archiveren

Tagarchief: de wereld

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Gekte, waanzin, de wereld dus, kan zichzelf alleen maar eindeloos herhalen, waardoor het de schijn van eindeloosheid krijgt, maar eigenlijk niets anders is dan het vastzitten in de groef van het herhalen van waanzin. Een gek geworden kopieermachine.
Waanzin maakt waanzin, maakt waanzin, maakt waanzin. Het leven, de wereld is niets anders dan een waanzinnig perpetuum mobile, dat zichzelf in stand houdt, door erin te willen geloven. Niets anders houdt het in stand.

Dit doorzien en het willen geloven erin terugnemen, stap voor stap, opent de weg uit dit perpetuum mobile, welke oplost in zijn eigen onmogelijke waanzin…

perpetuum-mobile

Het lichaam, dieren, dingen, situaties, de wereld het universum is een ervaring, ze ervaren niet zelf, omdat ze zelf een ervaring zijn, ze bestaan enkel als ervaring, een ervaring die de denkgeest ervaart, welke zelf ook een ervaring is, een onmogelijke ervaring, die slechts lijkt plaats te vinden bij de gratie van het geloof in een nietige dwaze onmogelijke ervaring.
Aangezien de ervaring wel in staat lijkt tot ervaren door de ervaring van erin geloven, kan alleen het terugtrekken van het geloof in de ervaring de ervaring ongedaan maken.
Ervaar, ervaar en ervaar totaal en volledig. zodat elke ervaring teruggebracht kan worden naar het totale NIET ervaren, dat wat niet te ervaren valt binnen het onmogelijke en daardoor beperkte ervaren van wat ik (de ervarende ervaring) denk en geloof te ervaren.

Grappig, ergens wel, liep ik net te bedenken al boodschappen doende; ik kwam ECIW in m’n leven tegen als antwoord op een steeds urgentere vraag: “dit kan niet waar zijn, er moet toch een andere manier zijn?” en nu kan ik stellen: ja klopt, het is ook niet waar, maar de andere manier is niet dat het anders is geworden in de vorm, maar ánders op het niveau van de denkgeest.
Dat wat niet waar is, zijn al mijn zonde, schuld en angst gedachten in al hun oneindige variaties, plus de projecties daarvan, die nog steeds gedachten zijn, wat betekent dat mijn projecties, die nog steeds alleen maar gedachten zijn ook niet waar zijn.
Dus zolang ik mijn projecties nog los zie van de gedachten waar ze aan vast zitten, zal ik blijven proberen de ‘andere manier’ te forceren in een of andere uiterlijke vorm. En zolang ik dat blijf proberen blijft alles hetzelfde, namelijk een afwisseling van grote en kleine gelukjes en grote en kleine ongelukjes in dat wat ik mijn leven noem en waar ik me tegen blijf verzetten, of er een dikke laag spirituele roze suiker over strooi. Beide met hetzelfde effect, ik blijf geloven dat er een wereld is die ik kan verbeteren of kan vernietigen.

Conclusie:
Dat wat ik mijn leven noem, de wereld, blijft als script/film precies hetzelfde. ‘Ik’, alle rollen en acteurs op het ‘doek’, doen gewoon de dingen die ze doen, blijven ademhalen, lief hebben, boos zijn, aardig, onaardig, ergeren, ziek voelen, gezond, chagrijnig, vrolijk, hebben ontmoetingen, zijn alleen, zijn samen, maken van alles mee, zeggen ja, zeggen nee, of ‘kweet niet, verbreken relaties, gaan relaties aan, kortom de film die ‘mijn leven’ heet draait vrolijk door zolang ‘ik’, de denkgeest, deze denk en geloof te ervaren.

Ik, de denkgeest, de dromer van de droom, ben als het ware de acteur achter alle rollen in mijn droom en de regisseur van mijn droom, maar ben niet de rollen en alle figuren in mijn droom. Zodra ik mij identificeer met de rollen en figuren in mijn droom, koppel ik de bron, de denkgeest los van de projecties en ga daardoor helemaal op in mijn rollen en vergeet dat ik die rollen niet ben, maar slechts uitbeeld. En dat maakt een gigantisch verschil.
Me volledig identificeren met alle rollen betekent dat ik als denkgeest volledig kies voor te geloven in zonde, schuld en angst en op dat moment kies voor het grote ‘vergeten’ en het ontkennen van het feit dat ik eigenlijk denkgeest ben.
Het enige wat uiteindelijk verandert na ontwaken is dat ik, de denkgeest die zich weer herinnerd denkgeest te zijn en niet een lichaam, dit hele denkgeest denk/geloof-systeem doorzie. Vergelijkbaar met het in de bioscoop zitten en helemaal opgaan in de film en dan gaat ineens het zaallicht aan en besef je, nog een beetje slaapdronken naar de uitgang strompelend dat je naar een film zat te kijken, die heel erg echt leek, maar dat absoluut niet was.

En dit bewustzijn valt niet af te dwingen. Het heeft geen zin te schreeuwen: “wakker worden sukkel(s) !!!!”( alle rollen worden immers gespeeld door de ene egodenkgeest), of mijzelf op te werpen als redder en prediker van de mensheid, zogenaamd uit liefde, want dat vergroot alleen maar de angst en is precies het doel van de keuze voor ego (zonde, schuld en angst).

De afscheiding, van Waarheid is nooit echt gebeurt, dus de afscheiding hoeft ook niet echt gerepareerd te worden, ik hoef ‘slechts’ stap voor stap mijn geloof eruit terug te trekken, zo eenvoudig is het.
Dat het als zeer moeilijk wordt ervaren komt slechts door de weerstand terug te keren tot het bewustzijn louter Geest te zijn! Dus als het ware bewust te zijn dat ik die naar de film zit te kijken, niet die gewelddadige film ben, maar de projector die kiest voor het projecteren van films die over zonde, schuld en angst gaan.
Maar, wat blijft er dan over als de bewuste denkgeest stopt met het projecteren van zonde, schuld en angst? Dan verdwijnt zonde, schuld en angst…
En dan?
Wie/wat stelt deze vraag, de denkgeest die nog steeds in tijd en ruimte gelooft?
Met het verdwijnen van het geloof in zonde, schuld en angst, verdwijnt ook de vraag…
Geloof is derhalve het enige denkgeest mechanisme wat de hele film draaiende houdt.

De wereld met alles wat ik als zodanig waarneem en ervaar is één grote schreeuw om Liefde, geuit op ’n manier die juist het tegenovergestelde uit lijkt te beelden; één grote schreeuw uit angst.

Angst voor Liefde is de verdediging tegen wat Liefde is, de onvoorwaardelijke, non-dualistische Liefde van God, dat wat ‘ik’, ‘we’ (als zijnde denkgeest dus, want het lichaam is ook niet wat ik denk dat het is) in werkelijkheid zijn.

Alles waar ik bang voor ben, alle uitingen van angst laten eigenlijk mijn als waarnemende/keuzemakende denkgeest, mijn keuze voor egodenkgeest verdediging tegen Liefde zien.
De ik in onderstaande lijst is dan ook de waarnemende denkgeest die zich bewust begint te worden van de betekenis van:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

Dat betekent:
Ik ben nooit bang om de reden die ik denk.
Ik ben niet bang om afgewezen te worden door anderen, of wel of niet geaccepteerd te worden door anderen om de reden die ik denk.
Ik ben niet bang voor schaarste, gemis, tekort, te veel, overvloed om de reden die ik denk.
Ik vertrouw of wantrouw niet om de reden die ik denk.
Ik wijs niet af of wordt afgewezen om de reden die ik denk.
Ik haat niet of heb lief om de reden die ik denk.
Ik zoek geen ruzie of maak het weer goed om de reden die ik denk.
Ik voer geen oorlog of maak vrede om de reden die ik denk.
Ik steel niet of geef alles weg om de reden die ik denk.
Ik ben niet kwaadaardig of liefdevol om de reden die ik denk.
Ik ben geen terrorist of hulpverlener om de reden die ik denk.
Ik ben geen slaaf of slavendrijver om de reden die ik denk.
Ik vlucht niet of blijf waar ik ben om de reden die ik denk.
Ik help anderen of negeer anderen niet om de reden die ik denk.
Ik ben niet succesvol of faal om de reden die ik denk.
Ik ben niet gierig of vrijgevig om de reden die ik denk.
Ik voel me niet rijk of arm om de reden die ik denk.
Ik ben niet jaloers of juist nooit jaloers om de reden die ik denk.
Ik ben niet ziek of genezen om de reden die ik denk.
Ik ben niet geïrriteerd, ongeduldig of eindeloos geduldig om de reden die ik denk.
Ik ben niet oordelend of veroordelend om de reden die ik denk.
Ik ben niet vergevend of niet niet vergevend om de reden die ik denk.
Ik doe wel of niet ECIW of een ander spiritueel pad om de reden die ik denk.
Ik ben wel of niet een goede moeder om de reden die ik denk.
Ik ben wel of niet een goede vriendin om de reden die ik denk.
Ik ben wel of niet een goede dochter om de reden die ik denk.
Ik heb wel of niet de juiste ouders om de reden die ik denk.
Ik woon wel of niet op de juiste plek om de reden die ik denk.
Ik heb wel of niet honger on de reden die ik denk.
Ik zit wel of niet op face book om de reden die ik denk.
Ik schrijf wel of niet een blog om de reden die ik denk.
Ik ben niet dun of dik om de reden die ik denk.
Ik ben niet dom of slim om de reden die ik denk.
Ik ben niet mooi of lelijk om de reden die ik denk.
Ik hou wel of niet van sex om de reden die ik denk.
Ik ben niet van wat dan ook voor seksuele geaardheid om de reden die ik denk.
Ik heb niet een slechte of goede jeugd gehad om de reden die ik denk.
Ik geloof niet in reïncarnatie of niet om de reden die ik denk.
Ik ben niet een lichaam om de reden die ik denk.
Ik ben niet vegetarisch of carnivoor om de reden die ik denk.
Ik ben niet ongerust of gerust om de reden die ik denk.
Ik ben niet gelovig of ongelovig om de reden die ik denk.
Ik ben niet spiritueel of niet om de reden die ik denk.
Ik geloof niet in een God of wel om de reden die ik denk.
Ik ben niet bang of overmoedig om de reden die ik denk.
Ik ben niet of wel de ‘ik’ en er zijn wel of geen ‘anderen’ om de reden die ik denk.
Ik voel geen boosheid, woede opkomen van wegen deze lijst om de reden die ik denk.
Ik voel geen zonde, schuld en angst om de reden die ik denk.
Kortom ik voel nooit, never nooit onvrede om de reden die ik denk.

De lijst is eindeloos…
Ga gerust door met het uitbreiden van de lijst van redenen die niet de reden zijn die ik (je) denk(t) dat de oorzaak zijn van het in onvrede zijn.
Kan erg verhelderend zijn en of schokkend, maar niet om de reden die ik denk.

Pas als ik deze lijst, een lijst van mijn gewone wat ik noem dagelijkse ervaringen, echt eerlijk onder ogen zie, en dat kan alleen als ik me daarbij voor Hulp wend tot mijn Juist gerichte Denkgeest (HG) op het moment dat ik ze ervaar, zonder er opnieuw een oordeel over te hebben, om de reden die dacht, en bereid ben al deze gedachten te Vergeven, dan pas kan gezien worden wat ik in werkelijkheid wel wil, omdat wat ik in werkelijkheid wil is wat ik altijd al was, ben en altijd zal zijn. En dat de wereld en de ik die ik denk en geloof te zien alleen maar een sluier is om te laten vergeten wat ik in werkelijkheid ben: Liefde.

En…:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

Door het met opzet, onbewust ‘vergeten’ van de redenen waarom ik in onvrede ben te vergeven, zal ik weer Weten en in onveranderlijke non-dualistische Vrede, Vreugde, Liefde terug herinneren.

Hoe komt het toch dat er zo’n taboe lijkt te liggen op het begrip ‘doen’, vooral in Cursus-land, maar ook in andere denksystemen?
Zodra we als studenten van ECIW teruggevoerd worden naar de denkgeest, is er onmiddellijk de verwarring (weerstand): ‘ja maar moet ik dan maar niets doen dan?’
En ook al laten we ons dat 1000 x uitleggen door de Cursus zelf of door iemand anders aan wie we de vraag stellen, nog blijft deze weerstand (want dat is het) hardnekkig steeds maar weer de kop op steken.

In ECIW komen we het volgende hierover tegen:

Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan [het lichaam dus] in deze
wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige
vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de
denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat
onnadenkend is. “ (T2.VI.3:10-13)

Wat ECIW beoogt is het doen herinneren dat ik denkgeest ben en niet een lichaam.
Dit is voor ons, die echt denken en geloven een lichaam te zijn met een denkgeest, zo’n tegenstrijdige gedachte, dat we gewoon een enorme weerstand voelen tegen de gedachte dat dat wat we denken en geloven te zijn, een lichaam, zich in de denkgeest bevindt, en dus een gedachte is, een gedachte in een gedachte. En dan kan er niet anders dan verwarring ontstaan over hoe het dan met het ‘doen’ in de wereld zit.
Als de wereld een gedachte is, wat betekent ‘doen’ dan?
Ja het ‘doen’ speelt zich 100% af in de denkgeest, omdat er alleen denkgeest is.
En het ‘doen’ vanuit de denkgeest kan op maar twee manieren, of vanuit zonde, schuld en angst (ego), of vanuit Liefde (HG).
Maar tegelijkertijd zegt ECIW ook dat we de wereld die we ervaren en denken te zijn, niet moeten gaan ontkennen.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn.
En we denken en geloven een lichaam te zijn in een wereld vol met anderen, dingen en situaties.
Dus daar begint het leerplan van HG, op de eerste plaats leren we dat we denkgeest zijn en dan begint het grote omkeren, van egodenkgeest denken, naar HG Denkgeest denken.
En dat wat we denken en geloven te zijn, een lichaam en de wereld krijgen een heel ander doel en functie.
Het ‘doen’ in de wereld is niet meer een doel op zich, maar een herinnering naar de gedachte te kijken die de gedachte heeft geprojecteerd.
En dat zijn bijna altijd gedachten vanuit zonde, schuld en angst, die als enig doel hebben te vluchten uit de denkgeest in de projecties van diezelfde denkgeest, projecties die vervolgens autonoom lijken te zijn, doordat hun bron (de denkgeest), tegelijkertijd wordt ontkend.
Het ontkennen wordt ‘vergeten’ en het lijkt nu alsof de projecties, die niet meer als zodanig herkent worden, om actie vragen.

Theoretisch kunnen we dit eventueel als we daarvoor openstaan nog wel volgen, maar in de alledaagse praktijk lijkt dat onmogelijk.
Maar dat is het niet, want wat echt onmogelijk is, is denken en geloven een lichaam te zijn in een wereld, waar van alles mee moet gedaan worden.
Echter dit soort ‘doen’ wordt ons niet afgepakt als we leren terug te gaan naar wat we werkelijk zijn, denkgeest, het zal onder leiding van HG worden her-gebruikt, als we dat als waarnemende/keuzemakende denkgeest toelaten als we er als denkgeest aan toe zijn. En dat merk je vanzelf als het zover is.
Alleen het van waaruit het ‘doen’ komt verandert, in plaats van dat het ‘doen’ vanuit zonde, schuld en angst komt, zal het, na vergeving van diezelfde zonde, schuld en angst gedachten die achter het ego ‘doen’ schuilgingen, nu vanuit een vergeven denkgeest komen (HG) en dan zal wat we doen altijd liefdevol zijn, omdat het nu vanuit de liefdevolle kant van de denkgeest komt: HG Denkgeest. Dat is een ‘doen’ vanuit Vertrouwen, dat dat wat ik ‘hoor’ zonder twijfel liefdevol zal zijn, omdat ik Vertrouw dat de Bron Liefde is.

ECIW zegt hierover in het Handboek voor leraren:

“Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H.21.5:1-8).

%d bloggers liken dit: