archiveren

Maandelijks archief: mei 2014

Gisteren kreeg ik een bericht doorgestuurd met het nieuws dat een rechter in Duitsland heeft bepaald dat het auteursrecht van Een cursus in wonderen niet bij Jezus ligt.
En dat is goed nieuws, want op het niveau van de wereld, de droom dus, zou het betekenen dat als Jezus het auteursrecht werd toebedeeld, Jezus als een persoon zou worden gezien, of desnoods een entiteit los van de rest, de historische Jezus dus, want meer kan en wil het ego er niet van maken. De egodenkgeest kan alleen in termen van afscheiding denken.
Sommige stromingen in de Cursus wereld denken dat de historische Jezus de Cursus doorgaf aan Helen en nemen Jezus dus letterlijk, terwijl de Cursus Jezus duidelijk als symbool ziet, een duidelijk geval dus van wat de Cursus niveauverwarring noemt.
Een cursus in wonderen kan absoluut niet worden begrepen als Jezus werkelijk wordt gezien als persoon, want dat zou betekenen geloven in afscheiding.
De Cursus heeft het niet over de historische Jezus, Jezus is het symbool voor de Juist gerichte denkgeest voor dat wat wij zijn als waarnemende denkgeest die nog steeds onveranderlijk in contact staat met de Waarheid en ons helpt herinneren dat we voor de Juist gerichte denkgeest kunnen kiezen in plaats van voor de egodenkgeest, de onjuist gerichte denkgeest. Jezus is dus het symbool voor wat wij in werkelijkheid zijn. In die symbolische zin wordt hij in de Cursus ‘Een oudere broer’ (T1.II.3:7) genoemd, en is in die zin het symbool (naast de Heilige Geest) voor de behulpzame schakel die we kunnen gebruiken en aanspreken als hulp bij het terug herinneren in Waarheid.
Een cursus in wonderen spreekt ons alleen aan als denkgeest, op denkgeest niveau en niet als lichamen.
Lichamen en alle andere vormen die we denken te zien, zijn projecties vanuit de ene denkgeest.

Nou, dat verhaal daar kan de wereld van de egodenkgeest niets mee, want het ego probeert ons juist te doen laten vergeten dat we denkgeest zijn waardoor we denken en geloven dat we een lichaam zijn. Dus deze uitspraak is binnen het kader van de droom de meest gunstige uitspraak en blijft het auteursrecht bij Helen, dus bij de Foundation For Inner Peace.
En is het zonder toestemming publiceren van Cursus teksten door deze uitspraak gewoon niet meer toegestaan.

Zie verder:
http://www.nu.nl/boek/3776381/jezus-heeft-geen-auteursrecht-boek-wonderen.html

 

 

Alles wat in je gedachte opkomt, komt op, omdát het al gedacht is.
We hebben eigenlijk een voortdurende déjà vu ervaring.
Geen enkele gedachte is nieuw, elke gedachte ligt opgeslagen in de database van de egodenkgeest. De ene egodenkgeest wel te verstaan, want er is maar één egodenkgeest, zoals er ook maar één werkelijke denkgeest is. En daarbij komt nog dat de egodenkgeest ook wel de onware denkgeest wordt genoemd, en dus niet bestaat.
In de egodatabase liggen dus alle afscheidingsgedachtes die maar mogelijk zijn en die voortkomen uit zonde, schuld en angst opgeslagen.
Er is niet één egogedachte die nog niet gedacht is. Ze waren er allemaal in één keer en zijn er nog steeds allemaal in één keer, elke keer dat we (de ene denkgeest dus) een gedachte heeft.
Lichamen (hersenen) denken niet, dus kunnen ook geen gedachtes hebben, want lichamen en alle andere bestaande vormen en situaties zijn projecties, geprojecteerde gedachtes, geprojecteerd door de denkgeest die denkt.

Keuzes worden dus gemaakt op denkgeestniveau, niet op lichaams-, dingen en situatieniveau, ook al lijkt dat wel zo te zijn. Dat is de grote illusieshow van de egodenkgeest.
De (ego)denkgeest maakt schijnbaar een keuze vanuit lichaamsgericht-, dingen en situatie niveau.
De denkgeest die zich bewust wordt en dit waarneemt, zich herinnert, ziet dat de keuze wordt gemaakt op denkgeestniveau en niet op vormniveau, en ziet dus dat de echte keuze gaat over voor welke denkgeest kies ik. Kies ik voor de egodenkgeest, of voor, wat de Cursus noemt, Heilige Geest denkgeest, we kunnen het ook de onware of ware denkgeest noemen, het zijn maar woorden, symbolen.
Mocht je alsnog in de stress schieten van bepaalde woorden, dan betekent dat alleen dat je ze ‘waar’ probeert te maken en voor de symboliek van de egodenkgeest kiest, dus voor zonde, schuld en angst en stress is daar één van de vele mogelijke uitingen van.
De Cursus bied dan de mogelijkheid aan van het vergeven van de stress, wat betekent dat het onware gewoon niet waar gemaakt kan worden en er dus niets gebeurt is. De waarheid is nog steeds waar en de onwaarheid nog steeds onwaar.

Stel dat ik voor een keuze sta, een van de duizenden die we op een dag lijken te hebben.
Bijvoorbeeld koop ik deze jurk die ik best wel leuk vind, of kijk ik nog even verder, is de kleur goed, de maat, de prijs, heb ik ‘m nodig, kan ik ‘m combineren enz.. enz..
Dit lijkt een keuze die gaat over vormen, jurk in dit geval (of wat dan ook), maar het is altijd een keuze uit de database van de egodenkgeest, waar al deze projecties liggen opgeslagen en zolang ik een keuze maak die met een of ander lichaamsgericht ding, of situatie te maken heeft maakt het niets uit wat ik kies, want de projecties zijn volstrekt neutraal, zoals een film op dvd die in de kast ligt volstrekt neutraal is.
Dus welke projectie ik ook kies hij ligt als projectie, dus al als gemaakte film vast.
Er is een film voor alle denkbare keuzemogelijkheden die ik denk te kunnen maken over jurken (in dit specifieke geval).
Maak ik een keuze vanuit egodenkgeest, dus de onware denkgeest, dan maak ik een keuze voor onwaarheid. En alle vormen, dingen en situaties op zich als ding, zoals lichamen, jurken enz.. zijn op zich zelf onwaar, want het zijn projecties en blijven dat ook. Dus het gaat helemaal niet over het kiezen van een jurk, het gaat om het kiezen van onwaarheid. Die jurk is net zo onwaar als een jurk die we zien op tv, we zien geen jurk, of en lichaam in een winkel, maar een projectie van een jurk, een lichaam in een winkel
Alleen in de wereld zeggen we dan, dat er behalve deze projectie op tv ook nog een echte jurk is en een lichaam in een winkel ergens, maar dat is dus niet zo, het is en blijft een projectie.
Dus ‘ik’ winkelend in Amersfoort is een projectie, een film waar als ik me er helemaal mee identificeer het ‘waar’ maak, dan kijk ik ernaar vanuit egodenkgeest, of ik kan ineens echt doorhebben, dat de ‘ik’ de projector, de (be)denkgeest ben, maar niet het lichaam zelf losgekoppeld van de projector (denkgeest). Gedachten verlaten nooit hun bron.

Dan ligt ineens de mogelijkheid open nu opnieuw naar diezelfde film (projecties) te kijken, maar nu niet meer kijkend door de egocamera, wat identificatie met het lichaam betekent, maar nu door de camera van de ware denkgeest, wat betekent dat ik niet meer kijk vanuit de onware vormen van zonde, schuld en angst, maar vanuit waarheid, in de Cursus Liefde genoemd.

Het is dus niet zo dat als ik voor kijken vanuit waarheid kies, voor de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor het ‘ware’, dat dan de al reeds opgenomen film verandert en de ‘ik’ in de film van de Heilige Geest en of Jezus krijg te horen welke jurk ik moet kiezen, of welke keuze dan ook op vorm gericht gebied.
Want dan zou ik alsnog de projecties heel serieus nemen en ze ‘waar’ maken. En het is niet de vorm, de projectie die ons ongelukkig of gelukkig maakt, het is de keuze voor met welke denkgeest kijk ik (de denkgeest) ernaar.
En kies ik ervoor me te herinneren dat de ‘ik’ 100% denkgeest is en dus voor 100% verantwoordelijk is voor alle projecties dan kan ik nu heel bewust opnieuw kiezen en zal ik de projecties niet meer willen gebruiken om me af te scheiden van het ‘ware’, maar ze te laten hergebruiken als vergevingsmateriaal en kans. En eenmaal vergeven verliest de egodenkgeest en z’n projectie-database eenvoudigweg z’n functie en verdwijnt langzaamaan geruisloos. Het onware verdwijnt, want het was er al nooit, omdat het onwaar is. En het ware blijft over.

’Niets werkelijke kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.’
(In.2:2-4)

En dan is zoiets als winkelen (of wat er dan ook gebeurt in de film) zolang nog in de illusie wordt verkeert, en er wordt waargenomen, gewoon onschuldig leuk, omdat er niet meer geprojecteerd wordt vanuit het onware, oftewel vanuit egodenkgeest, vanuit zonde, schuld en angst, maar alles wordt bezien vanuit Liefde. Alles wordt alleen nog gezien als een roep om Liefde. En in alles wordt het diepe verlangen naar terug herinneren in waarheid uitgebeeld, en wordt gezien dat het slechts een vergissing is te denken dat we ooit uit waarheid zouden zijn vertrokken.

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel, welke ook een verzinsel zijn binnen het egodenken, zoals alles een verzinsel is, een droom, een projectie) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

De denkgeest krijgt steeds duidelijker hoe dat nu werkt in de wereld en er tegelijkertijd niet ‘van’ te zijn.
Het is gewoon wennen. Nadat het volstrekt duidelijk is geworden dat er alleen denkgeest is, en er inderdaad geen wereld is, volgt een proces van wennen.
De denkgeest ziet zichzelf nu als denkgeest steeds blijmoediger een rol spelen. De denkgeest is niet die rol, de denkgeest speelt de rol, zichtbaar als projecties.
Dat was voor dat dat bewust duidelijk werd ook al zo, alleen leek de rol dát te zijn wat de denkgeest was, er was een volledige identificatie met en geloof in de rol, er leek een ‘ik’-lichaam te zijn. Kortom de denkgeest bevond zich in de droom van afscheiding en nam het heel serieus, waardoor het vergat wat het werkelijk was en onveranderlijk altijd is.
En door de droom serieus te nemen kreeg het de functie om af te scheiden.
Als de dromer van de droom echter wakker is en de denkgeest herinnert zich weer hoe het werkelijk was, krijgt dezelfde droom nu 100% de functie van het zich voortdurende terug herinneren in Eenheid.
En net zoals de afscheiding bij elke gedachte opnieuw lijkt te gebeuren, keert de herinnering aan Eenheid nu ook bij elke (vergeven) gedachte weer terug. De momenten van afscheiding die ook nog steeds bij elke gedachte aanwezig zijn, worden op geen enkele manier meer serieus genomen en worden alleen nog gezien als een communicatiemiddel in handen van de Juist gerichte denkgeest (HG/J).

Het lijkt nog wel zo te zijn dat er een ‘ik’ denkgeest is met daaraan een projectie (lichaam), maar dat is alleen nog ‘nuttig en behulpzaam’ ivm het gebruik van de speciale rol als kanaal in handen van HG/J denkgeest.
De gewaarwording van één zijn met alles en iedereen is er echter ook, omdat de ware aard van denkgeest altijd alleen maar één is.
Er is ook maar één egodenkgeest en ook één HG denkgeest.
De ene egodenkgeest splitst zich door zijn aard afgescheiden te zijn op in miljarden aparte stukjes denkgeest, met als doel zich af te scheiden van Eenheid, wat onmogelijk is, en daardoor wordt het onmogelijke (dat het mogelijk is afgescheiden te raken van Eenheid) meteen ook vergeten, waardoor afscheiding als schijnbaar enige optie ineens wel mogelijk lijkt te zijn.
Dit staat bewust niet in verleden tijd geschreven, omdat de afscheiding steeds met elke gedachte opnieuw en opnieuw plaatsvindt en tegelijkertijd nooit plaatsvindt, omdat het onmogelijk is.
Elke egogedachte van afscheiding is dus onmogelijk en vernietigd zichzelf daardoor ook telkens weer, waardoor het elke keer weer opnieuw gedacht moet worden, waardoor er een tijdslijn lijkt te ontstaan.
Als de dromer van de droom ontwaakt uit zijn onmogelijke droom en deze ineens duidelijk ‘ziet’ en aanvaard dat de droom een droom is, dan zal automatisch de droom een andere functie krijgen, niet meer die van afscheiding, wat dan ook duidelijk wordt gezien als onmogelijk, maar dezelfde droom zal nu volledig functioneren als middel tot het terug herinneren waar het nooit uit is weggeweest.
En zo kan de denkgeest die zich ‘herinnert’ in de wereld leven maar het tegelijkertijd niet meer serieus nemen, omdat het heel goed weet dat ‘hij’ niet van deze wereld is.

Alles wat we denken te danken te hebben aan personen en situaties buiten ons, is in werkelijkheid afkomstig en een reflectie van onze eigen beslissing als denkgeest gemaakt in de ene denkgeest voor ego of voor HG.
Dus in werkelijkheid worden we niet geholpen door andere ‘personen’ buiten ons, (er is geen wereld) maar door wat er zich afspeelt in de denkgeest, want we zijn 100% denkgeest.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.” (WdI.132.6:2-5)

We vragen dus altijd hulp in de denkgeest, (ego of HG) ook als we denken hulp te vragen en te krijgen via een of andere vorm (persoon situatie), want dat we dat denken en geloven maakt het nog niet werkelijk, het blijft een geprojecteerde gedachte.
Dus de hulp die we krijgen en terug zien in een of andere vorm is altijd de weerspiegeling van de keuze die gemaakt is om naar toe te gaan voor hulp in de denkgeest.
De verleiding en valkuil kan wel weer zijn dat als we ons, omdat we ons door de geboden hulp in de vorm, weer prettig voelen, we weer helemaal terugkeren in het waarmaken van de vorm, die nu prettiger is en weer als werkelijk wordt gezien.
Dat betekend dan alleen dat de egodenkgeest weer aan het roer staat, niet dat de vorm nu ineens toch echt, echt is geworden.
Het gaat om het doel .

“Waartoe?’ Dit is de vraag die jij in relatie tot alles moet leren stellen. Wat is het doel? Wat het ook is, het zal jouw inspanningen automatisch richting geven. Wanneer je dan tot een doel besluit, heb je een besluit genomen over je toekomstige inspanningen, een besluit dat van kracht blijft tenzij jij van gedachten verandert.” (T4.V.6:8-11)

Wat is het doel, het prettiger krijgen in de vorm, of het Thuis zijn in God, waar Geluk, Vrede en Vreugde de onveranderlijke grondtoon is, van waaruit alles ervaren zal worden onafhankelijk van de vorm waar we in lijken te zitten, zolang we hier nog denken en lijken te zijn.
Je kan in een vreselijke situatie lijken te zitten en je diep ongelukkig voelen, of je kan in een vreselijke situatie zitten en toch in onveranderlijke vrede blijven.
En dat hangt alleen af van de denkgeest waarvoor je kiest om vanuit te denken.
En wat als vreselijk in de vorm wordt bestempeld, voelt alleen vreselijk omdat we ons identificeren met iets wat regelrecht tegen onze ware natuur, denkgeest zijn, indruist.
We voelen ons nooit vreselijk vanwege de vorm, die de oorzaak lijkt te zijn van het vreselijk voelen.
We voelen ons vreselijk, omdat we iets proberen te doen wat niet onze ware natuur is, niet omdat de vorm vreselijk lijkt te zijn.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon, situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid, depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen. Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag. Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.” (WdI.5.1)

Als we geholpen worden door ‘anderen’ op een wonderlijke onverwachte manier, dan is dat de weerspiegeling van onze eigen keuze als denkgeest op denkgeest niveau.
De hulp is dus afkomstig van een beslissing en is de beslissing in de ene denkgeest, die alles omvat en niemand uitsluit, ook niet jezelf dus.
De vrede die we dan voelen is dan niet de weerspiegeling van het geloof in vormen die de oorzaak lijken te zijn, maar de weerspiegeling van de Vrede van God en deze Vrede is vormloos en omdat deze vormloos is, zal deze weerspiegeld worden in alles en iedereen die we zien, niets en niemand uitgesloten.

“Het lichaam van jouw broeder laat jou niet de Christus zien. Die is in zijn heiligheid tentoongespreid.
Kies dus zijn lichaam of zijn heiligheid als wat jij wenst te zien, en wat je kiest is wat er voor jou te zien valt. Maar je zult in talloze situaties en in de loop der tijd die geen einde lijkt te hebben, kiezen totdat de waarheid jouw beslissing is. Want de eeuwigheid wordt niet herwonnen door eens te meer Christus in hem te verloochenen. En waar is jouw verlossing, als hij slechts een lichaam is? Waar is jouw vrede behalve in zijn heiligheid?
En waar is God Zelf anders dan in dat deel van Hem dat Hij voor immer in de heiligheid van jouw broeder heeft geplaatst, opdat jij de waarheid omtrent jezelf zou kunnen zien, eindelijk uiteengezet in bewoordingen die je herkende en begreep?” (24.VI.6:7,7:1-6)

Als we toch nog iemand daarvan buitensluiten weten we dat we weer voor egodenkgeest hebben gekozen en het doel weer vormgericht hebben gemaakt.
Dit moet opgemerkt worden en niet ontkend, het is juist goed als het opgemerkt wordt, want dan kan het weer vergeven worden, waardoor het doel weer richting HG gaat.
En zo kunnen we dan het begrip hulpvragen en krijgen opnieuw definiëren. Hulp is altijd afkomstig van de denkgeest, van ego of van HG denkgeest en nooit van een of andere persoon of vorm, en de keuze makende denkgeest maakt de keuze en bepaalt het doel.

Het resultaat van vragen om hulp op HG denkgeest niveau is niet vorm-resultaat-gericht, hoewel de vorm, de personen en situaties dus, de projecties, wel de reminders zijn voor het hulp gaan vragen. Hulp vragen aan HG/J is bevrijd willen worden van zonde, schuld en angst, niet van bepaalde vervelende vormen en situaties.
En als we dan bevrijd zijn van zonde, schuld en angst dan zullen we ook vrij in de wereld staan, zolang we nog in de droom lijken rond te lopen, en alles en iedereen als ‘hetzelfde’ zien als hetzelfde in de ene denkgeest (niet als lichamen, want die zijn allemaal anders op dat niveau) en dus ook niet bang meer zijn de geboden kansen nu zonder angst nu vanuit Liefde in ontvangst te nemen.
De wereld en elke ervaring in de wereld is een symbool en staat symbool voor afscheiding of voor het terug herinneren in Eenheid.

 

 

 

%d bloggers liken dit: