archiveren

Uncategorized

Waar komt toch dat idee vandaan dat alles met alles samenzweert tegen alles?
De ene ‘conspiracy’ theorie na de andere komt voorbij.
Wat kan het anders zijn dan de projectie van de aard van de egodenkgeest; voortdurend op de vlucht zijn voor Waarheid?
De ‘vijand’; Waarheid, God, Liefde, Eenheid, kan volgens de waan van de egodenkgeest, alleen bestreden worden door het zogenaamd buiten ons (de denkgeest) te plaatsen en de rol te geven van samenzwering tegen onszelf, wat niets anders is dan het geloof in onze eigen projectie van zonde, schuld en angst, geprojecteerd als uitbeeldingen van samenzwerings-theorieën.

De focus heeft zich nu schijnbaar verplaatst van binnen (de denkgeest), naar buiten (projecties van de denkgeest).
Er lijkt  nu een ‘echte’ vijand te zijn die bestreden kan worden in een virtuele fantasie wereld, waarvan we ‘vergeten’ zijn dat het een virtuele wereld is.
Dat we hiertoe in staat zijn als denkgeest wordt ook mooi gesymboliseerd in het verschijnsel virtuele videospelletjes, wat eigenlijk hetzelfde is, alleen nog eens een keer extra naar buiten geprojecteerd, zodat we het een spelletje kunnen noemen. Diezelfde functie hebben films, video’s, tv, pc. Het lijkt dan onschuldiger te zijn en sust ons geweten, onze zonde, schuld en angst. Maar zelfs daarin kunnen we onszelf helemaal verliezen en het ‘echt’ doen laten lijken, met dit verschil dat er een ‘knop’ is zodat we de projectie uit kunnen zetten, en we weer in onze eigen, niet als zodanig geziene, dagelijkse projecties kunnen opgaan, denken en gelovend dat we dát wel ‘echt’ zijn.

Goed nieuws, er zit ook een aan- en uitknop op de egodenkgeest, en die aan- en uitknop, is de waarnemende en keuzemakende denkgeest.
Het is niet een aan- en uitknop die er voor kan kiezen de beelden uit te zetten, het is de projector, de denkgeest, die de beelden projecteert vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, die ‘uit’ kan.
Het is de Ware Vergevings-knop die de gedachten van zonde, schuld en angst kan doen laten oplossen in het ‘niets’, omdat het ‘niets’, was, is en altijd zal blijven.
Ik als waarnemende- keuzemakende denkgeest maak de keuze wel of niet nog langer te geloven in mijn zonde, schuld en angst gedachten. De bijbehorende beelden worden niet uitgezet, de bron de gedachte, de projector, de denkgeest stopt met het denken van zonde, schuld en angst gedachten en het geloof daar in. Ik ‘zie’ dan geen vormen van zonde, schuld en angst meer, maar alleen onschuld.

Ik heb één keer meegemaakt dat ik in de badkamer bezig was en geen lenzen in had en ineens, zomaar zonder waarschuwing of vooropgezet plan in een heel kort moment glashelder kon zien, maar meteen gevolgd door het besef, ineens helder te zien, waardoor het ook meteen weer verdween.
Het is niet dat mijn ogen ineens voor een kort moment genezen waren, nee het is even helemaal herinneren denkgeest te zijn het heldere ‘zien’ van de Vrije Denkgeest, die geen ogen nodig heeft om te ‘zien’.
Totdat de gedachte ‘dit kan niet’ weer kwam en de denkgeest weer zijn toevlucht nam tot het geloof in ‘ogen die nodig zijn om te kunnen zien’.
Dit is geen leuk trucje dat aangeleerd kan worden, het lichaam kan geen trucjes leren, alleen de (ego)denkgeest kan dat, die gelooft en denkt een lichaam te zijn.

Hetzelfde geldt dus voor al die samenzwerings-theorieën die in grote getale de ronde lijken te doen tegenwoordig, en welke we denken te zien met de ogen van het lichaam, die dus helemaal niet kunnen zien, en niet de rede is waarom we ons druk maken en bang zijn. We gebruiken ‘de beelden’ om te rechtvaardigen en tegelijkertijd te verbergen dat we eigenlijk gekozen hebben voor te geloven in zonde, schuld en angst.
Het goede nieuws is dat we opnieuw kunnen kiezen en Vergeven.

De ‘echte’ (tegelijkertijd onmogelijke) samenzwering is verborgen te houden, dat de denkgeest tegen zichzelf samenzweert, door een dualiteit te bedenken, waardoor het lijkt dat er twee partijen zijn; de goede en de slechteriken, waarbij de slechteriken samenzweren tegen de goede.
En dit duurt voort tot de denkgeest bereid is, en er aan toe is, er mee te stoppen en het alleen nog wil zien als vergevingskans.

Binnen het concept en het geloof in ego gelijk kan er nooit één gelijk hebben.
Binnen het geloof in het ego staan er altijd twee gelijken tegenover elkaar, die allebei geloven gelijk te hebben, maar doordat er twee gelijk denken te hebben kan er nooit één gelijk hebben en blijven beide in het ongelijk van het dualisme.
Kortom het doel van conflict binnen het egodenken is niet ergens gelijk over krijgen maar ongelijkheid in stand houden als verdediging tegen de non-dualistische onveranderlijke gelijkheid van Éénheid.

Deze uitspraak bracht mij tot de gedachte:
Als “mijn” lichaam pijn heeft en “ik” ben er niet om het te ervaren, heeft “mijn” lichaam dan pijn?
Dat kwam, omdat ik ineens wel pijn ervoer in “mijn” lichaam, maar in mijn beleving de tijd daarvoor niet. Was de pijn er toen ook, of is de pijn er alleen als ik het ervaar?
Als ik van het standpunt uit ga zoals ECIW stelt “Er is geen wereld” en “De wereld getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand”,, en “projectie maakt waarneming”, en “Waarneming is een gevolg, geen oorzaak” dan is er geen lichaam dat pijn heeft, maar denkgeest die pijn projecteert en dientengevolgen pijn ervaart.
Er kan dan dus NOOIT een lichaam zijn dat pijn ervaart.
Is dat dan pijn ontkennen? Neen, het is willen zien waar de oorzaak zich bevindt, in de denkgeest en dat het lichaam dat pijn lijkt te ervaren daar een projectie van is. Een projectie, zoals een film een projectie is uit een projector en de film die we dan denken en geloven te zien nog steeds een ptrojectie is, want gedachtes verlaten niet hun bron. Er bestaat dus geen los autonoom lichaam los van van de gedachte/projectie van het geloof in een lichaam.

Dit inzicht geeft het doel van ECIW weer, namelijk leren herinneren dat er alleen denkgeest is, dat “ik”, “we”, hoe dan ook altijd een projectie zijn vanuit denkgeest.

Als ik deze gedachte “logisch” doortrek, dan moet het alleen de denkgeest zijn die geloofd in pijn en daardoor pijn projecteert dat genezen moet worden.
Wordt er dan als de denkgeest geen pijn projecteert ook geen pijn meer ervaren?
Inderdaad dan kan er geen pijn meer worden ervaren. De valkuil die dan onmiddelijk verschijnt vanuit egodenkgeest is, oh dus dan kan ik mijn lichaam trainen in het ontkennen van pijn.
Neen, dat is een valkuil waarbij het lichaam toch tot werkelijkheid wordt gemaakt en door een of andere magische gedachte kan leren geen pijn meer te voelen.
Dat kan wel in de droom van afscheiding waarin het lichaam wel lijkt autonoom te zijn, los van de projecterende gedachte, maar dat is niet waar ECIW op doelt.
En doe op dat level waar het geloof in een lichaam en een wereld nog aanwezig is wat er gedaan kan worden om pijn te verlichten, maar tegelijkertijd kan er het groeiende besef zijn dat ik geen pijn heb om de reden die ik denk (les 5).
Het gaat dus niet om ontkenning, maar herkenning en erkenning van dat dat wat ik ervaar niet is wat het lijkt. En dat niet het lichaam, maar de denkgeest de oorzaak is en het lichaam een projectie is vanuit het besluit van de denkgeest die wil lijden, omdat dat de enige manier is om de illusie te wekken dat afgescheiden zijn van God, van Liefde een mogelijkheid is.

Op die manier, als de denkgeest eraan toe is en bereid is dit te leren herinneren, zal de functie van in dit geval pijn, maar het geldt voor alles wat ervaren wordt, een andere functie kunnen krijgen.
De functie van terugherinneren in God, in Liefde in plaats van afscheiding van God, en Liefde.

Elke ervaring of dat nu pijn is of wat voor ervaring dan ook wordt dan in plaats van een aanval (de keuze voor ego) een uitnodiging om het “anders” te willen zien en ECIW gebruikt daarvoor Ware Vergeving, welke alles in het Juist gerichte perspectief zet en alle ervaringen terug brengen naar de bron, de denkgeest waar de gedachte vergeven kan worden in de oordeelloze bron die ECIW Heilige Geest noemt.

Pijn en lijden zijn een keuze die gemaakt worden in de denkgeest en niet in een lichaam.
En dat wat ik geloof te zijn zal daarvan getuigen. Geloof ik dat ik een lichaam ben, dan zal ik alles waarvan ik geloof dat een lichaam is en kan ook ervaren, pijn en vreugde.
Verschuift mijn geloof van het geloof in een lichaam naar het geloof denkgeest te zijn dan ben ik terug bij de bron waar de beslissing wordt gemaakt (waarnemende/keuzemakende denkgeest) voor afscheiding (ego) of voor het terug herinneren (HG/J) in Geest, God, Liefde Éenheid.

Ik hoef daarbij niet zelf mijn projectie te veranderen alsof het een opzichzelf staand “ding” is, vergelijkbaar met dat als ik in de bioscoop zit ook niet naar het scherm loop om daar de projectie die pijn lijkt te hebben ga helpen, nee ik loop dan naar de projector, de oorzaak en maak daar opnieuw de enige twee keuzes die gemaakt kunnen worden: ego of HG/J, oftewel voor angst of voor Liefde en de rest zal automatisch volgen zonder dat “ik” hoef te bepalen wat de uitkomst zou moeten zijn .
Want de beslissing voor HG/J, dus voor Liefde zal altijd liefdevol uitpakken, hoe het er in de vorm ook uit mag zien.

Het is ook nog zo dat ik nooit vanuit de keuze voor ego (afscheiding) ook maar enigzins kan overzien wat de juiste oplossing zou moeten zijn om het lijden wat ik denk te geloven en te zien op te lossen. Dan zou ik elke gedachte van iedereen door tijd en ruimte moeten kunnen overzien om te kunnen bepalen wat nou de oorzaak is van mijn pijn en lijden nu. Dat is onmogelijk.
Soms is er wel een direkt verband te zien zoals ik dat in mijn voorbeeld aan het begin beschreef, dat ik even een direkt verband zag tussen oorzaak en gevolg in de denkgeest en dat ook ervoer.
Maar als ik probeer door te analyseren in de vorm welke gedachte nou precies de oorzaak is achter mijn pijn, dan is dat onmogelijk, nogmaals omdat de eigenschap van de egodenkgeest totale chaos is en analyseren van die totale chaos die juist is opgezet als uitnodiging om daar te gaan zoeken waar geen enkel bevredigend antwoord te vinden is.

Het enige behulpzame hierbij is te leren zien en te ervaren dat in plaats van in de chaos van het ego te springen en daar naar een oplossing te zoeken, terug te gaan naar éénvoud en leren dat er altijd maar twee keuze mogelijkheden zijn namelijk voor ego (afscheiding) of voor HG/J (terug herinneren in Één). En slechts één van deze twee keuzes vertegenwoordigt Waarheid, dus eigenlijk is er maar één keuze mogelijk.

Dus het antwoord op mijn vraag aan het begin van deze tekst: Was de pijn er toen ook, of is de pijn er alleen als ik het ervaar? is, ja er is alleen een idee van pijn als ik het ervaar.
Met andere woorden er kan op het filmscherm door de projectie ogenschijnlijk pijn geleden worden, maar dat wat het projecteert en waarneemt hoeft er niet onder te lijden, afhankelijk van de denkgeest (ego of HG) waarvoor gekozen wordt.
Wordt er voor ego focus gekozen dan zal er een lichaam ervaren worden dat pijn lijdt, zal er voor HG/J denkgeest gekozen worden dan zal er gezien worden dat niet de projectie wat er uiziet als een pijnlijdend lichaam lijdt, maar de denkgeest die heeft gekozen voor het projecteren van pijn en lijden en nu geloofd dat er een lichaam is dat pijn heeft.

Ik had dit concluderend ook kunnen volstaan met te concluderen dat enkel de keuze voor het geloof in het mogelijk zijn van afgescheiden te zijn en blijven van God de oorzaak is van alle pijn en lijden, maar ja ik wil altijd weer meer uitleg en het begrijpen totdat uiteindelijk die ene conclusie overblijft…



Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

Het ego kent net zoveel variaties als er projecties zijn. Of omgekeerd, projecties zijn variaties van het ego.
Kijk om je heen, zie jezelf, zie anderen, zie dingen, zie situaties, stuk voor stuk variaties op het ene thema, ego.
En waar komen al die ego variaties vandaan, ze komen allemaal vanuit de keuze om afgescheiden te zijn en te blijven van Éénheid, dat is hun doel. Een ander doel hebben ze niet.
Om dat doel te verbergen, moet het doel vergeten worden en dat gebeurt door het doel te versplinteren in miljarden aparte doeletjes.
En dat zorgt voor het begeleidende gevoel van chaos, en chaos voelt verwarrend, paniekerig, machteloos, pijnlijk enz. En dat gevoel wordt gelijktijdig met het ontploffen van het ene doel geprojecteerd zodat het nu lijkt alsof die emoties buiten “mij” liggen en dat iets buiten “mij” de oorzaak is van de emoties.
Kort samengevat is dat waar Werkboekles 5 over gaat: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dus alles wat ik tegenkom aan weerstand, en waarvan ik denk en geloof dat dat de oorzaak is van mijn lijden is een verdedigingslinie tegen de herinnering dat ik als ego maar één doel voor ogen heb, namelijk afscheiding.

Het leerproces is vooral het leren herkennen als er voor zo’n verdediginggedachte gekozen wordt. Dat lijkt onbewust te gebeuren, want dat hoort bij het proces van “vergeten”, maar ondertussen is het een hele doelbewuste ego keuze.
Door te leren kijken vanuit “iets” anders dan vanuit egodenkgeest, namelijk vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dat gedeelte van de denkgeest waarin de herinnering aan Éénheid nog steeds onveranderlijk aanwezig is, kunnen al die zogenaamde onbewuste verdedigingsgedachtes bewust in het bewuste worden gebracht, waar ze gezien en bekeken kunnen worden.

Weerstandsgedachtes, het woord zegt het al, zorgen voor gevoelens van weerstand, dus bijvoorbeeld afkeer, opstand, boosheid, agressie, walging, ontkenning enz. enz. (vul zelf maar aan) en dáár kunnen ze dan ook aan worden herkend, dat is behulpzaam.
Al die weerstandsgedachtes hebben ook als doel te voorkomen dat er oordeelloos gekeken kan worden. Want als dat gebeurt en er door al die weerstandsgedachtes heen wordt geprikt, dan zal gezien worden dat er niets achter ligt en dat er geen echte afscheiding is en dat al die weerstandsgedachtes een illusionaire muur vormen.

Als weerstandgedachtes oordeelloos worden waargenomen en wordt gezien dat ik geen onvrede voel om de reden die ik denk, dan kunnen diezelfde weerstandsgedachtes een andere functie krijgen. Namelijk een reminder dat ze niet het doel hoeven te krijgen waar ze voor bedoeld waren; afscheiding, maar juist het tegenovergestelde doel terug helpen herinneren in Éénheid.
ECIW gebruikt hiervoor het middel Ware Vergeving, dat laat zien dat er niets gebeurt is en Éénheid, Waarheid onveranderlijk is gebleven en mijn vergissing dat afscheiding mogelijk is ongedaan maakt.

Dit betekent dat het begrip ‘doen’ een heel andere betekenis krijgt. Het doen is nu niet meer iets doen in de wereld en de wereld als oorzaak van alle pijn en lijden zien. Het “nieuwe doen” is nu het herkennen en erkennen van elke ego gedachte, deze terugnemen in de denkgeest, waar deze ontstond en te vergeven en erop te vertrouwen dat elke vergeven gedachte ruimte zal maken voor “Het Andere” en dat wat daaruit ook voort zal komen het meest liefdevol zal zijn in elke situatie. Niet fixen in de wereld, want dat is uiteindelijk fixen vanuit de keuze voor egodenkgeest maar helen vanuit de denkgeest die de verbinding vormt met onveranderlijke Denkgeest.
We her-gebruiken als het ware de voorheen egofilm die geprojecteerd werd met als doel afscheiding van Éénheid en er uitzag als een grote vechtende kluwe chaos, waardoor de kluwe langzaam ontward en ongedaan gemaakt wordt, stapje voor stapje.

Het lastigste in dit proces van ongedaan maken is het losweken van het idee van de identificatie een lichaam te zijn in een wereld.
Dat kost echt jaren van bereidwillige toewijding door bergen en bergen van weerstand willen en durven gaan. Want ook al is de weerstand niet meer dan één nietig dwaas idee en zou dus ook in één keer losgelaten kunnen worden, is dat niet hoe het proces van ongedaan maken verloopt.
Het is een stap voor stap proces waarin geleerd wordt steeds beter te observeren en te kijken zonder oordeel en te leren ware vergeving op alles toe te passen.

Welk doel geef ik aan alles wat voorbij komt dat is de enige vraag die de sleutel vormt in of uit de afscheiding.
En er zijn maar twee keuzes mogelijk, waarvan er maar één waar kan zijn: ego de wens voor afscheiding, (een onmogelijke wens eigenlijk), of Heilige Geest de wens voor terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan.
En de reflectie van die keuze laat zien voor welk doel is gekozen. Het gevoel wat hiermee gepaard gaat is een belangrijke leiddraad om te herkennen welke keuze is gemaakt.
Zijn er heftige gevoelens van lijden en pijn, of vluchtige speciale geluksmomenten dan is dat een indikatie dat er voor ego, voor afscheiding gekozen is. Is er echter één gevoel van totale vrijheid, en ruimte die totaal vanzelfsprekend en volstrekt normaal voelt, dan is er voor het vergeven van afscheiding gekozen.
Dit alles is zeker geen droge theorie maar zal alleen herkend kunnen worden als ervaring, en maakt van dit proces een 100% praktisch proces.

Ik herhaal deze aankondiging nu nog een keer, omdat vandaag de eerste editie van dit prachtige boek: ‘De boodschap van Een cursus in wonderen’ van Kenneth Wapnick binnen is gekomen!
Een feestelijke boodschap die ik graag met iedereen wil delen.

illusje

Beste lezer,

Na een intensief proces van bijna 4 jaar, van aanvang vertalen t/m het van de persen rollen van het boek (1e week mei), is het dan eindelijk zo ver. Het boek ‘De boodschap van Een Cursus in wonderen’ van Kenneth Wapnick, Ph.D. is klaar om verspreid te worden.
Het boek is vakkundig vertaald door Jan-Willem van Aalst, zelf auteur van het ‘boek Wonderen of waan, een gids over concepten in Een cursus in wonderen.
Dankzij onder andere Thilly Mercier, een door de wol geverfde cursusboekenvertaalster en corrector, en proeflezers, Robert J. Visser, Hans Westerveld en mijzelf is het een prachtige, Kenneth Wapnick waardige, vertaling geworden.
Het is een indrukwekkend naslagwerk dat nu, dankzij de Nederlandse vertaling, bereikbaar is voor alle studenten van ‘Een cursus in wonderen’.
We hebben gekozen voor een hardcover uitgave, zodat het boek, net als de tijdloze inhoud een leven lang mee kan.

View original post 255 woorden meer

Er is geen rangorde in overleven, met deze gedachte werd ik wakker en dat vond ik meteen een inspirerende en een geruststellende vrede gevende gedachte.
“Leven” in een lichaam, in deze wereld is de ego versie van wat leven is.
Eigenlijk van wat Leven niet is.
Leven met als doel afscheiding kan geen leven zijn.
Elke vorm van leven die anders bedoeld is dan Leven in God, kan geen leven zijn.

Kijk naar de wereld, kijk naar hoe de poging om afgescheiden van God te leven eruit ziet, kijk hoe dat ervaren wordt. De onmogelijke wens om afgescheiden van God, van Liefde, van Éénheid te leven kan toch in niets anders resulteren dan in lijden, pijn, en de hel?
Als Hemel (God, Eenheid, non-dualisme) IS dan moet aarde (ego, afscheiding, dualisme) wel hel zijn.
Het is alles of niets, er kan niet een beetje hemel of een beetje aarde zijn, beide sluiten elkaar uit.

Niets in deze wereld kent een rangorde in lijden, pijn, of speciale vreugde want er is maar één oorzaak: de wens om afgescheiden te zijn van God, Liefde, Éénheid, non-dualisme. Zelfs daar hebben we verschillende woorden voor die maar één betekenis hebben. De een zal God een prettig woord vinden, de ander zal ervan walgen, de één vindt Liefde een prachtig woord, de ander zal ervan walgen, de een vindt non-dualisme een prachtig woord de ander walgt ervan en zo gaat dat met alle woorden, want woorden zijn 2x verwijdert van Waarheid.
In Éenheid, non-dualisme bestaan geen woorden. Een woord is een afgescheiden naam geven nadat gekozen is voor afscheiding en uit “Alles” (Eénheid) ineens een stukje “iets” lijkt te zijn ontstaan. En dat “iets” krijgt voordat het als vergissing terug kan keren in de natuurlijkje staat van “Alles” een naam, en wordt zo als het ware vastgelegd in steen.
En dit wordt nu meteen gezien als Waar, het nieuwe waar, het nieuwe leven, met miljarden mogelijkheden en rangorden in pijn,  lijden en kortstondige vreugde en speciale liefde.

Als ik hier goed naar kijk, zonder oordeel dan kan ik geen rangorde aanbrengen in vormen van lijden, want dan is er maar één vorm van lijden met maar één oorzaak; er wordt alleen geleden aan de ziekelijke wens afgescheiden te leven van God, Liefde, Éénheid, non-dulaisme, Waarheid.
En dat lijden speelt zich niet af in de woorden, namen die we onze projecties van lijden en pijn hebben gegeven, maar in de denkgeest die gekozen heeft voor een schijnbare mogelijkheid dromen te hebben van afscheiding en daarin te geloven als zijnde waar.

De  oplossing kan dan ook alleen maar zijn alle vormen van lijden en pijn, eerst te herkennen en te onderkennen en dan terug te (ver)geven aan de Denkgeest (Heilige Geest) die Weet en de herinnering in zich draagt aan God.

Zoals Een cursus in wonderen zegt in het 1ste principe van wonderen:
“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal” (T1.I.1:1-4).

Het wonder van vergeving ziet geen rangorde in pijn en lijden dat is het mooie en troostende ervan. Ik lijd niet meer of minder dan een ander. Alle lijden en pijn die ik ervaar in een bepaald scenario is dezelfde pijn en lijden die jij ervaart in jouw scenario. De bron (de wens voor afscheiding) is dezelfde alleen de uitvoering (de projecties) de film op het filmdoek lijken te verschillen, En het geloof in het waarheidgehalte van de film houdt de film draaiende.
Het vergeven van het geloof in de film en dus het geloof in de waarheid ervan, doet de interesse en de investering in de film uitdoven en oplossen in het Licht van Waarheid.

Alles liever dan de liefde van God, is de grondgedachte van het ego, voelbaar als “mijn” ego. Deze gedachte is echter diep opgesloten in een zogenaamd onderbewuste. En op zogenaamd bewust niveau wordt een nieuw geloof geintroduceerd met aan het hoofd (ego)god aan wie we juist om hulp vragen om een einde te maken aan al ons lijden.
Hierdoor blijft de grondgedachte en verborgen ego-doel: “alles liever dan de liefde van God” op een hele slimme en vooral zeer effectieve manier verborgen.
De wereld kan er nu schijnbaar echt zijn, want hij is immers geschapen door god die ons daardoor ook zou kunnen helpen om uit onze ellende en lijden te ontsnappen. Terwijl we dat juist helemaal niet willen en juist deze god bedacht hebben om juist te kunnen lijden. Dit geloof is zo sterk dat we het officieel omgezet hebben in “geloof” met de daarbij behorende projecties; alle religies. Welke niets anders vertegenwoordigen dan de wens om afgescheiden te zijn en blijven van de liefde van God, door juist de liefde van god te prediken. Een gebed tot een dualistische god die gelooft in schuld en zonde, en straft of beloont afhankelijk van hoe wij ons gedragen. Met als ultieme beloning het ultieme zich eindeloos herhalende ego verhaal op een tijdlijn van geboorte t/m dood.

Elke reactie van ontkenning, weerstand, woede, verbijstering, schrik op deze ego gedachte lijn is wederom de bevestiging van het werkelijk waar kunnen zijn van deze waanzinnige (gelukkig) onmogelijke gedachte en is dus wederom een ego gedachte.

Nadat van de schrik bekomen is van deze verbijsterende boodschap en er op een gegeven (onvermijdelijk) moment toch iets daagt van, wat als dat nou eens waar is dat ik me vergis en dit allemaal een droom is waarin afscheiden van God het doel is?
Dan kan het terug herinneren in de liefde van God beginnen, stap voor stap.
Daarbij wordt niets wat eerst geloofd werd vermeden en of weggegooid (nooit het kind met het badwater weggooien), integendeel, dat wat als waar werd aangenomen vanuit een nietig dwaas idee waarin geloofd werd, kan nu worden hergebruikt als vergevingsmateriaal en kans, waarbij wordt gezien dat wat ik denk en geloof dat was gebeurt niet gebeurt kán zijn, maar slechts nare dromen van de wil tot afscheiding van God zijn. En dat slechts mijn geloof daarin dit verhaal, deze nare droom in stand houdt.
Sprookjes, verhalen, dromen zijn een afspiegeling van wat zich in mijn denkgeest afspeelt. En er zijn maar twee keuze mogelijkheden binnen de denkgeest, de keuze voor ego (afscheiding) of Heilige Geest (éénheid) en de keuze kan opnieuw gemaakt worden, nu heel bewust door de waarnemende/keuzemakende denkgeest.

We kiezen dus nooit voor een losstaande vorm, dus gebeurtenis in de wereld in een lichaam, maar voor afscheiding (ego) of voor Één (HG). De wereld, en gebeurtenissen zijn  de projecties en nooit de bron van alle lijden, dat kan alleen de denkgeest zijn.
En dat is zoals in het begin van dit stuk wordt beweerd zorgvuldig en angstvallig opgesloten in het onderbewuste waarop we gezworen hebben er nooit naar te kijken.
En waarom niet, niet omdat we zoals het lijkt bang zijn voor de wraak van god, maar omdat de ego gedachte is, wat als ontdekt wordt dat er achter die angst om te kijken “niets” is, geen angst, geen zonde, geen schuld, geen wraak van god, geen “bang godvrezend ikje”, maar juist de liefde van God?

Deze vraag mag nooit gesteld worden en kan nooit gesteld worden door ego, want ego is juist gemaakt om deze vraag diep weg te stoppen in een zogenaamd onderbewuste.
Dit onnatuurlijke egodenksysteem tegen God, kan echter niet werkelijk bestaan en daarom komt de onvermijdelijke herinnering aan God altijd weer naar boven en wordt de onnatuurlijke op z’n kop visie van het egodenken weer stapje voor stapje omgedraaid naar Visie en maakt terugherinneren in de ondualistische waarheid van God onvermijdelijk en hoogst wenselijk.

Als er alleen nog maar weer chaos lijkt te zijn en de (ene) denkgeest zich op lijkt te splitsen in ontelbare gedachtes die kant nog wal raken, ga dan terug naar het idee van één, dat is mijn anker.
Als het waar is dat er alleen maar één mogelijk is dan moet ik me wel vergissen nu ik zie dat ik voor veel meer dan één kies en alleen nog maar heel veel chaos zie en ervaar.

Als ik me voorstel dat er alleen maar één denkgeest is, wat betekent het dan dat ik mezelf als lichaam zie en ervaar met nog andere lichamen of iets buiten mij, wat ik als oorzaak zie van mijn angst en schuld? Dat kan alleen betekenen dat wat ik denk te zien en te ervaren niet is wat het lijkt. Het kan alleen betekenen dat ik in de spiegel kijk van mijn geprojecteerde gedachtes. Geprojecteerde afscheidingsgedachtes van één.
Het resultaat, totale chaos en verwarring. En niet om de reden die ik denk, niet omdat er echt iemand of iets buiten mij mijn rust verstoort en voor chaos zorgt.
De enige reden waarom ik (denkgeest) kies voor chaos, is omdat dat de enige manier is om schijnbaar los te komen van één en te geloven dat dat mogelijk is en kan.
Het idee van afscheiding, het ego, heeft alleen dat doel, elk schijnbaar doel in deze wereld heeft alleen dat doel. En als ik me dáár weer schuldig en angstig, boos, verdrietig, depressief door voel weet ik dat ik opnieuw voor kijken met ego kies en dus voor geloven in afscheiding kies. Meer kan het niet betekenen.

Gelukkig is en blijft één onveranderlijk één en geen twee (en meer), dus hoezeer ik ook verdwalen kan in de ervaring van chaos, daarachter is nog steeds het onveranderlijke één dat geduldig wacht op het onvermijdelijke terug herinneren, want in werkelijkheid is er niets gebeurt.
Er lijkt alleen iets gebeurt te zijn in onwerkelijkheid, en alleen in angstige dromen kan er iets te lijken gebeuren, maar wie gelooft dat dromen werkelijk zijn? De enige nuttige functie die ze kunnen hebben is dat ze symbool staan voor de onmogelijkheid af te scheiden van één.
Dit betekent dat ik opnieuw kan kiezen nadat ik mijn keuze voor ego (afscheiding) opgemerkt heb via mijn ervaringen in mijn dromen, en nu voor de herinnering (Heilige Geest) die nog altijd aanwezig is in de denkgeest en op die manier krijgen al mijn chaotische dromen van afscheiding de functie van terug-herinner-materiaal.
En ligt achter elke chaotisch gedachte het geschenk van ware vergeving geduldig te wachten tot de denkgeest er onvermijdelijk aan toe is de verzoening te aanvaarden.

Tijd zat om mijn favourite hobby “dagdromen” te beoefenen.
Ik had vanmorgen vroeg nadat ik nog even terug gegaan was naar bed een hele levendige droom, echt een film in kleur. En ik wist ook nog de hele droom nadat ik wakker werd. Ik vind het dan soms leuk om op te zoeken waar de dingen die ik droomde symbool voor staan. En toen ik alle elementen uit die droom en hun symbolische betekeneis had opgezocht kwam er een duidelijk beeld naar boven van gedachtes waar ik in mijn proces mee bezig ben de laatste tijd en welke ik nog niet helemaal onder ogen wilde zien.
Heel behulpzaam in het vergevingsproces.

En toen ik daar wat over zat te dagdromen in mijn tuin in het zonnetje, drong echt tot mij door, oh wacht even ik noem het al dagdromen, want dat zijn het, dromen over dat wat ik nu ervaar, want de Cursus geeft aan dat er geen verschil is tussen wat wij nachtelijke dromen noemen en wat we dagdromen (ons dagelijkse leventje) kunnen noemen.
Dat betekent onvermijdelijk dat ook mijn dagdromen symbool staan voor wat ik denk en hoe ik dat interpreteer en dat wat ik “zie” (lijk te zien) niets anders zijn dan projecties vanuit denkgeest, net zoals nachtelijke dromen projecties zijn vanuit denkgeest.
En net als bij het duiden van nachtelijke dromen kan het duiden van dagdromen, die je dan op dezelfde manier duidt als nachtelijke dromen, heel behulpzaam zijn, want laten we wel zijn beide zijn slaapdromen.

Echt de wereld krijgt een totaal andere betekenis als ik alles wat ik ervaar en in beelden (projecties) zie uitgebeeld, en dat geldt voor wat wij nachtelijke dromen noemen, maar ook voor onze dagdromen, symbolisch worden gezien en dus niet meer letterlijk worden genomen.
En gebruik voor het opzoeken van de symbolische betekenis van wat je denkt en geloofd te zien gerust een website die de betekenis van droom symbolen duidt. Want symbolen blijken door de aard van de denkgeest; namelijk één, een collectieve symbolische betekenis te hebben.
En zo kan alles wat ik eerst zie als een waar autonoom beeld  (want zo zien we dat vanuit kijken met ego, want de taak van het ego is vergeten dat alles uit denkgeest komt) teruggebracht worden naar de projector (denkgeest)  waar deze vandaan komt en nu een symbolische betekenis kan krijgen wat weer erg behulpzaam is als vergevingsmateriaal in handen van Heilige Geest.

Even voor de zekerheid, ik bedoel dus met dromen duiden iets anders dan waar het meestal voor gebruikt wordt, namelijk voor uitleg binnen het egodenken met jij als lichaam als centrale figuur.
Ik zie het meer als een kans de symbolische betekenis bewust te leren zien als komende van de denkgeest (dus niet van het lichaam) en zodoende mijn onvergeven onbewust gehouden gedachtes aan het licht te brengen, zodat ze vergeven kunnen worden.

 

Een eventuele tip voor een website over dromen en hun betekenis is:
http://www.grotebeer.net/droomsymbolen.php#
Daar worden de symbolische betekenissen van droombeelden heel kort aangegeven, zonder eindeloze uitleg, want dat is niet nodig. De rest kan je heel goed zelf duiden, ik zie het meer als een voorzetje voor gedachte onderzoek, noodzakelijk in het vergevingsproces.

%d bloggers liken dit: