archiveren

Tagarchief: herinnering

Ik denk niet dat we zogenaamde anderen die buiten ons lijken te zijn kunnen beoordelen op hun ego uitingen. Immers alles wat ik denk te zien buiten mij, in anderen, dingen en situaties laat mij mijn eigen ego projecties van zonde, schuld en angst, kortom ego zien, die ik niet in mijzelf (de denkgeest (mind)) wil zien.
Dat wat ik denk en geloof buiten mij te zien zijn altijd in eerste instantie projecties vanuit het (ene) ego denken wat niets meer en minder als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van wat Waar, non-dualistisch, Één is (God, Liefde).

En dit hele mechanisme van de beste illusionisten truc ooit, moet ten alle tijden verborgen blijven, want als de illusie doorgeprikt wordt verdwijnt de illusie en de grootste angst is dan, dat de illusionist dan ook verdwijnt.

Ik kwam hier op nadat ik dacht dat wat wij hier in de illusie (droom) beschouwen als schurken, misdadigers, de vijand, helden, redders, (want bedenk daarbij dat wat voor de een een schurk is voor de ander een held en omgekeerd), slechts de geprojecteerde projecties (vormen) zijn van de weerspiegeling van wat zich afspeelt in het (met opzet verborgen) ego denken in de egodenkgeest.

Nu lijkt de egodenkgeest wel heel solide en uitstekend afgedicht tegen ontmaskering, maar het blijft slechts een illusionisten truc welke vroeg of laat onvermijdelijk ontmaskerd wordt, want het ego is niet God proof, en deep down weet de illusionist zelf heel goed hoe de truc in elkaar zit, ook al gaat deze er schijnbaar helemaal in op.

Wij die helemaal op gaan in onze eigen illusionisten truc zijn vergeten dat we de illusionist zijn en daardoor vergeten dat wij deze enorme uitgebreide illusionisten act zelf gemaakt hebben.

Maar vergeten is niet hetzelfde als verdwenen. Waarheid, Éenheid, non-dualisme, (God, Liefde) kan onmogelijke door zijn absolute onveranderlijke aard “verdwijnen”.

Dat betekent dat achter elke truc, dus achter elke projectie hoe verschrikkelijk of hoe mooi deze er ook uit mag zien, maar als gezamenlijk kenmerk heeft het waar maken van de projectie, “Waarheid” nog steeds schuil gaat en nog steeds als herinnering aanwezig is.

Aangezien het ego mechanisme, de verdediging tegen Waarheid, niet helemaal waterdicht God proof is sijpelt er zo nu en dan dwars door de (ego) verdediging heen het licht van Waarheid. En dat heeft niets persoonlijks, heeft niets met de ego vermomming (lichaam, ding, situatie) te maken het overstijgt alles en is niet tot bijna onmogelijk in woorden te beschrijven. En toch breiden dat soort weerspiegelingen van Waarheid zich uit over de hele ene denkgeest, en helpen in het proces van het onvermijdelijk terug herinneren van het hele ene Zoonschap in God, Liefde.

Natuurlijk breid het ego denken zich ook voortdurend uit, maar dan is het de uitbreiding van illusies die in bepaalde ego vormen gegoten worden en vervolgens als waar worden aangenomen.

Als dit proces van uitbreiden en het verschil tussen uitbreiden vanuit ego of het uitbreiden vanuit “Heilige Geest” gezien en ervaren wordt en geaccepteerd dan helpt dat de illusies niet meer 100%  serieus te nemen en stopt ook stap voor stap het in stand willen houden van de illusie door middel van het blijven voeden van de brandstof van het ego en zijn illusionisten show van ruimte en tijd: zonde (verleden), schuld (heden), en angst (toekomst).

Het wederom in de herinnering terugkomen van dit diepe weten helpt ook het proces van Ware Vergeving aan te gaan, waarbij gezien wordt “dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden” (WdII.1.1:1 (blz. 404 Werkboek)), dan alleen in illusoire dromen, van de ene Zoon van God die zogenaamd vergeten is wat hij in werkelijkheid is.

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Bewustzijn is de eerste stap die leidde en leidt tot afscheiding.
Vanuit het Niets dat Alles Is, ook wel Werkelijkheid, Waarheid, Eenheid, God, Liefde genoemd, allemaal woorden welke slechts symbolen zijn van wat perfect Eén en dus onnoembaar is, leek iets te ontstaan wat zich bewust leek te kunnen zijn van iets anders dan Eén.
Eén valt buiten het bewustzijn, omdat bewustzijn twee is, dus gescheiden.
Dat wat bewust is, is afgescheiden van Eén.
Dat wat bewust is en afgescheiden van Eén, is zich hier niet van bewust en denkt en geloofd dat het dit is wat het nu is; bewust levend in een lichaam in een wereld los van andere lichamen, dingen en situaties.
Bewustzijn wordt nu gezien als; ik ben mij bewust van mijzelf en wat ik doe en wat anderen doen, en van wat ik om me heen zie.
De herinnering aan en wat Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde vertegenwoordigt is diep weggestopt, en vergeten in het zogenaamde onbewuste.

Wij die zich bewust zijn van zijnde mensen, dingen en situaties in een wereld ervaren dit alles, omdat de keuze werd gemaakt om iets anders te zijn dan Eén, waardoor we nu afgescheiden lijken te zijn van Eén en dat ook lijken te ervaren.
Elke ervaring is dus een omkering van Eén naar twee. Elke keer breken we Eén door en maken er twee van. Dit kost enorm veel energie, pijn en lijden, omdat opsplitsing van Eén in twee onmogelijk is en vooral onnodig. Vandaar dat al onze ervaringen hoe mooi  of lelijk we ze ook denken te kunnen maken stuk voor stuk getuigen van deze onmogelijke poging van Eén twee te maken. Sterker nog in deze wereld van dualiteit wordt alleen maar opgedeeld in een oneindige reeks afsplitsingen, waardoor afscheiding als natuurlijk wordt gezien, in plaats van een onmogelijke poging om van Eén, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde te maken.

Gelukkig maar dat werkelijk afsplitsen van Eén onmogelijk is en slechts een dwaas onmogelijk idee is, een bange maar onschuldige droom, vaak een nachtmerrie, waaruit de dromer van deze droom uiteindelijk onvermijdelijk zal ontwaken.

Dat wat verborgen ligt in het onbewuste, de herinnering aan Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde komt vroeg of laat, maar onvermijdelijk bovendrijven niet meer tegengehouden door het uitgeputte bewustzijn dat de kracht niet meer heeft om dat wat verborgen moest blijven nog langer tegen te houden. Dat wat vergeten moest worden en blijven komt naar boven in het bewustzijn en de dromer van de droom wordt zich “bewust” van dat deze droomt en niets is wat het leek te zijn.
Dit “nieuwe” bewustzijn vormt nu de brug, de verbinding naar het terug herinneren in wat door het afgescheiden bewustzijn (het ego) verborgen moest worden gehouden.

Dan kan de weg terug naar totale herinnering aanvangen stap voor stap, waarbij het oude bewustzijn materiaal (ego), getransformeerd wordt naar het bewustzijn dat kan waarnemen en kan kiezen tussen Eén of twee, en de verbinding vormt naar het terug herinneren in Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde.

Wie/wat zou ik zijn zonder gedachtes van zonde, schuld en angst?
Een onschuldig mens, of een onschuldige denkgeest?
Dat is het grote verschil tussen ECIW en andere paden.

De een is niet beter of slechter dan de andere, maar wel essentieel anders.

De meeste spirituele paden streven er toch naar een gelukkig of beter mens te worden, door ook gedachten verandering, maar dan wel gedachten verandering die vorm gericht is en uit de vorm (het lichaam) moet komen.
Daardoor wordt het ‘probleem’ alleen gezien in de vorm, en deze wordt als de oorzaak gezien van het probleem en wordt rechtstreeks gerelateerd aan de gedachte die het probleem veroorzaakt zou hebben. Dus probleem gedachten lokaliseren leidt tot oplossing van het probleem in enige vorm. Dat is hoe bijvoorbeeld The Secret werkt en nog een heleboel andere zgn spirituele paden.
Wordt de baas over je eigen leven en alles wat je maar wenst kan je laten uitkomen door het echt te willen en te visualiseren en er dan helemaal voor te gaan.

ECIW kijkt verder en wel naar de gedachte die niet vormgericht is, maar puur als functie heeft af te scheiden van Eenheid. Bewustwording van de keuze voor afscheiding die we maken iedere keer als we onze vorm wensen willen waarmaken. De vorm is nu niet het doel, maar een reminder voor dat er door denkgeest gekozen wordt om af te scheiden van Eenheid, van Liefde, van God.
ECIW laat zien dat er alleen denkgeest is die tot ervaren leidt, niet een wereld die ervaring veroorzaakt.
ECIW brengt terug in het bewustzijn dat de wereld wordt gemaakt om maar uit de herinnering te blijven dat er alleen denkgeest is die dit alleen kan projecteren en mij een illusie wereld laat zien als afleiding voor dat er alleen ervarende denkgeest is.

Een ieder gaat zover hij gaan kan in dit proces van bewustwording, met andere woorden, men kan zover gaan als waar de denkgeest aan toe. En volgens ECIW is de ‘men’ niet een lichaam dat kan vorderen in iets, maar de denkgeest.
Volgens ECIW is er geen wereld, dus ook geen lichaam, maar wel, ten minste zolang er ‘ervaren’ wordt ervaren, denkgeest. Denkgeest welke zich bewust is van dat er geen wereld kan zijn, dus dat wat ervaren wordt wel een projectie van de denkgeest moet zijn.
Een projectie, denkgeest materiaal dus, geen los van de denkgeest bestaande wereld die z’n eigen gang gaat.

En dan wordt zo’n vraag niet meer als ‘wie/wat zou ik zijn zonder de problemen die mijn lichaam ervaart, met als doel een gelukkiger lichaam met een gelukkiger leven in een betere wereld, maar wie/wat zou ik, denkgeest, zijn zonder gedachten van zonde, schuld en angst, zonder denkgeest… (*slik*)
En voordat die vraag zonder angst onder ogen kan worden gezien moeten eerst alle blokkerende gedachten van zonde, schuld en angst in het bewustzijn aan het licht worden gebracht en worden vergeven. Waarbij stap voor stap wordt geleerd dat er in Werkelijkheid niets gebeurt is en niet zoiets bestaat als een zondige wereld vol schuld en angst, maar alleen denkgeest die zich vergist heeft en nu bereid is zich weer te herinneren dat het een vergissing is en er alleen maar ‘Eén in Geest’ kan zijn.

En dit proces gaat stap voor stap, in een tempo waar de denkgeest op dat moment aan toe is. Hier is geen planning, hard werken, doelgerichtheid, verandering van vorm voor nodig, want ik als verblinde denkgeest is niet in staat dit proces te overzien, enkel Vertrouwen in het proces is nodig, Vertrouwen in de Herinnering dat alleen Eenheid mogelijk is en het herinneren van de Herinnering onvermijdelijk is.

Ondertussen is elke ervaring, welke deze ook mag zijn in deze schijnbare wereld, behulpzaam, behulpzaam in het onmogelijke proces van afscheiding of in het enige mogelijke onvermijdelijke proces van terug herinneren in Eenheid, Liefde, God.

Laten we nou eens voor de lol heel rationeel, logisch en als het even kan oordeelloos, gewoon observerend kijken en denken.
En laten we dan voor het gemak de observerende denkgeest als uitgangspunt als bron nemen en al is het maar voor de duur van dit blogje, de aanname aannemen dat er in werkelijkheid alleen EEN mogelijk is en twee onmogelijk is, wat zich ook eigenlijk wel zelf bewijst door het simpele feit dat twee (dualiteit) niet blijkt te werken, ook al blijven we proberen tot de dood er op volgt en zelfs dat maakt aan het wanhopige proberen niet een einde.
Waarom we dat blijven proberen tegen beter weten (want voor het gemak vergeten) in, heb ik in het vorige blog uitgelegd. Wat ik ga schrijven geen idee ik laat gedachten gewoon komen en gaan en schrijf ze onderwijl op.

Als er alleen EEN mogelijk is, en twee daardoor logischerwijs onmogelijk, hoe kan er dan conflict zijn?
Kan EEN in conflict zijn met zichzelf? Uh, nee…
Hoe kan het dan dat er wel voortdurend de ervaring is van conflict. Voor conflict is ‘twee’ nodig. Kan Onveranderlijk EEN twee worden? Nee….. tenzij het onmogelijke gelooft wordt.
Maar maakt het in iets geloven het ook ‘echt’? Nee, want het blijft een (onmogelijke) gedachte waarin wordt gelooft, waardoor het onmogelijke ineens mogelijk lijkt, maar ondertussen nog steeds onmogelijk is.
EEN hoeft niet te denken of zich bewust te zijn laat staan te vergeven, want waarom zou dat nodig zijn?

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

God staat voor EEN de Zoon van God staat voor uitbreiding van Een. Uitbreiding van Een is niet twee, uitbreiding van EEN is uitbreiding van EEN.

“God deelt Zijn Vaderschap met jou, die Zijn Zoon bent, want Hij maakt geen onderscheid tussen wat Hijzelf is en wat nog steeds Hijzelf is. Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:3-4).

Twee is dus onmogelijk.
Voor de duidelijkheid: EEN staat voor non-dualisme, is vormloos, twee staat voor dualisme, dat wat we (twee) de wereld, het universum met alles drop en dran noemen.

Dit lijkt allemaal theorie en gefilosofeer, maar stel dan even de vraag; door wie/wat?
‘Iets’ moet van EEN afweten en kunnen observeren dat er kennelijk ‘iets’ een andere onmogelijke afslag heeft genomen, waardoor EEN nu ook ineens als en in twee kan denken.
Twee die zich niet meer bewust is van EEN (want vergeten zie vorig blog) kan dit niet bedenken. Twee, die een ernstig vermoeden krijgt dat hier iets vreemds aan de gang lijkt te zijn wat niet helemaal klopt, met andere woorden zich begint te herinneren en daardoor in staat is te observeren los van totale identificatie met twee, kan dat kennelijk wel.
Er is binnen twee kennelijk nog de herinnering aan EEN. Dat moet ook wel want EEN kan niet vernietigt worden, alleen verdrongen, en vergeten worden.
En dat stukje herinnering binnen twee is in staat tot observeren.

Kennelijk is dat stukje herinnering nu aan het woord en wordt herkend of resoneert met een ander stukje herinnering.

En dan komt het erop aan in hoeverre dat tot observeren instaat zijnde stukje twee, twee zat is en eraan toe is ‘twee’ stap voor stap op te geven, waardoor vanzelf onvermijdelijk het terug herinneren in EEN het gevolg zal zijn.
Terug herinneren, niet terug keren, want EEN is alleen ‘vergeten’, en niet vermomd als twee echt weg geweest, ook al lijkt dat zo.

Dat wat nu de vraag voelt opkomen: “WAAROM???”, moet wel dat stukje twee zijn wat twee wil blijven.
“Waarom??” is immers een vraag welke een antwoord impliceert en een vraag en een antwoord is een variatie op ‘twee’, en houdt alleen maar de dualiteit in stand, wat dan ook precies het doel van de vraag is. Twee wil helemaal geen antwoord, twee wil gewoon in twee blijven en doet dat door vragen te stellen, vragen die niets anders zijn dan opgesplitst EEN.
En kan het onmogelijke mogelijk gemaakt worden, oftewel kan van Onveranderlijk EEN twee worden gemaakt? NEEN.
Beide kunnen onmogelijk samen gaan, dus er is of EEN of twee.

Kiest twee voor EEN vanuit het referentiekader van twee, dan is terug herinneren in EEN onmogelijk. Gewoon weer een slim idee van twee die voordoet dat het zich wil herinneren, maar de boel saboteert, door toch twee als uitgangspunt en referentiekader te nemen.
Kiest twee voor EEN vanuit het Vergeven van twee, dan is terug herinneren in EEN onvermijdelijk. Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat EEN nog steeds onveranderlijk EEN is en dat wat zich als twee lijkt te manifesteren slechts een dwaze vergissing is, niet in staat om ook maar wat binnen EEN aan te richten.
Twee hoeft niet vernietigt te worden, want waarom zou wat er niet kan zijn vernietigt moeten worden. De gedachte van vernietigen kan dan ook alleen afkomstig zijn van twee.
Dat wat het terug herinneren wel als vernietigend ervaart moet wel dat stukje twee zijn wat tegenstribbelt en zich niet wil herinneren, maar dit zogenaamd onbewust verbergt achter het ogenschijnlijk wel willen.
Ook dit is niet hopeloos, want de ervaring van vernietigd worden, een gedachte die overigens onvermijdelijk is maar wel onderkent dient te worden, kan weer worden Vergeven door het stukje twee wat zich wel wil herinneren.

Dit hele verhaal lijkt misschien behoorlijk abstract, maar wie/wat denkt dit?
Zonder kennis te hebben van wat metafysica, dus van de bron welke achter de wereld van projecties ligt, zal het heel moeilijk zijn om een pad als ECIW te begrijpen.
Alleen de metafysica begrijpen zonder deze toe te passen in dat wat ik als mijn leven zie en ervaar, is ook een dood lopende weg.
Kennis hebben van de metafysica van in dit geval ECIW werkt het beste als ik het gebruik als een soort anker, waar ik naar terug kan gaan als mijn leven weer eens een totale chaos lijkt doordat ik me weer helemaal laat opslokken door ‘twee’. Ik kan me dan bewust zijn van dat ik weer kies voor ‘twee’ (de keuze voor ego, dus vormgericht) en kan dan altijd terugkeren naar het idee van EEN, en weer inpluggen op de Hulp (de symbolen daarvoor Jezus en of Heilige Geest, oftewel denkgeest gericht zijn) die de brug vormen en de illusoire kloof tussen twee en EEN kunnen overbruggen en dichten.

ECIW is een 100% praktische cursus. Vandaar dat er ook een Werkboek gedeelte is dat onderwijst hoe terug te herinneren van twee naar EEN, daarbij gebruikmakend van het dagelijkse leven als vergevingsmateriaal. Dat wat als ‘leven’ wordt gezien hier in een wereld hoeft niet te worden vernietigd, het kan worden her-gebruikt en krijgt dus ‘alleen’ een andere functie.

En bedenk dat elke gedachte die gedacht wordt tegelijkertijd bestaat uit 1. ego, het (onmogelijke) idee van de mogelijkheid van ‘twee’. 2. Heilige Geest, de herinnering aan onveranderlijke EEN en 3. het waarnemende/keuzemakende gedeelte dat in staat is om te kiezen tussen te luisteren naar ego of naar Heilige Geest.
Zolang er de ervaring is van in een wereld te zijn in een lichaam zal er altijd de schijn zijn van twee, ook al komt alles nog steeds vanuit EEN en is er ook maar één ego, ook al is die gedachte illusoir. Vandaar dat elke gedachte uit bovengenoemde drie gedeelten lijkt te bestaan binnen één.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn en werkt vandaar uit terug naar het herinneren terug in EEN.
ECIW is vooral een training in 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest worden. Totdat totaal wordt ingezien en ervaren dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is omdat alleen EEN werkelijk is en twee onwerkelijk, dus onmogelijk. Dan zal het resterende nog ‘ervaren’ in een wereld nog maar één doel dienen; terug herinneren in EEN.

Tijd is een zich steeds herhalende gedachte van afscheiding.
‘Een nietig dwaas idee’ (T27.VIII.6:2) dat zichzelf steeds herhaalt elke seconde weer, want zodra ‘een nietig dwaas idee’, als een tik in de tijd opkomt, vernietigt het zichzelf ook weer meteen en moet dus weer herhaalt worden, steeds weer, zodat er een continuüm lijkt te ontstaan.
Door elk ‘nietig dwaas idee’ tevens te projecteren, lijkt tijd een vorm aan te nemen en lijkt er een verleden, een heden en een toekomst te zijn, en ontstaat dat wat wij leven noemen. Een leven in een wereld, in een lichaam, omringt door andere lichamen, dingen en situaties, waarvan wij overtuigt zijn dat dat is wat we zijn en we totaal vergeten zijn dat het nog steeds allemaal voortkomt uit de denkgeest die droomt dat het onmogelijke mogelijk is.
Echter dit alles blijft wat het is, een illusie, een droom, een gedachte, gedacht door de denkgeest die de illusie van tijd gebruikt om zich af te scheiden van zijn onveranderlijke Zijn, van Eenheid.
Dit vreemde ‘onnatuurlijke’ denksysteem brengt onvermijdelijk, door zijn ‘onnatuurlijkheid’, gevoelens van onaangenaamheid met zich mee, mild uitgedrukt.
Als we heel eerlijk zijn voelen we ons voortdurend ongemakkelijk, ongelukkig, ontevreden, depressief, niet lekker, afgewisseld met wat betere gevoelens, net zo grillig en onvoorspelbaar als het weer. We voelen ons slachtoffer van omstandigheden buiten ons wat weer het gevoel van zonde, schuld en angst versterkt, wat weer de tijdlijn verleden (zonde), heden (schuld) en toekomst (angst) in stand houd. Kortom een gesloten (ego)denksysteem een perpetuum mobile.

Deze vergissing, want meer is het niet, is onschuldig van wegen zijn droom aard.
Want waarom zouden we een droom die niets anders is dan een vergissing over wat we werkelijk zijn, waar willen maken?
En precies dat is wat we doen, we willen kost wat kost het ´nietig dwaas idee´ waarmaken en zo onze dromen doen uitkomen.
We zeggen het zelfs letterlijk, ´ik wil mijn dromen laten uitkomen´, ´mijn droom is: ‘rijk worden´, ´de lotto te winnen´, ‘een mooier en groter huis´, ‘een mooie auto´, ´een betere partner´, ´gezonder worden´, ´dunner worden´, ´dikker worden´, ‘mooier worden’, ´kinderen krijgen´, een betere baan´, ´een beter milieu´, ´einde van geweld´, ´vechten voor mijn idealen´, ´vechten tegen iemand anders idealen´, en nog zo´n miljard andere droom idealen. Dromen waar maken dat is wat we willen.
Maar het enige wat uitkomt is dat we ons dieper ingraven in de droom en blijven dromen om dát ´waar´ te maken wat onmogelijk ´waar´ kan zijn, zo blijft de droom in stand. En dat is wat we willen, want het dient allemaal om te verbergen dat we dit allemaal zelf bedacht hebben en de bedenkers zijn van al deze dromen. En vooral verborgen blijft dat we denkgeest ZIJN en niet onze dromen.

Er is maar één uitweg uit een droom en dat is ontwaken uit de droom.
Als ineens ergens begint te dagen, dat dromen najagen gewoon niet echt werkt, dan dringt er een straaltje ‘Herinnering’ door, waardoor ineens de gedachte opkomt: ‘Er moet een andere weg zijn’.
En dan kan de droom een andere wending krijgen, een ander doel, niet meer mijzelf nog verder ingraven in de droom, maar door al dat droommateriaal (mijn dagelijkse leven, mijn ervaringen) een andere functie te geven, namelijk die van middelen tot ontwaken uit de droom.
Een cursus in wonderen is zo’n symbool wat staat voor een straaltje ‘Herinnering’ wat plotseling daagt in de denkgeest en de droom een andere wending kan geven.
Dan daagt in de denkgeest van de dromer van de droom het besef en de wil dat het tijd wordt om te Ontwaken.
En dan begint de weg terug, het terugnemen van het ‘nietig dwaas idee’, door elk ‘nietig dwaas idee’ te vergeven, omdat het niet meer is, was en zal worden dan ‘een nietig dwaas idee’.

‘Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat’ (T27.VIII.6:5).

%d bloggers liken dit: