archiveren

Tagarchief: één

Er is nooit GEEN innerlijke stem. Het scheelt maar een “G” in deze dubbele ontkenning, maar deze is van essentieel belang. Het verschil tussen onjuist gericht denken (ego) en juist gericht denken (HG/J).
Het zogenaamde “horen” van een innerlijke stem is totaal niet bijzonder laat staan speciaal.
Waarom niet? Omdat “we” altijd een innerlijke stem horen. We kunnen niets anders dan een innerlijke stem horen, omdat niet het lichaam hoort, maar de denkgeest (mind).

We denken dat  als we een innerlijke stem horen dat wel van de heilige geest oftewel van onze juist gerichte denkgeest moet komen, alsof de stem van het ego niet uit de denkgeest komt, maar vanuit een lichaam (de onjuist gerichte denkgeest).

Dat komt omdat het ego denksysteem een manier heeft gevonden om te verbergen dat er alleen denkgeest is en dat alles uit denkgeest komt. En die manier is de ego gedachte, welke altijd een gedachte van afscheiding is, achter een scherm van vergetelheid verstopt door de gedachte te projecteren buiten de denkgeest en deze projecties als oorzaak en gevolg te zien, waardoor de werkelijke bron, de denkgeest geheel uit de aandacht verdwijnt.

Nu is het niet zo dat als we beslissen dat we vanaf nu alleen naar de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) willen luisteren het lichaam en zijn zogenaamde ervaringen moeten ontkennen, dat zou immers het ontkennen van de egodenkgeest zijn, want daar komen die projecties en zogenaamde ervaringen vandaan. En als we de egodenkgeest ontkennen en afdoen met “oh, het zijn maar illusies” dan ontnemen we onze kans om deze egogedachtes te herkennen en te zien.

De beslissing om vanaf nu alleen nog maar te luisteren naar onze juist gerichte gedachtes (HG/J denkgeest) houdt juist in dat we eerst kijken zonder oordeel, zonder ze te veroordelen dus, naar al onze onjuist gerichte gedachtes, alle gedachtes van afscheiding (ego denkgeest), zodat we de andere keuze kunnen maken en ware vergeving (WdII.1. Wat is vergeving?) erop toe kunnen passen.
Dat is het lange, eenvoudige, maar niet makkelijke leerproces van ECIW.

Dus hoe dan ook we horen altijd een innerlijke stem een stem afkomstig van onze keuze voor egodenkgeest of voor de keuze van HG/J denkgeest. Waarbij de keuze voor egodenkgeest altijd vanuit het lichaam lijkt te komen, omdat vergeten moet worden dat er alleen denkgeest is, en dat bij de keuze voor HG/J denkgeest altijd herinnerd wordt dat die keuze vanuit de denkgeest komt en via vergeving terug gegeven kan worden aan de juist gerichte denkgeest.

En natuurlijk kan een gedachte ook meteen vanuit HG/J denkgeest komen, maar ga er maar vanuit dat elke gedachte eerst vanuit egodenkgeest komt, en dit herkend dient te worden alvorens opnieuw de keuze te maken, maar nu voor HG/J denkgeest.

Hoe herken ik dit? Als een gedachte niet 100% vredig is en 100% (ver)oordeelloos is komt de gedachte 100% zeker vanuit de keuze voor het egodenken en is de enige juiste stap, de gedachte herkennen, terug te nemen naar de bron de denkgeest en opnieuw te kiezen voor HG/J denkgeest en te vergeven.

Zo verloopt het leerproces van ECIW, het stap voor stap (gedachte voor gedachte) terug herinneren in de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) een (vele) levenslang leerproces dat onvermijdelijk is of men nu wel of niet bezig is met een zgn spiritueel pad.
Want de afscheiding heeft nooit werkelijk plaatsgevonden en is slechts een nietig dwaas idee van de denkgeest die even dacht dat deze afgescheiden kon zijn van Éénheid, God, Liefde of hoe je het onnoembare ook mag noemen. En dat ene nietig dwaas idee herhaalt zichzelf bij iedere volgende gedachte. En wat anders kan deze vergissing terugdraaien dan ware vergeving, welke ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat afscheiding van Één mogelijk zou kunnen maken?

Het idee van Éenheid is voor de denkgeest die duidelijk in tweeheid gelooft en het dien ten gevolgen ook als “twee” ervaart, een volstrekt abstract idee.
En het feit dat het niet begrepen kán worden door de denkgeest die gekozen heeft voor geloven in tweeheid zorgt er opzettelijk (onbewust) voor dat tweeheid nu als de waarheid wordt gezien, waardoor, de natuurlijke staat van Éenheid die niet te vatten valt binnen de concepten van tweeheid waarin “we” geloven, totaal vergeten lijkt.
Maar vergeten betekent niet verdwenen. In elke projectie en ervaring als ik heel eerlijk kijk (zonder oordelend te zijn, want oordelen is altijd het domein van “twee”) is de met opzet verborgen Éenheid, zij het omgekeerd, symbolisch terug te herkennen. Het sijpelt als het ware overal doorheen.

Zo hebben alle aardse projecties en ervaringen gemeen dat ze op een of andere manier ademen. Dat lijkt me een duidelijke weerspiegeling van doorsijpelende Éénheid welke niet zomaar weg te denken is . En denk maar aan dat we altijd op de een of andere manier bezig zijn met overeenkomsten te zoeken in alles en iedereen. Zelfs als we uniek willen zijn, vormen anderen die dat ook willen zijn een grote aantrekkingskracht. Overeenkomsten klonteren bij elkaar en vormen groepen die zich dan binnen de groep toch weer een soort van één voelen.
Maar aangezien één binnen het twee denken onmogelijk is, splitsen die samengeklonterde eenheidszoekers zich weer af van andere samengeklonterde groepjes en zo is er toch weer twee. Het heeft dus geen enkele zin binnen de wereld van projecties naar Éénheid te zoeken en of te streven. Het heeft ook geen zin tweeheid te ontkennen en Éenheidje te gaan spelen binnen het concept van twee. Gaat niet lukken, omdat de opzet is dat het niet mág lukken. De wereld van de projecties is gebaseerd op afsplitsing, afsplitsing van Één. Alles splitst zich en breid zich al afsplitsend uit in miljarden deeltjes, die zich al delend steeds verder lijken af te splitsen van één. Maar net als bijvoorbeeld het opdelen van een brood waarbij je allemaal stukjes brood krijgt, blijft de oorsprong toch dat ene brood. Ook al ziet het er nu heel anders uit.
En dit voorbeeld is ook weer een afspiegeling van dat het onmogelijk is onveranderlijke Éenheid werkelijk te verdelen, iets wat we in alles wat verdeelt lijkt terug kunnen herkennen. En zo zijn er tal van voorbeelden te bedenken van achter wat je denkt dat iets is, ligt iets heel anders verborgen en wel een met opzet verborgen en op z’n kop gezette Non-dualistische Waarheid.

Een Éénheids ervaring is dan ook alleen mogelijk komende vanaf buiten het concept dualiteit en is het gevolg van volledig doorzien van het mechanisme dualiteit en werkelijk zien dat het weliswaar ervaren wordt als dualiteit, maar tegelijkertijd onmogelijk is, waardoor dat wat “natuurlijk” is en we Éénheid of on-dualisme noemen als vanzelf weer in de herinnering boven komt drijven.

Dualisme krijgt op die manier de functie van laten zien wat het NIET is, zodat wat WAAR is vanzelf weer in de herinnering terug kan komen. Totaal terug herinneren in Één valt buiten het concept van “ervaren”, want in Één valt niets te ervaren…

Mocht nu de gedachte opkomen, en wees daar eerlijk in voor jezelf, want die gedachte is er gewoon, omdat in elke gedachte zich nu eenmaal altijd ook een afscheidingsgedachte (ego) bevindt: “wat saai zal dat zijn”, dan weet je alleen maar zeker dat die gedachte komt van de denkgeest die liever in afscheiding blijft geloven.
En dan weet je ook in welk stadium je denkgeest zich op dat moment bevindt en simpelweg nog niet toe is aan een eventuele volgende stap. Het “er aan toe zijn” is een stap voor stap onvermijdelijk onderdeel van het proces, voor alle schijnbaar afgesplitste/afgescheiden deeltjes. Een proces dat zich daardoor als een persoonlijk proces laat ervaren op een wijze die begrepen kan worden en daarbij de altijd nog aanwezige herinnering aan Één aanspreekt en bijna infuus-gewijs wordt toegediend, nooit te veel en nooit te weinig, precies goed. Tot de denkgeest volledig “genezen” is en op een natuurlijke wijze oplost waar het nooit echt uit is weggeweest.
De angst die de dualistische denkgeest daarvoor heeft is enorm, maar die angst dient er alleen voor om het waanidee van afgescheiden te kunnen zijn van Één in stand te houden.
Het uiteindelijke onvermijdelijke totale terug herinneren in Éénheid zal nooit bevraagt kunnen worden. Want wat kan wat bevragen in totale Éénheid?

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

We wensen elkaar nu allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar” toe en dat moeten we vooral blijven doen op het toneel van de illusie, of van de droom, of de hallucinatie of hoe je dat wat nooit gebeurt kan zijn, maar toch een ervaring “lijkt” ook wilt noemen.
Want om te kunnen ontwaken uit een droom, moet wel eerst het bewustzijn dat de droom een droom is terug komen in de denkgeest (mind).
En dit kan niet door de droom gewoon even te veranderen in een andere misschien voor mij betere droom, waarbij ik probeer alle obstakels en zogenaamde tegenwerkingen in de “wereld” op te lossen en of aan te passen, door bijvoorbeeld te zorgen dat ik gezond blijf, meer geld krijg, kortom dat de wereld rondom mij beter wordt. Dat zou gewoon weer een andere variatie op hetzelfde thema.
In die zin wensen we elkaar met “gelukkig Nieuwjaar” gewoon weer verder de afscheiding in.

Het is nodig de droom precies zo te zien als deze zich voor lijkt doen en te beseffen dat wat ik (denkgeest) denk en geloof te zien alleen een betekenis heeft, omdat ik (denkgeest) het een betekenis heb gegeven.
En die betekenis is een schijnbetekenis, omdat wat ik betekenis geef een droombeeld is, een hallucinatie geboren uit angst (maar niet om de reden die ik denk, of bedacht heb (les 5)), met als enig doel afgescheiden te zijn van Waarheid die daar met opzet verborgen achter schuil gaat.

Het kan bijna niet anders dat ik als denkgeest die dit script heeft bedacht en daar 100%  in gelooft als verdediging tegen dit “nieuwe” idee denkt: huh!?, wat!?, maar waarom in vredesnaam!?
Een hele slimme ego vraag, want een vraag suggereert een antwoord, en zowel vraag als antwoord suggereren dat er echt iets gebeurt is; dat ik mezelf echt van Waarheid, Eenheid, God heb afgescheiden en me nu afvraag waarom en hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.
En juist deze vraag en antwoord houden de afscheiding in stand.

Dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, kán dus niet gebeurt zijn, want Eén is één (non-dualiteit) en kan nooit werkelijk twee (dualiteit) worden.
Echter er is schijnbaar wél een ervaring dát er schijnbaar iets gebeurt is.
Dit ontkennen “want het is maar een droom” is niet wat ECIW mij leert.
De droom kan dan een andere functie krijgen, door elke gedachte als omkering van Waarheid te gaan herkennen en door ware vergeving weer terug te laten keren in de weerspiegeling van het ware bewustzijn, welke oordeelloos kijkt, zonder iets te willen verbeteren en elke gedachte ziet als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus wat er op het toneel van de droom lijkt te gebeuren, wordt nu een moment om te leren zien dat wat daar gebeurt niet gebeurt om de reden die ik denk en geloof, maar om af te scheiden en ik ook kan leren er ánders naar te leren kijken door “ogen” van ware vergeving, welke oordeelloos kijkt en ziet dat “doen” niet iets is wat dat droomfiguur doet op het toneel van droom, maar dat “doen” het effect is van het doen van ware vergeving op denkgeest niveau.

Dus allemaal Gelukkig Nieuwjaar, tegelijkertijd wetende dat ik niet eens weet wat dat betekent, want ik ben immers ook nooit gelukkig om de reden die ik denk! (Variatie op les 5).

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Niets gebeurt zonder reden, maar nooit om de reden die ik denk.
Dat wat verborgen moet worden gehouden, namelijk dat Eenheid onmogelijk echt twee kan worden en dat wat lijkt te gebeuren daarom onmogelijk is en slechts een waanvoorstelling is, mag onder geen beding terug komen in het bewustzijn.

En zo wordt het onderbewuste bedacht, waar het geloof in zonde, schuld en angst er voor zorgen dat het onmogelijke daar veilig blijft opgesloten. En waaruit het zelfde geloof in zonde, schuld en angst geprojecteerd wordt weg van zijn nu onderbewuste bron via een wederom zelf bedachte uitweg, waar zonde, schuld en angst nu als projectie, als beeld, als script, als bron worden gezien en als waarheid.

Elke keer dat ik onvrede voel hoe groot of klein ook (vooral de kleintjes vergen veel oefenen in eerlijk kijken, maar zijn net zo belangrijk als de hele grote), realiseer ik me dat ik nooit in onvrede, of schijnbaar in vrede ben om de reden die ik denk.
Het lijkt alsof de onvrede of vrede komt door wat er buiten het “mij” lichaam gebeurt, maar dat is nóóit het geval. Er is immers alleen denkgeest (mind).

Zodra ik uiteindelijk en onvermijdelijk bereid ben er ánders naar te leren kijken, zoals hierboven beschreven, kan het grote Herinneren beginnen.
En ook van hoe dat Herinneren in z’n werk gaat weet ik niets. Al terugkerend leer ik al lerend en vergevend dwars door alle ervaringen heen wat de verborgen reden is achter elke ervaring en dat is altijd de wens tot afscheiding, hoe het er ook uit mag zien, en mag ik leren dat er een keuze is om voor de onware reden of de ware reden te kiezen, door de onware redenen stap voor stap te vergeven en de ware reden, namelijk de onvermijdelijk wens terug te herinneren in Eén, God, Liefde stap voor stap toe te laten.

%d bloggers liken dit: