archiveren

Maandelijks archief: mei 2021

Elke zogenaamde aanval die ik geloof buiten mij te zien in wat voor vorm dan ook, is mijn keuze voor alles te zien door egodenkgeest, met als enig doel afgescheiden te zijn en blijven van mijn Bron, (God, Liefde, Zelf).
Door voor het ego te kiezen als pseudo bron treed automatisch het ego projectiesysteem in werking waardoor ‘ik’ dat wat zich enkel en alleen op denkgeest niveau afspeelt alleen nog buiten mij geloof te zien en de bron, de egodenkgeest volkomen vergeet.
Op dat moment ben ik zowel de Bron (non-dualisme/God/Liefde/Waarheid) als de pseudo bron (ego, geloof in zonde/schuld/angst) ‘vergeten’ en ben ik ervan overtuigd dat wat de ogen van het lichaam buiten zich zien waar is.
De bron kan weliswaar vergeten worden, maar niet verdwijnen, nog steeds is alleen de denkgeest de bron:
 “Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:1-5).

Daarom onderwijst ECIW ons enkel en alleen op denkgeest niveau en nooit op vorm/projectie niveau en gaat het nooit om verandering van gedrag, maar om de omslag in de denkgeest.
En op dat niveau lijken we nu twee keuzes te hebben: de keuze voor de pseudo bron het ego (de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst) of voor onze werkelijke onveranderlijke Bron (de keuze voor God/Liefde/Zelf). Dit laatste is eigenlijk geen keuze, het is eigenlijk meer een bevestiging wat we eigenlijk in wezen Zijn.
ECIW leert ons bewust te worden van dat we denken dat we een keuze hebben, en dat we die keuze sowieso altijd al maken bij elke gedachte, maar er ons niet van bewust zijn. Doordat we ons niet meer bewust zijn van dat we altijd een keuze maken, zijn we verstrikt geraakt in de keuze voor leven olv de keuze en het geloof in ego wat neerkomt op de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst. Oftewel we nemen alleen onze projecties (de wereld) nog serieus en denken dat we een lichaam zijn tussen andere lichamen, dingen en situaties en zien we een voortdurende stroom van projecties die we als oorzaak zien van een schuldige, zondige, angstige wereld.

Over deze wetten van waarneming en de keuze zegt ECIW:

III. Waarneming  en keuze (T25.III.1-9)

1.In de mate waarin  jij waarde  hecht  aan  schuld, in  die mate zul je een wereld zien waarin aanval gerechtvaardigd is. 2In de mate  waarin  jij inziet dat schuld geen betekenis  heeft, in  die mate zul  je  zien dat aanval  niet  gerechtvaardigd kan  zijn. 3Dit komt  overeen met  de  grondwet van  alle waarneming: je ziet wat  je  gelooft  dat er  is, en  je gelooft  dat  het er is omdat je  wilt dat  het er  is.
4Waarneming kent geen  andere wet  dan deze.  5De rest spruit slechts hieruit voort, om  haar te  schragen en te dragen.  6Dit is de waarnemingsvariant, aan deze  wereld  aangepast, van  Gods meest  fundamentele wet: dat liefde  zichzelf, en niets dan zichzelf schept.

2.Gods  wetten gelden niet rechtstreeks voor  een wereld die door  waarneming wordt geregeerd, want zo’n  wereld zou niet geschapen kunnen zijn  door  de Denkgeest, waarvoor waarneming geen betekenis heeft. 2Toch  worden Zijn wetten overal weerspiegeld.  3Niet  dat de wereld  waar  deze  weerspiegeling zich  bevindt  ook maar enigszins werkelijk is.  4Dat is ze alleen omdat  Zijn Zoon dat  gelooft,  en Hij Zichzelf niet volledig gescheiden kan laten zijn  van wat  Zijn Zoon gelooft. 5Hij kon  Zich niet samen met Zijn Zoon  in  diens krankzinnigheid begeven, maar Hij kon er  wel zeker van zijn dat Zijn wijsheid hem daar  vergezelde, zodat hij niet voor eeuwig  in de  waanzin van zijn  wens  verloren kon zijn.

3.Waarneming berust  op keuze, kennis  niet. 2Kennis heeft slechts één wet,  want ze heeft slechts  één Schepper.  3Maar  deze wereld heeft er twee  die haar gemaakt hebben,  en  die zien haar niet beide als hetzelfde. 4Voor elk heeft ze  een andere bedoeling, en voor  elk is ze het volmaakte  middel om het doel  te  dienen  waarvoor  ze  waargenomen wordt. 5Voor  speciaalheid vormt ze de volmaakte omlijsting om  haar goed te doen uitkomen, het  volmaakte  strijdtoneel  om haar  oorlogen  te voeren, het volmaakte onderkomen  voor illusies die ze tot werkelijkheid  wil maken. 6Niet één  is  er die zij in haar waarneming  niet overeind  houdt; niet  één die  niet ten volle kan worden gerechtvaardigd.

4.Er is een  andere  Maker  van de wereld, die tegelijk  de  Corrector is van het dwaze geloof dat er iets  tot stand  gebracht  en instandgehouden kan worden zonder enige schakel  die het toch  binnen de wetten van  God houdt; niet zoals de  wet zelf het universum zoals  God dat geschapen heeft instandhoudt, maar in een bepaalde vorm die aangepast is aan de behoefte  die  de Zoon van God meent  te hebben. 2Een  gecorrigeerde dwaling  is  het eind van de dwaling.  3En  zo heeft God  Zijn Zoon steeds beschermd, zelfs  in de  dwaling.

5.Er  bestaat een andere bedoeling in  de wereld die door  dwaling werd gemaakt, omdat ze  een andere Maker  heeft die haar doel kan verenigen met de bedoeling van Zijn Schepper.  2In  Zijn waarneming van de  wereld valt er  niets  te  zien dat niet vergeving en de aanblik van volmaakte  zondeloosheid  rechtvaardigt. 3Er doet zich niets voor  wat niet  met onmiddellijke en totale  vergeving wordt beantwoord. 4Er is  niets  wat  ook maar een ogenblik blijft  om de zondeloosheid  te  versluieren die onveranderd straalt achter de jammerlijke pogingen van speciaalheid om haar  te bannen  uit de denkgeest, waar ze zich bevinden moet, en  in plaats daarvan het lichaam te  doen oplichten. 5Het  is  niet aan  de  denkgeest te  kiezen waar hij  de lichten  van  de  Hemel  wil zien.  6Als hij  verkiest ze elders te zien dan  in  hun woning, alsof ze een  plaats verlichtten waar  ze nooit kunnen  zijn, dan  moet de  Maker van de wereld jouw dwaling  corrigeren,  opdat jij niet in het duister  blijft  waar  de lichten niet  zijn.

6.Iedereen hier is de duisternis binnengegaan,  maar niemand deed dat alleen. 2En evenmin hoeft hij er langer dan  een ogenblik te blijven. 3Want hij  is gekomen met in zich de Hulp  van  de Hemel,  klaar  om hem op elk  moment  uit het duister in het  licht te leiden. 4Het  moment  dat hij kiest kan  elk moment zijn, want er is  hulp die  slechts op zijn keuze wacht.  5En  wanneer hij ervoor kiest  te benutten  wat hem gegeven  is, dan zal hij elke  situatie  waarvan hij vroeger meende  dat  ze een  middel was  om zijn  woede te  rechtvaardigen, zien veranderen in een  gebeurtenis  die  zijn liefde rechtvaardigt.  6Hij zal  duidelijk horen dat de oproepen tot  oorlog die hij vroeger hoorde,  in werkelijkheid  oproepen tot  vrede zijn.  7Hij zal waarnemen dat waar hij een aanval  leverde, slechts een  nieuw altaar staat waar hij, met evenveel gemak  en veel meer blijdschap, vergeving kan schenken. 8En  hij zal  alle  verleidingen herinterpreteren als evenzovele  kansen op vreugde.

7.Hoe kan een verkeerde  waarneming  nu  een zonde zijn? 2Laat al je  broeders vergissingen voor  jou niets dan een kans zijn om de  werken te zien van de Helper,  die jou gegeven  is om de wereld  te  zien die  Hij heeft gemaakt in plaats van  die van jou. 3Wat is er dan  wél gerechtvaardigd? 4Wat  is het dat  jij  wilt?  5Deze  twee  vragen zijn namelijk hetzelfde. 6En  wanneer je ze als hetzelfde ziet, is je  keuze gemaakt. 7Want  juist  door ze  als één  te zien word je van de overtuiging bevrijd dat  er twee  manieren zijn om te zien. 8Deze wereld kan  veel bijdragen aan jouw vrede, en  biedt  veel kansen om je eigen  vergeving uit  te breiden. 9Dat  is haar doel, voor hen die willen  zien hoe vrede en vergeving over hen neerdaalt en  hun  het licht schenkt.

8.De Maker van de wereld van zachtmoedigheid  heeft volmaakt de macht de wereld van geweld  en haat,  die ogenschijnlijk tussen jou en  Zijn zachtmoedigheid in staat, te  neutraliseren.  2In  Zijn vergevende ogen bestaat ze niet. 3En daarom hoeft  ze ook niet te bestaan  in die van jou.  4Zonde is de  starre overtuiging  dat waarneming niet veranderen kan. 5Wat  verdoemd  is, is verdoemd, en voorgoed  verdoemd, omdat het  voor eeuwig onvergeeflijk  is.  6Als het dus vergeven is, moet de blik  van de zonde  verkeerd zijn  geweest. 7En zo  wordt verandering mogelijk gemaakt. 8Ook  de Heilige Geest ziet wat Hij ziet als ver buiten het  bereik  van enige kans op verandering.  9Maar  op Zijn visie kan  de  zonde geen  inbreuk maken,  want  de zonde is door  Zijn zicht gecorrigeerd. 10En dus moet  ze  een vergissing  en geen zonde zijn geweest. 11Want wat  ze beweerde dat nooit  zou  kunnen  geschieden, is geschied.  12Zonde wordt aangevallen door straf, en  zo  instandgehouden. 13Maar haar vergeven is haar staat van dwaling  in waarheid  doen  verkeren.

9.De  Zoon van God kan nooit zondigen,  maar  hij kan iets  wensen wat hem  kwetsen kan. 2En hij heeft de macht te denken  dat hij kan  worden gekwetst. 3Wat kan dit anders zijn dan  een verkeerde waarneming van zichzelf? 4Is  dit een  zonde of een vergissing,  vergeeflijk  of niet? 5Heeft  hij hulp nodig of een veroordeling?  6Is het jouw bedoeling dat  hij  verlost wordt of verdoemd? 7En vergeet je daarbij niet dat  wat hij voor jou betekent deze  keuze tot  jouw toekomst zal  maken? 8Want jij  maakt die nu, het ogenblik waarop  alle tijd het middel wordt om  een  doel  te bereiken. 9Maak dus jouw  keuze. 10Maar erken dat in die keuze de bedoeling van de wereld die jij ziet wordt gekozen,  en  zal worden  gerechtvaardigd.


illusje

Het feit dat we denken, geloven en ervaren “hier” te zijn, betekent dat we allemaal “dragers” zijn van het (geloof in) zonde, schuld en angst “virus”.
Omdat “we” de denkgeest die in afscheiding gelooft (ego) daar niet naar wil kijken en dat niet wil geloven wordt het geprojecteerd en wordt het gezien en ervaren als een “virus” dat zich als een donkere schaduw uitbreidt over de wereld.
En ontstaat dientengevolgen chaos rondom een nietig dwaas idee van afscheiding.
Deze chaos bevechten door ontkenning of bevestiging (beide zijde van het ene ego idee van afscheiding), vergroot en breidt de chaos juist uit.

Dit ego mechanisme proberen met geweld te stoppen, door er woedend over te worden of het onschuldige, depressieve slachtoffer te spelen past ook gewoon weer in het schijnbaar eindeloos uitgebreide ego spectrum, komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. Ook door dit alles als fout te bestempelen…

View original post 470 woorden meer

illusje

Ik laat Margot Krikhaar hier ook even aan het woord, want ook zij heeft over ‘haat’ en ‘zelfhaat’ geschreven in haar tweede boek ‘De grote bevrijding’ op pagina 68 in het hoofdstuk 5.4 Het ontstaan van het valse zelf:

De drie lagen van het zelfbeeld

Ons zelfbeeld is opgebouwd uit drie lagen, waarbij elke laag de verdediging vormt van wat eronder ligt. Deze drie lagen worden gevormd door (1) zonde, schuld en angst, (2) dader/aanvaller, (3) slachtoffer/gezicht van onschuld (zie figuur 7: De drie lagen van het zelfbeeld). Het lichaam wordt gebruikt om dit zelfbeeld uit te drukken. De onderste laag is schuld en angst. Zoals we zagen komt deze schuld voort uit de afscheidingsgedachte, en gaat schuld altijd gepaard met angst.
Schuld en angst vormen de verdediging tegen ons ware Christus Zelf dat eronder schuilgaat. Het is het eerste (innerlijke) ‘schild van vergetelheid’ van het ego (zie paragraaf…

View original post 548 woorden meer

%d bloggers liken dit: