archiveren

Tagarchief: keuzemakende denkgeest

Als ik denk dat ik het echt gehad heb met de wereld en me er het liefst uit wil terug trekken, dan is dat een gedachte die uit de keuze voor het afgescheiden egodenken komt.
Want door dit te (willen) denken lijkt de gedachte waarheidsgehalte te hebben. De droom dat er een wereld is die “ik” zat ben lijkt daarmee “waarheid” te worden. En de wil tot afgescheiden te willen zijn, het verborgen doel van de keuze voor egodenken, blijft daardoor afgeschermd.
Dat is de (on)ware reden achter “het zat zijn”, er doorheen zitten, lusteloosheid, boosheid, en verzin zelf maar wat er al niet in de trukendoos van het egodenken kan zitten.
Hoe dan ook “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dus ook niet omdat ik het gehad heb met een wereld die krankzinnig is.
De reden achter elke onvrede hoe klein of groot dan ook is dat er de wens is afgescheiden te willen zijn van God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je “HET” dat met opzet, van wegen de wil tot afgescheiden er van willen zijn, ook wilt noemen.
Enkel Ware Vergeving (vergeven wat niet gebeurt is en nooit gebeurt kan zijn en dat is heel wat anders dan dissociëren) doet de herinnering aan wat met opzet vergeten moet worden terugkeren in de denkgeest (mind).
Daardoor krijgt zo’n gedachte van hulpeloosheid enz. een totaal andere functie.
Door Ware Vergeving wordt voorkomen dat het onware als waar wordt gezien, en blijft het onware, onwaar waardoor het kan worden vergeven en als blokkade voor Waarheid verdwijnt in het niets, waar het ook uit voorgekomen is.

Niet zozeer mijn stemmingen zijn een keuze, ze zijn het effect, het resultaat van de verborgen keuze van de waarnemende, keuzemakende-denkgeest die voor het egodenken kiest, en dat is eigenlijk de keuze voor afscheiding.

Eigenlijk is er maar één keuze namelijk die voor de wens afgescheiden te willen zijn.
Deze ene wens ligt verborgen achter alle schijnbaar duizenden afgesplitste gedachte mogelijkheden binnen het egodenken.
Vandaar dat Ware Vergeving alle schijnbaar verschillende gedachten van klein tot groot, van een licht irritatie tot wilde razernij en moordlust op dezelfde manier oplost en doet oplossen in het “niets” dat ze waren, zijn en blijven.

Vandaar dan ook, in tegenstelling tot wanhoop enz., opent de uitspraak “Er moet een andere manier zijn” de poort voor het kunnen opvangen van “Het vergeten lied” (T21.1.1-10)

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Wantrouwen kan gezien worden als de ego omkering van Vertrouwen.
Wantrouwen is zoals alle ego eigenschappen gewoon weer een ander gevolg van de (onmogelijke) keuze om afgescheiden te willen zijn van Eenheid, God, Liefde, Waarheid.
Een van de sterkste ego symbolen voor vertrouwen in de wereld zijn de ouders.
We zijn niet allemaal ouders, maar we hebben allemaal wel ouders waar we deze projectie voor afscheiding op kunnen en zullen projecteren.
En aangezien we het hier over ego projecties hebben, dus projecties vanuit zonde, schuld en angst, zien we dat terug in al onze relaties die we in ons leven tegenkomen. Bijvoorbeeld terug te zien in het leven als een voortdurend gevoel van wantrouwen ten opzichten van alles en iedereen, of omgekeerd te snel van vertrouwen zijn er daar dan telkens weer in teleurgesteld worden.
In het geval van de ouder/kind relatie als afhankelijk zijn van ouders, niet zonder of niet met ze kunnen leven, van ze houden of ze haten, bij ze willen zijn of er zo ver mogelijk vandaan blijven, prima mee kunnen opschieten of juist totaal niet en alle gradaties daar tussen in, kortom het hele scala aan dualistische mogelijkheden uit het ego arsenaal vinden we terug in de ouder/kind relatie en in alle andere relaties die we hebben.

De ouder/kind relatie vormt een van de lastigste uitdagingen binnen het scala van afscheidingsmogelijkheden binnen de keuze voor de egodenkgeest.
En ik ondervind dat ECIW en zijn proces van ware vergeving een zeer behulpzaam proces is in de slechte relatie met mijn moeder.
Het is daardoor zeker geen makkelijk proces, want ware vergeving vraagt eerst eerlijk kijken naar het ego proces, precies zoals het zich projecteert en dus voordoet in “mijn leven”, alvorens het echt vergeven kan worden. Dus de confrontatie aangaan met al mijn gevoelens en emoties die zich voordoen op het toneel waar het ego drama zich afspeelt.
En er de totale verantwoordelijkheid voor nemen, als zijnde mijn gedachtes met hun projecties. Wel belangrijk dit niet onder de leiding van het egodenken te doen, maar hierbij de leiding van de Juist gerichte kant van de denkgeest (HG/J) in te roepen.

Evengoed geen makkelijk en pijnloos proces, maar wel een proces van ware genezing van de denkgeest die leert dat de oorzaak de keuze voor afscheiding is en niet een keuze is geweest om een slechte relatie te hebben met mijn moeder.
En dan kom ik weer uit op die behulpzame les 5: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”.
Ik voel geen onvrede van wegen een slechte relatie met mijn moeder, maar omdat ik op het niveau van de denkgeest, een keuze die verborgen moest blijven, zodat het lijkt alsof de keuze zich op “vorm” niveau afspeelt, voor afscheiding van mijn Ware Bron; God, Liefde, Eenheid, Waarheid, heb gemaakt.

Ware Vergeving vergeeft deze oorspronkelijke vergissing en in het kielzog daarvan wordt de projectie, een slechte relatie met de moeder, een projectie die nooit losstaat van de oorspronkelijke gedachte (vergissing) ook vergeven.
Ware Vergeving verandert dus de oorspronkelijke vergissing (de keuze voor afscheiding) die gemaakt is in en door de keuzemakende denkgeest en geneest deze, zodat de denkgeest zijn ware verbinding, die nooit verdwenen is, weer herinnert en daardoor genezen is.
Onware vergeving, dus dat is de projectie als een losstaand van de denkgeest oorzaak zien en deze vergeven, dus in het moeder geval, mijn moeder vergeven die ik als oorzaak van mijn lijden zie, werkt niet. De oorzaak, de keuze van de denkgeest om afgescheiden te willen zijn van God, Liefde, Eenheid, Waarheid blijft intact en zal dan ook steeds weer terugkeren in schijnbare andere vormen, of dezelfde, omdat de denkgeest ongenezen blijft.

Maar als de denkgeest dan is genezen, zal er onvermijdelijk ook anders gekeken worden naar de projectie vanuit de eigen denkgeest focus. Dit resulteert in een mildere kijk en meer begrip omdat er nu vanuit “liefde” gekeken en gehandeld wordt.
Echter dat hoeft niet te betekenen dat de “ander” in dit geval de moeder, hierin mee zal gaan, want uiteindelijk zal dat stukje denkgeest dat de rol van de moeder speelt ook zelf de keuze moeten maken om te willen genezen op het niveau waar alleen ware genezing mogelijk is, het niveau van de denkgeest.

Dat ware genezing door middel van ware vergeving zich op denkgeest niveau afspeelt, betekent ook, dat de projectie, dus hoe de relatie zich uitspeelt op vorm niveau, niet per se aanwezig of zelfs maar levend hoeft te zijn. Op denkgeest niveau is immers alles met alles verbonden, hoe het er op vorm niveau ook uit lijkt te zien.
Als de angst voor genezing in de denkgeest nog te groot is zal dat stukje denkgeest nog even of voor lange tijd blijven kiezen voor angst, maar in plaats van dat dat ook weer de keuze voor angst in mijzelf aan kan wakkeren, zal de nu voor genezing kiezende denkgeest ook deze gedachte kunnen leren vergeven.

Dus hoe ware genezing er in de vorm uitziet is niet te voorspellen, maar het zal hoe dan ook welke vorm het ook aanneemt de meest liefdevolle optie zijn voor dat moment, ook al kan het er ook uitzien als een einde maken aan een relatie. Het is niet aan mijn beperkte overzicht het geheel te overzien en op grond daarvan te beslissen wat het beste is om te doen, dat kan alleen dat wat wel het totale overzicht heeft, in ECIW de Heilige Geest en of Jezus genoemd, beide symbool voor de keuze voor de Juist gerichte denkgeest. De rest zal op een heel vanzelfsprekende natuurlijke manier volgen, nu geheel ontdaan van alle zonde, schuld en angst projecties.
En dientengevolge is er ook niet meer de drang vertrouwen te zoeken en te vinden “buiten mij” in een ouder of een andere speciale relatie. Het besef is er dat Vertrouwen gegrond is in de enige relatie die mogelijk is, die met God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe we het Onnoembare, Non-dualisme ook willen noemen.

 

Image may contain: one or more people and text

De “we”(wij)  die hier aangesproken wordt, is niet het lichaam “ik”, maar de projector “ik”, de keuzemakende-denkgeest die zich op deze manier wil en denkt te kunnen afscheiden van de ene Geest.
Iets wat onmogelijk is, maar niettemin met hardnekkige vasthoudendheid, gevoed door het geloof in zonde, schuld en angst, wordt nagestreefd. Een streven waardoor het doel afgescheiden blijven van Eén, verborgen blijft, achter de sluier van vergetelheid.
Daardoor moet het antwoord op Leven (God, Liefde, Waarheid, Eenheid) wel het tegenovergestelde van Leven zijn en dat is “dood”, het middel, een bedenksel van de egodenkgeest om zijn doel, afscheiding in stand te houden.
Dus ook “dood” is weer niet wat het lijkt, en zijn wij als we onvermijdelijk met “dood” worden geconfronteerd niet in onvrede, verdrietig, boos, ongelukkig, wanhopig, bang om de rede die we denken. We treuren eigenlijk om de dood die niet kan bestaan. Dat wat ons lief is kan niet sterven, en kan ons niet worden afgenomen. Dat wat we voelen en ervaren aan verdriet is eigenlijk de vermomde triomf van het egodenken dat maar één doel heeft, zich door de dood af te kunnen scheiden van Eenheid, van God, van Liefde.
En dat is onmogelijk.
En omdát het onmogelijk is kan er ook anders naar gekeken worden. Terwijl er wordt gerouwd, gehuild, geleden, gemist enz. kan ook de gedachte juist door het lijden opkomen: “dit kan niet waar zijn, ik trek dit niet meer, er moet een andere manier zijn”. En dan krijgt de altijd nog aanwezige herinnering aan Eenheid, die nog altijd aanwezig is achter al dit enorme verdriet en lijden, wat er gewoon is en niet moet worden ontkend, of tegengehouden een andere functie. Niet meer die van afscheiding, maar van terug herinneren in Eenheid, Leven, Liefde, God.

 

 

 

 

Het is nooit de ‘ik’ van vlees en bloed die projecteert, maar altijd de denkgeest die denkt, en gelooft een lichaam te zijn. Er bestaat geen autonoom lichaam van vlees en bloed, los van een projecterende denkgeest. Er bestaat ook geen lichaam van vlees en bloed gekoppeld aan de projecterende denkgeest. Er is alleen een projectie vanuit zonde, schuld en angst, oftewel het ego, welke eruit ziet als een lichaam van vlees en bloed, precies zo als een lichtbeeld uit een filmprojector er op het doek uitziet als een lichaam van vlees en bloed, maar iedereen snapt dat het een projectie is en blijft, ook al kunnen we ons helemaal verliezen en identificeren in en met zo’n film. Zo ook is dat wat we ons dagelijkse leven noemen inclusief dat wat we ons lichaam noemen een projectie vanuit de denkgeest. Het is en blijft een projectie, vergelijkbaar met dat de acteur op het filmdoek ook een projectie is en blijft. En het lijkt alleen maar echt, omdat we ons identificeren met de film.
Projectie wordt gebruikt als trucje en afleiding om uit de denkgeest te blijven, zodat verborgen blijft dat het een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, waarbij wij (de denkgeest, de projector) ons identificeren met de projectie die nu gezien en ervaren wordt als een lichaam van vlees en bloed.
En dat is als een film op het doek als werkelijkheid zien waar de kijker zich totaal mee identificeert en vergeet dat deze naar een projectie zit te kijken.
Dat is het doel van de egodenkgeest; wegblijven van de projector, wegblijven van de enige bron die terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God mogelijk maakt. En het geloof in zonde, schuld en angst zijn prima afleiders tegen het terug herinneren.

Zien we echter elke projectie die we (denkgeest) maken als een symbool van het geloof in de achter liggende zonde, schuld en angst, dan is dat al een vorm van bewustwording, waarbij de mogelijkheid van het terug herinneren in de denkgeest weer bewust wordt, daar waar voor de projectie van het geloof in zonde, schuld en angst gekozen is.
De mogelijkheid ligt nu weer open vanuit deze waarnemende denkgeest positie opnieuw te kijken, opnieuw maar nu bewust vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. En kan ik me me er nu van bewust worden wat het mij als denkgeest eigenlijk kost en oplevert wanneer ik steeds maar weer blijf kiezen voor de keuze te projecteren vanuit het geloof in zonde, schuld en angst: eindeloos lijden in één grote angst nachtmerrie zonder einde.
En dan kan ik als keuzemakende denkgeest de keuze maken of ik dat nog steeds wil, of het echt anders wil gaan zien.
De keuze voor de egodenkgeest, dus de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst zal de ‘andere’ keuze juist als vijand zien en dus zal de keuze voor iets anders dan zonde, schuld en angst gezien en ervaren worden als verlies, als iets wat afgepakt wordt.
Het zal ervaren worden als een levensgevaarlijk handeltje waarbij ‘mijn hele leven op het spel zal staan’, omdat het geloof in zonde, schuld en angst zich weerspiegelt/projecteert als het geloof in een ‘ik’ van vlees en bloed.

Pas als de denkgeest eraan toe is en het geloof in het ‘waarheidsgehalte’ van de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst duidelijk begint te verminderen zal uiteindelijk de andere keuze heel natuurlijk volgen, omdat de keuze voor iets anders dan het geloof in zonde, schuld en angst eigenlijk een uitnodiging is terug te herinneren in dat wat we in werkelijkheid zijn: denkgeest die volledig verantwoordelijk is voor elke gedachte die deze denkt en projecteert.
De onnatuurlijke verantwoordelijkheid voor het steeds maar weer kiezen voor het geloof in zonde, schuld en angst, welke gepaard gaat met zwaarheid, lijden en vooral angst in zijn schier onuitputtelijke geprojecteerde vormen, zal uiteindelijk doorzien worden door de steeds bewust wordende denkgeest en zal uiteindelijk, door niet meer te willen kiezen voor het geloof in zonde, schuld en angst, maar juist door het geloof in zonde, schuld en angst te laten her-gebruiken als vergevingsmateriaal en kans uiteindelijk onvermijdelijk plaatsmaken voor de Natuurlijke staat van de Denkgeest.

En als ik dan toch weer verward dreig te raken in het gedachten web van de egodenkgeest, waar ik als keuzemakende denkgeest dan kennelijk voor heb gekozen, onder het mom van ‘onbewust’, dan helpt het mijzelf als waarnemende/keuzemakende denkgeest er aan te herinneren, dat er alleen Eén is.
Als ik, ook al is het  misschien nog theoretisch en ervaar ik het nog niet helemaal, Eenheid als uitgangspunt neem, als matrix en ik leg dat over mijn problemen heen die altijd dualistisch zijn, dus ‘twee’, dus mijn keuze voor egodenkgeest, dan lopen mijn ‘dualistische’ gedachten al heel snel vast. En dat ervaar ik als heel behulpzaam.

Bijvoorbeeld ik heb een conflict met iemand, duidelijk een dualistische gedachte, want ik zie mijzelf en een ander lichaam die mot met elkaar hebben.
Maar wacht even als alles één is dan klopt het niet dat er ‘n ik en ‘n iemand is waarmee ik ‘n conflict heb. Vanuit het Eenheids denken heb ik (denkgeest) dus altijd een conflict met mijzelf, in mijzelf en omdat ik dat niet wil zien, omdat ik liever in de dualiteit blijf rondhangen, projecteer ik het conflict buiten mij, nu als twee lichamen die mot hebben, waarbij ik voor het gemak even vergeet dat het zich alleen maar in mijzelf in de denkgeest kan afspelen, zodat ik in ieder geval de onschuldige ben en iemand anders de schuldige.
Als ik bereid ben dit te aanvaarden dat het zo werkt, kan ik simpelweg niet meer in mijn eigen smoesjes en leugens geloven en sta ik open voor het andere gedachtesysteem, dat in verbinding staat met dat wat werkelijk is, en een volledig andere ervaring geeft.

De egodenkgeest kant van de ene denkgeest, de illusoire kant dus, ziet alles op z’n kop.
Ik zie dan als symbool daarvoor zo’n ouderwetse camera voor me, die je voor je borst hield en als je dan door de lens keek zag je het beeld wat je wilde fotograferen op z’n kop.
Zo zet de egodenkgeest alles wat Waarheid is op z’n kop en denken we en projecteren we precies het tegenovergestelde van wat onze Werkelijke gedachten zijn.
Onze Werkelijke gedachten vertegenwoordigen Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme, Liefde, God (allemaal woorden voor hetzelfde, te gebruiken naar keuze).
Dus bijvoorbeeld de Werkelijke gedachte ‘Eenheid’, wordt door de onwerkelijke egodenkgeest omgekeerd naar ‘tweeheid’. Het wordt dan ook ineens een woord, het omkeren wordt ook meteen geprojecteerd en verschijnt nu als woord.
‘In den beginne was het (ego)woord)’, en meteen schiep, projecteerde (ego)god de wereld. En dan zien we meteen dat ook God omgekeerd wordt naar god.
Een van mij afgescheiden god, precies het tegenovergestelde van God die staat voor Onveranderlijke Eenheid, en van niets weet, en die ook geen enkele behoefte heeft iets te moeten weten, laat staan bedenken en maken, want waarom zou dat gewild worden als alles volmaakt en Eén IS?
Zie daar het ontstaan van de wereld, het universum en alle vormen, allemaal geschapen door (ego)god en dus het totaal tegenovergestelde van de God van Eenheid.
En omdat dit hele nietig dwaze idee onmogelijk is, want Eén blijft Eén, is en blijft het een illusie, die alleen mogelijk lijkt door mijn geloof erin.

En dat dat zo is bewijst de wereld zelf, dat wat de ogen zien, komt voort uit de gedachte, de geconditioneerde gedachte die in afscheiding gelooft, die erachter zit. De ogen zien niet zelf, de denkgeest kijkt en interpreteert zoals deze is geconditioneerd.
Dus de wereld zoals wij die DENKEN te zien is niet wat het lijkt. Het is precies het omgekeerde van wat het probeert te verbergen, te vergeten en te ontkennen, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn.
Die gedachte is nu de vijand en moet koste wat kost verborgen blijven en de wereld die de egodenkgeest-god heeft gemaakt moet nu verdedigd worden.
Deze omgekeerde god wordt nu aanbeden en is precies het tegenovergestelde van Liefde, namelijk angst.
En wat kan deze illusoire egogod anders projecteren dan angst? En in deze wereld van dualisme, van afgescheidenheid, van angst, zijn wij, de ‘ene Zoon van God’ , die in werkelijkheid alleen maar Liefde kan uitbreiden, ineens het omgekeerde daarvan geworden, een heleboel illusoire afzonderlijke afgescheiden ‘zonen van god’, geboren uit angst, die sidderen voor deze god van angst en zich bovendien zondig en schuldig voelen, omdat ze nooit aan de eisen van deze haatvolle god kunnen voldoen. Deze god die het prachtig lijkt te vinden om dood en verderf te zaaien en alles en iedereen tegen elkaar op lijkt te zetten, en niet genoeg kan krijgen van deze onmogelijke cyclus van geboorte en dood.

En het is niet waar, het kan niet waar zijn.
Het is slechts een ziek verzinsel van de denkgeest die gelooft in afscheiding en dat wat Waar is omkeert.
De wereld zoals wij die denken te zien laat dus precies het tegenovergestelde zien van wat we in werkelijkheid ZIJN.
Wij geloven dat we een lichaam zijn, we geloven dat er andere lichamen zijn, dieren, planten, mineralen, water, lucht, dingen en ondertussen zijn het projecties vanuit de ‘op z’n kop’ gedachte, gedacht door de denkgeest, dat het mogelijk en wenselijk is afgescheiden te zijn van Eenheid, van God, van Liefde. En we denken en geloven dat dat wat we nu zien de werkelijkheid is, terwijl het alleen maar symbolen zijn van een onmogelijke, onwerkelijke gedachte, de totale ontkenning en omkering van wat onze Werkelijkheid IS.

Waar ECIW ons bij helpt is deze zieke omkering weer recht te zetten.
ECIW is het symbool (een van de vele) voor de herinnering aan wat we werkelijk ZIJN.
En daarbij gebruikt het alles wat wij (de denkgeest) op z’n kop hebben gezet en als zodanig denken te zien en aan hebben genomen als waarheid. Daardoor wordt ons dagelijkse leven zoals we dat beleven en ervaren ‘omkeer-materiaal’, in Cursus taal ‘vergevingsmateriaal’.

Dus als ik ervaar als lichaam, dat ik wordt aangevallen door een ander lichaam, of dat er nu uitziet als een lichte irritatie, belediging of een moordaanslag of wat voor conflict dan ook, dan ervaar ik alleen maar wat onmogelijk is, namelijk dat ik me afgescheiden heb van Eenheid. En omdat het onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren noemen we dat een droom of een illusie.
En het beeld dus precies het tegenovergestelde uit van de Werkelijkheid, namelijk dat alles alleen maar Een kan zijn, geen tegengestelde kent en alleen maar Liefde kan zijn.

ECIW leert mij, denkgeest, dus totaal anders naar mijzelf, anderen, de wereld en alles wat lijkt te gebeuren in die wereld, te kijken en het alleen nog maar als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien, oftewel, als omkeer- terugkeermateriaal te zien.
Mijn leven met al mijn ervaringen krijgt daardoor een totaal omgekeerde functie.

De denkgeest ontwaakt dan langzaamaan uit zijn krankzinnige droom van ‘op z’n kop’ zien en herinnert zich weer dat hij denkgeest is, die dit alles verzonnen heeft.
Ik neem mijn plaats als denkgeest weer in, nu heel bewust, want ik weet nu dat ik niet een lichaam ben, maar denkgeest die nu als waarnemende en keuzemakende denkgeest in elke (droom, illusoire) situatie opnieuw de keuze kan maken, tussen denken vanuit egodenkgeest, vanuit afscheiding dus, of vanuit Heilige Geest denkgeest, vanuit de herinnering aan Eenheid.
En zolang ik nog ervaar hier in deze wereld rond te lopen, zal de wereld een gelukkige droom zijn, niet omdat de ‘op z’n kop’ droom nu ineens een prettige vorm krijgt, zoals misschien een baan krijgen, een mooier huis, auto, meer geld, gezondheid, betere relaties enz., maar omdat ik nu vanuit Heilige Geest denkgeest kijk en ervaar, vanuit mijn Juist-gerichte denkgeest, die zich Herinnert, en in alles nu de Onveranderlijke Liefde zie, die eerst verborgen leek door alle wereldse vormen. De Cursus noemt dat de Christus in al mijn broeders zien.

Waarom heb ik ergens een aversie tegen, waar komt dat vandaan?
Waar komen die gevoelens, die emoties vandaan, wat is de functie ervan?

Het zijn gevoelens van afscheiding, afkomstig van de egodenkgeest kant van de denkgeest, die zich manifesteren als gevoelens, emoties, die dan een naam moeten krijgen, zodat ze een bestaansreden krijgen , een verklaring, een doel, zodat de bron namelijk de wil tot afscheiden van Waarheid, van Eenheid, van Liefde, van God, die (de wil tot afscheiden) zich aan de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt, afgedekt en verborgen blijft.
Zodra we als er iets diep geraakt wordt, als de essentie van wat wij werkelijk zijn geraakt wordt, dan wordt dat door het egomechanisme ‘angst’ die als verdediging dient tegen Waarheid, onmiddellijk geprojecteerd, naar buiten.
Nu wordt de oorzaak gelegd buiten de denkgeest in een vorm, die een naam krijgt en daardoor ‘bestaansrecht’.
En dat doet me denken aan deze bekende tekst in de Cursus:

‘Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd’ (H21.1:9-10).

Er is nu iets of iemand buiten mij met een naam of omschrijving, inclusief een ‘ik’ die zichzelf nu ook als lichaam ziet met een naam, die de oorzaak en het gevolg zijn van de aversie of welke gewaarwording dan ook.

ECIW zegt dit heel mooi in les 184.
Ik zal een klein stukje hier plakken, maar het is de moeite waard deze les even helemaal erbij te pakken en te lezen:

‘Je leeft aan de hand van symbolen. Je hebt namen bedacht voor alles wat jij ziet. Elk ding wordt een afzonderlijke entiteit, die jij identificeert met behulp van zijn eigen naam. Daarmee houw je het uit de eenheid los.
Daarmee markeer je zijn bijzondere kenmerken en zonder je het van andere
dingen af door de ruimte eromheen te benadrukken. Deze ruimte zet jij tussen alle dingen die je elk van een andere naam voorziet, alle gebeurtenissen die je uitdrukt in termen van plaats en tijd, alle lichamen die je met een naam begroet.
Deze ruimte die je ziet als iets dat alle dingen uit elkaar houdt, is de manier waarop de waarneming van de wereld wordt verkregen. Je ziet iets waar niets is, en ziet tegelijk niets waar eenheid is: een ruimte tussen alle dingen, tussen alle dingen en jou. Zo denk je dat je in afscheiding leven hebt geschonken. Door deze splitsing denk je dat daarmee vaststaat dat jij een eenheid bent die functioneert met een onafhankelijke wil.
Wat zijn toch deze namen waardoor de wereld een reeks wordt van onsamenhangende gebeurtenissen, van onverenigde dingen, van lichamen
die apart worden gehouden en die elk een stukje denkgeest als een afzonderlijk bewustzijn bevatten? Jij hebt ze deze namen gegeven en bracht waarneming tot stand zoals jij wenste dat waarneming was. Het naamloze werd naam gegeven en zo werd er ook werkelijkheid aan verleend. Want wat benoemd wordt krijgt betekenis en zal vervolgens als betekenisvol worden gezien: een oorzaak van een werkelijk gevolg, met consequenties die daar inherent aan zijn’ (WdI.184.1,2,3) ev.

Maar natuurlijk gooit de Cursus nooit het kind weg met het badwater.
Iets wat de egodenkgeest kant van de denkgeest wel meteen wil doen, wederom als verdediging tegen Waarheid.
De Cursus ontmoet ons waar wij denken te zijn, en die wij begrijpen, in een wereld van mensen, dingen, en situaties die allemaal een naam hebben en daardoor een autonome betekenis hebben gekregen zo geloven wij.
ECIW laat ons zien, als we dat willen zien, want het gedachtegoed van ECIW vertegenwoordigt onze Juist-gerichte kant (HG) van de denkgeest, dat we hetzelfde afscheidingsmateriaal, kunnen laten her-gebruiken en ons weer kan helpen terugherinneren in Waarheid.

‘Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is
waar ware communicatie kan worden gevonden’ (WdI.184.9:1-5).

En ik laat me niet misleiden door het woord ‘onderwijzen’, dat is niet een speciale functie, zoals de egokant van de denkgeest geloofd. Het is dat wat altijd gebeurt, onderwijzen en leren zijn EEN, geven en ontvangen zijn EEN zowel in de egokant als in de HG kant van de denkgeest, omdat er alleen maar EEN is en alles zich afspeelt in EEN, of het er nu afgescheiden uitziet en zo ervaren wordt of niet.

Ik benoem dus mijn aversie die ik voel tegen iemand, ik kijk dus eerst hoe ik dit als afscheiding heb vormgegeven in woorden, en er betekenis aan heb gegeven, en vraag mezelf dan af of ik dit anders wil zien, of ik wil onderzoeken of ik het misschien mis heb, of ik me misschien vergis.
Ik bevind me dan al op mijn waarnemende, keuzemakende denkgeest positie en kan dan besluiten me tot mijn HG kant van de denkgeest te wenden en het te vergeven zodat ik het anders kan gaan zien.
Het eventueel anders zien wat na ware vergeving volgt zal automatisch volgen, ik hoef daar niets aan te doen, want dat is het werk van de HG kant van de denkgeest.
Als ik echter nog steeds de drang voel van ik moet iets doen, ik moet iets veranderen aan mijzelf of een ander, dan weet ik alleen maar dat ik me weer tot de egokant van de denkgeest heb gewend voor hulp.
Het antwoord hierop is ‘kies opnieuw’, meer niet.

Een ‘doen’ in de wereld is en blijft een projectie, een projectie vanuit angst (keuze voor ego) of een uitbreiding van Liefde (keuze voor HG).

En de aversie, is die dan nu opgelost?
Jazeker, ik herinner me weer heel goed dat ik nooit onvrede voel om de rede die ik denk (les 5) en ervoor in de plaats vrede kan zien (les 34).
En ik vergeef.

 

Wat Een cursus in wonderen zo uniek maakt, naar mijn idee, is de weg van ‘terugherinneren’ in de denkgeest en het tenslotte volledig ontwaken uit de droom van het ‘vergeten’, door middel van Ware Vergeving.
En dan vooral omdat het zo’n milde liefdevolle manier is.
Ontwaken is terugherinneren in Liefde, dat wat we Zijn.
En daarvoor moeten we eerst onder ogen leren zien dat we denkgeest zijn en niet een lichaam, lichamen, dingen en situaties.
Dat proces van eerlijk onder ogen zien wat we denken, is onvermijdelijk pijnlijk en heel lastig, omdat de weerstand van onze egokant van onze denkgeest enorm is.
In het begin van het proces lijkt het alsof het de bedoeling is dat alles wat we denken te zijn, een lichaam en alle andere lichamen waar we mee te maken hebben, plus alles wat we bezitten, achter moeten laten. Dit zal ervaren worden als een groot gevoel van gemis, opoffering, schaarste, schuld, afsterven enz.
En we zien dan nog niet dat deze gevoelens enkel en alleen de verdediging van de egodenkgeest zijn, die er juist voor is gemaakt te ontkennen denkgeest te zijn en de focus geheel legt op zijn projecties, die schijnbaar ‘losgemaakt’ zijn van hun bron, de denkgeest en nu autonoom lijken, zodat we geloven dat we een lichaam zijn omringt door andere lichamen, dingen en situaties.

Vergeving zorgt er op een milde manier voor dat dit losmaakproces van een lichaam, lichamen, dingen en situaties te zijn milder verloopt doordat de pijn, vergelijkbaar met de afkickverschijnselen van een verslaving (het ego is immers een verslaving) verzacht wordt. De beloning als ware vergeving plaatsvindt is het onmiddellijke verdwijnen van de pijn en het lijden, gevolgd door grenzeloze opluchting en bevrijding. Niet de versie die de egodenkgeest ook kent, maar iets veel grootser en intenser. En dat zal onmiddellijk herkend worden als dat wat we werkelijk zijn: de Liefde van God.
Als dat eenmaal een keer ervaren is, wordt de aantrekkingskracht van die herinnering zo groot, dat het de aantrekkingskracht van onze egokant van de egodenkgeest verre overtreft, en zal de bereidwilligheid om weer voorgoed in onze Heilige Geest kant van onze denkgeest terug te willen herinneren steeds groter worden, en zal uiteindelijk de weegschaal omslaan naar alleen maar te willen luisteren naar onze Heilige Geest kant van onze denkgeest, waardoor het vergevingsproces steeds sneller zal gaan en ontwaken uit de droom van vergetelheid onvermijdelijk is.

Vergeving her-gebruikt het tot dan toe egomateriaal, dat wat de egodenkgeest denkt en projecteert, als vergevingsmateriaal en kans.
We leren eerlijk te kijken als waarnemend en keuzemakende denkgeest naar al onze afscheidingsgedachten (ego). En kijken betekent ook ze volledig voelen in de ervaring van dat moment en ze dan te vergeven.
Wat wil zeggen, zien en erkennen dat ik wat ik denk te zien, voel, ervaar en geloof, ik dat zelf zo heb gewild als projectie vanuit zonde, schuld en angst. De keuze voor egodenkgeest houd automatisch in dat ik kies voor zonde, schuld en angst, omdat dat me uit de herinnering houd dat ik denkgeest ben en dus een onderdeel van de Ene Denkgeest, dat wat we God noemen.

We kiezen als we voor de egodenkgeestkant van onze denkgeest kiezen voor alle scripts tegelijkertijd, die maar mogelijk zijn binnen onze egodenkgeestkant van de denkgeest.
Om die totale explosie van ego mogelijkheden die elke seconde weer plaatsheeft, elke keer dat wij voor onze egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, enigszins te kunnen handelen en te overzien, ervaren we een persoonlijk stukje chaos, wat we dan ons eigen persoonlijke leven noemen, dat in interactie lijkt te staan met miljarden andere persoonlijke stukjes ‘leven’.
Dat is dus een illusie, want er is maar één egodenkgeest, wat betekent dat we als één verbonden zijn ook in onze egodenkgeestkant van onze ene denkgeest.

Vergeving geeft ons als ene denkgeest dit besef, dit herinneren weer terug.
Want we vergeven dat wat niet gebeurt kan zijn, namelijk dat we onszelf echt hebben kunnen afscheiden van Eenheid, van de Liefde van God.
Vergeving werkt dus door in de hele ene denkgeest, op een wijze die wij met onze dan nog beperkte denkgeest blik niet kunnen overzien.

Dus als ik denk dat iemand of iets buiten mij iets heeft aangedaan, of ik zie misstanden buiten mij, dan zal als ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest voor vergeving kies, op de eerste plaats me herinneren dat wat ik denk en geloof te zien niet werkelijk heeft plaatsgevonden, maar het slechts een verdedigingsgedachte is van mijn egodenkgeestkant, die alleen maar afscheidingsgedachten kán denken en dus alleen maar afscheiding zal waarnemen.

De onvermijdelijk emoties en gevoelens die daarbij ervaren worden in het moment zelf, zullen nu kunnen worden gezien als een hulpmiddel om onder ogen te zien, dat ik kies voor deze gevoelens om mij in de afscheiding te houden, maar dat ik er nu ook voor kan kiezen, in mijn hoedanigheid als keuzemakende/waarnemende denkgeest, deze gevoelens en emoties met de daaraan vastzittende projecties te vergeven. Omdat ik erken dat het allemaal niet werkelijk is gebeurt, maar slechts een middel tot afscheiding is, ingezet door de voor de egokant van mijn denkgeest kiezende waarnemende en keuzemakende denkgeest.

Vergeving ziet dus ook dat niet de projectie zelf, wat eruit kan zien als ziekte, armoe en andere soorten van lijden een bewuste keuze is en mij in de afscheiding houd, het laat zien dat mijn keuze voor de egodenkgeestkant van mijn denkgeest mij in de afscheiding houd. De projecties dienen ervoor dit te vergeten, zodat het lijkt dat de projecties ‘echt’ zijn en volledig onwillekeurig mij overkomen door schuld van iets buiten mij.

Vergeving leidt mij terug naar wat ik werkelijk ben, door in te zien dat wat ik dacht dat ik was, een lichaam, te midden van andere lichamen, dingen en situaties, niet bestaat en dus vergeven kan worden.
Vergeving her-gebruikt al dat ‘vergissingsmateriaal’, ontkent het niet, omarmt het niet, vernietigt het niet, (want dat zou het alleen maar weer echt maken) maar laat het oplossen in de mildheid van Vergeving.

Een cursus in wonderen werkelijk doen is onmogelijk als Ware Vergeving niet als middel tot het terugherinneren in wat we werkelijk zijn wordt geaccepteerd en toegepast.
En dat is geen zonde, dat is gewoon eerlijk zijn en eventueel vaststellen dat ECIW niet het geschikte pad is voor jou om je te helpen terugherinneren in Eenheid.
Niet omdat het niet werkt, of dat je te dom, te lui of wat dan ook bent, maar omdat het niet de geschikte weg is voor jou.
De Cursus zegt hierover zelf:

‘Hij (Cursus) stelt uitdrukkelijk: ‘Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk’ (VvT.In.2:5). Hoewel christelijk in formulering, behandelt de Cursus universele spirituele thema’s. Hij beklemtoont dat hij slechts één versie van de universele leerweg is. Er zijn vele andere, en deze verschilt daarvan alleen in vorm. Zij leiden uiteindelijk allemaal tot God’ (Vw.ix).

%d bloggers liken dit: