archiveren

Maandelijks archief: juli 2015

Haat is een zeepbel, als ik mijn investering eruit haal spat het uit elkaar.
En de investering in haat is groot, Haat houdt immers de zeepbel egodenkgeest, in stand!
Mijn investering in haat is dan ook niet gebaseerd op wat er buiten mij lijkt te gebeuren, waar ik ogenschijnlijk alle bewijzen vindt om haat te rechtvaardigen, en ook niet op de daaronder liggende zelfhaat, met daaronder weer de haat als verdediging tegen de zonde, schuld en angst die weer daaronder schuil gaat, met als enig doel in de afscheiding te blijven, want terugkeren in Eenheid, betekent einde verhaal voor de denkgeest die in afscheiding gelooft, wat tevens de laatste laag angst is.

Dit lijkt een theoretisch verhaal zoals ik dat nu opschrijf, maar als dit verhaal niet gekend wordt, zal ik nooit de bodem, de grondoorzaak van wat ik denk kunnen achterhalen. Alleen de theorie is ook niet genoeg, want ook dat kan als vluchtheuveltje gebruikt worden door de tegenspartelende denkgeest, die koste wat kost afgescheiden wil blijven.
Het kan dus niet anders dan het verhaal helemaal aan gaan, de haat vol in de ogen zien, en erdoorheen gaan, zonder omwegen, maar wel aan de hand van de symbolen voor de herinnering aan Waarheid: Jezus en of de Heilige Geest (ten minste als ik de Cursus als mijn pad hebt gekozen en zover ben dat ik dat aanvaarden wil en kan).
Dit proces is onmogelijk aan de hand van mijn egodenken te volbrengen, want dat versterkt alleen maar de ego wil tot zelfvernietiging en het nog wilder om me heen slaan, ECIW zegt hier over, want:

“Jij denkt dat je de woning bent van slechtheid, duisternis en zonde. Jij
denkt dat als iemand de waarheid over jou kon zien, hij zou worden afgestoten
en voor je terug zou deinzen als voor een giftige slang. Jij denkt
dat als jou de waarheid over jou werd geopenbaard, je met zo’n intense afschuw
zou worden vervuld, dat je halsoverkop de hand aan jezelf zou
slaan, omdat het je onmogelijk zou zijn nog verder te leven na dit te hebben
gezien.
Dit zijn overtuigingen die zo vast verankerd zijn dat het moeilijk is je te
helpen inzien dat ze op niets zijn gebaseerd” (WdI.93.1:1-3).

En dit is gewoon zo, want ik kan alleen slechtheid en duisternis, zonde en schuld buiten mijzelf zien, doordat ik het eerst in mijzelf heb gezien, dat vervolgens weiger te zien, en het dan projecteer zodat het zich nu buiten mij lijkt te bevinden en het lijkt alsof ik er niets mee te maken heb; ik ben onschuldig en zij zijn de schuldigen.
Hier moet ik gewoon heel eerlijk oordeelloos naar leren kijken en nogmaals dat is onmogelijk olv mijn egodenken, het kan alleen olv mijn ‘herinnering aan Waarheid denken’, Jezus en of de Heilige Geest, beide symbolen van de oordeelloze Liefde, die de brug vormen naar het terug herinneren in Waarheid..
En alleen als ik bereid ben dat aan te gaan, en dat is echt niet makkelijk, maar absoluut wel mogelijk, kan ik mijzelf terug herinneren in Waarheid:

“Verlossing vraagt slechts het aanvaarden van één gedachte: jij bent zoals
God jou heeft geschapen, niet wat jij van jezelf hebt gemaakt. Welk kwaad
jij ook denkt te hebben gedaan, je bent zoals God jou heeft geschapen.
Wat voor vergissingen je ook hebt begaan, de waarheid over jou is onveranderd.
De schepping is eeuwig en onveranderlijk. God staat voor jouw
zondeloosheid garant. Jij bent en zult eeuwig precies zo zijn zoals je werd
geschapen. Licht en vreugde en vrede wonen in jou omdat God die daar
heeft geplaatst” (WdI.93.7:1-7).

En het is niet makkelijk de geprojecteerde haat oordeelloos onder ogen te zien en al helemaal niet de daaronder liggende zelfhaat, en al helemaal helemaal niet de daar weer onderliggende haat ten gevolgen van het geloof in zonde, schuld en angst die we (onderbewust) denken en geloven te hebben tov God, Liefde, Waarheid, Eenheid.
Vandaar dat het ook een langzaam proces is van laagje voor laagje afpellen van zonde, schuld en angst, en al mijn projecties, dus iedereen en alles inclusief mijzelf is mijn leermateriaal en tevens vergevingsmateriaal.

Mocht iemand nu denken, nou nee hoor herken ik absoluut niet….
Kijk dan maar eens goed als je de volgende keer jezelf helemaal uit je bol ziet gaan van razernij over iets wat er buiten je lijkt te gebeuren, of in zelfbeschuldiging en of zelfmedelijden beland. Waar denk je dat dat vandaan komt, nee niet van buiten mij, ook niet vanuit mij het lichaam, nee het komt uit mijn keuze voor de denkgeest die gelooft in afscheiding en daar hoe dan ook in wil blijven geloven, hoe krankzinnig het idee alleen al dat dat kan, ook is.
Ontwaken uit deze krankzinnige droom betekent een steeds betere en eerlijker observeerder worden, die steeds eerlijker en oordeellozer leert kijken naar zijn eigen gedachten, en besluit er niet meer in te geloven, maar ze te vergeven.

Het idee van zelfhaat speelt zich nog verder uit met les 134 in gedachte:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

Het wordt me nu echt nog helderder, hoe sterk de zelfhaat lijkt.
Ik zie nu echt elke zelf aanval in bijna elke gedachte.
Een heel eenvoudig alledaags voorbeeldje uit de praktijk, dat het verborgen doel, via oordelen en zelf haat in de afscheiding te blijven, mooi illustreert.
Hierbij gaat het dus niet om het verhaal, maar om het verborgen doel wat erachter ligt, en dat verborgen doel is altijd ‘in de afscheiding blijven’ te illustreren.

De afwasmachine had zijn programma niet afgemaakt, omdat er net even wat weerstand tegen de klep duwde, in de vorm van een dwarsliggende vork, waardoor het programma ergens halverwege was gestopt.
Manlief wees me daarop en we spraken erover, hoe dat kon en, wat goed dat ie vanzelf stopte, door ingebouwde beveiliging, en dat ik al vond dat ie wat vreemd klonk, alles op een gewone toon…
Maar ergens op de achtergrond kwam er een golf van zelf oordeel en zelf haat op, in de vorm van; ik ‘hoor’ man lief ‘oordelen’: jij hebt die vork verkeerd in de vaatwasser gezet, jij kan geen afwasmachine inruimen, jij bent zondig, schuldig, angst!!!!
En ik voelde de enorme aantrekkingskracht van deze zelf oordelende gedachte, de enorme zelf haat die eruit sprak en ik zag me naar mijn favoriete projectie wapen, nagelbijten grijpen: symbool voor zelfvernietiging…
AHA!, duidelijk, hoorde ik ook: ‘Wil ik mijzelf hiervan beschuldigen?, wil ik mijzelf in de ketenen van het geloof in zonde, schuld en angst slaan?
En weer voelde ik de aantrekkingskracht van: ‘ja natuurlijk wil ik dat, ik heb gelijk, ik wordt veroordeeld! Ik moet worden gestraft!’
Maar tegelijkertijd de bewustwording van ik bevind mij altijd op waarnemende denkgeest post en wil me niet meer identificeren met de oordelende in zonde, schuld en angst gelovende denkgeest. Dus de keuze is altijd, wil ik gelijk krijgen of me vrij weten van zonde, schuld en angst, uit geprojecteerd als zelfhaat, in dit geval in dit op zich kleine vergrijp.
Nu lijkt dit een onbelangrijk, onzinnig, triviaal voorbeeldje, ‘waar maak je je druk over’ voorbeeldje, maar het is een goed voorbeeld van dat elke gedachte het afscheidingsdoel in zich heeft. Of het nu om een afwasmachine gaat of over een vernietigingswapen, het is hetzelfde nietig dwaas idee.
En elke vorm waarvan ik denk dat deze de oorzaak is van mijn onrust, is een vergissing en is niet de echte reden waarom ik in onvrede raak.
Dus of ik me nu boos maak om wat ik nu ter plekke op zie komen: ‘ze zullen wel weer alleen het verhaal horen en daarop reageren, in plaats van de symboliek willen zien’, of dat ik me druk maak om de grote rampen des levens, het is allemaal hetzelfde. Ik zie iets buiten mij gebeuren, omdat ik het zelf oordeel en de zelf haat niet onder ogen durf te zien, want te pijnlijk, en deze uit projecteer zodat de zonde, schuld en angst zich buiten mij lijken te bevinden.
Dit te kunnen en willen zien vereist veel oefening en de wil bloed eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, vooral mijn mijzelf chanterende gedachten.
En ik ben meer dan bereid eerlijk te zijn tov mijn eigen gedachten. Ik wil al deze zelf oordelen van zelf haat alleen nog maar zien als vergevingskansen en vergevingsmateriaal, zodoende krijgen al die zogenaamde gebeurtenissen die ik buiten mijzelf denk en geloof te zien een andere functie, door me steeds af te vragen als ik weer een zelf oordeel en zelf haat op voel komen:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

En niet als een soort magische mantra, maar omdat ik het echt meen!
Met het mijzelf vergeven van al mijn zelf beschuldigingen, die zich dus enkel en alleen op denkgeest niveau afspelen, bevrijd ik de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is.

En om het allemaal in het juiste perspectief te blijven zien nog even deze reminder:

“In de eeuwigheid,waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5)

Vandaag een aanhaling uit ECIW over hoe te vergeven.
Een duidelijke stap voor stap praktische handleiding over wat ware vergeving is.
Het staat in het Werkboek onder les 134.14-17:

“Vandaag oefenen we ons in ware vergeving, opdat het moment van verbinding
niet langer wordt uitgesteld. Want we willen onze werkelijkheid
in vrijheid en vrede beleven. Onze oefeningen worden tot de voetstappen
die de weg verlichten voor al onze broeders, die ons zullen volgen naar de
werkelijkheid die wij delen met hen. Laten wij, opdat dit mag worden
volbracht, vandaag twee keer een kwartier geven en dat doorbrengen met
de Gids die de betekenis van vergeving begrijpt, en ons werd gezonden
om ons dat te leren. Laten we Hem vragen:

Laat me vergeving zien zoals ze is.

Kies dan op Zijn aanwijzing een broeder uit en zet al zijn ‘zonden’ op een
rij, terwijl die één voor één in je gedachten opkomen. Zorg ervoor dat je
bij niet één ervan blijft stilstaan, maar besef dat je zijn ‘vergrijpen’ alleen
gebruikt om de wereld te verlossen van elk idee van zonde. Bekijk kort
alle slechte dingen die jij over hem dacht en vraag telkens aan jezelf: ‘Wil
ik mezelf hiervoor veroordelen?’

Laat hem bevrijd worden van alle gedachten die jij koesterde over zonde
in hem. En nu ben jij op vrijheid voorbereid. Als je tot nu toe bereidwillig
en oprecht geoefend hebt, zul je allengs een gevoel gaan bespeuren van
te worden opgetild, een lichter worden van het gewicht op je borst, en een
diep en zeker gevoel van opluchting. De resterende tijd moet je eraan
geven om te ervaren dat jij ontkomen bent aan alle zware ketenen die je
probeerde jouw broeder om te hangen, maar die daarentegen jouzelf omhangen
werden.

Vergeving moet de hele dag door geoefend worden, want het zal nog
menigmaal voorkomen dat je haar betekenis vergeet en jezelf aanvalt.
Wanneer dit gebeurt, laat je denkgeest dan door deze illusie heenkijken
terwijl jij jezelf voorhoudt:

Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen.

Houd bij alles wat je doet dit in gedachten:

Niemand wordt alleen gekruisigd,
en niemand kan alleen de Hemel binnengaan”.

———-

En houd in gedachten dat ECIW ons nooit aanspreekt op lichaamsniveau, maar altijd op denkgeest niveau, dat wat we zijn.
Het lichaamsniveau, oftewel de vorm, is altijd de projectie van de gedachte, gedacht door de denkgeest, niet gedacht door het lichaam/brein, want dat kan niet denken. Een projectie kan niet denken, de projecterende denkgeest wel.
Dus bijvoorbeeld we gaan niet niet alleen de Hemel binnen als lichamen, dus ook niet als de geest die overblijft na de dood, maar als gedachte, gedacht door de denkgeest, welke zelf een gedachte is, en die zich herinnert één (symbolisch Hemel genoemd) te zijn, omdat er alleen Één is.
En niemand wordt alleen gekruisigd gaat ook over het niveau van de egodenkgeest, wat ook niet het lichaam is, want ook de egodenkgeest is een gedachte, gedacht door de denkgeest die denk en gelooft een lichaam te zijn en denkt en gelooft als lichaam afgescheiden te zijn van andere lichamen.

En het mijzelf aanvallen gaat inderdaad de hele dag door. Elke gedachte bevat immers zowel de keuze voor ego als de keuze voor HG. ECIW gaat dus vooral over alert worden op al mijn gedachtes en bereidwillig zijn te willen zien wanneer ik voor de egokant van mijn denkgeest kies, elke keer dat ik ook maar een flintertje ongenoegen, een schijn van irritatie, of een duidelijke woedeaanval waarneem, kan ik mijn keuze herkennen, en ervoor kiezen al deze gedachten als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien.
Ook als ik denk: ja, dag dat lukt me nooit. Nu effe niet, geen tijd, heb hoofdpijn, honger, haast, dan zou ik de alertheid kunnen ontwikkelen dit ook te zien als louter weerstand, en niet om de reden die ik denk dat ik in onvrede denk, van wegen wat ECIW van mij vraagt. Ik ben altijd in onvrede, hoe deze onvrede er ook uit mag zien, of waar de onvrede ook vandaan lijkt te komen, omdat ik (onbewust) kies voor in de afscheiding te blijven en mezelf nooit meer wil terug herinneren in wat ik ben, denkgeest.

Kan de denkgeest (mind) beschadigd worden?
Anders gezegd, betekent dat als ik een beschadigd lichaam of brein waarneem of ervaar, ook de denkgeest beschadigd is?
De enige eigenschap van de denkgeest is dat het een gedachte is een gedachte die komt vanuit de denkgeest, de denkgeest is dus een gedachte.
Dat is een abstract gegeven, iets wat de denkgeest die denkt en gelooft dat hij een lichaam is met een brein, niet kan bevatten, ómdat de denkgeest dit denkt en wil geloven.
De denkgeest is door dit geloof als het ware uit het zicht verdwenen, ‘vergeten’, omdat de denkgeest nu gelooft dat deze een lichaam is.
De denkgeest heeft zich dus vermomd als lichaam met hersenen die kunnen denken en ziet daardoor ook andere lichamen en dingen, die denken en dingen doen.
En dat wat de denkgeest denkt, én gelooft, dus dat het nu een lichaam is tussen andere lichamen, wordt dien ten gevolgen geprojecteerd en weerspiegelt als lichamen en dingen.
De denkgeest die zich nu volledig identificeert met het lichaam heeft zichzelf afgesloten van het feit denkgeest te zijn, heeft zich dus afgesloten van zijn oorspronkelijke bron. Het denkgeest zijn is nu een onbewuste gedachte geworden en het onderbewuste waar de herinnering aan het ware zelf zich nu schuil houdt  zorgt voor een voortdurend gevoel van iets kwijt zijn, iets vergeten zijn, maar niet weten wat.
Het onderbewuste wordt extra beveiligd door de angst die erop geprojecteerd wordt door de denkgeest die ervoor heeft gekozen te geloven een lichaam te zijn en wil vergeten dat er alleen denkgeest is.
Angst en ook zonde en vooral schuld zijn een prima drie-eenheid om dit ‘geheim’ te bewaken.

Als we het dan over beschadigen hebben kan gesteld worden dat de denkgeest die nu in zijn eigen bedrog gelooft, en zichzelf dus voor de gek houdt, zich in wezen krankzinnig gedraagt. Dat leidt echter niet tot een beschadiging van de denkgeest, maar wel tot een geloof en het waarmaken van waanzinnige onmogelijke gedachten.
En deze waanzinnige, onmogelijke gedachten projecteren zich dan onmiddellijk weer uit in waanzinnig gedrag in een waanzinnige wereld. Dat kan niet anders, waanzin kan alleen maar waanzin zien en ervaren.

Aangezien dit eigenlijk zo logisch en duidelijk is, maar ook de herinnering aan ‘normaal’, namelijk denkgeest zijn, ook nog aanwezig is in de denkgeest, zien en ervaren we niet alleen waanzin, hoewel de geprojecteerde wereld 100% waanzin is, maar hebben we ook gradaties aangebracht in onze projecties. Gradaties die lopen van ‘normale’ lichamen tot volledig krankzinnige lichamen. En daarbij worden krankzinnige lichamen, of zieke lichamen als ‘fout’ bestempeld, foutje van de natuur noemen we dat, of erger nog een opzettelijk foutje van God, als straf of als les. En om deze verschillen kracht bij te zetten zijn wij, die denken en geloven een lichaam te zijn, druk met het onderbrengen van de verschillende gradaties van waanzin en ziekte in verschillende categorieën en hokjes.

Maar is deze denkgeest ‘vergissing’ ook een denkgeest beschadiging?
Nee, een gedachte op zich is geen beschadiging, het is wat het is een gedachte en de eigenschap van gedachten is dat ze kunnen veranderen.
De denkgeest kan wel verwrongen, dwaze ideeën hebben, maar daarmee is de denkgeest niet beschadigt. Let wel, even ter herinnering, we hebben het hier niet over het geloof in een lichaam te zijn met hersenen die beschadigt kunnen zijn. We hebben het over de denkgeest, dat wat we in werkelijkheid zijn en blijven, wat we ook voor waanzinnige dromen mogen hebben.

Een momentje van helder bewustzijn kan de denkgeest weer terugbrengen in zijn werkelijke staat, die van waarnemer die kan ‘zien’ (niet met de ogen van het lichaam wel te verstaan, maar vanuit puur denkgeest) en zich bewust is van zijn vergissing en weet dat hij opnieuw kan kiezen, nu vanuit 100% denkgeest.
De denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, maar het idee, de projectie het lichaam, bevindt zich in de denkgeest.
De denkgeest die zich weer ‘herinnert’ is genezen en zal zichzelf niet meer verwarren met een lichaam.

Zolang er dan nog wel spraken is van ervaren in een wereld, dient het lichaam nog als handig hulpmiddel, en hoe dat hulpmiddel eruit ziet, ziek, zwak en misselijk, bijna dood, dun, dik, lelijk of mooi of zgn kerngezond, maakt helemaal niets uit.
Deze verschillende vormen zijn en blijven altijd projecties. En een dood ziek terminaal lichaam kan volledig de vrede van God weerspiegelen of volledig de krankzinnigheid van de egodenkgeest, daar heeft de uiterlijke vorm niets mee te maken. Want er is of alleen het lichaam, of er is alleen denkgeest. Een autonoom lichaam dat een denkgeest bevat is onmogelijk. Dus afhankelijk van de staat van de denkgeest die de gedachte, het idee van een lichaam te zijn bevat en daar wel of niet in gelooft maakt hoe we de wereld zien en ervaren.

Hoe dan ook, de denkgeest die denkt een lichaam te zijn is ‘ziek’, hij vergist zich gewoon en deze vergissing, dit ‘ziek’ zijn wordt geprojecteerd in een wereld waarin we door dit vreemde zieke geloof alleen nog maar zieke en waanzinnige projecties waarnemen in verschillende gradaties, waar we in geloven en ze daardoor ‘echt’ lijken.
Dit alles vindt plaats als in een droom, dus als een illusie, in de totaal onveranderlijke Geest die we in werkelijkheid ZIJN.
Dit totaal ‘abstract’ zijn kunnen we niet in onze in waanzin gelovende denkgeest brengen, want dat is nu juist wat de waanzinnige keuze voor egodenkgeest niet wil zien. Dus we kunnen alleen onze waanzin doorzien, er ons bewust van worden en al deze waanzinnige gedachten terug geven aan de ‘herinnering’ die nog altijd aanwezig is in de denkgeest, zodat de zieke denkgeest kan genezen en van zijn waan wordt verlost.

Om deze ‘herinnering’ minder abstract te maken, kunnen we gebruik maken van symbolen. Daar zijn we als projecterende denkgeest heel goed in. Immers alle projecties (de wereld met alles erop en eraan) zijn symbolen van afscheiding. Dus kunnen al deze projecties van afscheiding ook her-gebruikt worden als symbolen voor het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en nooit uit zijn weggeweest.
Deze projecties blijven dus projecties, het is niet zo dat de projecties ineens magische ‘dingen’ worden die ons doen terug toveren in Waarheid.

Bijvoorbeeld als symbool voor het vragen om ‘Hulp’ kan de innerlijke leraar gebruikt worden, en afhankelijk van de voorkeur kan daarvoor alles gekozen worden dat symbool staat voor mij voor onpersoonlijke, onvoorwaardelijke, niet oordelende liefde, die zich in mij, de denkgeest bevindt.
Dat kan Jezus zijn, of de Heilige Geest of een ander symbool, als het maar voor mij die ‘hulp’ functie heeft.
Deze ‘hulp’ bevindt zich niet buiten mij, als lichaam, maar ‘in’ mij als denkgeest, omdat er niets kan bestaan buiten de denkgeest.

En deze hulp zal dus niet zijn focus leggen op het genezen van een ziek lichaam, of zieke hersenen, maar op het genezen van de zieke denkgeest, wat niets anders is dan een denk-correctie, daar denkgeest nooit echt ziek of beschadigd kan zijn.

Ik wilde eigenlijk een blogje schrijven over dat het leven dat wij lijden en waarmee wij ons identificeren niets anders is dan een verhaal, verteld door de waarnemende/keuzemakende denkgeest die ervoor kiest deze verhalen ‘echt’ te maken door erin te geloven.
Echter ik ontdekte dat ik daar al eens over had geschreven en omdat ik nog steeds achter de inhoud van dit blogje sta besloot ik het te herbloggen.

illusje

De egodenkgeest is de verhalenverteller met de toverlantaarn.

De egodenkgeest heeft zichzelf ook geprojecteert in een vorm, als een lichaam, zodat het lijkt dat het lichaam van alles mee maakt en beleeft en ervaart, en vergeten is dat het de verhalenverteller, de egodenkgeest is die de verhalen bedenkt en projecteert. De projectie, lijkt te zijn losgeraakt van zijn bron de egodenkgeest.
Maar het is nooit het lichaam dat de verhalen vertelt, het is en blijft de egodenkgeest die dat doet. De egodenkgeest is en blijft de verhalenverteller met zijn toverlantaarn.

De ontwaakte denkgeest echter die nu de bron van het ene afscheidingsidee heeft gevonden, laat het geloof in de zelfgemaakte verhalen van afscheiding los, de bron van de projecties. De denkgeest vergeeft zijn geloof in de toverlantaarnplaatjes en verliest daardoor zijn angst en het vermogen en de wil vanuit angst te projecteren.
Terug herinnerd in de denkgeest zal ook nheid…

View original post 35 woorden meer

“However, when we realize that everything negative that happens in our lives is because our minds chose guilt, we can correct that cause by choosing forgiveness instead of judgment.”

“Echter, als we ons realiseren dat alle negativiteit die plaatsvindt in ons leven komt doordat onze denkgeest voor schuld heeft gekozen, kunnen we deze oorzaak corrigeren door te kiezen voor vergeving in plaats van voor oordelen.”

Uit: Journey Through The Text Of A Course in Miracles, Chapter 30 The New Beginning, The Process Of Decission Making, page 188, onder (I.16:8-9), regel 8, Kenneth Wapnick.

Geloof is zo sterk als mijn geloof in wat ik geloof

Bedoel je: geloof is precies zo sterk als de mate waarin er wordt geloofd, niet meer dan dat?
Ik geloof dat ik je snap…
In andere woorden, geloof op zich is niets!!! Niet meer dan het geloof dat je iets kan geloven en vervolgens ontkennen dat het een geloof is en het dan waarheid noemen.!!
En wat voor kracht heeft dat geloof nou helemaal echt?
Tenzij je gelooft dat het kracht heeft natuurlijk.

Ja, precies, het heeft de kracht van je eigen geloof erin.

Ja.
Alleen mijn geloof in geloof geeft het z’n kracht. En als je echt gelooft in wat je gelooft, dan is dat inderdaad enorm krachtig. Het heeft een heel universum gemaakt, geloof ik.

Dat lijkt wel zo, geloof ik…

Ik doe alsof ik geloof dat ik het snap, maar niet heus…

Sterker nog, ‘wij’ zijn ook een geloof.

Oh wow…
Dit gaat te diep voor ‘mij’, geloof ik…

Sorry, ik heb deze gedachte en wilde ze even opschrijven om ze helder te krijgen, dat werkt altijd prima in dialoog vorm, geloof ik.

Cool…
‘roffel, roffel’, ik hoor een nieuw blogje komen…

Misschien alleen de eerste zin?

Ja, die ene zin is eigenlijk genoeg… tenzij je gelooft dat het uitgebreider moet.
Een baby die wacht op zijn geboorte.

Een geloof dat wacht op zijn geboorte, in een wereld bestaande uit louter mijn geloof er in...
Ik geloof dat deze dialoog op zich al een aardig blogje is, geloof ik.
Geloof dat ik dat maar doe…

%d bloggers liken dit: