archiveren

Tagarchief: ik

Dat wat ik hier schrijf is een weerslag en weerspiegeling van mijn schijnbaar persoonlijke proces tot ontwaken uit de droom.
Dat lijkt een persoonlijk proces, zo wordt het ook ervaren, omdat dat binnen het concept van de droom waar we in geloven nu eenmaal de enige manier is, maar is dat feitelijk niet, ontwaken uit de ene droom van afscheiding is onvermijdelijk voor het hele “zoonschap”. Echter omdat we geloven in de droom en geloven in een wereld en geloven een lichaam te zijn, kunnen we alleen die droom taal begrijpen. Vanuit de keuze voor het vergeven van alle droom ervaringen wordt de droom taal omgezet naar her-bruikbaar terug herinner materiaal en krijgt daardoor een totaal andere functie.
Het her-gebruik van het eerst als afscheidingsmateriaal bedoelde denksysteem (het ego) lijkt dus heel persoonlijk te zijn, daar we dat kunnen begrijpen en daar iets mee kunnen.
Het proces van ontwaken uit de droom lijkt dus om redenen van verstaanbaarheid heel persoonlijk.
Ik kan dus ook alleen maar denken en schrijven over hoe ik het ervaar.
Dat wil zeggen dat ik niet de intentie heb om ook maar iets van wat ik schrijf als zijnde “waarheid” over te brengen naar wie of wat dan ook. Ik kan absoluut niet weten wat de bedoeling is, en al helemaal niet hoe het onvermijdelijke proces van de denkgeest in een ander stukje denkgeest (de ander) verloopt of zou moeten verlopen.
Ja, het kan resoneren in anderen die er op denkgeest niveau aan toe zijn, maar dat heeft niets met de “mij” te maken.
Dat betekent dat alles wat ik over anderen denk en wat anderen over mij denken ook een weerslag is een afspiegeling van hoe ik denk en in die zin behulpzaam kan zijn voor mijn eigen vergevingsproces.
Dat kan als egoïstisch worden gezien (een ego gedachte die onvermijdelijk langskomt, dus weer behulpzaam als vergevingskans), maar kan ook worden gezien als juist heel liefdevol, omdat het de focus terugbrengt van een “ik” lichaam dat alleen aan zichzelf denkt (het ego concept van afscheiding), naar een focus op de denkgeest waar alles met alles is verbonden en vergeving er juist voor zorgt dat in de grenzeloze denkgeest uitbreiding van Liefde plaatsvindt waar de “ik” geen enkele weet van kan hebben hoe dat werkt en waar dat effect heeft. Ik kan het wel zelf ervaren als een innerlijke heel liefdevolle los van oordelen rust die veel verder gaat dan de ego versie van rust.

Er zijn zoveel paden als dat er afgescheiden stukjes van de ene denkgeest zijn, en allemaal leiden ze onvermijdelijk terug naar het herinneren van Eenheid. Er is geen enkel pad fout ze werken uiteindelijk allemaal hoe vreemd ze er soms ook uit mogen zien in “mijn” ogen (wat ook weer een ego afscheidingsgedachte is, maar weer een kostbare vergevingskans is, als ik bereid ben dat erin te zien).
Er is immers niet werkelijk iets gebeurt waardoor afscheiden van Waarheid mogelijk zou kunnen zijn. Dus welke vorm van afscheiding ook geprobeerd wordt geen een kan succesvol zijn dan in onware dromen van afscheiding. Dus uiteindelijk zal elk pad van afscheiding zichzelf ontmaskeren en zal dáárdoor behulpzaam zijn tot het terug herinneren in Éénheid.

Ik heb dus geleerd in de loop van het proces dat ik me niet hoef te bemoeien met iemand anders gekozen pad en proces, laat staan hoef te verbeteren of te corrigeren, want zo heb ik gemerkt dat werkt niet. Het kan lijken dat het werkt, maar dat komt alleen omdat de denkgeest dan even resoneert met een ander stukje denkgeest, zichtbaar of niet zichtbaar, dat eraan toe is. Hoe dan ook het heeft niets te maken met de persoon, het lichaam Annelies, maar met de houding van de denkgeest en hoe deze de projectie Annelies ziet en wil laten gebruiken; door ego (afscheidingsdoeleinden) of door Heilige Geest (voor terug herinneren in Éénheid), dat is de enige keuze die er is en maar één van de twee keuzes is, een weerspiegeling van Één, Waarheid, Liefde, God, non-dualisme (allemaal termen voor hetzelfde).

Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”, Annelies het lichaam hoeft niets te doen, want dat is een projectie (projecties zijn projecties en kunnen niets doen zonder de projector, de denkgeest) van de denkgeest die wel tot iets “doen” in staat is, en dat “doen” bestaat enkel en alleen uit kiezen tussen ego of HG. DE REST VOLGT ALS VANZELF VANUIT DIE KEUZE, en kunnen we het best omschrijven als inspiratie en precies weten hoe te handelen in de droom in en door een geprojecteerd droomlichaam. En die inspiratie kan dus komen vanuit het ego of vanuit HG, afhankelijk van de keuze die ik (de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak.
Het verschil herkennen tussen ego inspiratie en HG inspiratie is een leer- en oefenproces wat alleen via een persoonlijk ervaren kan verlopen, zolang er een geloof is in deze droom van afscheiding te zijn. Hierbij wordt de wereld, het lichaam en alles wat er lijkt te zijn in de droom niet ontkend en aan de kant geschoven als zijnde slecht of verwerpelijk, maar juist her-gebruikt, maar nu niet meer voor afscheidingsdoeleinden, maar voor het terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan…

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Image may contain: nature and outdoor

Dit valt pas te begrijpen en te accepteren als de mind (denkgeest) eraan toe is. Dwingen, forceren, je best doen, ertegen in gaan, ontkennen, is niets anders dan het onmogelijke van het bestaan van een wereld en identificatie met het lichaam in stand houden. Want alleen afscheidingsgedachtes, en dat is elke gedachte gericht op het in stand houden van een wereld, en de identificatie met het lichaam welke verbeterd of aangevallen moeten worden, houdt de afscheiding in stand. En dat is dan ook het enige doel van “de wereld”.

Het is heel normaal over dit idee woedend te worden, of het met alle macht te ontkennen. Maar vraag je af waarom dat is. Word ik wel woedend om de reden die ik denk?
En als het niet deze uitspraak over de totale waanzin van het geloof in een bestaan van een wereld en een lichaam is, wat is er dan zo bedreigend aan?
Besef goed dat dat wat deze wereld heeft bedacht, de denkgeest die anders wilde dan dat wat IS, en de egodenkgeest leven inblies met als doel om af te scheiden van Eenheid, Waarheid, God, Liefde, never nooit er voor kan zorgen dat dit doel ongedaan kan worden gemaakt, vanuit dit geloof in egodenken.
En toch kan het niet anders dan dat het ongedaan zal worden gemaakt, omdat het onmogelijke, namelijk afscheiding van Eén onmogelijk is en het alleen lijkt te gebeuren van wegen het geloof erin. Alleen het geloof erin houdt de afscheiding in stand, meer niet.
Het is een nietig dwaas idee. En het is onvermijdelijk dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest uiteindelijk weer tot bezinning komt en langzaamaan ontwaakt uit deze onmogelijke slaap van het geloof in het onmogelijke.
En dat is een stap voor stap proces, dat zich als een heel persoonlijk individueel proces lijkt af te spelen, omdat het concept van een persoonlijke ik te zijn voor de denkgeest die daar in is gaan geloven te begrijpen is. En dat wat begrepen kan worden wordt nu door de denkgeest die eraan toe is positief omgekeerd her-gebruikt om weer terug te herinneren in dat waar nooit uit is weggegaan.
En dat vereist vooral heel veel vertrouwen in een proces wat onvermijdelijk is: Een reis zonder afstand…

Alleen waarheid is waar. Het kenmerk van waarheid is dat deze onveranderlijk is. Dus alles wat veranderlijk is is onwaar.
Als ik dat idee over mijn leven leg, dan is mijn leven en alle verdere leven dat ik ken en waarneem onwaar, inclusief dat wat zich “ik” noemt, want ook dat is enorm veranderlijk.

Het feit dat de gedachte er kan zijn dat alleen onveranderlijke waarheid waar kan zijn, maar dat dat kennelijk niet is wat als waar wordt aangenomen binnen onwaarheid, er vanuit gaande dus dat waarheid alleen waarheid is als het onveranderlijk is, geeft aan dat er iets anders moet zijn dan het veranderlijke wat een veranderlijke “ik” kan waarnemen.

Een ander bewijs dat er onveranderlijke waarheid moet zijn is dat de “ik” voortdurend opzoek is binnen onwaarheid, welke als kenmerk heeft veranderlijk te zijn, naar waarheid.
Dat is zoeken naar iets waar het onmogelijk kán zijn. Het zoeken op zich is dus al een onware handeling.
Waarheid kan niet gezocht worden, en niet gevonden worden door er actief naar te zoeken binnen onwaarheid.

En waarom is dat toch de belangrijkste motivatie en is elke handeling daar op gericht binnen de veranderlijke waarheid?
Omdat onwaarheid als functie heeft waarheid te verbergen. Onwaarheid moet dus actief in stand worden gehouden ten einde waarheid te verbergen. Een onmogelijke zoektocht die niet gericht is op vinden, maar juist op niet vinden, met als verborgen doel dat waarheid niet meer herinnerd mag worden.
Onveranderlijke waarheid is nu immers de grootste bedreiging voor veranderlijke (on)waarheid.
Aangezien dit hele mechanisme verborgen blijft achter een scherm van projecties, die de aandacht zeer succesvol afleiden van het doel van de veranderlijke (on)waarheid, namelijk uit waarheid zien te blijven, blijft de nu onwetende denkgeest/mind ijverig zoeken binnen de veranderlijke (on)waarheid naar waarheid, zich zogenaamd niet bewust van de onmogelijkheid ervan.

Wat doet het terug herinneren van dit vreemde onmogelijke en vooral onnodig mechanisme van het ontkennen van waarheid met dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn/haar leven is gaan zien en heeft aangenomen als waarheid?
Dat onvermijdelijke dreigende terug herinneren zal op de eerste plaats heftig ontkend worden, omdat het voelt als een rechtstreekse aanval op “mijn” waarheid. Deze ontkenning kan ook geuit worden als een schijnbaar omarmen van dit idee door razendsnel een onware versie van onveranderlijke waarheid te integreren binnen de veranderlijke (on)waarheid.
En elke keer als die zelfgemaakte waarheid toch eigenlijk ook weer veranderlijk blijkt te zijn, wat niet anders kan binnen nog steeds veranderlijke (on)waarheid, wordt deze weer aangepast, zodat het veranderlijke toch weer de schijn van onveranderlijkheid krijgt.

Een voorbeeld hiervan is dat god als iets daar buiten wordt gezien als vertegenwoordiger van de waarheid en het leven, maar dat diezelfde god als verschillend wordt gezien en ervaren en bevochten en verdedigd moet worden, onder het mom van “er is maar één god en dat is die van mij (ons)”.

Het gevolg van het onvermijdelijke terug komen van de herinnering aan onveranderlijke waarheid, is dat langzaamaan stap voor stap de schellen van de ogen vallen (van de denkgeest eigenlijk) en wordt gezien dat alles wat veranderlijk is niet waar kan zijn, omdat het veranderlijk is.
Dat betekent dat wat de “ik” “mijn leven” noemt per definitie niet waar kán zijn.

Heel begrijpelijk dat dat niet in één keer gezien wil worden, de weerstand tegen dit zien is dan ook enorm, hoewel het zich kan vermommen en ook doet in het schijnbaar juist wel willen zien, bijvoorbeeld door het enthousiast omarmen  de als “ik” vermomde denkgeest van een spiritueel pad.

De als “ik” vermomde denkgeest kan namelijk doen alsof de als “ik” vermomde denkgeest nu actief moet gaan zoeken naar waarheid wat niet lukt en zich vervolgens in een zware depressie denkt, waarbij de als “ik” vermomde denkgeest zichzelf gaat beschuldigen van het zondige besluit zich van waarheid (god) af te keren en het daardoor voorgoed verbruid heeft bij god, welke mij, de zondaar zal straffen en eeuwig zal blijven vervolgen. En wat ik verwerpelijke zondaar ook zal proberen om weer in een goed blaadje te komen bij god, ik zal me toch uiteindelijk moeten verantwoorden na mijn dood en maar hopen dat god een goeie bui heeft en mij toelaat in de eeuwigheid.
Kortom angst is nu mijn leidraad, mijn anker, mijn leermeester.

Deze angst is niet zomaar weg als in de als “ik” vermomde denkgeest begint te dagen dat het in angst leven toch eigenlijk ondragelijk is en dat er misschien toch een andere manier moet zijn, want dit kan toch niet waar zijn!?
Nee. precies dit kan niet waar zijn en is niet waar, omdat het onwaar is door de veranderlijkheid ervan. De situaties zijn niet waar of onwaar, de gedachtes die de situaties projecteren zijn onwaar, dus zijn de projecties ook niet waar.

Na het verwerken van deze eerste schokkende onthulling kan het schiften beginnen.
Stap voor stap is de denkgeest er nu klaar voor alles wat als waarheid werd gezien, nu te ontmaskeren als onwaarheid, door steeds de vraag te stellen is dit wat ik nu ervaar 100% waar of niet.
Dat zal in het begin van het proces van ontmaskeren alleen voor de schijnbaar dramatische projecties in mijn leven lijken te gelden, maar al gaande door het proces zal onvermijdelijk moeten worden aanvaard dat het voor elke gedachte geldt.
Van het meest verschrikkelijke wat gebeurt tot de kleinste bijna niet merkbare verstoring in mijn dagelijkse leven.
Tot definitief onthuld wordt dat de als “ik” vermomde denkgeest in zijn totaliteit onwaar is, van wegen zijn voortdurend en altijd veranderlijke aard.

Dit bevragen van of dat wat de als “ik” vermomde denkgeest ervaart waar of onwaar is, heeft dus niet als doel om een beter leven te maken, want dat zou weer de focus leggen op de projectie als zijnde de oorzaak en gevolg, wat gewoon weer de keuze zou zijn voor het waar maken van het veranderlijke onware.
Het doel van het bevragen is de onwaarheid van de als “ik” vermomde denkgeest te ontmaskeren.

De angst dat dit besef in één keer zal gebeuren is ongegrond, omdat de denkgeest precies dat kan denken wat het kán denken. Het is dus een geleidelijk proces, waarbij de denkgeest gedachte, voor gedachte wordt terug herinnerd door gedachte voor gedachte terug te nemen naar de bron en het daar te (ver)geven aan waarheid, in dat wat het eigenlijk van nature is: onveranderlijke waarheid.

Dus dat wat de als “ik” vermomde denkgeest heeft bedacht als vlucht voor onveranderlijke waarheid, namelijk dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn leven in een wereld ervaar, wordt nu her-gebruikt als de manier om terug te helpen herinneren in waarheid, door alles wat ik ervaar als een “ik” in mijn wereld als onwaar te zien en te vergeven.

Dit kan alleen onder leiding van een andere gids dan de gids van onwaarheid (ego), namelijk de gids van waarheid dat zich bevindt in dat gedeelte van de denkgeest dat de verbinding vormt met de herinnering aan onveranderlijke waarheid door zijn eigenschap oordeelloos te kunnen kijken naar de zelfgemaakte veranderlijke versie van onveranderlijke waarheid. En in staat is het veranderlijke te laten vergeven door de keuze te maken voor waarheid.
Met nadruk op keuze, niet op een uitvoering hiervan, omdat deze altijd weer vormgericht zal zijn en het toch weer draait om het verbeteren van de wereld en een beter leven voor de als “ik” vermomde denkgeest.

Ik merk al ervarend, want hoe kan het anders opgemerkt worden dan via ervaren, dat het onvermijdelijke proces van ontwaken, echt een proces is dat via verschillende stadia gaat.

Zo ervaar ik op dit moment dat het oordelen vanuit een persoonlijke “ik” aan het verdwijnen is. Althans misschien beter omschreven als een niet meer hoeven oordelen vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. Ik zie nu zo duidelijk dat alle oordelen voortkomen uit angst, en dat angst, met daaraan vast het geloof in zonde en schuld, de droom in stand houdt. Dat is de enige functie van angst en het geloof in zonde en schuld, de droom in stand houden.

En ik zie ook dat het ontdekken hiervan een proces is dat zich op denkgeest niveau afspeelt en dat elke schijnbaar afzonderlijke denkgeest hier achter gaat komen onvermijdelijk. Dat valt niet te forceren, of op te dringen, af te dwingen of te onderwijzen, dat besef of inzicht komt wanneer het komt als de denkgeest er klaar voor is. En ook dit besef hoef ik niet steeds te bevestigen door ‘anderen’ daarmee om de oren te slaan. Het is echt iets wat zich in de ogenschijnlijk persoonlijke denkgeest afspeelt, en dus niet in het persoonlijke lichaam, want dat is ook nog steeds denkgeest.

Het lijkt misschien wel dat onderwijzen helpt, maar ik denk dat alleen de denkgeest die eraan toe is dát opvangt wat deze kán (wil) opvangen.

Alles wat een ik daar meer aan doe dan het ‘eraan toe zijn’ gewoon toe te laten, is weer opnieuw kiezen voor angst (ego).Nu dat besef er is, en nog steeds groeit, kan ik ook niet meer boos worden op zgn anderen die er nog niets van snappen, of dom bezig zijn of wat voor (angst) gedachten die ik daar nog over had. De denkgeest is waar deze is en daar kan niemand wat aan veranderen. Uiteindelijk is ontwaken onvermijdelijk of ik daar nu iets aan doe of niet. Ik hoef niet meer zo nodig mee te helpen met dat ontwaken. Hierdoor merk ik dat ik weer een soort van terugkeer in de wereld, maar nu totaal anders. Ik gedraag me “normaal”, maar nu niet meer vanuit het geloof in zonde, schuld en angst en maak me geen zorgen meer dat ik “iets” moet doen om de denkgeest te veranderen.
“Normaal” doen is het script spelen/leven zoals het zich voordoet en dat niet veranderen vanuit het oordelen over of het wel spiritueel verantwoord is of niet, of het wel spiritueel liefdevol is of niet spiritueel haatvol. Want dat is duidelijk kiezen voor het proces van ontwaken over te laten nemen door het ego (de keuze voor angst en het geloof in zonde en schuld).Nogmaals het gevoel dat het een onvermijdelijk proces is, geeft enorm veel rust en alles wat ik te veel doe aan dat proces, is voor ego kiezen, dus voor het geloven in zonde, schuld en angst kiezen, remt het juist af, en houdt de denkgeest vast in de droom van afscheiding.
Ik hoef ook niet te vechten tegen al die ego verdedigingsgedachten, of ze te ontkennen, of er boos om te worden. Terwijl ik ze speel, ervaar precies zoals ze zich voordoen in het script, kan ik tegelijkertijd ervoor kiezen er naar te kijken vanuit de onpersoonlijke denkgeest die niet vanuit het geloof in zonde, schuld en angst denkt en bereid is tot ware vergeving.

Ik zie ook wel hoe het proces verder zich ontwikkeld, daar heb ik geen idee over, tot het ervaren wordt. Dat vertrouwen is er nu gewoon altijd.

Dit alles wat ik nu opschrijf is niet om na te doen, of na te streven, het is een persoonlijke ervaring, die niet beter of slechter is dan wat voor ervaring dan ook ervaren door de denkgeest.
Het onvermijdelijke ontwaken uit de droom, onvermijdelijk omdat ook de droom maar een droom is, welke niets aan Waarheid, Eenheid, de Liefde van God, kan veranderen, lijkt een persoonlijk proces, omdat dat een concept is wat ik, de in afscheiding gelovende denkgeest kan begrijpen. En dat begripsniveau wordt nu her-gebruikt in een omgekeerde beweging waarbij als het ware door ware vergeving elke gedachte die de droom in stand houdt, stap voor stap wordt afgepeld, totdat het klaar is en het onvermijdelijke terug herinneren in Liefde, Eenheid, Waarheid een feit is.

 

Even een herfstig filosofisch gedachte blokje om in de denkgeest, niet wetende wat er om de volgende bocht zal opdwarrelen in het denken.

Neem even aan dat wat de ‘ik’ nu ervaart een gedachte is, een gedachte gedacht door de denkgeest die deze gedachte denkt en projecteert, zodat er in de gedachte een denk-beeld opdoemt, nog steeds gedacht door de gedachte die denkt. De ‘ik’ kan dan niets anders zijn dan ook een gedachte, gedacht door de gedachte die denkt en projecteert.
Maar wat is de gedachte dan, wat is de denkgeest die denkt?
Het lichaam? Nee natuurlijk niet, want het lichaam is een gedachte van de gedachte die denkt. En een gedachte blijft een gedachte een gedachte verandert nooit in iets anders dan een gedachte. Gedachten zelf zijn veranderlijk, dus projecties (welke ook gedachten zijn en niets anders) ook. Gedachten verlaten nooit hun bron de denkende denkgeest. Gedachten kunnen nooit veranderen in autonome los van de gedachte staande vormen, zoals de wereld, lichamen, dingen en situaties.
Alles is dus alleen maar gedachte, gedacht door de denkgeest die alleen in staat is te denken/projecteren. Nogmaals, projecties zijn 100% gedachten.
Zijn gedachten dan ‘echt’, ‘waar’?
Nee, als ik voorgaande gedachtegang logisch doortrek, dan zijn gedachten ook niet ‘echt’, niet ‘werkelijk’. Waar komen gedachten dan vandaan?
Uit de gedachte dat het mogelijk is te denken dat gedachten waar zijn.
En zo zit de gedachte gevangen in een gesloten gedachten systeem, dat zichzelf in stand houd door zijn eigen gedachten.
En de gedachte kan hier niet mee stoppen, want dan verdwijnt de gedachte in het ophouden van de gedachte, wat nog steeds een gedachte is…

Dit gaat verder dan “wat zou ik zijn zonder deze of deze gedachte”.
Want dan wordt er nog vanuit gegaan dat er een ‘iets’ (ik) is wat iets denkt en daardoor denkt te bestaan.
Wat echter, zou de gedachte zijn zonder de gedachte…
En dan staat de gedachte op het randje van zijn zelf bedachte gedachte wereld, een bedachte gedachte wereld, gedacht met maar één doel, een gedachte zijn en blijven.
De gedachte houdt zichzelf in stand door zijn eigen gedachte en bedachte gedachten en de vraag “wat zou de gedachte zijn zonder gedachte”, roept enorme weerstandsgedachten op.
Waarom? Omdat de gedachte (denkgeest) zonder gedachte niet meer de gedachte kan hebben dat er een gedachte is…

De gedachte die op dit gedachtepunt uitkomt zal er alles aan doen de gedachte gaande te houden om de gedachte, dat er ook geen gedachte is die denkt, dus ook geen denkgeest die denkt, te ontlopen. Daarom komt elke gedachte die gedacht wordt door de denkgeest die denkt dat hij bestaat omdat deze denkt, voort uit angst, vermomd in miljarden gedachte variaties hiervan, welke alleen maar gedacht worden als verdediging tegen het verdwijnen van gedachten…
En dan staat de gedachte aan die afgrond van angst. Een afgrond welke ook een gedachte is bedacht door de gedachte zelf, niet als waarschuwing of als uitnodiging om wel of niet te springen, maar als wederom een gedachte om de gedachte in stand en gaande te houden.

Er is dus ook geen denkgeest die gedachte heeft, dan alleen in de denkgeest die denkt gedachten te hebben en zichzelf daarmee denkt in stand te houden.
Een niet bestaande perpetuum mobile van gedachten…
Hoe daar een einde aan komt?
Wie/wat stelt deze vraag?
Dat kan niets anders zijn dan de gedachte die met deze vraag het perpetuum mobile van gedachten in stand wil houden.

“Er is geen wereld!” (WdI.132.6:2)

%d bloggers liken dit: