archiveren

Tagarchief: nietig dwaas idee

Er is nooit GEEN innerlijke stem. Het scheelt maar een “G” in deze dubbele ontkenning, maar deze is van essentieel belang. Het verschil tussen onjuist gericht denken (ego) en juist gericht denken (HG/J).
Het zogenaamde “horen” van een innerlijke stem is totaal niet bijzonder laat staan speciaal.
Waarom niet? Omdat “we” altijd een innerlijke stem horen. We kunnen niets anders dan een innerlijke stem horen, omdat niet het lichaam hoort, maar de denkgeest (mind).

We denken dat  als we een innerlijke stem horen dat wel van de heilige geest oftewel van onze juist gerichte denkgeest moet komen, alsof de stem van het ego niet uit de denkgeest komt, maar vanuit een lichaam (de onjuist gerichte denkgeest).

Dat komt omdat het ego denksysteem een manier heeft gevonden om te verbergen dat er alleen denkgeest is en dat alles uit denkgeest komt. En die manier is de ego gedachte, welke altijd een gedachte van afscheiding is, achter een scherm van vergetelheid verstopt door de gedachte te projecteren buiten de denkgeest en deze projecties als oorzaak en gevolg te zien, waardoor de werkelijke bron, de denkgeest geheel uit de aandacht verdwijnt.

Nu is het niet zo dat als we beslissen dat we vanaf nu alleen naar de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) willen luisteren het lichaam en zijn zogenaamde ervaringen moeten ontkennen, dat zou immers het ontkennen van de egodenkgeest zijn, want daar komen die projecties en zogenaamde ervaringen vandaan. En als we de egodenkgeest ontkennen en afdoen met “oh, het zijn maar illusies” dan ontnemen we onze kans om deze egogedachtes te herkennen en te zien.

De beslissing om vanaf nu alleen nog maar te luisteren naar onze juist gerichte gedachtes (HG/J denkgeest) houdt juist in dat we eerst kijken zonder oordeel, zonder ze te veroordelen dus, naar al onze onjuist gerichte gedachtes, alle gedachtes van afscheiding (ego denkgeest), zodat we de andere keuze kunnen maken en ware vergeving (WdII.1. Wat is vergeving?) erop toe kunnen passen.
Dat is het lange, eenvoudige, maar niet makkelijke leerproces van ECIW.

Dus hoe dan ook we horen altijd een innerlijke stem een stem afkomstig van onze keuze voor egodenkgeest of voor de keuze van HG/J denkgeest. Waarbij de keuze voor egodenkgeest altijd vanuit het lichaam lijkt te komen, omdat vergeten moet worden dat er alleen denkgeest is, en dat bij de keuze voor HG/J denkgeest altijd herinnerd wordt dat die keuze vanuit de denkgeest komt en via vergeving terug gegeven kan worden aan de juist gerichte denkgeest.

En natuurlijk kan een gedachte ook meteen vanuit HG/J denkgeest komen, maar ga er maar vanuit dat elke gedachte eerst vanuit egodenkgeest komt, en dit herkend dient te worden alvorens opnieuw de keuze te maken, maar nu voor HG/J denkgeest.

Hoe herken ik dit? Als een gedachte niet 100% vredig is en 100% (ver)oordeelloos is komt de gedachte 100% zeker vanuit de keuze voor het egodenken en is de enige juiste stap, de gedachte herkennen, terug te nemen naar de bron de denkgeest en opnieuw te kiezen voor HG/J denkgeest en te vergeven.

Zo verloopt het leerproces van ECIW, het stap voor stap (gedachte voor gedachte) terug herinneren in de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) een (vele) levenslang leerproces dat onvermijdelijk is of men nu wel of niet bezig is met een zgn spiritueel pad.
Want de afscheiding heeft nooit werkelijk plaatsgevonden en is slechts een nietig dwaas idee van de denkgeest die even dacht dat deze afgescheiden kon zijn van Éénheid, God, Liefde of hoe je het onnoembare ook mag noemen. En dat ene nietig dwaas idee herhaalt zichzelf bij iedere volgende gedachte. En wat anders kan deze vergissing terugdraaien dan ware vergeving, welke ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat afscheiding van Één mogelijk zou kunnen maken?

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Angst en serieus nemen liggen dicht bij elkaar, kunnen zelfs niet buiten elkaar.
Zodra angst serieus wordt genomen, wordt ze “werkelijkheid”.
Zodra angst niet meer serieus wordt genomen en werkelijk gezien wordt als enkel en alleen de manier om de afscheiding van “Waarheid” schijnbaar mogelijk te maken, dus niet een angst om de reden die ik denk en geloof, kan ze oplossen in het vergeven van de vergissing die ze is.

Weet je wat, ik wilde hierbij die beroemde tekst uit ECIW plaatsen over het nietig dwaas idee dat de eeuwigheid binnensloop en waarom werd vergeten er om te lachen en het serieus werd genomen, waardoor angst echt wel een logisch gevolg lijkt,  maar al lezend in de tekst die eraan vooraf gaat en erna komt besloot ik de hele tekst van “T27.VIII. De held van de droom” hier te plaatsen.
Is beslist de moeite van het lezen waard en zet alles in het juiste verband:

VIII. De ‘held’ van de droom

1. Het lichaam is de centrale figuur in de droom van de wereld. 2Het ontbreekt
in geen enkele droom, en evenmin bestaat het zonder de droom
waarin het optreedt alsof het een persoon was die kan worden gezien en
geloofd. 3Het neemt de centrale plaats in in iedere droom die het verhaal
vertelt hoe het door andere lichamen werd gemaakt en in een wereld buiten
het lichaam werd geboren, daar een tijdje leeft en sterft, teneinde in het
stof te worden verenigd met andere lichamen die sterven zoals hij. 4In de
korte tijd die het is vergund te leven, zoekt het naar andere lichamen als
zijn vriend of vijand. 5Zijn veiligheid is zijn voornaamste zorg. 6Zijn welbehagen
is zijn richtlijn. 7Het probeert genoegens na te jagen en die dingen
te vermijden die hem pijn kunnen doen. 8En bovenal probeert het zichzelf
bij te brengen dat zijn pijnen en genoegens van elkaar verschillen en onderscheiden
kunnen worden.

2. Het dromen van de wereld neemt vele vormen aan, omdat het lichaam
op vele manieren probeert te bewijzen dat het autonoom en werkelijk is.
2Het tooit zichzelf met dingen die het gekocht heeft met metalen schijfjes
of met strookjes papier waarvan de wereld proclameert dat ze waardevol
en werkelijk zijn. 3Het werkt om die te verkrijgen door zinloze dingen te
doen, en smijt ermee in ruil voor zinloze dingen die het niet nodig heeft,
en zelfs niet wil. 4Het huurt andere lichamen in, zodat die het kunnen beschermen
en nog meer zinloze dingen kunnen vergaren die het zijn eigendom
noemen kan. 5Het zoekt om zich heen naar speciale lichamen die
zijn droom kunnen delen. 6Soms droomt het dat het de overwinnaar is van
lichamen zwakker dan hij. 7Maar in sommige fasen van de droom is het de
slaaf van lichamen die hem willen kwetsen en kwellen.

3. De serie avonturen van het lichaam, vanaf het tijdstip van de geboorte tot
aan de dood, vormen het thema van iedere droom die de wereld ooit heeft
gehad. 2De ‘held’ van deze droom zal nooit veranderen, en zijn bedoeling
evenmin. 3Hoewel de droom zelf vele vormen aanneemt, en ogenschijnlijk
een grote verscheidenheid laat zien aan plaatsen en gebeurtenissen waarin
zijn ‘held’ zich bevindt, heeft de droom maar één bedoeling die op vele
manieren wordt onderwezen. 4Deze ene les probeert het steeds en steeds
opnieuw en nogmaals te onderwijzen: dat het zelf oorzaak is, en geen gevolg.
5En jij bent zijn gevolg, en kunt zijn oorzaak niet zijn.

4. Zo ben jij niet de dromer, maar de droom. 2En dus dool je doelloos plaatsen
en gebeurtenissen in en uit die de droom spint. 3Dat dit alles is wat het
lichaam doet is waar, want het is slechts een figuur in een droom. 4Maar
wie reageert op figuren in een droom tenzij hij ze als werkelijk beschouwt?
5Zodra hij ze ziet zoals ze zijn, hebben ze niet langer effect op
hem, omdat hij begrijpt dat hij aan hen hun gevolgen heeft gegeven door
ze te veroorzaken, en ze een schijn van werkelijkheid te verlenen.

5. Hoezeer ben jij bereid te ontkomen aan de gevolgen van alle dromen die
de wereld ooit heeft gehad? 2Is het jouw wens dat geen enkele droom de
oorzaak lijkt van wat jij doet? 3Laten we dan gewoon naar het begin van
de droom kijken, want het deel dat jij ziet is slechts het tweede deel, waarvan
de oorzaak in het eerste ligt. 4Niemand die slaapt en in de wereld aan
het dromen is, herinnert zich zijn aanval op zichzelf. 5Niemand gelooft dat
er werkelijk een tijd is geweest dat hij niets van een lichaam wist en zich
deze wereld nooit als werkelijk kon hebben voorgesteld. 6Hij zou meteen
gezien hebben dat deze ideeën een en dezelfde illusie behelzen, te belachelijk
voor iets anders dan te worden weggelachen. 7Hoe serieus, hoe
ernstig lijken ze nu! 8En niemand kan zich herinneren wanneer ze met gelach
en ongeloof werden begroet. 9Wij kunnen ons dit wel herinneren, als
we hun oorzaak maar direct onder ogen zien. 10Dan zullen we reden tot lachen
zien, en geen grond voor angst.

6. Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer,
die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. 2In de eeuwigheid,
waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. 3Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
4Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. 5Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.

7. Een tijdloosheid waarin de tijd tot werkelijkheid is gemaakt, een deel van
God dat zichzelf kan aanvallen, een afgescheiden broeder als vijand, een
denkgeest in een lichaam: het zijn allemaal vormen van circulariteit waarvan
het einde bij haar uitgangspunt begint, en bij haar oorzaak eindigt.
2De wereld die jij ziet is een precieze weergave van wat jij dacht te hebben
gedaan. 3Behalve dat je nu denkt dat wat jij deed jou is aangedaan. 4De
schuld voor wat jij hebt gedacht wordt buiten jezelf gelegd, op een schuldige
wereld die in jouw plaats jouw dromen droomt en jouw gedachten
denkt. 5Ze brengt haar wraak, niet de jouwe. 6Ze houdt je eng in een lichaam
opgesloten, dat ze bestraft vanwege al de zondige zaken die het lichaam
uitricht in haar droom. 7Jij hebt niet de macht ervoor te zorgen dat
het lichaam zijn kwade daden stopzet, omdat jij het niet gemaakt hebt en
geen controle kunt uitoefenen op zijn handelingen, zijn doel of zijn lot.

8. De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.
2Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust. 3Hoe kinderachtig is de koppige manoeuvre om je
onschuld te behouden door de schuld naar buiten af te schuiven, maar
nooit los te laten! 4Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer
jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar
zonder hun onbeduidende oorzaak. 5Zonder de oorzaak lijken de gevolgen
ervan inderdaad ernstig en droevig. 6Toch volgen ze er slechts uit. 7En
het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is.

9. Met mild gelach neemt de Heilige Geest de oorzaak waar, en kijkt niet
naar de gevolgen. 2Hoe zou Hij anders jouw dwaling kunnen corrigeren,
jij die de oorzaak volkomen over het hoofd hebt gezien? 3Hij nodigt jou uit
ieder verschrikkelijk gevolg bij Hem te brengen, zodat jullie samen naar
de dwaze oorzaak ervan kunnen kijken, en jij met Hem een ogenblik kunt
lachen. 4Jij beoordeelt gevolgen, maar Hij heeft hun oorzaak beoordeeld.
5En door Zijn oordeel zijn de gevolgen weggenomen. 6Misschien kom jij in
tranen. 7Maar hoor hoe Hij zegt: ‘Mijn broeder, heilige Zoon van God, aanschouw
je ijdele droom waarin dit kon gebeuren.’ 8En je zult het heilig
ogenblik verlaten met jouw lachen en dat van jouw broeder, vergezeld van
het Zijne.

10. Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. 2Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. 3Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. 4Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. 5Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. 6Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is.

11. Is deze ene les geleerd, dan zal ze jou bevrijden van elke vorm van lijden.
2De Heilige Geest zal deze ene alomvattende les van bevrijding herhalen
tot ze is geleerd, ongeacht de vorm van lijden die jou pijn bezorgt. 3Welk
leed jij ook bij Hem brengt, Hij zal met deze heel eenvoudige waarheid
antwoord geven. 4Want dit ene antwoord zal de oorzaak wegnemen van
iedere vorm van verdriet of pijn. 5De vorm beïnvloedt Zijn antwoord allerminst,
want Hij wil jou slechts de ene oorzaak van alle onderwijzen, ongeacht
hun vorm. 6En jij zult begrijpen dat wonderen de eenvoudige uitspraak
weerspiegelen: ‘Ik heb dit gedaan, en dit is wat ik ongedaan wil
maken.’

12. Breng dan ook alle vormen van lijden naar Hem die weet dat elk ervan is
als de rest. 2Hij ziet geen verschillen waar er geen bestaan, en Hij zal jou
leren hoe elk daarvan veroorzaakt is. 3Niet een heeft een andere oorzaak
dan alle andere, en ze worden allemaal met gemak ongedaan gemaakt
door slechts één enkele les die waarlijk is geleerd. 4De verlossing is een geheim
dat jij alleen voor jezelf hebt weggehouden. 5Dit is wat het universum
verkondigt. 6Maar aan haar getuigen schenk jij totaal geen aandacht.
7Want zij getuigen juist van wat jij niet wilt weten. 8Ze lijken dat voor jou
geheim te houden. 9Toch hoef je slechts te leren dat je er alleen maar voor
gekozen hebt om niet te luisteren, niet te zien.

13. Hoe ánders zul je de wereld zien wanneer je dit hebt ingezien! 2Wanneer
je de wereld jouw schuld vergeeft, zul jij er vrij van zijn. 3Haar onschuld
vereist niet jouw schuld, noch berust jouw schuldeloosheid op haar zonden.
4Dit is het voor de hand liggende; een geheim dat voor niemand dan
jouzelf is weggehouden. 5En dit is het wat jou gescheiden van de wereld
heeft gehouden, en jouw broeder gescheiden heeft gehouden van jou. 6Nu
hoef je nog maar te leren dat jullie beiden onschuldig zijn, of schuldig.
7Het enige dat onmogelijk is, is dat jullie niet gelijk zijn aan elkaar; dat ze
beide waar zijn. 8Dit is het enige geheim dat nog geleerd dient te worden.
9En het zal geen geheim zijn dat jij genezen bent.

Vergeving volgens het idee van ware vergeving, vergeeft niet mijzelf of een ander als persoon of situatie, maar een “idee”, een “nietig dwaas idee”, dat als Waar wordt gezien, maar dat onmogelijk kan zijn.
Alles wat valt onder het “nietig dwaas idee”, en dat is alles wat ik denk en geloof wat de zintuigen waarnemen, en maken wat de “ik” denkt dat ze is, is vergevingsmateriaal.

Elke gedachte wordt daardoor de keuze om een eigen waarheid op te bouwen, of om deze zelf gemaakte waarheid, die als verdediging dient tegen wat Waar is, ook al is “Waar” een abstract concept geworden voor de met opzet aan amnesie lijdende denkgeest, te laten her-gebruiken volgens het idee van Ware Vergeving.

De daartoe bereid en er aan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn dit de rest van zijn “leven” te oefenen, tot het “klaar” is, einde oefening.

 

Het egodenksysteem is een zichzelf instandhoudend en een zichzelf vernietigend denksysteem. Het houdt zichzelf in stand door zijn eigen onmogelijkheid. Door in het onmogelijke te geloven (het afscheiden van Eén) rijst het op en omdat het onmogelijk is vernietigt het zichzelf ook weer meteen. Zo lijkt het egodenksysteem voort te duren, terwijl het er nooit werkelijk ‘is’.

Dit kan alleen doorbroken worden door het geloof in dit zichzelf vernietigende denksysteem terug te nemen en te vergeven.
Het andere alternatief om het egodenksysteem op te laten lossen binnen zijn eigen denksysteem is onmogelijk.
Dit is ongetwijfeld al vele malen gebeurt en zal weer gebeuren.
Het egodenksysteem is door de bedenkers ervan, de egodenkgeest welke zijn eigen maaksels heel serieus neemt en ‘vergeet’, met opzet, dat het slechts een denksysteem is alleen denkbaar door erin te geloven, zal zichzelf blijven wijsmaken dat een betere wereld mogelijk is. Dit zal op vele manieren uitgeprobeerd worden, zowel op een zogenaamde liefdevolle manier als op een agressieve manier. Beide methoden zijn hetzelfde en laten alleen de beide mogelijkheden van de egodenkgeest zien. Beide zijn echter even vernietigend en zullen uiteindelijk eindigen in een schijnbare vernietiging van de wereld. Schijnbaar want zolang het geloof in dit denksysteem er niet uit is, blijft het terug komen, zoals dat al vele malen gebeurd is.
Let wel het is niet de wereld die weer zal herrijzen, maar het geloof  in een wereld. Een geloof wat doordat het geloof zich projecteert de schijn van waarheid krijgt.

Alleen als echt alle geloof uit het idee van het bestaan van een wereld is teruggetrokken zal de wereld als idee (nietig dwaas idee) oplossen en dit zal niet met geweld gepaard gaan zoals de ego versie van het verdwijnen van de wereld, maar automatisch als logisch gevolg van stoppen erin te geloven, want dan stopt ook automatisch het projecteren.

Al kijkend vanuit de waarnemende oordeelloze denkgeest positie kan het hele zelfvernietigende egodenksysteem worden overzien en door zijn projecties (alles wat zich in deze tijd lijkt af te spelen in de wereld) worden doorzien.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

dr-kenneth-wapnickKenneth Wapnick

Laten we nou eens voor de lol heel rationeel, logisch en als het even kan oordeelloos, gewoon observerend kijken en denken.
En laten we dan voor het gemak de observerende denkgeest als uitgangspunt als bron nemen en al is het maar voor de duur van dit blogje, de aanname aannemen dat er in werkelijkheid alleen EEN mogelijk is en twee onmogelijk is, wat zich ook eigenlijk wel zelf bewijst door het simpele feit dat twee (dualiteit) niet blijkt te werken, ook al blijven we proberen tot de dood er op volgt en zelfs dat maakt aan het wanhopige proberen niet een einde.
Waarom we dat blijven proberen tegen beter weten (want voor het gemak vergeten) in, heb ik in het vorige blog uitgelegd. Wat ik ga schrijven geen idee ik laat gedachten gewoon komen en gaan en schrijf ze onderwijl op.

Als er alleen EEN mogelijk is, en twee daardoor logischerwijs onmogelijk, hoe kan er dan conflict zijn?
Kan EEN in conflict zijn met zichzelf? Uh, nee…
Hoe kan het dan dat er wel voortdurend de ervaring is van conflict. Voor conflict is ‘twee’ nodig. Kan Onveranderlijk EEN twee worden? Nee….. tenzij het onmogelijke gelooft wordt.
Maar maakt het in iets geloven het ook ‘echt’? Nee, want het blijft een (onmogelijke) gedachte waarin wordt gelooft, waardoor het onmogelijke ineens mogelijk lijkt, maar ondertussen nog steeds onmogelijk is.
EEN hoeft niet te denken of zich bewust te zijn laat staan te vergeven, want waarom zou dat nodig zijn?

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

God staat voor EEN de Zoon van God staat voor uitbreiding van Een. Uitbreiding van Een is niet twee, uitbreiding van EEN is uitbreiding van EEN.

“God deelt Zijn Vaderschap met jou, die Zijn Zoon bent, want Hij maakt geen onderscheid tussen wat Hijzelf is en wat nog steeds Hijzelf is. Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:3-4).

Twee is dus onmogelijk.
Voor de duidelijkheid: EEN staat voor non-dualisme, is vormloos, twee staat voor dualisme, dat wat we (twee) de wereld, het universum met alles drop en dran noemen.

Dit lijkt allemaal theorie en gefilosofeer, maar stel dan even de vraag; door wie/wat?
‘Iets’ moet van EEN afweten en kunnen observeren dat er kennelijk ‘iets’ een andere onmogelijke afslag heeft genomen, waardoor EEN nu ook ineens als en in twee kan denken.
Twee die zich niet meer bewust is van EEN (want vergeten zie vorig blog) kan dit niet bedenken. Twee, die een ernstig vermoeden krijgt dat hier iets vreemds aan de gang lijkt te zijn wat niet helemaal klopt, met andere woorden zich begint te herinneren en daardoor in staat is te observeren los van totale identificatie met twee, kan dat kennelijk wel.
Er is binnen twee kennelijk nog de herinnering aan EEN. Dat moet ook wel want EEN kan niet vernietigt worden, alleen verdrongen, en vergeten worden.
En dat stukje herinnering binnen twee is in staat tot observeren.

Kennelijk is dat stukje herinnering nu aan het woord en wordt herkend of resoneert met een ander stukje herinnering.

En dan komt het erop aan in hoeverre dat tot observeren instaat zijnde stukje twee, twee zat is en eraan toe is ‘twee’ stap voor stap op te geven, waardoor vanzelf onvermijdelijk het terug herinneren in EEN het gevolg zal zijn.
Terug herinneren, niet terug keren, want EEN is alleen ‘vergeten’, en niet vermomd als twee echt weg geweest, ook al lijkt dat zo.

Dat wat nu de vraag voelt opkomen: “WAAROM???”, moet wel dat stukje twee zijn wat twee wil blijven.
“Waarom??” is immers een vraag welke een antwoord impliceert en een vraag en een antwoord is een variatie op ‘twee’, en houdt alleen maar de dualiteit in stand, wat dan ook precies het doel van de vraag is. Twee wil helemaal geen antwoord, twee wil gewoon in twee blijven en doet dat door vragen te stellen, vragen die niets anders zijn dan opgesplitst EEN.
En kan het onmogelijke mogelijk gemaakt worden, oftewel kan van Onveranderlijk EEN twee worden gemaakt? NEEN.
Beide kunnen onmogelijk samen gaan, dus er is of EEN of twee.

Kiest twee voor EEN vanuit het referentiekader van twee, dan is terug herinneren in EEN onmogelijk. Gewoon weer een slim idee van twee die voordoet dat het zich wil herinneren, maar de boel saboteert, door toch twee als uitgangspunt en referentiekader te nemen.
Kiest twee voor EEN vanuit het Vergeven van twee, dan is terug herinneren in EEN onvermijdelijk. Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat EEN nog steeds onveranderlijk EEN is en dat wat zich als twee lijkt te manifesteren slechts een dwaze vergissing is, niet in staat om ook maar wat binnen EEN aan te richten.
Twee hoeft niet vernietigt te worden, want waarom zou wat er niet kan zijn vernietigt moeten worden. De gedachte van vernietigen kan dan ook alleen afkomstig zijn van twee.
Dat wat het terug herinneren wel als vernietigend ervaart moet wel dat stukje twee zijn wat tegenstribbelt en zich niet wil herinneren, maar dit zogenaamd onbewust verbergt achter het ogenschijnlijk wel willen.
Ook dit is niet hopeloos, want de ervaring van vernietigd worden, een gedachte die overigens onvermijdelijk is maar wel onderkent dient te worden, kan weer worden Vergeven door het stukje twee wat zich wel wil herinneren.

Dit hele verhaal lijkt misschien behoorlijk abstract, maar wie/wat denkt dit?
Zonder kennis te hebben van wat metafysica, dus van de bron welke achter de wereld van projecties ligt, zal het heel moeilijk zijn om een pad als ECIW te begrijpen.
Alleen de metafysica begrijpen zonder deze toe te passen in dat wat ik als mijn leven zie en ervaar, is ook een dood lopende weg.
Kennis hebben van de metafysica van in dit geval ECIW werkt het beste als ik het gebruik als een soort anker, waar ik naar terug kan gaan als mijn leven weer eens een totale chaos lijkt doordat ik me weer helemaal laat opslokken door ‘twee’. Ik kan me dan bewust zijn van dat ik weer kies voor ‘twee’ (de keuze voor ego, dus vormgericht) en kan dan altijd terugkeren naar het idee van EEN, en weer inpluggen op de Hulp (de symbolen daarvoor Jezus en of Heilige Geest, oftewel denkgeest gericht zijn) die de brug vormen en de illusoire kloof tussen twee en EEN kunnen overbruggen en dichten.

ECIW is een 100% praktische cursus. Vandaar dat er ook een Werkboek gedeelte is dat onderwijst hoe terug te herinneren van twee naar EEN, daarbij gebruikmakend van het dagelijkse leven als vergevingsmateriaal. Dat wat als ‘leven’ wordt gezien hier in een wereld hoeft niet te worden vernietigd, het kan worden her-gebruikt en krijgt dus ‘alleen’ een andere functie.

En bedenk dat elke gedachte die gedacht wordt tegelijkertijd bestaat uit 1. ego, het (onmogelijke) idee van de mogelijkheid van ‘twee’. 2. Heilige Geest, de herinnering aan onveranderlijke EEN en 3. het waarnemende/keuzemakende gedeelte dat in staat is om te kiezen tussen te luisteren naar ego of naar Heilige Geest.
Zolang er de ervaring is van in een wereld te zijn in een lichaam zal er altijd de schijn zijn van twee, ook al komt alles nog steeds vanuit EEN en is er ook maar één ego, ook al is die gedachte illusoir. Vandaar dat elke gedachte uit bovengenoemde drie gedeelten lijkt te bestaan binnen één.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn en werkt vandaar uit terug naar het herinneren terug in EEN.
ECIW is vooral een training in 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest worden. Totdat totaal wordt ingezien en ervaren dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is omdat alleen EEN werkelijk is en twee onwerkelijk, dus onmogelijk. Dan zal het resterende nog ‘ervaren’ in een wereld nog maar één doel dienen; terug herinneren in EEN.

%d bloggers liken dit: