archiveren

Tagarchief: heilige geest

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

Er is geen rangorde in overleven, met deze gedachte werd ik wakker en dat vond ik meteen een inspirerende en een geruststellende vrede gevende gedachte.
“Leven” in een lichaam, in deze wereld is de ego versie van wat leven is.
Eigenlijk van wat Leven niet is.
Leven met als doel afscheiding kan geen leven zijn.
Elke vorm van leven die anders bedoeld is dan Leven in God, kan geen leven zijn.

Kijk naar de wereld, kijk naar hoe de poging om afgescheiden van God te leven eruit ziet, kijk hoe dat ervaren wordt. De onmogelijke wens om afgescheiden van God, van Liefde, van Éénheid te leven kan toch in niets anders resulteren dan in lijden, pijn, en de hel?
Als Hemel (God, Eenheid, non-dualisme) IS dan moet aarde (ego, afscheiding, dualisme) wel hel zijn.
Het is alles of niets, er kan niet een beetje hemel of een beetje aarde zijn, beide sluiten elkaar uit.

Niets in deze wereld kent een rangorde in lijden, pijn, of speciale vreugde want er is maar één oorzaak: de wens om afgescheiden te zijn van God, Liefde, Éénheid, non-dualisme. Zelfs daar hebben we verschillende woorden voor die maar één betekenis hebben. De een zal God een prettig woord vinden, de ander zal ervan walgen, de één vindt Liefde een prachtig woord, de ander zal ervan walgen, de een vindt non-dualisme een prachtig woord de ander walgt ervan en zo gaat dat met alle woorden, want woorden zijn 2x verwijdert van Waarheid.
In Éenheid, non-dualisme bestaan geen woorden. Een woord is een afgescheiden naam geven nadat gekozen is voor afscheiding en uit “Alles” (Eénheid) ineens een stukje “iets” lijkt te zijn ontstaan. En dat “iets” krijgt voordat het als vergissing terug kan keren in de natuurlijkje staat van “Alles” een naam, en wordt zo als het ware vastgelegd in steen.
En dit wordt nu meteen gezien als Waar, het nieuwe waar, het nieuwe leven, met miljarden mogelijkheden en rangorden in pijn,  lijden en kortstondige vreugde en speciale liefde.

Als ik hier goed naar kijk, zonder oordeel dan kan ik geen rangorde aanbrengen in vormen van lijden, want dan is er maar één vorm van lijden met maar één oorzaak; er wordt alleen geleden aan de ziekelijke wens afgescheiden te leven van God, Liefde, Éénheid, non-dulaisme, Waarheid.
En dat lijden speelt zich niet af in de woorden, namen die we onze projecties van lijden en pijn hebben gegeven, maar in de denkgeest die gekozen heeft voor een schijnbare mogelijkheid dromen te hebben van afscheiding en daarin te geloven als zijnde waar.

De  oplossing kan dan ook alleen maar zijn alle vormen van lijden en pijn, eerst te herkennen en te onderkennen en dan terug te (ver)geven aan de Denkgeest (Heilige Geest) die Weet en de herinnering in zich draagt aan God.

Zoals Een cursus in wonderen zegt in het 1ste principe van wonderen:
“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal” (T1.I.1:1-4).

Het wonder van vergeving ziet geen rangorde in pijn en lijden dat is het mooie en troostende ervan. Ik lijd niet meer of minder dan een ander. Alle lijden en pijn die ik ervaar in een bepaald scenario is dezelfde pijn en lijden die jij ervaart in jouw scenario. De bron (de wens voor afscheiding) is dezelfde alleen de uitvoering (de projecties) de film op het filmdoek lijken te verschillen, En het geloof in het waarheidgehalte van de film houdt de film draaiende.
Het vergeven van het geloof in de film en dus het geloof in de waarheid ervan, doet de interesse en de investering in de film uitdoven en oplossen in het Licht van Waarheid.

Als er alleen nog maar weer chaos lijkt te zijn en de (ene) denkgeest zich op lijkt te splitsen in ontelbare gedachtes die kant nog wal raken, ga dan terug naar het idee van één, dat is mijn anker.
Als het waar is dat er alleen maar één mogelijk is dan moet ik me wel vergissen nu ik zie dat ik voor veel meer dan één kies en alleen nog maar heel veel chaos zie en ervaar.

Als ik me voorstel dat er alleen maar één denkgeest is, wat betekent het dan dat ik mezelf als lichaam zie en ervaar met nog andere lichamen of iets buiten mij, wat ik als oorzaak zie van mijn angst en schuld? Dat kan alleen betekenen dat wat ik denk te zien en te ervaren niet is wat het lijkt. Het kan alleen betekenen dat ik in de spiegel kijk van mijn geprojecteerde gedachtes. Geprojecteerde afscheidingsgedachtes van één.
Het resultaat, totale chaos en verwarring. En niet om de reden die ik denk, niet omdat er echt iemand of iets buiten mij mijn rust verstoort en voor chaos zorgt.
De enige reden waarom ik (denkgeest) kies voor chaos, is omdat dat de enige manier is om schijnbaar los te komen van één en te geloven dat dat mogelijk is en kan.
Het idee van afscheiding, het ego, heeft alleen dat doel, elk schijnbaar doel in deze wereld heeft alleen dat doel. En als ik me dáár weer schuldig en angstig, boos, verdrietig, depressief door voel weet ik dat ik opnieuw voor kijken met ego kies en dus voor geloven in afscheiding kies. Meer kan het niet betekenen.

Gelukkig is en blijft één onveranderlijk één en geen twee (en meer), dus hoezeer ik ook verdwalen kan in de ervaring van chaos, daarachter is nog steeds het onveranderlijke één dat geduldig wacht op het onvermijdelijke terug herinneren, want in werkelijkheid is er niets gebeurt.
Er lijkt alleen iets gebeurt te zijn in onwerkelijkheid, en alleen in angstige dromen kan er iets te lijken gebeuren, maar wie gelooft dat dromen werkelijk zijn? De enige nuttige functie die ze kunnen hebben is dat ze symbool staan voor de onmogelijkheid af te scheiden van één.
Dit betekent dat ik opnieuw kan kiezen nadat ik mijn keuze voor ego (afscheiding) opgemerkt heb via mijn ervaringen in mijn dromen, en nu voor de herinnering (Heilige Geest) die nog altijd aanwezig is in de denkgeest en op die manier krijgen al mijn chaotische dromen van afscheiding de functie van terug-herinner-materiaal.
En ligt achter elke chaotisch gedachte het geschenk van ware vergeving geduldig te wachten tot de denkgeest er onvermijdelijk aan toe is de verzoening te aanvaarden.

De verdediging tegen “kijken” naar de verdediging tegen god is een verdediging die de verdediging verdedigt.

Elke verdediging tegen wat of voor wat dan ook komt hieruit voort en is duidelijk de keuze voor het egodenken.
Niets hoeft verdedigt te worden en niets hoeft niet verdedigt te worden.
De wereld is niets en “niets” hoeft niet verdedigt te worden.
“Niets” verdedigen is een poging om van niets iets te maken, wat alleen maar kan resulteren in nog meer niets.

Ik hoef niets te doen, niets kan niets doen, niets kan niet iets doen.

Opmerkingen zoals, “ja maar ik kan toch niet gewoon maar niets meer doen” is niets meer of minder opnieuw een poging van het ego om van niets iets te maken.

“Niets” is een bedachte angst gedachte van de egodenkgeest, die “niets” gebruikt als verdedigingsmiddel tegen de nietsheid van niets.

De egodenkgeest is daarom niet de beste raadgever om naar te luisteren.

Alleen dit volledig doorzien en het besef dat het slechts een geloof is kan de denkgeest focus verplaatsen via de waarnemende keuzemakende denkgeest naar “Heilige Geest” denkgeest door middel van het vergeven van elke opgemerkte en aan het licht gebrachte “niets” gedachte.
Ware vergeving die ziet dat “niets” niet gebeurt kan zijn.

4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.
(WdII.1.4,5)

Het viel me al eerder op dat wat vaak “tussen haakje” , zo even “tussen neus en lippen door”  wordt gezegd en of geschreven, heel vaak een enorme eyeopener voor mij is. Ik zou ook kunnen zeggen wat tussen de regels door wordt gezegd. Zo kwam ik in een V&A de volgende tussen – zin tegen (door mij in vet weergegeven):

” Wanneer de Cursus nieuw voor ons is – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – denken de meesten van ons dat we anderen proberen te vergeven voor wat ze hebben gedaan, en onszelf omdat we in de val gelopen zijn die zij voor ons hebben gezet.” (V&A #1019 op de V&A website eciw.nl: https://www.eciw.nl/index.php/nl/)

Dat is voor de ongeduldige (Ongeduld komt altijd van egodenkgeest) een kans om weerstand in te zetten tegen de bewustwording van de denkgeest dat er altijd een keuze wordt gemaakt, dus voor ego (de keuze voor afscheiding) of voor Heilige Geest (de keuze voor terug herinneren in God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je het onnoembare ook maar wil noemen). Dat er een keuze mogelijkheid is zal door het ego altijd verborgen worden gehouden, want dat is zijn door mij geprogrammeerde taak en dus kan het niet anders dan dat.

En in verreweg de meeste gevallen is het bewust worden en het willen aanvaarden van het feit dat er altijd een keuze wordt gemaakt (tussen ego en HG) een langdurig proces.
Een langdurig vaak levenslang proces, waarbij de weerstand van de denkgeest laagje voor laagje afgepeld wordt op een schijnbaar heel persoonlijke wijze. Dit gebeurt niet doordat ” ik”  iets wel of niet moet doen vanuit gedragsperspectief, maar puur vanuit de keuze die gemaakt wordt voor egodenkgeest of voor HG denkgeest. (Ook wel de onjuist-  (ego) of juist- (HG) gerichte denkgeest genoemd.)
Dus die opmerking tussen neus en lippen door,  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – is op het eerste gezicht misschien teleurstellend en demotiverend (=gedacht vanuit het egodenken die zogenaamd of zo snel mogelijk wil ontwaken, of de andere zijde van de egomedaille; het zo lang mogelijk uit wil stellen), maar ook wel rustgevend in het bewustzijn dat alleen gekozen hoeft te worden of ik de rest van mijn bewuste denkgeest leven(s) onder leiding van het ego of onder leiding van Heilige Geest wilt zetten.
Dat is namelijk de enige keuze die we als denkgeest steeds maar weer maken, eerst volledig onbewust, maar als eenmaal (her)ontdekt is dat er een keuze te maken is op denkgeest niveau, en alleen daar, want er is niets anders dan denkgeest, dan is er de uitnodiging steeds maar weer opnieuw een bewuste keuze te maken, vanuit wat de (bewuste) keuzemakende denkgeest genoemd kan worden.

Als ” ik”  (denkgeest) mij laat leiden door de keuze voor HG denkgeest zal ik op een heel (schijnbaar) persoonlijke wijze door alle weerstanden ten gevolgen van de keuze voor het ego, heen geleid worden. Het zal dan nooit als te veel of te weinig worden ervaren, maar precies als waar de denkgeest op dat moment aan toe is.
En hoe sterker het vertrouwen in deze leiding wordt des te makkelijker zal het verlopen en hoef ik me niet meer bezig te houden met egogedachtes als: hoelang duurt het nou nog, waarom gaat het zo langzaam, ik ben er helemaal klaar mee, volgens mij ben ik nu verlicht, ik ben veel verder dan anderen, alleen ik bewandel het juiste pad, ik maak er een puinhoop van, Jezus en de Heilige Geest luisteren niet naar mij, ik ben zo slecht dat ik verloren ben, hij/zij is wel verlicht/ontwaakt, maar ik niet, ik wordt zo deprie van mijn ontwaakproces, ik voel me zoooooo hysterisch gelukkig, ik doe iets niet goed, ik moet eerst door de donkere nachten van mijn ziel, ik wil nu wel eens een leuk leven, het wordt tijd voor een ander (beter) pad, ik moet me in het zweet werken om dit te volbrengen, ik moet streng zijn voor mezelf, oh, lekker ik kan de hele dag in mn bed blijven liggen, want ” ik hoef niets te doen”, ik haat goeroes, ik ben dol op goeroe’s, en de mijne is de beste, spirituele paden, boeken, bijeenkomsten, leraren zijn heilig, ik stop met dit pad. Allemaal stuk voor stuk gedachtes (best wel interessant en komisch en verhelderend om dit lijstje voor jezelf te maken) die duidelijk te herkennen zijn als de keuze voor het egodenken+identificatie met de projecties (lichamen, dingen en situaties). Gedachten die niet gaan over waar ze lijken over te gaan, (WdI.5), ze zijn dus niet fout of goed, maar gaan alleen maar over de wens om afgescheiden te blijven van Waarheid, Eenheid, God, Liefde. En ook duidelijk te herkennen als gedachtes+projecties die voortkomen uit de onheilige drie-eenheid van het ego: zonde, schuld en angst, met als enig doel in de afscheiding blijven.

Dus die opmerking:  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – gaf en geeft mij (nadat ik er eerst heel hartelijk om moest lachen) een heel opgelucht en bevrijdend gevoel van; zo, daar hoef ik me niet meer druk om te maken, want ik kan onmogelijk weten hoe “mijn” pad verloopt, omdat ik simpelweg geen all-over overzicht kan hebben over al die duizenden opgeworpen verdedigingslagen van ” mijn”  egodenkgeest. Ik kan ze echter wel leren zien en terug (ver)geven aan de denkgeest, daar waar ze worden gemaakt en opnieuw de keuze maken, en ze nu bewust onder leiding zetten van de Heilige Geest (en of Jezus, beide symbolen voor oordeelloosheid), meer valt er niet te doen. Alles wat daar uit mag volgen zal hoe dan ook behulpzaam zijn, hoe het er ook uit mag zien.
En daar staat in ECIW ook wat over wat ik hier even zal plakken:

” 5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.5:1-9).

 

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

Hardop denken, een op z’n zachts gezegd verrassend inzicht…

Wij hebben van god een serial killer gemaakt.
Huh, hoe dan?
Dat wat verborgen moet blijven, het ultieme geheim van de egodenkgeest, is het onder ogen zien van het waarom van de angst voor de dood en hoe zich dat uit-projecteert.
En als ik daar naar kijk, olv de blik van “niet angst”, symbolisch voorgesteld als olv Jesus en of de Heilige Geest, omdat de denkgeest daar kennelijk aan toe is, “zie” ik de onthulling van de volgende tot dan toe zorgvuldig door de keuze voor het geloven in de verborgen gedachtes van de egodenkgeest:

We (de keuzemakende denkgeest die kiest voor egodenken) zien de dood als de ultieme onvermijdelijke wraak van god die ons uiteindelijk toch wel weet te vinden en te pakken krijgt, ook al zijn we ons hele leven bezig de dood te ontlopen, alsof we ons kunnen verstoppen voor god, door hem te paaien, te ontkennen, ziek te worden, tijdelijk te genezen, door zelf te doden in zijn naam, door te offeren aan deze onverzadigde serial killer die leeft op dood vlees. We leven daardoor in voortdurende doodsangst, want we weten nooit wanneer god op de rode doodsknop drukt en het mijn beurt is. Euthanasie plegen of zelfmoord plegen mag dan ook niet, want dan maak je god nog bozer, want dan ontneem je hem zijn ultieme speeltje: moorden en zal er na je dood nog een veel vreselijker lot wachten.
Kortom we lijken onvermijdelijk overgeleverd te zijn aan een psychopathische serial killer van het ergste soort, waar niet mee te onderhandelen valt.

Nou, introduceer deze gedachte maar eens in een wereld die leeft op een van angst, “godslastering” en “god zal je onmiddellijk straffen” doordrenkte gedachtesysteem.
Angst zal alleen vanuit angst kunnen reageren op deze stelling.
De denkgeest die nog niet aan dit idee toe is kan dit dan ook niet aanvaarden. En dat is niet erg, kwalijk, laat staan dom. De hele ene denkgeest gelooft immers in dit waanzinnige onmogelijke denksysteem. Maar het is ook onvermijdelijk dat dit waanzinnige denksysteem uiteindelijk door de mand zal vallen, omdat het onmogelijk is (God zij dank).

Natuurlijk speelt zich dit allemaal af in de waan van de droom, en ik kan je vertellen dat het een enorme opluchting voor mij is dit verborgen droom scenario ineens in een moment zo duidelijk in een flits overziend echt onder ogen te mogen zien en helemaal uit te “bekijken”, zonder angst. Als een ontmaskeren van een Wizzard of Ozz momentje zeg maar, maar dan als een “buiten de droom. boven het slagveld hangend moment”.

Het verklaard voor mij de angst voor de dood en het (noodzakelijk) verborgen houden van de angst voor de dood, voor ons (de dromer van de droom) die geloven werkelijk dood te kunnen gaan en dat god dat beslist.
En die angst hebben wij die denken en geloven en ervaren een lichaam te zijn allemaal, niemand uitgezonderd, ook niet degene die het maar gewoon accepteert als onvermijdelijk, of god accepteren en zien als een rechtvaardige vader die beslist wanneer hij jou weer tot zich roept in de hemel, “want dood gaan we allemaal, dus leg je er maar bij neer…..”

En natuurlijk geldt dit scenario ook voor de geboorte. Ego god geeft en neemt immers? Ego god moet immers wel blijvend worden voorzien van nieuw speelgoed om zijn serial killer mind te bevredigen.
De enige manier om van dat wat pure Liefde, Eenheid, Waarheid is een tegenhanger te maken is van God precies het tegenovergestelde te maken van wat “Hij IS”, en dat is het verzinnen en projecteren van een dualistische god, een god die het tegenovergestelde is van Liefde, Eenheid, Waarheid, een god van zonde, schuld en angst en deze met elke gedachte “vast te spijkeren” in dromen van zonde, schuld en angst. (zie daar de ultieme projectie hiervan, het christelijke Paas “feest” van de kruisiging en opstanding van Jezus de zogenaamde enige zoon van God).

Dit doorzien, vereist een enorme eerlijkheid bij het kijken naar al mijn gedachten, olv de gelukkig nog steeds in de denkgeest aanwezige verbinding met God: de symbolen Jezus en of de Heilige Geest. Dit zal vanzelf gaan als de denkgeest eraan toe is en dat weet je als het zover is. Dit forceren is juist weer kiezen voor het egodenken:

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor.Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:6-7).

Ik zie nu ook dat wij die angst proberen te overschreeuwen, door bijvoorbeeld het idee van serial killers  op het toneel te laten verschijnen (te projecteren), de Jokers, de Moriato’s, de Jack the Rippers, en noem ze verder maar op de serial killers door de eeuwen heen in verhalen, sprookjes en in onze zogenaamde dagelijkse droom verhalen. Allemaal projecties van de ontkenning en de afleiding van de angst voor de hoofd serial killer: god. Een oefening in het controleren van deze angst. Maar ook de scripts waarin zonen en of dochters hun vader en of moeders vermoorden, ook dat zijn geprojecteerde verhalen die de angst reflecteren én verbergen voor een denkbeeldige moordende god.
Een training in het overschrijven van angst, zodat we aan het onvermijdelijke ego scenario wennen en het voor waar kunnen aannemen, ook al is het een onmogelijk scenario.

En zo sussen we onze angst voor de dood en voor de achterliggende angst voor god met zelf bedachte verhalen die de oorzaak van de angst, de wens om afgescheiden te blijven van God, (wat immers onmogelijk is) keurig verbergen achter nog weer een muur van angst.
Angst is de ultieme beveiliging, want het voelt vreselijk en we willen dat gevoel vermijden, of kwijtraken niet om de reden die we denken, maar omdat de verborgen wens om afgescheiden te zijn en blijven van god niet mag worden ontdekt, want dat betekent einde ego.
Niet door de dood, maar omdat het ego niet kan bestaan als het geloof eruit is verdwenen, want dan lost het gewoon op in “niets”.

Maar het is (gelukkig) allemaal een droom, een nachtmerrie, gedroomd door de ene “Zoon van God”. En wat heerlijk hier uiteindelijk zonder angst, door de angst onder ogen te zien, precies zoals deze zich voordoet, er gewoon naar te kunnen leren kijken, zonder oordeel en zonder angst. En dat kan alleen maar als ik dat doe aan de hand van dat wat oordeelloos kán kijken, ook een symbool, maar dan het symbool van “niet angst” Jezus/Heilige Geest (of een ander symbool van niet angst).
En dat is, nogmaals, iets waar de denkgeest aan toe moet zijn. We kunnen dit allemaal lezen en eventueel intellectueel begrijpen, maar dat wil nog niet zeggen dat de denkgeest er dan ook aan toe is het “echt” onder ogen te zien.
Het egodenken blijft namelijk ook mee doen, omdat wij zelf ook de egodenkgeest zijn, ook al is het een waan idee. En onze egodenkgeest kan dit verhaal, de ontsluiering ook makkelijk weer inzetten voor zijn eigen doel: afscheiding.
Ook hier moet uiteindelijk onvermijdelijk eerlijk naar gekeken worden, en weer, niet onder dwang, maar als de denkgeest er aan toe is.

Het enige wat ik, als denkgeest hier tegen kan doen, is leren kijken naar al mijn gedachten, hoe erg ze ook lijken te zijn, hoe angstig ze ook lijken te zijn, samen leren kijken met J/HG. En dan zal de denkgeest stap voor stap uit dit labyrint van angst geleid worden, waarbij dus gebruik wordt gemaakt van mijn eigen in eerste instantie uit angst geprojecteerde script en het van een angstig script met als doel afscheiding, zal worden hergebruikt als script voor het terug laat herinneren in GOD. In dat geval GOD die staat voor Liefde, Waarheid, Eenheid, die geen enkele eigenschap heeft die het ego op een ego god heeft geplakt die eigenlijk alleen maar de wens voor afscheiding uitbeeld, een wens die (God zij dank) in Werkelijkheid onmogelijk is.

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

De “echte vrijheid” om te kiezen is gelegen in de keuze te kiezen tegen het ego (de keuze voor zonde, schuld en angst, oftewel voor de onjuist gerichte denkgeest) en vóór de Heilige Geest (de keuze voor Liefde, Waarheid, Eénheid, God oftewel voor de juist gerichte denkgeest).

Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, binnen het concept: de droom, de illusie. Waarbij aanvaard wordt dat dan tegelijkertijd de keuze voor het egodenken volledig illusoir en daardoor volledig zinloos en onmogelijk is.

De enige overgebleven ware keuze, nog steeds binnen het concept van de droom, die van vóór Heilige Geest (juist gericht denken) is het logische gevolg van volledig oordeelloos inzien (doordat de (ego) angst verdwenen is) dat wordt ingezien dat de keuzen die tot nu toe gemaakt werden zonder waarde waren en alleen tot doel hadden af te scheiden van Waarheid, een onmogelijke en zinloze keuze, de keuze voor zinloze dromen van bedrog en illusies.

En het enige zinvolle wat overblijft aan de keuze voor het egodenken, zolang er nog ervaren wordt in de droom, is elke egogedachte+projectie als vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien, en er op te vertrouwen dat de rest, de effecten vanzelf zullen volgen.

%d bloggers liken dit: