archiveren

Maandelijks archief: augustus 2015

Vergeving als werkelijk mijn enige functie in dit leven aanvaarden betekent, elke gedachte die langskomt als vergevingsmateriaal en vergevingskans zien.
En dit kan alleen als ik aanvaard wat ware vergeving betekent en wel dat wat ECIW aangeeft als zijn grondgedachte:
Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Dus wat ik ook denk verkeerd of goed te doen in de wereld van de vorm, het totaal geen effect heeft op wat ik werkelijk ben: Geest en Héél in God.
Ondertussen ‘ervaar’ ik in een wereld die ik zelf bedacht/geprojecteerd heb, vanuit mij geloof in zonde, schuld en angst.
Dit ontkennen is niet wat ware vergeving is, dit bestrijden is ook niet wat ware vergeving is, het omarmen ook niet, en me er zondig,schuldig en angstig over voelen is duidelijk ook niet wat ware vergeving is.

Het vol ervaren zonder omwegen en totaal eerlijk in vertrouwen met open ogen er doorheen gaan, onder leiding van dat deel van mijn denkgeest, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, welke bereid is tot ware vergeving, en dit als mijn enige functie zien, is een keuze die ik als denkgeest kan maken en de sleutel tot ware vergeving.

Alleen daardoor zal alles wat ik ervaar in mijn wereld een nieuwe functie kunnen krijgen, die van ware vergeving, in plaats die van afscheiding.

Zelf-vertrouwen is vertrouwen hebben in het zelf. Wie/wat is dat zelf?
Dat zelf is de denkgeest, het zelf is niet het lichaam.
Het lichaam is slechts een projectie met als doel de bron, de denkgeest aan het ‘oog’ te onttrekken, zodat er nu een lichaam lijkt te zijn dat wel of geen zelfvertrouwen heeft.
Het heeft dus geen enkele zin om energie te stoppen in het krijgen van zelfvertrouwen op lichaamsniveau. Wat we dan eigenlijk doen is het ego zelfvertrouwen opbouwen en dat is tevens het verborgen doel van het ego; het doen laten voorkomen dat de ‘ik’ het lichaam zelfvertrouwen krijgt in plaats van het werkelijke doel van de egodenkgeest de egodenkgeest groter en sterker te maken, en tegelijkertijd dat dit verborgen blijft achter de projectie; het lichaam.
Maar wat stelt vervolgens een zelfverzekerde egodenkgeest voor?
Alleen al het idee dat de egodenkgeest meer zelfvertrouwen zou moeten krijgen, laat zien dat iets wat kennelijk zwak is moet veranderen in iets sterk. En waarom moet dat dan? Waaraan wordt die zwakheid afgemeten?
Misschien aan de onbewuste herinnering dat wat we werkelijk Zijn onveranderlijk is en geen schommelingen kent en altijd en voor eeuwig heel en één is.
En dat een zelfverzekerde denkgeest, maar ook een egodenkgeest met gebrek aan zelfvertrouwen, want dat is de andere zijde van dezelfde egodenkgeest, eigenlijk een verdediging is tegen deze onveranderlijk staat van éénheid?
Dus de focus leggen op het maken van een zelfverzekerd lichaam of het genezen van een niet zelfverzekerd lichaam is iets doen waar iets doen geen enkele zin heeft.
Dat wil niet zeggen dat het fout is of zondig wat te doen aan mijn zelfvertrouwen, als ik daar tevreden mee ben dan moet ik dat vooral blijven doen.
Maar als de denkgeest die door krijgt dat deze de dromer van de droom is, en dat het lichaam dus een droomfiguurtje is, dan kan het niet anders dan dat dit hele schijnsysteem van het waarmaken van het lichaam als dat wat we denken en geloven te zijn vroeg of laat door de mand valt.
De denkgeest die doorkrijgt dat hij droomt gaat zichzelf bevragen en zich afvragen wat het doel is van alles wat hij ervaart, en dat is nodig, om te kunnen herinneren wat we in werkelijkheid dan wel zijn.

Nu nog een stapje verder.
We hebben gezien dat de egodenkgeest zichzelf sterker probeert te maken door meer zelfvertrouwen te krijgen via zijn projectie, het lichaam, waardoor de bron, de egodenkgeest verborgen blijft en het lijkt alsof er alleen een lichaam is dat meer zelfvertrouwen behoeft.
Hier weer achter echter ligt de angst voor het Zelf, dat wat we werkelijk zijn, Geest, één en heel in Waarheid, in God.
Daarmee wordt het verschil tussen zelf-vertrouwen en Zelf-vertrouwen meteen duidelijk.
Het zelf-vertrouwen van de egodenkgeest is een verdediging tegen het Zelf-vertrouwen van de Heilige Geest (= de herinnering aan wat we Zijn).
Op zich al een onzinnig idee, want het Zelf waar alles één is heeft helemaal geen zelfvertrouwen nodig, laat staan dat het dat moet zien te krijgen.
Het ego zelf is niet te vertrouwen, omdat het bedacht is als verdediging tegen het Zelf, vandaar dat wij altijd een onderliggend gevoel van wantrouwen met ons mee dragen. We hebben wantrouwen nodig om als egodenkgeest te overleven.

Dus als we aannemen dat er alleen Zelf is, een non-dualistische toestand, die niet in woorden kan worden uitgedrukt, dan moet het gekwetter en al het gedoe wat we ervaren wel ergens anders vandaan komen, want het heeft duidelijk niets met het onveranderlijke Zelf te maken.
Dat is een conclusie die de bewustwordende denkgeest wel moet trekken als hij heel eerlijk durft te kijken.

Maar zoals we ook ervaren, de weerstand, de angst is groot, maar naarmate we weer ons vertrouwen terug gaan krijgen in het Zelf, zal de weerstand ook minder worden.
En hoe hervinden we ons zelfvertrouwen weer terug in het Zelf?
Door alles wat het terug herinneren in het Zelf probeert te blokkeren te vergeven.
En dat is elke gedachte die gericht is op het veranderen, verbeteren, of verslechteren van de vorm, dus gericht op het veranderen verbeteren, verdedigen/aanvallen van het lichaam, dingen en situaties.
Want al die gedachten zijn er alleen voor bedoelt dat wat we zijn, denkgeest, te verstoppen achter bergen van projecties.
En het heeft geen zin die bergen te verplaatsen, het heeft wel zin om de daarachter liggende verdedigingsgedachte tegen het Zelf te bevragen te onderkennen en tenslotte te vergeven, omdat ze geen enkel werkelijk effect op het Zelf kunnen hebben en dus zinloos zijn. En alleen zinvol zijn als vergevingsmiddel en vergevingskans.
Alleen de denkgeest kan genezen, genezen van het geloof in het valse zelf. En daarbij hoeven we ons niet te bekommeren om de projecties, want die zullen naarmate de denkgeest geneest steeds meer uitbreiding vanuit Liefde laten zien, ongeacht onze ideeën en verwachtingen hoe dat er als projectie dan uit moet zien.
De uitdrukking; een gezonde geest in een gezond lichaam, is een egogedachte. Een werkelijk gezonde genezen denkgeest huist niet in een lichaam, want er is geen lichaam, alleen een projectie en projecties kunnen daarom alleen van de denkgeest komen en zich dus in de denkgeest bevinden, als projecties.
Dus hoe het lichaam er ook uit mogen zien in onze belevingswereld, ziek, gezond, dik, dun, lang, kort, mooi, lelijk, gestoord, afwijkend, er schuilt hoe schijnbaar goed verborgen ook, een volmaakt gezonde Denkgeest achter. En wat we denken te zien is slechts een vergissing over wat we denken en geloven te zijn. En nogmaals alleen geschikt als vergevingsmiddel en vergevingskans.
Een genezen denkgeest zal door zijn groeiende vertrouwen in het Zelf, zichzelf terug herinneren in het Zelf.

Echt heel grappig, hoor ik net op tv iemand zich verontwaardigd afvragen, ivm zgn geheimhouding van regeringen dat er buitenaardse wezens zijn die de aarde bezoeken en zelfs onder ons leven, en waarom niet gewoon de waarheid wordt verteld en alles in de doofpot wordt gestopt: “we leven toch niet in een wereld waar we een deken over onze hoofden hebben getrokken, omdat we de waarheid niet willen horen!”…

Ha, ja dat is precies wat we doen!! Sterker nog de wereld IS de deken, de sluier (als projectie wel te verstaan, want dat is wat de wereld is) die we over onze denkgeest (mind) hebben getrokken, zodat Waarheid netjes verborgen blijft achter de projectie die we onze wereld en ons lichaam noemen en vooral verborgen blijft dat we onveranderlijke mind zijn.

Grappig toch dat als we beter leren kijken, en dan bedoel ik ZIEN met denkgeest (mind) (niet met de ogen van het lichaam, want die kunnen niet kijken, laat staan zien), dat wat we zeggen, denkend en gelovend vanuit de gedachte dat we mensen zijn levend in een wereld, alles juist een symbool blijkt te zijn van wat we NIET zijn. Een grote omkeer truc dus die wereld, die zo ‘echt’ lijkt.

Met andere woorden, alles wat we hier in deze wereld als waar aannemen, dus als een bepaalde vorm, wat voor vorm dan ook laat eigenlijk precies het omgekeerde zien van wat we  werkelijk zijn; denkgeest (mind), vormloos, grenzeloos en alleen in staat tot ‘denken’ en projecteren. Waarbij de projectie niet zoals we dat in de wereld ervaren, los is geraakt van de gedachte, maar daar nog steeds mee verbonden is, en dus ook nog steeds een gedachte is en niet een ineens los van de gedachte geraakt ‘ding’, lichaam, situatie, in staat ‘iets te doen’.

Dus ontwaken uit deze hypnose truc, is niets anders dan alles weer in het ‘Juiste’ perspectief zien, door deze hypnose sluier op te laten lichten en we weer zijn wat we zijn: mind.

Ook grappig, dat sinds ik me dit realiseer dat alles wat ik ervaar in de wereld zgn in een lichaam, juist het tegenovergestelde laat zien van wat ik ben, en dus juist verstopt wat ik in werkelijkheid ben, zie ik elke ervaring, wat het ook is als zeer behulpzaam nu als ‘omkeer materiaal’. Of ik nou ineens iets hoor op tv, radio, op straat, of lees, alles wordt nu tot een reminder getransformeerd, me te laten helpen herinneren wat ik in werkelijkheid ben, in plaats van de functie waarvoor het is geprojecteerd in eerste instantie om juist te doen laten vergeten wat ik in werkelijkheid ben: 100% mind.

De wereld die ik nu nog zie en ervaar, wordt eigenlijk steeds komischer op die manier.
En dan gaat die zeer bekende zin uit T27.VIII.6:2-3 nog meer leven:
‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.’ (vet gemaakte woorden van mij).

De gedachte blijft een gedachte een idee, een nietig dwaas idee, dat door het serieus te nemen tot verwezenlijking in staat lijkt, maar in werkelijkheid onmogelijk te verwezenlijken is.

Ik bedenk met net dat de reden waarom we ons zo makkelijk identificeren met wat we bijvoorbeeld in een film zien, of op tv, is, omdat we denkgeest ZIJN, grenzeloze denkgeest, onmogelijk in staat zich werkelijk af te scheiden. En daarom is identificeren met iets of iemand in een film, maar dus ook in de film die we ons dagelijkse leven noemen, zo natuurlijk voor ons, daarom moeten we wel één (denk)geest zijn, die zich enkel en alleen inbeeldt dat deze een lichaam is te midden van andere lichamen, maar niet in staat is zich werkelijk los te maken, omdat de geest altijd één blijft en nooit kan veranderen in iets wat zich kan afscheiden.

“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (WdI.1.4:1-3).

Wat vergeef ik eigenlijk, vergeef ik wat ik denk dat er mis is gegaan in de vorm, bijvoorbeeld dat ik nu weer loop te niezen van wegen pollen in de lucht en me nu een beetje benauwd en moe voel en ik weer terug wil naar de kust, want daar was de lucht een stuk schoner en had ik nergens last van, en ik wil dat als ik dat vergeef het als bij toverslag verdwijnt en ik me weer helemaal top voel?
Uh, nee dus, dat is niet wat ware vergeving is. Ware vergeving gaat niet over veranderingen in enige vorm. Want wat ik ervaar als vorm is een droom en waarom zou ik een droom willen veranderen als ik weet dat het een droom is, en ik dus weet dat dromen symbolen zijn voor iets anders, voor een gedachte die de droom projecteert.
Een droom is een droom is een droom en wordt nooit iets anders dan een droom, wat ik er ook van probeer te maken.
De droom (deze wereld, mijn leven) is een illusie van de werkelijkheid, een vermomming van de werkelijkheid. En die vermomming noemen we ons lichaam en verder alle andere lichamen, dingen en situaties. En net als kleine kinderen geloven we dat deze vermommingen ‘echt’ zijn en spelen we voor het ‘echie’ dat we lichamen zijn, een soort ‘vadertje en moedertje’.

Ik, de denkgeest, die gelooft in haar vermomming en denkt dat ze echt een lichaam is, gelooft dat er pollen in de lucht zitten die mij, het lichaam, niet lekker laat voelen.
Ik, de denkgeest, die dit zit te schrijven, gelooft dat eigenlijk niet meer, ik, de denkgeest, zit nu in haar observerende oordeelloze denkgeest positie en neemt waar.
Neemt dit alles waar als zijnde een gedachte, niet als een waar feit in een wereld waar pollen mij het leven zuur maken en ik maar beter aan zee kan gaan wonen, want dan wordt alles beter.
Ik, de waarnemende denkgeest, neemt dit alles waar en is bereid te vergeven. En wat ga ik dan vergeven?
Ik vergeef mijzelf dat ik denk en geloof dat iets buiten mij, pollen dus, mij ziek laten voelen en dat ik denk en geloof dat ik ergens anders naartoe moet om me beter te voelen.

Ik vergeef dus de gedachte, en mijn geloof in die gedachte want niet wat ik opgezet heb en geprojecteerd en als ‘echt’ zie (het verhaal van de pollen en de allergie) is de oorzaak, en moet vergeven worden, maar de gedachte die iets ‘waar’ probeert te maken wat niet ‘waar’ kan zijn, met als doel ‘Waarheid’ te verdraaien en zodoende te verbergen is de oorzaak en kan alleen via ware vergeving werkelijk vergeven worden.

En aangezien mijn focus nu ligt op de denkgeest die dit alles denkt en gelooft, is de vorm gewoon niet belangrijk meer. Ik zie alleen nog de film waarin een lichaam Annelies last heeft van pollen. En in die film die ik nu als vergevende denkgeest waarneem, wetende dat ik die droomfiguur met allergie niet ben en me er dus niet mee identificeer, en dus ook niet meer in zonde, schuld en angst geloof en daar vervolgens vanaf probeer te komen door het buiten mijzelf probeer te projecteren, doe ik wat ik doe als acteur in de droom. Dus in mijn geval neem ik even twee pollinosan tabletjes, en schrijf al mijn gedachten die opkomen op.
Niet met als doel van de allergie af te komen, maar om alles precies zo te zien zoals het is en niet zoals ik het heb opgezet.

Wat er aan de hand is, zoals het is dus, is mijn keuze voor egodenkgeest, dus voor afscheiding, dat is wat er is. Dat wat ik vervolgens heb opgezet, een filmpje van een lichaam dat allergisch is voor pollen, is zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd, om te verbergen dat ik alleen maar gekozen heb voor mijn ego kant van de denkgeest, met als doel afgescheiden te blijven van Waarheid, van God, van Liefde.

Ik vergeef dus niet met als doel de verschijningsvorm (welke een gedachte is) te veranderen, ik vergeef mijn geloof in zonde, schuld en angst, die zich achter de verschijningsvorm bevindt, dat is de wortel, van het schijnbare ‘kwaad’ die door ware vergeving zal verdwijnen.
De verschijningsvorm, zal daardoor een compleet andere functie krijgen, namelijk die van reminder om de achterliggende oorzaak, de gedachte en het geloof in zonde, schuld en angst aan het licht te brengen.

De prettige bijwerking van ware vergeving is dan, in mijn geval, omdat de zonde, schuld en angst eraf zijn, ik niet meer lijd onder de allergie.
Ik heb ervaren dat ik ervaar, iets voel, maar tegelijkertijd het niet meer als ‘lijden’ ervaar.
En dan zou ik nog kunnen aanvoeren dat ik er nu geen last meer van heb, omdat ik die pollinosan tabletjes heb genomen, maar dan maak ik de allergie en de oplossing, de tabletjes als vorm weer waar, en vergeet ik weer dat het allemaal uit mijn denken en mijn geloof in iets buiten mij komt en er in werkelijkheid geen ‘echt’ lichaam is dat last heeft van ‘echte’ allergie en er geen ‘echte’ tabletjes zijn. Precies zo als ik me realiseer dat een droom een droom blijft en een film een film, en een projectie een projectie kortom het zijn allemaal gedachten.
Ik ben en blijf denkgeest en ik ben zeker niet mijn projecties. Ik ben denkgeest, en dus ook een gedachte, die kan projecteren en ik, de denkgeest, kan dat doen vanuit egodenkgeest of vanuit HG denkgeest.
En als ik besluit een betere droom te projecteren, zodat mijn leven prettiger wordt, dan kies ik duidelijk voor te projecteren vanuit egodenkgeest, omdat mijn denken dan vorm gericht is, gericht op een beter leven in de vorm, in de wereld dus, en niet op genezing van de denkgeest.
Als ik besluit de denkgeest te genezen, te genezen van zijn geloof in zonde, schuld en angst dan kies ik voor projectie vanuit HG denkgeest, waarbij al mijn projecties (dus gedachten als medicatie enz.) nog als enig doel hebben vergeving van al mijn zonde, schuld en angst gedachten, ik ervaar dan de wereld compleet anders, terwijl deze er ogenschijnlijk nog precies hetzelfde uitziet en ik nog steeds bepaalde handelingen verricht, zoals het nemen van medicatie bijvoorbeeld.
Alleen de functie is totaal verandert; namelijk die van ego gedachten  naar HG gedachten, oftewel van angst (afscheiding) naar Liefde (Eenheid).

De eenvoud van de leerweg van ECIW is eenvoudig dat ik me ervan bewust leer worden dat ik verkies onder leiding te staan van mijn egokant van de denkgeest, of van mijn HG kant van de denkgeest, meer valt er niet te kiezen en of te doen, alles zal vanuit deze keuzemogelijkheid automatisch volgen, omdat het alleen de gedachten zijn die kunnen veranderen.
Nogmaals de focus zal veranderen van focus op de vorm, naar de focus op de denkgeest. Alleen de denkgeest kan genezen, niet de vorm, want er is geen vorm, projecties blijven denkgeest materiaal, blijven een gedachte, en alleen gedachten genezen of zijn ziek.
Dus zelfs al lijkt een lichaam te genezen, is het nog steeds een gedachte, een projectie en alleen een weerspiegeling van de denkgeest.
Een lichaam dat als een genezen lichaam wordt waargenomen, laat slechts de weerspiegeling zien van de keuze voor welke denkgeest is gekozen. We zien of een genezen lichaam, of we zien de weerspiegeling van een genezen denkgeest. En dat geld natuurlijk ook voor het ‘zien’ van een ziek lichaam, het is hoe dan ook een gedachte weerspiegelt door de denkgeest.

Dit is niet te begrijpen zolang nog geloofdt wordt een lichaam te zijn. Dus ook het geloof een lichaam te zijn kan door deze gedachte van te geloven een lichaam te zijn, vergeven, omgekeerd worden naar het geloof denkgeest te zijn. En ook denken en geloven denkgeest te zijn is nog niet einde verhaal, want ook dat speelt zich nog af in de wereld van de ervaring, de wereld van de droom, weliswaar niet meer met de focus en het geloof op een ‘echte’ wereld van vormen, maar nu met de focus op de denkgeest die alleen kan ‘denken’ en projecteren, wat nog steeds alleen maar een uitbreiding is van denken en dus een gedachte is.
Maar het vertoeven in deze denkgeestwereld, waarin ik mij bewust ben van de kracht van mijn denken, en me bewust ben van de keuzemogelijkheid te kiezen voor ego of voor HG, geeft mij (denkgeest) wel de sleutel tot het volledig ontwaken uit de droom, of voor het toch nog even willen blijven in de droom en nog even door willen gaan met lijden afgewisseld met best wel leuke momenten.

Uiteindelijk is de keuze te ontwaken onvermijdelijk, omdat een droom een droom is en een illusie een illusie, en een gedachte een gedachte is en nooit werkelijk is geweest, of zal worden, en dat wat we werkelijk werkelijk zijn één in God, nooit verandert of vernietigd kán worden. De keuze kan wel worden uitgesteld, zolang we daar als denkgeest zelf voor kiezen. Maar uitstel zal nooit afstel kunnen zijn.
We zijn slechts één gedachte verwijderd van ontwaken uit de droom…

(*Pollens!, voor de jonkies onder ons, is een uitroep van verbazing, geïntroduceerd in de Barend Servet show bedacht door Wim T. Schippers, zie you tube: https://www.youtube.com/watch?v=vAVOOn-Ill4 )

%d bloggers liken dit: