archiveren

Maandelijks archief: augustus 2014

Alleen door en via contact met ‘andere’, en daar bedoel ik mee personen, maar ook dieren, zgn. levende of niet levende dingen, en situaties, dus met alles wat we dankzij projectie kunnen waarnemen, zichtbaar of niet zichtbaar, kunnen we ons terugherinneren wat we in werkelijkheid zijn.
We hoeven die contacten niet op te zoeken of te regelen, contact is elk contact wat we door de dag en nacht, tijdens ons hele leven heen ervaren met alles en iedereen.
En dit komt omdat afscheiding in werkelijkheid niet bestaat.
In werkelijkheid is er alleen EEN, zowel binnen het zgn afscheidingsdenken van de egodenkgeest als binnen het Ene Waarheidsdenken, wat in de Cursus de Heilige Geest en of Jezus genoemd wordt.
Beide spelen zich af binnen het bewustzijn, in dat wat we werkelijk zijn, denkgeest.
Binnen de non-dualistische Eenheid speelt dit bewust-zijn van Eenheid niet meer dan is er Eenheid, waar bewustzijn geen enkele functie meer heeft en daar kunnen we geen woorden voor gebruiken, woorden hebben daar geen functie meer, en dat hoeft dan ook niet meer natuurlijk, dan is het klaar.
Bewustzijn, heeft dus alleen een functie als we ons nog bewust-zijn van onszelf in de droom die we onze wereld noemen.

Vertoeven we nog volledig in de egodenkgeest zonder te beseffen, ons bewust te zijn dus, van wat dat is en hoe het werkt, dan zijn we ‘onbewust’ zonder het te weten.
Worden we ons wel bewust van hoe de egodenkgeest werkt, dan kunnen we leren er bewust naar kijken, we kunnen onszelf en ons denken waarnemen.
Zodra we bewuste waarnemers zijn en onszelf kunnen waarnemen op een andere manier dan vanuit denken een lichaam te zijn, het ‘onbewuste dus’, dan kan het terugherinneren in wat we werkelijk zijn, non-dualistisch Eén, beginnen.
De reis gaat dus van het onbewustzijn van de egodenkgeest naar het Onbewust Zijn van Eénheid, en dat gaat via bewustwording.
En voor die ‘reis’ van bewustwording wordt alles wat we (de denkgeest) heeft geprojecteerd en wat meteen ‘vergeten’ werd dat we dat deden, het werd dus onbewust, her-gebruikt als vergevingsmateriaal. Want ware vergeving betekent immers zoals we eerder zagen, dat wat we dachten dat gebeurt was, niet heeft plaatsgevonden.

Je, het was en is een gedachte, en ja de gedachte werd en wordt geprojecteerd, maar het blijft een gedachte afkomstig uit de denkgeest en is alleen bedoelt om het bewustzijn van wat we werkelijk zijn te vergeten. Maar vergeten is nog niet totaal verdwijnen, vergeten is wegstoppen in het onderbewuste, weggestopt in een ogenschijnlijk stevige geprojecteerde doos, die we de wereld noemen.
Hiervan bewust worden en kiezen voor vergeving geeft alles wat we geprojecteerd hebben een andere functie. Het zal nu het bewustzijn openen in plaats van het weg te stoppen in de vergetelheid van het on-bewuste.
En zodra we er ons van bewust worden dat alles inderdaad één is, ook binnen het egodenken dus, dan kan ik mij niet meer los zien van den ander of van wat dan ook wat ik waarneem.
De eenheid zit niet in het versmelten van vormen en dingen, maar in het bewust worden van dat de projectie uit één denkgeest komt en daarom zijn éénheid blijft behouden ook al ziet het er in geprojecteerde vorm anders uit.
Dan zie ik ook dat we allemaal één gemeenschappelijk doel hebben, en dat doel is, in de nog onbewuste staat, afscheiding, de wereld als een poging tot wegrennen uit Eenheid, dmv projectie, of als het bewustzijn begint terug te komen van het ene gemeenschappelijke doel te zien, van terugherinneren in Eenheid.
In het eerste geval, het doel van het ego, wordt de wereld als einddoel gezien, in het tweede geval wordt terugherinneren in Eenheid als doel gezien en worden de projecties, de wereld die wij denken te zien en ervaren als (leer)middel her-gebruikt.

Elke relatie die we hebben, of dat nu met een mens, dier, of ding is (het zijn immers allemaal projecties) bevat dus de kans tot afscheiding of van terugherinneren in de Eenheid van de denkgeest.
De zich bewustwordende denkgeest kan deze keuze nu maken.

Dit klinkt allemaal heel simpel en eenvoudig, en dat is het idee op zich ook, maar de weg naar bewustwording en tenslotte het terugherinneren in totaal On-bewustzijn, wat niet meer bewust ervaren wordt, omdat er niets meer te ervaren valt, gaat gepaard met angst, omdat voor het bewustzijn in eerste instantie het verdwijnen van het bewustzijn, in zijn verwrongen denken, de dood betekent.
Dit is slechts een vergissing, die langzaamaan duidelijker zal worden naarmate het bewustzijn van hoe dit allemaal werkt terugkomt in de zich herinnerende denkgeest.
De laatst stap, het volledig terugherinneren in het On-bewuste, zal niet gepaard gaan met angst voor dood of vernietiging, maar zal een logisch gevolg zijn van het zich totaal terugherinneren in wat Eénheid is.
Tot deze onvermijdelijke Herinnering zal de zich bewust wordende denkgeest door alle stadia van bewustwording heen gaan en zal zijn ‘leven’ en alle projecties die daar een rol in hebben gekregen zijn vergevingsmateriaal zijn.

En zo kan ik alleen nog maar met grote dankbaarheid en liefde kijken naar alles wat langskomt in wat ik mijn leven noem, ook al ervaar ik het in eerste instantie als moeilijk, lastig, aanvallend, verdedigend, ik en jij als vriend, ik en jij als vijand, en dat geld voor mensen, dieren én dingen, want samen heeft al dat gedoe maar één doel, terugherinneren in Eénheid.
In het stadium van hoogste bewustwording, is de ongelukkige dromer en droom gebaseerd op zonde, schuld en angst, volledig omgedraaid naar een gelukkige droom, waar alles alleen nog maar gezien wordt als vergevingskans, daar geen twijfel meer over bestaat en waaruit de angel van zonde, schuld en angst helemaal verdwenen is. De denkgeest is zich volledig bewust van dat hij denkgeest is, alle projecties zijn teruggekeerd naar hun bron de denkgeest en hij ziet alleen nog een vergeven wereld.
En hier kan alleen maar de laatste stap op volgen, volledige terugkeer in Eénheid, waar geen bewustzijn meer is omdat het niet nodig is en wat we ‘God’ noemen zolang we nog woorden denken nodig te hebben.

Er kwam een vraag langs over zelfmoord.
De Q&A service van de Foundation For A Course in Miracles heeft hier zoals verwacht een prachtig antwoord op, te lezen onder deze link: http://www.facimoutreach.org/qa/questions/questions28.htm
Dezelfde vraag + antwoord is ook vertaald terug te vinden op de Nederlandse V&A service onder deze link: http://www.eciw.nl/V&A/V135.htm
Ik zal deze vertaalde vraag en antwoord over zelfmoord ook even hier plaatsen:

V#135: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

De volgende vier vragen gaan over zelfmoord en zullen daarom samen beantwoord worden.

i: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

ii: Wat is een ‘goede’ manier om met zelfmoord om te gaan, volgens Een cursus in wonderen?

iii: Mijn grootvader pleegde zelfmoord. Dood, onze afscheiding van God: het is allemaal illusie. Is zelfmoord dan verkeerd? Of is alleen de staat van de denkgeest – je afgescheiden voelen van God – op het moment van de zelfmoord verkeerd? Wat gebeurt er als iemand zelfmoord pleegt? Worden mensen automatisch één met God wanneer ze niet meer in de illusie van de wereld zijn?

iv: Mijn vrouw heeft onlangs zelfmoord gepleegd. Wij waren allebei leerlingen van Een cursus in wonderen. Soms vraag ik me af: als dit alles een illusie is, wat is dan het doel van in leven blijven? Waarom zouden we worstelen met ons leven terwijl het toch geen deel is van de werkelijke wereld? Wat is het doel van dit alles?

A: Vanuit het perspectief van de Cursus, is in feite iedere dood zelfmoord. Want: “Niemand kan sterven, tenzij hij de dood verkiest” (T19.IV.C.1:4). En verderop: “Niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege gelaten wat jij kiest” (Wdl.152.1:4,5).

Maar de Cursus maakt ook duidelijk dat de dood een gedachte in de denkgeest is en niets te maken heeft met het lichaam (bijv: Wdl.163.1:1; Wdl.167.2:1-3). Want het ego komt zelf voort uit een krankzinnige, maar illusoire doodsgedachte: het geloof dat we God kunnen aanvallen om ons zo met geweld een afgescheiden individueel Zelf toe te eigenen. Een dergelijke gedachte staat niet alleen voor moord (de dood van God), maar ook voor zelfmoord (de dood van ons ware Zelf als Christus). En dat betekent dat niets wat voortvloeit uit deze eerste krankzinnige gedachte – binnen de wereld van lichamen en gedrag – echt of gezond kan zijn.

De Cursus vraagt ons altijd om te focussen op inhoud en doel en niet op de vorm of verschijning. Dus moet elke vorm van dood in de wereld die afkomstig is van een ego-gedachte in precies hetzelfde licht worden bekeken. Het doel van het ego bij iedere dood is te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is en dat God uiteindelijk over ons zal zegevieren door het leven terug te nemen dat wij van Hem gestolen hebben. We kunnen ons ofwel verzetten tot we uiteindelijk bezwijken door externe krachten die veel machtiger zijn dan wij, of we kunnen ons neerleggen bij ons lot en ons overgeven aan de dood door eigen hand. In wat voor vorm de dood komt maakt dus niet uit, want de inhoud is altijd dezelfde. Die inhoud is dat ons nietige, pijnlijke leven maar voor een beperkte duur het onze is, tot het onvermijdelijke moment komt dat we het zullen kwijtraken.

Wanneer we daarentegen kijken met Jezus of de Heilige Geest, dan zien we dat elke dood, inclusief zelfmoord, alleen in vorm verschilt van iedere andere keuze die we ooit maken in de wereld. De inhoud is dezelfde, want de wereld is gebaseerd op de waarneming van onszelf als afgescheiden, alleen, kwetsbaar en slachtoffer. En tegelijkertijd zouden we weten dat die waarneming van onszelf verkeerd is. Want ze gaat uit van de verkeerde vooronderstellingen: we zitten in een lichaam, gevangen in een hardvochtige, wrede wereld die wij niet zelf gemaakt hebben, wanhopig strijdend tegen onoverkomelijke toevalligheden. En zo proberen we een klein beetje vrede en geluk te vinden in een hopeloze situatie waarover we geen controle hebben.

In de wereld is zelfmoord meestal een schande en er wordt negatief over geoordeeld. Maar dat hoort eenvoudigweg bij de verdediging van het ego om vol te houden dat leven en dood van het afgescheiden zelf werkelijk zijn. Vanuit het perspectief van de Cursus is de gedachte achter zelfmoord, indien van het ego afkomstig (want Jezus maakt duidelijk dat de dood ook gekozen kan worden onder leiding van de Heilige Geest (H12.5; L3.II)), niet meer dan een vergissing, een dwaling. Het is geen zonde noch heeft het gevolgen die verschillen van enige andere keuze die we met het ego als leraar maken: ze versterken allemaal de schuld die we onbewust in onze denkgeest levend willen houden om te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is. En dus is zelfmoord geen grotere vergissing dan de keuze om geboren te worden in de wereld. In beide gevallen proberen we het probleem van schuld in onze denkgeest aan te pakken door onze aandacht te richten op de schijnbare uiterlijke wereld en ons lichaam. Dat garandeert dat we geen oplossing vinden. We proberen het afscheidingsprobleem in de wereld op te lossen, alsof de wereld het probleem is, in plaats van in de denkgeest waar het werkelijke probleem verborgen ligt: de krankzinnige gedachte van afscheiding.

En dus maakt het niet uit of we zelfmoord plegen of op een andere manier sterven. Zolang we geloven dat de dood werkelijk is blijven we gevangen in het ego-geloof in afscheiding dat we onszelf hebben opgelegd. De dood verlost ons niet van het ego-denksysteem en ook niet van de wereld als zijn verdediging. Alleen kijken naar het ego-denksysteem met de niet-oordelende aanwezigheid van Jezus of de Heilige Geest, en voor eens en altijd besluiten dat het idee van afscheiding geen waarde voor ons heeft, kan ons doen terugkeren naar de ervaring van onze eenheid met God. Want de wereld berooft ons nergens van – alleen onze keuze voor afscheiding doet dat.

Deze wereld is een illusie, net zoals ons individuele leven hier dat zich lijkt af te spelen tussen geboorte en dood. Maar dat is niet wat we geloven. Als we dat wel zouden geloven en werkelijk zouden beseffen dat het doel van de wereld is om God en daarmee ons Zelf aan te vallen, dan zouden we natuurlijk nooit over onszelf denken alsof we in een lichaam zijn. Maar de manier waarop we leven – ademen, eten, drinken, vrije tijd doorbrengen etc. – bewijst dat we weliswaar misschien intellectueel begrijpen wat Een cursus in wonderen ons vertelt, maar dat we het beslist niet zo ervaren.

Daarom is het doel van de Heilige Geest van ons leven hier, als we eenmaal geboren zijn, om ons Zijn lessen van vergeving te laten leren. Inclusief de ultieme les dat de dood niet werkelijk is. De wereld wordt dan een klaslokaal waarin we blij leren wat Hij ons onderwijst. De wens de wereld te verlaten versterkt alleen maar haar werkelijkheid voor ons. Wie wil er tenslotte weg van een plek, tenzij hij gelooft dat die werkelijk bestaat en onprettig is? Daarom vertelt Jezus ons in het Tekstboek: “Er is een risico aan verbonden te denken dat de dood vrede betekent” (T27.VII.10:2). Ware vrede ontstaat niet door het verlaten van de fysieke wereld. Het ontstaat uitsluitend door het beoefenen van vergeving die de schuld in de denkgeest ongedaan maakt. Deze schuld is de enige oorzaak van pijn en lijden en van het geloof dat de dood werkelijk is. En dus, wanneer we bereidwillig zijn, zetten we in het tempo dat we kiezen de kleine stappen van vergeving die ons terug leiden naar het glorieuze eeuwige Zelf dat we nooit konden vernietigen. Het Zelf dat altijd onze Identiteit gebleven is ondanks onze dwaze reizen in de illusies van de dood.

 

 

 

Waar gaat Een cursus in wonderen over.
En welke student van ECIW heeft niet al eens wanhopig uitgeroepen: ‘waar gáát dit over!!’.
Nou, eigenlijk is de hele Cursus terug te brengen tot één woord en dat is ‘Vergeving’.
Met een hoofdletter om het onderscheid te maken tussen ego vergeving zoals wij dat beoefenen in de wereld, en Ware Vergeving.
Ik laat de Cursus nu zelf even aan het woord over wat ‘Vergeving’ precies inhoud speciaal voor diegene die het vergeten zijn, niet het boek zelf hebben, geen zin hebben het op te zoeken, het boek kwijt zijn, het weggegooid hebben, verbrand of door de wc gespoeld, of weggegeven, dit is wat ECIW onder Vergeving verstaat:

‘1. Wat is vergeving?

1. Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden. 2Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze werkelijk maken. 3Ze ziet dat er geen zonde is geweest. 4En in die zienswijze zijn al jouw zonden vergeven. 5Wat is zonde anders dan een onjuist idee omtrent Gods Zoon? 6Vergeving ziet eenvoudig de onjuistheid daarvan en laat het daarom los. 7Wat dan vrij is om nu de plaats daarvan in te nemen, is de Wil van God.
2. Een niet-vergevende gedachte is er een die een oordeel velt dat ze niet in twijfel trekt, ook al is het niet waar. 2De denkgeest is gesloten en zal niet worden bevrijd. 3De gedachte beschermt projectie en trekt haar ketenen strakker aan, zodat vervormingen meer versluierd en verborgen zijn, minder makkelijk toegankelijk voor twijfel en nog verder weggehouden van gezond verstand. 4Wat kan er komen tussen een starre projectie en het doel dat ze als haar gewenste bestemming gekozen heeft?
3. Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. 2In koortsachtige actie jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. 3Verdraaiing is haar doel en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. 4Ze doet woeste pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar enigszins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.
4. Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.
5. Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God’ (WdII.1. blz. 404).

ECIW gaat dus over Vergeving, en het heet een cursus omdat dat geleerd moet worden. Je kunt Ware Vergeving heel snel theoretisch leren begrijpen, maar toepassen kost veel, heel veel oefening, discipline en toewijding en niet te vergeten vergeving. En het leermateriaal is ons eigen leven. Dus ja, we zijn ons eigen leermateriaal.
En we leren onszelf te Vergeven voor wat we denken dat we hebben gedaan, en waar we ons ten onrechte schuldig, zondig en angstig over voelen.

En waarom zou het dan niet Een cursus in Vergeving heten?
Dat is misschien wel een marketing stunt van de Heilige Geest en Jezus,  Een cursus in wonderen ‘verkoopt’ beter LOL.
Het leidt de egodenkgeest een beetje om de tuin. Het ego is dol op magie, dus ook op wonderen, want wonderen volgens de denkwijze van de egodenkgeest zijn lichaams- en vormgericht, en blijven dus op ‘veilige’ afstand van de herinnering denkgeest te zijn en niet een lichaam.
Dus het idee is dan al gauw, ah, wonderen leren verrichten zoals bijvoorbeeld Jezus zelf deed, cool! Dat wil ik wel leren.

Maar dat blijkt dus een vergissing te zijn. ECIW gaat niet over dat soort wonderen, en dat dringt pas echt door als je al een hele poos de Cursus ‘doet’, en ja dan kan je niet meer terug! Want je herinnering aan wat je in werkelijkheid bent (denkgeest) wordt al behoorlijk getriggerd en komt onvermijdelijk, langzaamaan, maar zeker terug in de herinnering en dat laat zich nooit meer helemaal terug stoppen in de vergetelheid.
De geest is als het ware uit de fles.
En de egodenkgeest zal zich verdedigen tegen het terugkerende herinneren met pogingen tot het versterken van het geloof in zonde, schuld en angst en zal dit projecteren in allerlei vormen die deze weerstand uitbeelden (zie de wereld om je heen in al zijn uitingen van het geloof in zonde, schuld en angst).

Nu doet de egodenkgeest dat altijd al, het geloof in zonde, schuld en angst projecteren, het kan niet anders, het is zijn (on)natuurlijke functie, maar het lijkt nu nog erger te worden, doordat de Waarheid langzamerhand terugkeert in het bewustzijn. Het contrast tussen onjuist-gericht denken en juist-gericht denken wordt duidelijker. En dat kan zich uiten in het ons nog beroerder te gaan voelen, nog depressiever, nog bozer, of de andere kant van de ego medaille, de zweef-kant, helemaal hyper in roze wolkenland, want: ‘het is toch allemaal een illusie’, en ‘alles is love!’
En zowel de boosheid tegen, als het ophemelen en het ‘heilig’ maken van het blauwe boek zijn de projecties van de egodenkgeest.
De boosheid lijkt gericht op het waar maken van een vorm; een blauw boek, of andere symbolen, zoals Heilige Geest, Jezus en God, maar dat is de vergissing het dwaalspoor om maar te voorkomen dat de herinnering terug komt dat er alleen denkgeest is.

Vergeving gaat dus niet over het oproepen en mogelijk maken van uiterlijke magische wonderen .
Alleen door te werkelijk te vergeven kunnen we het wonder van Vergeving ervaren.
Vergeving is dan de reflectie van Liefde, van Eenheid in wat wij als onze wereld zien.
Dát te ervaren is het wonder. Het wonder van vergeving is een omslag in het denken.
Vergeving zorgt ervoor dat wat we eerst als zonde, schuld en angst zien en als zodanig ervaren buiten ons in allerlei daarvoor geschikte vormen, gezien wordt als komende vanuit de denkgeest, vanwaar het uit geprojecteerd wordt zodat het lijkt dat er iets buiten ons gebeurt.
Er kan vervolgens opnieuw gekozen worden, nu voor leiding van de Heilige Geest en of Jezus en dan kan het wonder niet uitblijven.
Het wonder is het herstellen van de vergissing in de denkgeest, daar waar de vergissing is ontstaan, door middel van Vergeving.
Vergeving en wonderen horen dus bij elkaar.

Een cursus in wonderen gaat dus over Vergeving en het doel is te leren wat Vergeving is, en dan Vergeving consequent toe te passen op elke gedachte, zodat de blokkades die we hebben opgeworpen tegen Liefde, tegen dat wat we zijn, Vergeven kunnen worden en daardoor als onschuldige vergissingen zullen oplossen.

Als we de Cursus werkelijk doen kunnen we niet om Vergeving heen. Vergeving is onze enige functie onderwijst de Cursus. Verder hoeven we niets te doen :

‘Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets’ (WdII.1.4:1).

Het wonder is de verschuiving van egodenkgeest naar Heilige Geest Denkgeest. En zoals we via de egodenkgeest de weerspiegeling van de keuze voor de egodenkgeest terug zien, zien we als we voor de Heilige Geest Denkgeest kiezen de weerspiegeling van de keuze voor de Heilige Geest Denkgeest terug.
Maar het blijft een weerspiegeling, een reflectie, het wordt nooit een afgescheiden autonome nieuwe werkelijkheid. Want als we de vorm als oorzaak blijven zien, in plaats van van de denkgeest, betekent dat alleen dat we weer voor de leiding van de egodenkgeest hebben gekozen. Dat wat we dachten te zien is niets meer dan een ‘fata morgana’ een luchtspiegeling.
En daar kunnen we onszelf dan weer voor vergeven en opnieuw kiezen.

Een Vergeven wereld zien, is een wereld zien en ervaren zonder het geloof in zonde, schuld en angst, terwijl de wereld ogenschijnlijk blijft zoals ie was, uiterlijk hoeft er niets te veranderen, maar de ervaring van dezelfde wereld zal totaal anders zijn, omdat je jezelf en daarna alles en iedereen Vergeven hebt voor al je waangedachten van zonde, schuld en angst en de verzoening voor jezelf aanvaard hebt.
Vanaf dat moment is er geen ego ‘ik’ meer, maar alleen nog een behulpzaam kanaal voor Liefde dat nu ongehinderd door kan stromen door de hele ene denkgeest.

Het doel van de wereld, van de egodenkgeest dus, is te vergeten dat we één zijn in God.
De wereld die wij hebben geprojecteerd is de sluier van vergetelheid die opgetrokken is om te verbergen en daardoor te vergeten dat we de ene Zoon van God zijn.
En opeens zie ik een van die sluiers duidelijk voor me.
Als wij, denkgeest één zijn in God, bevatten we hetzelfde ‘DNA materiaal’, denkgeest materiaal, als God. Daar kunnen we nooit van loskomen, ook al geloven we dat we dat wel gedaan hebben door zelf een wereld te maken die als doel heeft zich af te scheiden van éénheid, van God.
We kunnen dat alleen geloven, het is niet werkelijk gebeurt. En vragen waarom we dat dan hebben gedaan, is alleen maar proberen te bevestigen dat het is gebeurt en het dan bevragen.
De vraag is dus zinloos, en op z’n best kan deze vraag in handen van HG/J gelegd worden en vergeven, zodat helderheid over wat we werkelijk zijn terugkeert in ons geheugen.

Toen ik naar aanleiding van les 231: ‘Vader, ik wil me niets herinneren dan U.’ hierover zat na te denken en dan vooral over het idee dat als alles nog steeds onveranderlijk één is in God, alle verzinsels met hun projecties die wij gemaakt hebben in een bij voorbaat al tot mislukken gedoemde poging tot afscheiding van éénheid, van God, alle verzinsels met hun projecties ook nog steeds, om het zo maar eens te noemen, het God DNA bevatten.
En ineens begreep ik met een schok, waarom ik er altijd zo’n pest hekel aan had als bijvoorbeeld mijn moeder elke keer weer een lijst van uiterlijke en innerlijke familie karaktertrekken opnoemt, vooral die van mijn vaders kant, als ik bij haar op bezoek was en zo mijn ‘uniekheid’ ontkende en mij terugbracht tot een stapeltje nageaapte en van DNA geërfde eigenschappen. Dat doet ze nog steeds, maar ik heb er zogezegd geen ‘last’ meer van, het is vergeven.
En als afronding van de vergeving zie ik hier nu ook de afscheiding duidelijk in teruggespiegeld en kan ik het nu onder woorden brengen.
De vaststellingen van mijn moeder triggerde een aloude verborgen herinnering, namelijk het vergeten dat ik altijd en eeuwig op mijn Vader zal lijken, hoe ik dat ook probeer te verbergen of te ontkennen achter al mijn projecties. Het ‘God DNA’ raak ik nooit kwijt en blijft aanwezig in elke gedachte en dus ook in elke projectie. Wat een bevrijdende gedachte.

De Vader en de Zoon zijn en blijven Eén, en daar kan geen zelfgemaakte wereld iets aan veranderen.
Zoals in les 29: ‘God is in alles wat ik zie.’ wordt vastgesteld:

‘ Het idee voor vandaag verklaart waarom je in elk ding de totale bedoeling kunt zien. Het verklaart waarom niets afgezonderd is, op zichzelf of in zichzelf. En het verklaart waarom niets wat jij ziet iets betekent. In feite verklaart het elk idee dat we tot nu toe gehanteerd hebben en ook alle volgende. Het idee van vandaag vormt de algehele basis voor visie’ (WdI.29.1.1:5).

Geloof in zonde, schuld en angst is de superlijm die deze droom (de wereld) bij elkaar houdt.
Zonde, schuld en angst (de drie-eenheid van de egodenkgeest) zorgt ervoor dat alle mogelijkheden die de egodenkgeest in zich heeft vervat niet als totale chaos tegelijkertijd wordt ervaren, maar als een losstaand verhaallijntje wordt ervaren, met een begin en een einde, dat wat we ons persoonlijke leven noemen.
Het is dus voor ons als egodenkgeest onmogelijk om alle mogelijkheden in één keer te overzien. Door slechts een verhaallijntje te volgen tegelijkertijd, lijken we een overzicht te hebben en denken we te begrijpen waar alles wat we doen voor dient.
Het doel wat we zien is dus gericht op wat we denken te ervaren in een bepaald verhalenlijntje tegelijkertijd, ons persoonlijk leventje, en het doel is dus 100% vormgericht. We denken en geloven dat het verhaal dat we beleven  (dat niets anders dan een projectie is) is wat we zijn en we zijn vergeten dat het eigenlijk slechts een gedachte is, één gedachtelijntje uit de chaos van alle mogelijkheden die zich tegelijkertijd aandienen in de ‘ene’ egodenkgeest. Zonde, schuld en angst zorgen ervoor dat het verhaal op z’n plaats blijft en een keurig tijd en ruimte lijntje blijft, los van de miljoenen andere mogelijkheden die er zijn en zich tegelijkertijd afspelen binnen de ene grote droom chaos van de egodenkgeest..
Zonde, schuld en angst zorgt er ook voor dat de herinnering aan wat we werkelijk zijn vergeten wordt. Dit vergeten wordt versterkt door projectie. Projectie zorgt ervoor dat we afgeleid worden en vergeten dat we denkgeest zijn, daar waar de oorzaak ligt. Projectie doet het voorkomen dat het probleem nu buiten ons, de denkgeest ligt en dat wat we zien een autonome werkelijke toestand is, bestaande uit losse beelden die ogenschijnlijk een verhaallijntje volgen en we voor waar aannemen. Dit alles wordt op z’n plek gehouden door ‘geloof’.
Geloof is duidelijk ook een gedachte, zoals alles, dus ook onze projecties komen voort uit ‘geloof’.
Het probleem is dat we dat niet ‘geloven’, we zien een wereld en dat is wat we zijn, maar we zien niet (zijn we vergeten) dat we dit alleen maar geloven.
Over geloven schreef ik al eerder een blog, https://illusje.wordpress.com/2014/06/09/geloof/  dus hier laat ik het even bij voor nu.

Voor wie het nog niet, maar ook een reminder voor wie het al wel weet, de Foundation For A Course In Miracles heeft een geweldig behulpzame Question and Answer Service, waar je zo’n beetje elke vraag die je maar kunt hebben als student van Een cursus in wonderen kunt terugvinden.
Ook is er al jaren een Vraag & Antwoord Service, waar je de Nederlandse vertaling van in middels een hele boel vragen en antwoorden van de Q & A van de Foundation kunt vinden.
Je kunt de Q & A van de Foundation vinden onder deze link: http://www.facimoutreach.org/
En de Nederlandse versie onder deze link: http://www.eciw.nl/

Als voorproefje plaats ik hier een voorbeeld van een Question & Answer, eerst in het Engels en daaronder de Nederlandse vertaling. Het gaat over bewustzijn.

Q #127: If there is only one Mind, why do I perceive myself as unique?
Can you help me reconcile the fact that there is only One Self or One Mind and that I perceive myself as a unique consciousness? Is my perception of having a unique consciousness an illusion?

A: As real as it seems to us, our unique individual consciousness is in fact part of the ego’s bag of illusions. In fact, consciousness is the first trick the ego pulled out of that illusory bag. A Course in Miracles tells us early in the text that “consciousness, the level of perception” is in fact within the illusory ego realm, and that it is “the first split introduced into the mind after the separation.” If you think of the fact that perception necessarily involves a self that is perceiving and an other that is perceived, you may be able to understand why the Course says that consciousness necessarily involves a separated mind and so can’t be real. In Heaven, the realm of knowledge or One-mindedness, on the other hand, there is no separation and so there can be no perception, that is, no self to perceive an other (T.3.IV.1,2,3).
Near the end of the book, the Course refers to the illusory nature of individual consciousness, observing that “in this world, because the mind is split, the Sons of God appear to be separate. Nor do their minds seem to be joined. In this illusory state, the concept of an ‘individual mind’ seems to be meaningful” (C.1.2:1,2,3). And in case we have still not gotten the point, it adds that “consciousness has levels and awareness can shift quite dramatically, but it cannot transcend the perceptual realm. At its highest it becomes aware of the real world [totally healed perception], and can be trained to do so increasingly. Yet the very fact that it has levels and can be trained demonstrates that it cannot reach knowledge” (C.1.7:4,5,6).
So consciousness will be left behind, or transcended, when our mind is completely healed of the mistaken thought of separation and returns to the realm of knowledge or One-mindedness. It is this seeming loss of individual, unique consciousness that is at the root of all the fear we ultimately associate with the practice of forgiveness. Yet we will never be called upon to relinquish this false self and will let it go only when it no longer has any value or meaning for us. So the ego’s fear of annihilation is just one further trick it pulls from its illusory bag to keep us rooted in its thought system.
For further discussions of mind and consciousness, you may wish to review Questions #27, 32, and 65.

En de vertaling:

V#127: Als er slechts één Denkgeest is, waarom neem ik mijzelf dan als uniek waar?
Kun je me helpen om het gegeven dat er maar één Zelf of één Denkgeest is te verzoenen met het feit dat ik mijzelf waarneem als een uniek bewustzijn? Is mijn waarneming dat ik een uniek bewustzijn heb een illusie?

A: Zo werkelijk als het voor ons lijkt, is ons unieke, individuele bewustzijn in feite deel van de illusoire trukendoos van het ego. Bewustzijn is zelfs de eerste truc die het ego uit die doos heeft getrokken. Een cursus in wonderen zegt vooraan in het Tekstboek dat “het bewuste, het niveau van de waarneming” in feite binnen het illusoire domein van het ego valt. Dat het: “de eerste splitsing (is) die na de afscheiding in de denkgeest werd ingevoerd“ (T3.IV.2:1). Als je denkt aan het gegeven dat waarneming noodzakelijkerwijs een zelf inhoudt dat waarneemt en een ander zelf dat waargenomen wordt, kun je misschien begrijpen waarom de Cursus zegt dat bewustzijn een afgescheiden denkgeest inhoudt, en dus niet werkelijk kan zijn. Daarentegen is er in de Hemel, het domein van kennis of Eenheid-van-denken, geen afscheiding en kan er dus geen waarneming zijn, wat betekent dat er geen zelf is om een ander zelf waar te nemen (T3.IV.1-3).
Tegen het eind van het boek, verwijst de Cursus naar de illusoire aard van individueel bewustzijn, door op te merken: “Omdat de denkgeest gespleten is, lijken de Zonen van God in deze wereld gescheiden te zijn. Ook schijnen hun denkgeesten niet te zijn verbonden. In deze illusoire toestand lijkt het concept van een ‘individuele denkgeest’ betekenis te hebben” (VvT1.2:1-3). En voor het geval we het nog steeds niet door hebben, voegt hij toe: “Het bewuste heeft niveaus en het bewustzijn kan heel dramatisch verschuiven, maar het kan het domein van de waarneming niet ontstijgen. Op zijn hoogst wordt het zich van de werkelijke wereld bewust, en het kan getraind worden om dat in toenemende mate te doen. Maar alleen al het feit dat het niveaus heeft en getraind kan worden, toont aan dat het niet tot kennis kan reiken” (VvT1.7:4-6).
Dus zal bewustzijn achtergelaten worden, of overstegen, wanneer onze denkgeest volkomen genezen is van de onjuiste gedachte van afscheiding, en weer terugkeert naar het domein van kennis of Eenheid-van-denken. Het is dit ogenschijnlijke verlies van individueel, uniek bewustzijn dat ten grondslag ligt aan alle angst die we uiteindelijk associëren met het beoefenen van vergeving. Toch zal er nooit een beroep op ons gedaan worden om ons te ontdoen van dit valse zelf, maar zullen we het loslaten wanneer het geen enkele waarde of betekenis meer voor ons heeft. Dus is de angst van het ego voor vernietiging gewoon weer een truc die het uit zijn illusoire trukendoos haalt om ons in zijn denksysteem geworteld te houden.
Voor verdere bespreking over denkgeest en bewustzijn, zou je V#27, V#32 en V#65 kunnen nalezen.

Als de denkgeest zich herinnert, of ontwaakt is, of wat voor woorden we daar ook maar voor bedacht hebben, dan is het enige wat nog overblijft fulltime ‘Vergever’ zijn.
Want elke speciale gedachte die dan nog opkomt in de denkgeest die nog steeds hier in deze film lijkt rond te lopen en z’n rol speelt heeft dan nog maar één functie en dat is vergeving.
De fulltime Vergever, de volledig vergeven denkgeest dus, die zijn functie heeft aanvaard, (niet het lichaam), ziet alleen nog maar dat wat het de de zogenaamde ‘ander’ heeft toe bedacht niet gebeurt is en niet gebeurt kán zijn. Dat wordt dan volledig doorzien. De vergeven en daardoor de zich herinnerende, wakkere denkgeest kijkt niet meer door het filter van zonde, schuld en angst, en ziet dus dat wat een zgn. ‘ander’ hem heeft aangedaan slechts een ego rol is met als enige functie, afscheiding.
Vergeven is dan de enige overgebleven optie en tevens het grootste geschenk wat de denkgeest kan geven én tegelijkertijd ontvangen. Geven en ontvangen zijn dan hetzelfde.
Vergeving kijkt door de vormen van de film heen en ziet enkel en alleen de denkgeest die vraagt te helpen om terug te herinneren in Eenheid. Dus zowel de vrager als de gever zijn één, ze hebben het zelfde doel, en dat wordt volledig herkent.
De zich volledig herinnerende denkgeest volgt dit proces automatisch er is geen twijfel meer over zijn functie. De wereld en alles wat zich daarin af lijkt te spelen is nu volledig en alleen vergevingsmateriaal en niets anders meer.

De zich nog niet helemaal herinnerende nog lerende denkgeest zal eerst nog wat langer rond blijven dralen in de niet vergeven toestand die het waarneemt en het allemaal nog wat langer ‘waar’ maken, want het geloof in de afscheiding en dus in de wereld met lichamen voorwerpen en situaties is nog niet verdwenen, nog niet totaal vergeven. Maar dat is zoals het proces gaat, stap voor stap, bij elke vergeving zich meer herinnerend, totdat het klaar is en de dan nog wel in de droom rondlopende denkgeest als ‘vergever’,  zijn dan nog enige functie volledig kan vervullen.
De mooiste ‘baan’ die er is.

 

 

 

%d bloggers liken dit: