archiveren

Tagarchief: vergevingsmateriaal

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

De “echte vrijheid” om te kiezen is gelegen in de keuze te kiezen tegen het ego (de keuze voor zonde, schuld en angst, oftewel voor de onjuist gerichte denkgeest) en vóór de Heilige Geest (de keuze voor Liefde, Waarheid, Eénheid, God oftewel voor de juist gerichte denkgeest).

Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, binnen het concept: de droom, de illusie. Waarbij aanvaard wordt dat dan tegelijkertijd de keuze voor het egodenken volledig illusoir en daardoor volledig zinloos en onmogelijk is.

De enige overgebleven ware keuze, nog steeds binnen het concept van de droom, die van vóór Heilige Geest (juist gericht denken) is het logische gevolg van volledig oordeelloos inzien (doordat de (ego) angst verdwenen is) dat wordt ingezien dat de keuzen die tot nu toe gemaakt werden zonder waarde waren en alleen tot doel hadden af te scheiden van Waarheid, een onmogelijke en zinloze keuze, de keuze voor zinloze dromen van bedrog en illusies.

En het enige zinvolle wat overblijft aan de keuze voor het egodenken, zolang er nog ervaren wordt in de droom, is elke egogedachte+projectie als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien, en er op te vertrouwen dat de rest, de effecten vanzelf zullen volgen.

Alleen de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is nodig en mogelijk, de keuze voor afscheiding (egodenkgeest) of voor terug herinneren in Eenheid (HG/J denkgeest), waar nooit uit is weggegaan.
Deze keuze is niet een soort duiveluitdrijving waarbij het kwade verslagen en vernietigd dient te worden en Waarheid, God, Eenheid overwint. Dat zou een 100% gewoon weer de keuze voor ego zijn, want daarbij wordt immers “het kwaad” als werkelijk bestaand gezien, wat vervolgens bestreden en vernietigd moet worden.
Het is als de eenvoudige keuze je slaapdroom als echt gebeurt te zien of als slechts een droom die echt leek, maar het niet is.
De slaapdroom kan daarom als symbool worden gezien van dat alles een droom is, welke er lijkt te zijn doordat erin wordt geloofd. Een ander bestaansgrond dan het geloof erin heeft het niet.
Als dit gegeven wordt geaccepteerd dient de droom, net zoals de slaapdroom, alleen nog als symbool voor wat de wereld, mijn leven NIET is en om eruit te ontwaken, door dat wat niet waar kan zijn te vergeven.
Het enige probleem, wat niet eens een probleem is, omdat het een onmogelijk slechts verzonnen probleem is, is de wens om afgescheiden te willen zijn en blijven van wat met opzet vergeten moet worden.

Kijk maar eens goed naar elke gedachte en ontdek dan dat eigenlijk elke gedachte symbool staat voor de wil tot afscheiding: ik, jij, wij, zij, het, daar, hier, morgen, gisteren, vandaag, seconde, minuten uren, dagen, weken, maanden, jaren, gebeurtenissen, en zo maar door, een eindeloze lijst met losse elementen die schijnbaar buiten mij plaatsvinden in lichamen en dingen die schijnbaar los van elkaar plaats lijken te vinden.

Daar gaan de eerste lessen van het werkboek ook over. Leren zien dat alles als los en gescheiden van elkaar gezien wordt en daarom niets (kunnen) betekenen. De symbolen van de wil tot afgescheiden willen zijn is in alles, echt alles terug te herkennen.
Dit willen leren waarnemen zijn de eerste stappen tot het onvermijdelijke terug herinneren in de natuurlijke staat van Eenheid.
Onvermijdelijk, omdat het slechts dromen van afscheiding zijn en dus niet werkelijk gebeurt, net als de slaapdroom, die daar symbool voor staat.

Dit kan in eerste instantie een enorme opluchting geven, precies zo als het wakker worden uit een nachtmerrie, wetende dat het niet echt gebeurt is.
Daarna begint de lange weg van afkicken van de egodromen, welke altijd ook onvermijdelijk als heftig en zwaar wordt ervaren. Niet omdat dat moet, maar omdat de keuze voor het ego zo’n gewoonte is geworden en zo lang voor waar is aangezien. Het is daarom een stap voor stap proces van terug herinneren, waarbij het droommateriaal nu als vergevingsmateriaal en kans wordt her-gebruikt.

De enige echte ‘realistische’ wens is doorgaan met ten volle ervaren van wat zich voordoet, zonder het beter of slechter te maken door het te bezweren, te omhelzen of te ontkennen, maar door alles te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans. Meer valt er niet te doen.

 

Als ik op wat voor manier dan ook in onvrede ben, van de kleinste irritatie, tot de grootste opwindingen van woede en alles wat daar tussen zit, is mijn vraag niet, (1) dit moet ophouden, maar is de uitnodiging hier (2) anders naar te leren kijken.
De eerste vraag: ‘dit moet ophouden’ is een ego vraag, want de vraag is alleen gericht op de vorm waarin de irritatie t/m de woede zich uit lijkt te spelen en die vraag gaat, als ik eerlijk durf te kijken, altijd gepaard met vormen van schuld en angst.
De tweede vraag: ‘ik wil hier anders naar leren kijken’, laat de irritatie en de woede voor wat het is, omdat dat niet de oorzaak is, en alleen een reminder is om terug te gaan naar de bron de denkgeest, daar waar ik eerst onbewust koos voor zonde, schuld en angst en nu de uitnodiging volg deze keuze te vergeven en open te staan voor ‘de andere manier’.
Vervolgens vul ik niet in hoe ‘die andere manier’ er uit moet zien, ik heb immers geen idee van wat voor mij en voor de ander het ‘beste’ is.

De liefdevolle benadering van HG is een hele andere benadering dan wat de egodenkgeest verstaat onder ‘liefdevol’.
En aangezien ik, die denkt en gelooft een lichaam te zijn in een wereld te midden van andere lichamen, dingen en situaties, en voor wie “Liefde van God” totale abstractie is, kan ik alleen dat herkennen binnen wat ik ken omdat ik het geloof. Dus ik heb het herkennen van mijn keuze voor zonde, schuld en angst nodig en dat kan ik alleen herkennen in wat ik ervaar binnen mijn geloof in zonde, schuld en angst, binnen het denkkader van de egodenkgeest.
Dit herkennen binnen het ervaren kan dan als ik daartoe bereid ben en de (keuzemakende/waarnemende) denkgeest eraan toe is, als vergevingsmateriaal en vergevingskans dienen. Wat vervolgens de uitkomst is van ware vergeving kan ik niet weten want ik weet immers niet wat in mijn hoogste belang is, dat gaat mijn beperkte ego denkvermogen ver te boven.
Ik kan natuurlijk zeggen dat Gods Liefde mijn hoogste belang is, dat is ook zo, maar nogmaals we hebben geen idee wat dat precies betekent. En de ego kant van de denkgeest zal altijd meteen als eerste klaar staan met precies te vertellen hoe de uitkomst er uit moet gaan zien. Het luisteren naar die zachtere altijd oordeelloze ‘stem’ van HG/J is iets wat geleerd dient te worden. En het vertrouwen in het geleerde zal groeien naarmate de bewijzen worden aanvaard door de bereid zijnde en er aan toe zijnde denkgeest.

Een tekst uit het Handboek voor leraren helpt mij altijd weer hieraan te herinneren:

“De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden
worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van
zijn spreken. Hij luistert en hoort en spreekt.

5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.4:7,5:1-9)

In een blog van 18 juni “behulpzame reminder” dat over “liever gelijk willen hebben dan gelukkig zijn” ging, over de ervaring dat achter dat gelijk willen hebben schijnbaar over iets wat gebeurt in mijn wereld, het gelijk willen hebben ligt verborgen over dat de afscheiding van Eenheid, Waarheid, God, Liefde werkelijk mogelijk en gebeurt is, daar weer achter pure angst ligt, de angst voor Eenheid, Waarheid, God, Liefde.
Dus eigenlijk zou die vraag “Wil ik liever gelijk hebben of gelukkig zijn” ook kunnen zijn: “wil ik liever gelijk hebben (in mijn angst), of zonder angst zijn”.
Een variatie op een typische Byron Katie vraag “wie zou ik zijn zonder mijn angst?”.

Ik zie dan dat achter mijn koppigheid, en de koppigheid die ik in andere denk te zien, niets anders is dan angst, het is angst. Het is niet koppig blijven volhouden dat iets niet kan, of moet, het is een koppig blijven volhouden aan conditioneringen die bestaan uit pure 100% angst.
En dan doorzie ik ineens alle uitingen van deze angst in mijzelf en in alles, van de extreme conditioneringen waaraan fanatici en extremisten vasthouden, tot het koppig stampvoetende kind, en elke andere vorm van weerstand die we maar kunnen bedenken.
Het is allemaal die ene zelfde angst die verborgen moet blijven achter duizenden geprojecteerde variaties, omdat daar niet naar gekeken mag worden, want wie ben ik zonder die angst die mij maakt tot wat ik denk en geloof te zijn?

Iedereen gaat onbewust gebukt onder deze ‘angst’, de angst voor Liefde, voor Eenheid, voor Waarheid. Want wie ben ik, zijn wij als er alleen Eén is. Dit is de meest bedreigende vraag voor de egodenkgeest en tevens ook de enige vraag die de dualiteit van “ik” en “anderen” op z’n plek houdt, want de vraag houdt nog steeds in dat er een “ik” is die deze vraag stelt.
Tegelijkertijd is dit, dat waar we denken en geloven te zijn en kunnen begrijpen.
Het totale abstracte van Eenheid, Waarheid, Liefde, God, maar ook een abstract begrip als ego, afscheiding kunnen  wij niet echt begrijpen. Wij kunnen alleen begrijpen dat waar we denken en geloven te zijn, een wereld waar alleen ervaringen van geprojecteerde angst ervaren kunnen worden.
Daarom is dat wat we ons leven noemen, ook al is het een droom en dus puur symbolisch, ons “werkmateriaal” ons “vergevingsmateriaal”, dat wat we nodig hebben om de angst eerst onder ogen te leren zien en dan te kunnen vergeven, omdat de denkgeest er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zal zijn angst op te geven en terug te keren in Liefde.
Zoals we hier terecht lijken te zijn gekomen is tevens ook de uitweg.
En:
‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5).

Elke gedachte, elke ervaring heeft, zodra deze zich aandienen eerst als doel afgescheiden te zijn en te blijven van Eenheid, van God, van Liefde. Door dit volledig te gaan leren doorzien, oordeelloos, zonder zonde, schuld en angst wordt dit doel omgekeerd, door elke gedachte, elke ervaring nu als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien en onvermijdelijk terug zal leiden naar de Bron die nooit verlaten is.

%d bloggers liken dit: