archiveren

Tagarchief: les 5

De “miscreaties” die wij de schepping van god noemen, welke zich lijken te manifesteren als “onze werkelijkheid”, zijn de miscreaties ten gevolgen van de keuze voor ego. Geboren uit het onmogelijke nietig dwaas idee dat afscheiding van God mogelijk is. Dat idee is zo onnatuurlijk dat het niet anders dan grote angst, pijn en lijden en een alles overheersend gevoel van schuld oproept. Een gevoel dat zo’n sterke aantrekkingskracht lijkt te hebben dat vergeten wordt wat de oorzaak ervan is; het geloof in een nietig dwaas onmogelijk idee, dat vervolgens wel schijnbaar waar wordt gemaakt, en geprojecteerd moet worden teneinde de pijn en de angst en de schuld ogenschijnlijk kwijt te raken. Iets wat lijkt te lukken, doordat er nu ineens schuld, angst en lijden buiten “mijzelf” wordt waargenomen, of in “mij” als lichaam, wat ook nog steeds een projectie is buiten de denkgeest.
ECIW zegt hierover:

Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard. 2Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. 3Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren. 4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen. 9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden. 10Maar de uitkomst is zo zeker als God.
T2.3:1-10)

En les 5 zegt dan: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dus de onverdraaglijke pijn die ik denk en geloof te ervaren wordt niet veroorzaakt door gebeurtenissen buiten “mij” als lichaam, de eindeloze kluwen totaal krankzinnige gebeurtenissen die wij de wereld noemen, maar door de krampachtig in stand gehouden onnatuurlijk wens tot afgescheiden willen zijn van God.
Die onmogelijke wil tot afgescheiden willen zijn van God is de oorzaak van alles, van alle ondraaglijke pijn en lijden en wordt veroorzaakt door slechts één beslissing gemaakt door de keuzemakende denkgeest.

En aan het maken van die onmogelijke keuze, keer op keer miljarden keren, komt op een gegeven moment een onvermijdelijk einde als de onvermijdelijkheid ervan wordt ingezien en er niet meer voor wordt gekozen en ook dat is slechts één keuze.
Dus daardoor wordt het mogelijk al die schijnbare miljarden keuzes en problemen terug te brengen tot één schijnbaar probleem (de keuze voor afscheiding), één oplossing (de keuze voor terug herinneren in God).
Meer valt er niet te doen, want de uitkomst is zo zeker als God.
Dit betekent in de praktijk binnen de droom, dat elke “speciale” droom van pijn, en lijden een andere functie kan krijgen. Niet meer de functie onder leiding van het ego, voor afscheiding van God, maar de functie tot het terug herinneren in God.
En die keuze is de enige keuze die gemaakt hoeft te worden in alle schijnbare situaties die pijn en lijden lijken te veroorzaken.

Hoe langer ik met ECIW bezig bent en ook echt toepas in het dagelijkse leven van alle dag en nacht, des te meer en duidelijker zie ik de truc van het egodenken om alles wat herinnert aan Waarheid eenvoudig weg om te keren, zodat het het tegenovergestelde van Waarheid laat zien. Als ik op die manier kijk naar wat het egodenken maakt kan ik ook beter zien wat het probeert te verbergen achter deze wisseltruc welke alleen maar een poging tot het verbergen en vergeten van Waarheid, Eenheid is.

Als de ervaring er een is van het leven van een ‘normaal’ rustig leven, met wat onvermijdelijke hobbels hier en daar afgewisseld met leuke en succesvolle ervaringen, valt de omkeer truc van het egodenken niet zo op en wordt het leven geaccepteerd zoals het is en berust men gelaten in zijn lot ondertussen een zo comfortabel mogelijk leventje te maken, door alle problemen die langskomen te negeren, of zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Is de ervaring echter dat van een zeer intensief leven, met grote pieken en vooral zeer diepe dalen, dan zal vroeg of laat de vraag rijzen: ‘is dit nou leven, zoveel ellende dat kan toch niet echt de bedoeling zijn, dat moet toch anders kunnen?’
Dan wordt de waarnemer in ons wakker en groeit de bereidheid ‘anders te willen kijken’.

Als dat wat wij in de wereld van het ego denken waarnemen/ervaren als ‘weef foutjes’, als iets wat afwijkt van wat wij accepteren als ‘normaal’, dan kan ik dat zien als een reminder dat de wereld nu eenmaal niet perfect is, dat ‘shit happens’, of ja je hebt nu eenmaal slechterikken en braverikken, het is je eigen schuld, het zit in je genen daar doe je niets aan, het is de schuld van de ouders, kinderen, familie, buren, regering, dingen en situaties, maar ik kan het ook, als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest zien als een reminder dat die ‘weef foutjes’ totaal niet passen binnen Waarheid, Eenheid, dus het ook gezien kan worden als slechts een poging Waarheid, Eenheid te verbergen achter het precies tegenovergestelde van Waarheid, Eenheid. Dat maakt het ‘weef foutje’ niet fout maar slechts een op z’n kop beeld van Waarheid, Eenheid.

Neem ik bijvoorbeeld waar dat het leven ervaren wordt als een aan ernstige angststoornis en depressiviteit lijdende persoon wat een ‘normaal’ leven onmogelijk maakt, dan kan ik dat als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest ook zien als juist het omgekeerde van wat het lijkt te zijn.
Ik denk dan maar weer meteen aan les 5 uit het Werkboek:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk:

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar.
Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.1).

Ik zie deze woorden: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dan ook als een uitnodiging, om dat wat ik dacht te zien en te geloven en als waarheid aannam, binnen het egodenken, als precies het omgekeerde van Waarheid te zien en dus als een poging om mijzelf aan Waarheid, Eenheid, Liefde te onttrekken. Wat natuurlijk sowieso een onmogelijk idee is, wat alleen mogelijk lijkt te zijn door mijn geloof erin.

Dus de waarneming van een aan angststoornis en depressie lijdende persoon welke eigenlijk een projectie laat zien van de keuze voor afgescheiden te willen zijn van Waarheid, Eenheid, Liefde wordt nu een uitnodiging ‘anders’ te willen gaan zien, door dat wat ik dacht te zien als waarheid, als vergissing te onderkennen, en deze vergissing te Vergeven, (Ware Vergeving zie: WdII.1 blz. 404) waardoor de herinnering aan Waarheid, Eenheid, Liefde weer in het bewustzijn terug keert.
Les 34 helpt mij hieraan te herinneren:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort” (WdI.34.1)

Een waarneming van een vredige wereld, niet een vredige wereld op zich als feitelijke vorm. (onthoud: “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2))
Dus hoe dit zich als resultaat van Ware Vergeving zal projecteren in enige vorm, doet er dan niet meer toe, omdat ik dan werkelijk weet en ervaar dat niet de vorm de oorzaak is van angst en depressie, maar de keuze voor het denksysteem van zonde, schuld en angst en deze voor waarheid aan te zien en erin te geloven. Hoe dan ook zal er vanzelf de Inspiratie zijn om dat te doen wat het meest liefdevol is, hoe het er ook uit moge zien.

Dat wat ik in mijn broeder denk en geloof te zien is altijd een spiegel voor mijzelf die laat zien voor welk denksysteem ik kies; voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego), of voor juist gerichtheid van denken (HG/J).
Zo zal de omkeer truc van het egodenken mij niet meer verblinden, maar juist een reminder worden voor wat het probeert te verbergen achter deze meester omkeer truc.

 

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

We wensen elkaar nu allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar” toe en dat moeten we vooral blijven doen op het toneel van de illusie, of van de droom, of de hallucinatie of hoe je dat wat nooit gebeurt kan zijn, maar toch een ervaring “lijkt” ook wilt noemen.
Want om te kunnen ontwaken uit een droom, moet wel eerst het bewustzijn dat de droom een droom is terug komen in de denkgeest (mind).
En dit kan niet door de droom gewoon even te veranderen in een andere misschien voor mij betere droom, waarbij ik probeer alle obstakels en zogenaamde tegenwerkingen in de “wereld” op te lossen en of aan te passen, door bijvoorbeeld te zorgen dat ik gezond blijf, meer geld krijg, kortom dat de wereld rondom mij beter wordt. Dat zou gewoon weer een andere variatie op hetzelfde thema.
In die zin wensen we elkaar met “gelukkig Nieuwjaar” gewoon weer verder de afscheiding in.

Het is nodig de droom precies zo te zien als deze zich voor lijkt doen en te beseffen dat wat ik (denkgeest) denk en geloof te zien alleen een betekenis heeft, omdat ik (denkgeest) het een betekenis heb gegeven.
En die betekenis is een schijnbetekenis, omdat wat ik betekenis geef een droombeeld is, een hallucinatie geboren uit angst (maar niet om de reden die ik denk, of bedacht heb (les 5)), met als enig doel afgescheiden te zijn van Waarheid die daar met opzet verborgen achter schuil gaat.

Het kan bijna niet anders dat ik als denkgeest die dit script heeft bedacht en daar 100%  in gelooft als verdediging tegen dit “nieuwe” idee denkt: huh!?, wat!?, maar waarom in vredesnaam!?
Een hele slimme ego vraag, want een vraag suggereert een antwoord, en zowel vraag als antwoord suggereren dat er echt iets gebeurt is; dat ik mezelf echt van Waarheid, Eenheid, God heb afgescheiden en me nu afvraag waarom en hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.
En juist deze vraag en antwoord houden de afscheiding in stand.

Dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, kán dus niet gebeurt zijn, want Eén is één (non-dualiteit) en kan nooit werkelijk twee (dualiteit) worden.
Echter er is schijnbaar wél een ervaring dát er schijnbaar iets gebeurt is.
Dit ontkennen “want het is maar een droom” is niet wat ECIW mij leert.
De droom kan dan een andere functie krijgen, door elke gedachte als omkering van Waarheid te gaan herkennen en door ware vergeving weer terug te laten keren in de weerspiegeling van het ware bewustzijn, welke oordeelloos kijkt, zonder iets te willen verbeteren en elke gedachte ziet als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus wat er op het toneel van de droom lijkt te gebeuren, wordt nu een moment om te leren zien dat wat daar gebeurt niet gebeurt om de reden die ik denk en geloof, maar om af te scheiden en ik ook kan leren er ánders naar te leren kijken door “ogen” van ware vergeving, welke oordeelloos kijkt en ziet dat “doen” niet iets is wat dat droomfiguur doet op het toneel van droom, maar dat “doen” het effect is van het doen van ware vergeving op denkgeest niveau.

Dus allemaal Gelukkig Nieuwjaar, tegelijkertijd wetende dat ik niet eens weet wat dat betekent, want ik ben immers ook nooit gelukkig om de reden die ik denk! (Variatie op les 5).

… eigenlijk heeft iedereen die in een “hier” in tijd en ruimte als lichaam denkt en geloofd te zijn “Zelfmoord” gepleegd. Met nadruk op “denkt en gelooft” omdat het mechanisme van “geloven” er voor zorgt dat het ervaren in tijd en ruimte als lichaam als enige waarheid wordt gezien en daardoor (opzettelijk) totaal blind is voor dat het onmogelijk is “Zelfmoord” te plegen.
Door opzettelijk, onbewust blind te zijn voor dit vreemde, eigenlijk onmogelijke geloof ervaren we deze onmogelijke Zelfmoord niet als onmogelijk, maar projecteren de onmogelijkheid (welke onbewust moet blijven) als mogelijkheid binnen het idee van het ego-geloof, waardoor zelfmoord wel degelijk mogelijk lijkt. Sterker nog elk zogenaamd “leven” leidt binnen het ego-geloof regelrecht en onvermijdelijk tot de dood. In principe is dus elke binnen het ego-geloof onvermijdelijke “dood”, zelfmoord, of zelfdoding.
Ondertussen heeft het oorspronkelijk doel van het ego-geloof het Zelf te vermoorden, geen enkel effect op het Zelf.

Deze gedachten kwamen in mij op, toen ik een verhaal las van een moeder wiens zoon zelfmoord pleegde en waarbij dan de tranen over mijn wangen lopen. En ik wilde daar toch even naar kijken, want les 5 “Ik voel nooit onvrede [of verdriet] om de reden die ik denk” zit stevig verankerd in mijn denkgeest.
Emoties hebben tegenwoordig voor mij de betekenis en waarde van kiezen voor iets wat onmogelijk waar kan zijn, maar waar ik dan kennelijk toch voor kies het wel waar te laten lijken zijn, wat niets anders kan betekenen dan kiezen voor de ego kant van de denkgeest, oftewel kiezen voor afscheiding van het non-dualistische Zelf.

Door dit te willen zien en volledig toe te laten krijgen emoties een andere functie.
Niet meer het oorspronkelijke doel van het ego, namelijk als manier om de afscheiding toch waarheidsgehalte te laten krijgen, maar juist om terug te herinneren in het Zelf, middels ware vergeving.
Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”

Dit besef en het opnieuw maken van de keuze is “stil binnenwerk”. In de wereld van de droom, de geprojecteerde wereld van het ego-geloof, in die film, op dat toneel speelt zich schijnbaar een emotioneel drama af, maar tegelijkertijd, doordat het een andere functie heeft gekregen, neemt de denkgeest een andere beslissing. Daardoor verdwijnt de blokkade die tot doel heeft af te scheiden en komt de herinnering aan de oneindige ruimte welke we het Zelf kunnen noemen weer volledig terug.

Het lijden in de droom zal daardoor beslist dragelijker worden, daar het niet meer “persoonlijk” wordt genomen en geweten wordt dat niets ooit werkelijk kan sterven:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4)

Op zich is er voor “verlossing” (verlossing van het nietig dwaas idee dat afscheiding van Eén mogelijk is), maar één gedachte nodig…

Maar ja zo werkt het niet in de praktijk waarin we denken en echt geloven te zijn.
Miljarden gedachten worden elke seconde gedacht, met maar één doel het nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is werkelijk te doen laten lijken.
En ook al hebben al die miljarden gedachten maar één doel; een nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is in stand te houden, ogenschijnlijk hebben al die miljarden (afscheidingsgedachten) allemaal verschillende en wisselende doelen.
De ene denkgeest die dit denkt, en wil denken, om redenen van afscheiding, bevindt zich nu in een totale chaotische compleet gestoorde wirwar van gedachten en probeert dat enigszins te sturen en onder controle te houden door al die verschillende doelen aan de verschillende stukjes afgescheiden denkgeest (wat er uit ziet als personen, dingen en situaties) toe te bedelen.
Wat we denken en geloven te zien en ervaren zijn dus projecties van de ene denkgeest die voor afscheiding kiest en dat ziet eruit en wordt ervaren als een persoonlijke “ik” ervaring, ten midden, van miljarden andere “ik” ervaringen.

In die zin is het idee van er is maar één gedachte nodig voor verlossing te volgen.
(zie ook: H.12. Hoeveel leraren van God zijn er nodig om de wereld te redden? En bedenk dat ECIW ons altijd aanspreekt als denkgeest, dat wat we zijn, en niet als mensen van vlees en bloed, wat we onmogelijk kunnen zijn dan alleen in een krankzinnige afscheidings fantasie van zonde, schuld en angst).

Echter de volstrekt schizofrene, krankzinnige in totale verwarring zijnde denkgeest (wij dus) zal dit niet zomaar kunnen aanvaarden en accepteren.
En mocht je je nu beledigd voelen of wat voor weerstand voelen dan ook, (wees daar eerlijk in, want die weerstand is er, in wat voor vorm dan ook) dan is dat niet om de reden die ik denk (les 5).
De gestoorde, zieke denkgeest zal zijn zieke denkgeest verdedigen, van geboorte tot dood, omdat het hem in de afscheiding houdt. Er is geen andere reden dan die onmogelijke, krankzinnige wens.

En ook al doorzie ik intellectueel de totale krankzinnigheid van die onmogelijke wens (onmogelijk omdat afscheiding van Eén, Waar echt onmogelijk is) dan nog is een stap voor stap proces nodig om de denkgeest totaal te doen laten genezen.
En dat is de enige verantwoordelijkheid die ik als denkgeest heb.
Mijn verantwoordelijkheid is niet de wereld te verbeteren, mijn verantwoordelijkheid is de denkgeest te laten genezen van één onmogelijk krankzinnig idee dat slechts in stand wordt gehouden door het geloof erin.
In dat stap voor stap proces van vergeving (zie WdII.1. Wat is vergeving? (blz.404)), wordt elke gedachte gedachte, (mijn hele zelf bedachte, gekozen en geprojecteerde script) opnieuw gebruikt, nu niet meer als middel tot afscheiding, maar als middel voor vergeving. Vergeving van wat onmogelijk werkelijk gebeurt kan zijn, namelijk afgescheiden raken van Eén, van wat Waar is.

Vandaar dat in principe enkel en alleen les 5 en les 34 zouden kunnen voldoen.
Ik zal beide lessen hieronder plakken voor het gemak:

“LES 5
Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. 2Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. 3De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
4Dit is niet waar. 5Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
6Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende
oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van
de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft.
2Bijvoorbeeld:

3Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
4Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden
waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin
je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien
moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen
zwaarder laat wegen dan andere. 2Het kan helpen de oefeningen
te laten voorafgaan door de volgende stelling:

3Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
4Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate
waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag
toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere.
2Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:

3Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
4Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal
als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en
probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die
jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan
ze hecht. 2Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de
naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel,
zoals jij dat ervaart. 3Andere voorbeelden zijn:

4Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
5Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.

6Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg” (WdI.5.1-7).

“LES 34
Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. 2Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. 3Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. 4Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.

2. Voor de oefeningen van vandaag zijn drie langere oefenperioden nodig.
2Aangeraden wordt er een ‘s ochtends en een ‘s avonds te doen, met nog
een derde ergens daartussenin op een tijdstip waarop je je er het meest
klaar voor voelt. 3Alle oefeningen moeten met gesloten ogen worden gedaan.
4Het is je innerlijke wereld waarop het idee van vandaag moet worden
toegepast.

3. Voor elk van de lange oefenperioden is ongeveer vijf minuten van gedachtenonderzoek
nodig. 2Onderzoek je denkgeest op angstgedachten, situaties
die je verontrusten, ‘ergerlijke’ personen of gebeurtenissen, of iets
anders waarover je weinig liefdevolle gedachten koestert. 3Merk ze allemaal
terloops op, en herhaal het idee voor vandaag langzaam terwijl je
gadeslaat hoe ze in je denkgeest opdoemen, laat ze dan een voor een los,
en ga door met de volgende.

4. Als het je moeite gaat kosten om aan specifieke onderwerpen te denken,
blijf het idee dan rustig voor jezelf herhalen, zonder het op iets in het bijzonder
toe te passen. 2Zorg er echter wel voor dat je niets speciaal uitsluit.

5. De korte toepassingen dienen talrijk te zijn en moeten telkens worden
uitgevoerd wanneer je voelt dat je innerlijke vrede op enigerlei wijze
wordt bedreigd. 2De bedoeling is jezelf de hele dag tegen verleidingen te
beschermen. 3Als een concrete vorm van verleiding in je bewustzijn omhoogkomt,
moet de oefening deze vorm krijgen:

4Ik zou in deze situatie vrede kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie.

6. Als de aantasting van je innerlijke vrede meer een algemene vorm van
nare emoties aanneemt zoals gedeprimeerdheid, onrust of tobberij, hanteer
dan het idee in zijn oorspronkelijke vorm. 2Als je voelt dat jij meer dan
één toepassing van het idee van vandaag nodig hebt om je te helpen in
enige specifieke context tot andere gedachten te komen, probeer er dan
een paar minuten voor uit te trekken en die te besteden aan het herhalen
van het idee, tot je enig gevoel van verlichting bespeurt. 3Het zal jou
helpen als je concreet tegen jezelf zegt:

4Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn
gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door
vrede” (wdI.34.1-6).

En bedenk lessen zijn er om geoefend te worden, alleen begrijpen is niet genoeg.
En het oefenmateriaal is altijd voorhanden, want dat zijn simpelweg alle gedachten die ik heb elke seconden van wat ik geloof en denk dat “mijn” leven is.
Een eraan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn te oefenen, omdat “hij” niet anders meer kan.

En wat resultaatgerichtheid betreft, wat denk je dat het resultaat is van een genezen denkgeest, zou deze nog voor het voort laten duren van afscheiding kiezen door nog steeds te blijven geloven in zijn eigen projecties van zonde, schuld en angst?

 

 

 

Heel behulpzaam bij het ware vergevingsproces is me eerst af te vragen als ik weer eens onvrede ervaar over iets of iemand of “mijzelf”, en dat is in principe altijd het eerste gevoel bij elke gedachte.
Want wees eerlijk, komt het heel vaak voor dat ik me bij een gedachte in totale vrede voel? En als ik nu denk, nou soms wel soms niet, dan zou ik eigenlijk, ook weer als ik heel eerlijk kijk, moeten constateren dat het eigenlijk nooit is. Omdat elke gedachte die er is altijd eerst als een speciale, dus als ego gedachte verschijnt.
Ontken ik dat, dan is dat meteen weer een ego gedachte, want ontkennen gaat (als ik eerlijk kijk) met een gevoel van onvrede gepaard, dus komende van de keuze voor ego, oftewel de keuze om in de afscheiding te blijven, oftewel de (onmogelijke) wens uit Eenheid, Liefde, God te blijven.

Mocht ik tijdens het lezen van deze zin gedachten voorbij zien komen als: ja, hallo, mag ik dan niets meer denken, of ja dááág, dat is toch niet te doen…, moeten we het nu altijd over dat ego hebben!.. vertel eens wat leuks… ik ben toch liefde, potverdorie!? Of wat voor onvrede gedachte dan ook, dan kies ik gewoon weer voor afgescheiden te blijven: de ego reflex, welke niet anders kan. Dat is immers het doel van elke ego gedachte: niets anders dan in afscheiding te blijven, uit de buurt blijven van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je het onnoembare non-dualistische ook wilt noemen. Dáár is het ego, het afgescheiden dualistische denken voor gemaakt en nergens anders voor.

Ik voel helemaal geen onvrede, ook al lijkt dat zo, omdat iemand mij iets aandoet, of dat alles tegen lijkt te zitten, of ik ziek ben of m’n stinkende best doe om gezond te blijven, of dat ik alles alleen moet doen, of dat iedereen zich met mij bemoeit, of dat ik geen geld heb, of juist te veel, geen werk, of te veel werk, of wat dan ook. Alles van een piepklein gevoel van onvrede tot een lawine van onvrede, het heeft enkel en alleen als doel in de afscheiding te blijven, afgescheiden van Eenheid, Liefde, God. Er is géén rangorde in ego ervaringen, want ook al zien ze er allemaal verschillend uit en voelen ze allemaal verschillend, ze hebben maar één doel: in afscheiding te blijven, en dat is een keuze. Niet de vorm (ziekte, armoe en noem nog maar een paar miljard verschijningsmogelijkheden) waarin het gevoel zich toont is een keuze, maar wel de keuze voor afgescheiden te willen blijven. Er ligt dus eigenlijk maar één keuze ten grondslag aan elke ervaring die ik denk en geloof te hebben: de wens om afgescheiden te zijn en blijven.
En die keuze ziet er op een bepaalde manier uit (mijn persoonlijke projecties), omdat de keuze voor afgescheiden te blijven verborgen moet blijven, en het moet lijken alsof iets buiten mij, of ikzelf als lichaam, de oorzaak is van alle persoonlijke ellende en overwinningen die ik behaal op anderen of situaties.

Als ik dat eerst weet te constateren als ik weer eens onvrede voel, (hoe groot of klein ook) dan is het enorm behulpzaam dát eerst te constateren: ik voel nooit onvrede om de rede die ik denk (les 5).
Het is een geweldige reminder even stil te staan op het denkgeest kruispunt van de keuze, de keuze voor afscheiding of dat wat ik voel en ervaar als reminder te laten gebruiken om juist terug te herinneren in Eenheid, Liefde, God, in plaats als een reminder om af te scheiden daarvan.

De valkuil eerst te gaan analyseren, richt de focus weer op de vorm waarin het gevoel van onvrede zich wil weg-projecteren, weg van de bron de denkgeest die alleen voor afscheiding wil kiezen en dat verbergt achter de projectie die dan weer alle aandacht krijgt en als oorzaak wordt gezien, in plaats van de (onbewust gehouden) keuze voor afscheiding.

Er is overigens niets mis met analyseren, als maar eerst het verborgen doel ervan onder ogen wordt gezien; en dat is altijd de wens tot afscheiding. Analyseren kan dan voor in ieder geval begrip zorgen waarom iets leek te gebeuren, zodat het proces van ware vergeving makkelijker kan worden voltooit.
Op die manier krijgt elke gedachte en gevoel van onvrede die ik herken achter de projectie nu een andere functie. Niet meer die van de wens om af te scheiden van Eénheid, Liefde, God, maar juist van die van reminder om pas op de plaats te maken en opnieuw te kiezen en nu voor ware vergeving van wat leek te gebeuren, maar nu wordt ontmanteld als enkel en alleen de onnodige, onmogelijke wens van de denkgeest om zich af te scheiden van Eénheid, Liefde God.

Er valt niets anders te doen dan dat.
De film die “ik” als denkgeest die kiest voor afscheiding heb gemaakt, vanuit een geloof in afscheiding, wat onbewust (verborgen) voor een gigantisch schuldgevoel zorgt, geprojecteerd, kan nu ook alleen nog gezien worden als reminder voor welke keuze “ik” de denkgeest heeft gekozen.
Niet de film dient daarom verandert te worden in iets beters, want hoe kan dan nog mijn vergevingsmateriaal en kansen worden gezien? Nee, laat de film de film, alleen nog gebruikt als reminder voor waar hij voor staat (afscheiding) en verander alleen het denken erover door middel van ware vergeving.
En omdat het denken kan veranderen zal dat automatisch voor een andere ervaring zorgen, welke kan Inspireren tot een meer liefdevollere beslissing, vanuit de denkgeest die heel goed beseft dat niet de film is wat hij is, maar de gedachte achter de film.
Het wonder gaat over een omslag in het denken niet om een omslag in de film.
Net zo goed als het in de afspiegeling ervan in de wereld onzin zou zijn als ik naar een film zit te kijken en ter plekke de film wil gaan veranderen op het doek of in de tv.
Ik kan hooguit weglopen of de tv uitzetten.
En dat is precies wat we voortdurend doen als denkgeest die met opzet “vergeten” is dat deze denkgeest is en niet een lichaam. We weigeren te kijken naar de bron van wat we lijken te ervaren, de denkgeest, die kiest voor afscheiding en zetten dat bewustzijn uit en zien dan niet dat het dan slechts gewoon weer een andere interpretatie is, nog steeds de keuze voor afgescheiden te willen zijn.

Maar…. er is een andere manier, die weliswaar “vergeten” kan worden, maar er altijd nog is en onvermijdelijk weer herinnerd zal worden.

 

 

%d bloggers liken dit: