Hoelang nog…

In Een cursus in wonderen staan 2 fragmenten die mij te binnen schieten als ik alle ellende en ongelooflijk lijden in de wereld ingedikt en uitvergroot weer voorbij zie trekken in het nieuws.
En me er steeds meer van bewust wordt van eveneens het ongelooflijke feit dat al deze ellende en onbeschrijflijk lijden puur en alleen is opgezet om maar afgescheiden te blijven van wat Waar, God, Liefde, Eenheid is.
En door deze keuze voor afscheiding met een soort van goedkeuring bekeken wordt, ook al wordt het ervaren als gruwelijk, maar we blijven kijken of keren ons walgend af, beide nog steeds keuzes voor afscheiding, want zodoende blijft het binnen de zelfgemaakte waarheid, die poogt afgescheiden te raken van wat Waar is, wat vanzelfsprekend onmogelijk is.
En dat deze waarneming bij het grootste deel van de denkgeest alleen nog maar meer angst en woede zal oproepen, omdat het grootste deel van de denkgeest er nog niet aan toe is dit in het bewustzijn toe te laten. En dat het ook geen enkele zin heeft dit te verwachten, te forceren, of te onderwijzen aan diegenen (denkgeest) die er nog niet aan toe zijn.
De delen van de denkgeest die dit wel kunnen en willen toelaten in het bewustzijn zullen dat vanzelf doen, omdat ze eraan toe zijn, en zullen het overal in gaan herkennen, daar zijn geen speciale boeken, cursussen, spiritualiteit, rituelen, goeroes voor nodig.  Het doet er niet toe wat de eraan toe zijnde denkgeest uitspookt, het zal achter elke projectie gezien worden. Niet met de ogen van het lichaam, ook al lijkt dat wel zo, maar met geestelijke ogen.
Ja, deze eraan toe zijnde delen van de denkgeest zien er nog steeds uit als mensen, en ervaren nog als mensen maar zij weten tegelijkertijd ergens dat ze niet die lichamen zijn. Zij weten dat de lichamen projecties zijn van de denkgeest dus zich als het ware in de denkgeest bevinden en niet andersom (denkgeest in een lichaam).
Dit bewust worden van de denkgeest is onvermijdelijk. En des te bewuster de denkgeest wordt des te duidelijker wordt de omvang van het onzinnige, onnodige, gruwelijke lijden welke de denkgeest projecteert ten einde maar in de afscheiding te kunnen blijven geloven.
Gedurende het proces lijkt het lijden dus erger te worden. Dit is niet zo, het was altijd al even erg, maar het lijkt erger omdat de denkgeest zich er meer en meer van bewust wordt waarom dit lijden er lijkt te zijn en hoe waanzinnig die reden is.
De cursus verwoord dit zo:

“Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
10Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:3-13).

De waanzin kan nog maar één functie hebben, die van ware vergeving.
Ware vergeving welke alleen kijkt zonder oordeel en wéét dat er een andere manier moet zijn.
Er zal eerst verantwoordelijkheid moeten worden genomen voor wat er in de denkgeest gebeurt, voor de keuzes die daar genomen worden. Zolang daar nog voor projecteren vanuit het geloof in zonde, schuld en angst wordt gekozen, zal er niets veranderen. Pas als ik verantwoording neem voor mijn eigen keuzes en tot de conclusie kom dit niet meer te willen en eerst voor het wonder van vergeving kies waardoor ik het enige probleem, mijn keuze voor afscheiding onschadelijk maak, kan er werkelijk iets veranderen. En zal ik vervolgens vanzelf vanuit een intuïtief weten, zonder oordeel, aarzeling of verwachting in alle vertrouwen weten wat mij wel of niet te doen staat.

En dan stelt ECIW ons op zijn zo kenmerkende poëtische manier de vraag:

“Hoelang, o Zoon van God, wil je nog doorgaan met het spel van de
zonde? 2Zullen we dit scherpgekante kinderspeelgoed niet eens afdanken?
3Hoe snel ben je bereid naar huis te komen? 4Vandaag misschien? 5Er
is geen zonde. 6De schepping is onveranderd. 7Wil jij je terugkeer naar de
Hemel nog steeds tegenhouden? 8Hoelang nog, o heilige Zoon van God,
hoelang?” (WdII.4.5:1-8).

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: