archiveren

Tagarchief: Bron

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

Het feit dat we denken, geloven en ervaren “hier” te zijn, betekent dat we allemaal “dragers” zijn van het (geloof in) zonde, schuld en angst “virus”.
Omdat “we” de denkgeest die in afscheiding gelooft (ego) daar niet naar wil kijken en dat niet wil geloven wordt het geprojecteerd en wordt het gezien en ervaren als een “virus” dat zich als een donkere schaduw uitbreidt over de wereld.
En ontstaat dientengevolgen chaos rondom een nietig dwaas idee van afscheiding.
Deze chaos bevechten door ontkenning of bevestiging (beide zijde van het ene ego idee van afscheiding), vergroot en breidt de chaos juist uit.

Dit ego mechanisme proberen met geweld te stoppen, door er woedend over te worden of het onschuldige, depressieve slachtoffer te spelen past ook gewoon weer in het schijnbaar eindeloos uitgebreide ego spectrum, komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. Ook door dit alles als fout te bestempelen is ook weer kiezen voor ego oftewel voor afscheiding.

Ik bedoel het is toch niet zo heel ingewikkeld alle vormen en projecties van afscheiding te zien in dit hele virus projectie gebeuren?
En als gezien wordt dat de wereld een projectie is van een innerlijke toestand kan dan de wereld en wat daarin lijkt te gebeuren nog als letterlijk en als serieus genomen worden?
Kan dan echt worden geloofd dat de schaduwen op de muur als ze maar 1.50 afstand van elkaar houden niet ziek worden? Kunnen schaduwen ziek worden?
Kan de denkgeest die schaduwen gelooft te zien ziek zijn? Ja want wat anders dan ziek is het te geloven dat schaduwen ziek kunnen zijn?

Maar ik ervaar “mijzelf” niet als denkgeest en ook niet als schaduw.
Ik ervaar mijzelf en anderen als een lichaam, kortom de wereld als een broedplaats van allerlei enge virussen die mij en iedereen kunnen doden.
En dat het wel degelijk werkt als er bepaalde maatregelen worden genomen, of de andere kant van ego mogelijkheden, dat ik geloof dat er machten bezig zijn de wereld te vernietigen, en elke mogelijke ego gedachten daar tussen in en dat ik me daar fel tegen moet verzetten, of het maar over me heen moet laten komen met alle tinten grijs daar ook weer tussen in.

Maar zou het kunnen zijn dat ik me vergis, want hoe kan ik anders ook gedachtes hebben over dat de “ik” die ik denk en geloof te zijn niet is wat het lijkt?
Dat de wereld een uiterlijke projectie is van een innerlijke toestand?
Is er misschien “iets” aan het wakker worden, is er “iets” zich beginnen te herinneren wat vergeten moest worden?
Een vraag die het antwoord in zich draagt.
Achter het dualistische denken; vraag/antwoord gaat nog steeds onveranderlijke Waarheid schuil: Weten.

Dus JA achter elke schijnbare gebeurtenis in de wereld van geprojecteerde schaduwen en chaos ligt nog steeds onveranderlijke Waarheid.
Het ontwaken uit de wereld van gedroomde schaduwen is onvermijdelijk, omdat geprojecteerde droomschaduwen net als slaapdromen niet waar kunnen zijn.

Het ontwaken is niet afhankelijk van het gedrag van de projecties/schaduwen. Projecties/schaduwen zijn niet autonoom. De bron is immers de denkgeest die gelooft in afscheiding en daarvoor projecties/schaduwen nodig heeft om dit geloof in stand te houden.
Ontwaken is afhankelijk van het in twijfel trekken van het waarheidsgehalte van projecties/schaduwen. En de wens terug te willen herinneren in Waarheid.

Als dat eenmaal in gang gezet is zal het terugherinneren in Waarheid onvermijdelijk zijn en zullen alle projecties/schaduwen een andere functie krijgen. Een functie gewenst en geleid vanuit juist gerichte denkgeest, dat gedeelte van de denkgeest dat de herinnering in zich draagt aan Waarheid. Deze diepe wens zal elke “handeling” leiden niet vanuit de wereld als (ego)bron, maar vanuit de (Heilige Geest)denkgeest als bron, die terug wenst te herinneren in Waarheid.

.

Wat gedachtes over dat de bron van alles in de denkgeest (mind) ligt en nergens anders, omdat er geen ergens anders is.
Zo lijkt binnen het concept van de droom, dat wat we binnen dat concept van de droom voortdurend verwarren met wat we werkelijk zijn, alsof mijn beslissing om op yoga te gaan een beslissing is van en door de “mij” Annelies die iets zoekt om zich te ontspannen.
Maar dit is niet zo heb ik ontdekt. Ik merk door deze ontdekking dat het idee dat de denkgeest (niet het brein dus) de bron is nu echt het valse idee dat het lichaam de bron is van elke gedachte aan het overnemen is en wortel begint te schieten.

Het is niet het lichaam dat voor yoga kiest, het is zelfs niet zo dat er voor zoiets als een verschijnsel yoga gekozen wordt.
De denkgeest die zich terug begint te herinneren dat deze de bron is ziet nu steeds duidelijker dat de denkgeest de keuze heeft tussen het afgescheiden denken van het ego en daardoor automatisch kiest voor zonde, schuld en angst en deze gedachten projecteerd naar “buiten”, wat in dit geval resulteert in een droom van een zeer onrustig lichaam/brein Annelies, onrustig gemaakt door allerlei schijnbare toestanden buiten haar, dat tot bedaren kan worden gebracht bijvoorbeeld door dat lichaam yoga te laten beoefenen.
Maar nu ook heel helder ziet dat er een andere keuze mogelijk is vanuit die bron de denkgeest en dat is de keuze voor het terugnemen van elke (ego) gedachte naar zijn bron, de denkgeest en deze onschadelijk te laten maken door deze te vergeven (dmv ware vergeving wel te verstaan), waardoor de rust terugkeert in de denkgeest wat zich laat weerspiegelen, in dit geval, in een liefdevollere droom welke eruit ziet als de keuze voor het gaan beoefenen van yoga.

Nog steeds speelt zich dit allemaal af in de droom, maar het verschil is dat de eerste keuze, voor ego, omdat dat de keuze voor zonde, schuld en angst is, ook alleen maar zich als angstige droom vormen zal manifesteren. Iets wat ik uit het verleden ken toen “ik” ook voor yoga koos, maar dat toen resulteerde in een soort gedwongen valse rust welke schijnbaar rust gaf aan het lichaam en het brein, wat even leek te werken, maar tenslotte toch eindigde in moedeloosheid, gevoel van falen en depressiviteit en mij juist verder verwijderde van de bron.

Nu echter weet “ik” dat de bron de denkgeest is en niet “mijn” lichaam/brein en dat ik nu bewust kan kiezen voor “het andere” door de voorheen ego keuzes te vergeven, waardoor de denkgeest automatisch in de andere keuze terechtkomt, welke het tegenovergestelde is van de keuze voor zonde, schuld en angst, namelijk “Liefde” (niet te verwarren met ego liefde die te herkennen is door de schijnbare keuze voor liefde in enige vorm) waardoor echt ervaren wordt dat niet de keuze voor yoga werkelijke rust brengt, maar de keuze voor vergeven van de keuze voor het egodenken, waardoor terug herinnert wordt in de altijd in Rust zijnde Denkgeest en dit zich, zolang er nog ervaren lijkt te worden in nog steeds de droom, zich laat ervaren in dit geval door de keuze voor yoga.

(Excuses voor weer een lange zin, maar dat zie ik pas achteraf en ik denk schijnbaar in lange lijnen, het is een beetje zoals zingen op lange ademlijnen :-))

Door deze veranderde keuze op denkgeest niveau (dus niet meer voor zonde, schuld en angst (ego)) lijkt yoga een enorm effect te hebben op de droomfiguur Annelies.
Er is enorm veel Inspiratie en gewoon weten wat te doen, zonder zonde, schuld en angst.
En dat komt omdat nu gezien en ervaren wordt dat de denkgeest altijd de bron is, ook als er voor ego gekozen wordt. Nogmaals er bestaat geen lichaam Annelies of wie dan ook die de bron is, het is altijd de denkgeest: of egodenkgeest, de keuze voor afscheiding, schijnbaar mogelijk door het geloof in zonde, schuld en angst, of  voor HG Denkgeest, de keuze voor het vergeven van de mogelijkheid van afgescheiden te zijn van Eenheid, Liefde.
Je kan ook zeggen er is ego inspiratie, of HG Inspiratie en aan de effecten herken je je keuze, in dit geval yoga vanuit zonde, schuld en angst, welke altijd het lichaam als bron ziet, of yoga vanuit het vergeven van zonde, schuld en angst resulterend in een genezen denkgeest die yoga op een totaal vrije manier beleefd, zonder, de lading, zonde, schuld en angst. Dus niet yoga leert mij op een ontspannen wijze te ademen, en te bewegen, het is het natuurlijke resultaat, effect of weerspiegeling van het genezen van de denkgeest.

Dit is dus geen pleidooi voor yoga, maar voor het terug gaan naar de bron, de denkgeest bij elke vorm van onvrede in de denkgeest (de enige plek waar onvrede kan zijn, want het lichaam bestaat niet anders dan als een projectie vanuit de denkgeest en blijft daardoor denkgeest) daar ware vergeving toe te laten passen en de effecten daarvan in nog steeds de droom gewoon toe te laten, zonder oordeel. En of dat er nu uitziet als yoga, vissen, de marathon lopen, kantklossen, tekenen, borduren, zwemmen, fotograferen, vertalen, lezen, fietsen, zingen, muziek maken, schrijven, tuinieren of verzin het maar, dat doet er niet toe. Het gaat erom van waar uit: de keuze voor ego of  voor HG, het zal hoe dan ook als het uit de Juist gerichte Bron van ware Inspiratie komt altijd het meest liefdevol zijn.

Ter ondersteuning van deze gedachte nog even deze door mij herhaaldelijk aangehaalde tekst te vinden op blz. 56 in Het handboek voor leraren:

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf. (H21.5:1-9)

Terug herinneren in dat alles wat ervaren wordt afkomstig is uit de denkgeest, dat de denkgeest de bron, de oorzaak is. Daar is waar ontwaken uit de droom over gaat.
En de denkgeest is niet het brein. Het brein is ook een gedachte en projectie vanuit de denkgeest. De denkgeest is dat wat we “zijn”, althans zolang we nog geloven en “ervaren” binnen de door de denkgeest gemaakte droomstaat.

Als die herinnering werkelijk weer terug komt in de denkgeest, dan is er geen twijfel meer over de herkomst van “de wereld”, “anderen”, “dingen” en situaties.
Dan is er geen twijfel meer over dat alles komt vanuit de denkgeest. Ook het ego is een denkgeest verschijnsel. Dus we kiezen ALTIJD op denkgeest niveau en NOOIT op projectie (de vorm dus) niveau. Er is alleen denkgeest, binnen het concept de droom welliswaar, maar niet meer de totale vereenzelviging met de droom, maar nu als observeerder en keuzemakende denkgeest die nu bewust kan leren kiezen..

Als die twijfel verdwenen is dmv ware vergeving (telkens weer), dan wordt het proces van ontwaken steeds makkelijker, er wordt immers nu geweten dat de oplossing niet ligt in het fiksen van de projectie (zoals het zich vorm heeft gegeven in de droom), maar louter en alleen door het vergeven van de schier eindeloze vormen van zonde, schuld en angst.
En dan groeit ook het vertrouwen dat vanuit ware vergeving de eventuele effecten automatisch zullen volgen. Ook al hebben we geen idee, wanneer, waarom en hoe dan.

Daar gaat het gebed over wat Jezus aan Bill Thetford gaf om over zijn angst voor in het openbaar spreken te komen. Het is een hulpmiddel vanuit de Juist gerichte denkgeest (HG/J) wat helpt terug te herinneren naar de denkgeest, van waaruit we nooit weg zijn geweest:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert. (T2.V.A.18:2-6)

De “ik” in dit gebed is de denkgeest, want nogmaals ECIW spreekt ons altijd aan op denkgeest niveau, want er is immers geen ander niveau. En dat we toch zijn geloven in een lichaam te zijn en geen denkgeest is enkel een droom, een illusie.
En in plaats van de droom waar te maken door te geloven in zonde, schuld en angst, kan de droom ook worden her-gebruikt als vergevingskans- en materiaal.

.

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Gelijk willen hebben, versus Gelijk Zijn.

Het gevoel, de gedachte, het idee van het altijd beter te weten dan iemand anders, en dan hemel en aarde te bewegen om dat gelijk te bewijzen, het liefst nog onder het mom van behulpzaam zijn, is terug te voeren tot het mechanisme van de egodenkgeest om dát te projecteren waar het juist bang voor is en het dan om te keren ten gunste van zichzelf.

Er is een Weten wat onveranderlijk is en dat is God IS, Onveranderlijke Eenheid. Binnen dat Weten is geen ‘beter’ of ‘slechter’, ‘gelijk’, of ‘ongelijk’, mogelijk.
Hoewel het onmogelijk is om van Eén iets anders te maken dan Onveranderlijke Eenheid is het toch mogelijk gebleken dat in het proces van uitbreiden van Onveranderlijke Eenheid, Liefde, het idee is opgekomen dat de uitbreiding iets anders kan worden dan de Bron van de uitbreiding.
De uitbreiding van het onveranderlijke zag ineens een afscheidingsmogelijkheid tussen de bron en de uitbreiding daarvan. Dat de uitbreiding niet meer hetzelfde is dan de Bron, en kan veranderen. De uitbreiding gezien als méér dan zijn Bron, dus ánders dan de Bron:

“In de eeuwigheid,
waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

Dat ‘méér’ moest dus dan nu wel het tegenovergestelde uitbreiden dan zijn Bron, want er moest méér zijn, meer, nu in de zin van ‘ánders’. En méér kan alleen méér zijn als het anders is dan zijn Bron, want anders is het gewoon weer méér van hetzelfde en dat is niet echt méér.
Méér werd dus ánders. Er ontstond een situatie van iets anders weten dan wat de Bron Weet. Ondertussen is het nog steeds onmogelijk in werkelijkheid om van Werkelijkheid iets anders te maken dan Werkelijkheid.
En toch leek het mogelijk, ‘ánders’ werd de nieuwe werkelijkheid en ontkende daarmee de Werkelijkheid. De werkelijkheid werd ‘vergeten’, maar verdween niet.
Het ‘ánders’ ging nu voor Werkelijkheid door en om dit te bezegelen maakte de nieuwe werkelijkheid zichzelf wijs: ‘Ik heb gelijk’. En dat ‘nieuwe weten’ moet verdedigd worden, tegen de Werkelijke Werkelijkheid, die nu ondergronds ging maar, nog steeds in het ondergrondse onbewuste aanwezig is. En die verdediging is: ‘ik heb gelijk’. Ik heb gelijk, ik weet het beter, is de mantra van het nieuwe weten en om dit nog meer te versterken wordt het uit geprojecteerd in duizenden vormen en bevinden we ons in een wereld met miljarden geprojecteerde lichamen die allemaal dat idee van ‘ik heb gelijk’, en ‘ik weet het beter’ als wapen gebruiken tegen elkaar. En lijken al die lichamen hun gelijk te willen halen over iets wat zich in de vorm lijkt te bevinden, maar ondertussen is het niets anders dan een afleiding en omkering van wat zich in de denkgeest afspeelt, namelijk dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat uitbreiding van Eén, twee kan worden, ondanks het onveranderlijke FEIT dat Eén Onveranderlijk Eén is en blijft.

Het onmogelijke gelijk moet nu met hand en tand verdedigd worden, enkel en alleen, omdat als de verdediging losgelaten wordt het Ware Gelijk, dus de gelijkheid van Eén, gewoon weer tevoorschijn komt en blijkt dat er in werkelijkheid niets verdedigd hoeft te worden. Wat betekent dat het onmogelijke gelijk, uit geprojecteerd als de ‘ik’ als lichaam, simpelweg verdwijnt omdat het er nooit is geweest.
Dus gelijk willen hebben is niet gelijk willen hebben om de reden die ik denk. Het is niet het gelijk willen hebben over een bepaalde vorm of situatie, het is het gelijk willen hebben om het gelijk hebben, zodat dat wat werkelijk Gelijk heeft en IS verborgen blijft en er een ‘ik’ lichaam lijkt te zijn dat autonoom is en wel gelijk moet hebben, want anders verdwijnt het *poef* in het Werkelijke Gelijk, waar alleen Eén mogelijk is.

Dat zit er dus achter als we weer eens zeker weten dat we gelijk hebben en de ander het fout heeft.
De remedie?
Het onwerkelijke gelijk vergeven, zodat het door de nog steeds aanwezige herinnering aan het enige Gelijk, wat Gelijk aan Eén is, omgekeerd kan worden, terug-gekeerd dus in Gelijk, in Onveranderlijke Eénheid.

Wat metafysische gedachten:
Als alles een gedachte is en alles wat ik denk en geloof te zien een geprojecteerde versie van die gedachte is, dan is de logische conclusie dat alles komt van een gedachte uit de denkgeest. (Denkgeest is niet het brein!).
Dat betekent onder andere, dat als ik me van A naar B beweeg en of dat nou van mijn pc naar de keuken is of een wandeling naar de plaatselijke super, de trein, bus, auto of de fiets neem om ergens naar toe te gaan, of vanaf Schiphol naar NYC of LA het eigenlijk altijd teleportatie is.
We (de denkgeest) doen non stop aan teleporteren.
Zowel het lichaam dat lijkt te bewegen als het vervoermiddel als de afstand die afgelegd wordt komt voort uit een geprojecteerde gedachte. In die zin is de denkgeest die dit allemaal projecteerd voortdurend met magie bezig.
In die zin is bijvoorbeeld een Jezus die over het water loopt of een Gary die ineens Arten en Pursha op zijn bank aantreft, of een Sai Baba die dingen materialiseerd of een ik die over straat naar AH loopt en dingen koopt precies hetzelfde. Het zijn allemaal projecties vanuit de denkgeest.
In de vorm waarin het zich schijnbaar laat zien lijkt het heel verschillend en vinden we het één abnormaal, of wonderlijk en het andere “normaal”. Maar laten we eerlijk zijn, en logisch, als alles afkomstig is vanuit de denkgeest en dus een gedachte blijft, dan is alles hetzelfde, omdat de bron hetzelfde is. En gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron (de denkgeest).

Het feit dat we wel verschillen zien en helemaal niet (willen) zien dat de bron van alles de denkgeest is, betekent alleen dat we hebben gekozen voor de ego optie van de denkgeest. Het ego heeft als enig doel zijn bron (de denkgeest) te verbergen en deze bron te verplaatsen naar zijn projecties, die daardoor afgescheiden en los zijn komen te staan van de denkgeest en nu ineens de bron lijken te zijn.
Ondertussen is en blijft deze poging tot afscheiding ook een magische truc welke niet werkelijk tot afscheiding van de werkelijke Bron kan leiden.
Daarmee wordt elke magische beweging (en dat is alles wat “we” lijken te doen in een wereld in een lichaam) die “we” onbewust (onbewust als bescherming tegen het uitkomen van wat onmogelijk is) onwaar en eigenlijk volkomen ongevaarlijk.

Dit wat zich nu opschrijft en dit kan observeren, moet wel de terugkerende herinnering zijn welke het verschil kan waarnemen tussen Waar en onwaar. Wat tevens betekent dat het realiseren van dat er kennelijk een keuze gemaakt kan worden ook steeds duidelijker wordt.
Als alles gedachte is afkomstig vanuit de denkgeest kan er een keuze gemaakt worden, de keuze voor magie (alles wat het “ik” lichaam lijkt te doen in de wereld) met als doel afscheiding of voor het laten her-gebruiken van diezelfde magie, door de magie te vergeven, waarmee wordt gekozen voor het opgeven (vergeven) van wat niet gebeurt kán zijn in de wetenschap dat wat onveranderlijke waarheid is, nooit kan veranderen in iets anders.

Daardoor zal alle “magie” een andere functie krijgen.
De wat we eerst zagen als extreme vormen van magie of materiële wonderen, zoals lopen over water, verlichte meester in de woonkamer, of dingen materialiseren uit het “niets”, maar ook dat wat we niet beschouwen als magie, maar het wel is (ons dagelijkse leven) zal dan kunnen worden gezien en worden her-gebruikt als symbolen voor het doorbreken van de schijnbare begrenzingen welke het geloof in het afgescheiden egodenken met zich meebrengt. En zal er een opening komen voor de onvermijdelijke wil terug te herinneren in Waarheid.

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

Ik ben altijd precies waar ik ben, ik ben altijd waar ik denk en “bedacht” heb te zijn.
De “ik” is altijd denkgeest, niet een lichaam. Het lichaam is ook een gedachte, een geprojecteerde gedachte, maar nog steeds een gedachte en niet dat wat ik “bedacht” heb dat het moet zijn: een lichaam van vlees en bloed los van de denkgeest die het bedacht heeft.
Gedachten verlaten nooit hun bron, gedachten zijn de bron. Zoals een schrijver zijn gedachten omzet in figuren in een verhaal, precies zo zetten wij allemaal als denkgeest onze gedachten om in figuren in een verhaal maar gaan daar vervolgens helemaal in op en doen alsof het verhaal en de figuren “werkelijkheid” zijn.
Ondertussen beelden al de figuren in mijn verhaal uit wat ik denk, ze beelden mijn gedachten uit hoe ik over mijzelf denk.
En als ik denk en geloof een lichaam te zijn los van andere lichamen, dingen en situaties, beeld ik altijd projecties vanuit zonde, schuld en angst uit.
Dat begint pas te dagen als de denkgeest (de bron dus) zichzelf gaat bevragen: “is dat wel zo, zijn al mijn oordelen wel waar”, en door in plaats van te projecteren, vanuit zonde, schuld en angst, naar binnen keert, een stap terug doet en zijn observerende plaats inneemt, die van boven het slagveld en zich even niet meer identificeert met de figuren op het slagveld en ineens doorkrijgt dat hijzelf, de denkgeest de projecterende gedachte achter dit alles is.
En vervolgens inziet dat de projectie nooit zijn bron de denkgeest (de gedachte) kan verlaten, en “ik” dus altijd precies ben waar ik “denk” te zijn. De “ik” is een geprojecteerde gedachte, gedacht en geprojecteerd door de denkgeest en NIET door het lichaam.

Ervaar ik, dat ik altijd op de verkeerde plek ben en ik voortdurend ergens anders wil zijn, waar het vast beter is, dan is het enige wat de zich als “ik” verbeeldende denkgeest doet, ontkennen dat er alleen denkgeest is. En dat ontkennen kan alleen door iets anders te verzinnen, en dat iets anders moet dan wel het tegenovergestelde van grenzeloze denkgeest zijn: vormen die begrenst en afgebakend, los van elkaar lijken te bestaan. En door het ontkennen van de bron, verdwijnt de bron (de denkgeest, die denkt en projecteert) in de vergetelheid.

Pas als dit alles begint te dagen in de daar aan toe zijnde denkgeest, kan de vergissing weer terug gedraaid worden en zal de denkgeest zich weer herinneren.
Daardoor zal er altijd een gevoel van overheersende vrede zijn waar men zich ook denkt te bevinden binnen het nog aanwezige ervaren. Het vechten tegen de “windmolens” stopt dan op het niveau waar het gestopt kan worden; de denkgeest, omdat volledig wordt ingezien hoe het werkt.

<span>%d</span> bloggers liken dit: