteert het, begrijpt het; ‘natuurlijk’, zeggen de lichamen en de samengeklonterde groepjes dan: ‘natuurlijk ben jij anders, je komt uit een ander land, bent anders opgevoed, hebt een andere denkwijze, een andere religie, andere huidskleur, ander uiterlijk, tuurlijk en weet je ‘dat mag’. Iedereen mag zijn wie hij/zij is. We zijn allemaal verschillend en dat is best leuk en gezellig…’
Dat zeggen de lichamen en de groepjes dan, maar met de onbewuste geprojecteerde (egodenkgeest nog steeds) boodschap, ‘allemaal leuk en aardig en je mag er zijn, maar we zijn wel degelijk verschillend, we tolereren dat, maar de grens ligt bij; jij mag mij niet jouw ideeën, gebruiken, opvattingen, geloofsovertuigingen opdringen, wij eisen hier vrijheid van meningsuiting en jij past je maar aan. En dat zeggen beide afgescheiden groepen, waarbij de een aan het moorden slaat en de andere aan het protesteren. En waarbij over het hoofd wordt gezien dat beide groepen hetzelfde zeggen en het slechts uitingen zijn van de beide zijden van de ene egodenkgeest.
Uitingen van angst, maar eigenlijk een roep om liefde gezocht waar het niet te vinden is; ‘Een roepende in de woestijn’.
We zijn daar volkomen blind voor geworden, omdat naar het onbewuste verdrongen is, dat het over elkaars grenzen gaan en elkaars gedachten proberen op te dringen eigenlijk een omgekeerde uiting is van de onbewuste natuurlijk drang van de denkgeest naar Eenheid, naar Liefde.

Deze natuurlijke drang is nu echter totaal vervormd en totaal omgekeerd, door het verschijnsel projectie, zodat het juist het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En dat geldt dus voor beide kanten zowel voor de grensoverschijders, als de grensbewakers. Beide vertegenwoordigers van de twee verschillende zijden van de egodenkgeest, de dualiteit.
Door voor de egodenkgeest als raadgever en gids te kiezen zijn wij, die nog steeds onveranderlijk Geest zijn, volledig de weg kwijtgeraakt en denken en doen (projecteren) precies het tegenovergestelde van wat we eigenlijk ZIJN en eigenlijk WILLEN. En dit komt doordat we ‘vergeten’ zijn dat we één Geest zijn en dus ook één Denkgeest en daardoor alleen nog lichamen en dingen (projecties dus) zien. We hebben onze projecties afgesneden van hun bron en zien alleen de projecties nog. En de projecties zien eruit als afzonderlijke lichamen, dingen en situaties, omdat we nu geloven in afscheiding en we zien wat we geloven en geloven wat we zien. Met als gevolg dat al onze pogingen om aan onze natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven op de ‘verkeerde’ plaats worden gezocht. Lichamen, dingen en situaties kunnen nooit een eenheid vormen, van wegen hun aard en hun doel, namelijk afscheiding.
Zolang we denken en geloven dat de wereld met al zijn, met opzet, met als doel afscheiding geprojecteerde zaken ooit één zal worden, is dat gedoemd tot mislukken en dat is precies wat wij als we voor de egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, willen.

Er is maar één uitweg uit deze krankzinnige doolhof, en dat is terugkeren naar het feit dat er alleen denkgeest is. En dit kan bereikt worden door dit eerst onder ogen te willen zien en dan al onze projecties terug te nemen in de denkgeest, waar ze overigens nooit uit vertrokken zijn, maar wat we wel geloofden dat mogelijk was. Dus door dat geloof terug te nemen en te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat eenheid alleen mogelijk is in de denkgeest en er alleen denkgeest is en wij niet onze projecties zijn.

En wat zal dit dan betekenen voor de ‘vrijheid van meningsuiting’?
Deze vraag, dit idee zal gewoon verdwijnen, omdat het een overbodige vraag is geworden.
Immers als we terugkeren naar onze bron, dan zien we de werkelijke Eenheid, die van de Geest weer. Alle bedachte grenzen verdwijnen dan eenvoudig vanzelf en wie heeft dan nog behoefte aan ‘vrijheid van meningsuiting’, welke ‘mening’ wil dan nog geuit worden, laat staan verdedigd?

Alleen het zeker weten Liefde te zijn en dat hoeft niet geuit te worden dat IS er gewoon en zal vanzelf zich uitbreiden omdat het simpelweg herkent wordt door de hele ene Denkgeest, die zich weer zijn natuurlijke staat herinnert.
En dat kan zich uiten, zolang we onszelf hier nog in een wereld zien en ‘ervaren’, terwijl we ontwaken uit de droom van afscheiding, via al onze projecties, die nu getuigen van de nu weer zichtbare achterliggende natuurlijke wens tot Eenheid, ook al ziet het er als droombeeld nog hetzelfde uit. Dat is de betekenis van de metafoor van ‘Christus zien in al je broeders’, en dat is niet iets wat je ‘doet’, dat is het logische gevolg van het ons weer herinneren van wat we ZIJN, Geest.

‘Vrijheid van meningsuiting’ kan dus een symbool zijn van de egodenkgeest wens tot afscheiding die bevochten en verdedigd moet worden, of een symbool voor Heilige Geest en dan alleen nog maar gezien als een kans om terug te herinneren in Eenheid in Liefde. Door te zien dat er niets gebeurt is, en onze vergissingen te vergeven, waarna ze simpelweg oplossen in het ‘niets’, wat ze ook al waren.

Ik had dus kunnen volstaan met deze laatste alinea, want dat is het enige wat er aan de hand is.
Maar misschien zijn al die woorden toch een beetje behulpzaam, voor mij in ieder geval wel…

%d bloggers liken dit: