archiveren

Tagarchief: ECIW

…iedere keer dat “ik” (schijnbaar het lichaam) verdriet (alle soorten verdriet) voel, of spijt, schuld, boosheid, gekwetstheid, of me slachtoffer voel, of wat voor emotie dan ook ervaar dan wordt er eigenlijk bepaald op ego-denkgeest niveau (niet op lichaamsniveau, dus ook niet met de hersenen, want dat bestaat niet, er is alleen denkgeest (mind)) dat er een manier is om groter te zijn, beter te zijn, meer te zijn dan Waarheid, Liefde, oftewel God.
Dus dat wat ervaren wordt en voelt als iets heel negatiefs en pijnlijk is eigenlijk een poging om te triomferen over God.
Het is, als je dit begrijpt eigenlijk pure arrogantie om te bepalen dat “ik” veel meer ben dan God, door het tegenovergestelde van God in te zetten: ego=zonde, schuld, angst, haat, woede enz.
Het gevolg van dit ego besluit is, op ego niveau zelfs de ervaring van trots, door het tonen van nederigheid, opoffering, martelaarschap, enz. dat juist lijkt te zeggen dat “ik” minder ben dan God.

Zie daar weer een voorbeeld van de schizofrene aard van de egodenkgeest.

Beide ego opties; ik ben meer dan God en/of ik ben minder dan God, zijn onjuist.

Er is alleen Één mogelijk, en dat overstijgt sowieso “mogelijk” omdat het niet bestaat, in de zin zoals wat wordt verstaan onder “bestaan” in de “wereld”.

ECIW zegt hierover in WdI.169.5:1-7,6:1-7)

“Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets dat niet hijzelf is. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar.

6.We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, en niet eens denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen is ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus. De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat.”

Een cursus in wonderen gaat over het leren oordeelloos observeren van al mijn gedachtes, en in het bijzonder al mijn gedachtes die ik gebruik als blokkades tegen Liefde. Want zoals ik nu wel weet werd/word “de wereld” gemaakt en gebruikt om een schijnbaar reusachtige ondoordringbare blokkade op te richten tegen Liefde, tegen God, tegen Éénheid, tegen volmaakt non-dualisme.
Dat betekent dat elke gedachte die ik heb zolang ik schijnbaar ervaar een lichaam te zijn dat leeft tussen andere lichamen en dingen en situaties in een schijnbare wereld, ik alleen maar heel druk bezig ben met me af te scheiden van Liefde, God, Éénheid.
Mezelf dubbel voor de gek houdend, door te denken dat ik alleen maar goed wil doen in de wereld en het kwade wil bestrijden, in naam van een zelf gemaakte substituut god.

Niet is minder waar, ik ben hier om het onmogelijke te bewijzen dat ik een autonoom wezen ben dat heel goed zonder God, zonder Liefde in een afgescheiden staat kan leven.
Dat betekent ook dat wat ik als blokkades gebruik tegen God, Liefde, Éénheid het tegenovergestelde daarvan moet zijn.

Één van die blokkades is “wantrouwen”.
Wantrouwen is een blokkade tegen “Vertrouwen”.
Dus achter elke wantrouwende gedachte die ik uitstuur gaat “Vertrouwen” schuil.
Wantrouwen blokkeert Vertrouwen, maar laat het niet werkelijk verdwijnen er staat alleen een schijnbare (gedachte) muur voor, zodat het niet meer wordt gezien en ervaren en zodoende vergeten. Een schijnbaar zeer effectief ego-denksysteem dat als enig (onmogelijk) doel heeft afgescheiden te blijven van Éénheid.
Voordat ik het ga hebben over de blokkade “wantrouwen”, wil ik even laten zien
wat ECIW zegt over Vertrouwen in het Handboek voor leraren:

“I. Vertrouwen

1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?” (H4.I.1:1-7,2:1-4).

Dit ligt dus verborgen achter de blokkade wantrouwen, waardoor wantrouwen niet meer kan worden gezien als een blokkade, maar nu gezien en ervaren wordt als een feit in plaats van een blokkade tegen Vertrouwen.
Wantrouwen is nu de vervanger van Vertrouwen geworden, sterker nog er wordt nu alleen nog vertrouwd in de ego versie van vertrouwen: wantrouwen.

Dit klinkt misschien wat theoretisch, maar “wantrouwen” is toch, mits de bereidheid er is om echt te “kijken” dwars door de blokkerende ego-functie heen, duidelijk te herkennen in mijn dagelijkse gedachtes en bezigheden.

Dit “kijken” gebeurt altijd vanuit de denkgeest (mind dus niet door de ogen), en wel door de waarnemende/keuzemakende denkgeest. Wordt er gekozen voor afscheiding uit éénheid, dan treed automatisch de egodenkgeest in werking welke als taak heeft te verbergen dat er een denkgeest is, waardoor het lijkt dat de oorzaak van alles wat ervaren wordt buiten mij ligt en de “ware” oorzaak, welke de denkgeest is, in het zogenaamde onbewuste verdwijnt.
Heb ik dit echter door en accepteer ik dat er niets buiten mij is waar ik mijn onbewuste schuld op kan projecteren, dan kan ik terug keren naar de bron, de denkgeest en daar opnieuw kiezen, nu voor HG/J denkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest was en is er altijd, het verschil ligt hem in het er onbewust (ego keuze) of me er van bewust (Heilige Geest keuze) zijn.

Zonder het bewustzijn van de mogelijkheid hebben en de verantwoordelijkheid daarvoor te nemen te kunnen kiezen is ontwaken uit de droom, oftewel het terug herinneren in Éénheid onmogelijk.

Er zal dus door de denkgeest die daar aan toe is en bereid is, gekeken moeten worden naar alle blokkerende gedachtes die opgeworpen worden tegen het terug herinneren in Éénheid.

Één van die blokkerende gedachtes kan dus zijn: “wantrouwen”.
Als ik heel eerlijk kijk, dus olv HG/J,  (juist-gerichte-denkgeest) is de gedachte “wantrouwen” een altijd aanwezige gedachte muur.
En aangezien er ook maar één egodenkgeest is (ook al lijken het er miljarden te zijn) en maar één “nietig dwaas idee” van afscheiding, zal ieder schijnbaar afgescheiden fragmentje denkgeest (mensen, dieren, dingen, situaties in zijn geprojecteerde vorm) wantrouwen gebruiken als wapen tegen “Vertrouwen” en in staat zijn het te herkennen.

Als ik eerlijk kijk naar mijn gedachtes is wantrouwen er altijd de hele dag door, ook al lijk ik iemand te vertrouwen er is altijd ook de gedachte dat dat vertrouwen zomaar onverwacht kan omslaan in wantrouwen, doordat die (schijnbaar) andere toch niet te vertrouwen is, zich anders voordoet dan hij/zij leek te zijn, mijn vertrouwen schaad, een eigen agenda heeft, er op uit is mij te kleineren, te misbruiken, de baas te willen spelen, het beter denkt te weten, op eigen winst uit is, mij te min, te dom, te lui, onaardig, te afhankelijk, te dominant vindt, kortom erop uit is mij te vernietigen, en het gevoel geeft voortdurend op mijn hoede te moeten zijn voor het geval iemand een mes in mijn rug zal steken, zodra ik even niet oplet. Dus moet ik wel de hele dag ervoor zorgen dat ik de controle hou door voortdurend op mijn hoede te zijn; nooit met mijn rug naar de deur zitten, niets aan een ander over willen laten, me overal mee te bemoeien enz.

En zolang ik niet (wil) zien dat al deze gedachtes een keuze zijn, en getuigen zijn van en een middel om afgescheiden te willen blijven, en dus niet zijn wat ze lijken te zijn (les 5), zal ik blijven geloven dat al deze blokkerende gedachtes waar zijn en zal ik ze blijven voeden met meer blokkerende variaties, en zullen mijn ervaringen daarvan getuigen in de droom/film van afscheiding.

Kijk ik hier naar olv mijn keuze voor het ego denken dan worden deze gedachtes alleen maar versterkt en tuimel ik steeds dieper in een put van depressie, en dissociate, mijn zelfgemaakte hel.

Besluit ik echter, moe geworden van dat wat niet werkt (de keuze voor ego), te kijken olv HG/J denkgeest dan worden al deze getuigenissen, mits gewild door de denkgeest die eraan toe is, her-gebruikt als sleutels tot het opheffen van deze blokkerende gedachtes, zodat de denkgeest bevrijd zal kunnen worden van zijn blokkades tegen Éénheid, Liefde, God.

Het is dus belangrijk en heel behulpzaam me bewust te worden van mijn gevoelens, want die laten mij zien voor welke “leraar” ik heb gekozen en nodigen dan uit tot opnieuw te kiezen olv welke leraar ik wil denken.

Het is tevens (althans dat lijkt zo) ook heel lastig om naar al die gevoelens van in dit geval wantrouwen te kijken. Het zijn geen mooie plaatjes, het voelt rot, deprimerend. En als ik vervolgens niet door wil hebben dat dit gewoon weer blokkerende gedachtes zijn vanuit de keuze voor ego, zal ik blijven ronddraaien in dit rad van het ego denken.

Totdat ik door krijg (en weer, als de denkgeest eraan toe is) dat het “slechts” gedachtes zijn en de projecties ook niet waar zijn, en er de bereidheid is om er anders naar te kijken. Dan zal ik deze film/droom van afscheiding alleen nog gaan zien als kans om uit de wil tot afscheiding te stappen en me volledig te laten leiden door HG/J denkgeest in het vertrouwen dat ik van niets de bedoeling weet en ik bereid ben elke gedachte alleen nog te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Ik verander niets aan de droom (want dat zou het advies van het ego zijn), want daardoor zou ik mijn vergevingskansen verpesten, ik kijk (olv mijn keuze voor HG/J denkgeest) en vergeef en de effecten daarvan zullen voor zichzelf zorgen en getuigen van mijn keuze.

En zo wordt wantrouwen door ware vergeving omgekeerd terug naar Vertrouwen en zoals ECIW zegt: “Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen” (H4.I.2:1)

Ik ben zeer enthousiast over het vertaalproject waar we op dit moment mee bezig zijn, namelijk het vertalen van een van de meesterwerken van Kenneth Wapnick:
“The Message of A Course in Miracles, Volume One: All Are Called, volume Two: Few Choose To Listen”. In het Nederlands zal het boek de titel krijgen: De boodschap van Een cursus in wonderen, Deel 1:  Allen zijn geroepen, Deel 2: Weinigen verkiezen te luisteren”.
Jan-Willem van Aalst heeft dit boek wat uit twee delen bestaat, prachtig vertaald, daarbij zowel de inhoud van ECIW als de stijl van Kenneth Wapnick volledig respecterend.

Ik kan het niet laten zo vast een klein voorproefje te geven uit het eerste deel, waarin Kenneth Wapnick op briljante niet mis te verstane wijze uitlegt waarin ECIW zich onderscheid van andere spirituele paden, bijvoorbeeld wat betreft het gebruik van “het lichaam”:

“In een belangrijke uitspraak in het Tekstboek, die ik al eerder citeerde, vat Jezus de metafysica van Een cursus in wonderen en zijn houding tegenover de illusoire wereld van fenomenen puntig samen:

‘Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen. (T18.VI.4:7-8)’

Hier zien we de kern van het verschil van Een cursus in wonderen met vrijwel elke andere spiritualiteit die onderwezen wordt, want hij weerspiegelt een puur nondualistische metafysica die desalniettemin het lichaam en de fysieke wereld niet kleineert, wegwuift, of verafgoodt. Zolang wij geloven dat het lichaam en de wereld echt zijn, behandelt Jezus deze in zijn onderricht in de Cursus alsof ze echt waren; in werkboekles 184 vinden we een prachtig voorbeeld van dit lesprincipe:

‘Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden. Wat je dus nodig hebt, zijn elke dag tussenpozen waarin het leren-in-de-wereld een voorbijgaande fase wordt, een gevangenis van waaruit je het zonlicht ingaat en de duisternis vergeet. Hier begrijp jij het Woord, de Naam die God jou gegeven heeft, de ene Identiteit die alle dingen gemeen hebben, de ene erkenning van wat waar is. En stap dan terug in de duisternis, niet omdat je meent dat die werkelijkheid is, maar alleen om de onwerkelijkheid ervan te verkondigen in termen die nog steeds betekenis hebben in de wereld die door duisternis wordt beheerst. Gebruik alle onbeduidende namen en symbolen die de wereld van de duisternis kenschetsen. Maar aanvaard ze niet als jouw werkelijkheid. De Heilige Geest gebruikt ze allemaal, maar Hij vergeet niet dat de Schepping één Naam heeft, één betekenis en één enkele Bron, die alle dingen in Zichzelf verenigt. Gebruik alle namen die de wereld aan ze geeft slechts voor het gemak, maar vergeet niet dat ze met jou de Naam van God delen. (WdI.184.9-11)’

Indien correct begrepen, maakt de centrale boodschap van vergeving van Een cursus in wonderen niet de fout tot werkelijkheid om in de realiteit van de wereld van fenomenen te geloven, een geloof dat zeker versterkt zou worden door haat voor het lichaam, wat slechts de onbewuste behoefte en investering van het ego versterkt om toch tenminste iets van geloof in de realiteit van de materiële wereld en het lichaam te behouden. Op het metafysische niveau (niveau I) is er helemaal niemand om te vergeven. Echter, op het niveau van onze ervaringen (niveau II) lijkt onze geprojecteerde innerlijke schuld aanwezig te zijn in een ander. Dus is het met die ervaring van de aanval op anderen dat we met het proces van vergeving zouden moeten beginnen.”

Verwacht wordt dat dit prachtige boek ergens in het eerste kwartaal van 2019 uit zal komen bij Inner Peace Publications.
Ik houd jullie op de hoogte.

OMS_BOODSCHAP_EEN_CURSUS_IN_WONDEREN_layout_v5.indd

Het enige zinnige besluit wat genomen kan worden binnen een onmogelijke nietig dwaas idee van een onmogelijke droom van afscheiding is het willen leren herkennen van de keuze voor egodenken en daarmee te stoppen, terug te gaan naar de enige bron, de denkgeest, en dan opnieuw te kiezen. Niet voor een betere droomvorm/projectie deze keer, maar voor de andere bron in de denkgeest die van de juist gerichte denkgeest, in ECIW symbolisch weergegeven als Jezus/Heilige Geest. En dat is het enige wat gedaan hoeft te worden, en er dan op leren vertrouwen dat de effecten hiervan (nog steeds in de droom, dus droom effecten/projecties) automatisch zullen volgen:

“Je gelooft misschien dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet, maar niet voor wat je denkt. De waarheid is dat je verantwoordelijk bent voor wat je denkt, omdat je alleen op dat niveau keuzen kunt maken. Wat je doet komt voort uit wat je denkt. Je kunt jezelf niet onttrekken aan de waarheid door autonomie te ‘verlenen’ aan gedrag. Dat komt automatisch onder mijn beheer zodra je wat je denkt onder mijn leiding plaatst. Iedere keer dat je bang bent is dat een duidelijk teken dat jij je denkgeest hebt veroorloofd te miscreëren en mij niet hebt toegestaan die te leiden.

3.Het is zinloos te geloven dat genezing kan ontstaan door de gevolgen van verkeerd denken onder controle te houden. Wanneer je bang bent, heb je verkeerd gekozen. Dat is de reden waarom jij je er verantwoordelijk voor voelt. Je moet je denken veranderen, niet je gedrag, en dat is een kwestie van bereidwilligheid. Je hebt geen leiding nodig, behalve op het niveau van je denkgeest. Correctie hoort alleen thuis op het niveau waar verandering mogelijk is. Verandering heeft geen enkele betekenis op het niveau van de symptomen, waar ze niet werkzaam kan zijn

4.Het corrigeren van angst is jouw verantwoordelijkheid. Wanneer jij vraagt om bevrijding van angst, suggereer je dat dit niet zo is. Je zou in plaats daarvan hulp moeten vragen in de omstandigheden die de angst hebben teweeggebracht. Deze omstandigheden hebben altijd te maken met de wens afgescheiden te zijn. Op dat niveau kun jij er iets aan doen. Je bent veel te tolerant tegenover het afdwalen van je denkgeest en je vergoelijkt stilzwijgend de miscreaties ervan. Het specifieke resultaat [in de vorm, de projectie] doet er niet toe, maar de fundamentele vergissing [de keuze voor afscheiding] wél. De correctie is steeds dezelfde. Vraag mij, voor je iets besluit te doen, of jouw keuze in overeenstemming is met die van mij. Als je zeker weet dat dit zo is, zal er geen angst zijn” (T2.VI.2:5-10,3:1-7,4:1-10).

ECIW ontmoet mij waar ik denk en geloof te zijn. En wat ik denk en geloof is dat ik een lichaam ben wat in een wereld leeft samen met miljoenen andere lichamen (mensen, dieren, dingen en situaties).
Nu is mijn geloof in de werkelijkheid van een “ik” als lichaam in een wereld enorm aan het wankelen geraakt. Kennelijk is er een ontwaken uit de droom van het werkelijk maken van wat ik denk en geloof aan de gang. Kennelijk zit er toch een grens aan het werkelijk kunnen en willen maken van deze droom en is ontwaken uit die droom onvermijdelijk.

ECIW is een denksysteem dat gebruikt wat ik snap, dat wat ik ken, dat waar ik mijn schijnbare veiligheid uit haal, dus waar ik denk en geloof te zijn. Dat waar ik denk en geloof te zijn wordt her-gebruikt, niet meer met als doel in de droom te blijven, maar om eruit te ontwaken. En de sleutel die ECIW hierbij gebruikt is Ware Vergeving (zie vorig blog).
De droom wordt niet ontkend, of afgewezen, aangepast, verandert, de droom wordt her-gebruikt. In plaats van de droom werkelijk te maken wordt dit alles vergeven. (Zie: Wat is vergeving (WdII.1 blz.404))

Natuurlijk doet het egodenksysteem nog steeds mee, er is immers maar één denkgeest waarin zich een schijnbare splitsing heeft voorgedaan, dat een droom (het nietig dwaas idee) heeft bedacht en houdt dat, omdat het zo is geprogrammeerd, automatisch in stand. Het heeft dan ook geen zin dit egodenksysteem te ontkennen, te verbergen of het mooier of slechter te maken.
Het is en blijft een denksysteem wat zich wil afscheiden van Waarheid, van God, van Liefde. Omdat de schijn te geven van dat dat mogelijk is moet het wel precies het tegenovergesteld zijn van God, van Éenheid, van Liefde. En dus kan het niet anders dan een denksysteem zijn van angst, haat, En die angst en haat moet wel enorm sterk en overweldigend zijn om het op te nemen tegen God, tegen Éénheid.
Ondertussen is er niets aan de hand en is er niets gebeurt, dan alleen in een angstige droom waarin het onmogelijke (afgescheiden raken van God, Liefde, Éénheid) mogelijk lijkt te zijn geworden.

Het egodenksysteem zal zich onmiddelijk aanpassen aan deze nieuwe gedachtes en op zijn eigen wijze hierop reageren. Het doet dit door schijnbaar mee te gaan met deze nieuwe (afscheidings)gedachtes. Zo zal het zogenaamd enorm gaan ageren tegen “het ego” en dat totaal afwijzen en er zogenaamde spirituele gedachtes voor in de plaats gaan zetten. Het zal bijvoorbeeld adviseren me uit de wereld terug te trekken, me te dissociëren van het lichaam, de wereld af te wijzen, al mijn woede en haat te richten op mijzelf en de wereld en me schuldig te laten voelen over alles wat ik denk en doe.
Het zal me eenzaam te midden van al die afgedwaalde “schuldige”, “kwaadaardige” lichamen laten voelen. En het zal vooral verbergen dat dit mij (“lichaam”) wordt aangedaan en verbergen dat het slechts een keuze is voor een denksysteem, een denksysteem van afscheiding, niet meer en niet minder dan dat.

En het egodenksysteem zal bijvoorbeeld adviseren vooral diep te verzinken in meditatie, me af te zonderen, me aan te sluiten bij groepen met bijbehorende goeroes, wel of niet wat dan ook te eten, of aan te trekken, eindeloos teksten als “ik ben niet een lichaam” als mantra te herhalen enz.
En ook zal het ego op dit alles reageren met goed of afkeuring, het zal hoe dan ook oordelen, positief of negatief. Het kenmerk is hoe dan ook dat het vormgericht is en dat wederom “vergeten” wordt dat ook dit egodenksysteem slechts een denksysteem is en niet een vormsysteem.
Het ego heeft als doel te doen laten vergeten dat er alleen denkgeest (mind) is en dat dat de bron is van alles wat gedacht, gezien en ervaren wordt en dat er geen andere bron is dan dat.
Dit lezen alleen al kan enorme weerstand oproepen, weet dan dat het niets te maken heeft met wat gelezen wordt, maar met de keuze voor het willen denken vanuit ego, de keuze voor het in stand houden van de afscheiding.

Wat wel werkt om dit denksysteem te doorbreken is hiernaar kijken, oordeelloos, er niets aan te veranderen, het terug te nemen in de denkgeest en het te vergeven.
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat…” (WdII.1.5:1)
En wees er alert op dat het ego in elke gedachte gewoon mee doet, het egodenken zal denken “oh, ik hoef niets te doen” en dit denkt het omdat het de opdracht heeft te verbergen dat er geen “ik” lichaam is dat dingen moet doen, maar dat er alleen denkgeest is die afscheidingsgedachten heeft en deze projecteerd.
Kijk er gewoon naar en vergeef het.
Wat dan gebeurt is dat er automatisch gekozen wordt, doordat eerst het egodenken onder ogen is gezien en vergeven, voor het andere denksysteem, het denksysteem van HG, dat Éénheid, Liefde, God, vertegenwoordigt.

Dat HG denksysteem is dus niet een keuze voor het actief veranderen van het egodenksysteem in een beter spiritueel systeem, want dat zou weer gewoon de keuze voor ego zijn.
De keuze voor HG is een keuze op zich, de rest zal automatisch volgen, maar nu vanuit het HG denksysteem in plaats vanuit het egodenksysteem.

 

Het viel me al eerder op dat wat vaak “tussen haakje” , zo even “tussen neus en lippen door”  wordt gezegd en of geschreven, heel vaak een enorme eyeopener voor mij is. Ik zou ook kunnen zeggen wat tussen de regels door wordt gezegd. Zo kwam ik in een V&A de volgende tussen – zin tegen (door mij in vet weergegeven):

” Wanneer de Cursus nieuw voor ons is – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – denken de meesten van ons dat we anderen proberen te vergeven voor wat ze hebben gedaan, en onszelf omdat we in de val gelopen zijn die zij voor ons hebben gezet.” (V&A #1019 op de V&A website eciw.nl: https://www.eciw.nl/index.php/nl/)

Dat is voor de ongeduldige (Ongeduld komt altijd van egodenkgeest) een kans om weerstand in te zetten tegen de bewustwording van de denkgeest dat er altijd een keuze wordt gemaakt, dus voor ego (de keuze voor afscheiding) of voor Heilige Geest (de keuze voor terug herinneren in God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je het onnoembare ook maar wil noemen). Dat er een keuze mogelijkheid is zal door het ego altijd verborgen worden gehouden, want dat is zijn door mij geprogrammeerde taak en dus kan het niet anders dan dat.

En in verreweg de meeste gevallen is het bewust worden en het willen aanvaarden van het feit dat er altijd een keuze wordt gemaakt (tussen ego en HG) een langdurig proces.
Een langdurig vaak levenslang proces, waarbij de weerstand van de denkgeest laagje voor laagje afgepeld wordt op een schijnbaar heel persoonlijke wijze. Dit gebeurt niet doordat ” ik”  iets wel of niet moet doen vanuit gedragsperspectief, maar puur vanuit de keuze die gemaakt wordt voor egodenkgeest of voor HG denkgeest. (Ook wel de onjuist-  (ego) of juist- (HG) gerichte denkgeest genoemd.)
Dus die opmerking tussen neus en lippen door,  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – is op het eerste gezicht misschien teleurstellend en demotiverend (=gedacht vanuit het egodenken die zogenaamd of zo snel mogelijk wil ontwaken, of de andere zijde van de egomedaille; het zo lang mogelijk uit wil stellen), maar ook wel rustgevend in het bewustzijn dat alleen gekozen hoeft te worden of ik de rest van mijn bewuste denkgeest leven(s) onder leiding van het ego of onder leiding van Heilige Geest wilt zetten.
Dat is namelijk de enige keuze die we als denkgeest steeds maar weer maken, eerst volledig onbewust, maar als eenmaal (her)ontdekt is dat er een keuze te maken is op denkgeest niveau, en alleen daar, want er is niets anders dan denkgeest, dan is er de uitnodiging steeds maar weer opnieuw een bewuste keuze te maken, vanuit wat de (bewuste) keuzemakende denkgeest genoemd kan worden.

Als ” ik”  (denkgeest) mij laat leiden door de keuze voor HG denkgeest zal ik op een heel (schijnbaar) persoonlijke wijze door alle weerstanden ten gevolgen van de keuze voor het ego, heen geleid worden. Het zal dan nooit als te veel of te weinig worden ervaren, maar precies als waar de denkgeest op dat moment aan toe is.
En hoe sterker het vertrouwen in deze leiding wordt des te makkelijker zal het verlopen en hoef ik me niet meer bezig te houden met egogedachtes als: hoelang duurt het nou nog, waarom gaat het zo langzaam, ik ben er helemaal klaar mee, volgens mij ben ik nu verlicht, ik ben veel verder dan anderen, alleen ik bewandel het juiste pad, ik maak er een puinhoop van, Jezus en de Heilige Geest luisteren niet naar mij, ik ben zo slecht dat ik verloren ben, hij/zij is wel verlicht/ontwaakt, maar ik niet, ik wordt zo deprie van mijn ontwaakproces, ik voel me zoooooo hysterisch gelukkig, ik doe iets niet goed, ik moet eerst door de donkere nachten van mijn ziel, ik wil nu wel eens een leuk leven, het wordt tijd voor een ander (beter) pad, ik moet me in het zweet werken om dit te volbrengen, ik moet streng zijn voor mezelf, oh, lekker ik kan de hele dag in mn bed blijven liggen, want ” ik hoef niets te doen”, ik haat goeroes, ik ben dol op goeroe’s, en de mijne is de beste, spirituele paden, boeken, bijeenkomsten, leraren zijn heilig, ik stop met dit pad. Allemaal stuk voor stuk gedachtes (best wel interessant en komisch en verhelderend om dit lijstje voor jezelf te maken) die duidelijk te herkennen zijn als de keuze voor het egodenken+identificatie met de projecties (lichamen, dingen en situaties). Gedachten die niet gaan over waar ze lijken over te gaan, (WdI.5), ze zijn dus niet fout of goed, maar gaan alleen maar over de wens om afgescheiden te blijven van Waarheid, Eenheid, God, Liefde. En ook duidelijk te herkennen als gedachtes+projecties die voortkomen uit de onheilige drie-eenheid van het ego: zonde, schuld en angst, met als enig doel in de afscheiding blijven.

Dus die opmerking:  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – gaf en geeft mij (nadat ik er eerst heel hartelijk om moest lachen) een heel opgelucht en bevrijdend gevoel van; zo, daar hoef ik me niet meer druk om te maken, want ik kan onmogelijk weten hoe “mijn” pad verloopt, omdat ik simpelweg geen all-over overzicht kan hebben over al die duizenden opgeworpen verdedigingslagen van ” mijn”  egodenkgeest. Ik kan ze echter wel leren zien en terug (ver)geven aan de denkgeest, daar waar ze worden gemaakt en opnieuw de keuze maken, en ze nu bewust onder leiding zetten van de Heilige Geest (en of Jezus, beide symbolen voor oordeelloosheid), meer valt er niet te doen. Alles wat daar uit mag volgen zal hoe dan ook behulpzaam zijn, hoe het er ook uit mag zien.
En daar staat in ECIW ook wat over wat ik hier even zal plakken:

” 5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.5:1-9).

 

Kan ik iemand kennen?
Nee, dat wat ik in een iemand anders of in iets anders zie, gaat over wat ik (nog) niet in mijzelf, hoe ik over mijzelf denk, wil zien. Dus in het beste geval kan ik mezelf daardoor leren kennen, althans zoals ik mezelf hebt gemaakt (geprojecteerd), opgezet als schijnbaar”ikje” als verdediging en afscheiding van het Zelf. Het non-dualistische Zelf waar ik (met opzet) niet meer bij lijk te kunnen komen, omdát ik uit angst en schuld niet mag (wil) zien dat ik deze wereld en alles en iedereen daarin, met opzet heb opgezet om vooral afgescheiden te kunnen blijven lijken van Eénheid die onveranderlijk is en waarvan afscheiden onmogelijk is.
Dus de wereld is één grote truc, een grote uitputtende droom (zeg maar gerust nachtmerrie) met maar één doel: afscheiding van Eén. Een onmogelijke opgave die nooit werkelijk zal kunnen lukken (God zij dank).

De oplossing?
Dit hele krankzinnige onmogelijke denk/geloof systeem doorzien, precies zoals het zich lijkt voor te doen, dus terwijl het ervaren wordt (dus niet door er mij aan te onttrekken, hoewel als ik dat mezelf zie doen het ook weer vergevingsmateriaal/-kans is) en het vergeven. Hetzelfde droommateriaal wordt niet verandert, maar anders gebruikt, niet meer als afscheidingsmateriaal, maar als vergevingsmateriaal-kans.
Dat is de betekenis van er anders naar kijken onder leiding van de juist gerichte (HG) denkgeest, in plaats van onder leiding van de onjuist gerichte (ego) denkgeest.
Dus jazeker ik heb “de ander”, of het “iets anders” (en de projectie die ik van mijzelf heb gemaakt) nodig om al mijn “speciale” verdedigingsgedachte tegen Waarheid aan het licht te brengen, zodat ze kunnen worden vergeven, volgens het principe van “ware vergeving”. Die functie kan ik geven aan elke ontmoeting, dat is tevens de enige keuzevrijheid die er is.
Zie (lees) WdII.1. Wat is vergeving?  (blz. 404 Werkboek)
Dáár gaat ECIW over.

Image may contain: 1 person, smiling, text

%d bloggers liken dit: