archiveren

Tagarchief: lichamen

Wat gedachten naar aanleiding van een gedeelde ervaring van vriendin, na het met verbazing observeren van een kamikaze muisje die zich als het ware aanbood aan een kat.
Wat mij meteen door de gedachte ging was dat dit eigenlijk een demonstratie is (symbolisch gezien) van de aantrekkingskracht van de dood binnen wat wij denken en geloven en benoemen als “het leven” en ons persoonlijke leven als lichamen (ook dieren vanzelfsprekend). De dood als ultieme (ego)bewijs dat eindigheid bestaat versus Oneindigheid, Éénheid (God, Liefde, Waarheid).
Wij als schijnbaar afgescheiden deeltjes van Éénheid, die geloven afgescheiden deeltjes in lichamen te zijn, moeten wel met “verhalen” komen over afgescheidenheid, eindigheid, en met “ziel” verhalen die bewaard blijven en naar de hemel, of hel gaan of reïncarneren, of gerecycled worden door de aarde, teneinde “geloofwaardig” over te komen binnen het ego-denksysteem.
Want ergens zit die herinnering aan Werkelijke Onsterfelijkheid van Éénheid er nog, maar is nu vermomd in afscheidingsverhalen die aan onsterfelijkheid een eigen draai geven vanuit het schijnbare bestaan van lichamen, dingen en situaties.
Dus als ik naar dat kamikaze muisje kijk, zie ik daar dat hele proces van afscheiding en het willen bewijzen daarvan in terug.
Ook wij als schijnbare lichamen hebben dit denkgeest geloof en hebben daardoor dit kamikaze geloof en voeren dat keurig uit op wat voor manier dan ook, “natuurlijk”, “onnatuurlijk”, zelfmoord, moord, ongeluk, ziekte en verzin het maar.

De egodenkgeest is geprogrammeerd vanuit de wil tot afscheiding van Éénheid en daarom dromen wij (denkgeest die kiest in sterfelijkheid te geloven) in termen van de onvermijdelijkheid van de lichamelijke dood en dat alles hier in de wereld van deze droom sterfelijk is. En als extra beveiliging om dit geloof in het zadel te houden wordt dit vanuit angst en schuld geprojecteerd, waardoor het nog meer waar en geloofwaardiger lijkt te zijn.
En zo is de hele ene egodenkgeest, (want er is maar één egodenkgeest ook al lijken het er miljarden te zijn) het geloof erin, verslaafd geraakt aan dit zieke denkgeest geloof, dat ongeneeslijk lijkt en onvermijdelijk tot de schijnbare dood leidt.

Als dit hele verhaal serieus wordt genomen, (en dat wordt het door de egodenkgeest) betekent dit alleen dat de keuzemakende-denkgeest opnieuw kiest voor vanuit het ego hiernaar te kijken. Je kan er dan vreselijk depressief en hopeloos van worden, want dat is waarvoor het ego is gemaakt, om het tegenovergestelde van Éénheid te kunnen bedenken, en dat betekent eigenlijk dat we (de denkgeest die voor ego kiest) dit juist willen. Dus als je goed kijkt dan zal je zien dat er onder de depressiviteit en de schuld van waaruit de projectie komt, de tevredenheid en de “ego vreugde” schuilgaat van dat het weer gelukt is afgescheiden te blijven van Éénheid. (Vandaar als je heel eerlijk kijkt, is er het heimelijke genoegen om naar rampen vooral die van anderen, te kijken. wat “beschaafder” onder andere vermomd in de populariteit van het kijken naar de meest gruwelijke films. En denk ook aan “kijkers” naar een ongeluk, we doen het allemaal, of hebben in ieder geval de neiging, die we dan uitvoeren of onderdrukken, beide nog steeds een keuze voor het egodenksysteem).
Dit vereist heel eerlijk kunnen en vooral willen kijken, en dat kan pas als het ego denksysteem doorzien gaat worden. En uiteindelijk als het egodenksysteem volledig doorzien wordt, zal het vanzelf zijn aantrekkingskracht verliezen en de wil tot investeren en identifieren ermee vanzelf stoppen.

Wat niet wil zeggen dat er dan geen dood meer wordt gezien èn ervaren, nee, alleen er wordt dan geweten en doorzien dat het slechts een nietig dwaas idee is, alleen bedoeld om af te scheiden van Éénheid en wordt volledig gezien dat dat onmogelijk is en dat al dat lijden, sterven en vechten gewoon niet nodig is, omdat het zinloos is, want: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de Vrede van God.
Op die manier kan de film (het leven, de wereld) gewoon nog gezien en ervaren worden, inclusief sterven, (dus niet ontkend en afgedaan als, oh, het is toch maar een illusie) maar heeft het niet meer de macht van waar te lijken zijn, simpelweg omdat het geloof erin verdwijnt (als je ECIW doet middels ware vergeving).
En dan krijgt dit alles de functie van terug herinneren en niet meer de functie van afscheiding.
Dat is de diepere betekening van wat in ECIW staat:
“Maak dit jaar anders door het helemaal hetzelfde te maken” (T15.XI.10:11).

ECIW ontmoet mij waar ik denk en geloof te zijn. En wat ik denk en geloof is dat ik een lichaam ben wat in een wereld leeft samen met miljoenen andere lichamen (mensen, dieren, dingen en situaties).
Nu is mijn geloof in de werkelijkheid van een “ik” als lichaam in een wereld enorm aan het wankelen geraakt. Kennelijk is er een ontwaken uit de droom van het werkelijk maken van wat ik denk en geloof aan de gang. Kennelijk zit er toch een grens aan het werkelijk kunnen en willen maken van deze droom en is ontwaken uit die droom onvermijdelijk.

ECIW is een denksysteem dat gebruikt wat ik snap, dat wat ik ken, dat waar ik mijn schijnbare veiligheid uit haal, dus waar ik denk en geloof te zijn. Dat waar ik denk en geloof te zijn wordt her-gebruikt, niet meer met als doel in de droom te blijven, maar om eruit te ontwaken. En de sleutel die ECIW hierbij gebruikt is Ware Vergeving (zie vorig blog).
De droom wordt niet ontkend, of afgewezen, aangepast, verandert, de droom wordt her-gebruikt. In plaats van de droom werkelijk te maken wordt dit alles vergeven. (Zie: Wat is vergeving (WdII.1 blz.404))

Natuurlijk doet het egodenksysteem nog steeds mee, er is immers maar één denkgeest waarin zich een schijnbare splitsing heeft voorgedaan, dat een droom (het nietig dwaas idee) heeft bedacht en houdt dat, omdat het zo is geprogrammeerd, automatisch in stand. Het heeft dan ook geen zin dit egodenksysteem te ontkennen, te verbergen of het mooier of slechter te maken.
Het is en blijft een denksysteem wat zich wil afscheiden van Waarheid, van God, van Liefde. Omdat de schijn te geven van dat dat mogelijk is moet het wel precies het tegenovergesteld zijn van God, van Éenheid, van Liefde. En dus kan het niet anders dan een denksysteem zijn van angst, haat, En die angst en haat moet wel enorm sterk en overweldigend zijn om het op te nemen tegen God, tegen Éénheid.
Ondertussen is er niets aan de hand en is er niets gebeurt, dan alleen in een angstige droom waarin het onmogelijke (afgescheiden raken van God, Liefde, Éénheid) mogelijk lijkt te zijn geworden.

Het egodenksysteem zal zich onmiddelijk aanpassen aan deze nieuwe gedachtes en op zijn eigen wijze hierop reageren. Het doet dit door schijnbaar mee te gaan met deze nieuwe (afscheidings)gedachtes. Zo zal het zogenaamd enorm gaan ageren tegen “het ego” en dat totaal afwijzen en er zogenaamde spirituele gedachtes voor in de plaats gaan zetten. Het zal bijvoorbeeld adviseren me uit de wereld terug te trekken, me te dissociëren van het lichaam, de wereld af te wijzen, al mijn woede en haat te richten op mijzelf en de wereld en me schuldig te laten voelen over alles wat ik denk en doe.
Het zal me eenzaam te midden van al die afgedwaalde “schuldige”, “kwaadaardige” lichamen laten voelen. En het zal vooral verbergen dat dit mij (“lichaam”) wordt aangedaan en verbergen dat het slechts een keuze is voor een denksysteem, een denksysteem van afscheiding, niet meer en niet minder dan dat.

En het egodenksysteem zal bijvoorbeeld adviseren vooral diep te verzinken in meditatie, me af te zonderen, me aan te sluiten bij groepen met bijbehorende goeroes, wel of niet wat dan ook te eten, of aan te trekken, eindeloos teksten als “ik ben niet een lichaam” als mantra te herhalen enz.
En ook zal het ego op dit alles reageren met goed of afkeuring, het zal hoe dan ook oordelen, positief of negatief. Het kenmerk is hoe dan ook dat het vormgericht is en dat wederom “vergeten” wordt dat ook dit egodenksysteem slechts een denksysteem is en niet een vormsysteem.
Het ego heeft als doel te doen laten vergeten dat er alleen denkgeest (mind) is en dat dat de bron is van alles wat gedacht, gezien en ervaren wordt en dat er geen andere bron is dan dat.
Dit lezen alleen al kan enorme weerstand oproepen, weet dan dat het niets te maken heeft met wat gelezen wordt, maar met de keuze voor het willen denken vanuit ego, de keuze voor het in stand houden van de afscheiding.

Wat wel werkt om dit denksysteem te doorbreken is hiernaar kijken, oordeelloos, er niets aan te veranderen, het terug te nemen in de denkgeest en het te vergeven.
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat…” (WdII.1.5:1)
En wees er alert op dat het ego in elke gedachte gewoon mee doet, het egodenken zal denken “oh, ik hoef niets te doen” en dit denkt het omdat het de opdracht heeft te verbergen dat er geen “ik” lichaam is dat dingen moet doen, maar dat er alleen denkgeest is die afscheidingsgedachten heeft en deze projecteerd.
Kijk er gewoon naar en vergeef het.
Wat dan gebeurt is dat er automatisch gekozen wordt, doordat eerst het egodenken onder ogen is gezien en vergeven, voor het andere denksysteem, het denksysteem van HG, dat Éénheid, Liefde, God, vertegenwoordigt.

Dat HG denksysteem is dus niet een keuze voor het actief veranderen van het egodenksysteem in een beter spiritueel systeem, want dat zou weer gewoon de keuze voor ego zijn.
De keuze voor HG is een keuze op zich, de rest zal automatisch volgen, maar nu vanuit het HG denksysteem in plaats vanuit het egodenksysteem.

 

Het viel me al eerder op dat wat vaak “tussen haakje” , zo even “tussen neus en lippen door”  wordt gezegd en of geschreven, heel vaak een enorme eyeopener voor mij is. Ik zou ook kunnen zeggen wat tussen de regels door wordt gezegd. Zo kwam ik in een V&A de volgende tussen – zin tegen (door mij in vet weergegeven):

” Wanneer de Cursus nieuw voor ons is – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – denken de meesten van ons dat we anderen proberen te vergeven voor wat ze hebben gedaan, en onszelf omdat we in de val gelopen zijn die zij voor ons hebben gezet.” (V&A #1019 op de V&A website eciw.nl: https://www.eciw.nl/index.php/nl/)

Dat is voor de ongeduldige (Ongeduld komt altijd van egodenkgeest) een kans om weerstand in te zetten tegen de bewustwording van de denkgeest dat er altijd een keuze wordt gemaakt, dus voor ego (de keuze voor afscheiding) of voor Heilige Geest (de keuze voor terug herinneren in God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je het onnoembare ook maar wil noemen). Dat er een keuze mogelijkheid is zal door het ego altijd verborgen worden gehouden, want dat is zijn door mij geprogrammeerde taak en dus kan het niet anders dan dat.

En in verreweg de meeste gevallen is het bewust worden en het willen aanvaarden van het feit dat er altijd een keuze wordt gemaakt (tussen ego en HG) een langdurig proces.
Een langdurig vaak levenslang proces, waarbij de weerstand van de denkgeest laagje voor laagje afgepeld wordt op een schijnbaar heel persoonlijke wijze. Dit gebeurt niet doordat ” ik”  iets wel of niet moet doen vanuit gedragsperspectief, maar puur vanuit de keuze die gemaakt wordt voor egodenkgeest of voor HG denkgeest. (Ook wel de onjuist-  (ego) of juist- (HG) gerichte denkgeest genoemd.)
Dus die opmerking tussen neus en lippen door,  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – is op het eerste gezicht misschien teleurstellend en demotiverend (=gedacht vanuit het egodenken die zogenaamd of zo snel mogelijk wil ontwaken, of de andere zijde van de egomedaille; het zo lang mogelijk uit wil stellen), maar ook wel rustgevend in het bewustzijn dat alleen gekozen hoeft te worden of ik de rest van mijn bewuste denkgeest leven(s) onder leiding van het ego of onder leiding van Heilige Geest wilt zetten.
Dat is namelijk de enige keuze die we als denkgeest steeds maar weer maken, eerst volledig onbewust, maar als eenmaal (her)ontdekt is dat er een keuze te maken is op denkgeest niveau, en alleen daar, want er is niets anders dan denkgeest, dan is er de uitnodiging steeds maar weer opnieuw een bewuste keuze te maken, vanuit wat de (bewuste) keuzemakende denkgeest genoemd kan worden.

Als ” ik”  (denkgeest) mij laat leiden door de keuze voor HG denkgeest zal ik op een heel (schijnbaar) persoonlijke wijze door alle weerstanden ten gevolgen van de keuze voor het ego, heen geleid worden. Het zal dan nooit als te veel of te weinig worden ervaren, maar precies als waar de denkgeest op dat moment aan toe is.
En hoe sterker het vertrouwen in deze leiding wordt des te makkelijker zal het verlopen en hoef ik me niet meer bezig te houden met egogedachtes als: hoelang duurt het nou nog, waarom gaat het zo langzaam, ik ben er helemaal klaar mee, volgens mij ben ik nu verlicht, ik ben veel verder dan anderen, alleen ik bewandel het juiste pad, ik maak er een puinhoop van, Jezus en de Heilige Geest luisteren niet naar mij, ik ben zo slecht dat ik verloren ben, hij/zij is wel verlicht/ontwaakt, maar ik niet, ik wordt zo deprie van mijn ontwaakproces, ik voel me zoooooo hysterisch gelukkig, ik doe iets niet goed, ik moet eerst door de donkere nachten van mijn ziel, ik wil nu wel eens een leuk leven, het wordt tijd voor een ander (beter) pad, ik moet me in het zweet werken om dit te volbrengen, ik moet streng zijn voor mezelf, oh, lekker ik kan de hele dag in mn bed blijven liggen, want ” ik hoef niets te doen”, ik haat goeroes, ik ben dol op goeroe’s, en de mijne is de beste, spirituele paden, boeken, bijeenkomsten, leraren zijn heilig, ik stop met dit pad. Allemaal stuk voor stuk gedachtes (best wel interessant en komisch en verhelderend om dit lijstje voor jezelf te maken) die duidelijk te herkennen zijn als de keuze voor het egodenken+identificatie met de projecties (lichamen, dingen en situaties). Gedachten die niet gaan over waar ze lijken over te gaan, (WdI.5), ze zijn dus niet fout of goed, maar gaan alleen maar over de wens om afgescheiden te blijven van Waarheid, Eenheid, God, Liefde. En ook duidelijk te herkennen als gedachtes+projecties die voortkomen uit de onheilige drie-eenheid van het ego: zonde, schuld en angst, met als enig doel in de afscheiding blijven.

Dus die opmerking:  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – gaf en geeft mij (nadat ik er eerst heel hartelijk om moest lachen) een heel opgelucht en bevrijdend gevoel van; zo, daar hoef ik me niet meer druk om te maken, want ik kan onmogelijk weten hoe “mijn” pad verloopt, omdat ik simpelweg geen all-over overzicht kan hebben over al die duizenden opgeworpen verdedigingslagen van ” mijn”  egodenkgeest. Ik kan ze echter wel leren zien en terug (ver)geven aan de denkgeest, daar waar ze worden gemaakt en opnieuw de keuze maken, en ze nu bewust onder leiding zetten van de Heilige Geest (en of Jezus, beide symbolen voor oordeelloosheid), meer valt er niet te doen. Alles wat daar uit mag volgen zal hoe dan ook behulpzaam zijn, hoe het er ook uit mag zien.
En daar staat in ECIW ook wat over wat ik hier even zal plakken:

” 5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.5:1-9).

 

In Een cursus in wonderen staan 2 fragmenten die mij te binnen schieten als ik alle ellende en ongelooflijk lijden in de wereld ingedikt en uitvergroot weer voorbij zie trekken in het nieuws.
En me er steeds meer van bewust wordt van eveneens het ongelooflijke feit dat al deze ellende en onbeschrijflijk lijden puur en alleen is opgezet om maar afgescheiden te blijven van wat Waar, God, Liefde, Eenheid is.
En door deze keuze voor afscheiding met een soort van goedkeuring bekeken wordt, ook al wordt het ervaren als gruwelijk, maar we blijven kijken of keren ons walgend af, beide nog steeds keuzes voor afscheiding, want zodoende blijft het binnen de zelfgemaakte waarheid, die poogt afgescheiden te raken van wat Waar is, wat vanzelfsprekend onmogelijk is.
En dat deze waarneming bij het grootste deel van de denkgeest alleen nog maar meer angst en woede zal oproepen, omdat het grootste deel van de denkgeest er nog niet aan toe is dit in het bewustzijn toe te laten. En dat het ook geen enkele zin heeft dit te verwachten, te forceren, of te onderwijzen aan diegenen (denkgeest) die er nog niet aan toe zijn.
De delen van de denkgeest die dit wel kunnen en willen toelaten in het bewustzijn zullen dat vanzelf doen, omdat ze eraan toe zijn, en zullen het overal in gaan herkennen, daar zijn geen speciale boeken, cursussen, spiritualiteit, rituelen, goeroes voor nodig.  Het doet er niet toe wat de eraan toe zijnde denkgeest uitspookt, het zal achter elke projectie gezien worden. Niet met de ogen van het lichaam, ook al lijkt dat wel zo, maar met geestelijke ogen.
Ja, deze eraan toe zijnde delen van de denkgeest zien er nog steeds uit als mensen, en ervaren nog als mensen maar zij weten tegelijkertijd ergens dat ze niet die lichamen zijn. Zij weten dat de lichamen projecties zijn van de denkgeest dus zich als het ware in de denkgeest bevinden en niet andersom (denkgeest in een lichaam).
Dit bewust worden van de denkgeest is onvermijdelijk. En des te bewuster de denkgeest wordt des te duidelijker wordt de omvang van het onzinnige, onnodige, gruwelijke lijden welke de denkgeest projecteert ten einde maar in de afscheiding te kunnen blijven geloven.
Gedurende het proces lijkt het lijden dus erger te worden. Dit is niet zo, het was altijd al even erg, maar het lijkt erger omdat de denkgeest zich er meer en meer van bewust wordt waarom dit lijden er lijkt te zijn en hoe waanzinnig die reden is.
De cursus verwoord dit zo:

“Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
10Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:3-13).

De waanzin kan nog maar één functie hebben, die van ware vergeving.
Ware vergeving welke alleen kijkt zonder oordeel en wéét dat er een andere manier moet zijn.
Er zal eerst verantwoordelijkheid moeten worden genomen voor wat er in de denkgeest gebeurt, voor de keuzes die daar genomen worden. Zolang daar nog voor projecteren vanuit het geloof in zonde, schuld en angst wordt gekozen, zal er niets veranderen. Pas als ik verantwoording neem voor mijn eigen keuzes en tot de conclusie kom dit niet meer te willen en eerst voor het wonder van vergeving kies waardoor ik het enige probleem, mijn keuze voor afscheiding onschadelijk maak, kan er werkelijk iets veranderen. En zal ik vervolgens vanzelf vanuit een intuïtief weten, zonder oordeel, aarzeling of verwachting in alle vertrouwen weten wat mij wel of niet te doen staat.

En dan stelt ECIW ons op zijn zo kenmerkende poëtische manier de vraag:

“Hoelang, o Zoon van God, wil je nog doorgaan met het spel van de
zonde? 2Zullen we dit scherpgekante kinderspeelgoed niet eens afdanken?
3Hoe snel ben je bereid naar huis te komen? 4Vandaag misschien? 5Er
is geen zonde. 6De schepping is onveranderd. 7Wil jij je terugkeer naar de
Hemel nog steeds tegenhouden? 8Hoelang nog, o heilige Zoon van God,
hoelang?” (WdII.4.5:1-8).

 

“Het doel van het leerplan is, ongeacht de leraar die je kiest: ‘Ken uzelf.’
Iets anders valt er niet te zoeken. Ieder is op zoek naar zichzelf en naar
de kracht en de heerlijkheid die hij meent te hebben verloren. Telkens
wanneer jij met iemand samen bent, heb je een nieuwe gelegenheid om ze
te vinden. Jouw kracht en heerlijkheid zijn in hem, omdat ze de jouwe zijn.
Het ego probeert ze uitsluitend in jou te vinden, omdat het niet weet
waar het zoeken moet. De Heilige Geest leert jou dat als je alleen naar jezelf
kijkt, jij jezelf niet kunt vinden, want dat is niet wat jij bent.
Telkens wanneer jij met een broeder samen bent leer je wat jij bent,
omdat je onderwijst  wat jij bent. Hij zal of met pijn of met vreugde reageren,
al naargelang de leraar die jij volgt. In overeenstemming met jouw beslissing
zal hij gevangen of bevrijd zijn, en jij eveneens. Vergeet nooit jouw
verantwoordelijkheid tegenover hem, want het is je verantwoordelijkheid
tegenover jouzelf.
Geef hem zíjn plaats in het Koninkrijk en jij zult de jouwe hebben

Alleen kun jij het Koninkrijk niet vinden en alleen kun jij, die het
Koninkrijk bent, jezelf niet vinden. Wil je het doel van het leerplan bereiken,
dan kun je niet naar het ego luisteren, want zijn bedoeling is het juist
zijn eigen doel te ondermijnen. Het ego weet dit niet, omdat het totaal
niets weet. Maar jij kunt het weten, en zult dat ook weten, als jij bereid
bent te kijken naar wat het ego van jou maken wil. Dit is jouw verantwoordelijkheid,
want als je er eenmaal werkelijk naar gekeken hebt, zul je de Verzoening voor jezelf aanvaarden. Welke andere keuze zou je kunnen maken? Als je deze keuze gemaakt hebt, zul je begrijpen waarom jij ooit geloofde dat wanneer je iemand anders ontmoette, je ook dacht dat hij iemand anders was. En iedere heilige ontmoeting die jij volledig aangaat zal jou leren dat dit niet zo is.

Jij kunt uitsluitend een deel van jezelf ontmoeten, omdat jij een deel van
God bent, die alles is” (T8.III.5,6,7:1).

Het lijkt hier alsof de Cursus ons aanspreekt als individuele lichamen die elkaar ontmoeten en daarin een Heilige Relatie kunnen ontwikkelen.
Niets is minder waar. ECIW spreekt ons nooit aan als individuele of collectieve lichamen.
ECIW spreekt ons altijd aan op het niveau van de bron en dat is altijd de denkgeest/mind.
De lichamen die wij denken en geloven te zien en waarvan we zijn gaan geloven dat het dat is wat we zijn, zijn slechts projecties van de denkgeest die voor afscheiding van de denkgeest kiest, waardoor er van de denkgeest afgescheiden lichamen lijken te zijn.
Slechts het geloof hierin, lijkt deze waanvoorstelling waar te maken.
ECIW is er op gericht ons terug te laten herinneren denkgeest/mind te zijn, zodat we kunnen gaan zien dat we ons als denkgeest hebben vergist, en dat wat we denken en geloven te zien ook een vergissing is.

ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, dus denkend en gelovend een lichaam te zijn. Onvermijdelijk dat de nog volop in lichamen gelovende denkgeest, die daardoor geen feeling meer heeft met de bron de denkgeest en zeker weet dat alles wat hij denkt en gelooft uit het brein/lichaam komt, in de valkuil loopt en de metafysica van de Cursus, dat er geen wereld is en dus ook geen lichamen, maar alleen denkgeest die projecteert, gewoon (expres, uit (ego) zelfbescherming) “vergeet”.
En zo wordt de taal van de Cursus die in ECIW als symbool bedoelt is, weer gewoon letterlijk genomen en is de egodenkgeest vooralsnog “veilig” en verandert er niets in de denkgeest, de enige “plek” waar verandering mogelijk is.
En wordt ECIW gebruikt om de wereld te verbeteren en een aangenamer leven te krijgen.

(Daar is trouwens op zich niets mis mee, maar geloof en beweer dan niet dat je ECIW doet, en probeer dan niet ECIW toch in dat hokje te wurmen.)

Als daarom bovenstaande tekst letterlijk wordt genomen lijkt er te staan dat als twee lichamen elkaar ontmoeten er tussen die lichamen een Heilige Relatie kan ontstaan.
“Ken uzelf” gaat over het kennen van “mijn” gedachten als denkgeest, niet als lichaam.
Moet daarom het lichaam ontkent worden, of genegeerd? Nee, natuurlijk niet het is slechts een uitnodiging er “anders” naar te leren kijken en het “anders” te laten her-gebruiken, omdat nogmaals, ECIW de taal gebruikt die wij ogenschijnlijk als lichaam, maar ondertussen als denkgeest/mind, daar waar we nu denken en geloven te zijn, kunnen begrijpen.

Als oefening is het een idee bovenstaande tekst eerst eens heel bewust vanuit lichaamsidentificatie te lezen, dus ik het lichaam ontmoet een ander lichaam enz. En dan nog een keer maar nu vanuit het niet persoonlijke begrensde denkgeest/mind zijn, waar ontmoetingen gedachten zijn met gedachten/ideeën.
De zogenaamde lichamen kunnen dan ook makkelijker gezien worden als projecties, welke nog steeds gedachten zijn, want ideeën verlaten nooit hun bron. En er is alleen maar denkgeest, ge- en bedacht door de denkgeest.
Daardoor zal er ook een andere ervaring van verbinding mogelijk worden, die niet meer begrenst wordt door lichamen die aanwezig moeten zijn om een ontmoeting te hebben.
Een denkgeest ontmoeting is niet afhankelijk van tijd en ruimte en ook niet van de vorm waarin en waarmee de ontmoeting plaats heeft. Menselijk, dierlijk, dingen, situaties het maakt niet meer uit, de ware ontmoeting is altijd in de denkgeest en gaat over een ontmoeting met het eigen denken die weerspiegelt wordt herkend in de zgn “ander”.

De projecties (dus de schijnbare lichamen waar we een ontmoeting mee hebben) blijven gedachtes, ideeën, maar dienen nu een compleet ander doel. Niet meer als afscheiding, dus olv het egodenken, maar als terug herinnering in waarheid, olv Heilige Geest (symbool voor denkgeest die weet in verbinding te staan met waarheid, eenheid, liefde, God.

Dus bovenstaande tekst, en dat geldt voor de hele Cursus kan olv egodenkgeest gelezen worden door alles letterlijk te nemen vanuit lichaamsgerichtheid, of olv Heilige Geest, door alles symbolisch te zien en gezien vanuit denkgeest.
Onderzoek zelf het verschil.

Deze volledige omslag in het denken, vereist natuurlijk veel oefening. De denkgeest gaat niet zomaar overstag. Intellectueel kan het heel snel begrepen worden, maar het werkelijk begrijpen gebeurt pas als de denkgeest/mind er echt aan toe is. En hoewel dat onvermijdelijk is, is het proces naar de omslag ook onvermijdelijk. En dat duurt zolang het duurt.

Het verschijnsel “ego” wat niets anders is dan een denksysteem dat bestaat bij de gratie van een geloof in afscheiding versterkt door geloof in zonde, schuld en angst is niet te vertrouwen.  Een gedachte systeem wat bedoelt is af te scheiden van Eén kan niet anders dan gebouwd worden op wantrouwen.
Vertrouwen investeren in welke ego projectie dan ook is gedoemd te mislukken, daar een denksysteem dat als kernwaarde wantrouwen heeft aangenomen als uitgangspunt, niet anders kan dan wantrouwen uitbreiden.
De natuurlijke wens en aard van non-dualisme die geaard is in non-dualistisch Vertrouwen, blijft in de herinnering van de denkgeest die tijdelijk voor dualisme (ego) heeft gekozen bestaan. Eenheid kan wel ontkend, maar niet vernietigd worden.
Binnen het geloven in afscheiding waarbij het natuurlijke idee van Eenheid ontkend wordt, blijft de natuurlijke verbinding met Eenheid onveranderlijk bestaan.
In de praktijk betekent dit dat als ik probeer in een relatie met wie of wat dan ook in wat voor vorm dan ook vertrouwen te vinden dit slechts een dualistische vorm van vertrouwen oplevert, waarbij vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselen, maar nooit binnen dit systeem van afscheiding de non-dualistische staat van Vertrouwen kan en zal bereiken.
Echter kan wel bereikt worden dat door het dualistische denksysteem van het ego denken te doorzien en er oordeelloos naar te leren kijken het nog altijd aanwezige Vertrouwen wat inherent is aan non-dualisme, Eenheid, kan worden herinnerd en het Ware Vertrouwen kan worden hersteld.
Het willen bereiken van vertrouwen binnen de dualiteit kan dan worden opgegeven en vergeven en alle relaties binnen het dualistische ervaren krijgen dan deze andere functie.

Zolang ik nog in vertrouwensrelaties met andere lichamen en dingen geloof, wat dus betekent geloven in afscheiding en in zonde, schuld en angst, zal ik keer op keer teleurgesteld worden, net zolang tot ik aanvaard dat alleen Vertrouwen mogelijk is op het grenzeloze denkgeest niveau waar alleen Eén mogelijk is.

Dan zullen al mijn relaties een totaal andere functie krijgen als weerspiegeling van mijn nu bewuste keuze voor Vertrouwen.

Bewustzijn is de eerste stap die leidde en leidt tot afscheiding.
Vanuit het Niets dat Alles Is, ook wel Werkelijkheid, Waarheid, Eenheid, God, Liefde genoemd, allemaal woorden welke slechts symbolen zijn van wat perfect Eén en dus onnoembaar is, leek iets te ontstaan wat zich bewust leek te kunnen zijn van iets anders dan Eén.
Eén valt buiten het bewustzijn, omdat bewustzijn twee is, dus gescheiden.
Dat wat bewust is, is afgescheiden van Eén.
Dat wat bewust is en afgescheiden van Eén, is zich hier niet van bewust en denkt en geloofd dat het dit is wat het nu is; bewust levend in een lichaam in een wereld los van andere lichamen, dingen en situaties.
Bewustzijn wordt nu gezien als; ik ben mij bewust van mijzelf en wat ik doe en wat anderen doen, en van wat ik om me heen zie.
De herinnering aan en wat Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde vertegenwoordigt is diep weggestopt, en vergeten in het zogenaamde onbewuste.

Wij die zich bewust zijn van zijnde mensen, dingen en situaties in een wereld ervaren dit alles, omdat de keuze werd gemaakt om iets anders te zijn dan Eén, waardoor we nu afgescheiden lijken te zijn van Eén en dat ook lijken te ervaren.
Elke ervaring is dus een omkering van Eén naar twee. Elke keer breken we Eén door en maken er twee van. Dit kost enorm veel energie, pijn en lijden, omdat opsplitsing van Eén in twee onmogelijk is en vooral onnodig. Vandaar dat al onze ervaringen hoe mooi  of lelijk we ze ook denken te kunnen maken stuk voor stuk getuigen van deze onmogelijke poging van Eén twee te maken. Sterker nog in deze wereld van dualiteit wordt alleen maar opgedeeld in een oneindige reeks afsplitsingen, waardoor afscheiding als natuurlijk wordt gezien, in plaats van een onmogelijke poging om van Eén, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde te maken.

Gelukkig maar dat werkelijk afsplitsen van Eén onmogelijk is en slechts een dwaas onmogelijk idee is, een bange maar onschuldige droom, vaak een nachtmerrie, waaruit de dromer van deze droom uiteindelijk onvermijdelijk zal ontwaken.

Dat wat verborgen ligt in het onbewuste, de herinnering aan Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde komt vroeg of laat, maar onvermijdelijk bovendrijven niet meer tegengehouden door het uitgeputte bewustzijn dat de kracht niet meer heeft om dat wat verborgen moest blijven nog langer tegen te houden. Dat wat vergeten moest worden en blijven komt naar boven in het bewustzijn en de dromer van de droom wordt zich “bewust” van dat deze droomt en niets is wat het leek te zijn.
Dit “nieuwe” bewustzijn vormt nu de brug, de verbinding naar het terug herinneren in wat door het afgescheiden bewustzijn (het ego) verborgen moest worden gehouden.

Dan kan de weg terug naar totale herinnering aanvangen stap voor stap, waarbij het oude bewustzijn materiaal (ego), getransformeerd wordt naar het bewustzijn dat kan waarnemen en kan kiezen tussen Eén of twee, en de verbinding vormt naar het terug herinneren in Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde.

En als ik dan toch weer verward dreig te raken in het gedachten web van de egodenkgeest, waar ik als keuzemakende denkgeest dan kennelijk voor heb gekozen, onder het mom van ‘onbewust’, dan helpt het mijzelf als waarnemende/keuzemakende denkgeest er aan te herinneren, dat er alleen Eén is.
Als ik, ook al is het  misschien nog theoretisch en ervaar ik het nog niet helemaal, Eenheid als uitgangspunt neem, als matrix en ik leg dat over mijn problemen heen die altijd dualistisch zijn, dus ‘twee’, dus mijn keuze voor egodenkgeest, dan lopen mijn ‘dualistische’ gedachten al heel snel vast. En dat ervaar ik als heel behulpzaam.

Bijvoorbeeld ik heb een conflict met iemand, duidelijk een dualistische gedachte, want ik zie mijzelf en een ander lichaam die mot met elkaar hebben.
Maar wacht even als alles één is dan klopt het niet dat er ‘n ik en ‘n iemand is waarmee ik ‘n conflict heb. Vanuit het Eenheids denken heb ik (denkgeest) dus altijd een conflict met mijzelf, in mijzelf en omdat ik dat niet wil zien, omdat ik liever in de dualiteit blijf rondhangen, projecteer ik het conflict buiten mij, nu als twee lichamen die mot hebben, waarbij ik voor het gemak even vergeet dat het zich alleen maar in mijzelf in de denkgeest kan afspelen, zodat ik in ieder geval de onschuldige ben en iemand anders de schuldige.
Als ik bereid ben dit te aanvaarden dat het zo werkt, kan ik simpelweg niet meer in mijn eigen smoesjes en leugens geloven en sta ik open voor het andere gedachtesysteem, dat in verbinding staat met dat wat werkelijk is, en een volledig andere ervaring geeft.

Ontwaakte (verlichte) lichamen, personen bestaan niet.
Er is geen wereld zegt ECIW, dus welke lichamen?
Er is alleen denkgeest en denkgeest kan ‘vergeten’ en dromen van een toestand die niet bestaat, omdat ze slechts een ‘droom’, dus een illusie is.
Het ontwaken van lichamen lijkt alleen plaats te vinden als je wakker wordt na een nachtje slapen, of na een dutje tussendoor.
En dat is dan dus eigenlijk niets anders dan ontwaken in gewoon weer eenzelfde droom, want lichamen die wakker kunnen worden, is op zich al een droom.
Alleen de denkgeest kan ontwaken uit de droom die hijzelf droomt, dus zelf bedacht, gedroomd heeft.
En dat is geen spetterend gebeuren met veel trompetgeschal, halleluja en vuurwerk.
Het is meer een ineens realisatie van weten, terug herinneren, dat ik denkgeest ben die droomt. De dromende denkgeest is ineens in een lucide droomtoestand en heeft de gewaarwording alles te zijn, ongeveer zoals we weten dat we alles zijn in onze slaapdromen en alle droomrollen in onze slaapdroom spelen. We bevinden ons dan in wat de Cursus noemt ‘de gelukkige droom’. En het voelt als ‘normaal’, een moeiteloos, rustig, vredig, gelukkig ‘normaal’, een thuiskomen, waarin alles als ‘hetzelfde’ wordt gezien, ‘grenzeloos’.
Niet dat de droom er dan als droom gelukkig uitziet in zijn droom vormen, de verschillen, de afzonderlijke projecties worden nog wel gezien en ervaren, de droomrollen worden nog gespeeld als het ware, maar de droom wordt niet meer als bedreigend gezien, ik identificeer me niet meer met mijn droom, omdat ik weet dat het een droom is. De hele droom is nu een symbool die mij kan leren hoe en wat ik denk over mijzelf, en hoe ik dat projecteer teneinde de droom echt te doen laten lijken, zonder dat ik er een schuldig of angstig oordeel over heb. Want hoe zou een droom bedreigend kunnen zijn als ik weet dat het een droom is?
En net als bij het net wakker worden in de morgen na een nachtje slapen, is er een periode van de slaap uit mijn ogen wrijven en langzaam bij bewustzijn komen en nog wat slaperig om me heen kijken balancerend tussen slapen en ontwaken. Een proces dat onvermijdelijk leidt tot het totale ontwaken van de denkgeest en het totaal oplossen van de droom. De staat van ZIJN, waar dromen en ook de lucide droomstaat geen functie meer hebben en tenslotte gewoon verdwijnen, omdat deze nooit bestaan heeft: een droom is een droom en blijft een droom.
Dit ontwaken uit de droom heeft niets te maken met het sterven van een lichaam, of het verlies van wat voor vormen dan ook, want er is sowieso geen lichaam, alleen een droom van een lichaam. En kan een lichaam echt sterven in een droom, kan er echt verlies geleden worden in een droom? Neen, alleen de denkgeest kan dit dromen en zijn eigen droom geloven, maar het blijft een droom.
En alleen de denkgeest kan ontwaken uit zijn eigen droom van zonde, schuld en angst, en zich herinneren dat er niets gebeurt is en niets Eenheid, Waarheid, Liefde verandert kan hebben. En dat is een niet te beschrijven enorme opluchting en bevrijding, enigszins te vergelijken met het ontwaken uit een nachtmerrie en te beseffen dat het maar een droom was. Niet het ontwaken als een lichaam, maar als het ontwaken van de denkgeest in de denkgeest. En tenslotte zal ook de denkgeest een illusie blijken te zijn en blijft alleen het woordeloze, dat wat er altijd was en nooit kan verdwijnen over:

‘Niets werkelijk kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God’ (In.2:2-4).

 

Denkgeest = mind

Laten we het eens hebben over denkgeest.
Denkgeest is een nieuw bedacht woord om het Engelse woord mind op een juiste manier te kunnen vertalen.
ECIW helpt ons herinneren wat we vergeten zijn, en voortdurend willen vergeten, namelijk dat we denkgeest/mind zijn.
En eigenlijk is het woord denkgeest een heel goede vertaling.
Geest zou namelijk niet helemaal de lading die het woord mind heeft dekken.
Denkgeest verwijst naar een bewust denkende, in staat tot waarnemen en keuzemakende geest.

Ja, we zijn 100% (denk)geest, helpt en leert ECIW ons herinneren, maar we zijn ons ook bewust. En binnen dat bewustzijn lijken we van alles te doen in een wereld die we zelf bedacht hebben. We zijn bedenkers, makers, denkende makers en makende denkers, kortom 100% denkgeest.
We hebben alles bedacht, ook lichamen. Wat niet wil zeggen dat we dan ook meteen volledig en alleen maar onze bedenksels zijn. Bedenksels, gedachten verlaten nooit hun bron, de denkgeest. Ja, de denkgeest kan zijn bedenksels projecteren, maar daarmee maakt zich het bedenksel nog niet los van de bedenker de denkgeest. Een bedenksel blijft een bedenksel, inclusief de daaraan nog steeds verbonden projectie.
Dus daarom is denkgeest een prima symbolisch woord. We zijn denkende geest, denkgeest.
We zijn dus niet denkende lichamen. Lichamen zijn immers projecties en zijn projecties in staat tot denken?
Denkt en doet de figuur op het filmdoek of de tv iets uit zichzelf, los van de bedenker?
Of is en blijft de figuur op het filmdoek of op tv misschien toch alleen een projectie?
En als je het stadium van in Sinterklaas, God of wat voor bedacht sprookjes figuur geloven als een letterlijk bestaand iets in de vorm voorbij bent, als je dus het kleuter bestaan van de denkgeest voorbij bent, of ten minste in twijfel begint te trekken, dan zal je misschien tot de (onvermijdelijk schokkende) conclusie komen dat het allemaal bedacht is en dat je je vergist hebt door het allemaal letterlijk te nemen.

En ja dat kan een schokkende ontdekking zijn, te vergelijken met toen je ontdekte dat Sinterklaas ook maar een bedenksel was en is. Een gevoel van verlies, van houvast enz. tot je Sinterklaas en ook God en verder alle sprookjesfiguren in je leven, hun rechtmatige plaats weer terug geeft, door ze louter als symbool te gaan zien.
Ja, ook God, want er komt in bijna ieders leven wel een punt waarop je ook aan God gaat twijfelen en we vervolgens wel of niet van ons geloof af vallen.
En wat is geloof anders dan een gedachte? Maar wel een gedachte die zijn bron dacht te kunnen verlaten en dacht in zijn geprojecteerde symbolen te kunnen gaan wonen en zich daar vervolgens helemaal mee identificeerde en dacht en vervolgens vergat dat hij (de gedachte nog steeds) die geprojecteerde symbolen was en is.
En dat is precies wat de wereld waarin wij denken en geloven te leven is; een geprojecteerde gedachte, waarvan we vergeten zijn dat het nog steeds gedachten zijn en dus nog steeds op z’n best symbolen.
Het geloof dat ik nu een echt kopje koffie ga maken en opdrinken is hetzelfde geloof als geloven in Sinterklaas of een God die mij wel of niet cadeautjes geeft.
We zien de symboliek niet meer, maar nemen het letterlijk, met als verborgen doel het uitwissen, vergeten van het feit dat we denkgeest zijn en dus niets anders kunnen dan ‘bedenken’, ‘verzinnen’.
Hierbij hoort dus ook het geloof in lichamen. Ik denk en geloof dat ik een lichaam ben dat kan denken dmv mijn brein.
Ook dit is een gedachte, een bedenksel, en het blijft een gedachte en een bedenksel, gedachten en bedenksels verlaten nooit hun bron; de gedachte, de bedenker, kortom de denkgeest.

En ja, als we dat echt tot ons door willen laten dringen, dan is dat net zo’n schok als toen we ontdekten dat Sinterklaas een bedenksel was of dat God met bijpassende diverse religies ook een bedenksel was/is. En dan nu de mega schok dat mijn lichaam ook een bedenksel is, en oh wacht, dus ook alle lichamen om me heen, mijn partner, mijn kinderen, ouders, familie, vrienden, buren, collega’s, kennissen, voorbijgangers, maar ook alle dingen, deze pc, dit boek (de cursus), deze lamp, dit potlood, dit glas, dit kopje, deze koffie en ook alle situaties en gebeurtenissen… *slik*
En dat kan niet anders dan gevoelens (gedachten dus ook) van angst naar boven brengen. Het slaat de bodem onder ons zorgvuldig bij elkaar bedachte wereld met alles d’rop en d’ran volledig weg.
Maar als het dan allemaal een bedenksel is, bedacht door denkgeest, wat is dan de angst, de *slik*, die we voelen?
Zijn we wel echt bang voor het verlies van een wereld, van lichamen, van dingen en situaties, kortom wat is het dat angst heeft?
Is het wel mijn lichaam dat bang is? Maar wacht even als mijn lichaam een bedenksel is, een projectie, kan het dan bang zijn, of komt de angst misschien uit de bedenker, de denkgeest en kan dan dus onmogelijk uit wat ik noem ‘mijn’ of een ander lichaam komen?

Kortom wat is die angst dan?
De angst is niets anders dan de bescherming van de angst. Angst houd angst in stand. Het is de angst voor de angst, voor de angst, voor de angst die de angst in stand houd. Het is niet het lichaam en het brein dat de angst in stand houd, het is de denkgeest die angst gebruikt om uit de herinnering te blijven dat de angst uit de denkgeest komt en alleen maar dient als bescherming van de angst.

Mocht de lieve lezer nu denken, uh… ja, dit wordt me te technisch, te theoretisch, ik leef liever vanuit mijn hart, dan vanuit de denkgeest, vraag je dan even af, wie of wat denkt dit? En hoe voelt die gedachte?
Verdedigend, verontwaardigd, vijandig, overmoedig, oordelend, kortom angstig. En wat zijn al die emoties anders dan gedachten?
En waar komen die gedachten dan vandaan? Uit je lichaam/brein, of misschien toch ergens anders vandaan, maar ben je gewoon te angstig om naar die vage omhoog komende herinnering te willen kijken en blijf je liever in je veilige comfort zone, in dat wat je denkt te kennen, namelijk ik ben wel degelijk mijn lichaam en ik denk met mijn brein, punt.
En wat is dan vanuit je ‘hart’ denken als je dat ziet vanuit de gedachte dat vanuit de denkgeest denken ‘fout’ is?
Als er alleen maar denkgeest is, kan dan vanuit je hart denken iets anders zijn dan denkgeest?
Is vanuit mijn hart denken, denken buiten de denkgeest? Kan dat?
Dat kan alleen als ik de denkgeest zie als een keuze buiten mijzelf, wat automatisch kiezen voor mijn ‘hart’ ook als iets buiten mij zien is. En wat is het dan wat dit denkt? Het lichaam of toch de denkgeest?
Als ik voor het lichaam kies als de denkende bron, ja dan zie ik mijn keuze voor denkgeest en de keuze voor het ‘hart’ als iets buiten mij. Kies ik voor de denkgeest als mijn bron, dan kan het niet anders dan dat ik ga zien dat alles zich in de denkgeest bevindt. En aangezien de denkgeest grenzeloos is, is er geen ‘buiten’ mij.

Welke gedachten ik ook ontdek te hebben, het is nooit fout, zondig of schuldig.
ECIW is geen cursus in wat we al zijn, namelijk denkgeest, want waarom zou ik een cursus volgen in wat ik al ben en ergens ook weet?
ECIW helpt ons terug herinneren in wat we opzettelijk willen vergeten, namelijk dat ik ergens nog steeds ‘weet’ dat ik 100% denkgeest ben, en niet een lichaam in een wereld vol met vormen en situaties.
En hoe leren we dat terug herinneren? Door alles wat we ingezet hebben om te kunnen vergeten, te herkennen, te onderkennen, als een vergissing te zien en te vergeven.
Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ons laat zien dat wat we dachten (bedachten) dat waar was te onderkennen als louter en alleen een gedachte, een bedenksel van de (ego)denkgeest, en daardoor te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat ons uit dat wat we zijn (HG) denkgeest heeft kunnen halen.

ECIW speelt zich dus louter en alleen af op denkgeest niveau, omdat dat is waar het grote vergeten, de vergissing, ‘een nietig dwaas idee’ ontstaat, dat is de bron. De denkgeest is ziek, gestoord, en alleen de denkgeest kan genezen.
Lichamen kunnen niet genezen, want ‘welke lichamen’, de projecties? Dat zijn projecties en dat blijven ze ook, ik ben niet mijn eigen denkgeest projecties, ik ben de bedenker van mijn eigen denkgeest projecties, waaronder dat wat ik mijn lichaam noem.

Trouwens als je tijdens het lezen van deze woorden enige vorm van weerstand voelt, vraag jezelf dan eens af, wat het is dat weerstand voelt. Je lichaam, je hersenen, of misschien je denkgeest? Kijk gewoon naar wat je voelt en kijk of je daar ook oordeelloos gewoon als observeerder naar kunt kijken. En vraag je dan ook af of je wel oordeelloos kán kijken als je dat vanuit lichaams/brein perspectief doe. En wil je wel zien dat het alleen maar een gedachte is dat je een lichaam/brein bent en geen feit in de vorm?
Is het (eerlijke) antwoord ‘nee’, ik ben mijn lichaam/brein en dat wil ik zo houden, dan is ECIW misschien niet het pad voor jou. En dat is geen schande, afgang, mislukking of iets waar je je schuldig over moet voelen, het is gewoon eerlijk kijken en accepteren dat dat is wat je op dit moment wilt. En je gaat gewoon door met je leven op de manier die jij verkiest, want je lijdt namelijk altijd het leven wat je verkiest te lijden. Dit kan je dan ook weer ontkennen als je dat wilt natuurlijk.

Het kan echter ook zo zijn dat je én de Cursus wilt doen én wilt blijven geloven dat je je lichaam/brein bent. Dat is een lastige om te onderkennen, omdat het met een omweg ook een manier is om mijzelf te verdedigen tegen de herinnering denkgeest te zijn en zo toch in het lichaam te blijven. Ik kan mezelf dan heel spiritueel voelen en geloven dat ik heel goed bezig ben, en geloven dat ik echt de Cursus of een ander prachtig spiritueel pad doe, maar ondertussen is het gewoon de egokant van mijn denkgeest die maar één doel heeft, blijven geloven dat ik hoe dan ook een lichaam ben en er alles aan zal doen en alles zal gebruiken om mijzelf maar uit de beurt van de herinnering te houden dat ik denkgeest ben.
ECIW willen doen vanuit het vasthouden aan het geloof toch een lichaam te zijn in een wereld die toch echt bestaat en dus veranderd kan worden is ECIW NIET doen, zoals deze bedoelt is.
En ook dat is niet fout of zondig, maar gewoon een kwestie van eerlijk zijn tegen jezelf.
En eerlijk zijn is oordeelloos kijken naar al mijn gedachten. Al mijn gedachten bevragen is een prima hulpmiddel.

Wat ook behulpzaam is, is kijken naar mijn gedrag, naar wat ik doe in de wereld, wat betreft mijzelf, tov anderen, met ECIW, met wat dan ook en dat zien als de uiterlijke vorm (projectie), van wat er zich in mijn denkgeest afspeelt. Op die manier wordt de wereld en wat ik ervaar een symbool, een spiegel, een reminder om terug te gaan naar de bron, de denkgeest, waar wat ik ervaar begint als gedachte en wordt uit geprojecteerd.
Blijf ik echter alles in de wereld, inclusief mijn lichaam en bijvoorbeeld ECIW letterlijk nemen, dan is het onmogelijk ECIW te doen zoals deze bedoeld is en is het enige wat ik wel doe, de illusies van de egodenkgeest in stand houden. ECIW doen wordt dan alleen maar een enorme worsteling, zonder uitzicht, het is de Cursus doen olv de egodenkgeest kant van de denkgeest, die kost wat kost het geloof een lichaam te zijn in stand wil houden.
En weer, kijk wat je nu denkt en vraag jezelf af, wat denkt dit…?
Ik een lichaam, of ‘ik’ denkgeest? En wees gewoon eerlijk tegen jezelf. Wat het antwoord ook is het laat zien waar je staat, wat je denkt en wat je gelooft en projecteert. En dat is niet zondig, niet fout, dat is wat het is nu op dit moment.

Vecht niet tegen jezelf…
Wat dat betreft is ECIW, ten minste, als je ECIW wel als jouw pad volledig aanvaardt, gewoon heel liefdevol.
Ook al komen we, onvermijdelijk bergen aan weerstand tegen als we ECIW werkelijk willen doen, het is geen weerstand van buiten mij als denkgeest, net zo goed als de Hulp die ik ervaar bij het doen van de Cursus niet van buiten mij als denkgeest komt.
Er is maar één denkgeest waarbinnen zich alles bevindt. Zowel de egodenkgeest, als de Heilige Geest denkgeest én de waarnemende keuzemakende denkgeest. Het is allemaal één denkgeest.
Onderkennen dat dat zo is, opent de weg naar bewustzijn, en bewust-zijn betekent gewoon me bewust zijn van het feit dat ik (denkgeest) de bedenker ben van alles wat ik ervaar en denk te zijn en dus ook kan kiezen wat ik wil denken en wil geloven. Zodoende wordt ik de enige verantwoordelijke voor alles wat ik wil zien, wil bedenken en wil geloven. Dan neem ik ook de verantwoordelijkheid voor al mijn weerstandsgedachten en de daarbij bijbehorende projecties en blijf ik als denkgeest de keuzemakende denkgeest, die alleen maar kan kiezen voor mijzelf, als denkgeest onder leiding van de ego kant van mijn denkgeest, of onder leiding van de HG kant van mijn denkgeest.

Enuh… even van denkgeest tot denkgeest, even onder elkaar… jij bent ik en ik ben jij, dit is een dialoog binnen de ene denkgeest die dankzij zijn bewustwording in staat is een dialoog aan te gaan binnen de ene denkgeest met als doel het onvermijdelijk terug herinneren in wat we werkelijk zijn; (één)denkgeest.
Maar dat is nog niet het eindstadium, of moet ik zeggen het Begin stadium, want uiteindelijk zal het totaal terug herinneren voltooid zijn en is alle ervaren met als enige functie vergeven ook overbodig, omdat het klaar is…

En dat kan alleen zo zijn als alle angstblokkades vergeven zijn, want angst is het enige wat mij in de wereld van de droom houdt en daarom enorm gekoesterd wordt, want alles liever dan de uiteindelijke angst voor Waarheid, voor Eenheid, voor God, voor Liefde onder ogen te moeten zien. En er is heel wat bereidwillig bewustzijn voor nodig al mijn egodenkgeest verdedigingen daar tegen onder ogen te zien en speciaal de in spiritualiteit verpakte verdedigingen zijn lastig te onderkennen. De egodenkgeest is briljant in het spelen van verstoppertje.

En ook is er heel wat bereidwillig bewustzijn voor nodig de krachtige wil om te projecteren onder ogen te zien waardoor de schuld zich buiten mijn denkgeest lijkt te bevinden. Zoals bijvoorbeeld een oordeel te hebben over anderen die de Cursus niet op de juiste manier doen… Welke anderen?
Als er maar één denkgeest is die zich bewust wordt van zichzelf en zijn eenheidsaard, wie is het dan die de Cursus niet wil doen? Iets of iemand buiten mij, de denkgeest? Ja, geef maar zelf antwoord, want ik ben jij en jij bent ik…
En wat is ECIW dan eigenlijk helemaal, een boek, een heilig boek? Welk boek?
Geef maar antwoord en kijk wat ‘klopt’ volgens jou en observeer wat de aard van je antwoord-gedachten zijn. Kijk, observeer en wees bloedeerlijk, want er is maar één denkgeest waarin alles zich afspeelt, tenzij ik dit niet geloof en dat is ook goed.
Ik ben jij en jij bent ik… één denkgeest… of toch één lichaam? Onderzoek zelf wat klopt en wat werkt en vergeef (of niet) wat niet werkt. Aanvaardt de Verzoening wel of niet voor jezelf, in beide gevallen doe je het voor de hele ene denkgeest.
Eén is één en wordt nooit twee.

Voor nu einde dialoog binnen de ene zich van zichzelf bewuste denkgeest…

%d bloggers liken dit: