archiveren

Tagarchief: Bron

Ik ben altijd precies waar ik ben, ik ben altijd waar ik denk en “bedacht” heb te zijn.
De “ik” is altijd denkgeest, niet een lichaam. Het lichaam is ook een gedachte, een geprojecteerde gedachte, maar nog steeds een gedachte en niet dat wat ik “bedacht” heb dat het moet zijn: een lichaam van vlees en bloed los van de denkgeest die het bedacht heeft.
Gedachten verlaten nooit hun bron, gedachten zijn de bron. Zoals een schrijver zijn gedachten omzet in figuren in een verhaal, precies zo zetten wij allemaal als denkgeest onze gedachten om in figuren in een verhaal maar gaan daar vervolgens helemaal in op en doen alsof het verhaal en de figuren “werkelijkheid” zijn.
Ondertussen beelden al de figuren in mijn verhaal uit wat ik denk, ze beelden mijn gedachten uit hoe ik over mijzelf denk.
En als ik denk en geloof een lichaam te zijn los van andere lichamen, dingen en situaties, beeld ik altijd projecties vanuit zonde, schuld en angst uit.
Dat begint pas te dagen als de denkgeest (de bron dus) zichzelf gaat bevragen: “is dat wel zo, zijn al mijn oordelen wel waar”, en door in plaats van te projecteren, vanuit zonde, schuld en angst, naar binnen keert, een stap terug doet en zijn observerende plaats inneemt, die van boven het slagveld en zich even niet meer identificeert met de figuren op het slagveld en ineens doorkrijgt dat hijzelf, de denkgeest de projecterende gedachte achter dit alles is.
En vervolgens inziet dat de projectie nooit zijn bron de denkgeest (de gedachte) kan verlaten, en “ik” dus altijd precies ben waar ik “denk” te zijn. De “ik” is een geprojecteerde gedachte, gedacht en geprojecteerd door de denkgeest en NIET door het lichaam.

Ervaar ik, dat ik altijd op de verkeerde plek ben en ik voortdurend ergens anders wil zijn, waar het vast beter is, dan is het enige wat de zich als “ik” verbeeldende denkgeest doet, ontkennen dat er alleen denkgeest is. En dat ontkennen kan alleen door iets anders te verzinnen, en dat iets anders moet dan wel het tegenovergestelde van grenzeloze denkgeest zijn: vormen die begrenst en afgebakend, los van elkaar lijken te bestaan. En door het ontkennen van de bron, verdwijnt de bron (de denkgeest, die denkt en projecteert) in de vergetelheid.

Pas als dit alles begint te dagen in de daar aan toe zijnde denkgeest, kan de vergissing weer terug gedraaid worden en zal de denkgeest zich weer herinneren.
Daardoor zal er altijd een gevoel van overheersende vrede zijn waar men zich ook denkt te bevinden binnen het nog aanwezige ervaren. Het vechten tegen de “windmolens” stopt dan op het niveau waar het gestopt kan worden; de denkgeest, omdat volledig wordt ingezien hoe het werkt.

Alle twijfel gedachtes komen van die waarnemende denkgeest ‘plek’ waar de keuze is gemaakt voor afgescheiden (ego) denken, maar is tegelijkertijd de ‘plek’ die de mogelijkheid in zich draagt ánders te kiezen. En dan heb ik het niet over de keuze links of rechts te gaan, dit/dat/iets wel of niet te doen in welke vorm dan ook, maar over de keuze voor afscheiding (ego) te kiezen of voor het pad in te gaan wat leidt naar terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat kan, als ik daarvoor kies, de nieuwe functie worden van alle vormen van angst, zoals twijfelen, minderwaardigheid, overmoed enz. enz.  een eindeloze lijst.

Als ik ergens over twijfel, schijnbaar over iets in de vorm; zal ik wel of niet dit of dat doen, gepaard gaande met gevoelens van zorg, schuld, angst enz, dan zeg ik sowieso ‘ik weet het niet’, en neem de gedachte + projecties terug, vergeef deze (ik weet immers in middels dat wat er lijkt te gebeuren in de vorm een projectie is vanuit de keuze voor angst, dus een waanbeeld) en kies nu, deze keer bewust voor ‘Heilige Geest’, het symbool voor dat gedeelte van de denkgeest, dat niet standaard vlucht in de vorm, zoals de keuze voor het egodenken doet, maar de projectie her-gebruikt, niet door deze te veranderen, maar te zien voor wat het is en als poort gebruikt terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat is de betekenis van ‘ik hoef niets te doen’, ik hoef niet de vorm te veranderen in een ‘betere’ aangenamere versie, ik hoef alleen mijn denken erover te laten veranderen, door al mijn waanideeën te vergeven. De ‘film’ die ik mijn leven noem, draait gewoon door, maar krijgt nu een totaal andere functie.
En vergeet niet dat het nooit het lichaam is dat kiest, maar altijd de bron van alle denken, de denkgeest (mind). Het lichaam is altijd een projectie van de denkgeest, niets meer en niets minder.

 

Elke gedachte, elke ervaring heeft, zodra deze zich aandienen eerst als doel afgescheiden te zijn en te blijven van Eenheid, van God, van Liefde. Door dit volledig te gaan leren doorzien, oordeelloos, zonder zonde, schuld en angst wordt dit doel omgekeerd, door elke gedachte, elke ervaring nu als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien en onvermijdelijk terug zal leiden naar de Bron die nooit verlaten is.

De denkgeest is altijd precies daar aan toe waar de denkgeest aan toe is, op het moment dat de denkgeest eraan toe is, omdat de denkgeest eraan toe is, als deze denkt wat hij denkt, op het moment dat deze denkt….
Watte?
Ja, daarom kan ik (denkgeest) vanuit mijn eigen denkgeest perspectief welke op dat moment precies is waar deze is, in de gedachte die ik denk, die gedachten denkend waar ik aan toe ben als denkgeest, op dat denk-moment, nooit bepalen waar een ander denkgeest perspectief (de zgn ‘ander’) op dat moment aan toe is.
Ik kan alleen maar mijn eigen denkgeest perspectief zien, aan de hand van mijn eigen gedachten en via hoe ik mijn eigen gedachten terug gespiegeld zie in de zgn ‘ander’ die alleen maar als spiegel werkt voor mijn eigen gedachten. Het gaat nooit over de ‘ander’ het gaat altijd over hoe en wat ik (denkgeest) denk. En dat geeft weer aan waar ik (denkgeest) denk te zijn en waar ik aan toe ben op denkgeest niveau, precies daar waar ik denk te zijn, het enige niveau welke de bron is van alles wat ik denk en geloof te zien, ervaar, en voel.

De ‘ik’ denkgeest is dus precies waar deze is, met al zijn gedachten, dat is wat er is.
De ‘ik’ denkgeest kan dus nooit fout of goed zijn, ‘hij’ is slechts waar ‘hij’ denkt te zijn.
‘Ik’ de denkgeest kan wel denken ergens anders te willen zijn, of ergens niet te willen zijn, maar dan nog is die gedachte precies ‘waar’ de denkgeest is, namelijk die gedachte denkend op het moment dat het gedacht wordt.

Dit aanvaardend, kan ik ook werkelijk zien dat genezing alleen op denkgeest niveau plaats kan vinden en dat dat alleen kan als de denkgeest eraan toe is. En dan is ook duidelijk dat de denkgeest eraan toe is als deze eraan toe is. Denkt de denkgeest namelijk dat ‘hij’ er nog niet aan toe is, of het nu nog niet kan, dan heeft dat niets met tijd te maken, maar met de gedachte die er dan is waaruit blijkt dat de denkgeest er niet aan toe is.
Vandaar dat Ware Vergeving zo’n krachtige denkgeest genezer is. Vergeving laat immers zien dat er niets ‘gebeurt’ is, er is slechts een gedachte, een niet-vergevende gedachte of een vergevende gedachte.
En de denkgeest denkt altijd datgene waar deze op dat moment aan toe is, dat wat er is, op dat denk-moment.
Vandaar ook dat vergeving stil is en in alle rust niets doet. Het rust in wat is en “Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat” (WdII.1.4:2).

De denkgeest zal dit alles begrijpen als het bereid is zichzelf te begrijpen als zijnde denkgeest en weet en aanvaard dat er alleen gedachte is, gedachte die denkt wat ie denkt op het moment dat deze denkt, omdat het niet anders kan dan precies dat denken op dat denk moment.
Er is alleen maar de NU gedachte het NU van de denkgeest, die alleen maar NU gedachten kan hebben, ook als ze over verleden, heden en toekomst gaan, ze worden altijd NU gedacht.

 

Op de juiste-gerichte denkgeest wijze met weerstandgedachtes omgaan.

Weerstandgedachtes zijn op zich als fenomeen als mechanisme altijd afkomstig van de ego denkgeest, want daar is de ego denkgeest immers voor gemaakt, om weerstand schijnbaar mogelijk te maken.

Het is dus nooit de vorm waarin de weerstandgedachte zich in uitprojecteert die de weerstand is.

Je kunt weerstand tegen iemand voelen om wat hij doet of wat dan ook, of weerstand voelen tov een bepaalde situatie, maar dat is niet de bron.

Dus heeft het ook geen zin om de weerstand dáár te lijf te gaan, te bestrijden, of om te keren naar iets anders, iets wat beter uitkomt.

Dat wordt natuurlijk wel voortdurend geprobeerd, zolang er identificatie is met lichamen en vormen, maar dat resulteert nooit in een aanpak bij de bron, de denkgeest.

Ook de ego denkgeest kent ‘een aanpak bij de bron’,  versie, dan gaat men uitzoeken en analyseren hoe het komt en wie verantwoordelijk is voor het ‘foute’ of het juist ‘goede’ resultaat in de vorm en gaat daar aan sleutelen, door de, lichamen, de vormen, de situaties die verantwoordelijk lijken te zijn aan te pakken en te veranderen.

Maar nogmaals dit resulteert in tijdelijke oplossingen binnen het concept tijd/ruimte en is dus helemaal geen oplossing.

 

Neemt men echter voortdurend een waarnemende positie in als denkgeest, dat wat we zijn,  dan neemt men waar vanuit de echte bron, het denken.

Ook daar is een ego versie van natuurlijk, dan wordt gezegd je moet eerst goed nadenken, maar daarbij wordt over de vorm nagedacht en de oplossingen die dáárin mogelijk zijn en niet naar de werkelijke oorzaak.

De werkelijke oorzaak die daardoor meteen de onwerkelijkheid van het gevolg laat zien, is de keuze voor de ego denkgeest die uitgaat van identificatie met lichamen en vormen en situaties en vergeet dat de denkgeest de bron is, waardoor het doel van de ego denkgeest, afscheiding van God uit het geheugen wordt gewist, vergeten dus.

Daardoor lijkt de oorzaak nu te liggen in de vormen, lichamen en situaties.

 

Vergeving vindt dus plaats in de vergeven denkgeest die nu wil zien dat daar alleen de bron ligt en daar vergeving moet worden gevraagd voor het aanzien van de vormen, lichamen en situaties als bron van angst.

En dan pas kan er ruimte komen voor het ánders kijken, door vergeven ogen naar de angst en dan zal wat voorheen door het ego als oorzaak en gevolg werd gezien, namelijk de vormen, lichamen en situaties, een andere functie kunnen krijgen.

Op de eerste plaats als reminder, voor het herinneren van de juiste bron, en daarna als werkelijk behulpzaam middel/kanaal voor het doorgeven van Liefde vanuit nu de Juist-gerichte Bron.

 

Daarom zal na vergeving altijd worden voorzien in de juiste hulpmiddelen in de vorm en dat kunnen dezelfde vormen zijn of juist volstrekt andere ‘vormen’ zijn dan wat de ego denkgeest onder ‘behulpzaam’ verstond. Alles wat door de ego denkgeest als noodzakelijk en behulpzaam werd gezien, wordt nu na vergeving her-gebruikt door de Juist-gerichte denkgeest en dient nu op een wel behulpzame manier het enige werkelijke Doel, terug herinneren in God.

 

 


Het zijn niet de mensen,
de projecties, die veranderen,
nee,
het is slechts een nietig dwaas idee
dat terugkeert naar de Waarheid,
naar zijn Bron,
naar God.


 

 

En kijk eens goed om je heen,
dat heb je nu allemaal helemaal zelf bij elkaar gedroomd
…en…
tevreden?
Jij denkgeest bent de dromer van de droom.


Schuldgevoel komt vanuit de denkgeest die denkt afgescheiden te zijn van zijn Bron. In de praktijk van het dagelijkse leven lijkt schuldgevoel het gevolg te zijn van iets wat ik doe in de buitenwereld. Ik verzuim iets te doen en voel me daar dan schuldig over. Het gaat gepaard met een emotie. Dit idee en deze emotie zorgen ervoor dat ik stevig vast blijf zitten in dit waanidee.
Zodra ik door heb dat niet de buitenwereld de bron is, maar de denkgeest die de gedachte van afscheiding naar buiten projecteert in een poging het kwijt te raken, kan er een verandering in gang worden gezet.
Ik, als de waarnemer, kan dan samen met HG/J , (dat gedeelte van de denkgeest dat weet dat het nog steeds in verbinding staat met zijn Bron) boven het slagveld hangen en oordeelloos kijken en dan kiezen vanuit welke bron ik voortaan wil kijken vanuit de egodenkgeest of vanuit de Heilige Geest/Jezus denkgeest.
En dan pas zal ik ook precies weten wat te doen in de wereld van de vorm. Dan kan ik werkelijk behulpzaam zijn vanuit een werkelijk liefdevolle bron, en niet vanuit een bron van schuld/zonde/angst.

Leestip: ECIW T16.I. Ware inleving.

%d bloggers liken dit: