archiveren

Tagarchief: symbool

Een nog weer meer verdiepend inzicht over het concept “dood” is dat het ego ook dit concept gebruikt om zijn eigen versie van “onveranderlijke werkelijkheid” te maken als verdediging tegen de ware onveranderlijke werkelijkheid van God.

Het hele egodenksysteem is opgezet als verdediging tegen Eénheid, non-dualisme, God, Liefde. En de enige manier om dat schijnbaar voor elkaar te krijgen is het tegendeel van non-dualisme, namelijk dualisme te bedenken. Ineens is er geen één meer, maar twee, precies het tegenovergestelde, of het op z’n kop zetten van wat onveranderlijke Éenheid, nondualisme is.

De ultieme truc van het ego om binnen zijn dualistische denksysteem toch onveranderlijkheid te suggereren is het concept “de dood”. De dood binnen het ego denken lijkt immers onveranderlijk, onoverkomelijk en eeuwig. We ervaren de dood als onvermijdelijk en als de enige zekerheid die we lijken te hebben in dat wat we ons leven noemen. En tegelijkertijd zijn we er bang voor, of dit nu aanvaard wordt of ontkend, in allerlei verhalen, we doen er alles aan om het uit te stellen, of zoals alles in de dualiteit nu eenmaal een tegenhanger heeft, door zelf voor de dood te kiezen.

En dit heeft allemaal slechts één doel te verbergen en vervolgens te vergeten, dat de dood zoals alle ego concepten onmogelijke concepten zijn binnen Éenheid, non-dualisme, God, Liefde.
Dit blijkt, ook al is het een onmogelijk idee, toch een zeer effectief en succesvol idee en gedachtesysteem te zijn. De dood is nu het ultieme symbool van het enige wat “waar” is binnen het volledig onware denksysteem van het ego, waardoor dat wat werkelijk “Waar” is verborgen blijft, diep in het onderbewuste, in de vergetelheid.

Het goede nieuws is, dat “Waar” altijd “Waar” blijft en “onwaar” derhalve “onwaar”.
We kunnen muren en bergen voor “Waar” oprichten, zodat wat “Waar” is uit het zicht verdwijnt, maar het is daardoor nog niet volledig verdwenen.
Het is dus zaak als de denkgeest er genoeg van heeft zich te verbergen achter onwaarheid dmv concepten (blokkades) die alleen maar pijn en lijden opleveren, eraan toe is zich weer te willen herinneren in wat hij werkelijk is, en dat alle obstakels die werden en worden opgeworpen tegen “Waarheid”, (Éenheid, non-dualisme, God Liefde) onder ogen worden gezien, worden doorzien en losgelaten oftewel vergeven, zodat wordt gezien en ten volle wordt beseft dat alleen Éen waar kan zijn en dat alles wat twee is (dualisme) niet gebeurt kan zijn, dan alleen in dromen van dualisme met als enig doel afgescheiden te zijn en blijven van Éen, God, Liefde, een wat dan duidelijk wordt onderkend en gezien als een onmogelijk doel.

Dat is de enige manier om het concept “dood” door te prikken en te ontkrachten.
Op die manier wordt het idee van de dood slechts nog een reminder voor wat het eigenlijk is, zoals hierboven beschreven, en krijgt het alleen nog de functie van ware vergeving.

Maar blijf alert, want aangezien er alleen maar denkgeest is en zich daarin zowel het juist-gerichte denken (HG/J) als het onjuist gerichte denken (ego) en het waarnemende/keuzemakende denken bevindt, het egodenken nog steeds in elke gedachte aanwezig is, zolang “we” nog ervaren, denken en geloven “hier” te zijn. Het egodenken zal dus altijd proberen elke gedachte af te scheiden van de juist gerichte denkgeest. Bijvoorbeeld door elke keer dat het concept “dood” langskomt, te denken “oh, het is niet echt hoor, het is maar een concept, de dood bestaat niet, denk er maar niet aan” en vervolgens het hele concept weg te mediteren in het licht. Daarmee wordt heel slim en schijnbaar heel spiritueel vermeden dat “ik” als waarnemende/keuzemakende denkgeest eerst zonder oordeel, wat alleen kan olv HG/J, oftewel de juist gerichte denkgeest, want anders is kijken simpelweg te angstig, ook weer een verdediging van het ego, kijk naar de projectie die ik als egodenkgeest heb opgezet. Dat eerlijk kijken precies zoals het verhaal met als onderwerp “de dood” is opgezet en wordt ervaren, is absoluut noodzakelijk om het hele concept los te kunnen laten oftewel te vergeven.
Dit niet doen, door het te vermijden (dus door te luisteren naar de leiding van het ego gedeelte van “mijn” denkgeest (=zonde, schuld en angst) is stappen overslaan.

Dus elke keer dat het concept “dood” in al z’n vormen als verhaal en ervaring voorbij komt is het zaak op de eerste plaats het te leren herkennen, het precies zo onder ogen te zien zoals het is opgezet door mijn keuze voor het egodenken, zonder er ook maar iets aan het verhaal en de ervaring te veranderen, en dan de keuze te maken (als de denkgeest eraan toe is, maar dat voel je vanzelf) het te vergeven, omdat ik dan echt doorzie dat het hele concept “dood” onmogelijk is, want het past op geen enkele manier binnen wat “Waar”, Onveranderlijk Éen is.

Ik merkte zelf na dit inzicht dat het hele egodenken eigenlijk volledig doordrongen is van het concept “dood” in talloze vormen, en het volledig doorzien ervan (dus door er eerlijk naar te kijken, en te voelen, zodat gezien kan worden dat het alleen maar een verdediging tegen terug herinneren in Éenheid, God, Liefde is) en het vervolgens willen en kunnen vergeven ervan werkelijk enorme deuren van vrijheid opent.

En maak je geen zorgen (wat ook weer een egogedachte is trouwens), want wakker worden uit deze nachtmerrie die we ons leven noemen, is onvermijdelijk, of je er nu bewust mee bezig bent, heel spiritueel denkt bezig te zijn of juist niet, het is onvermijdelijk. De denkgeest zal er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zijn om zich terug te willen herinneren in Éenheid, God, Liefde.
En dat is het enige ware onvermijdelijke, NIET het concept “dood”.

“Niet werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”.
(ECIW Inl.2:1-4)

P.S. de inspiratie voor dit blog werd onder andere getriggerd door een blog van Frits Spoelstra (Snips) wat te vinden is onder deze link Momento Mori

 

Alleen de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is nodig en mogelijk, de keuze voor afscheiding (egodenkgeest) of voor terug herinneren in Eenheid (HG/J denkgeest), waar nooit uit is weggegaan.
Deze keuze is niet een soort duiveluitdrijving waarbij het kwade verslagen en vernietigd dient te worden en Waarheid, God, Eenheid overwint. Dat zou een 100% gewoon weer de keuze voor ego zijn, want daarbij wordt immers “het kwaad” als werkelijk bestaand gezien, wat vervolgens bestreden en vernietigd moet worden.
Het is als de eenvoudige keuze je slaapdroom als echt gebeurt te zien of als slechts een droom die echt leek, maar het niet is.
De slaapdroom kan daarom als symbool worden gezien van dat alles een droom is, welke er lijkt te zijn doordat erin wordt geloofd. Een ander bestaansgrond dan het geloof erin heeft het niet.
Als dit gegeven wordt geaccepteerd dient de droom, net zoals de slaapdroom, alleen nog als symbool voor wat de wereld, mijn leven NIET is en om eruit te ontwaken, door dat wat niet waar kan zijn te vergeven.
Het enige probleem, wat niet eens een probleem is, omdat het een onmogelijk slechts verzonnen probleem is, is de wens om afgescheiden te willen zijn en blijven van wat met opzet vergeten moet worden.

Kijk maar eens goed naar elke gedachte en ontdek dan dat eigenlijk elke gedachte symbool staat voor de wil tot afscheiding: ik, jij, wij, zij, het, daar, hier, morgen, gisteren, vandaag, seconde, minuten uren, dagen, weken, maanden, jaren, gebeurtenissen, en zo maar door, een eindeloze lijst met losse elementen die schijnbaar buiten mij plaatsvinden in lichamen en dingen die schijnbaar los van elkaar plaats lijken te vinden.

Daar gaan de eerste lessen van het werkboek ook over. Leren zien dat alles als los en gescheiden van elkaar gezien wordt en daarom niets (kunnen) betekenen. De symbolen van de wil tot afgescheiden willen zijn is in alles, echt alles terug te herkennen.
Dit willen leren waarnemen zijn de eerste stappen tot het onvermijdelijke terug herinneren in de natuurlijke staat van Eenheid.
Onvermijdelijk, omdat het slechts dromen van afscheiding zijn en dus niet werkelijk gebeurt, net als de slaapdroom, die daar symbool voor staat.

Dit kan in eerste instantie een enorme opluchting geven, precies zo als het wakker worden uit een nachtmerrie, wetende dat het niet echt gebeurt is.
Daarna begint de lange weg van afkicken van de egodromen, welke altijd ook onvermijdelijk als heftig en zwaar wordt ervaren. Niet omdat dat moet, maar omdat de keuze voor het ego zo’n gewoonte is geworden en zo lang voor waar is aangezien. Het is daarom een stap voor stap proces van terug herinneren, waarbij het droommateriaal nu als vergevingsmateriaal en kans wordt her-gebruikt.

Waarom zijn we zo bang voor ongemak, voor als het even tegen zit, voor ziekte, voor ongeluk en proberen we er alles aan te doen zo snel mogelijk ervan af te komen?
Zou het misschien zo kunnen zijn dat er achter die angst een heel andere angst verborgen zit en het niet de angst is over iets wat mij kan overkomen in de wereld.
Volgens ECIW wel:

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk .

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.t)

De vorm doet er dus niet toe. De vorm waarin we denken en geloven allerlei vormen van angst te ervaren verbergt een en dezelfde vormloze abstracte angst, de angst voor Waarheid:

“Onder elke hoeksteen van angst
waarop jij je waanzinnige geloofssysteem hebt opgetrokken,
ligt de waarheid verborgen. Toch kun je dit niet weten,
want door de waarheid te verbergen in angst zie je geen reden
te geloven dat hoe meer je naar angst kijkt, des te minder je die ziet,
en des te helderder datgene wordt wat erachter schuilgaat” (T14.VII.2:1-8).

Want:

“Achter de donkere deuren die jij hebt dichtgedaan
ligt niets, want niets kan de gave van God verborgen houden. Juist
het dichtdoen van de deuren staat het inzicht in de weg dat de macht van
God in jou straalt” (T14.VIII.1:3-4).

En:

“Achter jouw angst om vanwege de zonde naar
binnen te kijken, gaat nog een andere angst schuil, en wel een die het ego
doet sidderen en beven.
Wat als je naar binnen keek en geen zonde zag? Deze ‘beangstigende’
vraag is er een die het ego nooit stelt. En jij die ze nu wel stelt vormt een
te ernstige bedreiging voor het verdedigingssysteem van het ego dat het
zich er nog druk om maakt te veinzen dat het jouw vriend is” (T21.IV.2:8,3:1-3).

Vandaar dat de wereld die “angst” als bron en fundament heeft, nooit zal veranderen.
Deze wereld van angst heeft een (onmogelijke) functie en wel hoe dan ook uit Waarheid weg te blijven.
In het beste geval kan deze wereld van angst gezien en ervaren worden als reminder voor wat het probeert te verbergen, zodat uiteindelijk de herinnering aan wat werkelijk is weer tevoorschijn komt vanachter de sluier van vergetelheid.

Laat dus de droom, de film van mijn leven zijn zoals deze zich vertoond, en alleen nog maar als reminder dienen dat het niet is wat het lijkt te zijn, zonder in te vullen wat het dan wel moet zijn door de droom te veranderen in een betere droom. Een betere droom bestaat niet, een droom is een droom welke symbool staat voor angst of voor Waarheid (Liefde). De zogenaamde gelukkige droom is dan ook niet een betere gelukkiger droom, waarin alles perfect verloopt, maar een volledig doorziene droom waaruit de angst voor de angst is verdwenen.

Ik heb de sterke neiging om alle ‘alles overhoop gooiende’ gedachtes die ik heb op te schrijven. Noem het inzichten, openbaringen, het doorzien van overtuigingen, helderheid, wat dan ook en hoe dan ook, ik schrijf ze op.
Nu was er ook de sterke gedachte dat leraarschap in de zin van anderen iets leren waardoor ze beter worden, helderder worden, slimmer worden, wakker worden gewoon niet werkelijk bestaat en ook niet werkelijk kan bestaan.
Het lijkt natuurlijk wel zo in de wereld van de droom, daar wordt het wel als zodanig ervaren. Maar wat is een droom ervaring anders dan een droom en op z’n best een symbool voor iets wat het juist probeert te verbergen.

Bijvoorbeeld, ik ben bij die en die leraar geweest en ik weet het nu, deze leraar (of dit pad) ga ik volgen want daardoor zal ik ontwaken uit de droom.
Het lijkt zo te gaan, maar zo gaat het niet.
Een leraar de hemel in prijzen of een leraar vervloeken is precies hetzelfde, gewoon weer de verschillende zijde van de egomedaille.
Zolang ik mijn staat van zijn (eigenlijk denken en dan niet het denken van het brein) laat afhangen van de gedachten en overtuigingen van een ander en me daar afhankelijk van maak, en denk en geloof dat door het volgen van een bepaalde leraar of een boek/pad ik zal ontwaken, ben ik nog steeds aan het ego projecteren en wil ik eigenlijk precies het tegenovergestelde van wat het lijkt te zijn.
Als ik een bepaalde leraar of een pad volg en me daar afhankelijk van maak of me er tegen afzet, (beide hetzelfde) op wat voor manier dan ook, zeg ik eigenlijk (onbewust), nee ik wil helemaal niet ontwaken uit de droom, maar ik doe net of ik dat wel wil. Daarmee het idee van een droom echt makend als iets waaruit ontwaakt dient te worden.

Ontwaken is niet iets wat men (het lichaam) doet, ontwaken is ook niet iets wat de denkgeest ‘doet’, want er bestaat geen droom, illusie toestand, daarom heet het ook zo (haha), het is en blijft alleen maar een droom, illusie toestand. Dus waarom zou ik er iets anders van willen maken, als het toch al niets is?
Ik wil er iets anders van maken omdat het dan wel echt leek en ik het nu kan veranderen. Het enige wat ik dan doe is de droom, de illusie veranderen in misschien een iets betere droom, illusie. En het houdt nog steeds het ‘ik’ geloof in stand.

Bovendien wat is dan de ‘ik’ die dit ‘doet’, duidelijk niet het lichaam, maar de denkgeest die zich heeft vermomd in een droom over een lichaam dat vervolgens weer kan dromen dat het géén lichaam is…
Hoe dan ook gaat het hier over controle en angst voor machtsverlies, en dat allemaal om te verbergen middels vermomming dat de droom niet echt kan zijn, door deze wel echt te doen laten lijken en alleen te geloven in lichamen in een wereld, of een van de vele variaties hierop te geloven in lichamen die eigenlijk geen lichamen zijn maar denkgeest, maar dan wel denkgeest die net zo werkt als het lichaam. Dus nog steeds een persoonlijke denkgeest die door leraren en paden te volgen wakker kan worden uit de droom.
Het lijkt heel spiritueel, maar is precies hetzelfde als alle andere ego trucjes.

Het is eigenlijk heel simpel, ‘ik’ hoef niets te doen, de toestand waarin ‘mijn’ denkgeest zich bevindt zal automatisch daardoor dat tegenkomen wat het zelf projecteert. Alles wat ik ervaar geeft aan waar de denkgeest zich bevindt, namelijk in dat wat en hoe het ervaart. Ervaar ik dat ik een bepaalde leraar moet volgen of een bepaald pad/boek waardoor ik denk en geloof te zullen ontwaken, dan is dat waar de denkgeest zich bevindt. Het heeft verder geen functie dan dit op te merken en te doorzien. Ga ik hier over oordelen, dan kies ik gewoon weer voor de grote ego truc, en gaat het niet over oordelen over mijzelf of anderen, maar volg ik een cursus in ‘hoe blijf ik in de afscheiding’.

Dus ook de gedachte dat mijn opgeschreven gedachten anderen dichterbij ontwaken zullen brengen is ook een droom, een illusie. Ontwaken ´gebeurt´ niet, want er is was ook geen ‘in slaap vallen’.

Nee, een leraar, een methode, een pad, een boek als vorm, maar ook als projectie, kan mij niet helpen te ontwaken, het laat alleen zien, waar de denkgeest is in het toestaan van het herinneren van dat er helemaal geen spraken is van slapen/dromen en ontwaken.
Dat maakt alles wat op mijn pad komt zowel zinloos als zinvol.
Er is niets wat mij als denkgeest kan doen laten ontwaken, want er was ook nooit echt een besluit te gaan slapen. En wat voor leraar, pad/boek ik ook denk en geloof te volgen of juist helemaal niet, het verandert niets aan het volledig abstracte, het ‘niets’ dat waar we woorden voor hebben bedacht zoals, Eenheid, Waarheid, God, Liefde, maar ook abstract en niets.
Spiritueel denken en geloven te zijn of 100% atheist, of humanist of wat voor woorden we daar ook voor hebben bedacht maakt niets uit.

Dus ik (en alle andere ikjes), ervaar wat ik ervaar of dat nu een leraar, pad volgen is, of niet, of wat dan ook, dat maakt voor het totale abstracte niets uit, het wordt er niet minder of meer abstract van. Terugkeer in het abstracte is onvermijdelijk, omdat er nooit uit is weggegaan. Dus het idee van een pad te moeten volgen om het onvermijdelijke te doen laten gebeuren of bespoedigen is onzin.
Dat betekent dat het niets uit maakt wat we in het onmogelijke, binnen dat wat niet kán bestaan, bedenken en doen om eruit te geraken, integendeel het zal daardoor juist het onmogelijke het niet bestaande proberen waar te maken. Volop mee gaan in de stroom van ervaringen, welke dat ook mogen zijn, spiritueel of niet spiritueel, of wat dan ook, de stroom die ik mijn leven noem, dat is wat er overblijft. De denkgeest kan niets anders doen dan dat waar deze is en aan toe is…

Thats it…

 

Het is de denkgeest die besluit, niet het lichaam Annelies, of een ander lichaam. Ook niet een Heilige Geest en of een Jezus die als extra cadeautje in het lichaam Annelies zijn gepland door God en haar tot een bepaald besluit brengen.
Er is geen wereld, er zijn dus ook geen lichamen waar binnen ook maar iets kan gebeuren.
Het is de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dat stukje bewustzijn dat zich bewust is van beide keuzemogelijkheden, welke de keuze kan maken voor angst (egodenkgeest) of voor Liefde (Heilige Geest/Jezus, dat gedeelte van de denkgeest dat symbool staat voor het Herinneren), door de keuze voor angst (ego) volledig te doorzien in alles en de onmogelijkheid ervan volledig doorziet, vergeeft en daardoor vanzelf de andere overgebleven onvermijdelijke keuze maakt, voor Liefde, Eenheid, Waarheid, God.
Het is de denkgeest die besluit, omdat deze eraan toe is en niet langer kán en wil geloven in afscheiding, er helemaal klaar mee is, en zich alleen nog maar terug kan herinneren in wat deze is: Eén in God, Eén in Waarheid, Eén in Zelf, Eén in Liefde. Het is een onvermijdelijk besluit en nog het enige besluit dat schijnbaar kan worden genomen en zal worden genomen, een natuurlijk besluit, zonder dwang, zonder moeite.

En wat/wie is het dat zich dan nog afvraagt, wat dan te ‘doen’ in een wereld met een lichaam? Dat kan niets anders zijn dan een vraag van de denkgeest die nog niet toe is aan het feit dat er geen wereld is, dat er geen lichamen zijn, maar alleen denkgeest. De denkgeest die nog vasthoud aan angst omdat deze nog gelooft in zonde, schuld en angst. De denkgeest die in zijn geprojecteerde fantasieën, nog gelooft in een lichaam te zijn dat van alles moet doen, levend in een wereld tussen andere lichamen, dieren, dingen en situaties.
De denkgeest die weet, doorziet, bereid is tot Ware Vergeving, wat inhoud volledig doorziet dat er ‘niets’ gebeurt is, dat Eenheid, Liefde, Waarheid ongeschonden en Héél zijn gebleven, zal in totale grenzeloze vrijheid verkeren. En zolang er dan nog schijnbaar ervaren wordt in een wereld zal elke nog te maken keuze in een schijnbare wereld, door een schijnbaar lichaam, moeiteloos vanuit de nu totale vrije denkgeest welke ‘Weet’ gemaakt worden. Niet om een betere wereld of een beter lichaam, een beter mens te worden, maar omdat de volledig ontwaakte denkgeest eenvoudig niet anders kán en niet meer kán kiezen voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego). Onnodig te zeggen dat keuzes vanuit Liefde, vanuit een volledig ontwaakte en vrije denkgeest alleen maar liefdevol kunnen zijn en niets te maken hebben met veranderingen in een niet bestaande wereld. Zolang de keuze nog uitkomstgericht, resultaatgericht, vormgericht is is het nog steeds de ego kant van de denkgeest die de keuze maakt voor zonde, schuld en angst. Dat is niet fout, laat staan zondig, maar alleen een waardevol hulpmiddel om te leren herkennen in hoeverre ‘ik’ de waarnemende/keuzemakende denkgeest er aan toe is de andere keuze in vol Vertrouwen te nemen, een keuze welke ‘vanzelf’ genomen zal worden als alle keuzes voor zonde, schuld en angst als vergevingsmateriaal en vergevingskans worden gezien. Dat is dan tevens de nieuwe functie van de zich volledig bewust geworden denkgeest.

Terug herinneren in Eenheid, in Waarheid, in Liefde, in God is onvermijdelijk, omdat er nooit uit is weggegaan, dat is waar het verhaal van de verloren zoon over gaat. En bedenk dat ECIW ons hier als denkgeest aanspreekt, niet als lichaam, want zoals we gezien hebben, er is geen lichaam, alleen een gedachte, een droom over een lichaam, gedroomd door de denkgeest die droomt van afscheiding. En ook al lijken dromen heel echt, ze zijn er niet om letterlijk genomen te worden, maar om als symbool gezien te worden, zoals alles wat de denkgeest ervaart in de wereld een verhaal is, en alleen als een symbool kan worden gezien:

“Luister naar het verhaal van de verloren zoon en verneem wat Gods
schat is en die van jou: deze zoon van een liefdevolle vader verliet zijn
thuis en meende dat hij alles had verbrast aan niets van enige waarde,
hoewel hij toentertijd de waardeloosheid ervan niet inzag. Hij schaamde
zich ervoor naar zijn vader terug te keren, omdat hij dacht dat hij hem had
gekwetst. Maar toen hij thuiskwam verwelkomde de vader hem vol
vreugde, omdat de zoon zelf zijn vaders schat was. Hij wilde niets anders” (T8.VI.4:1-5).

Durf ik mijn ‘ergste’ egogedachten eerlijk onder ogen te zien?
Wat is daar voor nodig om dat te kunnen en te willen vooral?
Alles wat ik als buiten mij ervaar heb ik daar buiten geprojecteerd als symbool voor afscheiding en zijn dus afkomstig uit de keuze voor zonde, schuld en angst.
Ook al denk ik nog zoveel te houden van iemand of iets, zolang ik iemand of iets als autonoom buiten mij zie, zie ik dat zo omdat ik afscheiding, dus vormen van zonde, schuld en angst projecteer. Het lastige is, en aangeeft dat het ego afscheidingsdenken heel slim in elkaar zit, is dat ik heel erg kan lijken te houden van of heel erg geef om, of gesteld ben op die iemand of iets die buiten mij lijkt te bestaan.
Voordat de waarnemende en ervarende ‘ik’ (denkgeest) onder ogen wil en durf te zien dat zolang ik iemand of iets als los van mij zie en ervaar het om ego liefde en ego geven-om gaat en zolang ik hier nog voor terugdeins en met afschuw dit blijf ontkennen, blijf ik stug voor egodenken en ervaren kiezen.

Eerlijk al mijn diepst verborgen egogedachten onder ogen willen en kunnen zien, kan niet geforceerd worden, geaffirmeerd worden, over gemediteerd worden of door doen alsof opgelost worden. De denkgeest zal daar aan toe moeten zijn, zodat de keuze voor ‘Het’ andere Doel, terug herinneren in Eenheid, een logische keuze zal zijn.
Als de denkgeest eraan toe is, zal het onder ogen willen en durven zien niet meer als een onmogelijke bedreiging voelen, maar als een noodzakelijke stap die aan de Hand van Bereidwilligheid gezet kan worden, omdat gezien wordt dat het onder ogen zien van al mijn ego-afscheidings-gedachten noodzakelijk is om werkelijk te kunnen Vergeven en me volledig te Herinneren en te ontwaken uit de droom van afscheiding.
Al mijn speciale relaties zullen dan worden her-gebruikt en symbolen worden voor terugkeren in Liefde, in plaats van voor afscheiden van Liefde.

Ja, de ervaring is toch echt dat ‘het niet serieus nemen’, wat betekent bewust niet kiezen voor het waarnemen door de zeer serieuze bril van de egodenkgeest, gewoon werkt.
Niet als het zoveelste trucje om me beter te voelen, maar als resultaat van het echt accepteren en weten dat de wereld niet meer is dan een droom, te vergelijken met wat we een slaapdroom noemen, maar dan weten dat alles een droom is en er geen verschil is tussen de slaapdroom en wat wij ons wakkere leven noemen.
Het is dus niet het lichaam dat slaapt en droomt, maar de denkgeest die een lichaam droomt dat kan slapen en dromen en wakker kan zijn.
Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, het idee van een lichaam bevindt zich in de denkgeest.
Ideeën zoals uittreden uit het lichaam is dus ook een droom.
Dus dat wat ECIW boven het slagveld hangen noemt, de zgn waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, is niet de geest die uit het lichaam treed en zichzelf, het lichaam, bezig ziet.
Het is de denkgeest die zich niet meer vereenzelvigt met het lichaam, omdat deze weet dat het geen lichaam kan zijn, en het lichaam een projectie is geprojecteerd door de denkgeest zelf.
Dus dat kan je vergelijken met het kijken naar een film waar ‘ik’ de hoofdrol in speel (en ook alle bijrollen trouwens en ook de regie doe) en allerlei wilde zeer serieuze avonturen beleef. Als ik me volledig vereenzelvig als lichaam met de film en alle rollen en met wat er zich daar afspeelt dan kan ik niet anders dan het allemaal heel serieus nemen en al het lijden en de pijn en de vreugde echt voelen.
Denk maar weer aan de vergelijking dat als je naar een film zit te kijken, hoe je daar dusdanig in op kan gaan dat je de pijn, het lijden, en ook de vreugde echt lichamelijk voelt.
ECIW zegt onder andere over ‘het serieus nemen’:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

en ook:
“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

Het niet serieus nemen, wil dus niet zeggen, dat ik onverschillig ben geworden of alles met een bulderende lach weg-lach…
Immers als ik lach om vreselijke dingen die gebeuren in de droom, maak ik de droom ‘echt’ en probeer het met een lach weg te lachen. Het lachen is dan gewoon weer de sluier van vergetelheid in dienst van de keuze voor de egokant van de denkgeest.

Het werkelijk niet serieus nemen is van een andere orde.
Het werkelijk niet serieus nemen is het gevolg van Ware Vergeving, of van het ‘echt’ zien en weten dat wat ik denk te zien slechts een reflectie is van mijn keuze om afgescheiden te zijn van wat ik werkelijk ben: denkgeest, de Ene Denkgeest, Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
En als ik daardoor mezelf (denkgeest+projectie (wat hetzelfde is)) weer terug herinner in wat ik werkelijk Ben: Liefde kan het niet anders zijn dan dat er alleen nog maar Liefde uitgebreid zal worden. Daar hoef ik niet bij na te denken, dat zal een vanzelfsprekendheid zijn.

De film zal nog steeds ‘draaien’, of de droom zal nog steeds doorgaan, zolang ik nog ‘ervaar’, maar ik ben nu de bewuste denkgeest die ‘Weet’ die niet meer geloofd of zich vereenzelvigt met zonde, schuld en angst, de componenten waarop de film, de droom is gebaseerd. En het in die zin ook niet meer serieus kan nemen, maar omdat het geloof in zonde, schuld en angst niet meer aanwezig is, zal er vanzelf Ware Inleving, en Ware Behulpzaamheid voor in de plaats komen.

Deze bewustwording speelt zich dus nog wel steeds af in de (droom)wereld van de ‘ervaring’, maar zal nu niet meer de serieuze droom onder leiding van het geloof in zonde, schuld en angst zijn, maar ‘de gelukkige droom’ onder leiding van de keuze van de waarnemende/keuzemakende positie van de denkgeest voor de Heilige Geest kant van de denkgeest. Gelukkig betekent dus in deze zin zonder, zonde, schuld en angst zijn.
En nogmaals het is een valkuil (dus opnieuw de keuze voor de egokant) te denken dat dan de wereld een betere wereld wordt, want dan vergeten we weer voor het gemak, en dat is duidelijk een ego vergeten, dat er geen wereld is…
En waarom zou ik een leukere droom willen hebben, als ik Weet dat het slechts een droom is, die ik dan gewoon weer serieus neem en alleen een beetje opleuk, maar daarmee de Waarheid weer volkomen negeer, en ‘vergeet’?

Het bewust worden en vervolgens opleuken of een betere versie maken van de droom is dus niet wat Ontwaken is. Ontwaken is Ontwaken uit de droom, dus bereid zijn met volkomen lege handen, zonder zonde, schuld en angst (symbool voor zonder invulling van wat Ontwaken zal opleveren voor mij) en volledige openheid van geest en vol vertrouwen me te laten vallen in wat ik Ben.

Ik kan dus elke morgen bij het opstaan, of op wat voor moment dan ook ervoor kiezen en me voornemen, het geloof in het serieus nemen van de droom op te geven, want ook het serieus nemen is weer een geloof. Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest kan alleen gedachten+projecties (wat hetzelfde is) voortbrengen en ik ben als waarnemende/keuzemakende denkgeest volledig verantwoordelijk voor welke gedachtegang ik kies, die van de egokant of die van de HG kant.
Dat is de enige ‘serieuze’ overweging die bij elke gedachte die mij uit onvrede lijkt te halen gemaakt mag worden.
En naarmate ik de ladder (symbool voor het proces van terug herinneren waar ik in werkelijkheid nooit uit ben weggegaan) terug naar Huis verder bestijg zal er een moment komen dat ik de bewuste keuze (voor ego of HG) niet meer hoef te maken en ik alleen nog maar onder leiding van HG sta.
ECIW noemt dit ‘een periode van voltooiing’:

“En tenslotte is er ‘een periode van voltooiing’. Hier wordt wat werd geleerd
geconsolideerd. Wat vroeger louter werd gezien in schaduwbeeld,
wordt nu solide verworvenheid waarop zowel in alle ‘tijden van nood’ als
in rustige tijden kan worden gerekend. Zeker, rust is het resultaat ervan,
de vrucht van oprecht leren, van consequent denken en volledige overdracht.
Dit is de fase van werkelijke vrede, want hier wordt de hemelse
staat ten volle weerspiegeld. Van hieruit ligt de weg naar de Hemel open
en is hij makkelijk begaanbaar. In feite is hij hier. Wie zou ergens ‘heen’
gaan als innerlijke vrede al totaal is? En wie zou willen proberen gemoedsrust
te ruilen voor iets wat nog begerenswaardiger is? Wat zou
nog begerenswaardiger kunnen zijn dan dit? (H4.I.A.8:1-10)”

%d bloggers liken dit: