archiveren

Tagarchief: ECIW

Als alles, als elke gedachte in één keer ontstond, als één big bang, en net als een bliksemschicht ook weer in dat zelfde moment verdween en er in feite “niets” gebeurt is, wat/wie is de “ik” dan…
Daar gaat geen filosoof, geen wetenschapper, geen dromer uitkomen, want dat is niet te bevatten en volkomen abstract voor de denkgeest die “het nietig dwaas idee” opzettelijk serieus nam/neemt.
Net zo goed als de letters en woorden die nu ontstaan het niet kunnen bevatten laat staan uitleggen.
Want hoe kan dat wat nooit heeft plaatsgevonden worden uitgelegd binnen het geloven dat er wél iets heeft plaatsgevonden, en tegelijkertijd verborgen moet blijven?

ECIW appeleert aan de herinnering dat er in werkelijkheid niets gebeurt is, op een manier dat het geloof in dat er wel iets gebeurt lijkt te zijn en toch niet gebeurt kán zijn een beetje begrijpelijker wordt door ons dáár aan te spreken waar we denken en geloven te zijn; in een wereld, in een lichaam en door middel van woorden.
Maar woorden blijven dubbel verwijderd van de werkelijkheid.
Hier een korte tekst over de betekenis van woorden in ECIW:

“1.Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. 2De motiverende factor is gebed, of vragen. 3Waar je om vraagt, dat ontvang je. 4Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die je bij het bidden gebruikt. 5Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. 6Het is van geen belang. 7God verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. 8Woorden kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te houden of op zijn minst te beheersen. 9Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. 10Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.

2.Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. 2Zelfs wanneer ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient ertoe zeer concreet te zijn. 3Als er geen specifieke verwijzing in de denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces niet helpen. 4Het gebed van het hart vraagt niet echt om concrete zaken. 5Het vraagt altijd om enigerlei ervaring, waarbij de specifieke zaken waar om gevraagd wordt de dragers zijn van de ervaring die naar de mening van de vrager wordt verlangd. 6De woorden zijn dus symbolen voor de zaken waarom wordt gevraagd, maar de zaken zelf staan slechts voor de ervaringen waarop wordt gehoopt” (H21.1,2).

Woorden gebruikt als symbolen om dat wat nooit gebeurt kán zijn, de herinnering aan dat wat IS terug te brengen in de herinnering, waar het Weten nooit uit is verdwenen.
En als krachtig middel hierbij biedt ECIW het begrip “ware vergeving” aan om in te zetten als antwoord op het geloof dat afscheiding van Één, van God, van Liefde wel heeft kunnen plaatsvinden en dat “de wereld, en het lichaam” daar de getuigen van zijn.

ECIW zegt over ware vergeving:

“4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4,5).

Opvallend is, maar ook logisch want het ego denksysteem mechanisme doet aan elke gedachte mee, dat vaak bij 5. “Doe daarom niets” alleen dát wordt gelezen en het ego meteen met verdedigingsgedachten komt zoals “maar moet ik dan maar niets doen, en met mn armen over elkaar toekijken!”. En de rest van de zin, waar juist het antwoord hierop niet wordt gelezen, namelijk “laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is…”.
Dat betekent dat als ik dat waarvan ik denk dat het gebeurt is “(ver)geef” aan Heilige Geest, wat symbool staat voor de nog steeds aanwezige herinnering aan de werkelijkheid, God, Liefde, vanzelf duidelijk zal zijn wat er eventueel mag gebeuren.
En aangezien kijken vanuit ware vergeving een oordeelloos kijken is vanuit HG denkgeest, zal er ook geen oordeel zijn over wat er lijkt te moeten gebeuren. Dat dit als “lastig” ervaren wordt begrijpt Jezus en zegt er dit over in het Handboek voor leraren:

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.4:7,5).

Op deze manier wordt dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, maar wat wel geloofd en geprojecteerd en dus schijnbaar ervaren wordt, her-gebruikt via symboliek en woorden, zodat het mogelijk wordt dat de zichzelf misleidende denkgeest welke in zonde, schuld en angst gelooft, terugkeert in waar deze nooit uit is weggeweest.

Het mooie van vakantie, oftewel ergens anders zijn dan in mijn vertrouwde omgeving, naast dat het gewoon lekker is even ergens anders te zijn, is dat ik al mijn ego gedachtes scherper naar voren zag komen.
En dat is erg behulpzaam bij een pad als ECIW waarbij ik leer om vooral observator te worden van mijn eigen gedachtes die ik voordurend heb door de nacht en de dag heen, en die verborgen liggen achter alles wat ik lijk te doen. Oftewel de gedachtes achter de projecties lijken scherper naar voren te komen als ik uit m’n dagelijkse denkgeest gewoonte patronen stap.
Voorbeelden daarvan ga ik misschien als ik daar aan toe ben nog opschrijven op een ander moment.
Wat me dus daardoor door de gedachte ging was, dat een verandering van het dagelijkse denkgeest-projektie-patroon behulpzaam kan zijn in het scherper naar voren brengen van ego gedachtes, oftewel afscheidingsgedachtes vanuit zonde, schuld en angst. En vooral belangrijk, zo kwam ik tot de conclusie, je hoeft daarvoor niet naar een speciaal daarvoor bedoelde workshop of retraite of wat dan ook te gaan. Nee, het simpele even uit je dagelijks bekende gedachte-projektie-pakket stappen is voldoende. En ja dat kan dus ook als je daarvoor naar een speciaal daarvoor bedoelde workshop gaat, maar dat hoeft dus niet. Het is niet fout of goed, het hoeft simpel gezegd niet.

Het observeren gaat over het observeren van mijn gedachtes en dan vooral het leren zien wanneer ik voor ego, dus voor afscheidingsgedachtes kiest, dáár gaat het om, en wáár dat zich afspeelt doet er niet toe. Het gaat om de bereidheid te leren kijken naar elke gedachte die langskomt, zonder oordeel, terwijl ik m’n dagelijkse leven lijk te leiden, waar dan ook.
En het maakt dus in principe niet uit “waar” ik dat doe, want uiteindelijk ben ik alleen maar in de denkgeest en helemaal niet in een lichaam of in een wereld. Maar aangezien de zogenaamde “plek” waar ik lijk te zijn mijn projecties vanuit het geloof in zonde, schuld en angst laat zien, kan een verandering van “plaats” deze afscheidingsgedachtes duidelijker naar voren brengen.
En dat is wat er gebeurde, gedachtes waarvan ik nu duidelijk kon zien dat ze vanuit zonde, schuld en angst kwamen doordat de projecties “nieuw” leken doemde op. Maar omdat de denkgeest in middels vrij goed getraind is in “kijken” met HG/J zonder oordeel kon ik ze zien voor wat ze waren en ze als vergevingsmateriaal laten her-gebruiken door de keuze voor er naar te kijken vanuit HG/J denkgeest in plaats vanuit ego denkgeest.
Met als gevolg dat ik dezelfde situaties die mij voorheen (vroeger) enorme angst aanjoegen nu gewoon rustig vanuit de observerende denkgeest kon bekijken terwijl ze zich als het ware op het toneel “gewoon” afspeelde. En dat was echt wonderlijk, in de zin van dat een wonder volgens ECIW een verschuiving is in de denkgeest van angst naar Liefde. En dat is wat er gebeurde.

En nogmaals hiervoor hoefde ik niet een speciale zogenaamde spirituele reis te boeken om dat te ervaren, het kan overal, het is overal, want er is alleen denkgeest en dat is wat ik ben en daar speelt alles zich af, en niet in een of andere vorm zoals een spirtuele reis, of een reisje naar Long Island NY naar zoon en schoondochter, of waar dan ook, alles is behulpzaam of voor ego of voor HG/J doeleinden, aan mij is de keuze het “doel” te bepalen, elke dag/nacht, elke seconde, waar ik me ook lijk te bevinden.

Ziek zijn is de goed verborgen wens van de denkgeest om afgescheiden te zijn en te blijven van God, Liefde, Éenheid.
En die wens wordt door de denkgeest geprojecteerd zogenaamd, schijnbaar buiten de denkgeest. Nu lijkt er een projectie te zien te zijn die ziek lijkt en lijdt.
Maar aangezien er in werkelijkheid geen “buiten de denkgeest” bestaat en het alleen “een nietig dwaas idee is”, een gedachte dus, en geen feit, en het een ongelooflijk geforceerde gedachte is, sterker nog een onmogelijke gedachte die toch mogelijk lijkt, kan het niet anders zijn dat zo’n gedachte-projectie pijnlijk moet zijn.
Vandaar dat alles wat wij in onze afscheidingsgedachte gelovende denkgeest als pijn ervaren, van een klein ongemakje tot niet te verdragen pijn, een poging tot afscheiding van Liefde, van God, van Éénheid moet zijn. Het onmogelijke (afscheiding) toch als mogelijkheid willen zien kan niet anders dan het tegenovergestelde van Liefde laten zien: pijn en lijden in alle gradaties die we kunnen bedenken.

Als alles alleen maar uit denkgeest kan komen, kan er niets ontstaan vanuit wat wij zien als lichamen, dingen en situaties. Wat wij “zien” zijn projecties vanuit de denkgeest, dat kan niet anders. Dus als we genezen van een ziekte, of niet genezen van een ziekte, komt dat niet door medicatie, of wat voor behandeling dan ook, maar door een besluit van de denkgeest, die dat besluit. En dat besluit is niet welke pillen, welke behandeling, of niet behandeling, of geen pillen, of wat voor vorm dan ook, maar het besluit (dat verborgen moet blijven) van de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest om voor ego (voor afscheiding) of voor HG/J (voor terug herinneren in Liefde) te kiezen.
Aangezien deze besluitvormende gedachte verborgen blijft denken we dat genezing of niet genezing door het wel of niet nemen van medicatie of wat dan ook komt.
Er is geen keuze mogelijk los van de denkgeest.
Dat betekent dat wat wij de hele dag aan het “doen” lijken te zijn geen keuzes zijn op het niveau van de vorm (ook al lijkt dat zo te zijn, sterker nog daar zijn we 100% van overtuigd, dat moet eerst erkend worden), maar altijd onveranderlijk keuzes zijn op denkgeest niveau ALTIJD.

Is de ervaring nu sterke weerstand, (een kwestie van eerlijk kijken) dan is dat afkomstig van de keuze voor egodenkgeest, die niet in weerstand is van wegen wat gelezen wordt, maar voor weerstand kiest om maar in het idee van afscheiding te blijven geloven, uit pure angst voor God, Liefde, Éénheid.

Denk maar aan les 5 “Ik voel nooit onvrede [weerstand, pijn, ongemak, boosheid, speciale liefde enz. enz.] om de reden die ik denk”.

In de mogelijkheid geloven dat afscheiding van God, Liefde Éénheid mogelijk is, is het enige, ENIGE doel van het willen blijven geloven in egodenkgeest.
En als extra beveiliging wordt “vergeten” dat er alleen denkgeest is. Blijft over het zien en ervaren van alleen de projecties, schijnbaar zonder hun bron de denkgeest.
De denkgeest wordt dus een blinde vlek.

Gelukkig valt het hele egodenkgeest idee onder het onmogelijke en wordt alleen met veel moeite in stand gehouden door het geloof erin en in het geloof dat de projecties die we schijnbaar zien en ervaren waar zijn. De pijn het lijden, emoties of welk gevoel dan ook dat lichaamsgerelateerd is, dient als extra “beveiliging” om “het nietig dwaas idee” in stand te houden.

Maar er komt onvermijdelijk een moment dat dit onmogelijke geloof niet meer vol te houden is door de denkgeest en er “gaten” vallen in het schijnbaar goed dichtgetimmerde egodenksysteem.
En dan kan het proces van terug herinneren beginnen, stap voor stap.
Het proces bestaat grof gezegd uit alle egogedachtes, die in eerste instantie als doel hebben het geloof in afscheiding in stand te houden, te (ver)geven aan HG/J, het juist gerichte deel van de denkgeest, waar nog steeds de herinnering aan God, Liefde, Éénheid “huist”, waardoor hetzelfde in eerste instantie egodenkgeest-materiaal de functie krijgt van terug herinneren (HG functie) in plaats van vergeten (ego functie).
Daarvoor moet wel al dat egomateriaal wat in elke gedachte zit herkend, erkend en onder ogen worden gezien. Dat is een leerproces, een lang stap voor stap leerproces.
En de enige reden dat het “lang” duurt is dat onze eigen weerstand, die van de egodenkgeest dus, enorm is. Het leren kijken naar die enorme weerstand, die komt vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, omdat we onbewust geloven dat we het voor elkaar gekregen hebben om ons echt af te scheiden van God, Liefde Éénheid, het leren kijken naar dit alles gaat niet werken als we er opnieuw vanuit de keuze voor egodenkgeest naar kijken. Wat we dan zien is dat we zonde, schuld en angst echt maken en daar door boetedoening, lijden, offeren, onderhandelen (zie elke religie) van proberen verlost te worden in de hoop dat God ons dan terugneemt of alsnog naar de hel stuurt als het niet genoeg blijkt wat we opgeofferd en geleden hebben.

Het leren kijken naar weerstand met als doel terug herinneren in God, Liefde Éénheid kan alleen werken olv dat gedeelte van de denkgeest waar de herinnering daaraan huist en dat noemen we symbolisch Heilige Geest met als bekendste manifestatie hiervan het symbool “Jezus”.
Dit is behulpzaam omdat het nodig is dat we aangesproken worden op het niveau waar we denken en geloven te zijn: in een wereld, in een lichaam, in situaties.

Vandaar dat ECIW 100% alleen maar praktisch genoemd kan worden, want het werkt met ons op het niveau van dat we kennen en denken te snappen. Vandaar dat ECIW zegt dat de Heilige Geest alles kan gebruiken. Alles wat ik denk, geloof en ervaar geef ik aan ego of aan HG, meer keuzes zijn er niet.
Dus als ik ziek denk en geloof te zijn, dan ga ik dat niet ontkennen of nog erger mezelf op de kop geven omdat ik zou moeten weten dat het lichaam niet ziek kan zijn en als ik dat wel zo ervaar ik dat over mezelf heb afgeroepen.
Het is ook niet “fout” als ik dat wel denk/doe, de vraag is alleen wat is het doel; afscheiding (ego) of terug herinneren (HG/J).
Ik hoef mijn gedrag niet te veranderen, maar alleen bewust te worden van onder leiding van wat/wie (ego of HG) ik er naar wil kijken.
De keuze voor het egodenken hoeft ook niet ontkend te worden of er bijvoorbeeld iets spiritueels van te maken door bijvoorbeeld te zeggen dat de Heilige Geest mij verteld heeft dit of dat te doen, dat is gewoon weer opnieuw kiezen voor egodenkgeest.
HG denkgeest en of Jezus geven nooit advies op vorm niveau. Het advies wat eventueel gehoord wordt is opnieuw zoals ik al eerder schreef, een keuze voor ego of voor HG.
Dus niet voor rechts of linksaf, maar voor ego of HG, voor afscheiding of voor terug herinneren.
MEER VALT ER NIET TE KIEZEN.

Dus als ik denk, ok ik weet zeker dat ik hier rechtsaf moet, dan zit daar niet de keuze voor rechtsaf gaan achter, maar EERST een denkgeest keuze voor ego (afscheiding) of voor HG (terug herinneren).
En dat kan er in beide gevallen uitzien als een projectie die “rechtsaf” gaat, maar de ervaring van die keuze, zal verschillen.
En dat nuance verschil leren zien en ervaren is het proces, waardoor we bewust leren kiezen.
En zoals we ongetwijfeld zullen merken naarmate we eerlijker durven kijken, komen we enorm veel weerstand tegen. Dat is niet goed of fout, dat is precies wat het ego “moet” doen, want zo is het geprogrammeerd. Als we dat zien hoeven we er ook niet meer zo bang voor te zijn. Dan is het een mechanisme wat doet wat het doet.

Uiteindelijk zal blijken, na veel, heel veel oefenen met elke gedachte/ervaring, eerst met een paar gedachtes die opvallen, maar uiteindelijk zichtbaar in elke gedachte, die elke seconde van de dag en nacht langskomen, dat de enige werkelijke bewuste keuze die kan worden gemaakt op denkgeest niveau ligt en wel voor ego of voor Heilige Geest.
De wijze waarop de projectie vervolgens op de door ons bekende wijze ervaren wordt zal getuigen van deze keuze. Dus niet de projectie zelf, maar de wijze waarop de projectie ervaren wordt.

Dus uiteindelijk is er geen lichaam dat ziek is of niet ziek is, maar de denkgeest die ziek is of niet ziek is, wat er geprojecteerd, als projectie uit ziet als een wel of niet ziek lichaam.
En kan een projectie ziek zijn, of niet ziek zijn?

Als ik, zoals ECIW zegt, in een ander alleen maar altijd dát zie wat ik nog niet in mijzelf wil zien en nog niet in mijzelf vergeven heb, dan biedt dat de kans daar opnieuw naar te kijken en opnieuw te kiezen voor vergeving in plaats voor de verborgen wil tot af te scheiden.
Als ik bijvoorbeeld geen contact lijk te kunnen krijgen met een ander, wat ogenschijnlijk te wijten is aan een of andere lichamelijke of verstandelijke (wat ook onder lichamelijk valt) blokkade om te kunnen communiceren, zie ik dus in die zogenaamde ander eigenlijk mijn eigen wens van het weigeren (uit angst) te communiceren. En om aan de (verborgen) schuld daarover te ontkomen leg (projecteer) ik de schuld bij de zogenaamde ander, die nu de oorzaak lijkt te zijn, zodat ik de onschuldige blijf. Maar daaronder ligt de angst verborgen voor het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Alle zogenaamde problemen zijn terug te voeren naar die ene reden. Vandaar dan ook les 5 die zegt: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.

De enige keuze ligt dan ook op denkgeest niveau: kijk “ik” hierna met ego ogen, of met HG/J ogen.
Met ego ogen betekent denken en geloven dat wat ik met mijn ogen van het lichaam zie in een ander lichaam waar is, dus dat die ander niet in staat is te begrijpen, ziek is en dat ik me daar zorgen over maak, of me er juist aan erger en van afkeer. Kijk ik met HG/J ‘ogen’, dan zie ik wat ik denk over de ander buiten mij, als de projectie van mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst is, welke werkelijk helemaal niets met een zogenaamde ander buiten mij te maken heeft, maar wel alles met hoe ik over mijzelf denk op denkgeest niveau.
En in plaats van dáár ook weer schuld op te projecteren, kan ik ook kiezen voor er naar te kijken door ‘ogen’ van HG/J, een oordeelloos kijken, en te Vergeven.

Een Vergeven relatie, ziet geen afzonderlijk persoon meer waar iets aan mankeert, het ziet de vergissing waar voor gekozen is in de denkgeest welke als enig doel heeft af te scheiden, en vergeeft deze keuze. Zowel de te vergeven denkgeest als de vergevende denkgeest zijn nu genezen, genezen in de zin van als één terug herinnerd in Eenheid. En dit speelt zich louter en alleen af op denkgeest niveau.

Op projectie niveau blijft de projectie een projectie waar ogenschijnlijk niets aan verandert, maar nu wel anders naar wordt gekeken en anders wordt ervaren door mij. Het gaat dus niet over het veranderen van mijzelf of de ander op het niveau van de vorm waarin het zich lijkt uit te spelen, dat zijn en blijven immers projecties.
De zogenaamde ander hoeft hier ook niets van te merken. Het is ook niet nodig de ander in dit proces te betrekken. Het maakt ook niet uit of de ander nog leeft of dood is, wel of niet ECIW doet of een ander zgn spiritueel pad bewandelt, dichtbij of ver weg is. Het gaat over het proces wat zich op het denkgeest focus punt, dat ik ‘mijzelf’ noem richt; het genezen van het denkgeest focuspunt (de waarnemende/keuzemakende denkgeest) van waaruit de ‘ik’ denkgeest lijkt te kunnen kijken. Ondertussen als het wonder van ware vergeving heeft plaatsgevonden vanuit dat schijnbaar ene denkgeest focus puntje zal dat zich onvermijdelijk uitbreiden over de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is. En vandaar dat wij vanuit ons beperkte ‘ik’ denkgeest focusje nooit kunnen weten wat, waar en hoe ware vergeving zich uitbreid. Hierbij komt het dus neer op Vertrouwen van het Weten.

…iedere keer dat “ik” (schijnbaar het lichaam) verdriet (alle soorten verdriet) voel, of spijt, schuld, boosheid, gekwetstheid, of me slachtoffer voel, of wat voor emotie dan ook ervaar dan wordt er eigenlijk bepaald op ego-denkgeest niveau (niet op lichaamsniveau, dus ook niet met de hersenen, want dat bestaat niet, er is alleen denkgeest (mind)) dat er een manier is om groter te zijn, beter te zijn, meer te zijn dan Waarheid, Liefde, oftewel God.
Dus dat wat ervaren wordt en voelt als iets heel negatiefs en pijnlijk is eigenlijk een poging om te triomferen over God.
Het is, als je dit begrijpt eigenlijk pure arrogantie om te bepalen dat “ik” veel meer ben dan God, door het tegenovergestelde van God in te zetten: ego=zonde, schuld, angst, haat, woede enz.
Het gevolg van dit ego besluit is, op ego niveau zelfs de ervaring van trots, door het tonen van nederigheid, opoffering, martelaarschap, enz. dat juist lijkt te zeggen dat “ik” minder ben dan God.

Zie daar weer een voorbeeld van de schizofrene aard van de egodenkgeest.

Beide ego opties; ik ben meer dan God en/of ik ben minder dan God, zijn onjuist.

Er is alleen Één mogelijk, en dat overstijgt sowieso “mogelijk” omdat het niet bestaat, in de zin zoals wat wordt verstaan onder “bestaan” in de “wereld”.

ECIW zegt hierover in WdI.169.5:1-7,6:1-7)

“Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets dat niet hijzelf is. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar.

6.We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, en niet eens denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen is ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus. De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat.”

Een cursus in wonderen gaat over het leren oordeelloos observeren van al mijn gedachtes, en in het bijzonder al mijn gedachtes die ik gebruik als blokkades tegen Liefde. Want zoals ik nu wel weet werd/word “de wereld” gemaakt en gebruikt om een schijnbaar reusachtige ondoordringbare blokkade op te richten tegen Liefde, tegen God, tegen Éénheid, tegen volmaakt non-dualisme.
Dat betekent dat elke gedachte die ik heb zolang ik schijnbaar ervaar een lichaam te zijn dat leeft tussen andere lichamen en dingen en situaties in een schijnbare wereld, ik alleen maar heel druk bezig ben met me af te scheiden van Liefde, God, Éénheid.
Mezelf dubbel voor de gek houdend, door te denken dat ik alleen maar goed wil doen in de wereld en het kwade wil bestrijden, in naam van een zelf gemaakte substituut god.

Niet is minder waar, ik ben hier om het onmogelijke te bewijzen dat ik een autonoom wezen ben dat heel goed zonder God, zonder Liefde in een afgescheiden staat kan leven.
Dat betekent ook dat wat ik als blokkades gebruik tegen God, Liefde, Éénheid het tegenovergestelde daarvan moet zijn.

Één van die blokkades is “wantrouwen”.
Wantrouwen is een blokkade tegen “Vertrouwen”.
Dus achter elke wantrouwende gedachte die ik uitstuur gaat “Vertrouwen” schuil.
Wantrouwen blokkeert Vertrouwen, maar laat het niet werkelijk verdwijnen er staat alleen een schijnbare (gedachte) muur voor, zodat het niet meer wordt gezien en ervaren en zodoende vergeten. Een schijnbaar zeer effectief ego-denksysteem dat als enig (onmogelijk) doel heeft afgescheiden te blijven van Éénheid.
Voordat ik het ga hebben over de blokkade “wantrouwen”, wil ik even laten zien
wat ECIW zegt over Vertrouwen in het Handboek voor leraren:

“I. Vertrouwen

1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?” (H4.I.1:1-7,2:1-4).

Dit ligt dus verborgen achter de blokkade wantrouwen, waardoor wantrouwen niet meer kan worden gezien als een blokkade, maar nu gezien en ervaren wordt als een feit in plaats van een blokkade tegen Vertrouwen.
Wantrouwen is nu de vervanger van Vertrouwen geworden, sterker nog er wordt nu alleen nog vertrouwd in de ego versie van vertrouwen: wantrouwen.

Dit klinkt misschien wat theoretisch, maar “wantrouwen” is toch, mits de bereidheid er is om echt te “kijken” dwars door de blokkerende ego-functie heen, duidelijk te herkennen in mijn dagelijkse gedachtes en bezigheden.

Dit “kijken” gebeurt altijd vanuit de denkgeest (mind dus niet door de ogen), en wel door de waarnemende/keuzemakende denkgeest. Wordt er gekozen voor afscheiding uit éénheid, dan treed automatisch de egodenkgeest in werking welke als taak heeft te verbergen dat er een denkgeest is, waardoor het lijkt dat de oorzaak van alles wat ervaren wordt buiten mij ligt en de “ware” oorzaak, welke de denkgeest is, in het zogenaamde onbewuste verdwijnt.
Heb ik dit echter door en accepteer ik dat er niets buiten mij is waar ik mijn onbewuste schuld op kan projecteren, dan kan ik terug keren naar de bron, de denkgeest en daar opnieuw kiezen, nu voor HG/J denkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest was en is er altijd, het verschil ligt hem in het er onbewust (ego keuze) of me er van bewust (Heilige Geest keuze) zijn.

Zonder het bewustzijn van de mogelijkheid hebben en de verantwoordelijkheid daarvoor te nemen te kunnen kiezen is ontwaken uit de droom, oftewel het terug herinneren in Éénheid onmogelijk.

Er zal dus door de denkgeest die daar aan toe is en bereid is, gekeken moeten worden naar alle blokkerende gedachtes die opgeworpen worden tegen het terug herinneren in Éénheid.

Één van die blokkerende gedachtes kan dus zijn: “wantrouwen”.
Als ik heel eerlijk kijk, dus olv HG/J,  (juist-gerichte-denkgeest) is de gedachte “wantrouwen” een altijd aanwezige gedachte muur.
En aangezien er ook maar één egodenkgeest is (ook al lijken het er miljarden te zijn) en maar één “nietig dwaas idee” van afscheiding, zal ieder schijnbaar afgescheiden fragmentje denkgeest (mensen, dieren, dingen, situaties in zijn geprojecteerde vorm) wantrouwen gebruiken als wapen tegen “Vertrouwen” en in staat zijn het te herkennen.

Als ik eerlijk kijk naar mijn gedachtes is wantrouwen er altijd de hele dag door, ook al lijk ik iemand te vertrouwen er is altijd ook de gedachte dat dat vertrouwen zomaar onverwacht kan omslaan in wantrouwen, doordat die (schijnbaar) andere toch niet te vertrouwen is, zich anders voordoet dan hij/zij leek te zijn, mijn vertrouwen schaad, een eigen agenda heeft, er op uit is mij te kleineren, te misbruiken, de baas te willen spelen, het beter denkt te weten, op eigen winst uit is, mij te min, te dom, te lui, onaardig, te afhankelijk, te dominant vindt, kortom erop uit is mij te vernietigen, en het gevoel geeft voortdurend op mijn hoede te moeten zijn voor het geval iemand een mes in mijn rug zal steken, zodra ik even niet oplet. Dus moet ik wel de hele dag ervoor zorgen dat ik de controle hou door voortdurend op mijn hoede te zijn; nooit met mijn rug naar de deur zitten, niets aan een ander over willen laten, me overal mee te bemoeien enz.

En zolang ik niet (wil) zien dat al deze gedachtes een keuze zijn, en getuigen zijn van en een middel om afgescheiden te willen blijven, en dus niet zijn wat ze lijken te zijn (les 5), zal ik blijven geloven dat al deze blokkerende gedachtes waar zijn en zal ik ze blijven voeden met meer blokkerende variaties, en zullen mijn ervaringen daarvan getuigen in de droom/film van afscheiding.

Kijk ik hier naar olv mijn keuze voor het ego denken dan worden deze gedachtes alleen maar versterkt en tuimel ik steeds dieper in een put van depressie, en dissociate, mijn zelfgemaakte hel.

Besluit ik echter, moe geworden van dat wat niet werkt (de keuze voor ego), te kijken olv HG/J denkgeest dan worden al deze getuigenissen, mits gewild door de denkgeest die eraan toe is, her-gebruikt als sleutels tot het opheffen van deze blokkerende gedachtes, zodat de denkgeest bevrijd zal kunnen worden van zijn blokkades tegen Éénheid, Liefde, God.

Het is dus belangrijk en heel behulpzaam me bewust te worden van mijn gevoelens, want die laten mij zien voor welke “leraar” ik heb gekozen en nodigen dan uit tot opnieuw te kiezen olv welke leraar ik wil denken.

Het is tevens (althans dat lijkt zo) ook heel lastig om naar al die gevoelens van in dit geval wantrouwen te kijken. Het zijn geen mooie plaatjes, het voelt rot, deprimerend. En als ik vervolgens niet door wil hebben dat dit gewoon weer blokkerende gedachtes zijn vanuit de keuze voor ego, zal ik blijven ronddraaien in dit rad van het ego denken.

Totdat ik door krijg (en weer, als de denkgeest eraan toe is) dat het “slechts” gedachtes zijn en de projecties ook niet waar zijn, en er de bereidheid is om er anders naar te kijken. Dan zal ik deze film/droom van afscheiding alleen nog gaan zien als kans om uit de wil tot afscheiding te stappen en me volledig te laten leiden door HG/J denkgeest in het vertrouwen dat ik van niets de bedoeling weet en ik bereid ben elke gedachte alleen nog te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Ik verander niets aan de droom (want dat zou het advies van het ego zijn), want daardoor zou ik mijn vergevingskansen verpesten, ik kijk (olv mijn keuze voor HG/J denkgeest) en vergeef en de effecten daarvan zullen voor zichzelf zorgen en getuigen van mijn keuze.

En zo wordt wantrouwen door ware vergeving omgekeerd terug naar Vertrouwen en zoals ECIW zegt: “Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen” (H4.I.2:1)

Ik ben zeer enthousiast over het vertaalproject waar we op dit moment mee bezig zijn, namelijk het vertalen van een van de meesterwerken van Kenneth Wapnick:
“The Message of A Course in Miracles, Volume One: All Are Called, volume Two: Few Choose To Listen”. In het Nederlands zal het boek de titel krijgen: De boodschap van Een cursus in wonderen, Deel 1:  Allen zijn geroepen, Deel 2: Weinigen verkiezen te luisteren”.
Jan-Willem van Aalst heeft dit boek wat uit twee delen bestaat, prachtig vertaald, daarbij zowel de inhoud van ECIW als de stijl van Kenneth Wapnick volledig respecterend.

Ik kan het niet laten zo vast een klein voorproefje te geven uit het eerste deel, waarin Kenneth Wapnick op briljante niet mis te verstane wijze uitlegt waarin ECIW zich onderscheid van andere spirituele paden, bijvoorbeeld wat betreft het gebruik van “het lichaam”:

“In een belangrijke uitspraak in het Tekstboek, die ik al eerder citeerde, vat Jezus de metafysica van Een cursus in wonderen en zijn houding tegenover de illusoire wereld van fenomenen puntig samen:

‘Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen. (T18.VI.4:7-8)’

Hier zien we de kern van het verschil van Een cursus in wonderen met vrijwel elke andere spiritualiteit die onderwezen wordt, want hij weerspiegelt een puur nondualistische metafysica die desalniettemin het lichaam en de fysieke wereld niet kleineert, wegwuift, of verafgoodt. Zolang wij geloven dat het lichaam en de wereld echt zijn, behandelt Jezus deze in zijn onderricht in de Cursus alsof ze echt waren; in werkboekles 184 vinden we een prachtig voorbeeld van dit lesprincipe:

‘Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden. Wat je dus nodig hebt, zijn elke dag tussenpozen waarin het leren-in-de-wereld een voorbijgaande fase wordt, een gevangenis van waaruit je het zonlicht ingaat en de duisternis vergeet. Hier begrijp jij het Woord, de Naam die God jou gegeven heeft, de ene Identiteit die alle dingen gemeen hebben, de ene erkenning van wat waar is. En stap dan terug in de duisternis, niet omdat je meent dat die werkelijkheid is, maar alleen om de onwerkelijkheid ervan te verkondigen in termen die nog steeds betekenis hebben in de wereld die door duisternis wordt beheerst. Gebruik alle onbeduidende namen en symbolen die de wereld van de duisternis kenschetsen. Maar aanvaard ze niet als jouw werkelijkheid. De Heilige Geest gebruikt ze allemaal, maar Hij vergeet niet dat de Schepping één Naam heeft, één betekenis en één enkele Bron, die alle dingen in Zichzelf verenigt. Gebruik alle namen die de wereld aan ze geeft slechts voor het gemak, maar vergeet niet dat ze met jou de Naam van God delen. (WdI.184.9-11)’

Indien correct begrepen, maakt de centrale boodschap van vergeving van Een cursus in wonderen niet de fout tot werkelijkheid om in de realiteit van de wereld van fenomenen te geloven, een geloof dat zeker versterkt zou worden door haat voor het lichaam, wat slechts de onbewuste behoefte en investering van het ego versterkt om toch tenminste iets van geloof in de realiteit van de materiële wereld en het lichaam te behouden. Op het metafysische niveau (niveau I) is er helemaal niemand om te vergeven. Echter, op het niveau van onze ervaringen (niveau II) lijkt onze geprojecteerde innerlijke schuld aanwezig te zijn in een ander. Dus is het met die ervaring van de aanval op anderen dat we met het proces van vergeving zouden moeten beginnen.”

Verwacht wordt dat dit prachtige boek ergens in het eerste kwartaal van 2019 uit zal komen bij Inner Peace Publications.
Ik houd jullie op de hoogte.

OMS_BOODSCHAP_EEN_CURSUS_IN_WONDEREN_layout_v5.indd

%d bloggers liken dit: