archiveren

Maandelijks archief: november 2020

De kunst tevens het leerproces, realiseer ik me net weer, is op de aller eerste plaats een gedachte te herkennen als zijnde komende van mijn keuze voor ego (voor afscheiding). Ik merk dat ik nog steeds zo gewend ben aan gedachtes die op de een of andere manier altijd nog doordrenkt zijn van het geloof in zonde, schuld en angst dat ze er nog steeds onopgemerkt tussendoor glippen en ik “vergeet” ze te herkennen als ego gedachtes. Wat natuurlijk precies de bedoeling is van het inzetten van egodenkgeest en:

 “3Luidkeels  maant  het ego jou  niet  naar  binnen te kijken,  want  als je dat doet zullen je ogen  op  zonde  stuiten, en  zal God jou  met blindheid  slaan.  4Dit is wat jij gelooft, en dus kijk  je  niet. 5Maar dit is  niet  de verborgen angst van het  ego, noch die van jou die daar dienstbaar aan  is.  6Luidkeels, inderdaad, verkondigt het  ego dat  het  dit wel is; te luid en te vaak. 7Want onder dit  constante  geschreeuw en die uitzinnige bewering  is  het ego  er niet zo zeker van dat  dit wel zo is. 8Achter  jouw angst om vanwege de  zonde naar binnen te  kijken, gaat  nog een andere angst schuil,  en  wel een die het  ego  doet sidderen en beven”
(T21.IV.2:3-8).

En dan is er ineens weer het besef dat als ik alleen maar naar zo’n ego gedachte kijk (vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest positie) ik ineens zijn functie helder zie/voel; het heeft de functie “iets” te verbergen dat ik niet “mag/wil” zien, het is echt als een sluier dat iets afdekt. En omdat het vervelend voelt die ego gedachte werkt dat “het niet mogen zien” heel effectief. Daarom is bij die ego gedachte blijven en er rustig naar kijken zo belangrijk, niet wegkijken, niet veranderen, maar gewoon kijken, de rest zal volgen…:

“3.Wat als je naar binnen keek  en geen zonde zag? 2Deze  ‘beangstigende’ vraag is er een die  het  ego  nooit  stelt.  3En jij die  ze nu wel stelt  vormt een te ernstige bedreiging  voor het verdedigingssysteem van  het ego dat het zich er nog druk om maakt  te veinzen dat het jouw vriend is”
(T21.IV.3:1-3).

LES 62
Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld.

1.Jouw vergeving zal de wereld van duisternis voeren naar het licht. 2Jouw vergeving laat je het licht herkennen waarin jij ziet. 3Vergeving is de demonstratie dat jij het licht van de wereld bent. 4Via jouw vergeving keert de waarheid over jezelf in je herinnering terug. 5Daarom ligt jouw verlossing in je vergeving.

2.Illusies over jezelf en de wereld zijn een en hetzelfde. 2Daarom is alle vergeving een geschenk aan jezelf. 3Je doel is te ontdekken wie jij bent, omdat jij je Identiteit verloochend hebt door de schepping en haar Schepper aan te vallen. 4Nu leer jij hoe je je de waarheid weer kunt herinneren. 5Want deze aanval moet door vergeving worden vervangen, zodat gedachten van leven in de plaats kunnen komen van gedachten van dood.

3.Vergeet niet dat je bij elke aanval een beroep doet op je eigen zwakheid, terwijl je telkens als je vergeeft een beroep doet op de kracht van Christus in jou. 2Begin je dan niet te begrijpen wat vergeving jou brengen zal? 3Ze zal elk gevoel van zwakte, spanning en vermoeidheid uit je denkgeest verdrijven. 4Ze zal alle angst en schuld en pijn wegnemen. 5Ze zal je opnieuw bewust maken van de onkwetsbaarheid en kracht die God Zijn Zoon geschonken heeft.

4.Laten we deze dag zowel van harte beginnen als eindigen met het oefenen van het idee van vandaag, en het zo vaak mogelijk de hele dag door gebruiken. 2Het zal helpen deze dag voor jou zo gelukkig te maken als God wil dat jij bent. 3En het zal hen die in je omgeving zijn, alsook hen die in tijd en ruimte ver weg lijken, helpen dit geluk met jou te delen.

5.Zeg vandaag zo vaak je kunt tegen jezelf – en doe daarbij als dat kan je ogen dicht:

2Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld. 3Ik zal mijn functie vervullen, opdat ik gelukkig ben.

4Neem dan een minuut of twee om na te denken over je functie, en over het geluk en de bevrijding die ze je brengen zal. 5Laat verwante gedachten ongehinderd opkomen, want je hart zal deze woorden herkennen, en in je denkgeest huist het besef dat ze waar zijn. 6Mocht je aandacht afdwalen, herhaal dan het idee en voeg eraan toe:

7Ik wil dit in gedachten houden want ik wil gelukkig zijn.
(WdI.62)


Als geheugensteun over wat ware vergeving ook alweer inhoudt lees:
WdII.1 Wat is vergeving? (blz 404 van het Werkboek).

Wat gedachtes n.a.v deze les 5, een les waarvan Kenneth Wapnick zegt dat je naast deze les (en les 34, “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”) eigenlijk niets anders nodig hebt als je deze les echt begrijpt.
Ik kan, als ik eerlijk kijk, niet ontkennen dat een gevoel van onvrede voelen in al zijn variaties iets is wat ik en natuurlijk iedereen de hele dag door vele keren langs zie komen.
Dat ontkennen zou een vorm van niet eerlijk kijken naar mijn gedachtes zijn, en ook dan weer niet om de reden die ik denk.

Neem nou het gevoel van irritatie, dat komt vele keren langs om van alles.
Als ik dit observeer en besef dat ik nooit geirriteerd ben om de reden die ik denk, dus niet omdat iemand iets zegt of beweert, of wel of niet doet, of dat iets wel of niet werkt of doet wat ik wil, dan kan ik zien dat de reden waarvan ik denk dat de oorzaak is niet “de vorm”, dus waarin de irritatie zich projecteert is, maar de irritatie, het gevoel, de emotie zelf. En die irritatie is weer niets anders dan de wil om afgescheiden te willen zijn van “God”, Waarheid, Éenheid.
Immers afscheiding is Éénheid opdelen in miljarden aparte puzzelstukjes waardoor met opzet vergeten wordt dat al die aparte stukjes eigenlijk in hun bron Één zijn.
En dat “vergeten” is de ultieme truc van de keuze voor egodenkgeest.
Als ik dan even heel eerlijk naar de vorm kijk waarin geïrriteerd zijn zich kan projecteren dan lijkt het of er een “ik” is die zich irriteert aan iets, iemand of een situatie. Maar dan kan ik ook zien dat er miljarden stukjes (anderen) zijn die zich ook irriteren aan iets, iemand of situaties.
Ik zie dan alleen nog maar “irritatie” zogenaamd om “iets” wat heel echt lijkt in z’n geprojecteerde vorm, maar ondertussen nog steeds een projectie is en daarom niet werkelijk en zeker niet de bron is van de irritatie: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”(WdI.5).

Dit is lastig te snappen (en met doelgerichte opzet) voor de denkgeest die zo diep weg is weggezonken in de droom van afscheiding en denkt dat de droom werkelijk is en de droom en de droomfiguren wel degelijk “echt” zijn en wel degelijk de bron, de oorzaak zijn van mijn (ik als droomfiguur) irritatie.

Dit alles leren doorzien is waar ECIW mij bij kan helpen als de denkgeest er klaar voor is en langzaamaan uit de droom aan het ontwaken is.
Ik ontken geen enkel gevoel, dus in dit geval irritatie, ik kijk ernaar vanuit mijn Juist gerichte denkgeest (HG) en spreek de wens uit er anders naar te willen kijken, vanaf boven het slachtveld en oordeelloos, terwijl het zich afspeelt.
Dan zie/voel ik nog steeds mijn irritatie over iets of iemand, maar zie tegelijkertijd ook dat bijvoorbeeld die andere persoon ook geïrriteerd is, en iemand anders ook en weer iemand anders ook, en eigenlijk zit de wereld vol met geprojecteerde irritaties, en valt het gevoel van “ja, maar ik heb gelijk en ben toch echt geïrriteerd over die of dat” weg. Ik neem het niet meer persoonlijk, omdat ik dan doorzie dat het alleen een keuze is voor kijken vanuit egodenkgeest met als doel afgescheiden te raken en te blijven van Éénheid, iets wat sowieso onmogelijk is.

Als ik eerlijk kijk kan ik ook duidelijk voelen dat ik me afgescheiden voel van die- of datgene aan wie ik me irriteer.
En kan ik zien en voelen dat dát de reden, de oorzaak (de wens tot afscheiding) is dat ik me geïrriteerd voel, en niet door wat iemand zegt of doet waarvan ik dacht dat ik me geïrriteerd voelde de oorzaak is.

Ik kan nu veel milder kijken naar mijn projecties van geïrriteerd zijn en die van zogenaamde anderen. Die zogenaamde anderen (inclusief ikzelf, want dat is ook een projectie) zijn immers denkbeeldige afgescheiden stukjes van de ene Bron en in die zin zijn er geen anderen en blijft alleen de projectie “geïrriteerd zijn” over en verliest daardoor al zijn kracht en lost op in het niets wat het al was; een waandroombeeld.
Dit volledig doorzien van het denksysteem van de keuze voor ego, is eigenlijk wat Ware Vergeving inhoudt; er wordt gezien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dan komt vanzelf de wens naar boven drijven: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34)
En zal vanuit de keuze voor die Innerlijke Vrede vanzelf ook de Inspiratie komen om wat dan ook wel of niet te doen. En wat dat dan ook is, het zal hoe dan ook liefdevol zijn.


<span>%d</span> bloggers liken dit: