archiveren

Tagarchief: functie

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

Toch wel een groot geschenk dat ik in middels echt zeker weet dat ik nooit in onvrede ben om de reden die ik denk.
Er lijkt van alles te gebeuren op dit moment wat het egodenken zal interpreteren als vormen van “verlies” en het ego antwoord daarop is opvullen dat verlies met iets waar ik wel schijnbaar macht over heb, en dat is wat ik nu net gedaan heb: zo’n 5 liter soep maken en invriezen in 10 portie zakjes, zodat ik 10 dagen niets te verliezen heb, zo!! HAHAHA!

Deze ego oplossing doorzien voor het kwijt proberen te raken of opvullen van het gevoel van verlies wat weer komt van de egokeuze voor vormen van zonde, schuld en angst, krijgt nu ik het doorzie, de functie van een reminder zijn voor waar ik (de denkgeest die in afscheiding geloofd) eigenlijk voor weg loop en dat is het kijken naar wat het ego mechanisme eigenlijk is en dat is alleen maar één grote vluchtpoging weg te rennen uit Eénheid. Een andere functie heeft de keuze voor het egodenken niet.
Dit hele schijnbare soepgebeuren, staat dus symbool voor de keuze uit Eénheid te blijven, het is dus een vlucht.
Even voor de goede orde, het soepverhaal is dus nu geen fout verhaal meer (want dat zou weer de keuze voor schuld zijn) maar een prachtige reminder om naar deze projectie van zonde, schuld en angst te kijken en te vergeven.
Hetzelfde verhaal, want dat is wat de wereld is; een verzameling gedroomde verhalen, krijgt nu een heel andere functie.
Enorm behulpzaam om alles als symbool te gaan leren zien en daardoor niet zo vreselijk serieus meer, alsof het “echt” is.
En de soep smaakt geweldig, want een schuldeloze soep kan niet anders dan lekker zijn!
HAHAHA!

Wat metafysische gedachten:
Als alles een gedachte is en alles wat ik denk en geloof te zien een geprojecteerde versie van die gedachte is, dan is de logische conclusie dat alles komt van een gedachte uit de denkgeest. (Denkgeest is niet het brein!).
Dat betekent onder andere, dat als ik me van A naar B beweeg en of dat nou van mijn pc naar de keuken is of een wandeling naar de plaatselijke super, de trein, bus, auto of de fiets neem om ergens naar toe te gaan, of vanaf Schiphol naar NYC of LA het eigenlijk altijd teleportatie is.
We (de denkgeest) doen non stop aan teleporteren.
Zowel het lichaam dat lijkt te bewegen als het vervoermiddel als de afstand die afgelegd wordt komt voort uit een geprojecteerde gedachte. In die zin is de denkgeest die dit allemaal projecteerd voortdurend met magie bezig.
In die zin is bijvoorbeeld een Jezus die over het water loopt of een Gary die ineens Arten en Pursha op zijn bank aantreft, of een Sai Baba die dingen materialiseerd of een ik die over straat naar AH loopt en dingen koopt precies hetzelfde. Het zijn allemaal projecties vanuit de denkgeest.
In de vorm waarin het zich schijnbaar laat zien lijkt het heel verschillend en vinden we het één abnormaal, of wonderlijk en het andere “normaal”. Maar laten we eerlijk zijn, en logisch, als alles afkomstig is vanuit de denkgeest en dus een gedachte blijft, dan is alles hetzelfde, omdat de bron hetzelfde is. En gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron (de denkgeest).

Het feit dat we wel verschillen zien en helemaal niet (willen) zien dat de bron van alles de denkgeest is, betekent alleen dat we hebben gekozen voor de ego optie van de denkgeest. Het ego heeft als enig doel zijn bron (de denkgeest) te verbergen en deze bron te verplaatsen naar zijn projecties, die daardoor afgescheiden en los zijn komen te staan van de denkgeest en nu ineens de bron lijken te zijn.
Ondertussen is en blijft deze poging tot afscheiding ook een magische truc welke niet werkelijk tot afscheiding van de werkelijke Bron kan leiden.
Daarmee wordt elke magische beweging (en dat is alles wat “we” lijken te doen in een wereld in een lichaam) die “we” onbewust (onbewust als bescherming tegen het uitkomen van wat onmogelijk is) onwaar en eigenlijk volkomen ongevaarlijk.

Dit wat zich nu opschrijft en dit kan observeren, moet wel de terugkerende herinnering zijn welke het verschil kan waarnemen tussen Waar en onwaar. Wat tevens betekent dat het realiseren van dat er kennelijk een keuze gemaakt kan worden ook steeds duidelijker wordt.
Als alles gedachte is afkomstig vanuit de denkgeest kan er een keuze gemaakt worden, de keuze voor magie (alles wat het “ik” lichaam lijkt te doen in de wereld) met als doel afscheiding of voor het laten her-gebruiken van diezelfde magie, door de magie te vergeven, waarmee wordt gekozen voor het opgeven (vergeven) van wat niet gebeurt kán zijn in de wetenschap dat wat onveranderlijke waarheid is, nooit kan veranderen in iets anders.

Daardoor zal alle “magie” een andere functie krijgen.
De wat we eerst zagen als extreme vormen van magie of materiële wonderen, zoals lopen over water, verlichte meester in de woonkamer, of dingen materialiseren uit het “niets”, maar ook dat wat we niet beschouwen als magie, maar het wel is (ons dagelijkse leven) zal dan kunnen worden gezien en worden her-gebruikt als symbolen voor het doorbreken van de schijnbare begrenzingen welke het geloof in het afgescheiden egodenken met zich meebrengt. En zal er een opening komen voor de onvermijdelijke wil terug te herinneren in Waarheid.

Laat ik even heel duidelijk zijn en vooral eerlijk (naar mijzelf) over wat ik wel kan weten en wat ik absoluut niet kan weten.
Ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn, het heeft geen enkele zin dat te ontkennen, ook al is het niet waar. En dat denk en geloof ik, omdat verborgen moet blijven dat het niet waar is, omdat het onmogelijk is om een ik in een lichaam in een wereld te zijn.

Dit kan ik intellectueel vatten, terwijl ik ondertussen niet weet (want met opzet en om redenen vergeten), wat er is als ik niet meer denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld.
“ik” kan, heb dus geen enkele voorstelling, en kan dat ook niet hebben, omdat het buiten het gebied van het voorstellingsvermogen, van wat non-dualisme, Eenheid, Waarheid, God Liefde, IS is.
Elk beeld of gevoel dat ik daarbij denk te hebben als ik mezelf in “het licht” mediteer is vals, en hooguit een zwak aftreksel van wat ik om redenen met opzet vergeten wil.
Het is niet fout, maar het is niet meer dan weer een fantasie, gefantaseerd door de denkgeest die wil vergeten en heeft gekozen voor een onmogelijke droom van afscheiding.
Wat ik wel weet en ervaar is de weerstand tegen waar geen voorstelling van mogelijk is.
Ik kan dus alleen dat zien wat ik als blokkers gebruik tegen dat waar geen voorstelling van mogelijk is en dus ook buiten het idee van een “ik ben” valt.
Het heeft geen enkele zin mijzelf de hemel in te mediteren, fantaseren of visualiseren, want daarmee blijf ik alleen stevig verankerd in de onmogelijke fantasieën van de in afscheiding gelovende denkgeest. En speel daarmee juist het onmogelijke spel van afgescheidenheid keurig mee.

Nogmaals het is niet fout om dat wel te doen, maar laat ik het dan doen voor de lol, omdat ik er plezier in heb, het goed voelt, het rust geeft of om wat voor redenen dan ook, en niet om spirituele redenen om zo snel mogelijk terug te keren in waar nooit uit vertrokken is en waar geen voorstelling van te maken is.

Denkend, gelovend en ervarend kan ik alleen dat weten en ervaren wat ik denk en geloof te weten en ervaar.
En als ik dan uiteindelijk onvermijdelijk wil gaan zien dat dat wat ik denk en geloof te weten en ervaar enkel en alleen mijn wens tot afgescheiden zijn uitbeeld, kan ik me dáár op gaan focussen, door bewust te worden van die functie die het denken, geloven en ervaren in een lichaam in een wereld heeft en me dan bewust gaan afvragen of ik dat nog wel wil.
En er komt een moment van genoeg is genoeg, het keerpunt waarop de denkgeest die tot dan toe voor afgescheiden zijn heeft gekozen, tot het bewustzijn komt dat er een andere manier moet zijn.

En dan kan het onvermijdelijke terug herinneren beginnen, waarbij het tot dan toe afscheidingsmateriaal, dus alles wat ik dacht, geloofde en ervoer en dacht dat dat was wat ik was, een totaal andere functie krijgt, en nu in plaats van een blokkerende functie een sleutel functie krijgt, die mijn blokkades kan doen laten oplossen.

Kortom ik kan alleen dat gebruiken om terug te herinneren in dat wat vergeten moest worden, wat ik ken, en herken, mijn leven, mijn ervaringen en dat stuk voor stuk, stap voor stap terug (ver)geven, totdat alles vergeven is…

En dan?
Een totaal vergeven denkgeest stelt geen vragen meer, omdat er geen vragen meer zijn.

Vergeving is mijn enige functie, en dat blijft het totdat het geen functie meer heeft.

Twijfel gaat nooit over waar ik denk dat ik over twijfel.
Twijfel, of elke andere gedachten die een gevoel oproept is altijd alleen maar een egoreflex, die als enige functie heeft de denkgeest af te leiden van de bron (de gedachte, gedacht door de denkgeest en niet het lichaam) en zodoende de afscheiding in stand houdt. Dat is de enige eerste functie van elk gevoel dat lijkt te worden veroorzaakt door iets buiten mij en in mij door “mijzelf” als lichaam.

Het goede nieuws is dat dit in eerste instantie egomechanisme en functie, anders gebruikt kan worden, namelijk door eerst terug te gaan naar de bron, de denkgeest.
En daardoor te erkennen dat (bijvoorbeeld) de twijfel over iets buiten mij niet de oorzaak is, maar de gedachte, de twijfel, los van het iets buiten mijzelf op zich. En dan kan er opnieuw gekozen worden of deze gedachte die vanuit de eerste egoreflex alleen maar dient om in de afscheiding te blijven geloven opnieuw deze functie mag krijgen of dat er voor de andere functie, die van terug herinneren in wat Waar is (Eenheid, God, Liefde) kan worden gekozen, waarbij de eerste optie de keuze voor het ego verhaal en functie kan worden vergeven.

Dit lijkt in het begin wat omslachtig allemaal, maar als dit maar vaak genoeg wordt geoefend, en oefenmateriaal zat, dan zal het uiteindelijk net zo’n reflex worden als voorheen de ego reflex die automatisch en pijlsnel voor afscheiding koos.

Dus in de praktijk, de aankoop die ik net deed en de twijfel die even later de kop op stak, ging niet over de twijfel over de aankoop, maar was gewoon weer het serieus nemen van de egoreflex (in dit geval gevoeld/ervaren als twijfel) die het weer even overnam met als enig doel, de denkgeest in de afscheiding te doen laten blijven geloven.
En dat inzicht komt alleen als ik “twijfel” als afscheidingsmechanisme vergeef en dat heeft niets te maken met twijfel over de aankoop. Ik vergeef niet de twijfel over de aankoop, maar alleen “twijfel”.  En de rest wat het dan ook is zal automatisch volgen, maar nu vanuit totale Vrijheid van denken.

Dit voorbeeld kan op elk gevoel wat schijnbaar veroorzaakt wordt door “iets” buiten of in een “mij” worden toegepast.

 

 

 

Ware Vergeving, oftewel doorzien dat er “niets” gebeurt is, en Waar nog steeds Waar is, geldt voor elke gedachte die langskomt.
Ware Vergeving gaat niet over alleen de grote opvallende vervelende of verschrikkelijke gedachten + situaties (projecties) die ervaren worden vergeven. Het is alles of niets. Alles wat ervaren wordt is een poging tot afscheiding en wordt als zodanig gezien, of niet.
Ook het gesjoemel en selecteren van gedachten welke wel geschikt zijn voor vergeving en welke niet, is gewoon weer een afscheidingsgedachte, een keuze voor ego-denken, met maar één doel, de afscheiding in stand houden.

Uiteindelijk zal Ware Vergeving resulteren in het automatisch herkennen van de vergevende functie in plaats van de afscheidende functie, die in elke gedachte aanwezig is, zonder daar opnieuw een oordeel over te hebben.
Tot het zover is, is elke gedachte oefenmateriaal, vergevingsmateriaal, en een vergevingskans.

Elke gedachte+projectie als oefenmateriaal om te leren vergeven gaan zien, betekent dat ook de ontkennende en verbergende kracht (dissociatie) van het egodenken wordt doorzien en ook weer als vergevingsmateriaal en kans kan worden gezien.
Niets hoef meer verborgen gehouden te worden, niets ontkend of veranderd, alleen oordeelloos kijken en vergeven, terwijl gelijktijdig op het toneel “mijn” dagelijkse leven zich afspeelt.
Vergevingsmateriaal kan immers alleen herkend worden op het moment dat er wordt ervaren. Vindt er tijdens het ervaren of er vlak voor al censuur plaats, bijvoorbeeld “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, dan is er gewoon weer gekozen voor ego-denken en wordt het kostbare vergevingsmateriaal weer netjes verborgen in het onderbewuste, waar het veilig beschermd is tegen vergeving. En wordt ook niet gezien dat die zojuist gedachte gedachte: “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, ook weer niets anders is dan opnieuw vergevingsmateriaal en vergevingskans.
Dus opnieuw, elke gedachte is vergevingsmateriaal en een vergevingskans.
En dat heel vervelend en irritant vinden is ook weer vergingsmateriaal en een vergevingskans enz. enz.

Dit eerlijk observeren en alles als vergevingskans en materiaal zien kan niet volgehouden worden als dat gebeurt vanuit vasthouden aan een “ik” identificatie die dit alles in z’n eentje moet zien te volbrengen.  Hoe merk ik dat? Als er irritatie, woede, hopeloosheid, twijfel enz. optreed. Het lijkt dan dat dat komt door het vergeven, maar op een dieper verborgen niveau is het weer “gewoon” de egoweerstand, welke kost wat kost afgescheiden wil blijven van wat onveranderlijk Waar is.
Anders gesteld, de weerstand die ervaren wordt is een keuze, en wordt gebruikt om afscheiding in stand te houden. Met andere woorden “ik wil dit”, ik wil weerstand ervaren, want dit houdt mij afgescheiden van wat onveranderlijk Waar is.

Als er werkelijk de bereidheid is tot eerlijk kijken, dan moet er eerst bewust gekozen worden voor de juist gerichte-waarnemende-denkgeest (in ECIW gesymboliseerd als Heilige Geest en of Jezus), in plaats van de keuze voor de onjuist gerichte-waarnemende-denkgeest (ego). Dat is slechts een keuze, niet gevolgd door een “doen” welke razendsnel gaat interpreteren hoe dat er dan uit moet gaan zien, want dat is ook weer kiezen voor ego-denken. Wat trouwens ook meteen weer, mits “gezien” een vergevingskans en materiaal is!
Er kan dus niet “fout” gedacht worden, daar nogmaals, elke gedachte de potentie in zich heeft om als vergevingskans en materiaal te dienen.
En dit kan alleen gezien worden vanuit juist gericht-denken, de oordeelloze, waarnemende denkgeest stand.
Naarmate er vaker gekozen wordt om een gedachte als vergevingskans en materiaal te zien, zal het ook makkelijker worden bewust voor juist gericht-denken te kiezen in plaats van voor onjuist gericht-denken (ego). Totdat de “weegschaal” definitief doorslaat naar alleen nog maar de keuze voor juist gericht-denken en alles wat ervaren wordt automatisch richting Ware Vergeving wordt gevoerd.
Met als resultaat dat er nog steeds wordt ervaren wat er wordt ervaren, maar dan 100% vanuit juist gericht-denken, waardoor automatisch alles anders wordt gezien en ervaren.
Maar nogmaals dit is niet een “doen” vanuit een persoonlijk “ikje”, maar een logisch gevolg van consequent toegepaste Ware Vergeving, welke dan wordt gezien als de nog enig overgebleven functie, zolang er nog wordt ervaren.

Trouwens, elke weerstand die gevoeld wordt tijdens het lezen van dit blogje (en dat doet het, ook bij mij, dit ontkennen is ook weer de keuze voor ego-denken, maar dus ook weer een vergevingskans), is de “normale” weerstand als gevolg van een (onbewuste) keuze voor het afgescheiden willen zijn van wat Waar is. Normaal, omdat elke gedachte die er is, op de eerste plaats vanuit de keuze voor ego-denken komt, maar er kan gekozen worden dat niet meer serieus te nemen, en alleen nog als louter vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien en alleen in die zin “belangrijk”, om te leren herkennen en onderkennen.

Een cursus in wonderen gaat over het leren vergeven middels Ware Vergeving en nergens anders over.
En het heet Een cursus in wonderen, omdat het wonder een totale omslag in het denken van de denkgeest is als gevolg van Ware Vergeving.

 

%d bloggers liken dit: