archiveren

Tagarchief: geest

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Alleen als ik oordeelloos kijk, vanuit mijn niet op oordeel en veroordelende uit zijnde observerende denkgeest positie, alleen dan kan ik het denksysteem van de keuze voor het ego denksysteem doorzien en begrijpen. Elk veroordelend oordeel wat ik weer zie voorbij komen in mijn denken, is opnieuw kiezen voor het ego denksysteem. Door er oordeelloos naar te leren kijken, wordt ik mij ervan bewust dat het een (bewuste) keuze is met welk denksysteem ik wens te denken.
Hoe en wat ik denk lijkt een automatisme, maar eigenlijk is wat en hoe ik denk een gevolg van training van de denkgeest bepaalde denkpatronen te volgen. De denkgeest functioneert zoals deze geconditioneerd is.

Zodra de geest zichzelf als iets anders ‘denkt’ dan alleen geest te zijn, begint de droom van afscheiding. De geest blijft geest, maar droomt nu iets anders te zijn dan geest, iets wat het tegenovergestelde van geest uitbeeldt dankzij het idee van afscheiding. Wat één lijkt nu twee en dat kan alleen als één zich lijkt te kunnen opsplitsen in iets wat tegenovergesteld is aan elkaar; dualiteit is geboren.
Elke volgende gedachte wordt nu geboren uit dit idee van dualiteit en kan niets anders dan dualiteit uitbreiden.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

Echter, de ware aard van de geest, non-dualistische Eenheid is niet verdwenen, de herinnering aan Eenheid huist nog steeds in de geest die droomt van de mogelijkheid van afscheiding.
Uiteindelijk, als blijkt dat afscheiding niet kán werken, dat Eenheid nooit echt twee kan worden, dat Waarheid nooit werkelijk onwaarheid kan worden, dan wordt de herinnering aan onveranderlijke Eenheid zo sterk, dat de gedachte opkomt vanuit de herinnering die nog steeds aanwezig is in de denkgeest; “er moet een andere manier zijn”.

De denkgeest die de herinnering aan de verbinding met Eenheid weer toelaat zal deze gedachte projecteren op een wijze die de nog in de droom gelovende denkgeest kan begrijpen. De herinnering zal altijd afgestemd zijn op wat de nog dromende denkgeest kan begrijpen. Daardoor lijkt de herinnering zich dan ook op een ‘persoonlijke’ manier te manifesteren binnen ruimte en tijd.

De herinnering lijkt uit de persoonlijke projecties (lichamen dus) te komen, maar aangezien er nog steeds alleen maar geest is, komt de herinnering uit de denkgeest die zich wil herinneren. Anders gesteld, de waarnemende, keuzemakende denkgeest is het eerste deel van de dromende denkgeest wat ontwaakt en stap voor stap leert de droom te observeren en te overzien en vooral leert dat de keuze voor het ego denksysteem, de keuze is voor afscheiding en dat daar het ‘probleem’ ligt en niet in de wereld van de projecties.
De wereld van de projecties verandert nu van functie; van oorzaak en gevolg zijn, naar een reminder zijn voor de ‘andere’ keuze, namelijk de keuze voor het terug herinneren in de geest, daar waar de bron van oorzaak en gevolg ligt en waar opnieuw de keuze kan worden gemaakt nu voor Eenheid, in plaats van voor afscheiding.

Bewustwording betekent ook bewust worden van het feit dat alles wat gedacht wordt voortkomt uit een keuze. Niet de keuzes die een ik lijkt te maken op vorm niveau, dus niet de keuze die ik het lichaam maak voor het ziek worden van het lichaam, of ik het lichaam dat kiest voor arm te zijn of rijk, of voor falen of geluk, of succes of voor wat dan ook in enige vorm, maar dat alles wat een ogenschijnlijk ik denkt en gelooft te ervaren een keuze is van de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit projecteert, ogenschijnlijk buiten zichzelf, zodat dit ‘nietig dwaas’ idee heel serieus genomen wordt en als werkelijk wordt gezien.

Bewustwording betekent bewust worden van het in bovenstaande alinea beschreven, onbewust gehouden, ego denksysteem van afscheiding en zich de mogelijkheid herinneren een andere keuze te maken, vanuit de langzaam ontwakende en bewust wordende denkgeest die tot oordeelloos observeren in staat is.

En vervolgens vormt Ware Vergeving van al die onbewust gehouden afscheidingsgedachten, die nu via de waarnemende/keuzemakende denkgeest in het bewustzijn aan het licht mogen komen, de stap voor stap weg terug naar het herinneren in de onveranderlijke Eenheid van de Geest.

 

 

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

Wat zie ik als ik in een spiegel kijk?
Wat kan ik eigenlijk anders zien/waarnemen dan mijn eigen gedachten!
En wie/wat kan het anders zijn dan een waarnemer die tot deze conclusie komt.
En wat kan deze waarnemer anders zijn dan ook een gedachte die een gedachte denkt en waarneemt.
Daaruit volgt dat het nooit een lichaam kan zijn dat kijkt in een spiegel door de ogen van een lichaam. Dat wat gezien/waargenomen wordt is een gedachte, gedacht door de denkgeest.

Wat metafysische onderbouwing kan de logica hiervan onderstrepen voor zover dat mogelijk is via woorden.
Er is in werkelijkheid alleen Geest, onveranderlijke Geest, één Geest. Dit wordt gedacht en in een geprojecteerde vorm als dat wat we ‘schrijven’ noemen op dit moment opgeschreven, door zich hiervan bewust wordende ‘denkgeest’.
Er ‘bestaat’ alleen gedachte, elke projectie is een gedachte en blijft dat ook, gedachten kunnen nooit hun bron, de denkgeest, verlaten.

Dat wat ik in een spiegel zie is niet een lichaam met bepaalde kenmerken, maar een geprojecteerde gedachte, een gedachte over hoe de denkgeest over zichzelf denkt.
Dus zeker niet een lichaam dat een lichaam ziet door de ogen van dat lichaam.
Als er nooit een lichaam is dat wordt gezien door de ogen van een lichaam kunnen er ook geen zogenaamde ‘andere’ lichamen zijn die kijken door de ogen van een lichaam.
Dat betekent dat als ik andere lichamen denk te zien/waarneem ik (denkgeest) ook eigenlijk alleen mijn gedachten zie/waarneem, gespiegeld zie.
Wat ik ook denk te zien met de ogen van het lichaam, het zijn altijd de reflecties van mijn gedachten als denkgeest, omdat er alleen Geest is.

Hierop is de leergang van ECIW gebaseerd; het terug leren herinneren dat er niet een lichaam is dat denkt en doet, maar alleen denkgeest. Dat we alleen denken als denkgeest niet als lichaam. We zijn denkende denkgeest, die altijd alleen maar zijn eigen gedachten kan waarnemen, via de spiegels welke de projecties zijn van de denkgeest.

Dit alleen theoretisch begrijpen is een bijna noodzakelijkheid, in ieder geval heel behulpzaam, maar niet genoeg. Dit echt als waar aannemen en weten, of beter herinneren, want er is alleen een vergeten wat voor het herinneren ligt, kan niet anders geschieden dan via dezelfde weg waarop het ‘vergeten’ heeft plaatsgevonden, maar nu omgekeerd door het ‘vergeten’ weer te ‘herinneren’ door middel van Ware Vergeving van elke gedachte welke het herinneren blokkeert.

De dagelijkse oefeningen van het Werkboek zijn oefeningen in het weer willen en bereid zijn dit te herinneren. Vooral de eerste 50 Werkboek lessen gaan hierover.

Dat wat ik in de spiegel zie is altijd een gedachte over mijzelf als denkgeest, ook al lijkt het een gedachte te zijn over mij als lichaam. Dat is niet zo, en is alleen een afleiding van het feit dat er alleen Geest kan zijn. Het bewust worden hiervan projecteert zich binnen dit veld van ‘vergeten’ (dat wat we de wereld noemen) als denkgeest die eraan toe is zich dit weer te herinneren. Het is een hulpmiddel, niet meer en niet minder, want als de herinnering voltooit is, is er alleen Geest…

Dat wat wij angststoornissen noemen en ondergebracht hebben in diverse categorieën van geestesziekten, zijn eigenlijk niets anders dan als het ware uitvergrotingen van de angst gemaakt door de egodenkgeest die angst gebruikt voor maar één doel: afscheiding uit Eenheid.
Zolang wij denken en geloven een lichaam te zijn met hersenen die ziek kunnen worden en bijvoorbeeld aan angststoornissen kunnen lijden, zal het egodoel (afscheiding uit Eenheid) verborgen blijven en zullen deze ziektes van de geest bestreden worden op het niveau waar ze onmogelijk kunnen genezen; het niveau van het egodenken, wat betekent geloven dat we denken vanuit een lichaam met hersenen.
Dit ‘weten’ wil nog niet zeggen dat Ware Genezing dan ook plaats zal vinden.
De angst die de egodenkgeest projecteert als verdediging tegen Eenheid, Liefde, God (of hoe je het Onnoembare ook wil noemen) moet niet worden onderschat.
Deze verdediging moet wel gigantisch zijn, wil deze in staat zijn dat wat onveranderlijk Een is aan het oog te onttrekken en te doen laten vergeten.
Tevens is ‘vergeten’ ook hoever de verdediging kan gaan, het totaal ongedaan maken van Onveranderlijke Waarheid is natuurlijk onmogelijk, wat de egodenkgeest ook probeert. En het probeert heel wat, zie onze wat wij onze wereld en ons leven noemen. De fantasie van de egodenkgeest lijkt onuitputtelijk en merendeels gruwelijk. De egodenkgeest is een prima filmmaker in elk genre.

Gelukkig is de fantasie van de egodenkgeest niet in staat Onveranderlijke Eenheid/Werkelijkheid, Liefde God; het Onnoembare, te vernietigen.
Want dat zou betekenen dat angst werkelijkheid is en niet het Onveranderlijke Onnoembare. En dat spreekt zich sowieso al meteen tegen. Onveranderlijk is immers onveranderlijk…
Maar weer, dit begrijpen is niet voldoende, wel een begin.

Om die enorme niet te onderschatten weerstand van de egodenkgeest te doorbreken, is precies nodig wat de egodenkgeest als wapen gebruikt, namelijk ‘weerstand’. Maar niet het waar maken van weerstand, maar het vergeven van weerstand.
Daarvoor moet eerst elke weerstand onder ogen worden gezien, precies zoals deze is opgezet door de egokant van de denkgeest die niet anders kan dan voor angst kiezen, want zo is deze opgezet.
Ook dit ‘kijken’ tijdens het ervaren kan op twee manieren: vanuit angst (ego) of vanuit HG/J (de brug die nog steeds verbonden is met de herinnering aan het Onveranderlijke Onnoembare).
Vanuit angst zal angst naar angst kijken en zal de angst nog vergroot worden.
Vanuit HG/J zal de angst bekeken en ervaren kunnen worden op een oordeelloze waarnemende, maar wel deelnemende wijze.
En zo zal angst een andere functie krijgen olv HG/J en stap voor stap het terug herinneren bevorderen en begeleiden van de denkgeest die uiteindelijk onvermijdelijk niet anders kan dan terug herinneren in het Onveranderlijke Onnoembare.

Dus eigenlijk is de egodenkgeest een grote angststoornis waar we als ons met egodenkgeest geïdentificeerde denkgeest, allemaal aan lijden.
En eigenlijk staat dat heel duidelijk in de Inleiding van het Tekstboek van Een cursus in wonderen:

INLEIDING

1. Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen
de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat
jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen
wat je op een gegeven moment wilt doen. De cursus beoogt niet
de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen
kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te
nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw
natuurlijk erfgoed is. Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend
is kent geen tegendeel.

2. Deze cursus kan daarom heel eenvoudig aldus worden samengevat:

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.
(T.In.1-2)

Een verplichte cursus in de zin van dat het onmogelijk is uit het Onveranderlijke Onnoembare te geraken en het dus onvermijdelijk is dat onmogelijke ‘vergeten‘ weer terug te herinneren, maar wel gebruik makend van het voor de denkgeest verstaanbare en begrijpelijke concept van ruimte en tijd, waardoor het lijkt dat het een individueel proces is, waarbij de individuele denkgeest stap voor stap terug geleid wordt van angst terug naar Liefde.

De wereld is een aan meervoudigepersoonlijkheidsstoornis, schizofrenie lijdende denkgeest toestand.
Wat ben ik dan?
Een stukje denkgeest dat zich hiervan bewust aan het worden is, oftewel bereid is te genezen van deze waan.

Er is maar één Geest, er is dus ook maar één denkgeest, schijnbaar opgesplitst in een egodenkgeest met als tegenhanger, omdat helemaal uit de Geest verdwijnen onmogelijk is, de vage herinnering aan het één zijn in Geest, die ingeval van ECIW de Heilige Geest wordt genoemd. Een herinnering die door de egodenkgeest voortdurend weg gehouden wordt uit het bewustzijn, door het projecteren van een complete wereld, welke als een krachtige briljante afleiding functioneert.
Maar een projectie is een projectie en blijft een projectie, een gedachte dus, gedacht door de ene (ego)denkgeest.
De denkgeest die nu vergeten is dat deze denkgeest is, denkt en gelooft nu dat ‘hij’ een lichaam is in een wereld bevolkt door andere lichamen, dieren en verder alles wat er verder nog lijkt te zijn, van de oneindige uitgestrektheid van het heelal tot het kleinst tot nu toe ontdekte deeltje, het is allemaal egodenkgeest gedachte materiaal.
En een grote afleiding van wat Waarheid, Eenheid is.

De aan meervoudigepersoonlijkheidsstoornis, schizofrenie lijdende denkgeest toestand is de diagnose die de tot genezen bereid zijnde zich herinnerende kant van de denkgeest die eraan toe is zich te Herinneren, iets wat onvermijdelijk is, over zichzelf kan stellen.
Als de diagnose eenmaal gesteld is en geaccepteerd kan genezing beginnen.

Dit genezingsproces speelt zich af in het ‘herinneringsgebied’ van de tot herinnering bereid zijnde denkgeest. Dit wordt nog ervaren als een ‘ikje’ denkgeest, waarbij de projectie (het lichaam) nog als uitdrukkingsvorm functioneert en alle andere projecties uit de ook nog steeds ene (ego)denkgeest, als spiegel functioneren.
De genezende denkgeest zal echter het lichaam naarmate de genezing vordert, zichzelf niet meer verwarren met het lichaam waarvan ‘hij’ eerst dacht en geloofde dat het lichaam was wat ‘hij’ was.
De tot genezing bereid zijnde denkgeest herinnerd zich meer en meer enkel en alleen denkgeest te zijn en dat het lichaam een projectie is, die ‘hij’, de denkgeest zelf heeft geprojecteerd en dus nog steeds een gedachte is.
De denkgeest ervaart zichzelf nog wel als een individueel stukje denkgeest, zolang ‘hij’ zichzelf nog ervaart in de geprojecteerde wereld.
Echter de door de denkgeest geprojecteerde wereld, die eerst tot doel had zich af te scheiden van de denkgeest, kan nu door de genezende en zich bewust wordende herinnerende denkgeest worden omgekeerd en juist als geneesmiddel worden her-gebruikt.
Niet als los staande ‘dingen’, maar als gedachten. Want er zijn immers geen ‘dingen’ er zijn alleen projecties, gedachten, afkomstig van de denkgeest.

ECIW gebruikt hiervoor de term ‘Ware Vergeving’, waarbij dat wordt vergeven wat nooit heeft plaatsgevonden. Oftewel de projecties die ‘waar’ gemaakt werden door de egodenkgeest, keren terug naar hun bron, de denkgeest, waar ze oplossen in het ‘niets’, waar ze ook vandaan kwamen.

Dit lijkt nog steeds een individueel proces te zijn, een proces van genezing van de denkgeest die dacht en geloofde een individu te zijn en nu langzaamaan zichzelf terug herinnert in het Eén zijn.
Dat gevoel, het idee van nog een individuele denkgeest te zijn kunnen we zien als het gevolg van het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden kunnen zijn uit Eenheid. Het lijkt alsof het Ene zich ineens opgesplitst heeft in miljarden afzonderlijke focuspuntjes en dat die focuspuntjes zich nu als afzonderlijke gedachten ervaren, alsof je in één grote kamer met miljarden raampjes als één denkgeest tegelijkertijd door al die miljarden raampjes kijkt en tegelijkertijd in één keer iets anders lijkt te zien, nog steeds vanuit dat ene Geest zijn. Dat geeft het effect van het zien van afzonderlijke beelden, maar dat is het niet, er is nog steeds één Geest die de Bron is.
Het probleem is nu echter dat de ene denkgeest zichzelf nu ook ervaart als een afzonderlijk stukje en dat ook geloofd en zich daardoor volkomen identificeert met dit afzonderlijk zijn. De herinnering aan wat Waar is, dus Eenheid blijft echter aanwezig, omdat de waan waarin nu geloofd wordt, een waan is en blijft, en dus niet waar. Dit zorgt voor een constant gevoel van angst en schuld en om daar weer aan te ontsnappen projecteert het zich nu als afzonderlijk wanende stukje gefocuste denkgeest, als lichaam te midden van andere lichamen, dingen en situaties.
De verwarring en chaos zijn nu compleet, de denkgeest is nu ziek en lijd aan een meervoudigepersoonlijkheids, schizofrene stoornis.
En dit duurt totdat de denkgeest bereid is en er klaar voor is te genezen oftewel er aan toe is zich terug te herinneren in Eenheid, waar deze nooit werkelijk uit weg is geweest.

Wat is vrijheid van meningsuiting eigenlijk?
En is dat niet hetzelfde als vrijheid tot belediging?
Interessante vragen waar ik graag even naar wil kijken.

Als ik vanuit mijn waarnemende denkgeest positie hiernaar kijk, dan zie ik dat vanuit de egokant van de denkgeest de uitgangspositie is: lichamen, personen die verschillend denken er verschillende principes, geloofsovertuigingen, conditioneringen erop na houden, kortom ik zie verschillen.
Verschillen die alleen gezien kunnen worden als er is gekozen voor projectie vanuit het idee dat afscheiding mogelijk en wenselijk is.
Ondanks het feit dat er alleen Eenheid bestaat, de Eenheid die Geest is, is er dan toch de wil afgescheiden te willen zijn. ECIW noemt dit ‘een nietig dwaas idee’.
En dit kan alleen als de Eenheid en de aard van Geest ‘vergeten’ wordt achter een muur van projecties en de projecties nu als enig zichtbaar bewijs worden gezien van wat nu ‘waar’ lijkt en er nu miljarden afzonderlijk denkende en opererende stukjes lijken te zijn. Dit wordt gezekerd en veilig gesteld door het ‘geloof’ erin. Dit is wat de wil tot afscheiden, de egodenkgeest wil zien en dus denkt te zien.
Vanuit egodenkgeest gezien is vrijheid van meningsuiting enkel en alleen een prachtige manier om de afscheiding ‘waar’ te maken. Er lijkt nu immers een apart lichaam te bestaan dat los staat van andere lichamen en die aparte lichamen hebben aparte gedachtes, die voortkomen uit opvoeding, plaats van geboorte, geslacht, leeftijd, conditioneringen, psychische gesteldheid, godsdienst enz. En dit hele licht ontvlambare mengseltje heeft zich genesteld in de afzonderlijke hersenen van al die afzonderlijke lichamen en dit alles wordt nu gezien en geloofd als ‘waar’.

Echter de natuurlijk drang naar eenheid is niet verdwenen, zelfs niet uit de egodenkgeest (waarvan er ook maar één is immers ook al is het doel van de egodenkgeest dit te vergeten en te ontkennen), ze is alleen vergeten. En deze natuurlijke drang naar eenheid uit zich dus ook onvermijdelijk in de wereld van afscheiding. Het vermomt zich bijvoorbeeld, als het naarstig zoeken naar partners in de strijd (speciale relaties noemt ECIW dat).
Men klontert samen in groepjes van gelijkgestemden, in een nu onbewuste poging om aan die onbewuste natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven en zo een einde te maken aan het pijnlijke gevoel wat juist komt door de poging gehoor te willen geven aan de onnatuurlijke drang tot afscheiding. Vandaar weer die uitspraak in ECIW ‘ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (les 5).

Het samen klonteren lijkt enige verlichting van de pijn en het lijden te geven, het voelt goed om met gelijkgestemden te zijn, veilig, hekje eromheen, vlaggetje erop, klaar, dit zijn ‘WIJ’. Maar zodra een groepje gelijkgestemden een ander groepje gelijkgestemden, die over iets anders gelijkgestemd zijn dan het eerste groepje gelijkgestemden tegenkomt, slaat de angst, de pijn, de haat, de woede weer toe. En de pijn en het lijden, de angst, de haat wordt dan geprojecteerd op dat andere groepje gelijkgestemden, want de nog steeds onbewuste boodschap van de egodenkgeest blijft: afscheiding in stand houden kost wat kost.

Deze ontmoeting van verschillende groepjes van het binnen de groepjes zelf gelijkgestemdheid kan zich ook wat schijnbaar mooier voordoen, bijvoorbeeld als de eis voor ‘vrijheid van meningsuiting’.
Het ene groepje tolereert het andere groepje, respecteert het, begrijpt het; ‘natuurlijk’, zeggen de lichamen en de samengeklonterde groepjes dan: ‘natuurlijk ben jij anders, je komt uit een ander land, bent anders opgevoed, hebt een andere denkwijze, een andere religie, andere huidskleur, ander uiterlijk, tuurlijk en weet je ‘dat mag’. Iedereen mag zijn wie hij/zij is. We zijn allemaal verschillend en dat is best leuk en gezellig…’
Dat zeggen de lichamen en de groepjes dan, maar met de onbewuste geprojecteerde (egodenkgeest nog steeds) boodschap, ‘allemaal leuk en aardig en je mag er zijn, maar we zijn wel degelijk verschillend, we tolereren dat, maar de grens ligt bij; jij mag mij niet jouw ideeën, gebruiken, opvattingen, geloofsovertuigingen opdringen, wij eisen hier vrijheid van meningsuiting en jij past je maar aan. En dat zeggen beide afgescheiden groepen, waarbij de een aan het moorden slaat en de andere aan het protesteren. En waarbij over het hoofd wordt gezien dat beide groepen hetzelfde zeggen en het slechts uitingen zijn van de beide zijden van de ene egodenkgeest.
Uitingen van angst, maar eigenlijk een roep om liefde gezocht waar het niet te vinden is; ‘Een roepende in de woestijn’.
We zijn daar volkomen blind voor geworden, omdat naar het onbewuste verdrongen is, dat het over elkaars grenzen gaan en elkaars gedachten proberen op te dringen eigenlijk een omgekeerde uiting is van de onbewuste natuurlijk drang van de denkgeest naar Eenheid, naar Liefde.

Deze natuurlijke drang is nu echter totaal vervormd en totaal omgekeerd, door het verschijnsel projectie, zodat het juist het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En dat geldt dus voor beide kanten zowel voor de grensoverschijders, als de grensbewakers. Beide vertegenwoordigers van de twee verschillende zijden van de egodenkgeest, de dualiteit.
Door voor de egodenkgeest als raadgever en gids te kiezen zijn wij, die nog steeds onveranderlijk Geest zijn, volledig de weg kwijtgeraakt en denken en doen (projecteren) precies het tegenovergestelde van wat we eigenlijk ZIJN en eigenlijk WILLEN. En dit komt doordat we ‘vergeten’ zijn dat we één Geest zijn en dus ook één Denkgeest en daardoor alleen nog lichamen en dingen (projecties dus) zien. We hebben onze projecties afgesneden van hun bron en zien alleen de projecties nog. En de projecties zien eruit als afzonderlijke lichamen, dingen en situaties, omdat we nu geloven in afscheiding en we zien wat we geloven en geloven wat we zien. Met als gevolg dat al onze pogingen om aan onze natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven op de ‘verkeerde’ plaats worden gezocht. Lichamen, dingen en situaties kunnen nooit een eenheid vormen, van wegen hun aard en hun doel, namelijk afscheiding.
Zolang we denken en geloven dat de wereld met al zijn, met opzet, met als doel afscheiding geprojecteerde zaken ooit één zal worden, is dat gedoemd tot mislukken en dat is precies wat wij als we voor de egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, willen.

Er is maar één uitweg uit deze krankzinnige doolhof, en dat is terugkeren naar het feit dat er alleen denkgeest is. En dit kan bereikt worden door dit eerst onder ogen te willen zien en dan al onze projecties terug te nemen in de denkgeest, waar ze overigens nooit uit vertrokken zijn, maar wat we wel geloofden dat mogelijk was. Dus door dat geloof terug te nemen en te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat eenheid alleen mogelijk is in de denkgeest en er alleen denkgeest is en wij niet onze projecties zijn.

En wat zal dit dan betekenen voor de ‘vrijheid van meningsuiting’?
Deze vraag, dit idee zal gewoon verdwijnen, omdat het een overbodige vraag is geworden.
Immers als we terugkeren naar onze bron, dan zien we de werkelijke Eenheid, die van de Geest weer. Alle bedachte grenzen verdwijnen dan eenvoudig vanzelf en wie heeft dan nog behoefte aan ‘vrijheid van meningsuiting’, welke ‘mening’ wil dan nog geuit worden, laat staan verdedigd?

Alleen het zeker weten Liefde te zijn en dat hoeft niet geuit te worden dat IS er gewoon en zal vanzelf zich uitbreiden omdat het simpelweg herkent wordt door de hele ene Denkgeest, die zich weer zijn natuurlijke staat herinnert.
En dat kan zich uiten, zolang we onszelf hier nog in een wereld zien en ‘ervaren’, terwijl we ontwaken uit de droom van afscheiding, via al onze projecties, die nu getuigen van de nu weer zichtbare achterliggende natuurlijke wens tot Eenheid, ook al ziet het er als droombeeld nog hetzelfde uit. Dat is de betekenis van de metafoor van ‘Christus zien in al je broeders’, en dat is niet iets wat je ‘doet’, dat is het logische gevolg van het ons weer herinneren van wat we ZIJN, Geest.

‘Vrijheid van meningsuiting’ kan dus een symbool zijn van de egodenkgeest wens tot afscheiding die bevochten en verdedigd moet worden, of een symbool voor Heilige Geest en dan alleen nog maar gezien als een kans om terug te herinneren in Eenheid in Liefde. Door te zien dat er niets gebeurt is, en onze vergissingen te vergeven, waarna ze simpelweg oplossen in het ‘niets’, wat ze ook al waren.

Ik had dus kunnen volstaan met deze laatste alinea, want dat is het enige wat er aan de hand is.
Maar misschien zijn al die woorden toch een beetje behulpzaam, voor mij in ieder geval wel…

Wees waakzaam op je eigen gedachten was vooral de boodschap die naar voren kwam in de Academy Class.
Deze waakzaamheid is nodig omdat wij een blinde vlek hebben voor het observeren van onze eigen gedachtepatronen.
En die blinde vlek is de egodenkgeest. Het is de egodenkgeest er erg aan gelegen verborgen te houden dat dát wat we zijn denkgeest is en niet het lichaam of enige andere vorm waarmee wij ons identificeren.
We zijn doodsbang voor onze eigen denkgeest en houden die zorgvuldig verborgen achter de miljarden projecties die nu een veilige verdedigingsmuur vormen tegen de kracht van de denkgeest.
De verdedigingsmuur wordt nu dat wat we zijn en het feit dat we denkgeest zijn is nu uit het geheugen gewist, maar niet geheel verdwenen, want dat wat de waarheid vertegenwoordigt kan niet gewist worden, wel tijdelijk vergeten.
Waarom we zo bang zijn voor onze eigen werkelijkheid, de denkgeest?
Omdat het herontdekken ervan ons onze hele wereld kost. Alles wat waar leek, de hele wereld, al onze projecties, onze identiteit valt dan door de mand. We zijn niet een lichaam, maar denkgeest. Dat is voor de denkgeest die zich volledig heeft geïdentificeerd met een lichaam en alle andere vormen een zeer angstige gedachte en deze angstige gedachte houd tevens de verdedigingsmuur tegen de gedachte denkgeest te zijn overeind.
Hieruit volgt ook dat we onze angstige gedachtes koesteren en voortdurend uitbreiden, want zolang ik enige vorm van angst voel en vermenigvuldig versterk ik mijn verdedigingsmuur en blijft de herinnering dat ik denkgeest ben en niet een lichaam netjes verborgen achter het schild van angst.
We willen ons vreselijk voelen, want dat voed het ego, waardoor het overeind blijft.
Ook bijvoorbeeld kwaadheid is een verdedigingsschild van de egodenkgeest en dus een bescherming van de egodenkgeest.
We denken dat we kwaad zijn vanwege een externe aanval, maar eigenlijk zijn we bang om de bron de denkgeest erachter terug te herinneren en te ontdekken dat we zelf verantwoordelijk zijn voor deze geprojecteerde gedachte.
De waarde van het lichaam is zonde, schuld en angst uit te kunnen spelen, het lichaam is waardevol omdat het kan lijden.
Aldus het waanzinnige denksysteem van de egodenkgeest dat enkel en alleen tot doel heeft te vergeten dat we denkgeest zijn. We zijn niet onze projecties, onze projecties inclusief het lichaam zijn neutraal, we zijn de denkgeest die kan projecteren en die projecties gebruikt om te doen laten vergeten dat we denkgeest zijn.
En het doel van het script wat we kozen is niet de keuze voor een of andere gewenste vorm, maar slechts de keuze voor afgescheiden te willen zijn van onze bron, de denkgeest. En de reflectie hiervan zien we dan terug in wat we ons leven noemen.

Als we dit gedachte patroon echter doorzien door middel van het observeren van onze eigen gedachtepatronen, vallen er gaten in die verdedigingsmuur. We ervaren dan nog steeds weerstand, weerstand die we ervaren in een of andere vorm, maar we leren dan ook dat die weerstand niet vanuit enige externe vorm voortkomt, maar vanuit de denkgeest die als een reflex in de verdediging schiet, om maar te voorkomen dat onze ware aard, die van denkgeest zijn, terugherinnerd zal worden.

ECIW leert ons onze gedachtes te observeren, zonder oordeel, dus zonder de angstverdedigingsreflex van de egodenkgeest. Het observeren zonder oordeel noemt ECIW kijken olv de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de onveranderlijke waarheid die nog steeds aanwezig is in onze denkgeest.
Dit oordeelloos observeren laat zien dat datgene waar wij ons mee geïdentificeerd hebben, lichamen en alle andere vormen, ook voortkomt uit denkgeest, en niets anders is dan geprojecteerd denkgeest materiaal.
Dus zodoende is waakzaamheid op de eigen gedachtes, die voortdurend opdoemen in ons dagelijks leven, erg belangrijk in het proces van het ongedaan maken van de egodenkgeest, waardoor we ons kunnen terugherinneren in dat wat we werkelijk zijn, Geest en één in God, één in Liefde.

Het ongedaan maken van de egodenkgeest is geen vernietigend proces, het is het simpel ongedaan maken van dat wat nooit kan hebben bestaan, en dat wat nooit kan bestaan hoeft niet vernietigt te worden, maar slechts vergeven. De milde liefdevolle kracht van ware vergeving doet elke vergissing gewoon verdwijnen in het licht van de waarheid.

Dat wil niet zeggen dat dit proces van ongedaan maken niet als vernietigend kan voelen. De weerstand zal enorm zijn. Vandaar dat dit proces olv de herinnering aan wat we werkelijk zijn, en die nog steeds in onze denkgeest aanwezig is, moet worden gedaan. Alleen op die manier olv de Heilige Geest en of Jezus zullen we door die weerstand heen gaan en al vergevend terugherinnerd worden in wat we werkelijk zijn, Geest, één in God.

 

Als ervaren en geaccepteerd wordt als zijnde wáár, dat alles één is in de Geest en er ook maar één nietig dwaas afscheidingsidee gedacht vanuit één omgekeerd denkende ego-denkgeest is en dus alles wat ik als afgescheiden deeltjes lijk te zien met de ogen van het lichaam ook niet anders kan zijn dan één dan keren zonde/schuld/angst onmiddellijk terug naar de ene Denkgeest waar ze oplossen in het EEN ZIJN.

 

 

1-Oneness-1only2

 

 

%d bloggers liken dit: