archiveren

Tagarchief: vergeving

Er is geen rangorde in overleven, met deze gedachte werd ik wakker en dat vond ik meteen een inspirerende en een geruststellende vrede gevende gedachte.
“Leven” in een lichaam, in deze wereld is de ego versie van wat leven is.
Eigenlijk van wat Leven niet is.
Leven met als doel afscheiding kan geen leven zijn.
Elke vorm van leven die anders bedoeld is dan Leven in God, kan geen leven zijn.

Kijk naar de wereld, kijk naar hoe de poging om afgescheiden van God te leven eruit ziet, kijk hoe dat ervaren wordt. De onmogelijke wens om afgescheiden van God, van Liefde, van Éénheid te leven kan toch in niets anders resulteren dan in lijden, pijn, en de hel?
Als Hemel (God, Eenheid, non-dualisme) IS dan moet aarde (ego, afscheiding, dualisme) wel hel zijn.
Het is alles of niets, er kan niet een beetje hemel of een beetje aarde zijn, beide sluiten elkaar uit.

Niets in deze wereld kent een rangorde in lijden, pijn, of speciale vreugde want er is maar één oorzaak: de wens om afgescheiden te zijn van God, Liefde, Éénheid, non-dualisme. Zelfs daar hebben we verschillende woorden voor die maar één betekenis hebben. De een zal God een prettig woord vinden, de ander zal ervan walgen, de één vindt Liefde een prachtig woord, de ander zal ervan walgen, de een vindt non-dualisme een prachtig woord de ander walgt ervan en zo gaat dat met alle woorden, want woorden zijn 2x verwijdert van Waarheid.
In Éenheid, non-dualisme bestaan geen woorden. Een woord is een afgescheiden naam geven nadat gekozen is voor afscheiding en uit “Alles” (Eénheid) ineens een stukje “iets” lijkt te zijn ontstaan. En dat “iets” krijgt voordat het als vergissing terug kan keren in de natuurlijkje staat van “Alles” een naam, en wordt zo als het ware vastgelegd in steen.
En dit wordt nu meteen gezien als Waar, het nieuwe waar, het nieuwe leven, met miljarden mogelijkheden en rangorden in pijn,  lijden en kortstondige vreugde en speciale liefde.

Als ik hier goed naar kijk, zonder oordeel dan kan ik geen rangorde aanbrengen in vormen van lijden, want dan is er maar één vorm van lijden met maar één oorzaak; er wordt alleen geleden aan de ziekelijke wens afgescheiden te leven van God, Liefde, Éénheid, non-dulaisme, Waarheid.
En dat lijden speelt zich niet af in de woorden, namen die we onze projecties van lijden en pijn hebben gegeven, maar in de denkgeest die gekozen heeft voor een schijnbare mogelijkheid dromen te hebben van afscheiding en daarin te geloven als zijnde waar.

De  oplossing kan dan ook alleen maar zijn alle vormen van lijden en pijn, eerst te herkennen en te onderkennen en dan terug te (ver)geven aan de Denkgeest (Heilige Geest) die Weet en de herinnering in zich draagt aan God.

Zoals Een cursus in wonderen zegt in het 1ste principe van wonderen:
“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal” (T1.I.1:1-4).

Het wonder van vergeving ziet geen rangorde in pijn en lijden dat is het mooie en troostende ervan. Ik lijd niet meer of minder dan een ander. Alle lijden en pijn die ik ervaar in een bepaald scenario is dezelfde pijn en lijden die jij ervaart in jouw scenario. De bron (de wens voor afscheiding) is dezelfde alleen de uitvoering (de projecties) de film op het filmdoek lijken te verschillen, En het geloof in het waarheidgehalte van de film houdt de film draaiende.
Het vergeven van het geloof in de film en dus het geloof in de waarheid ervan, doet de interesse en de investering in de film uitdoven en oplossen in het Licht van Waarheid.

Uit: “Inleiding tot Een cursus in wonderen” – Kenneth Wapnick:

“Vergeving kan dus in drie fundamentele stappen worden samengevat.
De eerste stap is dat ik onderken dat het probleem niet
buiten me is, op dat scherm. Het probleem zit vanbinnen, in mijn
film. In de eerste stap geef ik te kennen dat mijn woede niet gerechtvaardigd
is, hoewel mijn woede me altijd voorhoudt dat het
probleem buiten me ligt, bij jou, en dat jij moet veranderen zodat
ik niet hoef te veranderen. Kortom: de eerste stap betekent dat het
probleem niet buiten me ligt, maar daarentegen in mij zit. Deze stap
is zo wezenlijk om dat God het Antwoord op het probleem van de
afscheiding in ons binnenste heeft neergelegd: de Heilige Geest is
niet buiten ons, de Heilige Geest is in ons, in onze denkgeest. Door
vol te houden dat het probleem buiten ons ligt – en dat gebeurt bij
projectie altijd – houden we het probleem weg van het antwoord.
En dat is precies wat het ego wil, want wanneer het probleem wordt
beantwoord door de Heilige Geest, houdt het ego op te bestaan.
Dus het ego is heel doortrapt en subtiel als het erom gaat ons te
doen geloven dat het probleem buiten ons ligt, of dat nu in een ander
mens is – ouders, leraren, vrienden, partners, kinderen, de ministerpresident
– of in de aandelenmarkt, het weer of in God Zelf. We zijn
er allemaal uitermate bedreven in het probleem te zien waar het niet
is, zodat de oplossing gescheiden kan blijven van het probleem. In
het Werkboek staan twee lessen die dat heel duidelijk maken, namelijk
les 79 en les 80: ‘Laat me het probleem zien, zodat het kan
worden opgelost’ en ‘Laat me zien dat mijn problemen zijn opgelost.’
Er is maar één probleem en dat is het geloof in de afscheiding zelf,
oftewel het probleem van schuld, en dat zit altijd vanbinnen, niet
buiten je. De eerste stap van vergeving is dus, zoals gezegd, dat ik
erken dat het probleem niet in jou zit; het probleem zit in mij. De
schuld ligt niet in jou, de schuld ligt in mijzelf. Het probleem zit niet
op het scherm waarop ik het projecteerde, het zit in de film in mijn
binnenste en dat is een film van schuld.

Dan komt de tweede stap, en dat is de moeilijkste. Het is een stap
die we koste wat het kost willen zien te vermijden. We moeten nu
iets doen aan die film, dat wil zeggen: we moeten iets doen aan onze
eigen schuld. Ik wil benadrukken dat juist dat de reden is dat we tot
het uiterste gaan om die woede en aanval te rechtvaardigen en in
stand te houden; juist dat is de reden dat we de wereld willen blijven
zien als opgesplitst in goed en slecht. Zolang we dat doen kunnen
we die tweede stap vermijden, want bij de tweede stap zien we onze
eigen schuld en al onze gevoelens van zelfhaat onder ogen.
Bij de eerste stap erken ik dat mijn woede niets anders is dan de
beslissing mijn schuld te projecteren. Maar bij de tweede stap erken
ik dat de schuld zelf óók een beslissing vertegenwoordigt. De
schuld symboliseert de beslissing mijzelf als schuldig in plaats van
als schuldeloos te zien. In plaats daarvan moet ik onderkennen dat
ik een Zoon van God ben in plaats van een zoon van een ego; dat
mijn ware Thuis niet in deze wereld is maar dat mijn ware Thuis
eerder in God is. Dat kunnen we pas als we onze schuld onder ogen
zien en de uitspraak doen dat dit niet is wat we werkelijk zijn. En die
uitspraak kunnen we niet doen zolang we niet eerst iemand anders
aanzien en zeggen: ‘Jij bent niet wat ik van jou gemaakt heb. Je bent
in wezen wat God geschapen heeft .’
Er staan een paar heel indringende passages in de Cursus die beschrijven
hoe vreselijk beangstigend deze tweede stap is. Het komt
vaak voor dat mensen, vooral de eerste keren dat ze Een cursus in wonderen
inkijken, het verkeerde idee hebben dat het allemaal mooi
en makkelijk is. De Cursus kan je op het verkeerde been zetten als
je niet oplet. Op het ene niveau wordt er gezegd hoe eenvoudig het
is, hoe we in feite allemaal ‘thuis zijn in God, en dromen van ballingschap’
(T10.I.2:1) en hoe al die stappen in een ogenblik genomen
kunnen worden, louter door ons denken te veranderen, enzovoort.
Dan kan het dus gebeuren dat we die passages lezen en al die andere
passages maar vergeten, waarin er sprake is van de verschrikkelijke
angst die dat proces oproept: het onbehagen, de weerstand en
het conflict dat ontstaat wanneer we deze stappen zetten waarin we
onze schuld onderhanden nemen.
Niemand kan het ego loslaten zonder eerst zijn of haar eigen
schuld en angst aan te pakken, want dat is het ego. In het evangelie
zei Jezus: ‘Wie zijn kruis niet opneemt en mij niet volgt, kan mijn
volgeling niet zijn!’ (Matth. 10:38; Mk 8:34; Lk 14:27). Dan spreekt
hij dus hierover. Je kruis opnemen wil zeggen dat je iets doet aan je
eigen schuld en angst en daarmee het ego transcendeert. Je kunt dat
proces met geen mogelijkheid doorlopen zonder moeilijkheden en
pijn. Let op: dat is niet Gods Wil voor ons; het is onze eigen wil. Wij
zijn degenen die schuld in het leven hebben geroepen, dus voordat
we die kunnen loslaten moeten we hem onder ogen zien en dat kan
heel pijnlijk zijn. Er zijn twee plaatsen waar juist dit proces en de
hoeveelheid angst die dat met zich meebrengt beschreven wordt:
de lessen 170 en 196 ( WdI.170; WdI.196.9-12). Ook in ‘De twee werelden’
in de tekst (T18.IX.3) gaat het over de ogenschijnlijk gruwelijke
beklemming waar we doorheen moeten en de verschrikkingen
die gepaard gaan met het verwerken van deze vrees voor God. Dit
is het laatste obstakel voor vrede en daar ligt onze schuld het diepst
begraven.

Dus de tweede stap bestaat in feite uit de bereidheid onze schuld
onder ogen te zien en durven zeggen dat het een uitvinding is van
onszelf, erkennen dat de schuld geen symbool is voor Gods geschenk
aan ons maar voor de beslissing onszelf te zien zoals God ons niet
geschapen heeft. Dat wil zeggen dat we onszelf zien als kind van
schuld en niet als kind van liefde. Een cursus in wonderen benadrukt
heel duidelijk dat wij, omdat we degenen zijn die de schuld gemaakt
hebben, niet degenen zijn die hem ongedaan kunnen maken. Om
dat te kunnen doen hebben we hulp nodig die van buiten het ego
komt. Die hulp is de Heilige Geest. En de enige keuze die we hebben
is de Heilige Geest uit te nodigen het denksysteem van het ego te
corrigeren en de schuld van ons weg te nemen. Dat is de derde stap.
Bij de tweede stap zeggen we in feite tegen de Heilige Geest: ‘Ik wil
mezelf niet langer als schuldig zien; neem dat alstublieft van me weg’.

De derde stap is aan de Heilige Geest en hij neemt de schuld weg,
eenvoudig omdat hij die in feite al weggenomen heeft . Het enige
probleem is dat wij dat moeten aanvaarden.

Samenvattend: de eerste stap maakt de geprojecteerde woede ongedaan
door te zeggen dat het probleem niet buiten me ligt, maar
in me. De tweede stap maakt duidelijk dat het probleem dat in me
zit een probleem van eigen makelij is en dat ik het nu niet meer wil.
De derde stap volgt wanneer ik het heb overgedragen aan de Heilige
Geest en Hij het probleem van me wegneemt.”

Opmaak test6

Er is nooit GEEN innerlijke stem. Het scheelt maar een “G” in deze dubbele ontkenning, maar deze is van essentieel belang. Het verschil tussen onjuist gericht denken (ego) en juist gericht denken (HG/J).
Het zogenaamde “horen” van een innerlijke stem is totaal niet bijzonder laat staan speciaal.
Waarom niet? Omdat “we” altijd een innerlijke stem horen. We kunnen niets anders dan een innerlijke stem horen, omdat niet het lichaam hoort, maar de denkgeest (mind).

We denken dat  als we een innerlijke stem horen dat wel van de heilige geest oftewel van onze juist gerichte denkgeest moet komen, alsof de stem van het ego niet uit de denkgeest komt, maar vanuit een lichaam (de onjuist gerichte denkgeest).

Dat komt omdat het ego denksysteem een manier heeft gevonden om te verbergen dat er alleen denkgeest is en dat alles uit denkgeest komt. En die manier is de ego gedachte, welke altijd een gedachte van afscheiding is, achter een scherm van vergetelheid verstopt door de gedachte te projecteren buiten de denkgeest en deze projecties als oorzaak en gevolg te zien, waardoor de werkelijke bron, de denkgeest geheel uit de aandacht verdwijnt.

Nu is het niet zo dat als we beslissen dat we vanaf nu alleen naar de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) willen luisteren het lichaam en zijn zogenaamde ervaringen moeten ontkennen, dat zou immers het ontkennen van de egodenkgeest zijn, want daar komen die projecties en zogenaamde ervaringen vandaan. En als we de egodenkgeest ontkennen en afdoen met “oh, het zijn maar illusies” dan ontnemen we onze kans om deze egogedachtes te herkennen en te zien.

De beslissing om vanaf nu alleen nog maar te luisteren naar onze juist gerichte gedachtes (HG/J denkgeest) houdt juist in dat we eerst kijken zonder oordeel, zonder ze te veroordelen dus, naar al onze onjuist gerichte gedachtes, alle gedachtes van afscheiding (ego denkgeest), zodat we de andere keuze kunnen maken en ware vergeving (WdII.1. Wat is vergeving?) erop toe kunnen passen.
Dat is het lange, eenvoudige, maar niet makkelijke leerproces van ECIW.

Dus hoe dan ook we horen altijd een innerlijke stem een stem afkomstig van onze keuze voor egodenkgeest of voor de keuze van HG/J denkgeest. Waarbij de keuze voor egodenkgeest altijd vanuit het lichaam lijkt te komen, omdat vergeten moet worden dat er alleen denkgeest is, en dat bij de keuze voor HG/J denkgeest altijd herinnerd wordt dat die keuze vanuit de denkgeest komt en via vergeving terug gegeven kan worden aan de juist gerichte denkgeest.

En natuurlijk kan een gedachte ook meteen vanuit HG/J denkgeest komen, maar ga er maar vanuit dat elke gedachte eerst vanuit egodenkgeest komt, en dit herkend dient te worden alvorens opnieuw de keuze te maken, maar nu voor HG/J denkgeest.

Hoe herken ik dit? Als een gedachte niet 100% vredig is en 100% (ver)oordeelloos is komt de gedachte 100% zeker vanuit de keuze voor het egodenken en is de enige juiste stap, de gedachte herkennen, terug te nemen naar de bron de denkgeest en opnieuw te kiezen voor HG/J denkgeest en te vergeven.

Zo verloopt het leerproces van ECIW, het stap voor stap (gedachte voor gedachte) terug herinneren in de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) een (vele) levenslang leerproces dat onvermijdelijk is of men nu wel of niet bezig is met een zgn spiritueel pad.
Want de afscheiding heeft nooit werkelijk plaatsgevonden en is slechts een nietig dwaas idee van de denkgeest die even dacht dat deze afgescheiden kon zijn van Éénheid, God, Liefde of hoe je het onnoembare ook mag noemen. En dat ene nietig dwaas idee herhaalt zichzelf bij iedere volgende gedachte. En wat anders kan deze vergissing terugdraaien dan ware vergeving, welke ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat afscheiding van Één mogelijk zou kunnen maken?

Uit: “Inleiding tot Een cursus in wonderen” – Kenneth Wapnick:

“Vergeving kan dus in drie fundamentele stappen worden samengevat.
De eerste stap is dat ik onderken dat het probleem niet
buiten me is, op dat scherm. Het probleem zit vanbinnen, in mijn
film. In de eerste stap geef ik te kennen dat mijn woede niet gerechtvaardigd
is, hoewel mijn woede me altijd voorhoudt dat het
probleem buiten me ligt, bij jou, en dat jij moet veranderen zodat
ik niet hoef te veranderen. Kortom: de eerste stap betekent dat het
probleem niet buiten me ligt, maar daarentegen in mij zit. Deze stap
is zo wezenlijk om dat God het Antwoord op het probleem van de
afscheiding in ons binnenste heeft neergelegd: de Heilige Geest is
niet buiten ons, de Heilige Geest is in ons, in onze denkgeest. Door
vol te houden dat het probleem buiten ons ligt – en dat gebeurt bij
projectie altijd – houden we het probleem weg van het antwoord.
En dat is precies wat het ego wil, want wanneer het probleem wordt
beantwoord door de Heilige Geest, houdt het ego op te bestaan.
Dus het ego is heel doortrapt en subtiel als het erom gaat ons te
doen geloven dat het probleem buiten ons ligt, of dat nu in een ander
mens is – ouders, leraren, vrienden, partners, kinderen, de ministerpresident
– of in de aandelenmarkt, het weer of in God Zelf. We zijn
er allemaal uitermate bedreven in het probleem te zien waar het niet
is, zodat de oplossing gescheiden kan blijven van het probleem. In
het Werkboek staan twee lessen die dat heel duidelijk maken, namelijk
les 79 en les 80: ‘Laat me het probleem zien, zodat het kan
worden opgelost’ en ‘Laat me zien dat mijn problemen zijn opgelost.’
Er is maar één probleem en dat is het geloof in de afscheiding zelf,
oftewel het probleem van schuld, en dat zit altijd vanbinnen, niet
buiten je. De eerste stap van vergeving is dus, zoals gezegd, dat ik
erken dat het probleem niet in jou zit; het probleem zit in mij. De
schuld ligt niet in jou, de schuld ligt in mijzelf. Het probleem zit niet
op het scherm waarop ik het projecteerde, het zit in de film in mijn
binnenste en dat is een film van schuld.

Dan komt de tweede stap, en dat is de moeilijkste. Het is een stap
die we koste wat het kost willen zien te vermijden. We moeten nu
iets doen aan die film, dat wil zeggen: we moeten iets doen aan onze
eigen schuld. Ik wil benadrukken dat juist dat de reden is dat we tot
het uiterste gaan om die woede en aanval te rechtvaardigen en in
stand te houden; juist dat is de reden dat we de wereld willen blijven
zien als opgesplitst in goed en slecht. Zolang we dat doen kunnen
we die tweede stap vermijden, want bij de tweede stap zien we onze
eigen schuld en al onze gevoelens van zelfhaat onder ogen.
Bij de eerste stap erken ik dat mijn woede niets anders is dan de
beslissing mijn schuld te projecteren. Maar bij de tweede stap erken
ik dat de schuld zelf óók een beslissing vertegenwoordigt. De
schuld symboliseert de beslissing mijzelf als schuldig in plaats van
als schuldeloos te zien. In plaats daarvan moet ik onderkennen dat
ik een Zoon van God ben in plaats van een zoon van een ego; dat
mijn ware Thuis niet in deze wereld is maar dat mijn ware Thuis
eerder in God is. Dat kunnen we pas als we onze schuld onder ogen
zien en de uitspraak doen dat dit niet is wat we werkelijk zijn. En die
uitspraak kunnen we niet doen zolang we niet eerst iemand anders
aanzien en zeggen: ‘Jij bent niet wat ik van jou gemaakt heb. Je bent
in wezen wat God geschapen heeft .’
Er staan een paar heel indringende passages in de Cursus die beschrijven
hoe vreselijk beangstigend deze tweede stap is. Het komt
vaak voor dat mensen, vooral de eerste keren dat ze Een cursus in wonderen
inkijken, het verkeerde idee hebben dat het allemaal mooi
en makkelijk is. De Cursus kan je op het verkeerde been zetten als
je niet oplet. Op het ene niveau wordt er gezegd hoe eenvoudig het
is, hoe we in feite allemaal ‘thuis zijn in God, en dromen van ballingschap’
(T10.I.2:1) en hoe al die stappen in een ogenblik genomen
kunnen worden, louter door ons denken te veranderen, enzovoort.
Dan kan het dus gebeuren dat we die passages lezen en al die andere
passages maar vergeten, waarin er sprake is van de verschrikkelijke
angst die dat proces oproept: het onbehagen, de weerstand en
het conflict dat ontstaat wanneer we deze stappen zetten waarin we
onze schuld onderhanden nemen.
Niemand kan het ego loslaten zonder eerst zijn of haar eigen
schuld en angst aan te pakken, want dat is het ego. In het evangelie
zei Jezus: ‘Wie zijn kruis niet opneemt en mij niet volgt, kan mijn
volgeling niet zijn!’ (Matth. 10:38; Mk 8:34; Lk 14:27). Dan spreekt
hij dus hierover. Je kruis opnemen wil zeggen dat je iets doet aan je
eigen schuld en angst en daarmee het ego transcendeert. Je kunt dat
proces met geen mogelijkheid doorlopen zonder moeilijkheden en
pijn. Let op: dat is niet Gods Wil voor ons; het is onze eigen wil. Wij
zijn degenen die schuld in het leven hebben geroepen, dus voordat
we die kunnen loslaten moeten we hem onder ogen zien en dat kan
heel pijnlijk zijn. Er zijn twee plaatsen waar juist dit proces en de
hoeveelheid angst die dat met zich meebrengt beschreven wordt:
de lessen 170 en 196 ( WdI.170; WdI.196.9-12). Ook in ‘De twee werelden’
in de tekst (T18.IX.3) gaat het over de ogenschijnlijk gruwelijke
beklemming waar we doorheen moeten en de verschrikkingen
die gepaard gaan met het verwerken van deze vrees voor God. Dit
is het laatste obstakel voor vrede en daar ligt onze schuld het diepst
begraven.

Dus de tweede stap bestaat in feite uit de bereidheid onze schuld
onder ogen te zien en durven zeggen dat het een uitvinding is van
onszelf, erkennen dat de schuld geen symbool is voor Gods geschenk
aan ons maar voor de beslissing onszelf te zien zoals God ons niet
geschapen heeft. Dat wil zeggen dat we onszelf zien als kind van
schuld en niet als kind van liefde. Een cursus in wonderen benadrukt
heel duidelijk dat wij, omdat we degenen zijn die de schuld gemaakt
hebben, niet degenen zijn die hem ongedaan kunnen maken. Om
dat te kunnen doen hebben we hulp nodig die van buiten het ego
komt. Die hulp is de Heilige Geest. En de enige keuze die we hebben
is de Heilige Geest uit te nodigen het denksysteem van het ego te
corrigeren en de schuld van ons weg te nemen. Dat is de derde stap.
Bij de tweede stap zeggen we in feite tegen de Heilige Geest: ‘Ik wil
mezelf niet langer als schuldig zien; neem dat alstublieft van me weg’.

De derde stap is aan de Heilige Geest en hij neemt de schuld weg,
eenvoudig omdat hij die in feite al weggenomen heeft . Het enige
probleem is dat wij dat moeten aanvaarden.

Samenvattend: de eerste stap maakt de geprojecteerde woede ongedaan
door te zeggen dat het probleem niet buiten me ligt, maar
in me. De tweede stap maakt duidelijk dat het probleem dat in me
zit een probleem van eigen makelij is en dat ik het nu niet meer wil.
De derde stap volgt wanneer ik het heb overgedragen aan de Heilige
Geest en Hij het probleem van me wegneemt.”

Opmaak test6

Deze week begint met palmtakken en eindigt met lelies, het witte en
heilige teken dat Gods Zoon onschuldig is. Laat geen duister teken
van kruisiging tussen de reis en het reisdoel komen, tussen de aanvaarding
van de waarheid en de uitdrukking daarvan. Deze week vieren
we het leven, niet de dood. En we eren de volmaakte zuiverheid
van Gods Zoon, en niet zijn zonden. Bied jouw broeder het geschenk
van lelies aan, niet de doornenkroon; de gave van liefde, niet het ‘geschenk’
van angst. Jij staat naast je broeder, doornen in de ene en lelies
in de andere hand, onzeker wat te geven. Schaar je nu aan mijn
kant en werp de doornen weg, en geef de lelies in hun plaats. Deze
Pasen wil ik graag het geschenk van jouw vergeving ontvangen, door
jou aan mij gegeven en door mij aan jou teruggegeven. We kunnen
niet verenigd zijn in kruisiging en dood. Noch kan de opstanding
compleet zijn tot jouw vergeving op Christus rust, samen met die van
mij. (T20.I.2:1-10)

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

Uit: “Inleiding tot Een cursus in wonderen” – Kenneth Wapnick:

“Vergeving kan dus in drie fundamentele stappen worden samengevat.
De eerste stap is dat ik onderken dat het probleem niet
buiten me is, op dat scherm. Het probleem zit vanbinnen, in mijn
film. In de eerste stap geef ik te kennen dat mijn woede niet gerechtvaardigd
is, hoewel mijn woede me altijd voorhoudt dat het
probleem buiten me ligt, bij jou, en dat jij moet veranderen zodat
ik niet hoef te veranderen. Kortom: de eerste stap betekent dat het
probleem niet buiten me ligt, maar daarentegen in mij zit. Deze stap
is zo wezenlijk om dat God het Antwoord op het probleem van de
afscheiding in ons binnenste heeft neergelegd: de Heilige Geest is
niet buiten ons, de Heilige Geest is in ons, in onze denkgeest. Door
vol te houden dat het probleem buiten ons ligt – en dat gebeurt bij
projectie altijd – houden we het probleem weg van het antwoord.
En dat is precies wat het ego wil, want wanneer het probleem wordt
beantwoord door de Heilige Geest, houdt het ego op te bestaan.
Dus het ego is heel doortrapt en subtiel als het erom gaat ons te
doen geloven dat het probleem buiten ons ligt, of dat nu in een ander
mens is – ouders, leraren, vrienden, partners, kinderen, de ministerpresident
– of in de aandelenmarkt, het weer of in God Zelf. We zijn
er allemaal uitermate bedreven in het probleem te zien waar het niet
is, zodat de oplossing gescheiden kan blijven van het probleem. In
het Werkboek staan twee lessen die dat heel duidelijk maken, namelijk
les 79 en les 80: ‘Laat me het probleem zien, zodat het kan
worden opgelost’ en ‘Laat me zien dat mijn problemen zijn opgelost.’
Er is maar één probleem en dat is het geloof in de afscheiding zelf,
oftewel het probleem van schuld, en dat zit altijd vanbinnen, niet
buiten je. De eerste stap van vergeving is dus, zoals gezegd, dat ik
erken dat het probleem niet in jou zit; het probleem zit in mij. De
schuld ligt niet in jou, de schuld ligt in mijzelf. Het probleem zit niet
op het scherm waarop ik het projecteerde, het zit in de film in mijn
binnenste en dat is een film van schuld.

Dan komt de tweede stap, en dat is de moeilijkste. Het is een stap
die we koste wat het kost willen zien te vermijden. We moeten nu
iets doen aan die film, dat wil zeggen: we moeten iets doen aan onze
eigen schuld. Ik wil benadrukken dat juist dat de reden is dat we tot
het uiterste gaan om die woede en aanval te rechtvaardigen en in
stand te houden; juist dat is de reden dat we de wereld willen blijven
zien als opgesplitst in goed en slecht. Zolang we dat doen kunnen
we die tweede stap vermijden, want bij de tweede stap zien we onze
eigen schuld en al onze gevoelens van zelfhaat onder ogen.
Bij de eerste stap erken ik dat mijn woede niets anders is dan de
beslissing mijn schuld te projecteren. Maar bij de tweede stap erken
ik dat de schuld zelf óók een beslissing vertegenwoordigt. De
schuld symboliseert de beslissing mijzelf als schuldig in plaats van
als schuldeloos te zien. In plaats daarvan moet ik onderkennen dat
ik een Zoon van God ben in plaats van een zoon van een ego; dat
mijn ware Thuis niet in deze wereld is maar dat mijn ware Thuis
eerder in God is. Dat kunnen we pas als we onze schuld onder ogen
zien en de uitspraak doen dat dit niet is wat we werkelijk zijn. En die
uitspraak kunnen we niet doen zolang we niet eerst iemand anders
aanzien en zeggen: ‘Jij bent niet wat ik van jou gemaakt heb. Je bent
in wezen wat God geschapen heeft .’
Er staan een paar heel indringende passages in de Cursus die beschrijven
hoe vreselijk beangstigend deze tweede stap is. Het komt
vaak voor dat mensen, vooral de eerste keren dat ze Een cursus in wonderen
inkijken, het verkeerde idee hebben dat het allemaal mooi
en makkelijk is. De Cursus kan je op het verkeerde been zetten als
je niet oplet. Op het ene niveau wordt er gezegd hoe eenvoudig het
is, hoe we in feite allemaal ‘thuis zijn in God, en dromen van ballingschap’
(T10.I.2:1) en hoe al die stappen in een ogenblik genomen
kunnen worden, louter door ons denken te veranderen, enzovoort.
Dan kan het dus gebeuren dat we die passages lezen en al die andere
passages maar vergeten, waarin er sprake is van de verschrikkelijke
angst die dat proces oproept: het onbehagen, de weerstand en
het conflict dat ontstaat wanneer we deze stappen zetten waarin we
onze schuld onderhanden nemen.
Niemand kan het ego loslaten zonder eerst zijn of haar eigen
schuld en angst aan te pakken, want dat is het ego. In het evangelie
zei Jezus: ‘Wie zijn kruis niet opneemt en mij niet volgt, kan mijn
volgeling niet zijn!’ (Matth. 10:38; Mk 8:34; Lk 14:27). Dan spreekt
hij dus hierover. Je kruis opnemen wil zeggen dat je iets doet aan je
eigen schuld en angst en daarmee het ego transcendeert. Je kunt dat
proces met geen mogelijkheid doorlopen zonder moeilijkheden en
pijn. Let op: dat is niet Gods Wil voor ons; het is onze eigen wil. Wij
zijn degenen die schuld in het leven hebben geroepen, dus voordat
we die kunnen loslaten moeten we hem onder ogen zien en dat kan
heel pijnlijk zijn. Er zijn twee plaatsen waar juist dit proces en de
hoeveelheid angst die dat met zich meebrengt beschreven wordt:
de lessen 170 en 196 ( WdI.170; WdI.196.9-12). Ook in ‘De twee werelden’
in de tekst (T18.IX.3) gaat het over de ogenschijnlijk gruwelijke
beklemming waar we doorheen moeten en de verschrikkingen
die gepaard gaan met het verwerken van deze vrees voor God. Dit
is het laatste obstakel voor vrede en daar ligt onze schuld het diepst
begraven.

Dus de tweede stap bestaat in feite uit de bereidheid onze schuld
onder ogen te zien en durven zeggen dat het een uitvinding is van
onszelf, erkennen dat de schuld geen symbool is voor Gods geschenk
aan ons maar voor de beslissing onszelf te zien zoals God ons niet
geschapen heeft. Dat wil zeggen dat we onszelf zien als kind van
schuld en niet als kind van liefde. Een cursus in wonderen benadrukt
heel duidelijk dat wij, omdat we degenen zijn die de schuld gemaakt
hebben, niet degenen zijn die hem ongedaan kunnen maken. Om
dat te kunnen doen hebben we hulp nodig die van buiten het ego
komt. Die hulp is de Heilige Geest. En de enige keuze die we hebben
is de Heilige Geest uit te nodigen het denksysteem van het ego te
corrigeren en de schuld van ons weg te nemen. Dat is de derde stap.
Bij de tweede stap zeggen we in feite tegen de Heilige Geest: ‘Ik wil
mezelf niet langer als schuldig zien; neem dat alstublieft van me weg’.

De derde stap is aan de Heilige Geest en hij neemt de schuld weg,
eenvoudig omdat hij die in feite al weggenomen heeft . Het enige
probleem is dat wij dat moeten aanvaarden.

Samenvattend: de eerste stap maakt de geprojecteerde woede ongedaan
door te zeggen dat het probleem niet buiten me ligt, maar
in me. De tweede stap maakt duidelijk dat het probleem dat in me
zit een probleem van eigen makelij is en dat ik het nu niet meer wil.
De derde stap volgt wanneer ik het heb overgedragen aan de Heilige
Geest en Hij het probleem van me wegneemt.”

Opmaak test6

Een aanhaling die ik graag even wil delen is een stukje tekst uit “De 50 wonderprincipes van Een cursus in wonderen“, van Kenneth Wapnick, uit principe 24.
Hier wordt het misverstand uiteengezet over wat onder “de gelukkige droom” wordt verstaan.

De gelukkige droom is een staat van volledige bewustwording van de denkgeest (dus niet van het brein/lichaam) welke weet dat het droomt, en weet dat de wereld en het lichaam dat er lijkt te zijn, alleen een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, dat is “ware waarneming”.
De gelukkige droom is NIET een betere gelukkige versie van een wereld die nog steeds als waar wordt gezien, want dat is nog steeds “onware waarneming”.
Het draait enkel en alleen om het wel of niet meer aanwezig zijn van schuld in de denkgeest. Dus niet om de afwezigheid van schuld in de wereld of in mij als lichaam, maar om de afwezigheid van schuld in de denkgeest (mind).
En dat maakt een “wereld” van verschil.

Dat wat “wij” met opzet willen vergeten, kan dan ook niet door  de “ons” die wij denken en geloven te zijn; lichamen in een wereld, worden bereikt, door iets te “doen” aan de illusie die we juist hebben opgezet om dat wat Waar is te verbergen.
Elke vorm van fiksen in de wereld die als verdediging is opgezet tegen wat Waar is, is juist het verstevigen van de afscheiding van wat Waar is, en verankert de denkgeest juist steviger in onwaarheid.

“Omdat het in deze principes niet aan de orde komt, wil ik hierbij
opmerken dat het ontwaken uit de droom niet het doel is van Een
cursus in wonderen. Het doel is de nachtmerrie te veranderen in een
gelukkige droom. In de gelukkige droom leven we nog steeds in
deze illusoire wereld, de wereld van afzonderlijke lichamen, maar
zonder dat we er nog langer enige schuld op projecteren. Het is leven
in deze wereld met wat “ware waarneming” wordt genoemd. Wat
de Cursus “de werkelijke wereld” noemt, is een wereld volkomen
zonder zonde in onze denkgeest. Dat is het doel van de Cursus. Hij
zegt dat God Zelf de laatste stap zet, en dat is wat ons uiteindelijk
volledig uit de droom doet ontwaken ( T11.VIII.15:5). Maar waar Een
cursus in wonderen zich op richt, is ons te helpen in deze wereld te
leven, die een wereld van het lichaam is, maar zonder de projecties
van schuld.”
(Principe 24)

En aangezien een wereld, welke een projectie is van de (ego) denkgeest vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, na volledige vergeving de (illusoire droom) functie van het geloof in zonde, schuld en angst niet meer nodig heeft, zal deze verdwijnen, omdat het er nooit geweest is, zonder een spoor van angst. Dat wordt er met de laatste stap die God Zelf zet bedoelt.
Deze laatste stap en het hoe en waarom ervan kan door ons in de hoedanigheid van waar we denken en geloven te zijn als lichaam in een wereld niet echt begrepen of overzien worden.
Het blijft een abstract iets. Vandaar dat ECIW ons ontmoet daar waar we denken en geloven te zijn en ons in een voor ons begrijpelijke “taal”, stap voor stap terug leidt, door elke stap die eerst diende om afgescheiden te raken van God, Liefde, Eénheid, dmv ware vergeving om te draaien en zo het tapijt van ruimte en tijd terug te rollen tot het uiteindelijk oplost in dat wat IS en buiten ons beperkte droom begrip valt.

Het feit dat dit angst oproept, angst voor het onbekende, (en dat doet het als we eerlijk durven te kijken, dus ook gedachten als “nee hoor ik ben niet bang voor God”) bewijst dat we in onze huidige staat van afgescheidenheid, geen idee hebben, laat staan een overzicht hebben over waar Waar, of God of Liefde over gaat. Tegelijkertijd geeft het ook de kans deze weerstand tegen God, Liefde, Eénheid (want dat is het) onder ogen te leren zien en als vergevingskans en materiaal te gaan leren zien.
De gelukkige droom is de staat van de denkgeest die elke gedachte als vergevingsmateriaal en kans ziet en meteen zonder aarzeling (ver)geeft aan HG/J en weet dat het daarmee helpt de hele ene denkgeest tenslotte te bevrijden uit de waan van het afgescheiden ego denken.

Ware Vergeving, oftewel doorzien dat er “niets” gebeurt is, en Waar nog steeds Waar is, geldt voor elke gedachte die langskomt.
Ware Vergeving gaat niet over alleen de grote opvallende vervelende of verschrikkelijke gedachten + situaties (projecties) die ervaren worden vergeven. Het is alles of niets. Alles wat ervaren wordt is een poging tot afscheiding en wordt als zodanig gezien, of niet.
Ook het gesjoemel en selecteren van gedachten welke wel geschikt zijn voor vergeving en welke niet, is gewoon weer een afscheidingsgedachte, een keuze voor ego-denken, met maar één doel, de afscheiding in stand houden.

Uiteindelijk zal Ware Vergeving resulteren in het automatisch herkennen van de vergevende functie in plaats van de afscheidende functie, die in elke gedachte aanwezig is, zonder daar opnieuw een oordeel over te hebben.
Tot het zover is, is elke gedachte oefenmateriaal, vergevingsmateriaal, en een vergevingskans.

Elke gedachte+projectie als oefenmateriaal om te leren vergeven gaan zien, betekent dat ook de ontkennende en verbergende kracht (dissociatie) van het egodenken wordt doorzien en ook weer als vergevingsmateriaal en kans kan worden gezien.
Niets hoef meer verborgen gehouden te worden, niets ontkend of veranderd, alleen oordeelloos kijken en vergeven, terwijl gelijktijdig op het toneel “mijn” dagelijkse leven zich afspeelt.
Vergevingsmateriaal kan immers alleen herkend worden op het moment dat er wordt ervaren. Vindt er tijdens het ervaren of er vlak voor al censuur plaats, bijvoorbeeld “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, dan is er gewoon weer gekozen voor ego-denken en wordt het kostbare vergevingsmateriaal weer netjes verborgen in het onderbewuste, waar het veilig beschermd is tegen vergeving. En wordt ook niet gezien dat die zojuist gedachte gedachte: “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, ook weer niets anders is dan opnieuw vergevingsmateriaal en vergevingskans.
Dus opnieuw, elke gedachte is vergevingsmateriaal en een vergevingskans.
En dat heel vervelend en irritant vinden is ook weer vergingsmateriaal en een vergevingskans enz. enz.

Dit eerlijk observeren en alles als vergevingskans en materiaal zien kan niet volgehouden worden als dat gebeurt vanuit vasthouden aan een “ik” identificatie die dit alles in z’n eentje moet zien te volbrengen.  Hoe merk ik dat? Als er irritatie, woede, hopeloosheid, twijfel enz. optreed. Het lijkt dan dat dat komt door het vergeven, maar op een dieper verborgen niveau is het weer “gewoon” de egoweerstand, welke kost wat kost afgescheiden wil blijven van wat onveranderlijk Waar is.
Anders gesteld, de weerstand die ervaren wordt is een keuze, en wordt gebruikt om afscheiding in stand te houden. Met andere woorden “ik wil dit”, ik wil weerstand ervaren, want dit houdt mij afgescheiden van wat onveranderlijk Waar is.

Als er werkelijk de bereidheid is tot eerlijk kijken, dan moet er eerst bewust gekozen worden voor de juist gerichte-waarnemende-denkgeest (in ECIW gesymboliseerd als Heilige Geest en of Jezus), in plaats van de keuze voor de onjuist gerichte-waarnemende-denkgeest (ego). Dat is slechts een keuze, niet gevolgd door een “doen” welke razendsnel gaat interpreteren hoe dat er dan uit moet gaan zien, want dat is ook weer kiezen voor ego-denken. Wat trouwens ook meteen weer, mits “gezien” een vergevingskans en materiaal is!
Er kan dus niet “fout” gedacht worden, daar nogmaals, elke gedachte de potentie in zich heeft om als vergevingskans en materiaal te dienen.
En dit kan alleen gezien worden vanuit juist gericht-denken, de oordeelloze, waarnemende denkgeest stand.
Naarmate er vaker gekozen wordt om een gedachte als vergevingskans en materiaal te zien, zal het ook makkelijker worden bewust voor juist gericht-denken te kiezen in plaats van voor onjuist gericht-denken (ego). Totdat de “weegschaal” definitief doorslaat naar alleen nog maar de keuze voor juist gericht-denken en alles wat ervaren wordt automatisch richting Ware Vergeving wordt gevoerd.
Met als resultaat dat er nog steeds wordt ervaren wat er wordt ervaren, maar dan 100% vanuit juist gericht-denken, waardoor automatisch alles anders wordt gezien en ervaren.
Maar nogmaals dit is niet een “doen” vanuit een persoonlijk “ikje”, maar een logisch gevolg van consequent toegepaste Ware Vergeving, welke dan wordt gezien als de nog enig overgebleven functie, zolang er nog wordt ervaren.

Trouwens, elke weerstand die gevoeld wordt tijdens het lezen van dit blogje (en dat doet het, ook bij mij, dit ontkennen is ook weer de keuze voor ego-denken, maar dus ook weer een vergevingskans), is de “normale” weerstand als gevolg van een (onbewuste) keuze voor het afgescheiden willen zijn van wat Waar is. Normaal, omdat elke gedachte die er is, op de eerste plaats vanuit de keuze voor ego-denken komt, maar er kan gekozen worden dat niet meer serieus te nemen, en alleen nog als louter vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien en alleen in die zin “belangrijk”, om te leren herkennen en onderkennen.

Een cursus in wonderen gaat over het leren vergeven middels Ware Vergeving en nergens anders over.
En het heet Een cursus in wonderen, omdat het wonder een totale omslag in het denken van de denkgeest is als gevolg van Ware Vergeving.

 

%d bloggers liken dit: