archiveren

Tagarchief: illusie

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

We wensen elkaar nu allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar” toe en dat moeten we vooral blijven doen op het toneel van de illusie, of van de droom, of de hallucinatie of hoe je dat wat nooit gebeurt kan zijn, maar toch een ervaring “lijkt” ook wilt noemen.
Want om te kunnen ontwaken uit een droom, moet wel eerst het bewustzijn dat de droom een droom is terug komen in de denkgeest (mind).
En dit kan niet door de droom gewoon even te veranderen in een andere misschien voor mij betere droom, waarbij ik probeer alle obstakels en zogenaamde tegenwerkingen in de “wereld” op te lossen en of aan te passen, door bijvoorbeeld te zorgen dat ik gezond blijf, meer geld krijg, kortom dat de wereld rondom mij beter wordt. Dat zou gewoon weer een andere variatie op hetzelfde thema.
In die zin wensen we elkaar met “gelukkig Nieuwjaar” gewoon weer verder de afscheiding in.

Het is nodig de droom precies zo te zien als deze zich voor lijkt doen en te beseffen dat wat ik (denkgeest) denk en geloof te zien alleen een betekenis heeft, omdat ik (denkgeest) het een betekenis heb gegeven.
En die betekenis is een schijnbetekenis, omdat wat ik betekenis geef een droombeeld is, een hallucinatie geboren uit angst (maar niet om de reden die ik denk, of bedacht heb (les 5)), met als enig doel afgescheiden te zijn van Waarheid die daar met opzet verborgen achter schuil gaat.

Het kan bijna niet anders dat ik als denkgeest die dit script heeft bedacht en daar 100%  in gelooft als verdediging tegen dit “nieuwe” idee denkt: huh!?, wat!?, maar waarom in vredesnaam!?
Een hele slimme ego vraag, want een vraag suggereert een antwoord, en zowel vraag als antwoord suggereren dat er echt iets gebeurt is; dat ik mezelf echt van Waarheid, Eenheid, God heb afgescheiden en me nu afvraag waarom en hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.
En juist deze vraag en antwoord houden de afscheiding in stand.

Dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, kán dus niet gebeurt zijn, want Eén is één (non-dualiteit) en kan nooit werkelijk twee (dualiteit) worden.
Echter er is schijnbaar wél een ervaring dát er schijnbaar iets gebeurt is.
Dit ontkennen “want het is maar een droom” is niet wat ECIW mij leert.
De droom kan dan een andere functie krijgen, door elke gedachte als omkering van Waarheid te gaan herkennen en door ware vergeving weer terug te laten keren in de weerspiegeling van het ware bewustzijn, welke oordeelloos kijkt, zonder iets te willen verbeteren en elke gedachte ziet als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus wat er op het toneel van de droom lijkt te gebeuren, wordt nu een moment om te leren zien dat wat daar gebeurt niet gebeurt om de reden die ik denk en geloof, maar om af te scheiden en ik ook kan leren er ánders naar te leren kijken door “ogen” van ware vergeving, welke oordeelloos kijkt en ziet dat “doen” niet iets is wat dat droomfiguur doet op het toneel van droom, maar dat “doen” het effect is van het doen van ware vergeving op denkgeest niveau.

Dus allemaal Gelukkig Nieuwjaar, tegelijkertijd wetende dat ik niet eens weet wat dat betekent, want ik ben immers ook nooit gelukkig om de reden die ik denk! (Variatie op les 5).

Q & A from http://www.facimoutreach.org/:

Q #111: Would you please clarify a question about the world being an illusion? Is the physical world we see with our eyes an illusion, or is the way we interpret the world we see an illusion, or both?

A: The entire physical universe is an illusion, not just our interpretations. This is the absolute non- dualism of the Course’s metaphysics. The Course is clear that what is real is changeless, without limit, formless, perfect, and eternal. Therefore anything that changes, that is limited, that has form, that is not perfect, and that is temporal cannot be real. Some passages to look at are the following, although there are many, many others that speak of non-dualism:

1) Lesson 132: “There is no world! This is the central thought the course attempts to teach” (W.pI.132.6:2; as well as other parts of the lesson).

2) “True Perception — Knowledge”: In this section in the clarification of terms, Jesus uses the phrase “the world you see”; but what follows makes it quite clear that he is referring not to our interpretations, but to the entire physical world that our eyes look upon.
“The world you see is an illusion of a world. God did not create it, for what He creates must be eternal as Himself. Yet there is nothing in the world you see that will endure forever. Some things will last in time a little while longer than others. But the time will come when all things visible will have an end” (C.4.1).

3) “Forgiveness and the End of Time” (T.29.VI). This entire section describes anything of time and change as unreal.

4) “Time and space are but one illusion” (T.26.VIII.1:3).
We hope this sampling of references will help to clarify the confusion and will make reading A Course in Miracles a little easier.

 

————————————————————————–
Vertaling door: http://www.eciw.nl/index.php/index

V#111  Is de hele wereld een illusie?

Is de fysieke wereld die we met onze ogen zien een illusie of is enkel de manier waarop we de wereld interpreteren een illusie? Of beide?

A: Heel het fysieke universum is een illusie, niet alleen onze interpretaties. Dit is het absolute non-dualisme van de metafysica van de Cursus. De Cursus maakt duidelijk dat de werkelijkheid onveranderlijk, grenzeloos, vormloos, perfect en eeuwig is. Vandaar dat alles wat verandert, begrensd is, vorm heeft, niet perfect is en tijdelijk is, niet werkelijk kan zijn.

Er zijn zeer veel passages in de Cursus te vinden over non-dualisme, waaronder deze, die je nader zou kunnen bekijken:

1) Les 132: “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen” (Wd1.132.6:2, zie ook andere delen in dezelfde les).

2) ‘Ware Waarneming – Kennis’: In dit gedeelte in de Verklaring van termen, gebruikt Jezus de uitdrukking: ‘de wereld die jij ziet’; maar wat daarop volgt maakt volstrekt duidelijk dat hij niet onze interpretaties bedoelt, maar de gehele fysieke wereld die wij zien door onze ogen.
“De wereld die jij ziet is een illusie van een wereld. God heeft die niet geschapen, want wat Hij schept kan alleen maar eeuwig zijn als Hijzelf. Maar in de wereld die jij ziet is er niets dat eeuwig standhoudt. Sommige dingen zullen in de tijd een poosje langer duren dan andere. Maar de tijd zal komen dat aan al het zichtbare en einde komt” (VvT4.1).

3) “Vergeving en het einde van de tijd” (T29.VI). Deze hele passage beschrijft alles binnen de tijd en alles wat verandert als onwerkelijk.

4) “Want tijd en ruimte zijn één illusie” (T26.VIII.1:3).

 We hopen dat deze voorbeelden een einde maken aan de verwarring en het lezen van Een cursus in wonderen een beetje makkelijker maken.

 

 

Vergevorderd wil volgens mij niet zeggen hoever je op een zogenaamd spiritueel pad bent gevorderd, maar in hoeverre je bent gevorderd in eerlijk kijken naar elke gedachte die voorbijkomt. Eerlijk kijken is de sleutel uit de leugen die ik denk en geloof te zijn.
Het is tevens het moeilijkste wat er is, eerlijk kijken, want dat wat eerlijk wil leren kijken is zeker niet dat wat de leugen van de illusie in stand wil houden. Dat wat de leugen in stand wil houden kan wel doen alsof het eerlijk wil leren kijken. Dat wat de leugen in stand wil houden bevindt zich immers ook in de denkgeest, ook al lijkt dat een afgezonderd stukje denkgeest te zijn wat we het ego noemen. Afzonderen van Eén is echter onmogelijk ook al lijkt het wel gelukt te zijn, en is en blijft dus een illusie, een droom. Echter “dat” (ego) wat de leugen nodig heeft om zich af te scheiden van Eén zal dat bij elke volgende gedachte weer willen bewijzen. Zo draagt elke gedachte zowel de leugen voor afscheiding als de wil voor Waarheid/Eenheid in zich, dit kunnen we voor het gemak de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, want ja op het niveau waar we denken en geloven te zijn gebruiken we nu eenmaal woorden.

De wil om naar de leugen voor afscheiding te luisteren is heel sterk en zal eerst aan het licht gebracht moeten worden en dat kan alleen door eerlijk te kijken, precies zoals de leugen zich voordoet inclusief alle gevoelens die ermee gepaard gaan.
Het ego draait dus altijd om “ik”, wat symbool staat voor afscheiding, nog eens versterkt door de bijbehorende projectie die een “ik” projectie (het lichaam) laat zien ter illustratie en bevestiging dat de afscheiding een feit is (lijkt).
Wat echter nog steeds onmogelijk is, want een afscheidingsgedachte + projectie, blijft een afscheidingsgedachte, dus onmogelijk. Ik (denkgeest)  kan er wel in geloven, en geloof laat dingen echt lijken en waar, ook al zijn ze dat niet. Ik bedoel we zijn allemaal bekend met het verschijnsel gezichtsbedrog, voor mij betekent dat dat alles “gezichtsbedrog” is, één grote illusionisten show, allemaal draaiend om een illusoire “ik”.
Het ego, het idee van afscheiding binnen Eén, wat dus onmogelijk is, heeft het geloof in een “ik” nodig om een schijn van ‘bestaan’ op te houden, vandaar dat de “ik” centraal staat in de droom: geen geloof in “ik”, geen droom. Die angst voor verlies is de laatste en eerste verdediging tegen Eenheid, en is niets anders dan angst voor de angst, want wat nou als er achter die angst “niets” is? Dat is de rede dat angst, angst in stand moet houden, angst met al zijn projecties. En daarom moeten we ook eerst toegeven en zien dat we angst in al z’n vormen nodig hebben en willen op dat (illusoire) niveau van het ego denken. En moet ook eerlijk onderkend worden dat we om die reden angst, pijn, lijden “prettig” vinden, en we liefde liever buiten de deur houden, ook al roepen we om het hardst “alles is liefde”, het doel is altijd hoe dan ook afscheiding van Eén in stand te houden (wat dus een illusie is, want Eén is Eén en geen twee).
Is het dan vreemd dat we onszelf voortdurend ziek, zwak en misselijk voelen? Nee, dat is logisch, want we hebben gekozen en kiezen voortdurend voor iets wat tegennatuurlijk is, afscheiding is tegennatuurlijk, daarom lijden we en daarom is de wereld een puinhoop. Een puinhoop waar we zogenaamd met z’n allen toch nog iets van proberen te maken, wat slechts tot hooguit tijdelijke schijn oplossingen leidt, omdat illusie nu eenmaal niets anders kan zijn dan illusie en de denkgeest die daar uit angst voor kiest nooit echt uit die illusie wil, maar deze juist in stand wil houden.

Uiteindelijk zal terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk zijn, omdat de denkgeest zichzelf nooit zal kunnen vernietigen, de denkgeest die voor ego kiest, dus voor zelfvernietiging, zal daar (gelukkig) nooit in slagen, omdat het niet kán. En na eeuwen en eeuwen van proberen van gelijk willen hebben in dat het wel kan, zal de waarnemende/keuzemakende denkgeest, die gewoon niet meer pijn en lijden kan verdragen, uitgeput zijn verdedigingen opgeven, zodat er gaten vallen in de verdediging en dat wat IS vanzelf weer tevoorschijn komt. Immers een verdediging kan wel iets verbergen, maar niet doen laten verdwijnen.

De voorheen persoonlijke “ik” functie in dienst van de egodenkgeest zal mee veranderen naar een niet persoonlijke “ik” functie die nu als kanaal zal dienen om louter en alleen behulpzaam te zijn voor het hele “Zoonschap”, waar alleen een gedeeld (ook onpersoonlijk) gemeenschappelijk doel geldt. Dan geldt niet meer “het draait allemaal om een persoonlijk “mij” afgescheiden van een persoonlijk “hun”, maar het onpersoonlijke het draait om “mij+hun=wij” welke maar één gemeenschappelijk doel dient; terug herinneren in Eén.

De allerbeste truc van de egodenkgeest is het geloof in dat het allemaal zo ‘echt’ lijkt.
Het geloof in de ‘echtheid’ van de wereld kan alleen maar zo sterk zijn, omdat de bron, de denkgeest, welke de grote illusionist is, zichzelf onzichtbaar, eigenlijk beter ‘ondenkbaar’ heeft getoverd, zodat alleen nog maar de uiterlijke weergave van de truc wordt gezien en gelooft.
Deze knapste illusionisten truc ooit is heel overtuigend, maar alleen overtuigend door het geloof erin. Slechts een simpele gedachte van het erin geloven houd de truc schijnbaar in leven. En dat geloof moet verdedigt worden, want als de illusie aan het licht komt betekent dat einde truc, einde wereld, einde ‘ik’.

En hoe wordt dat geloof  in stand gehouden? Door de illusie zo krachtig en heftig te doen laten lijken dat het alle aandacht opeist en de bron, de denkgeest zelf totaal uit het denken verdwijnt.

Alle projecties getuigen hiervan. Voel ik me niet lekker, haalt iemand een rotstreek uit, is er zorgen om geld, gaat er iemand dood, is er slecht nieuws, hou ik van de een en haat ik de ander, dan lijkt dat heel echt, en laat niemand me vertellen dat het niet echt is, want dan gooi ik er nog een schepje verdediging bovenop.

En dat is precies waar het allemaal voor dient, als verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Dus eigenlijk zijn al mijn projecties een verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God en heb ik ze zelf opgezet. Niet om de reden die ik denk als illusionist die vergeten wil dat hij zelf de illusionist is die zelf de illusies bedenkt en echt doet lijken, maar enkel en alleen om maar uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God te blijven.

Boos en verontwaardigt worden om wat gedacht wordt dat hier geschreven wordt en zeggen: “oh, dan is het zeker m’n eigen schuld dat ik ziek ben, ongelukkig ben, grote schulden heb”, is wederom een verdediging van de denkgeest die alles uit de kast zal blijven halen om maar uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God te blijven.

Ook beweren dat ik zo vreselijk veel van Jezus en God hou is een verdediging, een hele slimme, want het lijkt te ontkennen wat het ego wil ontkennen. Het ego wil ontkennen dat er alleen God (Onveranderlijke niet persoonlijke Eenheid/Liefde) is, wat natuurlijk niet lukt, dus wordt er een ego god neergezet die de plaats van God (Onveranderlijke niet persoonlijke Eenheid/Liefde) in neemt en alle eigenschappen van het egodenken heeft, zoals oordelend zijn, met twee maten wegen, denken in goed en in kwaad, voorkeuren hebbend, bestraffend zijn, belonend onder voorwaarden enz.

Deze ego god nu als buiten mij geprojecteerd gezien, wordt nu aanbeden en geliefd of gehaat, aanbeden en verdedigt, aangevallen niet van wegen zijn door het ego bedachte kenmerken, maar om te verbergen dat Eenheid, Waarheid, Liefde, God niet echt veranderen kan, dan alleen door de illusie van het ‘op z’n kop’ denken en geloven.
Waarheid, Eenheid, Liefde, Zelf, God (allemaal woorden die omschrijven maar het niet ‘zijn’, daar woorden en omschrijvingen Eenheid enz. niet kunnen beschrijven) kan worden ontkend, weggestopt, weggetoverd, maar nooit compleet verdwijnen.
Ook al lijkt de grote illusie show gepresenteerd door de beste illusionist (de egodenkgeest) die er maar te bedenken valt heel, heel echt, het is en blijft een illusie show.

%d bloggers liken dit: