archiveren

Maandelijks archief: oktober 2014

Het is zover, Journey Through The Text of A Course in Miracles, by Kenneth Wapnick, is beschikbaar!
Onmiddelijk besteld natuurlijk…

https://facim.org/Bookstore/p-367-journey-through-the-text-of-a-course-in-miracles.aspx

Journey through the Text of A Course in Miracles
Kenneth Wapnick, Ph.D.
(From the Preface)

As with the preceding books in this series on the books of A Course in Miracles, Journey through the Text of A Course in Miracles originated with lectures—thirty-two in number—given by me at the Foundation for A Course in Miracles. These were then transcribed, edited, and enlarged upon. However, unlike the books on the workbook, manual for teachers, and “What It Says” (from the Preface), this book is not a line-by-line exegesis of the entire text. Rather, the material of each of the text’s thirty-one chapters is arranged symphonically by theme, the selected passages chosen to illustrate each theme. Moreover, I have added some material from each chapter, which time constraints prevented me from including in the original lectures.

This Journey, therefore, is a symphonic portrait of the thought system of A Course in Miracles, and is meant to lead students through the text as one would be guided in listening to a great piece of music: its themes presented, and their development and their relationship to the larger work pointed out. In effect, then, this book is a symphony about a symphony, and readers are led non-linearly along their journey through the Course.

Journey through the Text of A Course in Miracles thus completes the series on each of the three books of A Course in Miracles (and the Preface). It is my hope and prayer that it will be instrumental in facilitating a student’s journey through the vast panorama of wisdom and love that constitutes the Course’s unique contribution to the spiritual development of our species. In the wonderful quotation from Beethoven that I have cited many times before:

From the heart; may it go to the heart.


Het proces van het ongedaan laten maken van al mijn egogedachtes, gedachtes die zich vermomd hebben als projecties die heel echt lijken, omdat ‘vergeten’ is dat de ik, de denkgeest ze zelf heeft geprojecteerd, zal door de egodenkgeest ervaren worden als afscheid nemen van alle projecties die het als ‘waar’ heeft doen lijken.

En zo ontstaat dus heel makkelijk en onvermijdelijk, wat de Cursus noemt, niveau verwarring.
We, de denkgeest, die op dat moment zichzelf weer ziet als een lichaam, gelooft nu dat we ons lichaam en alle andere lichamen en dingen waar we zo aan gehecht zijn moeten loslaten.
Het is ook niet de bedoeling dat we ons lichaam en andere lichamen en dingen ontkennen, omdat ze toch ‘maar’ projecties zijn.

De Cursus begint altijd dáár waar wij, de denkgeest denkt te zijn. En dat is dat we denken én geloven een lichaam te zijn en dat er andere lichamen en dingen zijn, los en gescheiden van elkaar, en dat we met sommige lichamen en dingen een liefdes relatie hebben en met sommige lichamen en dingen een haat relatie.
Dat waar we denken te zijn wordt niet ontkend, of weggegooid, maar her-gebruikt.
Inclusief het onvermijdelijke gevoel van verlies en een rouwproces wat ermee gepaard gaat.
We leren naar dat waar we denken te zijn, te kijken, oordeelloos en dan te beslissen of we het zo willen laten zoals het is (de keuze voor egodenkgeest), of er anders naar te leren kijken, omdat we vermoeden en bereid zijn te ervaren dat ‘er een andere manier moet zijn’ (de keuze voor Heilige Geest denkgeest).

Niets, geen enkele gedachte met bijbehorende projectie wordt dus ontkend, weggestopt of vernietigd.

Een niet makkelijk proces, want het voelt gewoonweg ‘rot’, dat alles eerlijk onder ogen zien, het brengt heel wat gevoelens en emoties met zich mee.
Emoties die door de egodenkgeest gebruikt worden als verdedigingslinie, zodat ik, de denkgeest, veilig uit de beurt van de projecterende denkgeest blijf.
Echter deze zelfde emoties en gevoelens kunnen ook in handen van Heilige Geest denkgeest gegeven worden en dienen als reminder om er anders naar te willen kijken, door ogen van onschuld en oordeelloosheid.
Dat zijn de twee keuze die we als denkgeest (dat wat we in werkelijkheid zijn) kunnen maken, de keuze voor egodenkgeest of voor HG denkgeest)
En voor degene onder ons die allergisch zijn voor woorden als Heilige Geest en Jezus, wat ook niets anders is dan een van de vele verdediging van de egodenkgeest: de Juist-gerichte denkgeest, of de vertegenwoordiging van wat ‘Waar’ is.

We kunnen nooit iets los denken en dus doen los van deze twee keuzes.
We kunnen geen vrijaf nemen van de egodenkgeest of HG denkgeest en denken dat de wereld als vorm en alle lichamen en dingen en situaties iets is wat buiten de denkgeest bestaat.
We kunnen wel doen alsof en denken dat we vakantie kunnen nemen van de denkgeest, maar dan kan je er zeker van zijn dat je gekozen hebt voor egodenkgeest.
Want alleen de egodenkgeest kan als een briljante illusionist doen voorkomen dat er echt een wereld is bevolkt door mensen en dieren, waarmee dingen gebeuren en dingen zomaar verdwijnen, als bij toverslag.

Dus, ja, mijn ervaring is dat men als men door het proces van loslaten en anders willen leren kijken heen gaat, men door een rouwproces van afscheid nemen gaat, inclusief alle gevoelens die daarmee gepaard gaan. Maar als je dit proces consequent olv Heilige Geest (symbool van de Waarheid) aangaat, wordt je er liefdevol doorheen geleid en zal je ervaren dat waar je dacht afscheid van dacht te moeten nemen, gewoon niet waar is.
En zal uiteindelijk dat overblijven wat je werkelijk bent, en wat dat is kan je alleen weten als je het weet, tot die tijd kan je het proces alleen aan gaan als je het echt wilt en echt ‘anders’ wil gaan ‘zien’, niet met de ogen van het lichaam, maar vanuit wat je bent; denkgeest en uiteindelijk Geest.

Wie kan werkelijk aanvaarden dat zijn leven een verhaal is, een verhaal zoals ieder verhaal dat beschreven, gespeeld, gezongen, gedanst, gedicht, verteld wordt.
Een verhaal een fabel, een sprook, een sage verteld door de egodenkgeest, een verhaal met lichtbeelden.
Geprojecteerde verhalen vol met symboliek.
Maar net als kleine kinderen verstaan we de symboliek nog niet en nemen we ze letterlijk en kruipen angstig weg voor al die geheimzinnige, ondoorzichtige, bedreigende, angstige, spannende opwindende verhalen. En tegelijkertijd verlustigen we ons aan de schitterende drama’s en avonturen die zich rondom lijken af te spelen. Aantrekking en afschuw wisselen elkaar af. Dood en verderf, armoe, ziekte, geweld, afgewisseld met overvloed, rijkdom, lust en liefde, heldendom, dat is de film die we ons leven noemen. En we spelen met kinderlijke onwetende overgave onze rollen, in het grote drama; ‘van wieg tot graf’, geen happy ending dus, maar we blijven het maar steeds opnieuw spelen in de hoop dat het toch een keer goed zal aflopen.
Maar wie accepteert dit werkelijk en is bereid op een andere manier naar deze ‘film’, deze reeks projecties te kijken?
Wie wil werkelijk leren zien dat hij/zij die film niet ‘is’, maar de maker, de bedenker is en dus verantwoordelijk is voor alles wat in de film lijkt te gebeuren?
Wat blijft er over als ik die film niet ben, niet de hoofdrolspeler in die film ben, maar wel de bedenker ervan?

Op dat punt kom ik onvermijdelijk als ik opeens in de film terecht kom die wel ineens een open einde blijkt te hebben en niet eindigt in de dood…
Als de dromer van de droom helemaal klaar is met al die verhalen met als onvermijdelijk einde de dood. Als de dromer van de droom niet meer gelooft in zijn verhalen, niet meer helemaal opgaat in zijn verhalen en zich niet meer totaal identificeert met zijn eigen verzonnen verhalen en de rollen die de verhalen bevolken, dan verschuift alles dan komt in deze ‘laatste’ ontwaakfilm ineens een gedachte voorbij, de gedachte: ‘Er moet een andere manier zijn’…
En dat maakt een aloude herinnering wakker in de denkgeest die droomt van verhalen van afscheiding. Dan ziet de dromer van de droom steeds duidelijker dat al die dromen maar één doel hadden en dat is afscheiding, afscheiding van de ene bron, waar al de verhalen beginnen; de ene egodenkgeest die achter de sluier zit en de projectors bedient, een 24/7 doorlopende voorstelling, zonder pauze.
De denkgeest, dat wat ‘ik’ werkelijk ben, achter de sluier, zodat aan het oog wordt ontrokken en daardoor ‘vergeten’ wie er achter de projector zit, zodat het lijkt alsof de figuren op het doek autonoom zijn en spannende avonturen beleven.
En de ‘ik’ de denkgeest zich nu ook volledig identificeert met de film en gelooft een lichaam te zijn te midden van andere lichamen en dingen.

Wie is dan dat wat dit kan en zit te observeren en opschrijft?
Dat moet wel de waarnemende ontwakende denkgeest zijn die in deze nieuwe film, de ontwaakfilm, zich bewust wordt van dit alles en nu de regie overneemt van de egodenkgeest en kiest voor de ‘andere manier’.
En met toenemend enthousiasme en opluchting worden al die oude kinderachtige Disney en Harry Potter films, vol gruwelen en drama’s, gewist.
En onder leiding van de waarnemende en keuzemakende denkgeest is er nog maar één wens, een laatste film te maken, waarin afgerekend wordt met alle eindeloos dezelfde zich herhalende verhalen, en waarin alle voorheen drama’s worden vergeven met nog maar één doel, volledig ontwaken uit de egofilm.

Op een gegeven moment na jarenlang van leren wat vergeving is en hoe ik dat dan ‘doe’; door ‘niets’ te doen, en dat meer en meer ga ervaren, vindt ik mezelf zomaar ineens terug in de positie van de waarnemer en tevens de keuzemaker.
Door alles wat niet werkt en dus niet ‘waar’ is eerst eerlijk in de ogen gekeken te hebben en de zinloosheid ervan te hebben ingezien, groeide de bereidheid om dit alles te vergeven, de Cursus manier van vergeven, dat ik werkelijk inzie dat er ‘niets’ gebeurt is en ik (de denkgeest, niet het lichaam in mijn verhaal) onveranderlijk Eén Geest ben.
En dan ineens weet ik het zeker, er is geen wereld, er is geen ‘ik’ zijnde een lichaam er is alleen denkgeest die dit alles heeft geprojecteerd vanuit zonde, schuld en angst.
Ik bevind me dan op dat punt van de denkgeest dat in staat is waar te nemen en bereid is de keuze te maken tussen waar te nemen vanuit egodenkgeest, dat gedeelte van de denkgeest dat gelooft dat het afgescheiden kan zijn van Eenheid, of waar te nemen vanuit Heilige Geest Denkgeest dat gedeelte van de denkgeest dat ‘weet’ dat de verbreking met de verbinding met Eenheid nooit heeft kunnen plaatsvinden en dat ook nooit zal gebeuren.
Ik kan nu zien dat alles wat ik denk te zien mijn eigen keuze is en niets met een onwillekeurige, grillige, ‘ze doen maar raak’ wereld buiten mij te maken heeft. Het zijn mijn eigen projecties die de achterliggende bron, de gedachten van zonde, schuld en angst weerspiegelen. Meer is het niet.
De monsters onder mijn bed en de enge schaduwen op de muren zijn niet ‘echt’, het zijn projecties vanuit angst.
Ik wordt wakker uit deze nachtmerrie en ben alleen nog maar waarnemer.
Elke situatie waarin ik me lijk te bevinden is nu als een droom, of een film die enkel en alleen mijn innerlijke denkgeest toestand weergeeft in een uiterlijke, geprojecteerde vorm, in een van de miljarden mogelijkheden (scripts) die de egodenkgeest maar bedenken kan, en waarbinnen één van deze miljarden mogelijke scripts ik ‘geloof’ te leven. En tevens is dát het enige probleem wat er is; mijn ‘geloof’ er in.
Daarom kan je ECIW ook geen nieuw soort ‘geloof’ noemen.
Het is een denkgeest toestand waarin ik heel duidelijk zie en weet dat er enkel en alleen een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand aan de hand is.
Allemaal ‘verhalen’, verhalen, sproken, die niet werkelijk gebeurd zijn, maar waar wel in wordt geloofd.

Daar sta ik dan, op die splitsing in de weg, waar ik de keuze moet maken, een bewuste keuze, die voorheen onbewust was en mijn keuze was gebaseerd op mogelijkheden binnen het verhaal van het door de egodenkgeest geprojecteerde script, dat wat ik mijn leven noemde.
Nu zie ik dat mijn werkelijke keuze niet gaat om de rechter of de linker weg te kiezen, maar om de keuze op denkgeest niveau, en daar kan alleen gekozen worden voor egodenkgeest of voor Heilige Geest Denkgeest, symbolische namen voor de keuze voor angst of voor Liefde.

En ik maak die keuze, als voortdurende waarnemende en keuzemakende denkgeest, steeds weer opnieuw, in elke situatie die zich aandient in het script.
En dan maakt het helemaal geen bal uit of ik rechts of linksaf sla, want beide scripts, beide mogelijkheden zijn al opgenomen/geschreven, het gaat er alleen om de keuze te maken onder wiens leiding ik een bepaald script in stap; ego of HG.

Kies ik alsnog voor ego dan zullen al mijn avonturen, al mijn verhalen doordrenkt
zijn van angst in al zijn kleurrijke geprojecteerde vormen en zal ik me slachtoffer blijven voelen.
Kies ik voor de leiding van Heilige Geest en of Jezus, dan zal ik al mijn verhalen zien als lessen om te leren dat ik de verhalen niet ben en dat ik voor een andere ervaring kan kiezen. Een ervaring die mijn mijn ware Zijn zal tonen en tevens die van alles en iedereen, niets en niemand uitgezonderd.

Een nieuwe ervaring wil niet zeggen dat de vorm van het script ook verandert, we hebben immers aanvaard dat er alleen denkgeest is en dat wat we zien niets anders is dan een projectie vanuit de denkgeest. En de projectie veranderen is niet het doel, want dat zou de vorm alleen maar weer ‘waar’ maken en tot doel maken en dat is niet het werkelijke doel namelijk; ontwaken uit de droom.
En mijn denkgeest ervaringen zullen me dan ook tonen voor welke leiding ik heb gekozen en het enige wat ik, waarnemende en keuzemakende denkgeest, dan hoef te doen is opnieuw te kiezen, en opnieuw en opnieuw, en opnieuw en dat gaat steeds sneller en makkelijker, tot het niet meer nodig is…

En weer heeft Susan Dugan een geweldig interview gepubliceerd met een van de stafleden van de Foundation For A Course in Miracles.
Deze keer met Rosemarie LoSasso.
En weer zo verhelderend, vooral erg mooi zoals Rosemarie beschrijft hoe de Foundation werd en nog steeds onveranderlijk wordt geleid. Susan zegt hierover tijdens het gesprek:

‘I remember listening to a CD set where he talked about the orchestra and some letter he wrote to the staff quoting a conductor. The idea was that no one instrument, one voice, is more important than another. Each, although different in form, is integral to the whole. He used that analogy to illustrate how joining with the wholeness of our conductor, our inner teacher, allows us to kind of disappear into the beauty of the whole music. “Not to be seen, but known,” as Jesus puts it so movingly in “The Lifting of the Veil” section at the end of “The Obstacles to Peace.” And he also talked about how the motto for the Foundation he and Gloria stood by was always: “People first.” ‘

En Rosemarie die hier weer op voortborduurt…

Zie het hele interview:

http://www.foraysinforgiveness.com/a-conversation-with-rosemarie-losasso-foundation-for-a-course-in-miracles

Dat wat wij als uiterlijke vormen denken waar te nemen, inclusief ons eigen lichaam, is eigenlijk een weerspiegeling een ervaring en niet een tastbare vorm.
Het is goed te vergelijken met het kijken naar een film, we begrijpen dat dat wat we op het doek zien niet een tastbare vorm is, maar een projectie, een lichtbeeld, geprojecteerd vanuit de projector en het geeft ons een ervaring.
Dit is eigenlijk een prima afspiegeling van wat wij als wereld denken waar te nemen. Ook dat wat wij onze wereld noemen inclusief ons eigen lichaam is ook een projectie vanuit de denkgeest en daarom alleen te omschrijven als een ervaring.
Dat is dan ook de betekenis van de in de Cursus gebezigde uitdrukking:
‘Ze (de wereld) getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand’ (T21.In.1:3)

Dit betekent in de praktijk dat ontwaken uit de droom inhoud, dat de vormen, de wereld dus en alle lichamen, dingen en situaties niet meer als op zich staande feiten worden gezien waar aan gesleuteld moet worden, maar alleen nog als reminders voor wat ik net beschreef, dat het projecties zijn, lichtbeelden die getuigen van de toestand van de denkgeest, want de denkgeest is de bron en niet de projectie.

Dus zo kan ook op de juiste manier verstaan worden dat de wereld een illusie is.
De wereld en alles wat wij zien door onze ogen, inclusief de ogen, is een illusie, maar niet in de zin van dan is het dus waardeloos, dus laat ik me maar terug trekken uit de vorm want het maakt toch niets uit.
Want dan kan je je dus afvragen waar trek ik me dan uit terug, uit de wereld?
En als dat al een illusie is, heeft het dan zin om je jezelf daaruit terug te trekken?
Een bijzondere onwaardige vorm van ontkenning noemt de Cursus dat (T2.IV.3:11).
Onwaardig in de zin van onnodig.
De wereld is een illusie de ervaring die plaatsheeft in de denkgeest is wel ‘echt’ en bruikbaar. Echt in de zin dat het vanuit de denkgeest komt die de bron is achter elke projectie en als ‘echt’ bruikbaar zolang we nog ervaren in de droom.

De wereld als illusie heeft dus wel degelijk een functie, niet op zichzelf als vorm, maar als ‘de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand’.
En die functie is een reminder voor het terugkeren naar de bron, de denkgeest, dáár de gedachte die geprojecteerd wil worden door je egodenkgeest onder ogen te zien, aan HG/J (je Juist gerichte Denkgeest) te geven en te vergeven en het wonder van vergeving te mogen ervaren.

Als je dit gaat zien, dan begrijp je dat achter elke zgn situatie, vorm, lichaam, ding het wonder ligt te wachten op je. En dan ben je ook niet meer bang gewoon de ervaring vol in te duiken, want dan zie je dat je niet de vorm induikt, die een bedreiging lijkt te vormen, maar de ervaring op denkgeest niveau, het enige niveau wat er is, en dat is een heel groot verschil in waarneming.
En dit vol in de ervaring gaan zonder angst, maar alleen met de blijde verwachting dat het Wonder (volledige omkeer van denken) daarachter op je ligt te wachten, doe je olv Heilige Geest en of Jezus, Innerlijke Leraar, Zelf, of een ander symbool wat voor jou non-dualistische, dus oordeelloze Liefde vertegenwoordigt.

Een projectie is een projectie, is een projectie en wordt nooit iets anders dan een projectie.
Dat is wat er bedoeld wordt met alles is een illusie. Het is geen illusie wat betreft ervaring, maar wat betreft de vorm.
Dus ook als we ons iets denken te herinneren uit een vorig leven, is het niet dat we ons een werkelijk in de vorm gebeurde situatie herinneren, maar een van de projectie mogelijkheden die door de egodenkgeest zijn bedacht en opgeslagen in de ego videotheek, en als projecties worden geprojecteerd. Met als doel het laten verschuiven van het weten naar het vergeten dat het een projectie is vanuit de egodenkgeest en vervolgens naar denken en geloven dat de projecties op zichzelf staande situaties zijn geworden en niets te maken hebben met de vaardigheid van de egodenkgeest te kunnen projecteren.
Dit zegt de zich totaal onbewuste en totaal vergetende denkgeest helemaal niets, en als dit al gelezen wordt dan zal er alleen weerstand zijn, of misschien wel helemaal geen reactie.
Eventuele weerstand laat echter wel zien, dat er wel een vage herinnering omhoog dreigt te komen aan dit vreemde ego mechanisme van het doen laten vergeten denkgeest te zijn. Want dat is wat alle weerstand is, de blokkade tegen het ‘herinneren’.
De boosheid zal zich echter schijnbaar richten en dus projecteren, want zo werkt de egodenkgeest, naar ‘buiten’ toe en dan zullen de projecties aangewezen worden als de schuldigen van deze als belachelijk afgeschreven gedachten.

Echter de bereidwillige denkgeest die deze herinnering wel onder ogen wil zien, zonder oordeel, zal nu de keuze hebben dit te onderzoeken en alle projecties aan het licht willen brengen en deze als terug-herinneringsmateriaal willen gaan laten gebruiken, door dat gedeelte van de denkgeest dat zich wil herinneren en in de Cursus Heilige Geest, of Jezus wordt genoemd.

 

 

%d bloggers liken dit: