archiveren

Tagarchief: jezus

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Een veel gehoorde klacht over ECIW is dat hij zo moeilijk is.
In Hoofdstuk 11.VIII “Het probleem en het antwoord” lezen we:

“1. Dit is een heel eenvoudige cursus. 2Misschien heb je niet het gevoel dat
jij een cursus nodig hebt die uiteindelijk onderwijst dat alleen de werkelijkheid
waar is. 3Maar geloof jij dat ook? 4Wanneer je de werkelijke wereld
waarneemt, zul je inzien dat jij het niet geloofde. 5Maar de snelheid waarmee
jouw nieuwe en uitsluitend ware waarneming in kennis zal worden
omgezet, zal jou slechts een ogenblik de tijd gunnen te beseffen dat alleen
dit waar is. 6En dan zal alles wat jij gemaakt hebt vergeten zijn: het goede
en het slechte, het onware en het ware. 7Want als de Hemel en de aarde één
worden, zal zelfs de werkelijke wereld uit je zicht verdwijnen. 8Het einde
van de wereld is niet haar vernietiging, maar haar omzetting in de Hemel.
9De herinterpretatie van de wereld is de overdracht van alle waarneming
naar kennis” (T11.VIII.1:1-9).

en in T11.VIII.5:1-10 staat:

“5. Misschien klaag je erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou
is om te begrijpen en te gebruiken. 2Maar misschien heb jij niet gedaan wat
hij specifiek bepleit. 3Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in
de praktische toepassing ervan. 4Niets kan specifieker zijn dan dat jou
wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt. 5De Heilige Geest zal
ieder specifiek probleem beantwoorden, zolang jij gelooft dat problemen
specifiek zijn. 6Zijn antwoord is zowel veelvoudig als één, zolang jij gelooft
dat het ene veelvoudig is. 7Misschien ben je bang voor Zijn specificiteit,
uit angst voor wat jij meent dat deze van jou zal eisen. 8Maar alleen
door te vragen zul je leren dat niets wat van God komt ook maar iets van
jou eist. 9God geeft, Hij neemt niet. 10Wanneer jij weigert te vragen, komt
dit doordat je gelooft dat vragen nemen is in plaats van delen”
(T11.VIII.5:1-10).

Ook Helen Schucman klaagde over dat de Cursus haar niet hielp.
In “Een leven geen geluk. Het ontstaan van Een cursus in wonderen. Een biografie van Helen Schucman” vinden we het antwoord hierop van Jezus aan Helen zelf, wat later voor meer algemeen gebruik in T11.VIII.5 terecht is gekomen, (zoals hierboven geciteerd):

“Je klaagt erover dat deze cursus niet specifiek genoeg voor jou is om te begrijpen en te gebruiken. Maar hij is heel specifiek geweest en jij hebt niet gedaan wat hij specifiek bepleit. Dit is geen cursus in het spelen met ideeën, maar in de praktische toepassing ervan. Niets kan specifieker zijn dan dat heel duidelijk wordt gezegd dat je zult ontvangen als je vraagt” (uit: Een leven geen geluk, blz. 328).

Het is zeker de moeite waard deze hele paragraaf T11.VIII “Het probleem en het antwoord” te gaan lezen in de cursus zelf. Het staat in het Tekstboek, hoofdstuk 11, paragraaf VIII op blz. 215. Jezus gebruikt hier de metafoor van “kleine kinderen” om het een en ander te verduidelijken:
“Kleine kinderen zien in dat ze niet begrijpen wat ze waarnemen, en vragen daarom wat het betekent. Bega niet de vergissing te geloven dat jij begrijpt wat je waarneemt, want de betekenis daarvan is voor jou verloren gegaan” (T11.VIII.2:2-3).

en

“Van niets wat je waarneemt ken jij de betekenis. Niet één gedachte die je eropna houdt is volkomen waar. Door dit te erkennen maak je een doortastend begin” (T11.VIII.3:1-3).

We kunnen onze weerstandsgedachten tegen het begrijpen van ECIW vergeven, door in te zien dat de weerstand een verdediging is tegen het willen begrijpen dat we zelf gekozen hebben (op denkgeest niveau) voor afgescheiden te willen zijn van “Waarheid”, de non-dualistische Waarheid welke onveranderlijk Éen is, in God, in Liefde.
Een afscheiding die onmogelijk is en dus nooit kan worden bewerkstelligd, dan alleen in onmogelijke dromen die de illusie proberen waar te maken dat afscheiding wel mogelijk is.

Een vergeven denkgeest is een denkgeest toestand zonder investeringen in zonde, schuld en angst.
En dan stelt Jezus de vraag:

“15. Wil jij je angsten niet verruilen voor de waarheid, als die ruil plaatsvindt
mits je er maar om vraagt? 2Want als God Zich niet in jou vergist, kun jij je
alleen in jezelf vergissen. 3Maar jij kunt de waarheid over jezelf leren van
de Heilige Geest, die jou zal onderwijzen dat er in jou, als deel van God,
geen vergissing mogelijk is. 4Wanneer jij jezelf zonder begoocheling waarneemt,
zul je de werkelijke wereld aanvaarden in plaats van de onware die
jij hebt gemaakt. 5En dan zal je Vader Zich naar je toebuigen en de laatste
stap voor jou zetten, door jou te verheffen tot Zichzelf” (T11.VIII.15:1-5).

Hardop denken, een op z’n zachts gezegd verrassend inzicht…

Wij hebben van god een serial killer gemaakt.
Huh, hoe dan?
Dat wat verborgen moet blijven, het ultieme geheim van de egodenkgeest, is het onder ogen zien van het waarom van de angst voor de dood en hoe zich dat uit-projecteert.
En als ik daar naar kijk, olv de blik van “niet angst”, symbolisch voorgesteld als olv Jesus en of de Heilige Geest, omdat de denkgeest daar kennelijk aan toe is, “zie” ik de onthulling van de volgende tot dan toe zorgvuldig door de keuze voor het geloven in de verborgen gedachtes van de egodenkgeest:

We (de keuzemakende denkgeest die kiest voor egodenken) zien de dood als de ultieme onvermijdelijke wraak van god die ons uiteindelijk toch wel weet te vinden en te pakken krijgt, ook al zijn we ons hele leven bezig de dood te ontlopen, alsof we ons kunnen verstoppen voor god, door hem te paaien, te ontkennen, ziek te worden, tijdelijk te genezen, door zelf te doden in zijn naam, door te offeren aan deze onverzadigde serial killer die leeft op dood vlees. We leven daardoor in voortdurende doodsangst, want we weten nooit wanneer god op de rode doodsknop drukt en het mijn beurt is. Euthanasie plegen of zelfmoord plegen mag dan ook niet, want dan maak je god nog bozer, want dan ontneem je hem zijn ultieme speeltje: moorden en zal er na je dood nog een veel vreselijker lot wachten.
Kortom we lijken onvermijdelijk overgeleverd te zijn aan een psychopathische serial killer van het ergste soort, waar niet mee te onderhandelen valt.

Nou, introduceer deze gedachte maar eens in een wereld die leeft op een van angst, “godslastering” en “god zal je onmiddellijk straffen” doordrenkte gedachtesysteem.
Angst zal alleen vanuit angst kunnen reageren op deze stelling.
De denkgeest die nog niet aan dit idee toe is kan dit dan ook niet aanvaarden. En dat is niet erg, kwalijk, laat staan dom. De hele ene denkgeest gelooft immers in dit waanzinnige onmogelijke denksysteem. Maar het is ook onvermijdelijk dat dit waanzinnige denksysteem uiteindelijk door de mand zal vallen, omdat het onmogelijk is (God zij dank).

Natuurlijk speelt zich dit allemaal af in de waan van de droom, en ik kan je vertellen dat het een enorme opluchting voor mij is dit verborgen droom scenario ineens in een moment zo duidelijk in een flits overziend echt onder ogen te mogen zien en helemaal uit te “bekijken”, zonder angst. Als een ontmaskeren van een Wizzard of Ozz momentje zeg maar, maar dan als een “buiten de droom. boven het slagveld hangend moment”.

Het verklaard voor mij de angst voor de dood en het (noodzakelijk) verborgen houden van de angst voor de dood, voor ons (de dromer van de droom) die geloven werkelijk dood te kunnen gaan en dat god dat beslist.
En die angst hebben wij die denken en geloven en ervaren een lichaam te zijn allemaal, niemand uitgezonderd, ook niet degene die het maar gewoon accepteert als onvermijdelijk, of god accepteren en zien als een rechtvaardige vader die beslist wanneer hij jou weer tot zich roept in de hemel, “want dood gaan we allemaal, dus leg je er maar bij neer…..”

En natuurlijk geldt dit scenario ook voor de geboorte. Ego god geeft en neemt immers? Ego god moet immers wel blijvend worden voorzien van nieuw speelgoed om zijn serial killer mind te bevredigen.
De enige manier om van dat wat pure Liefde, Eenheid, Waarheid is een tegenhanger te maken is van God precies het tegenovergestelde te maken van wat “Hij IS”, en dat is het verzinnen en projecteren van een dualistische god, een god die het tegenovergestelde is van Liefde, Eenheid, Waarheid, een god van zonde, schuld en angst en deze met elke gedachte “vast te spijkeren” in dromen van zonde, schuld en angst. (zie daar de ultieme projectie hiervan, het christelijke Paas “feest” van de kruisiging en opstanding van Jezus de zogenaamde enige zoon van God).

Dit doorzien, vereist een enorme eerlijkheid bij het kijken naar al mijn gedachten, olv de gelukkig nog steeds in de denkgeest aanwezige verbinding met God: de symbolen Jezus en of de Heilige Geest. Dit zal vanzelf gaan als de denkgeest eraan toe is en dat weet je als het zover is. Dit forceren is juist weer kiezen voor het egodenken:

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor.Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:6-7).

Ik zie nu ook dat wij die angst proberen te overschreeuwen, door bijvoorbeeld het idee van serial killers  op het toneel te laten verschijnen (te projecteren), de Jokers, de Moriato’s, de Jack the Rippers, en noem ze verder maar op de serial killers door de eeuwen heen in verhalen, sprookjes en in onze zogenaamde dagelijkse droom verhalen. Allemaal projecties van de ontkenning en de afleiding van de angst voor de hoofd serial killer: god. Een oefening in het controleren van deze angst. Maar ook de scripts waarin zonen en of dochters hun vader en of moeders vermoorden, ook dat zijn geprojecteerde verhalen die de angst reflecteren én verbergen voor een denkbeeldige moordende god.
Een training in het overschrijven van angst, zodat we aan het onvermijdelijke ego scenario wennen en het voor waar kunnen aannemen, ook al is het een onmogelijk scenario.

En zo sussen we onze angst voor de dood en voor de achterliggende angst voor god met zelf bedachte verhalen die de oorzaak van de angst, de wens om afgescheiden te blijven van God, (wat immers onmogelijk is) keurig verbergen achter nog weer een muur van angst.
Angst is de ultieme beveiliging, want het voelt vreselijk en we willen dat gevoel vermijden, of kwijtraken niet om de reden die we denken, maar omdat de verborgen wens om afgescheiden te zijn en blijven van god niet mag worden ontdekt, want dat betekent einde ego.
Niet door de dood, maar omdat het ego niet kan bestaan als het geloof eruit is verdwenen, want dan lost het gewoon op in “niets”.

Maar het is (gelukkig) allemaal een droom, een nachtmerrie, gedroomd door de ene “Zoon van God”. En wat heerlijk hier uiteindelijk zonder angst, door de angst onder ogen te zien, precies zoals deze zich voordoet, er gewoon naar te kunnen leren kijken, zonder oordeel en zonder angst. En dat kan alleen maar als ik dat doe aan de hand van dat wat oordeelloos kán kijken, ook een symbool, maar dan het symbool van “niet angst” Jezus/Heilige Geest (of een ander symbool van niet angst).
En dat is, nogmaals, iets waar de denkgeest aan toe moet zijn. We kunnen dit allemaal lezen en eventueel intellectueel begrijpen, maar dat wil nog niet zeggen dat de denkgeest er dan ook aan toe is het “echt” onder ogen te zien.
Het egodenken blijft namelijk ook mee doen, omdat wij zelf ook de egodenkgeest zijn, ook al is het een waan idee. En onze egodenkgeest kan dit verhaal, de ontsluiering ook makkelijk weer inzetten voor zijn eigen doel: afscheiding.
Ook hier moet uiteindelijk onvermijdelijk eerlijk naar gekeken worden, en weer, niet onder dwang, maar als de denkgeest er aan toe is.

Het enige wat ik, als denkgeest hier tegen kan doen, is leren kijken naar al mijn gedachten, hoe erg ze ook lijken te zijn, hoe angstig ze ook lijken te zijn, samen leren kijken met J/HG. En dan zal de denkgeest stap voor stap uit dit labyrint van angst geleid worden, waarbij dus gebruik wordt gemaakt van mijn eigen in eerste instantie uit angst geprojecteerde script en het van een angstig script met als doel afscheiding, zal worden hergebruikt als script voor het terug laat herinneren in GOD. In dat geval GOD die staat voor Liefde, Waarheid, Eenheid, die geen enkele eigenschap heeft die het ego op een ego god heeft geplakt die eigenlijk alleen maar de wens voor afscheiding uitbeeld, een wens die (God zij dank) in Werkelijkheid onmogelijk is.

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Jezus en de Heilige Geest

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

Van wegen Pinksteren, het feestje van de Heilige Geest plaats ik hieronder de volledige tekst uit het Handboek voor leraren, Verklaring van termen, 6. De Heilige Geest, uit Een cursus in wonderen, over wat de Cursus verstaat onder De Heilige Geest.
Een voorbeeld van het gebruik van “bekende” christelijke termen welke door de Cursus volledig worden omgedraaid en opnieuw worden gebruikt.
Veel studenten van ECIW komen veel weerstand in zichzelf tegen door het gebruik van deze bekende christelijke termen. Maar bedenk dat ECIW ook stelt dat we nooit onvrede voelen om de reden die we denken (les 5). De enige reden dat we onvrede voelen is altijd dat onze keuze voor het egodenken deze projecties van onvrede gebruikt om afgescheiden te blijven van Eénheid, Liefde, God, of hoe je de non-dualistische staat van de Geest ook wil noemen.
ECIW gebruikt alles wat het ego gebruikt om afgescheiden te blijven opnieuw, maar nu als vergevingsmateriaal en kans, een manier om de afscheiding ongedaan te maken en terug te herinneren in Geest, dat wat “we” in Wezen Zijn.
En bedenk tijdens het lezen dat ECIW ons nooit aanspreekt als zijnde een lichaam, maar als denkgeest. Ontken het echter niet als je je wel aangesproken voelt als lichaam, want dat is niet fout of zondig, maar slechts de keuze voor kijken via de egodenkgeest. En dat kan je geloven en als waar aannemen, of aan Heilige Geest Denkgeest geven, waar het dan zal worden her-gebruikt als vergevingskans. De keuze staat vrij en elke denkgeest kiest dat waar hij aan toe is en dat is dus altijd de juiste keuze voor dat moment.
Het heeft daarom ook geen zin om “iemand anders” er van te betichten of er op te wijzen dat deze “verkeerd” kiest, want de denkgeest kiest altijd dat waar hij aan toe is, en volgt schijnbaar zijn eigen individuele pad, omdat dat is wat de denkgeest die zich nog in een afgescheiden denkgeest toestand bevindt kan begrijpen.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn.

6. DE HEILIGE GEEST

1. Jezus is de manifestatie van de Heilige Geest, die hij op aarde liet neerdalen
nadat hij was opgestegen ten Hemel, of anders gezegd, tot volmaakte
vereenzelviging kwam met de Christus, de Zoon van God, zoals Hij die
heeft geschapen. 2De Heilige Geest, die een schepping is van de ene
Schepper en met Hem schept naar Zijn gelijkenis of geest, is eeuwig en is
nooit veranderd. 3Hij was ‘op de aarde neergedaald’ in die zin dat het nu
mogelijk was Hem te aanvaarden en Zijn Stem te horen. 4Zijn Stem is de
Stem namens God, en heeft daarom vorm aangenomen. 5Deze vorm is niet
Zijn werkelijkheid, die God alleen kent, samen met Christus, Zijn werkelijke
Zoon, die deel is van Hem.

2. De Heilige Geest wordt door de hele cursus heen beschreven als Degene
die ons het antwoord op de afscheiding geeft en ons het Verzoeningsplan
brengt, waarbij Hij ons specifieke aandeel daarin vastlegt en ons precies
laat zien wat dat inhoudt. 2Hij heeft Jezus als leider aangesteld om Zijn
plan uit te voeren, aangezien hij de eerste was die zijn eigen aandeel volmaakt
heeft voltooid. 3Alle macht in de Hemel en op aarde is hem dan ook
gegeven, en hij zal die met jou delen wanneer jij het jouwe hebt voltooid.
4Het Verzoeningsprincipe werd aan de Heilige Geest gegeven lang voordat
Jezus dat in beweging zette.

3. De Heilige Geest wordt beschreven als de overblijvende Communicatieschakel
tussen God en Zijn afgescheiden Zonen. 2Om deze bijzondere
functie te vervullen, heeft de Heilige Geest een dubbele functie op zich genomen.
3Hij heeft kennis, want Hij is deel van God; Hij neemt waar, want
Hij werd gezonden om de mensheid te verlossen. 4Hij is het grote correctieprincipe;
de brenger van ware waarneming, de macht die onlosmakelijk
verbonden is met de visie van Christus. 5Hij is het licht waarin de vergeven
wereld wordt waargenomen, waarin alleen het gelaat van Christus
wordt gezien. 6Nooit vergeet Hij de Schepper, noch Zijn schepping. 7Nooit
vergeet Hij de Zoon van God. 8Nooit vergeet Hij jou. 9En Hij brengt jou de
Liefde van je Vader in een eeuwige schittering die nooit zal worden tenietgedaan,
omdat God die daar heeft geplaatst.

4. De Heilige Geest verblijft in dat deel van jouw denkgeest dat deel is van
de Christus-Denkgeest. 2Hij vertegenwoordigt je Zelf en je Schepper, die
Eén zijn. 3Hij spreekt namens God en ook namens jou, daar Hij met Beiden
verbonden is. 4En daarom is Hij het die bewijst dat Zij Eén zijn. 5Hij lijkt
een Stem, want in die vorm richt Hij Gods Woord tot jou. 6Hij lijkt een
Gids door een ver land, want die vorm van hulp heb je nodig. 7Hij lijkt
alles te zijn wat maar voldoet aan de behoeften die jij meent te hebben.
8Maar Hij wordt niet misleid wanneer jij ziet dat jouw zelf verstrikt is in
behoeften die jij niet hebt. 9Hiervan wil Hij je juist bevrijden. 10Hiertegen
wil Hij je juist beschermen.

5. Jij bent Zijn manifestatie in deze wereld. 2Je broeder roept jou op om
samen met hem Zijn Stem te zijn. 3Alléén kan hij de Helper van Gods Zoon
niet zijn, want alléén is hij functieloos. 4Maar verbonden met jou is hij de
stralende Verlosser van de wereld, wiens aandeel in haar verlossing jij
compleet hebt gemaakt. 5Hij zegt jou dank evenals hem, want jij stond met
hem op toen hij de wereld begon te verlossen. 6En je zult bij hem zijn wanneer
de tijd voorbij is en er geen spoor overblijft van de boosaardige dromen
waarin je danst op de magere melodie van de dood. 7Want in haar
plaats wordt de lofzang tot God een korte tijd gehoord. 8En dan is de Stem
verdwenen, en neemt ze niet langer vorm aan, maar keert terug naar de
eeuwige vormloosheid van God.
(VvT.6)

Mochten er vragen opkomen na het lezen van deze verklaring, dan wil ik die graag proberen te beantwoorden.

“Freud’s mistake was in thinking the problem was ‘what’ a person dissociates – that there is something rotten there that must be looked at. He failed to recognize that there is nothing rotten. In contrast to Freud, Jesus says, to repeat this central point, that the problem is not ‘what’ we dissociate but ‘that’ we dissociate. In other words, it does not matter what we split off and what we do not want to look at. The problem is simply that we are splitting off, that we are actively choosing to separate. This is where the guilt is, because it is reminiscent, as is everything in the world, of the original splitting off from our Source. Similarly, defenses are not the problem; it is the idea that we think we need defenses that is the problem. It makes no sense, after all, to defend against a problem that is not there.”
Ending Our Escape From Love – Kenneth Wapnick, Page 47.

“Freud maakte de vergissing om te denken dat het probleem datgene was wat iemand dissocieert – dat er een rotte plek is waarnaar gekeken moet worden. Hij zag niet in dat er geen rotte plek is. Om dit centrale punt nog eens te herhalen, Jezus zegt in tegenstelling tot Freud dat het probleem niet is wat we dissociëren maar dat we dissociëren. Met andere woorden, het maakt niet uit wat we afgesplitst hebben en waar we niet naar willen kijken. Het probleem is eenvoudig dat we afsplitsen, dat we er daadwerkelijke voor kiezen om afgescheiden te zijn. Daar ligt de schuld, omdat dit, evenals alles in de wereld, ons herinnert aan de oorspronkelijke afsplitsing van onze Bron. Zo zijn verdedigingen evenmin het probleem; het probleem is de overtuiging dat we denken verdedigingen nodig te hebben. Het heeft per slot van rekening geen zin om je te verdedigen tegen een probleem dat niet bestaat.”
Je vlucht voor liefde loslaten – Kenneth Wapnick, pagina 43.

Image may contain: 1 person, sitting, ocean and text

De Wizzard of Oz, oftewel de waarnemende/keuzemakende denkgeest ontmaskerd.
Dat beeld kwam voorbij toen ik besefte dat er een schijnbaar “iets” is dat gedachten selecteert en uitkiest.
En dat dat schijnbare “iets” er ook alles aan doet om verborgen te blijven, zodat wat gedacht wordt niet op een keuze lijkt, genomen door iets anders dan het lichaam.
Naarmate het proces van ontwaken zich voltrekt, wordt de functie van wat we deze voor het gemak maar de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, duidelijker.
Het wordt ook steeds duidelijker dat de egodenkgeest een kant en klaar denkgeest-pakket is met alleen maar afscheidingsgedachtes. Of die gedachten er nu vreselijk of prachtig uitzien en ervaren worden. Zolang de vorm waarin ze zich vertonen als oorzaak wordt gezien, zijn het egogedachten.

Dat hele pakket van louter verdedigende egogedachten (tegen Waarheid) is er altijd in z’n geheel, ieder moment.
Zo wordt het niet ervaren. Egogedachten+projecties=egogedachten, lijken zich voor te doen in tijd en ruimte en lijken hun oorsprong te hebben in individuele gedachten.
Hierdoor lijkt het nog onwaarschijnlijker en wordt nog meer verborgen, dat er ook maar één egodenkgeest is die enkel en alleen maar steeds één afscheidingsgedachte uitzendt: de wil tot afscheiden. En deze ene gedachte deelt zichzelf telkens op in miljoenen fragmentjes, een zeer effectieve manier om te verbergen dat er maar één gedachte aan ten grondslag ligt; de wil tot afscheiden.

Hoe duidelijker de versluierde verdedigingsgedachten van de egodenkgeest door het proces van ontwaken worden des te beter worden ze gezien en opgemerkt. En dan blijkt, zo leert de ervaring, dat alle mogelijke egogedachten altijd bij elke gedachte er gewoon zijn, het hele egopakket.

En om te voorkomen dat de gekte dan echt losbreekt, lijkt er een individueel pakketje egogedachten te zijn, geprojecteerd als een individu met een naam. En zo verschijnen er dan figuren op het toneel dat we de wereld noemen die allemaal hun eigen karaktertrekken en kenmerken hebben en hun eigen rol spelen, los van alle andere figuren.

Dit beeld begint nu te wankelen en daardoor wordt de oorzaak, de denkgeest die kiest voor afscheidingsgedachten langzaamaan weer duidelijk. De begrenzing van het individu zijn verdwijnt langzaam en terugkeer naar het feit dat er maar één denkgeest is wordt daardoor ook weer zichtbaar.
Met andere woorden, de waarnemende/keuzemakende denkgeest die tot dan toe altijd koos voor het egodenken, wordt zich stap voor stap bewust van het feit dat er gekozen wordt, dat egodenken een keuze is.
Wat ik steeds meer ervaar is dat als ik ergens over denk, of iets ervaar alle mogelijkheden van dat ene egodenkgeest pakket (de blauwdruk van het karakter Annelies) langskomen. Er lijkt geen keuzemaker te zijn, alle mogelijkheden lijken zich in één keer voor te doen en worden niet meer gefilterd door de keuzemaker die voortdurend oordeelt wat wel of wat niet te denken, afhankelijk van de afgesproken matrix (persoonlijkheid). Dat geeft de ervaring van boven het slagveld te zijn en een totaal overzicht te hebben van oorzaak en gevolg en het achterliggende doel, namelijk de wens tot afgescheiden te zijn van Eénheid. Ook het gevoel van slachtoffer te zijn van omstandigheden wordt minder sterk, omdat wordt gezien dat alles een keuze is en dat zowel de slachtoffer als de dader rol binnen de keuze voor het egodenken, hetzelfde doel hebben, namelijk afscheiding.

Het is zelfs zo, dat als ik weer eens dreig te verdwalen in egogedachten, loop te piekeren en het verhaal wat ik ervaar geloof, ineens de heldere gedachte opkomt, oh, wacht even ik kies nu weer voor egodenken, ik kan deze gedachte ook vergeven, want het is gewoon niet waar. het verhaal is niet wat het lijkt te zijn, het is alleen maar weer een poging tot afscheiding. Ik hoef het niet te analyseren, me er tegen te verzetten, niet te omarmen, of te ontkennen, erover te oordelen, het mooier te maken, of lelijker, of mijn gevoel erover verstoppen het is op de eerste plaats een egogedachten met maar één doel, afscheiding, oftewel een poging om van één twee te maken. En dat is niet goed of fout, maar een vergissing waar ik steeds minder in ga geloven, en liever als vergevingskans en materiaal wil gaan zien. Ondertussen ervaar ik wat ik ervaar en doe wat ik doe, want hoe kan ik anders ontdekken dat ik voortdurend voor afscheiding kies en ook voor ware vergeving kan kiezen?

Zo blijkt dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest die eerst onbewust opereerde, waardoor werd “vergeten” dat er überhaupt een keuze gemaakt werd of kon worden, stap voor stap in het bewustzijn terugkomt en de keuze opnieuw gemaakt kan worden om naar het ego te luisteren of naar de andere optie, de herinnering aan Eenheid, in ECIW symbolisch de Heilige Geest en of Jezus genoemd.
En dan wordt ook duidelijk dat keuzes niet gaan over keuzes over iets of iemand buiten mij of over mijzelf als lichaam, maar of er wordt gekozen voor afscheiding (ego) of Eenheid (HG/J).
Dus als ik met een probleem zit, of me alleen al identificeer met wat voor vorm of situatie dan ook en geloof dat dat waar is, kies ik automatisch voor ego denken.
Als dat opgemerkt wordt kan de keuze verschuiven naar de keuze voor het herstellen van de vergissing afgescheiden te willen zijn van Eenheid, en dat is wat ware vergeving inhoudt. Op deze manier worden problemen en mijn identificatie met vormen en situaties op een andere manier her-gebruikt, en zo krijgt “mijn” hele leven een totaal andere functie.

De hele “kunst” van ontwaken uit de droom, is steeds beter leren op te merken dat er altijd eerst voor egodenken, dus afscheiding wordt gekozen en dan te leren dat er opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden en oorzaak en gevolg bij de wortel aanpakt.
En dit kan alleen geleerd worden binnen het kader van de ervaring, omdat dat nu eenmaal is wat ervaren wordt en begrepen.
De denkgeest die alleen maar even “in de war is” zal onvermijdelijk terugkeren in waar deze nooit uit is weggegaan.
Het schijnbare “iets”, zal onvermijdelijk oplossen als “niets” in het “niets”.
Dus of ik nu mijn best doe of niet, de onvermijdelijkheid van terug herinneren in dat er niets gebeurt is, omdat Eenheid gewoon niet dualistisch kan worden, is een feit.

 

 

 

 

 

 

 

Daarnet weer dat sterke gevoel van weten weg te rennen door dat wat probeert weg te blijven van het “weten” waarvoor het weg rent.
Ik had gedachten als “sukkel”, “idioot”, en aangezien dat met de bijbehorende emoties gepaard ging, dus voelde als zeer onaangenaam, realiseerde ik me ook dat het weer niets anders kon zijn dan de keuze voor egodenken, oftewel de wil tot afscheiden. En het niets te maken heeft met de ogenschijnlijke oorzaak die zich ergens “buiten” een “ik” lijkt af te spelen, waardoor er een “ik” lijkt te zijn die zich aangevallen voelt en op de vlucht slaat en in de aanval gaat. Vluchten en aanvallen ineen, want de “ik” beschuldigen (wat ben ik toch een idioot en een sukkel) is ook wegrennen van “Zijn” en het aanvallen wordt ervaren als zelfhaat.

En terwijl ik dit alles ervoer, was er ook tegelijkertijd de observerende die zich hiervan bewust was. Het ervaren werd niet tegengehouden, niet verandert, niet beter gemaakt het werd gewoon geobserveerd, precies zoals het zich voordeed, oordeelloos en daardoor bewust gemaakt. Het wegrennen maakte plaats voor het oordeelloos observeren van het wegrennen, wat tevens de weg opent voor ware vergeving.

Dan wordt ook meer en meer bewust dat het niet het lichaam is dat dit alles ervaart, maar “iets” anders, dat wat kennelijk kan observeren en zich niet meer 100% identificeert met een lichaam en situaties.
Dat “iets” anders kunnen we denkgeest of mind noemen, voor het gemak omdat we nu eenmaal gewend zijn om met behulp van woorden te communiceren.
En dat “iets” blijkt eigenlijk de bron te zijn. Er vindt dus een verschuiving plaats in dat proces van bewustwording, van het lichaam en situaties als oorzaak, terug naar de denkgeest/mind als oorzaak.
Het is echter wel zo, dat denkgeest/mind voor de nog steeds in een schijnbare wereld en in een schijnbaar lichaam ervarende, een abstract concept blijft.
Vandaar dat ECIW het voor de “ervarende” nog steeds bekende en vertrouwde concept van lichamen en situaties (her)gebruikt, maar nu met een heel andere bedoeling en doel.

Er wordt nog steeds als vanouds “ervaren”, schijnbaar door een lichaam in situaties, maar het bewustzijn gaat groeien dat wat als oorzaak ervaren wordt door de ervarende, niet is wat het dacht en geloofde dat het was.

Er lijkt een “ik” te zijn die zelfhaat ervaart, maar langzaamaan al ervarend wordt steeds duidelijker dat die “ik” lichaamsgerichte zelfhaat, eigenlijk alleen maar vanuit denkgeest/mind komt en niet als doel heeft het zelf te haten, ook al wordt dat wel als zodanig ervaren als ik eerlijk kijk, maar als doel heeft zich af te scheiden van éénheid, of om het tegengestelde van haat te gebruiken, af te scheiden van liefde (non-dualistische liefde).
En nogmaals éénheid en non-dualistische liefde, zijn voor de in deze wereld en in een lichaam ervarende abstracte concepten, dus daarnaar streven en proberen mij daarin te mediteren werkt niet.
Wat wel werkt, en daar kan meditatie wel voor werken, is rustig en zonder oordeel onder ogen gaan leren zien welke blokkerende gedachten ik projecteer om maar uit die non-dualistische eenheid en liefde te blijven.

Het belangrijkste in het proces van bewustwording is dus 100% observerende te worden, terwijl “op het toneel” het script wordt uitgespeeld, want dat moet geobserveerd worden en niet ontkend of veranderd of aangepast. En 100% observerende worden is hetzelfde als “weten” 100% denkgeest/mind te zijn, wat dus niet een lichaam is dat speelt denkgeest/mind te zijn, want hou er rekening meer dat het “oude egobewustzijn” nog steeds mee doet, zolang er nog de beleving van “ervaren” is. Het wordt alleen steeds zwakker en verdwijnt meer en meer naar de achtergrond, terwijl het bewustzijn van denkgeest/mind te zijn steeds sterker, duidelijker en op de voorgrond komt.
En de keuze daarvoor steeds makkelijker gemaakt zal kunnen worden en tenslotte de automatische keuze voor het ego-denken geheel zal vervangen.

En nogmaals omdat denkgeest/mind abstract is voor de nog steeds ervarende, worden nog steeds woorden gebruikt als hulpmiddel. Woorden zoals de innerlijke leraar, of Jezus, of Heilige Geest, of welk woord dan ook wat maar behulpzaam kan zijn voor de observerende ervarende op zijn weg naar het terug herinneren in éénheid, waarheid, liefde, God.

 

Laat ik eerst even stellen dat alle zogenaamde valkuilen die we hebben gemaakt vanuit ego (vanuit het geloof in zonde, schuld en angst) op de eerste plaats gemaakt zijn als behulpzaam middel voor de ego kant van onze denkgeest om in afscheiding te blijven, ook al klagen we steen en been als we weer in zo’n valkuil, die we echter niet als zodanig herkennen, en ervaren als geheel buiten onze ‘schuld’, of door onze eigen stomme ‘schuld’, zijn gestapt.

Pas als we dit mechanisme herkennen, onderkennen en bereid zijn dit oordeelloos te observeren, opent zich de mogelijkheid “er anders naar te kijken”, dat wil zeggen met de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de nog altijd bestaande verbinding, die nooit is weggeweest met dat wat we zijn, één in Eenheid, Waarheid, Liefde, God.

De uitspraak “er moet een andere manier zijn” zal door de ego kant van de denkgeest (want die doet altijd mee, zit verpakt in elke gedachte) geïnterpreteerd worden als er moet een betere manier zijn om mijzelf als lichaam in dit bestaande probleem wat ik tegenkom in mijn leven, beter te voelen.
Het ego is altijd vorm gericht, en vorm gerichtheid is altijd de valkuil waar de egodenkgeest voor kiest, zonder bewust daarvoor te kiezen, het doet gewoon wat het doet en dat is vormgericht zijn het kan niets anders, het ego kan niets anders kiezen. Het ego kan niet anders dan geloven dat mijn geluk afhangt van wat er buiten mij en met mij als lichaam gebeurt.

Hoe merk ik dat ik voor de egokant van de denkgeest heb gekozen? Door bijvoorbeeld te verwachten dat als ik vergeef de vorm zal veranderen, dus de “fout” zal veranderen, de schuldige buiten mij zal veranderen, of dat ik die schuldig is zal veranderen.
En dan kan het gebeuren (daar kan je op wachten), dat je ijverig bijvoorbeeld een pad als ECIW doet, ik me nog steeds ongelukkig voel, nog steeds boos wordt, de dingen nog steeds niet gaan zoals ik wil, en denk “zie je wel, die Cursus werkt niet”.
En dat klopt “die Cursus” doet niets, want ook “die Cursus” is niet iets buiten mij die dingen kan veranderen, die anderen en mij kan veranderen dmv “een vorm wonder”.
Het enige wat ik dan dus doe is ECIW “doen” onder leiding van mijn (onbewuste, onbewust als bescherming) keuze voor de egokant van de denkgeest, die alles “buiten mij” plaatst.

Ik kan dat “me nog steeds ongelukkig voelen” ook weer verbergen achter spiritueel ego denken/gedrag en doen alsof ik me beter voel en dat alles beter gaat door me totaal te dissociëren van wat er in de vorm aan de hand lijkt te zijn, en daar zelf een spirituele ego variatie vorm van te maken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door de symbolen Jezus en of de Heilige Geest (beide symbolen voor de herinnering aan onveranderlijke Eenheid) mijn wereld in te slepen en ze de opdracht te geven mijn problemen in mijn leven op te lossen (alsjeblieft, dankuwel). Ik plaats dan weer deze “hulpbronnen” buiten mij, de valkuil van het egodenken.
Het kan dan lijken alsof mijn bijvoorbeeld lichamelijk problemen zich hebben opgelost, door iets buiten mij (een vorm-wonder) terwijl wat er ‘gebeurt’ is dat de egodenkgeest zijn trukendoos heeft gebruikt, zoals een illusionist ook dingen lijkt te kunnen doen laten verdwijnen of veranderen.

Ja, de lichamelijke problemen kunnen zijn verdwenen, en dat is best prettig, maar juist die gedachte is een illusie, omdat het zogenaamde probleem helemaal niet gelegen is in wat voor vorm (lichamelijk of in iets) dan ook. Er is alleen denkgeest die denkt en kan denken via egodenken (vormgericht) of via HG/J denken, denkgeest gericht.
Dan doemt de volgende valkuil alweer op, door misschien te denken dat lichamelijke genezing dan wel ‘fout’ moet zijn.
Elke gedachte die de gedachte van “fout/goed” (vormgericht) in zich heeft kan niet anders dan afkomstig zijn van de keuze voor egodenken. En ook dat is niet “fout/goed”, maar gewoon het egomechanisme wat niet anders kan dan denken zoals het geprogrammeerd is en dat is denken in goed en fout, geheel gericht op vormen buiten “mij”, een lichaam. Genezing van het lichaam is niet “fout/goed”, maar slechts tijdelijk en veranderlijk, omdat alles wat vormgericht is en buiten mij lijkt te zijn, uiteindelijk maar één doel heeft, ook al kan het tijdelijk uitgesteld worden: de dood.

Laat duidelijk zijn dat wat ik hier beschrijf allemaal eerst ervaren moet worden alvorens ik echt kan doorzien wat het betekent “de andere keuze” te kunnen maken.
En ja het kan ook eerst een tijdje in een theoretisch/intellectueel doorzien blijven hangen, maar ook dat is niet voldoende, want ook dat is een vorm van dissociëren, een “veilig” heenkomen kiezen uit die akelige, pijnlijke ervaringen. Alleen in en door de ervaring, en tegelijkertijd observerend van boven het slagveld, kan de keuze voor “er moet een andere manier zijn” gemaakt worden. En die andere manier is dan kiezen voor “het andere denken”, denken vanuit dat gedeelte van de denkgeest die er nu bewust voor kiest zich verbonden te voelen met Eenheid, Waarheid, Liefde, God, en daartoe de hulp inroept van de verbinding daarmee: de symbolen Heilige Geest en of Jezus, of een ander symbool dat voor totale liefdevolle oordeelloosheid staat.
Het denksysteem van het egodenken wordt daarmee niet vernietigd, ontkent, of omarmt, maar meer als neutraal gezien, niet instaat zijnde mijn terugkerende herinnering aan Eenheid, Waarheid, Liefde, God te vernietigen.

Dus als ik mij ondanks dat ik ECIW denk te ‘doen’ zoals ik denk dat het heurt, en ogenschijnlijk zelfs in de vorm alles heb wat mijn hartje begeert, me toch nog ongelukkig, boos, of hyper voel, dan heeft dat niets te maken met of een gekozen pad zoals ECIW wel of niet werkt, maar met de mate van mijn bereidheid werkelijk te kiezen voor “er moet een andere manier zijn”.
En kan dit me ongelukkig enz. voelen een reminder worden voor “de andere keuze”. En wordt alles wat ik als mijn leven ervaar een spiegel die mij mijn werkelijke keuzes laat zien, elke keer als ik iets ervaar.

Ik hoef helemaal niet blij te zijn met de leugen die mij zegt dat we hier in dit lichaam op deze aarde zijn, zoals Nicolien Gouwenberg zo mooi beschrijft in een artikel, “Een gelukkige leerling” in het nieuwste MIC Magazine. Deze gedachte weerspiegelt prachtig de keuze voor “er moet een andere manier zijn”.

%d bloggers liken dit: