archiveren

Tagarchief: dualiteit

Een interne dialoog…
oké, alles is een projectie, geloof ik dat?, ja, want het is voor mij de enige logische verklaring van dit verschijnsel “wereld” en alles wat zich daarin lijkt te bevinden; mensen, dieren dingen, situaties, inclusief natuurlijk het “ik” lichaam.
Alles wat “ik” zie is een projectie en komt als ik verder terug denk schijnbaar uit een persoonlijke aparte denkgeest die ik nog steeds “ik” noem. Dat is zo’n beetje de reikwijdte van wat de denkgeest op z’n best kan en vooral wil begrijpen. Verder terug kan de beperkte reikwijdte van dat denksysteem niet. De beperking van dit denksysteem, en die beperking komt altijd voort uit angst en schuld, kan dan verschillende kanten op gaan:

–  het blijft waar het is, accepteert aan de uiterste grenzen van een als nog steeds persoonlijke denkgeest dat inderdaad alles een projectie is vanuit schuld en angst en besluit daar mee te leren leven en er maar het beste van te maken, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  denkt met deze gedachte, wat als openbaring gezien wordt verlicht te zijn en denkt zich daarnaar te moeten gaan gedragen, nu als officieel spiritueel wezen (mens) met speciale eigenschappen, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  schiet door deze ontdekking nog meer in de angst en schuld en trekt zich terug in een nog steeds als een persoonlijk zijnde “ik” lichaam.

Al deze mogelijkheden, en er zijn nog meer variaties denkbaar, hebben als kenmerk dat er nog steeds een persoonlijke identificatie is met een “ik” lichaam, of “ik” denkgeest.
Dit proces is onvermijdelijk en hoort bij het ontwaken uit de als “persoonlijk” geziene en ervaren droom. Immers dit zien en geloven dat er een “persoonlijk” “ik/lichaam” is te midden van andere “ik/lichamen, dingen en situaties” is een poging, en heeft enkel en alleen maar de functie om de ergens nog aanwezige vage diep weggestopte herinnering aan volledige non-dualistische Eenheid voorgoed te verbergen achter een denkbeeldige maar schijnbaar o zo “echte” muur van projectie vanuit zonde, schuld en angst.
Angst voor de herinnering dat afscheiding van Eén onmogelijk is en dat dat zich openbaart, omdát het onmogelijk is en schuld omdat er een poging wordt gedaan om uit Eenheid te geraken, terwijl deep down geweten wordt dat dat onmogelijk is, maar waar uit angst toch hardnekkig aan wordt vastgehouden. Een vicieuze cirkel van zonde, schuld en angst.

Als even goed en eerlijk even objectief gekeken wordt naar alles wat er gedacht wordt en geprojecteerd zal niets maar dan ook niets wat als persoonlijk wordt gezien en ervaren NIET uit zonde, schuld en angst voortkomen.
Dat betekent dat in elk gevoel van onrust, ongenoegen, woede, haat, speciale liefde en nog een paar duizend gevoelens en emoties die maar mogelijk zijn, de krampachtige wil tot afscheiding (wat dus eigenlijk onmogelijk is) tot uitdrukking komt.
En dat wordt niet als leuk ervaren, hoewel ik toen ik dit ontdekte wel meteen een missing link gevoel had in eerste instantie. Het was even een herinneringsflits als het ware, een even open gaan van de zelfgemaakte “gevangenis”, maar dat is slechts het begin van een lang, lang proces van langzaamaan terug herinneren in dat wat zo zorgvuldig en met alle macht verborgen moet blijven. Stap voor stap, want de weerstand, lees schuld en angst is groot.

Er is alleen Waarheid, Eénheid, non-dualisme, en niets van wat “hier” ervaren wordt voldoet aan dat criterium. Dus moet alles wat “hier” ervaren wordt wel een poging tot afscheiding zijn van Waarheid, Eénheid, non-dualisme. Het is het een of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Dit betekent ook als alleen één mogelijk is, dat een ervaring van twee (dualiteit) eigenlijk ook nog steeds één is, maar dan een omgekeerde versie ervan: één krijgt ineens twee kanten, ook al lijken het nu twee zijden van één te zijn, opgesplitst in goed en kwaad. En schijnbaar “ervaren” kan worden.
In non-dualisme is geen ervaring, is ook niet nodig.
Uit één wordt dus schijnbaar één stukje gehakt, wat in uitgehakte vorm twee kanten lijkt te hebben waardoor één plotseling een tegenstelling lijkt te hebben en die gedachte van twee splits zich en breid zich vervolgens uit waardoor Eén uit het “zicht”, uit de herinnering verdwijnt en tevens “vergeten” wordt dat de twee schijnbare zijden van één ook nog steeds één zijn (ideeën verlaten nooit hun bron, ook al zijn ze nog zo krankzinnig en onmogelijk).
Kortom er is ook maar één afscheidingsidee, ook al is dat een schijnbaar twee-zijdig, dualistisch idee.
Dus de ervaring van miljarden “ik lichamen”, dingen en situaties is onjuist en niets meer of minder dan een vergissing, (dus niets zondigs, schuldigs of angstigs) want het is niet werkelijk gebeurt.

Het lijkt alsof er individueel miljarden verschillende scripts zijn (mijn leven, jouw leven, ons leven enz.) maar dat is een schijnvertoning. Er is maar één afscheidingsidee, één ego dus en is alles nog steeds met alles verbonden ook in die ene egodenkgeest.
Vandaar dat als het proces van onvermijdelijk ontwaken vordert er ervaringen kunnen zijn van “iemands gedachte kunnen lezen”, of in de toekomst kijken, of aanvoelen wat er gaat gebeuren, met dieren en of planten of dingen kunnen communiceren of iets in een groter geheel kunnen overzien, of wat voor een grensoverschrijdende ervaring dan ook welke dan ook weer als “speciaal”, als plezierig of als zeer bedreigend kan worden ervaren. Het laat hoe dan ook zien dat er ook maar één egodenkgeest is waarbinnen ook alles met alles verbonden is. En vandaar dat we ook vrij simpel kunnen zien dat hoe bijzonder ook “mijn” persoonlijke “ik” ervaringen, verhalen lijken te zijn er niets nieuws onder de zon is en het allemaal op hetzelfde neer komt: de verborgen wil tot afgescheiden willen zijn van Eén.

Die ene egodenkgeest, dat ene afscheidingsidee, is dus ook nog steeds onvermijdelijk verbonden met Eén, met Waarheid, met non-dualisme, het is er alleen een op z’n kop versie ervan, waardoor binnen dit op z’n kop denken alles een tegenstelling is van Eén, zoals al eerder opgemerkt werd.
Vandaar dat die op z’n kop versie wel ook nog steeds de “kracht” of misschien beter de eigenschappen van Eén in zich draagt. En vandaar ook dat het zo hardnekkig is en schijnbaar heel veel (ego)kracht heeft. Zoals een kind het dna van zijn ouders in zich draagt, wat ook weer een op z’n kop afspiegeling is van Ware Eenheid, de Eenheid die geen vorm nodig heeft om dat uit te beelden in vormen die vervolgens als oorzaak en gevolg worden gezien.

Die op z’n kop kracht zien we terug in de projecties. We denken en geloven, van wegen de wil tot afscheiding van Eén, dat alles in de wereld gebeurt door krachten die we niet in de hand hebben, met het verschijnsel “natuur” voorop. Ook collectieve krachten op wereld schaal niveau zien we niet zo makkelijk als een projectie van de ene denkgeest die dit doet met maar één doel: afscheiding van Eén. Op kleinere schaal moeten we onvermijdelijk, omdat we het meer persoonlijk nemen, wel toegeven (of ontkennen) dat we er iets mee te maken hebben als er iets gebeurt en is de schuld en de angst die erachter schuil gaan makkelijker te herkennen. Maar als er goed gekeken en vooral eerlijk gekeken wordt is achter elk van deze gedachten, hoe groot of klein ze ook zijn in geprojecteerde vorm, de zonde en de schuld welke maar één doel heeft: afscheiding van Eén te herkennen.

Tot zover even deze persoonlijke dialoog, die persoonlijk lijkt omdat dat zo ervaren wordt, maar het niet kan zijn, omdat “persoonlijk” niet bestaat en slechts één nietig dwaas afscheidingsidee is…
Het “persoonlijke” als ervaring hoeft niet ontkent, verandert of vermeden te worden, want dat zou alleen nog maar meer poging tot afscheiding zijn. Het kan in het beste geval binnen het concept van de afscheiding vanaf een zogenaamde waarnemend langzaamaan wakker wordend uit de droom zich herinnerend bewustzijn geobserveerd worden en vanaf dat standpunt als hulpmiddel, door te leren zien wat het is en waarvoor het dient, her-gebruikt worden. Daardoor wordt het op z’n kop idee weer langzaamaan terug gegeven aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

We wensen elkaar nu allemaal een “Gelukkig Nieuwjaar” toe en dat moeten we vooral blijven doen op het toneel van de illusie, of van de droom, of de hallucinatie of hoe je dat wat nooit gebeurt kan zijn, maar toch een ervaring “lijkt” ook wilt noemen.
Want om te kunnen ontwaken uit een droom, moet wel eerst het bewustzijn dat de droom een droom is terug komen in de denkgeest (mind).
En dit kan niet door de droom gewoon even te veranderen in een andere misschien voor mij betere droom, waarbij ik probeer alle obstakels en zogenaamde tegenwerkingen in de “wereld” op te lossen en of aan te passen, door bijvoorbeeld te zorgen dat ik gezond blijf, meer geld krijg, kortom dat de wereld rondom mij beter wordt. Dat zou gewoon weer een andere variatie op hetzelfde thema.
In die zin wensen we elkaar met “gelukkig Nieuwjaar” gewoon weer verder de afscheiding in.

Het is nodig de droom precies zo te zien als deze zich voor lijkt doen en te beseffen dat wat ik (denkgeest) denk en geloof te zien alleen een betekenis heeft, omdat ik (denkgeest) het een betekenis heb gegeven.
En die betekenis is een schijnbetekenis, omdat wat ik betekenis geef een droombeeld is, een hallucinatie geboren uit angst (maar niet om de reden die ik denk, of bedacht heb (les 5)), met als enig doel afgescheiden te zijn van Waarheid die daar met opzet verborgen achter schuil gaat.

Het kan bijna niet anders dat ik als denkgeest die dit script heeft bedacht en daar 100%  in gelooft als verdediging tegen dit “nieuwe” idee denkt: huh!?, wat!?, maar waarom in vredesnaam!?
Een hele slimme ego vraag, want een vraag suggereert een antwoord, en zowel vraag als antwoord suggereren dat er echt iets gebeurt is; dat ik mezelf echt van Waarheid, Eenheid, God heb afgescheiden en me nu afvraag waarom en hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.
En juist deze vraag en antwoord houden de afscheiding in stand.

Dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, kán dus niet gebeurt zijn, want Eén is één (non-dualiteit) en kan nooit werkelijk twee (dualiteit) worden.
Echter er is schijnbaar wél een ervaring dát er schijnbaar iets gebeurt is.
Dit ontkennen “want het is maar een droom” is niet wat ECIW mij leert.
De droom kan dan een andere functie krijgen, door elke gedachte als omkering van Waarheid te gaan herkennen en door ware vergeving weer terug te laten keren in de weerspiegeling van het ware bewustzijn, welke oordeelloos kijkt, zonder iets te willen verbeteren en elke gedachte ziet als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus wat er op het toneel van de droom lijkt te gebeuren, wordt nu een moment om te leren zien dat wat daar gebeurt niet gebeurt om de reden die ik denk en geloof, maar om af te scheiden en ik ook kan leren er ánders naar te leren kijken door “ogen” van ware vergeving, welke oordeelloos kijkt en ziet dat “doen” niet iets is wat dat droomfiguur doet op het toneel van droom, maar dat “doen” het effect is van het doen van ware vergeving op denkgeest niveau.

Dus allemaal Gelukkig Nieuwjaar, tegelijkertijd wetende dat ik niet eens weet wat dat betekent, want ik ben immers ook nooit gelukkig om de reden die ik denk! (Variatie op les 5).

De metafysica van Een cursus in wonderen is voor de denkgeest die probeert te verbergen dat deze denkgeest is door zich achter het idee van “een lichaam” te zijn verstoppen, niet te bevatten.
En toch als je het non-dualistische gedachtegoed van ECIW wilt volgen als tegenreactie op het gedachtegoed van je tot dan toe onbewuste keuze voor het dualistische egodenken, is het noodzakelijk deze metafysica altijd op de achtergrond paraat te houden. En hoewel de metafysica van ECIW duidelijk volkomen non-dualistisch is, maar wij als verdwaalde denkgeest alleen nog dualisme verstaan, gebruikt ECIW de taal die de afgedwaalde denkgeest kan begrijpen. Dit wordt door sommige als verwarrend gezien, maar wordt prachtig uitgelegd in de V & A van de Foundation for A Course in Miracles:

V#085: Waarom wordt de Cursus non-dualistisch genoemd?

In het non-dualisme van Advaita Vedanta is geen ruimte voor een relatie tussen Oorzaak-Gevolg, Vader-Zoon of Schepper-Schepping. Waarom dan wel blijven volhouden dat Een cursus in wonderen in essentie non-dualistisch is? Is dat niet verwarrend?

A: De Cursus maakt gebruik van dualistische termen in zijn leerplan met maar één reden: omdat Jezus weet dat de taal van de afscheiding, ofwel dualisme, het enige is wat wij op dit moment kunnen begrijpen. Jezus is volstrekt duidelijk over zijn bedoelingen met taal in de Cursus. Om je vraag te beantwoorden laten we daarom de Cursus voor zichzelf spreken in een aantal relevante passages.

Het duidelijkst is de volgende verklaring: ”Omdat jij gelooft dat je afgescheiden bent, doet de Hemel zich eveneens als afgescheiden aan jou voor. Niet dat dit in waarheid zo is, maar opdat de schakel die jou is gegeven om je met de waarheid te verbinden jou bereiken kan door middel van wat jij begrijpt. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén, zoals al jouw broeders zich als één in de waarheid verbinden. Christus en zijn Vader zijn nooit afgescheiden geweest, en Christus verblijft in jouw inzicht, in dat deel van jou dat Zijn Vaders Wil deelt. De Heilige Geest verbindt het andere deel – het nietig, dwaas verlangen om afgescheiden, verschillend en speciaal te zijn – met de Christus, om de eenheid duidelijk te maken aan wat in werkelijkheid één is. In deze wereld wordt dit niet begrepen, maar kan het wel worden onderwezen (…). Het is de functie van de Heilige Geest jou te leren hoe deze eenheid ervaren wordt, wat jou te doen staat om dit te kunnen ervaren, en waarheen je moet gaan om dat te doen.

Dit alles neemt notitie van tijd en plaats alsof dat losstaande zaken waren, want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis. Het is duidelijk dat een denkgeest die zo gespleten is, nooit als leraar een Eenheid kan onderwijzen die alle dingen verenigt in Zichzelf. En dus moet Wat in deze denkgeest aanwezig is, en alle dingen daadwerkelijk met elkaar verenigt, wel zijn Leraar zijn. Maar Het moet wel gebruikmaken van de taal die deze denkgeest begrijpen kan, in de toestand waarin die denkt te verkeren” (T25.I.5; 6:4; 7:1-4 cursief toegevoegd).

Er zijn nog veel meer plaatsen waar duidelijk wordt gemaakt dat het metafysische fundament van de Cursus non-dualistisch is, ondanks de dualistische aard van de gebruikte taal. Bijvoorbeeld, als er wordt gesproken over de Vader en de Zoon – wat twee afzonderlijke Wezens suggereert – zegt hij: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:4).

En later staat in het Werkboek: “Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets niet zichzelf. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is  hij alleen maar.

We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, laat staan denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus (allemaal dualistische concepten). De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat” (WdI.169.5,6).

Om een voorbeeld uit je vraag te noemen, in de context van Oorzaak- en Gevolgrelaties, begint Jezus in schijnbaar dualistische termen, maar maakt vervolgens de werkelijke non-dualistische natuur ervan volstrekt duidelijk: “Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn” (WdII.326.1:1-5; cursief toegevoegd).

Hoewel dus veel onderdelen van de leer van de Cursus worden weergegeven in dualistische taal, is het belangrijk te begrijpen wat het doel ervan is. Dat is om ons voorbij ons geloof in dualiteit te leiden, terug naar de eenheid die onze enige werkelijkheid is.

 

Het verschijnsel “ego” wat niets anders is dan een denksysteem dat bestaat bij de gratie van een geloof in afscheiding versterkt door geloof in zonde, schuld en angst is niet te vertrouwen.  Een gedachte systeem wat bedoelt is af te scheiden van Eén kan niet anders dan gebouwd worden op wantrouwen.
Vertrouwen investeren in welke ego projectie dan ook is gedoemd te mislukken, daar een denksysteem dat als kernwaarde wantrouwen heeft aangenomen als uitgangspunt, niet anders kan dan wantrouwen uitbreiden.
De natuurlijke wens en aard van non-dualisme die geaard is in non-dualistisch Vertrouwen, blijft in de herinnering van de denkgeest die tijdelijk voor dualisme (ego) heeft gekozen bestaan. Eenheid kan wel ontkend, maar niet vernietigd worden.
Binnen het geloven in afscheiding waarbij het natuurlijke idee van Eenheid ontkend wordt, blijft de natuurlijke verbinding met Eenheid onveranderlijk bestaan.
In de praktijk betekent dit dat als ik probeer in een relatie met wie of wat dan ook in wat voor vorm dan ook vertrouwen te vinden dit slechts een dualistische vorm van vertrouwen oplevert, waarbij vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselen, maar nooit binnen dit systeem van afscheiding de non-dualistische staat van Vertrouwen kan en zal bereiken.
Echter kan wel bereikt worden dat door het dualistische denksysteem van het ego denken te doorzien en er oordeelloos naar te leren kijken het nog altijd aanwezige Vertrouwen wat inherent is aan non-dualisme, Eenheid, kan worden herinnerd en het Ware Vertrouwen kan worden hersteld.
Het willen bereiken van vertrouwen binnen de dualiteit kan dan worden opgegeven en vergeven en alle relaties binnen het dualistische ervaren krijgen dan deze andere functie.

Zolang ik nog in vertrouwensrelaties met andere lichamen en dingen geloof, wat dus betekent geloven in afscheiding en in zonde, schuld en angst, zal ik keer op keer teleurgesteld worden, net zolang tot ik aanvaard dat alleen Vertrouwen mogelijk is op het grenzeloze denkgeest niveau waar alleen Eén mogelijk is.

Dan zullen al mijn relaties een totaal andere functie krijgen als weerspiegeling van mijn nu bewuste keuze voor Vertrouwen.

Een cursus in wonderen, is een cursus die ons terugvoert naar de denkgeest (mind).
En het leert ons terug te herinneren enkel denkgeest te zijn en uit de waan van het geloof te voeren dat we een lichaam zijn dat kan denken en dingen kan doen.
De wereld is bedacht (geprojecteerd) door denkgeest die door te projecteren ‘vergeet’ dat er alleen denkgeest is, zodat het lijkt dat er een autonoom lichaam is in een autonome wereld. De weg terug naar de herinnering denkgeest te zijn is nu geblokkeerd door miljarden projecties die nu als ‘waar’ worden gezien en ervaren.
ECIW vertegenwoordigt de wil tot het onvermijdelijke terug herinneren van wat wél ‘Waarheid’ is een herinnering die nog altijd aanwezig is in de in ‘waan’ verkerende denkgeest die denkt, gelooft en projecteert dat deze een lichaam is in een wereld.

Het middel dat de (ego)denkgeest gebruikt om in de waan van de afscheiding van Waarheid te blijven is ‘oordelen’. Oordelen is afscheiding, en het domein van de dualiteit, want iets is nu goed of slecht.
ECIW leert ons niet te oordelen. Niet door oordelen te verbieden, maar er naar te leren kijken vanuit een oordeelloze ‘plek’. Deze oordeelloze plek is de ‘waarnemende/keuzemakende denkgeest’. Het is die stille plek in de denkgeest die instaat is een keuze te maken:

“2. Jij kunt naar keuze vanuit de geest of vanuit het ego spreken. 2Als je vanuit
de geest spreekt, heb jij gekozen voor ‘Wees stil en weet dat Ik God
ben.’ 3Deze woorden zijn geïnspireerd omdat ze kennis weerspiegelen.
4Als jij vanuit het ego spreekt, doe je afstand van kennis in plaats van die
te bevestigen, en ontneem jij jezelf zo inspiratie”(T4.In.2:1-4).

De ‘jij’ die de keuze kan maken is niet het lichaam ‘jij’ dat kiest. Het lichaam is immers sowieso de keuze voor ego. De ‘jij’ die de keuze kan maken is de waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Dit is de neutrale, totaal oordeelloze stille plek in de denkgeest.
Echter door te geloven in de waan dat het lichaam keuzes kan maken, wordt deze oordeelloze stille plek in de denkgeest overschreeuwt en daardoor aan de aandacht onttrokken:

“10. Het stille zijn van Gods Koninkrijk, dat in je gezonde denken volkomen
bewust is, wordt meedogenloos uit dat deel van je denkgeest verbannen
waar het ego de scepter zwaait. 2Het ego is wanhopig omdat het tegen een
volstrekt onoverwinnelijke overmacht strijdt, of je nu slaapt of wakker
bent. 3Bedenk eens met hoeveel waakzaamheid je bereid was je ego te beschermen,
en met hoe weinig je juiste denken. 4Wie anders dan waanzinnigen
zouden het in hun hoofd halen het onware te geloven en dit geloof
dan te beschermen ten koste van de waarheid?” (T4.III.10:1-4).

Wat de waarnemende/keuzemakende denkgeest doet is ‘kijken’, zonder oordeel.
Het oordeelloos stil leren kijken van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is het belangrijkste onderdeel van leren wat Ware Vergeving is:

“Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen
enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien
tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en
oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet
zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven
wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is” (WdII.1.4:1-5).

Niets wordt ontkend, verdraaid, verandert, hersteld, verbeterd, het wordt gezien zoals het zich aandient in mijn leven, zonder daar een oordeel over te vormen. En als ik daar ook weer een oordeel over op zie komen, kijk ik ook daar weer naar, en weer en weer…
Elk oordeel wordt nu immers gezien als leermateriaal en leerkans en niet als de werkelijkheid die ik eraan gegeven heb:

“5De ‘dynamiek’ van het ego zal een tijd onze les zijn, want we moeten hier eerst naar kijken om erdoorheen te kunnen zien, aangezien jij het werkelijkheid hebt verleend. 6We zullen deze dwaling samen in stilte ongedaan maken, en vervolgens naar
de waarheid kijken die erachter ligt” (11.V.1:5-6).

Stilte is voor mij onlosmakelijk verbonden met oordeelloosheid. ECIW beschrijft deze ‘stille’ oordeelloze plaats in de denkgeest als volgt:

“Er is een plaats in jou waar deze hele wereld is vergeten, en waar geen
enkele herinnering aan zonde en illusie nog voortleeft. 2Er is een plaats in
jou waar tijd niet speelt, waar de weerklank van de eeuwigheid wordt gehoord.
3Er is een rustplaats zo stil dat geen geluid opstijgt dan een lofzang
aan de Hemel tot blijdschap van God de Vader en de Zoon. 4Waar Beiden
verblijven, worden Beiden herinnerd. 5En waar Zij zijn is de Hemel en
heerst vrede” (T29.V.1:1-5).

Nogmaals het doel van ECIW is deze stille plaats weer in de herinnering te brengen en de angst om er naar te luisteren te verminderen en ten slotte te doen laten verdwijnen, zodat er weer gekozen kan worden voor Juist-gericht denken, welke richting Waarheid, Eenheid, Liefde, God voert.
En aangezien ECIW een cursus is kan dit worden geleerd. ECIW nodigt op talloze plaatsen zowel in het Tekstboek als in het Werkboek en het Handboek voor leraren,uit tot het leren van het her-ontdekken van van deze oordeelloze stille plaats; de waarnemende/keuzemakende denkgeest, bijvoorbeeld:

“1.Zit in stilte en kijk naar de wereld die je ziet, en zeg tegen jezelf: ‘De werkelijke wereld is niet als deze. 2Ze heeft geen gebouwen en er zijn geen
straten waarin mensen alleen en afgezonderd wandelen. 3Er zijn geen winkels
waar mensen een eindeloze lijst dingen kopen die ze niet nodig hebben.
4Ze wordt niet door kunstlicht verlicht, en de nacht valt niet over
haar. 5Er is geen dag die daagt en verschemert. 6Er is geen verlies. 7Niets is
daar of het straalt, en straalt voor eeuwig’ ” (13.VII.1:1-6).

Specifieke technieken voor meditatie worden niet gegeven in ECIW. Het zitten in stilte is dan ook eigenlijk een uitnodiging om terug te keren in de denkgeest, de bron van elke gedachte+projectie. Gedachten verlaten immers nooit hun bron, de denkgeest. Ook projecties blijven een projectie, dus een gedachte.
Het enige wat nodig is om terug te keren naar die stille plaats in de denkgeest is verlangen, een verlangen zonder oordeel, zonder invulling, zonder daar iets speciaal voor te hoeven doen of te laten in wat voor vorm dan ook:

“3Bevrijding wordt jou gegeven zodra je het verlangt.
4Velen hebben een leven lang met voorbereiding doorgebracht, en hebben
inderdaad hun momenten van succes gekend. 5Deze cursus doet geen poging
méér te onderwijzen dan zij in de loop der tijd hebben geleerd, maar
beoogt wel tijd te besparen. 6Misschien probeer jij wel een heel lange weg
te volgen naar het doel dat je hebt aanvaard. 7Het is uiterst moeilijk de
Verzoening te bereiken door de zonde te bevechten. 8Er wordt enorm veel
moeite aan besteed om te proberen heilig te maken wat gehaat wordt en
veracht. 9Evenmin is een leven van bespiegeling en lange periodes van meditatie
gericht op de onthechting van het lichaam noodzakelijk. 10Alle pogingen
van dien aard zullen uiteindelijk succesvol zijn omwille van hun
doel. 11Maar de middelen zijn eentonig en zeer tijdrovend, want ze richten
de blik allemaal op de toekomst om van een huidige toestand van onwaardigheid
en ontoereikendheid te worden bevrijd” (T18.VII.4:3-11).

Dus of ik het nu prettig vind om in een bepaalde meditatie houding te zitten, liggen of hangen is niet belangrijk. Doe gewoon wat je ligt en wat je het prettigst vind. Het gaat erom oordeelloos te leren kijken, niet om zonder gedachten te zijn of onthecht te raken. Het gaat erom in die neutrale oordeelloze waarnemende/keuzemakende denkgeest stand te komen, zodat de stille Stem van de Heilige Geest gehoord kan worden en er gekozen kan worden:

“3Wijd vandaag een keer, wanneer jou dat het beste lijkt, een half uur aan de gedachte
dat je één bent met God. 4Dit is onze eerste poging tot een langduriger
oefenperiode, waarvoor we geen regels of speciale tekst geven om je
meditatie te leiden. 5We vertrouwen erop dat Gods Stem zal spreken zoals
Hij dat vandaag geschikt acht, in de zekerheid dat Hij niet zal falen. 6Blijf
dit half uur bij Hem. 7Hij doet de rest” (WdI.124.8:3-7).

Dit is trouwens geen ‘echte’ stem, ook al kan het zo lijken, zowel de stem vanuit de keuze voor ego of de stem vanuit de keuze van Heilige Geest zijn geestelijke stemmen, gedachten dus, altijd afkomstig vanuit denkgeest, nooit vanuit een lichaam, het lichaam is immers een projectie en geen autonoom ding, hebben we geleerd.

“Wanneer je hebt geleerd hoe jij samen met God kunt beslissen, worden
alle beslissingen even makkelijk en even juist als ademen. 2Het gaat moeiteloos,
en je zult met evenveel zachtheid worden geleid als werd je meegevoerd
langs een stil pad in de zomerzon” (T14.IV.6:1-2).

Samen met God beslissen staat symbool voor de keuze van ‘de Zoon’ voor Juist-gericht (Heilige Geest) denken, niet voor iets beslissen op vorm niveau, dat zou immers weer de keuze zijn voor onjuist-gericht (ego) denken.

“8.Maar omdat ze hun wil niet begrijpen, begrijpt de Heilige Geest die in stilte voor hen, en geeft hun wat ze willen, zonder moeite of inspanning, en zonder de onmogelijke last om zelfstandig te beslissen wat zij willen en nodig hebben”(T14.III.10:8).

Dit zal als moeiteloos worden ervaren, daar Juist-gericht denken de natuurlijke staat van de geest is die geen blokkades kent, omdat er niet meer in gelooft wordt en ze dus niet meer nodig zijn:

“Vrede heerst in iedere denkgeest die in stilte het plan aanvaardt dat God voor zijn Verzoening heeft opgesteld, door het zijne te laten varen. 5Jij weet niets van verlossing, want je begrijpt niet wat dat is. 6Neem geen beslissing over wat verlossing is of
waarin ze ligt besloten, maar vraag alles aan de Heilige Geest, en laat alle
beslissingen over aan Zijn zachtmoedige raad” (T14.III.12:4-6).

Het proces van leren terug te keren naar de bron, de denkgeest, gebeurt dus door te kijken vanuit de oordeelloze, daardoor stille plaats van de waarnemende/keuzemakende denkgeest naar alle oordelen die opgeworpen zijn als verdediging tegen de herinnering geest te zijn.

“Laat ze allemaal gaan, [oordelen] tuimelend en buitelend dansend in de wind, tot ze
ver, ver buiten jou uit het zicht verdwenen zijn. 2En wend je tot de majesteitelijke
rust vanbinnen, waar in heilige stilheid de levende God verblijft,
die jij nooit verlaten hebt en die jou nooit verlaten heeft. 3De Heilige Geest
neemt jou zachtjes bij de hand, en keert met jou op je schreden terug van
je waanzinnige tocht buiten jezelf, waarbij Hij jou met zachtheid terug leidt
naar de waarheid en geborgenheid vanbinnen. 4Hij brengt al jouw waanzinnige
projecties en de ongebreidelde substituten die jij buiten jezelf hebt
geplaatst naar de waarheid. 5En zo keert Hij de koers van de waanzin om,
en brengt jou weer tot rede” (T18.II.8:1-5)

Dit leerproces van eerlijk kijken, zonder oordeel, zal steeds sneller gaan tot het even natuurlijk is als het voorheen (on)natuurlijke oordelende kijken van de egodenkgeest.
Uiteindelijk is het doel van het leerproces van ECIW te leren weer terug te herinneren in de stilte van de denkgeest en 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest te zijn. Waarbij dus alleen nog maar de keuze gemaakt hoeft te worden tussen het egodenken of het Heilige Geest denken. En daarbij aantekenend dat er geen keuze gemaakt hoeft te worden over wat te doen of niet te doen in enige vorm:

“In stilte krijgen alle dingen een antwoord, en wordt ieder probleem stil
opgelost. 2In een conflict kan er geen antwoord en geen oplossing zijn,
want het doel ervan is elke oplossing onmogelijk te maken en te garanderen
dat geen enkel antwoord duidelijk is. 3Een probleem dat is vervat in
een conflict kent geen antwoord, want het wordt op uiteenlopende manieren
bezien. 4En wat vanuit het ene gezichtspunt een antwoord zou zijn,
is in een ander licht bezien geen antwoord. 5Jij bent in conflict. 6Dus moet
het wel duidelijk zijn dat jij helemaal niets beantwoorden kunt, want een
conflict heeft geen beperkte gevolgen. 7Als God echter een antwoord heeft
gegeven, moet er een manier zijn waarop jouw problemen zijn opgelost,
want wat Hij wil is reeds geschied”(T27.IV.1:1-7).

Vanuit het verkeren in de stilte van de waarnemende/keuzemakende oordeelloze denkgeest zal elke beslissing moeiteloos genomen worden zonder er nog een vooringenomen oordeel over te hebben. Het Vertrouwen in de juistheid van de keuze zal overheersen boven het oordeel over hoe iets er in de vorm zou uit moeten zien:

“Luister in stilte, en verhef je stem niet tegen Hem. 5Want Hij onderwijst het wonder van eenheid, en ten overstaan van Zijn les verdwijnt verdeeldheid”(T14.IX.11:4-5).

Uiteindelijk hoeft de stilte ook niet meer te worden opgezocht, slechts het in een ogenblik genomen besluit te midden van de reuring van de keuze voor het ego denken, te willen terugkeren in de waarnemende/keuzemakende denkgeest zal voldoende zijn.
ECIW noemt dit het heilig ogenblik:

“Het heilig ogenblik is het tijdsinterval
waarin de denkgeest stil genoeg is om een antwoord te horen dat
niet in de gestelde vraag besloten ligt” (T27.IV.6:9).

Stil zijn is, zoals ik al eerder zei, onlosmakelijk verbonden met oordeelloos zijn. En dat moment van stille oordeelloosheid geeft ruimte voor het terug herinneren in Waarheid, in Liefde, in Eenheid, in God. Een totale omslag in het denken; ‘het wonder’, dat niet anders kan dan zich uitbreiden, daar het wonder grenzeloos en oordeelloos is.

“Het wonder komt kalm de denkgeest binnen die een moment stopt en
stil is. 2Het reikt met zachtheid vanuit die stille tijd, en vanuit de denkgeest
die het in stilte heeft genezen, naar andere denkgeesten om de stilte ervan
met elkaar te delen” (T28.I.11:1-2).

Stil zijn, en oordeelloos kijken en luisteren:

“8. Wees een ogenblik heel stil. 2Kom zonder alle gedachten aan wat jij vroeger
ooit geleerd hebt, en zet alle beelden die je gemaakt hebt opzij. 3Het
oude zal wegvallen voor het nieuwe, zonder verzet of opzet van jouw
kant. 4Er zal geen aanval zijn op de dingen die jij voor kostbaar hield en
dacht dat zorg behoefden. 5Er zal geen aanslag worden gedaan op jouw
wens een roep te horen die nooit weerklonken heeft. 6Niets zal jou kwetsen
in dit heilig oord, waar je in stilte komt luisteren om de waarheid te
vernemen over wat jij werkelijk wilt. 7Er zal jou niet méér gevraagd worden
te leren dan dit. 8Maar zodra je het hoort, zul je begrijpen dat jij je alleen
maar hoeft los te maken van de gedachten die je niet wilt, en die nooit
waar zijn geweest” (T31.II.8:1-8).

En als dat niet lukt oefen ik mezelf in het leren mild zijn over mijzelf:

“6En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben
je er nog niet klaar voor. 7Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1.6-7).

Het heet niet voor niets een cursus.
En leerproces gaat juist via het leren van wat onwaar is naar het terug herinneren van wat Waar is, door te leren kijken en luisteren in de stilte van oordeelloosheid.

In het Werkboek tenslotte worden 365 oefeningen aangeboden om te leren terug te keren in de stilte van de denkgeest, in dat wat we zijn, de enige plaats waar een keuze gemaakt kan worden.
Enkele voorbeelden:

“Luister in diepe stilte. 2Wees heel stil en stel je denkgeest open. 3Ga aan alle schrille kreten en ziekelijke fantasieën voorbij die jouw werkelijke gedachten verhullen en je eeuwige verbinding met God versluieren. 4Verzink diep in de vrede die jou voorbij de uitzinnige, rumoerige gedachten, taferelen en geluiden van deze waanzinnige wereld wacht. 5Hier woon jij niet. 6We proberen jouw werkelijke thuis te bereiken. 7We proberen de plek te bereiken waar jij werkelijk welkom bent. 8We proberen God te bereiken” (WdI.49.4:1-8)

“6.Wanneer je hebt nagedacht over het belang van wat jij voor jezelf en voor
de wereld tracht te doen, probeer dan in volkomen stilte tot rust te komen,
en houd alleen in gedachten hoezeer je het licht in jou vandaag wilt bereiken
– nu! 2Besluit om voorbij de wolken te gaan. 3Strek in gedachten je
hand uit en raak ze aan. 4Schuif ze met je hand opzij; voel ze tegen je wan-
gen, voorhoofd en oogleden strijken terwijl je er doorheen gaat. 5Ga verder;
wolken kunnen jou niet tegenhouden.
7. Als je deze oefeningen op de juiste manier doet, zul je een gevoel gaan
krijgen alsof je opgetild en voortgedragen wordt. 2Jouw lichte inspanning
en geringe vastbeslotenheid doen een beroep op de kracht van het universum
om je te helpen, en God Zelf zal jou uit de duisternis opheffen
naar het licht. 3Jij bent in harmonie met Zijn Wil. 4Jij kunt niet falen, omdat
jouw wil de Zijne is”(wdI.69.6,7).

“Zet vandaag alle dwaze
magische overtuigingen van je af, en houd je denkgeest in stilte bereid om
de Stem te horen die de waarheid tot je spreekt” (WdI.76.9:2).

“Reserveer vandaag drie keer ongeveer tien minuten voor een stille tijd
waarin jij probeert je zwakheid achter je te laten” (WdI.91.5:1).

“Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren” (WdI.106.t).

“En wanneer jij je ogen sluit, verzink je in de stilheid.
5Laat door deze perioden van rust en verademing je denkgeest worden gerustgesteld
dat al zijn uitzinnige fantasieën slechts koortsdromen waren
die voorbij zijn. 6Laat hij stil zijn en dankbaar zijn genezing aanvaarden.
7Geen angstige dromen zullen er meer komen, nu jij rust in God. 8Neem
tijd vandaag om uit dromen weg te glijden naar vrede toe” (WdI.109.5:4-8).

enz.

ECIW is een volledige cursus met een Tekstboek, Werkboek en een Handboek voor leraren.
Alle delen sluiten aan op elkaar en vormen één geheel. Het is daarom aan te raden de Cursus als één geheel te beoefenen.

En aan het einde van het Werkboek lezen we:

“Deze cursus is een begin, niet een einde” (WdII.Nw.1:1).

Zo gaat dat met cursussen, zo ook met ECIW: eerst is er voornamelijk de theorie, met daarbij de oefeningen die langzaam geïntegreerd worden in het dagelijkse leven, tot tenslotte een volledige ommekeer in het denken plaatsvindt. Een omkeer van het geloof in angst naar het volledig terug herinneren in Liefde, Eenheid, Waarheid, God:

“Doe eenvoudig dit: wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij
bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld,
alle beelden die je hebt van jezelf. 2Maak je denkgeest leeg van alles
waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte
die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich
schaamt. 3Houd vast aan niets. 4Breng geen enkele gedachte met je mee die
het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger
ooit aan wat ook hebt ontleend. 5Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus,
en kom met volkomen lege handen tot jouw God” (WdI.189.7:1-5).

 

Hoor net op tv zeggen over de problematiek in de wereld en het zoeken van oplossingen daarvoor en aldaar: “maar een éénduidig antwoord blijft uit”.

Ja, allicht, éénduidigheid is onmogelijk binnen het egodenken van de wereld!
We houden onszelf voor de gek door net te doen of we oplossingen zoeken voor wereldproblemen, maar tegelijkertijd is het doel: ‘zoekt en gij zult niet vinden’, om juist in de tweeduidigheid van de dualitiet van de egodenkgeest te blijven. Een zichzelf in stand houdend denksysteem dus.
Er zal dus never nooit een éénduidige oplossing binnen het denksysteem van de wereld, de egodenkgeest, mogelijk zijn.

De egodenkgeest is een enorme data base met elke afscheidingsgedachte die maar mogelijk gedacht kan worden.
En die enorme database met al die gedachten staat symbool voor het ene nietig dwaas idee, ‘dwaas’ omdat het tevens onmogelijk is, omdat er niets tegenover Eenheid, Waarheid kan staan.
Het dwaze onmogelijke idee moet dus wel het tegenovergestelde van Eenheid, Waarheid uitbeelden, namelijk tweeheid (dualiteit). Het tegendeel van Eenheid moet dus wel dualiteit zijn, oftewel het tegendeel van Waarheid moet wel onwaarheid zijn, oftewel het tegendeel van Liefde moet wel angst/haat zijn.
En kijk wat de egodenkgeest uitbeeld: dualiteit, onwaarheid, angst/haat. En omdat het onmogelijk is iets aan Eenheid/Waarheid/Liefde te veranderen, dus het onmogelijk is een tegendeel van Eenheid/Waarheid/Liefde te maken, ervaren wij voortdurend, zolang we erin geloven dat het onmogelijke heeft plaatsgevonden, zonde, schuld en angst, geprojecteerd als deze enorme data base van gedachten die niets anders zijn dan variaties op zonde, schuld en angst.

Daarom, nogmaals (zie vele vorige blogjes) is eerlijk kijken zo belangrijk.
Eerlijk kijken betekent dat ik naar elke gedachte kijk die langskomt. En dat kan alleen als ik die gedachten niet persoonlijk neem.
Bij elke gedachte komt immers de hele data base van de egodenkgeest langs, die ik vervolgens selectief persoonlijk neem, dus als gedachten van Annelies zie, in plaats van de ene egodenkgeest. Door ze selectief persoonlijk te nemen projecteer ik als mijn keuze voor egodenkgeest deze zonde, schuld en angst gedachten uit de egodatabase als een lichaam, andere lichamen, de wereld en situaties, en neem ze serieus, zeer serieus. Ik geloof nu dat ik een lichaam ben te midden van andere lichamen, in een wereld met situaties. Ik heb dus uit die enorme ego data base ‘mijn’ persoonlijke gedachten geselecteerd, en denk en geloof nu dat ik dat ben. Ik lijk nu een lichaam te zijn dat andere gedachten heeft dan andere lichamen en dat vraagt om conflict. En waar ik (als denkgeest, niet als lichaam) om vraag krijg (projecteer) ik ook, want ik maak ze zelf, dus ervaar ik mijzelf in een wereld vol met conflicten, en heb niet door dat ik tegen mijzelf (denkgeest) vecht. De ene denkgeest die zich denkt en gelooft af te hebben gesplitst als egodenkgeest, bevecht deze afsplitsing nu binnen de egodenkgeest in een dualistisch schaduwen gevecht en bij elke aanval splitst de egodenkgeest zich verder af en groeit de ego data base.

Echter, gelukkig is de herinnering aan wat we werkelijk zijn nog steeds aanwezig in de ene Denkgeest die zich wel herinnert, ondanks de sluier van vergetelheid van de egodenkgeest.

Door consequent elke ego gedachte uit de database van de egodenkgeest te vergeven (vergeven = dat vergeven wat niet gebeurt kán zijn) vervaagt de egodenkgeest en blijft alleen ‘dat wat we in werkelijkheid zijn’: Geest, Een en Heel in God, over.

Vertrouwen in dit proces is essentieel….

%d bloggers liken dit: