archiveren

Tagarchief: ego

De kunst tevens het leerproces, realiseer ik me net weer, is op de aller eerste plaats een gedachte te herkennen als zijnde komende van mijn keuze voor ego (voor afscheiding). Ik merk dat ik nog steeds zo gewend ben aan gedachtes die op de een of andere manier altijd nog doordrenkt zijn van het geloof in zonde, schuld en angst dat ze er nog steeds onopgemerkt tussendoor glippen en ik “vergeet” ze te herkennen als ego gedachtes. Wat natuurlijk precies de bedoeling is van het inzetten van egodenkgeest en:

 “3Luidkeels  maant  het ego jou  niet  naar  binnen te kijken,  want  als je dat doet zullen je ogen  op  zonde  stuiten, en  zal God jou  met blindheid  slaan.  4Dit is wat jij gelooft, en dus kijk  je  niet. 5Maar dit is  niet  de verborgen angst van het  ego, noch die van jou die daar dienstbaar aan  is.  6Luidkeels, inderdaad, verkondigt het  ego dat  het  dit wel is; te luid en te vaak. 7Want onder dit  constante  geschreeuw en die uitzinnige bewering  is  het ego  er niet zo zeker van dat  dit wel zo is. 8Achter  jouw angst om vanwege de  zonde naar binnen te  kijken, gaat  nog een andere angst schuil,  en  wel een die het  ego  doet sidderen en beven”
(T21.IV.2:3-8).

En dan is er ineens weer het besef dat als ik alleen maar naar zo’n ego gedachte kijk (vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest positie) ik ineens zijn functie helder zie/voel; het heeft de functie “iets” te verbergen dat ik niet “mag/wil” zien, het is echt als een sluier dat iets afdekt. En omdat het vervelend voelt die ego gedachte werkt dat “het niet mogen zien” heel effectief. Daarom is bij die ego gedachte blijven en er rustig naar kijken zo belangrijk, niet wegkijken, niet veranderen, maar gewoon kijken, de rest zal volgen…:

“3.Wat als je naar binnen keek  en geen zonde zag? 2Deze  ‘beangstigende’ vraag is er een die  het  ego  nooit  stelt.  3En jij die  ze nu wel stelt  vormt een te ernstige bedreiging  voor het verdedigingssysteem van  het ego dat het zich er nog druk om maakt  te veinzen dat het jouw vriend is”
(T21.IV.3:1-3).

Elke keer dat we naar de stem namens het ego luisteren, ligt daar de geheime wens achter dat we ons blijvend wensen af te scheiden van de Werkelijkheid, ook wel God, non-dualisme, Éénheid genoemd.
Deze wens tot afscheiding lijkt vervolgens waar te worden, we wanen, ons ineens in een wereld die enkel en alleen uit verschillende van elkaar afgescheiden deeltjes bestaat die elkaar aantrekken en/of afstoten, in een schijnbaar zich eeuwig herhalend dualistisch duel van afscheiding.

Het lijkt daardoor dat de onverbrekelijke binding met de Werkelijkheid (God) verbroken is: het doel van de keuze voor het luisteren naar de stem namens het ego.
Deze schijnbaar verbroken verbinding met de Werkelijkheid (die onveranderlijk is) kan je terug zien vanuit een bewuste waarnemende denkgeest positie in de projecties hiervan.
De chaos in de wereld beeldt deze schijnbare verbroken verbinding heel duidelijk uit en maakt zo zijn eigen schijn werkelijkheid. Het is terug te zien in een altijd aanwezig wantrouwen ten opzichte van alles wat er in de wereld lijkt te gebeuren. Wantrouwen tegenover alles, mensen, dieren, dingen en situaties.

Alles blijkt een projectie te zijn vanuit de drie-onheilige-eenheid, zonde, schuld en angst van het ego.
Wantrouwen vanuit links of vanuit rechts of vanuit het midden, maakt niet uit, wantrouwen is wantrouwen, want zo werkt dualiteit en binnen deze dualiteit is een werkelijke oplossing onmogelijk, men kan hooguit de meubels in het spreekwoordelijke brandende huis verzetten.

Als vertrouwen wordt gesteld in wantrouwen (vertrouwen in het luisteren naar pseude waarheid, het ego) dan zullen overal getuigen van wantrouwen opduiken en zal er een gevoel zijn van een diep wantrouwen tov alles en iedereen.
Als dit niet doorzien wordt leidt dit onvermijdelijk tot weerstand, moord en doodslag en depressie, nogmaals allemaal terug te zien in de projecties hiervan.

Het goede nieuws is dat als het bewust worden hiervan terugkeert er opnieuw gekozen kan worden als de denkgeest daar klaar voor is.
Alle gedachtes van wantrouwen en de daaraan vastzittende projecties (gedachtes verlaten niet hun bron, de denkgeest) kunnen dan worden vergeven en kan de keuze gemaakt worden er anders naar te willen kijken nu vanuit de juist gerichtheid van denken, de Heilige Geest.

In het Handboek voor leraren, 4. Wat zijn de eigenschappen van Gods leraren, in I. Vertrouwen staat het volgende hierover:

“1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven. 2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd?” (H4.I.1,2:1-3).

Pas nadat de onware waarnemingen van wantrouwen zijn vergeven (zie vorig blog over wat ware vergeving is) kan er vanuit Vertrouwen die vanuit de juist gerichtheid van denken komt (Heilige Geest) worden gekeken.
En zal tevens precies geweten worden wat het meest liefdevolle is om te doen, wat dan niets anders zal zijn dan de reflectie van Waarheid.

Persoonlijke doelgerichte lichaamsgerichtheid oftewel vormgerichtheid speelt hierbij geen rol meer, omdat het terugherinneren in denkgeest voltooid is.








Achter elk dualistisch gebeuren (alles wat lijkt te gebeuren in het universum, de wereld, lichamen, dingen, situaties) ligt het geschenk van non-dualisme te wachten; ware waarheid, éenheid, geluk, vrede, liefde zonder voorwaarden of oordelen en onveranderlijk. Ware Vergeving is de sleutel tot het ontsluiten van het goed verborgen ego geheim, dat er in werkelijkheid niets is gebeurt en niets ware waarheid kan veranderen, laat staan vernietigen.
En dit alles vraagt om een ervaring, een ware ervaring die de valse ervaringen van de onnatuurlijke, onmogelijke wens tot afscheiding (ego) vervangt, zodat terug herinneren in Waarheid onvermijdelijk wordt.
Onvermijdelijk; tot uitstellen in staat, maar niet tot afstel:

“4Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. 5Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een gegeven moment wilt doen” (In.1:4-5).

en:

“De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5)” (Vw.viii).

Neen, want de opzet van het geloof en de keuze voor de ego kant van de denkgeest, en dat doen we als we de wereld en onszelf als lichaam als “waar” ervaren, is om de afscheiding van God, Liefde, Waarheid, Éenheid als echt gebeurt te laten lijken zijn.
Ik kwam hier achter toen het ineens tot me doordrong waarom ik altijd iedereen met vertrouwen benader, maar dat er altijd een punt komt waarop mijn vertrouwen plotseling geschaad lijkt te worden.
Ik zag ineens het ego mechanisme hierachter en doorzag ineens het spel wat hier gespeelt wordt.
Het werd echt duidelijk dat ik eigenlijk niemand vertrouw, maar toch altijd een relatie begin met te vertrouwen.
En ik zie nu dat het ‘niemand vertrouwen’ alleen kan als ik eerst de bewijzen, namelijk door eerst wel te vertrouwen op laat draven (projecteren) in mijn droom, zodat ik vervolgens steeds weer kan bewijzen dat niemand te vertrouwen is en dat is natuurlijk weer niet om de reden die ik denk (les 5), maar weer om de denkbeeldige afscheiding van God overeind te houden.

Samengevat: Ik vertrouw eerst iedereen om later te kunnen bewijzen dat niemand te vertrouwen is, geniaal egospelletje weer, en dat allemaal om te bewijzen dat ik gelijk heb en “God” niet. Ik kan dit vergeven…
Daarmee is de ego functie van wantrouwen/vertrouwen in de vorm verandert in een vergevingsles van HG om terug te herinneren in Vertrouwen.

Dit kan echter nog steeds ook overkomen als een keiharde ongevoelige les, en zo zal het opzettelijk, gezien door het ego ervaren worden, om dezelfde redenen als hierboven beschreven, maar weet dat als meegegaan wordt in de gedachte dat er geen wereld is, dus ook geen “ik” onvermijdelijk dit soort uitnodigende inzichten voorbij komen. En natuurlijk zal de keuze voor ego dit tegenspreken en zich er tegen verzetten, maar nooit om de reden die ik denk (les 5).
En als het een echt Inzicht is dan is het een omslag in de denkgeest van ego naar HG, dus wat ECIW het wonder noemt.
En dan zal deze les als zeer liefdevol ervaren worden in elke situatie. En zal het voelen als “ik hoef niets te doen”, omdat het vanuit Inspiratie komt en vrij doorstroomt, zonder blokkerende ego gedachtes.

Het ego is nooit te vertrouwen, omdat het zo is opgezet.
Zolang ik daar niet naar wil kijken, olv HG (dus oordeelloos) zal ik blijven kijken door ego ogen en blijf ik verstrikt in het dualistische afscheidingsspel van vertrouwen/wantrouwen.

Misschien leerzaam hier even het hoofdstukje over Vertrouwen te plakken dat staat in het Handboek voor leraren, 4:1 :

I. Vertrouwen
1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.
2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken? (H4.I.1-2)

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

Er is geen rangorde in overleven, met deze gedachte werd ik wakker en dat vond ik meteen een inspirerende en een geruststellende vrede gevende gedachte.
“Leven” in een lichaam, in deze wereld is de ego versie van wat leven is.
Eigenlijk van wat Leven niet is.
Leven met als doel afscheiding kan geen leven zijn.
Elke vorm van leven die anders bedoeld is dan Leven in God, kan geen leven zijn.

Kijk naar de wereld, kijk naar hoe de poging om afgescheiden van God te leven eruit ziet, kijk hoe dat ervaren wordt. De onmogelijke wens om afgescheiden van God, van Liefde, van Éénheid te leven kan toch in niets anders resulteren dan in lijden, pijn, en de hel?
Als Hemel (God, Eenheid, non-dualisme) IS dan moet aarde (ego, afscheiding, dualisme) wel hel zijn.
Het is alles of niets, er kan niet een beetje hemel of een beetje aarde zijn, beide sluiten elkaar uit.

Niets in deze wereld kent een rangorde in lijden, pijn, of speciale vreugde want er is maar één oorzaak: de wens om afgescheiden te zijn van God, Liefde, Éénheid, non-dualisme. Zelfs daar hebben we verschillende woorden voor die maar één betekenis hebben. De een zal God een prettig woord vinden, de ander zal ervan walgen, de één vindt Liefde een prachtig woord, de ander zal ervan walgen, de een vindt non-dualisme een prachtig woord de ander walgt ervan en zo gaat dat met alle woorden, want woorden zijn 2x verwijdert van Waarheid.
In Éenheid, non-dualisme bestaan geen woorden. Een woord is een afgescheiden naam geven nadat gekozen is voor afscheiding en uit “Alles” (Eénheid) ineens een stukje “iets” lijkt te zijn ontstaan. En dat “iets” krijgt voordat het als vergissing terug kan keren in de natuurlijkje staat van “Alles” een naam, en wordt zo als het ware vastgelegd in steen.
En dit wordt nu meteen gezien als Waar, het nieuwe waar, het nieuwe leven, met miljarden mogelijkheden en rangorden in pijn,  lijden en kortstondige vreugde en speciale liefde.

Als ik hier goed naar kijk, zonder oordeel dan kan ik geen rangorde aanbrengen in vormen van lijden, want dan is er maar één vorm van lijden met maar één oorzaak; er wordt alleen geleden aan de ziekelijke wens afgescheiden te leven van God, Liefde, Éénheid, non-dulaisme, Waarheid.
En dat lijden speelt zich niet af in de woorden, namen die we onze projecties van lijden en pijn hebben gegeven, maar in de denkgeest die gekozen heeft voor een schijnbare mogelijkheid dromen te hebben van afscheiding en daarin te geloven als zijnde waar.

De  oplossing kan dan ook alleen maar zijn alle vormen van lijden en pijn, eerst te herkennen en te onderkennen en dan terug te (ver)geven aan de Denkgeest (Heilige Geest) die Weet en de herinnering in zich draagt aan God.

Zoals Een cursus in wonderen zegt in het 1ste principe van wonderen:
“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal” (T1.I.1:1-4).

Het wonder van vergeving ziet geen rangorde in pijn en lijden dat is het mooie en troostende ervan. Ik lijd niet meer of minder dan een ander. Alle lijden en pijn die ik ervaar in een bepaald scenario is dezelfde pijn en lijden die jij ervaart in jouw scenario. De bron (de wens voor afscheiding) is dezelfde alleen de uitvoering (de projecties) de film op het filmdoek lijken te verschillen, En het geloof in het waarheidgehalte van de film houdt de film draaiende.
Het vergeven van het geloof in de film en dus het geloof in de waarheid ervan, doet de interesse en de investering in de film uitdoven en oplossen in het Licht van Waarheid.

Als er alleen nog maar weer chaos lijkt te zijn en de (ene) denkgeest zich op lijkt te splitsen in ontelbare gedachtes die kant nog wal raken, ga dan terug naar het idee van één, dat is mijn anker.
Als het waar is dat er alleen maar één mogelijk is dan moet ik me wel vergissen nu ik zie dat ik voor veel meer dan één kies en alleen nog maar heel veel chaos zie en ervaar.

Als ik me voorstel dat er alleen maar één denkgeest is, wat betekent het dan dat ik mezelf als lichaam zie en ervaar met nog andere lichamen of iets buiten mij, wat ik als oorzaak zie van mijn angst en schuld? Dat kan alleen betekenen dat wat ik denk te zien en te ervaren niet is wat het lijkt. Het kan alleen betekenen dat ik in de spiegel kijk van mijn geprojecteerde gedachtes. Geprojecteerde afscheidingsgedachtes van één.
Het resultaat, totale chaos en verwarring. En niet om de reden die ik denk, niet omdat er echt iemand of iets buiten mij mijn rust verstoort en voor chaos zorgt.
De enige reden waarom ik (denkgeest) kies voor chaos, is omdat dat de enige manier is om schijnbaar los te komen van één en te geloven dat dat mogelijk is en kan.
Het idee van afscheiding, het ego, heeft alleen dat doel, elk schijnbaar doel in deze wereld heeft alleen dat doel. En als ik me dáár weer schuldig en angstig, boos, verdrietig, depressief door voel weet ik dat ik opnieuw voor kijken met ego kies en dus voor geloven in afscheiding kies. Meer kan het niet betekenen.

Gelukkig is en blijft één onveranderlijk één en geen twee (en meer), dus hoezeer ik ook verdwalen kan in de ervaring van chaos, daarachter is nog steeds het onveranderlijke één dat geduldig wacht op het onvermijdelijke terug herinneren, want in werkelijkheid is er niets gebeurt.
Er lijkt alleen iets gebeurt te zijn in onwerkelijkheid, en alleen in angstige dromen kan er iets te lijken gebeuren, maar wie gelooft dat dromen werkelijk zijn? De enige nuttige functie die ze kunnen hebben is dat ze symbool staan voor de onmogelijkheid af te scheiden van één.
Dit betekent dat ik opnieuw kan kiezen nadat ik mijn keuze voor ego (afscheiding) opgemerkt heb via mijn ervaringen in mijn dromen, en nu voor de herinnering (Heilige Geest) die nog altijd aanwezig is in de denkgeest en op die manier krijgen al mijn chaotische dromen van afscheiding de functie van terug-herinner-materiaal.
En ligt achter elke chaotisch gedachte het geschenk van ware vergeving geduldig te wachten tot de denkgeest er onvermijdelijk aan toe is de verzoening te aanvaarden.

Hoe duidelijker ik zie en ervaar hoe complex het ego denken werkt des te meer ga ik alle bewegingen van het ego denken doorzien.
Het is duidelijk dat als ik ergens overstuur over ben (licht overstuur tot heel erg) dat dat van mijn keuze voor ego komt, want immers: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Ik voel en ervaar ook duidelijk meer en meer hierin de ego dynamiek in het juist willen lijden in wat als gevoel lijkt als het juist willen ontkomen aan lijden.

Eigenlijk ga ik inzien dat elke gedachte die ik heb vanuit “ik” identificatie, hoe nobel, liefdevol, meelevend of vechtend tegen, gruwelijk, sarcastisch die gedachte ook lijkt altijd vanuit ego (de beide zijde van het ego) identificatie komt.
En ga ik zien dat ik daar niet aan ontkomen kan, want ergens aan willen ontkomen is ook ego. Het ziet ernaar uit dat elke gedachte inderdaad zoals ik eerst theoretisch wist nu echt gezien gaat worden als altijd komend vanuit ego, vanuit de krampachtige reflex en de wil tot afscheiding van het ego.
Dus ook als ik hier boos over wordt of in paniek raak of in onverschilligheid verval.

En dit is een noodzakelijke voortgang in het proces van het doen van ECIW.
Het kost heel veel eerlijkheid en het leren van oordeelloos kijken voordat dit in zijn volle omvang gezien kán worden.
In dit proces wordt ook geleerd dat alles wat ik buiten mij denk en geloof te zien en te ervaren slechts een reflectie is van “mijn” (eigenlijk het, maar het wordt ervaren als “mijn”) egodenken waarbij de oorzaak van de gedachte nooit buiten mij kán liggen.
En dat kan alleen gezien worden door eerlijk en oordeelloos te leren kijken terwijl het ervaren wordt. En eerlijk en oordeelloos kijken kan alleen door met “iets” anders dan het ego te kijken.
En ook dat is een langdurig leerproces dat zich door allerlei fases heen beweegt.
Het is gewoon zo dat het goed is te beseffen dat de ego-kant van de denkgeest, naast de HG/J en de waarnemende/keuzemakende denkgeest, ook altijd meeloopt en dus ook ECIW doet.
Dus het leerplan van ECIW is zo opgesteld dat het erom gaat eerst helemaal het verborgen leerplan van onze keuze voor ego (voor afscheiding dus) in het bewustzijn te brengen, zodat het uiteindelijk helemaal gezien wordt voor wat het is: een onmogelijke poging om afgescheiden te raken en te blijven van God, Liefde, Waarheid, Éénheid. Omdat te leren zien beweegt de denkgeest zich in het leerproces stap voor stap van het geloof in egodenkgeest, oftewel van volledige identificatie met zijn projecties; het lichaam de wereld enz., naar het bewustzijn een waarnemende/keuzemakende denkgeest te zijn, welke moet leren onderscheid te maken tussen de keuze voor het geloof in ego (onjuist gerichte denkgeest) en de keuze voor HG/J  (juist gerichte denkgeest). En so wie so leert en er achter komt dat er alleen maar gedachte/denkgeest is en dat wat “wij” als vorm zien ook alleen maar projecties zijn vanuit de denkgeest. Wat weer betekent dat lichamen, hersenen en verder alle “dingen” geen autonome dingen zijn, maar projecties die altijd verbonden zijn en blijven aan hun projector, de denkgeest; “Er is geen wereld los van jouw ideeën, want deeën verlaten nooit hun bron” (WdI.132.10:3).
Stap voor stap wordt zo de dynamiek van het ego blootgelegd en zal de eerst onbewuste keuze voor het ego ontmaskerd worden als een bewuste keuze die alleen maar verborgen moest worden gehouden om niet ontmaskerd te worden, zodat er stap voor stap opnieuw gekozen kan worden, niet voor een andere of betere vorm-ervaring, maar voor HG/J denkgeest. Dat is namelijk de enige keuze die gemaakt kan worden. Dit alles is nogmaals een stap voor stap proces vanuit de “eigen”  (waarnemende/keuzemakende)denkgeest focus waarbij, ook stap voor stap, alles wat ervaren wordt door “mijn” leven heen kan worden hergebruikt precies zoals het zich lijkt voor te doen en ervaren wordt. “De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken” (T25.VIII.1:1).

En het besef groeit ook dat als het proces als bijzonder heftig en zwaar wordt ervaren, dat ook weer komt door de met opzet verborgen gehouden keuze voor kijken door de “ogen” van het ego dat maar één doel heeft hoe dan ook in de afscheiding blijven geloven, nogmaals dat zit achter elke identificatie met welke vorm en gebeurtenis dan ook. Het mooie van deze bewustwording is dat uiteindelijk alleen dit ene doel van het ego wordt doorzien achter al die schijnbaar miljarden ego uitingen en doelen, en er ook maar één oplossing is: het vergeven van deze ene vergissing, die nooit werkelijk heeft plaatsgevonden.

Als alles, als elke gedachte in één keer ontstond, als één big bang, en net als een bliksemschicht ook weer in dat zelfde moment verdween en er in feite “niets” gebeurt is, wat/wie is de “ik” dan…
Daar gaat geen filosoof, geen wetenschapper, geen dromer uitkomen, want dat is niet te bevatten en volkomen abstract voor de denkgeest die “het nietig dwaas idee” opzettelijk serieus nam/neemt.
Net zo goed als de letters en woorden die nu ontstaan het niet kunnen bevatten laat staan uitleggen.
Want hoe kan dat wat nooit heeft plaatsgevonden worden uitgelegd binnen het geloven dat er wél iets heeft plaatsgevonden, en tegelijkertijd verborgen moet blijven?

ECIW appeleert aan de herinnering dat er in werkelijkheid niets gebeurt is, op een manier dat het geloof in dat er wel iets gebeurt lijkt te zijn en toch niet gebeurt kán zijn een beetje begrijpelijker wordt door ons dáár aan te spreken waar we denken en geloven te zijn; in een wereld, in een lichaam en door middel van woorden.
Maar woorden blijven dubbel verwijderd van de werkelijkheid.
Hier een korte tekst over de betekenis van woorden in ECIW:

“1.Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. 2De motiverende factor is gebed, of vragen. 3Waar je om vraagt, dat ontvang je. 4Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die je bij het bidden gebruikt. 5Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. 6Het is van geen belang. 7God verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. 8Woorden kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te houden of op zijn minst te beheersen. 9Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. 10Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.

2.Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. 2Zelfs wanneer ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient ertoe zeer concreet te zijn. 3Als er geen specifieke verwijzing in de denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces niet helpen. 4Het gebed van het hart vraagt niet echt om concrete zaken. 5Het vraagt altijd om enigerlei ervaring, waarbij de specifieke zaken waar om gevraagd wordt de dragers zijn van de ervaring die naar de mening van de vrager wordt verlangd. 6De woorden zijn dus symbolen voor de zaken waarom wordt gevraagd, maar de zaken zelf staan slechts voor de ervaringen waarop wordt gehoopt” (H21.1,2).

Woorden gebruikt als symbolen om dat wat nooit gebeurt kán zijn, de herinnering aan dat wat IS terug te brengen in de herinnering, waar het Weten nooit uit is verdwenen.
En als krachtig middel hierbij biedt ECIW het begrip “ware vergeving” aan om in te zetten als antwoord op het geloof dat afscheiding van Één, van God, van Liefde wel heeft kunnen plaatsvinden en dat “de wereld, en het lichaam” daar de getuigen van zijn.

ECIW zegt over ware vergeving:

“4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4,5).

Opvallend is, maar ook logisch want het ego denksysteem mechanisme doet aan elke gedachte mee, dat vaak bij 5. “Doe daarom niets” alleen dát wordt gelezen en het ego meteen met verdedigingsgedachten komt zoals “maar moet ik dan maar niets doen, en met mn armen over elkaar toekijken!”. En de rest van de zin, waar juist het antwoord hierop niet wordt gelezen, namelijk “laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is…”.
Dat betekent dat als ik dat waarvan ik denk dat het gebeurt is “(ver)geef” aan Heilige Geest, wat symbool staat voor de nog steeds aanwezige herinnering aan de werkelijkheid, God, Liefde, vanzelf duidelijk zal zijn wat er eventueel mag gebeuren.
En aangezien kijken vanuit ware vergeving een oordeelloos kijken is vanuit HG denkgeest, zal er ook geen oordeel zijn over wat er lijkt te moeten gebeuren. Dat dit als “lastig” ervaren wordt begrijpt Jezus en zegt er dit over in het Handboek voor leraren:

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.4:7,5).

Op deze manier wordt dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, maar wat wel geloofd en geprojecteerd en dus schijnbaar ervaren wordt, her-gebruikt via symboliek en woorden, zodat het mogelijk wordt dat de zichzelf misleidende denkgeest welke in zonde, schuld en angst gelooft, terugkeert in waar deze nooit uit is weggeweest.

The world, with everything in it, including “my” (and everyone’s) body (including the brain), is a never happened story, it is just a dream in the mind (not in the brain) which in its self is also a dream. And dreams are dreams, are dreams, are dreams, are dreams, never to become Reality.
Within this dream concept the whole thing is “a never ending story”, because it never began. the whole thing is just the answer, the effect to the impossible wish to be separated from Reality, Oneness, Love, God.
Only this one hidden wish keeps this impossible dream of separation going.
Until the mind is ready to let this impossible dream go and is ready to remember back into God, where it never left in the first place.
And this will “happen” inevitably, because it never really happened.

So seemingly trapped in this never happened, seemingly never ending dream the only real question would be: “what is it for?”: to keep the separation intact, or remembering back in Reality”.

That would be the only proper question to ask with everything that seems to happen in the dream, this seemingly “my” so called life.
There is no investigation needed in the outcome only in the minds input;
what is it for, and then choose again: ego or Holy Spirit, fear or Love. And the (dream) effects of this choice will “look after itself”.
There is nothing more to “do” than this: choose again, and again, and again, and again…

<span>%d</span> bloggers liken dit: