archiveren

Tagarchief: doel

Door ware vergeving (=volledig doorzien en accepteren van wat onwaar is) verandert de persoon (projectie), gedrag enz. niet, de projectie, de film, het verhaal vervaagt als het ware, doordat het niet meer serieus genomen kan worden.
En dat klinkt eng en levensbedreigend voor de denkgeest die zich nog identificeert met en geloofd een lichaam te zijn. Want dan wordt vervagen uitgelegd als het door de ogen waargenomen langzaam verdwijnen van een “waar” gemaakt lichaam. Dat idee moet verdedigt worden, (door het eng en levensbedreigend te zien), omdat dat de identificatie met de projectie, met een lichaam, met een wereld in stand houdt, hèt doel van het geloof in de egodenkgeest, welke de onmogelijkheid van afgescheiden kunnen zijn van Waarheid ogenschijnlijk mogelijk doet laten lijken.

Pas als geaccepteerd is dat alles wat een “ik” denkt en geloofd te zien en te ervaren alleen een projectie is, dus een gedachte+projectie dat eruit ziet als een lichaam (zoals in een film) dan zal het idee van vervagen heel logisch gaan klinken, omdat dan duidelijk is dat alleen de projectie vervaagd, omdat het idee en het geloof een lichaam te zijn vervaagd, en het niet meer serieus genomen wordt. Ook al kan ook dan nog niet ten volle worden geweten wat Werkelijkheid is, omdat volledige Werkelijkheid geen toestand is die “ervaren” wordt…

Bereidwilligheid, welke komt vanuit het diepe bewustzijn dat er in werkelijkheid niets verandert is aan Werkelijkheid en zo nu en dan een glimp, een reflectie van Werkelijkheid opvangen zal het Vertrouwen doen groeien in het proces van ontwaken uit een onmogelijke droom.

 

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

En ineens is daar weer het geschenk van doorzien en het aanvaarden van het geschenk van vergeving en het wonder.
Plotseling was daar het bewust worden van hoe vaak ik (de denkgeest/mind) gedachten van schaamte heb en die projecteer.
En ik ontdekte dit door de gedachte van schaamte ineens duidelijk te zien achter wat er leek te gebeuren als iets buiten me waarvoor ik me schaamde.
Zelf al is het zo dat ik bijna altijd wel herkende dat ik me schaamde voor iets, dan kwam die herkenning altijd toch eerst van het ego wat altijd weer resulteerde in meer schaamte. Schaamte voor de schaamte en zo maar door; het Droste effect.
Nu zag ik ineens heel duidelijk het doel van dit ego mechanisme.

Het schamen vanuit ego, wat dus altijd eerst gebeurt, want schamen is nu eenmaal van het ego en zeker niet van “Heilige Geest” (de juist-gerichte-denkgeest), heeft altijd als doel af te scheiden het heeft echt geen ander doel dan dat.
Ik kan dat ook duidelijk voelen: ik ben anders, ik deug niet, fout bezig, want ik schaam mij, en ik kan me beter afzonderen en me in een hoekje verder gaan zitten schamen en mezelf vervloeken.
En mijn reactie was dan altijd na de schaamte, mezelf een schop onder m’n kont geven, vlug wegstoppen, niet meer aan denken, kom op je hoeft je niet te schamen, doe lekker wat je wil trek je van niemand iets aan. Het ego assertiviteitsplan dus.

Op zich niets mis mee, niet fout of zo (want iets beschuldigend fout vinden is ook weer gewoon kiezen voor schuld, dus egodenken), maar het is een tijdelijke oplossing die bij een volgende situatie welke weer schaamte oproept gewoon weer opnieuw de schaamte op een schuldige manier laat ervaren.
De Cursus beschrijft dit verschijnsel heel beeldend:

“De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige
zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen,
en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen
aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld
ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar
zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het
schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden.

Zend deze bloeddorstige boodschappers niet de wereld in om zich daaraan
te goed te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. Want ze zullen je
berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke
op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en
verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken
hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van
angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft
door hem dat te bieden wat ze dierbaar is” (T19.i.IV.12:3-7,13.1:5).

Het komt er dus op neer, dat zolang er naar het ego geluisterd wordt en dat gebeurt altijd eerst bij iedere gedachte automatisch, er voor zonde, schuld en angst gekozen wordt, welke keuze vervolgens wordt geprojecteerd (uitgezonden) en zich als iets op z’n zacht gezegd vervelends toont buiten een “mij”. Een “mij” welke ook een projectie is vanuit zonde schuld en angst.

Boos worden of vol walging afkeren van dit ego denken, of het vergoelijken met verdedigende gedachten als “waarom moet je het altijd over dat ego hebben, dat hebben we toch nodig in deze wereld!”, houdt ook de keuze voor egodenken stevig in het zadel.
Weer, daar is niets mis mee, maar het is een groot verschil of we deze constateringen vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst (ego) wensen te doen, en dus inzetten om het idee van afscheiding te voeden, of deze zelfde gedachten als vergevingskans en materiaal willen gaan zien, zodat diezelfde gedachten een ander doel krijgen en door ze te vergeven juist richting uitgang uit de afscheiding zullen leiden.

Het gaat dus om de functie en niet om goed en fout.

Zo ook alle momenten van schaamte die ik ervoer, om weer even naar dit thema van dit blog terug te keren.
Doordat ik ineens heel helder doorzag dat ik het geloof in schaamte (een vorm van zonde, schuld en angst) als middel tot afscheiding gebruikte, kon ik nu de keuze maken hier niet meer voor te kiezen en het in plaats daarvan te vergeven. Het soort vergeven waar ECIW het over heeft, werkelijk inzien dat dit wat ik ervaar niet is wat ik dacht dat het was, iets buiten mij dat mij wordt aangedaan, maar slechts een poging tot afscheiding is, door mijzelf uit de bron, de denkgeest te lokken in een wereld die alleen in de waan van de keuze voor de egodenkgeest bestaat.

Deze bewustwording volgt op een eigenlijk al heel lang intellectueel ‘weten’ en snappen van dit ego mechanisme, maar altijd weer blijkt dat dat intellectueel weten een eerste stap is en dat een ervaring nodig is om de werkelijke omkeer in het denken, het wonder dus, te laten gebeuren.

Het is nu niet zo, dat zolang ik nog een “ikje” lijk te ervaren in een “wereld” er geen schaamte meer zal zijn.  Het grote verschil is dat de identificatie met de acteur die schaamte uitbeeld op het toneel terug gegeven is naar de bron, de denkgeest. En deze keuzemaker is zich nu bewust van de keuze die gemaakt kan worden, de keuze tussen afscheiding (egodenken) of de keuze voor terug herinneren in waar nooit uit kan zijn weggegaan: Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Nogmaals, de vorm waarin dit alles in wordt uitgespeeld hoeft niet (kan wel) te veranderen, maar wel het doel en dat maakt het verschil tussen hel of Hemel (egodenkgeest of Heilige Denkgeest), dat is de schaamte echt voorbij zijn.

Vergevorderd wil volgens mij niet zeggen hoever je op een zogenaamd spiritueel pad bent gevorderd, maar in hoeverre je bent gevorderd in eerlijk kijken naar elke gedachte die voorbijkomt. Eerlijk kijken is de sleutel uit de leugen die ik denk en geloof te zijn.
Het is tevens het moeilijkste wat er is, eerlijk kijken, want dat wat eerlijk wil leren kijken is zeker niet dat wat de leugen van de illusie in stand wil houden. Dat wat de leugen in stand wil houden kan wel doen alsof het eerlijk wil leren kijken. Dat wat de leugen in stand wil houden bevindt zich immers ook in de denkgeest, ook al lijkt dat een afgezonderd stukje denkgeest te zijn wat we het ego noemen. Afzonderen van Eén is echter onmogelijk ook al lijkt het wel gelukt te zijn, en is en blijft dus een illusie, een droom. Echter “dat” (ego) wat de leugen nodig heeft om zich af te scheiden van Eén zal dat bij elke volgende gedachte weer willen bewijzen. Zo draagt elke gedachte zowel de leugen voor afscheiding als de wil voor Waarheid/Eenheid in zich, dit kunnen we voor het gemak de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, want ja op het niveau waar we denken en geloven te zijn gebruiken we nu eenmaal woorden.

De wil om naar de leugen voor afscheiding te luisteren is heel sterk en zal eerst aan het licht gebracht moeten worden en dat kan alleen door eerlijk te kijken, precies zoals de leugen zich voordoet inclusief alle gevoelens die ermee gepaard gaan.
Het ego draait dus altijd om “ik”, wat symbool staat voor afscheiding, nog eens versterkt door de bijbehorende projectie die een “ik” projectie (het lichaam) laat zien ter illustratie en bevestiging dat de afscheiding een feit is (lijkt).
Wat echter nog steeds onmogelijk is, want een afscheidingsgedachte + projectie, blijft een afscheidingsgedachte, dus onmogelijk. Ik (denkgeest)  kan er wel in geloven, en geloof laat dingen echt lijken en waar, ook al zijn ze dat niet. Ik bedoel we zijn allemaal bekend met het verschijnsel gezichtsbedrog, voor mij betekent dat dat alles “gezichtsbedrog” is, één grote illusionisten show, allemaal draaiend om een illusoire “ik”.
Het ego, het idee van afscheiding binnen Eén, wat dus onmogelijk is, heeft het geloof in een “ik” nodig om een schijn van ‘bestaan’ op te houden, vandaar dat de “ik” centraal staat in de droom: geen geloof in “ik”, geen droom. Die angst voor verlies is de laatste en eerste verdediging tegen Eenheid, en is niets anders dan angst voor de angst, want wat nou als er achter die angst “niets” is? Dat is de rede dat angst, angst in stand moet houden, angst met al zijn projecties. En daarom moeten we ook eerst toegeven en zien dat we angst in al z’n vormen nodig hebben en willen op dat (illusoire) niveau van het ego denken. En moet ook eerlijk onderkend worden dat we om die reden angst, pijn, lijden “prettig” vinden, en we liefde liever buiten de deur houden, ook al roepen we om het hardst “alles is liefde”, het doel is altijd hoe dan ook afscheiding van Eén in stand te houden (wat dus een illusie is, want Eén is Eén en geen twee).
Is het dan vreemd dat we onszelf voortdurend ziek, zwak en misselijk voelen? Nee, dat is logisch, want we hebben gekozen en kiezen voortdurend voor iets wat tegennatuurlijk is, afscheiding is tegennatuurlijk, daarom lijden we en daarom is de wereld een puinhoop. Een puinhoop waar we zogenaamd met z’n allen toch nog iets van proberen te maken, wat slechts tot hooguit tijdelijke schijn oplossingen leidt, omdat illusie nu eenmaal niets anders kan zijn dan illusie en de denkgeest die daar uit angst voor kiest nooit echt uit die illusie wil, maar deze juist in stand wil houden.

Uiteindelijk zal terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk zijn, omdat de denkgeest zichzelf nooit zal kunnen vernietigen, de denkgeest die voor ego kiest, dus voor zelfvernietiging, zal daar (gelukkig) nooit in slagen, omdat het niet kán. En na eeuwen en eeuwen van proberen van gelijk willen hebben in dat het wel kan, zal de waarnemende/keuzemakende denkgeest, die gewoon niet meer pijn en lijden kan verdragen, uitgeput zijn verdedigingen opgeven, zodat er gaten vallen in de verdediging en dat wat IS vanzelf weer tevoorschijn komt. Immers een verdediging kan wel iets verbergen, maar niet doen laten verdwijnen.

De voorheen persoonlijke “ik” functie in dienst van de egodenkgeest zal mee veranderen naar een niet persoonlijke “ik” functie die nu als kanaal zal dienen om louter en alleen behulpzaam te zijn voor het hele “Zoonschap”, waar alleen een gedeeld (ook onpersoonlijk) gemeenschappelijk doel geldt. Dan geldt niet meer “het draait allemaal om een persoonlijk “mij” afgescheiden van een persoonlijk “hun”, maar het onpersoonlijke het draait om “mij+hun=wij” welke maar één gemeenschappelijk doel dient; terug herinneren in Eén.

Al in hoofdstuk 2.III van ECIW lees ik:

Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard.
Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden. Maar de uitkomst is zo zeker als God

4. Geestelijke visie kan feitelijk geen vergissingen zien en zoekt alleen Verzoening. Alle oplossingen die het fysieke oog nastreeft verdwijnen.
Geestelijke visie kijkt naar binnen en constateert onmiddellijk dat het altaar ontwijd is en moet worden hersteld en beschermd. Zich volkomen van de juiste verdediging bewust negeert ze alle andere en kijkt voorbij vergissingen naar de waarheid. Door de kracht van haar visie maakt ze de denkgeest aan zich dienstbaar. Dit herstelt de macht van de denkgeest en maakt het hem steeds onmogelijker om uitstel te dulden, in het besef
dat het de pijn slechts nodeloos vermeerdert. Hierdoor wordt de denkgeest almaar gevoeliger voor wat hij vroeger gezien zou hebben als heel kleine steken van onbehagen.
(T2.III.3,4)

En wat ik als een verdere uitleg hiervan versta in hoofdstuk 18.IX:

Vanuit de wereld van lichamen, door krankzinnigheid gemaakt, lijken krankzinnige boodschappen teruggestuurd te worden naar de denkgeest die haar gemaakt heeft. En deze boodschappen getuigen van deze wereld, en verklaren haar waar. Want jij hebt deze boodschappers uitgezonden om dit bij jou terug te brengen. Alles wat deze boodschappen je doorgeven is volstrekt uiterlijk. Er zijn geen boodschappen die spreken van wat onder de oppervlakte ligt, want het lichaam kan hiervan niet spreken.
Zijn ogen nemen het niet waar, zijn zintuigen hebben er geen enkele notie van, en zijn tong kan zijn boodschappen niet doorgeven. Maar God kan jou daar wel brengen, als je bereid bent de Heilige Geest door schijnbare verschrikking heen te volgen, en erop vertrouwt dat Hij je niet in de steek laat en jou daar achterlaat. Want het is niet Zijn bedoeling – maar alleen de jouwe – om jou angst aan te jagen. Jij komt ernstig in de verleiding Hem bij de buitenste kring van de angst in de steek te laten, maar Hij wil
je er veilig doorheen en ver aan voorbij leiden.
De cirkel van angst ligt net onder het niveau dat het lichaam ziet, en lijkt
het hele fundament te zijn waarop de wereld rust. Hier bevinden zich al de illusies, de vervormde gedachten, de waanzinnige aanvallen, de woede, de wraak en het verraad, die gemaakt werden om de schuld te verankeren, zodat daaruit de wereld kon ontstaan die hem verborgen moest houden. Zijn schaduw stijgt voldoende naar de oppervlakte om te zorgen dat zijn meest uitwendige verschijningsvormen in het duister blijven en daar wanhoop en eenzaamheid zaaien, en maken dat het daar vreugdeloos blijft. De intensiteit van de schuld wordt echter versluierd door zijn zware omhulsels, en blijft gescheiden van dat wat werd gemaakt om hem verborgen te houden. Het lichaam kan dit niet zien, want het lichaam ontstond hieruit om hem te beschermen door hem aan het oog te onttrekken.
De ogen van het lichaam zullen hem nooit te zien krijgen. Maar ze zullen wel zien wat hij dicteert.

5. Het lichaam zal de boodschapper van schuld blijven, en zal handelen zoals hij dat bepaalt, zolang jij gelooft dat schuld realiteit is. Want de realiteit van schuld is de illusie die hem zwaar, ondoorzichtig en ondoordringbaar lijkt te maken, en een reëel fundament voor het denksysteem van het ego. Zijn ijlheid en doorzichtigheid zijn niet duidelijk tot je het licht erachter ziet. En dan zie je dat hij een tere sluier is voor het licht.

6. Deze schijnzware barrière, deze kunstmatige bodem die wel een rots lijkt, is als een laaghangende donkere wolkenbank die een massieve muur lijkt te vormen voor de zon. Haar ondoordringbare voorkomen is een en al illusie. Ze wijkt zachtjes voor de bergtoppen die erbovenuit rijzen, en heeft niet de minste macht iemand tegen te houden die de wil heeft erbovenuit te klimmen en de zon te zien. Ze is niet sterk genoeg om een speld te stoppen in zijn val, of om een veertje te dragen. Er kan niets op rusten want het is slechts een illusie van een fundament. Probeer haar maar eens aan te raken en ze verdwijnt; poog haar te grijpen, en je handen houden niets vast.

7. Toch is het makkelijk in deze wolkenbank een hele wereld te zien verrijzen.
Een massieve bergketen, een meer, een stad; dit alles verrijst in je verbeelding, en vanaf de wolken komen de boden van jouw waarneming bij je terug, en verzekeren jou dat het er is. Gedaanten komen duidelijk naar voren en bewegen zich in het rond, handelingen lijken echt, en vormen verschijnen en verschuiven van lieftalligheid naar het groteske. En heen
en weer gaat het, zolang jij het kinderspel van doen alsof wilt spelen.
Maar hoelang jij het ook speelt en hoeveel verbeelding je er ook in stopt, je verwart het niet met de wereld daarbeneden, en probeert het ook niet werkelijk te maken.

8. Zo zou het ook horen te gaan met de donkere wolken van schuld die evenmin ondoordringbaar, en even weinig substantieel zijn. Je zult je er niet aan bezeren wanneer je erdoorheen reist. Laat jouw Gids jou hun niet-substantiële aard leren terwijl Hij jou eraan voorbij leidt, want daaronder bevindt zich een wereld van licht waarop ze geen schaduwen werpen.
Hun schaduwen liggen op de wereld achter ze, nog verder weg van
het licht. Maar hun schaduwen kunnen niet van ze vandaan vallen naar
het licht.

9. Deze wereld van licht, deze kring van helderheid is de werkelijke wereld,
waar schuld vergeving ontmoet. Hier wordt de buitenwereld met nieuwe ogen gezien, zonder de schaduw van schuld eroverheen. Hier ben je vergeven, want hier heb jij iedereen vergeven. Hier is de nieuwe waarneming, waarin alles helder en stralend van onschuld is, gewassen in de wateren der vergeving, en gezuiverd van iedere slechte gedachte die jij eroverheen hebt gelegd. Hier is er geen aanval op Gods Zoon, en ben jij welkom.
Hier ligt jouw onschuld te wachten om jou te kleden en te beschermen,
en je gereed te maken voor de laatste stap van je reis naar binnen.
Hier worden de donkere en zware gewaden van schuld afgelegd, en met
zachtheid vervangen door zuiverheid en liefde.

10. Maar zelfs vergeving is niet het einde. Vergeving maakt weliswaar lieflijk, maar ze schept niet. Ze is de bron van genezing, maar slechts de gezant van de liefde, niet de Bron daarvan. Hier word je heengeleid, zodat God Zelf ongehinderd de laatste stap kan zetten, want hier staat niets de liefde in de weg, maar laat haar zichzelf zijn. Een stap voorbij deze heilige plaats van vergeving, een stap die nog verder naar binnen leidt, maar een die jij niet kunt zetten, voert jou naar iets volkomen anders. Hier is de Bron van het licht, waar niets wordt waargenomen, vergeven of herschapen. Maar waar louter wordt gekend.

11. Deze cursus zal tot kennis leiden, maar kennis zelf valt nog steeds buiten
het bestek van ons leerplan. Ook is het geenszins nodig dat we proberen te spreken over iets wat voor eeuwig noodzakelijkerwijs voorbij alle woorden ligt. We hoeven ons alleen te herinneren dat al wie de werkelijke wereld bereikt – en verder kan het leren niet gaan – daaraan voorbij zal gaan, maar op een andere wijze. Waar het leren eindigt begint God, want het leren eindigt ten overstaan van Hem die totaal is waar Hij begint, en waar
geen einde is. Het is niet aan ons stil te blijven staan bij wat niet verworven kan worden. Er is te veel te leren. De gereedheid voor kennis dient eerst nog te worden verworven.

12. Liefde wordt niet geleerd. Haar betekenis ligt in haarzelf. En jouw leren eindigt wanneer je hebt ingezien wat ze allemaal niet is. Dat is de belemmering; dat is wat ongedaan moet worden gemaakt. Liefde wordt niet geleerd, want er is nooit een tijd geweest waarin jij haar niet hebt gekend.
Leren is nutteloos in de Tegenwoordigheid van je Schepper, wiens erkenning van jou en de jouwe van Hem alle leren zover overstijgt, dat al wat je geleerd hebt zonder betekenis is, en voor eeuwig vervangen is door de kennis van de liefde en haar ene betekenis.

13. Jouw relatie met je broeder is uit de wereld der schaduwen weggerukt, en haar onheilige bedoeling is veilig door de hindernissen van schuld heen geloodst, met vergeving gereinigd, en is stralend en stevig geworteld in de wereld van het licht gezet. Vandaaruit roept ze jou op de koers te volgen die zij genomen heeft, die haar hoog boven het duister heeft uitgetild en zachtjes voor de poorten van de Hemel neergezet. Het heilig ogenblik
waarin jij en je broeder werden verenigd is slechts de gezant van de liefde, van voorbij vergeving gezonden om jou te herinneren aan al wat erachter ligt. Toch is vergeving het middel waardoor het zal worden herinnerd.

14. En wanneer de Godsherinnering in de heilige plaats van vergeving tot jou is gekomen, zul jij je niets anders herinneren, en zal de herinnering zelf even nutteloos geworden zijn als leren, want jouw enige doel zal scheppen zijn. Maar dit kun je niet weten voordat alle waarneming gereinigd en gezuiverd, en tenslotte voorgoed opgeheven is. Vergeving heft alleen het onware op, licht de schaduwen van de wereld en draagt die in haar zachtmoedigheid veilig en zeker naar de heldere wereld van een nieuwe en zuivere waarneming. Daar ligt nu jouw doel. En daar wacht jou vrede.
(T18.IX.3-14)

 

Het doel van ECIW is volledig terug te keren in de waarnemende/keuzemakende wakkere denkgeest positie.
En te leren/onderwijzen dat binnen de ervaring van de waarneming alleen nog kiezen voor ware vergeving van elk ego gedachte/projectie, uiteindelijk de enige ware optie is.

Dat wat buiten de waarneming ligt, ligt buiten het bereik van de nog waarnemende/keuzemakende denkgeest en dus speelt het onderwijs/leren van ECIW zich enkel en alleen af binnen de ervaring van de waarneming, precies daar waar de denkgeest denkt en gelooft te zijn.

Buiten het ‘gebied’ van het waarnemen/ervaren is onderwijs overbodig en dus niet meer nodig.

Zolang we onszelf hier nog waarnemen en ervaren is dat wat waargenomen wordt en ervaren ons leer/onderwijs materiaal.
Mits we als denkgeest daarvoor kiezen, dus bereid zijn wat we onze wereld en ons leven noemen deze andere functie te geven. Kiezen we hier niet bewust voor dan zal automatisch het leren/onderwijzen, geleerd en onderwezen worden vanuit egodenkgeest.

Het lastigste is in die soort van twilight zone te zitten, van bewust weten dat dit zo is en zo werkt als ik voor een pad als ECIW kies, maar onvermijdelijk het leer/onderwijs proces zal moeten doorlopen via de verschillende stadia. Het is onmogelijk meteen volledig in het bewustzijn te springen en ineens alleen nog maar vanuit de ‘wakkere’ positie te kunnen waarnemen en ervaren.
Het is een geleidelijk proces en zal als moeilijk, lastig en pijnlijk worden ervaren afhankelijk van onze weerstand ertegen.
ECIW zegt hierover:

“7. De brug zelf is niets anders dan een overgang in perspectief op de werkelijkheid.
Aan deze kant is alles wat je ziet grof vervormd en totaal uit
perspectief. Wat klein en onbeduidend is wordt uitvergroot, terwijl wat
sterk en machtig is tot kleinheid wordt teruggebracht. Tijdens deze overgang
is er een periode van verwarring, waarin een gevoel van daadwerkelijke
desoriëntatie kan optreden. Vrees dit echter niet, want het betekent
alleen dat je bereid bent geweest je greep los te laten op het verwrongen
referentiekader dat jouw wereld bij elkaar leek te houden. Dit
referentiekader is opgebouwd rond de speciale relatie. Zonder deze illusie
zou er geen betekenis kunnen zijn waar je hier nog naar zoeken zou.

8. Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd.
De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid
benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. De
dringende noodzaak bestaat alleen hierin dat jij je denkgeest loswrikt uit
zijn verstarde positie hier. Je zult hierdoor niet ontheemd of zonder referentiekader
raken. De periode van desoriëntatie, die aan de eigenlijke
overgang voorafgaat, is vele malen korter dan de tijd die het vergde om je
denkgeest zo stevig op illusies te fixeren. Uitstel zal jou nu meer pijn doen
dan vroeger, alleen al omdat je beseft dat het uitstel is, en dat het werkelijk
mogelijk is aan pijn te ontsnappen. Vind hoop en vertroosting in
plaats van vertwijfeling hierin: zelfs de illusie van liefde zou jij in welke
speciale relatie ook hier niet lang kunnen vinden. Want je bent niet langer
volslagen krankzinnig, en je zou al snel de schuld over zelfverraad aanzien
voor wat die is” (T16.VI.7-8).

Vergelijken is gebaseerd op het zien van verschillen.
En vergelijken en het zien van verschillen is oordelen.
Vergelijken is natuurlijk het domein van de egodenkgeest, van het dualistische denksysteem.
Vergelijken is een manier om van één twee te maken, met als enig doel van één twee te maken.
Het heeft niets te maken met wat het lijkt te zijn; het vergelijken van dingen in de wereld, het heeft alleen tot doel, van één twee te maken, en zo de wereld van de dualiteit in stand te houden. En zo de afscheiding in stand te houden.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van ongelijkheid.
De ik, een stukje schijnbaar afgescheiden denkgeest, heeft een idee over wat juist is, en dus ook over wat onjuist is, ómdat ik geloof ánders te zijn dan de ander. Niet omdat ik verschillen zie in enige verschijningsvorm. Dat is alleen de projectie van het denken te zien van verschillen.
En omdat ideeën nooit hun bron kunnen verlaten, blijft ook de verschijningsvorm een idee, een gedachte, een projectie.

En ja, je hoeft geen genie te zijn om te zien dat het willen zien van verschillen tot conflicten kan en zal leiden.
En ook conflicten in welke vorm dan ook, groot of klein hebben ook weer als enig doel, de afscheiding in stand te houden, Daar willen we als denkgeest die kiest voor afscheiding gelijk in krijgen en houden. Dus weer we willen niet ons gelijk halen over wat voor vorm of situatie dan ook, maar over dat we autonoom zijn, van elkaar afgescheiden personen, dingen en situaties.
Dus nee, ik heb geen conflict met andere personen, ik wil in de afscheiding blijven. En nee, het ene land is niet in conflict met het andere, het is alleen een projectie van de miljoenen afscheidingsgedachten, met maar één doel, in de dualiteit te blijven, in de afscheiding te blijven.
De vorm waarin het zich lijkt uit te spelen is slechts een dekmantel voor de onderliggende wens in de afscheiding te blijven.

Hier uit volgt dat conflicten als gevolg van de wens tot afscheiding, een wens die zich in de denkgeest bevindt, nooit opgelost kunnen worden in de wereld die wij (de denkgeest) hebben gemaakt met als enig doel afscheiding.
De waarheid kan nooit gevonden en bewezen worden in de wereld die wij als denkgeest bedacht en geprojecteerd hebben.
De wereld is immers gemaakt om de waarheid te verbergen. En dat zorgt voor een gevoel van iets missen, en aangezien ‘vergeten’ is dat we denkgeest zijn, blijft er schijnbaar niets anders over dan de waarheid te zoeken in wat we nu denken te zijn; een lichaam in een wereld met andere lichamen, dingen en situaties.
Een gegarandeerd ‘zoekt en gij zult niet vinden’ situatie, want waar het niet is, kan het ook niet gevonden worden. Hoe logisch is dat!
Zie daar het waterdichte ‘logische’ tevens krankzinnige verdedigingsdenksysteem van de egodenkgeest.

Ook in de zogenaamde spirituele wereld heerst natuurlijk verdeeldheid en wordt er vergeleken.
Ook onder Cursus studenten. We denken in termen van beginnende, gevorderde en vergevorderde studenten/leraren en vergelijken. Vergelijken onszelf met andere studenten/leraren en meten daaraan af ‘hoever’ we zijn op ons spirituele pad.
Een zinloze actie, met ook alweer als enig onderliggend (ego) doel, het in stand willen houden van de afscheiding.

Het enige waar we enigszins aan kunnen afmeten ‘hoever’ we zelf zijn is de mate waarin we ons vredig voelen, juist omdat we niet meer vergelijken, oordelen en verschillen zien, en dat het ons helemaal niet uitmaakt ‘hoever’ we denken te zijn.

Aangezien in elke gedachte altijd het hele pakketje zit, van de egodenkgeest, de Heilige Geest én de waarnemende/keuzemakende denkgeest, doet dus de egodenkgeest ook mee in deze gedachtegang en kan zichzelf als het ware vermommen in dit oordeelloos kijken van onze Heilige Geest kant van de ene denkgeest.
Het stopt met vergelijken, door zichzelf als superieur te zien boven anderen en te denken dat het doel al bereikt is, en het geen last meer heeft van vergelijken, oordelen en het zien van verschillen, zoals anderen dat nog wel doen. Een slimme manier van het verbergen nog steeds voor vergelijken, en oordelen te willen kiezen.

De enige ware manier om met vergelijken, oordelen en het zien van verschillen te stoppen, is om er niet mee te stoppen, maar het te vergeven.
Zolang we onszelf hier ervaren doen we dingen die bij het ervaren van een wereld horen. Hiermee willen stoppen, of nog erger anderen vragen hiermee te stoppen, desnoods met dwang houdt alleen maar weer de afscheiding in stand. En dus ook de voortgang en het voortbestaan van de egodenkgeest.
Ware Vergeving is het enige antwoord en om te kunnen vergeven moeten we al onze eigen, met nadruk op ‘eigen’, gedachten onder ogen gaan zien. We moeten eerst onze weerstand tegen Waarheid volledig in kaart krijgen, om het dan vervolgens te kunnen vergeven.
Vergelijken, oordelen, het zien van verschillen is dan dus niet meer fout of verkeerd, of zondig, of om mij schuldig over te voelen, of te schamen, maar alleen nog maar vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Zo krijgt alles wat eerst voortkwam uit de ego kant van de ene denkgeest, door de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant voor de Heilige Geest kant, welke de brug vormt terug naar Waarheid, een vergevende functie, met als enig doel het ontwaken uit de droom, de nachtmerrie van de egodenkgeest.

Gelukkig zijn!, vrolijk zijn!, aardig zijn!, riep mijn vader altijd als ik weer eens niet geluk en vrolijkheid uitstraalde…
Een uitspraak die mij altijd wit-heet maakte.
Tot mijn pubertijd was ik een vrolijk meisje dat bijna dagelijks wel een keer de slappe lach had samen met mijn vriendinnetjes. Ik lachte gewoon alles weg wat me dwars zat en dat werkte best goed.

Totdat de hormonen toesloegen, een heel effectieve projectie van de egodenkgeest die zich ook steeds sterker ontwikkelde ten einde de verdwaalde denkgeest vooral nog dieper in de egodenkgeest te verankeren.
En dat lukte heel goed, ik trok een sluier van somberheid over me heen, en alles leek ineens donker,  moeizaam en een groot gevecht. Ik werd, zeg maar behoorlijk gothic, met een donker spiritueel tintje. Donkere mystiek trok mijn aandacht, was dol op kerkhoven, en orgel spelen in een donkere kerk, waar de vleermuizen rondvlogen.
Ik had dag en nacht onbeperkte toegang tot de kerk, omdat ik op m’n 15de al een kinderkerkkoortje leidde en ik had diepe filosofische gesprekken met de pastoor. Hij begreep mij ten minste en had aandacht en tijd voor mij… dacht ik… Dit in tegenstelling tot mijn ouders… dacht ik…
Kortom ik leefde in een hormonen mist en was daardoor erg kwetsbaar en zeer makkelijk beïnvloedbaar, tenminste zolang het in mijn sombere, romantische, spirituele gothic plaatje paste…
En alles wat maar positieviteit en geluk uitstraalde maakte me dus wit-heet.
Ik zal de details van waar die kwetsbaarheid, makkelijke beïnvloedbaarheid en neiging tot zelfvernietiging toe leidde verder niet vermelden, want het zijn uiteindelijk maar verhalen en zoals de Cursus mij heeft geleerd nooit de reden waarom ik in onvrede ben.
Bovendien heb ik gemerkt hebben verhalen de neiging om te blijven hangen in de (ego)denkgeest, terwijl de oorzaak, waar ik nu juist de aandacht op wil richten, vaak ‘vergeten’ wordt, begraven onder het verhaal.
En dat is nu juist waarvan ik nu juist wil dat het blijft hangen.
Mijn doel met dit stukje is, te laten zien dat ECIW ons ontmoet waar we denken te zijn en al onze talenten, precies dat wat we denken en geloven te zijn en alles wat we doen in ons leven, leert te her-gebruiken, nu niet meer onder leiding van de egokant van de denkgeest, maar onder leiding van onze HG kant van de denkgeest die nog steeds onveranderlijk in verbinding staat met wat we in werkelijkheid ZIJN en ons zodoende kan helpen terug te keren in Waarheid.
ECIW leert ons, onze waarnemende/keuzemakende denkgeest positie in te nemen, zodat we bewust worden van wat we denken, projecteren en vervolgens geloven en leren opnieuw te kunnen kiezen.

Vanachter mijn sombere sluier probeerde ik ondertussen wanhopig gelukkig te worden, wat natuurlijk niet lukte, want achteraf is de zelfsabotage natuurlijk heel duidelijk en ik bereikte dus alleen maar het tegenovergestelde van geluk en ik zag niet dat ik mijzelf saboteerde. En eigenlijk precies bereikte wat ik echt leek te wensen, namelijk zo ongelukkig mogelijk worden.
Als ik me weer eens op een nieuw project had gestort en het doel bereikt had was het resultaat niet geluk, of blijheid, trots dat ik het gehaald had, maar juist een onverklaarbare somberheid en moedeloosheid en een terughollend zelfvertrouwen.
Ik kreeg precies wat ik wenste, alleen had ik niet door dát ik dat wenste.

Ik probeerde geluk te vinden in allerlei voor de hand liggende vormen, zoals eten, lezen, veel lezen, pianospelen, dagdromen, om de haverklap verliefd worden en zwijmelen in romantiek, allerlei spirituele paden uitproberen, maar niets van dit alles werkte echt. Het duurde altijd maar even en het had bijna altijd ook een zeer negatieve tegenkant.
Want zo gaat dat in de dualiteit leerde ik veel later.

Pas toen  in 1999 de Cursus op mijn pad tegenkwam kwam er een keerpunt-gevoel.
Ik had mijn missing link gevonden.
Niet dat de sluier toen in één keer optrok, nee integendeel het ergste moest nog komen, maar ik had nu eindelijk m’n anker terug gevonden en ik besloot meteen al in het begin toen ik met ECIW aan de gang ging, om dat ‘anker’, die ‘hand’, nooit meer los te laten.

Mijn mezelf aangeleerde negatieviteit en depressieve somberheid bleek nu een geschenk te zijn, want ik leerde dat het niet fout was of verkeerd, of zondig, maar slechts een vergissing, ‘een nietig dwaas idee’, dat ik kon laten omzetten middels Ware Vergeving met als doel werkelijk de uitgang te vinden uit lijden en angst.
Ik heb dus eigenlijk nooit weerstand gevoeld tegen de leerweg van ECIW,  want ik had meteen het gevoel van ‘dat is het, dat is wat ik steeds over het hoofd heb gezien en ben vergeten’, maar natuurlijk kwam ik wel weerstand tegen bij het eerlijk onder ogen leren zien van al mijn zelfbedachte verdedigingen tegen Waarheid. Ik was sowieso altijd al geneigd mijzelf overal de schuld van te geven, dus ik heb nooit ECIW de schuld gegeven van als het even niet leek te werken.
Langzaam aan zag ik alles, elke gedachte + projectie, veranderen in leermateriaal, vergevingsmateriaal en vergevingskansen.
Ik leerde dat ik inderdaad nooit onvrede voel om de reden die ik denk (les 5) en dat ik ook hiervoor in de plaats ook vrede zou kunnen zien (les 34).
En ook dat ik anderen of iets buiten mij niet hoef te gebruiken om geluk te vinden. Er is niets buiten mij de denkgeest en ik ben verantwoordelijk voor al mijn gedachten + projecties.
Ik leerde ‘anderen’, ‘dingen’ en ‘situaties’ als symbolen, als spiegels te zien waarin ik mijn eigen gedachten + projecties terug gespiegeld zag.
Kortom mijn hele tot dan toe leven, kreeg een totaal andere functie, het zoeken stopte en het terug herinneren begon.
Naast ECIW zelf, was en is Kenneth Wapnick voor mij dé leraar.

En nu ben ik gelukkig, maar niet het geluk waarvan ik vroeger dacht dat het geluk was, dus afhankelijk van anderen, dingen en situaties. Het is een simpel, onveranderlijk, natuurlijk geluk, dat neutraal is, zonder pieken of dalen, gewoon een natuurlijk gevoel. En nee ik ervaar het niet als ‘saai’, maar als dat wat IS en daar valt verder niets over te zeggen. Het is simpel weg dat wat overblijft als zonde, schuld en angst verdwenen zijn.

En ik zie nu de betekenis van dat ECIW ons ontmoet waar we denken te zijn. Alles wat ik heb ervaren, hoe vreselijk en beschamend de ervaring ook leek te zijn, het is allemaal niet voor niets geweest, laat staan beladen met zonde, schuld en angst, het heeft een totaal andere functie gekregen en heeft mij op het pad gezet van het doen terug herinneren in Waarheid, in God, in Liefde.

Dus, ja pa, gelukkig zijn is mijn natuurlijke staat, ik kan me voorstellen dat dat je diepste wens was voor mij, zoals een vader dat wenst voor zijn kind, wat dan weer symbool staat voor wat ‘God’ voor zijn ‘Zoon’ ,ons dus, wenst, dank je!

Het doel van ECIW is te ontwaken uit de droom van het vergeten, door middel van Ware Vergeving.
En als we ECIW kiezen als het middel om dit te leren herinneren, zullen we moeten gaan leren vergeven.
Als we missen of ontkennen dat ECIW ons wil leren te vergeven zal ECIW niet voor ons werken.
Dan is ECIW niet het pad voor mij.
Dat we weerstand voelen als we vergeving leren en toepassen is onvermijdelijk, maar die weerstand is iets anders dan ontkenning of vermijden.
Ook het aanpassen van de Cursus door wat het zegt te verdraaien zodat het wel werkt voor jou is niet echt behulpzaam.
Als we de bereidwilligheid hebben om ware vergeving te leren dan zal de weerstand, de ontkenning ook als vergevingskans en materiaal gezien worden en zullen we leren dat elke gedachte een vergevingskans en vergevingsmateriaal is.
Uiteindelijk komt vergeving er op neer dat elke voorheen egogedachte omgezet zal worden naar een Juist-gerichte gedachte, in de Cursus Heilige Geest Denkgeest genoemd.
Dus ook als we moeite hebben met de vorm waarin de Cursus is geschreven; het gebruik van christelijke termen, het gebruik van de mannelijke vorm, te lange zinnen, te lastig taalgebruik, te intellectueel, te veel woorden enz., dan kunnen we het daarbij laten en de Cursus als niet ‘mijn’ pad zien, of deze gedachtes zien als weerstand gedachtes van de egodenkgeest en deze als vergevingskans en materiaal zien.

In Werkboekles 62 staat: ‘vergeving is mijn functie…’
Vergeving brengt de ‘herinnering’ aan de waarheid weer terug in de denkgeest.
En het mooie en unieke van de Cursus is dat de herinnering aan de waarheid niet gaat via het ontkennen van de wereld en je te proberen voor te stellen hoe die waarheid eruit ziet door bijvoorbeeld voortdurend licht te visualiseren en dat rond te sturen, of jezelf de wereld uit te mediteren, of je terug te trekken uit de wereld en weg te kruipen in jezelf.
Nee, niets wordt ontkend, verstopt of ontweken. Ware vergeving houdt in dat je leert kijken, heel eerlijk naar je eigen gedachten en er niet over oordeelt:

‘Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. In koortsachtige actie jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. Verdraaiing is haar doel en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. Ze doet woeste pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar enigszins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.
Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.
Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God’ (WdII.1 blz 404).

Het gaat niet om de ‘ik’, lichaam en egodenkgeest (projectie en de projecterende niet vergevende afscheidingsgedachte), maar om ‘hen’ (alles wat ik buiten mij waarneem, lichamen, dieren, voorwerpen, situaties), die de spiegel en de reflectie zijn van ‘mijn’ egogedachten, waardoor ik leer dat er geen verschil is tussen ‘mij’ en zgn ‘anderen’, mensen, dieren, voorwerpen en situaties en er alleen spraken kan zijn van ‘ons’, alles omvattend en niets uitsluitend. Ware vergeving sluit niets uit.
Ware Vergeving her-gebruikt alles wat ik eerst als egodenkgeest buiten mij probeer te projecteren vanuit zonde, schuld en angst en wat ik nu als waarnemende denkgeest o.l.v. Heilige Geest Denkgeest, vanuit Liefde (dat wat ik eigenlijk ben) bereid ben onder ogen te zien en nu wil leren vergeven.
En dan wordt vergeving mijn enige functie, omdat ik dan accepteer dat mijn hele leven alleen maar uit vergevingskansen en vergevingsmateriaal bestaat.

Een cursus in wonderen, heet niet voor niets een cursus.
Het boek (de inhoud dus) vormt de handleiding en is de leraar, je eigen leven is de praktijk waarin je het geleerde in de praktijk brengt en leert door vergeving te oefenen op alles wat er voor je neus komt.
En zoals met alles wat geleerd moet worden kost ook dit proces van (ont)leren tijd.
En zo worden tijd en ruimte nu ook her-gebruikt, niet om af te scheiden, maar om terug te herinneren in Waarheid.

En tenslotte is het belangrijk vertrouwen te leren hebben in het hele proces en dat we precies dat leren wat de denkgeest aankan en waar deze aan toe is om te leren, in die zin en alleen in die zin is het proces hoogst individueel, ook al is het een universeel proces.wat onvermijdelijk geleerd wordt door de hele ene denkgeest. Er is maar één probleem en daarom ook één oplossing. Maar omdat wij dit niet zo ervaren, omdat wij onszelf als individu zien en ervaren, gebruikt ECIW dat gegeven als leermateriaal dat hoogst individueel lijkt toegesneden.

Leestip:
‘Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld’ (WdI.62).
en
‘1. Wat is vergeving?’ (WdII.1 blz. 404)

Alles wat we denken te danken te hebben aan personen en situaties buiten ons, is in werkelijkheid afkomstig en een reflectie van onze eigen beslissing als denkgeest gemaakt in de ene denkgeest voor ego of voor HG.
Dus in werkelijkheid worden we niet geholpen door andere ‘personen’ buiten ons, (er is geen wereld) maar door wat er zich afspeelt in de denkgeest, want we zijn 100% denkgeest.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.” (WdI.132.6:2-5)

We vragen dus altijd hulp in de denkgeest, (ego of HG) ook als we denken hulp te vragen en te krijgen via een of andere vorm (persoon situatie), want dat we dat denken en geloven maakt het nog niet werkelijk, het blijft een geprojecteerde gedachte.
Dus de hulp die we krijgen en terug zien in een of andere vorm is altijd de weerspiegeling van de keuze die gemaakt is om naar toe te gaan voor hulp in de denkgeest.
De verleiding en valkuil kan wel weer zijn dat als we ons, omdat we ons door de geboden hulp in de vorm, weer prettig voelen, we weer helemaal terugkeren in het waarmaken van de vorm, die nu prettiger is en weer als werkelijk wordt gezien.
Dat betekend dan alleen dat de egodenkgeest weer aan het roer staat, niet dat de vorm nu ineens toch echt, echt is geworden.
Het gaat om het doel .

“Waartoe?’ Dit is de vraag die jij in relatie tot alles moet leren stellen. Wat is het doel? Wat het ook is, het zal jouw inspanningen automatisch richting geven. Wanneer je dan tot een doel besluit, heb je een besluit genomen over je toekomstige inspanningen, een besluit dat van kracht blijft tenzij jij van gedachten verandert.” (T4.V.6:8-11)

Wat is het doel, het prettiger krijgen in de vorm, of het Thuis zijn in God, waar Geluk, Vrede en Vreugde de onveranderlijke grondtoon is, van waaruit alles ervaren zal worden onafhankelijk van de vorm waar we in lijken te zitten, zolang we hier nog denken en lijken te zijn.
Je kan in een vreselijke situatie lijken te zitten en je diep ongelukkig voelen, of je kan in een vreselijke situatie zitten en toch in onveranderlijke vrede blijven.
En dat hangt alleen af van de denkgeest waarvoor je kiest om vanuit te denken.
En wat als vreselijk in de vorm wordt bestempeld, voelt alleen vreselijk omdat we ons identificeren met iets wat regelrecht tegen onze ware natuur, denkgeest zijn, indruist.
We voelen ons nooit vreselijk vanwege de vorm, die de oorzaak lijkt te zijn van het vreselijk voelen.
We voelen ons vreselijk, omdat we iets proberen te doen wat niet onze ware natuur is, niet omdat de vorm vreselijk lijkt te zijn.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon, situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid, depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen. Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag. Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.” (WdI.5.1)

Als we geholpen worden door ‘anderen’ op een wonderlijke onverwachte manier, dan is dat de weerspiegeling van onze eigen keuze als denkgeest op denkgeest niveau.
De hulp is dus afkomstig van een beslissing en is de beslissing in de ene denkgeest, die alles omvat en niemand uitsluit, ook niet jezelf dus.
De vrede die we dan voelen is dan niet de weerspiegeling van het geloof in vormen die de oorzaak lijken te zijn, maar de weerspiegeling van de Vrede van God en deze Vrede is vormloos en omdat deze vormloos is, zal deze weerspiegeld worden in alles en iedereen die we zien, niets en niemand uitgesloten.

“Het lichaam van jouw broeder laat jou niet de Christus zien. Die is in zijn heiligheid tentoongespreid.
Kies dus zijn lichaam of zijn heiligheid als wat jij wenst te zien, en wat je kiest is wat er voor jou te zien valt. Maar je zult in talloze situaties en in de loop der tijd die geen einde lijkt te hebben, kiezen totdat de waarheid jouw beslissing is. Want de eeuwigheid wordt niet herwonnen door eens te meer Christus in hem te verloochenen. En waar is jouw verlossing, als hij slechts een lichaam is? Waar is jouw vrede behalve in zijn heiligheid?
En waar is God Zelf anders dan in dat deel van Hem dat Hij voor immer in de heiligheid van jouw broeder heeft geplaatst, opdat jij de waarheid omtrent jezelf zou kunnen zien, eindelijk uiteengezet in bewoordingen die je herkende en begreep?” (24.VI.6:7,7:1-6)

Als we toch nog iemand daarvan buitensluiten weten we dat we weer voor egodenkgeest hebben gekozen en het doel weer vormgericht hebben gemaakt.
Dit moet opgemerkt worden en niet ontkend, het is juist goed als het opgemerkt wordt, want dan kan het weer vergeven worden, waardoor het doel weer richting HG gaat.
En zo kunnen we dan het begrip hulpvragen en krijgen opnieuw definiëren. Hulp is altijd afkomstig van de denkgeest, van ego of van HG denkgeest en nooit van een of andere persoon of vorm, en de keuze makende denkgeest maakt de keuze en bepaalt het doel.

Het resultaat van vragen om hulp op HG denkgeest niveau is niet vorm-resultaat-gericht, hoewel de vorm, de personen en situaties dus, de projecties, wel de reminders zijn voor het hulp gaan vragen. Hulp vragen aan HG/J is bevrijd willen worden van zonde, schuld en angst, niet van bepaalde vervelende vormen en situaties.
En als we dan bevrijd zijn van zonde, schuld en angst dan zullen we ook vrij in de wereld staan, zolang we nog in de droom lijken rond te lopen, en alles en iedereen als ‘hetzelfde’ zien als hetzelfde in de ene denkgeest (niet als lichamen, want die zijn allemaal anders op dat niveau) en dus ook niet bang meer zijn de geboden kansen nu zonder angst nu vanuit Liefde in ontvangst te nemen.
De wereld en elke ervaring in de wereld is een symbool en staat symbool voor afscheiding of voor het terug herinneren in Eenheid.

 

 

 

%d bloggers liken dit: