archiveren

Auteursarchief: illusje

Wat gedachten naar aanleiding van een gedeelde ervaring van vriendin, na het met verbazing observeren van een kamikaze muisje die zich als het ware aanbood aan een kat.
Wat mij meteen door de gedachte ging was dat dit eigenlijk een demonstratie is (symbolisch gezien) van de aantrekkingskracht van de dood binnen wat wij denken en geloven en benoemen als “het leven” en ons persoonlijke leven als lichamen (ook dieren vanzelfsprekend). De dood als ultieme (ego)bewijs dat eindigheid bestaat versus Oneindigheid, Éénheid (God, Liefde, Waarheid).
Wij als schijnbaar afgescheiden deeltjes van Éénheid, die geloven afgescheiden deeltjes in lichamen te zijn, moeten wel met “verhalen” komen over afgescheidenheid, eindigheid, en met “ziel” verhalen die bewaard blijven en naar de hemel, of hel gaan of reïncarneren, of gerecycled worden door de aarde, teneinde “geloofwaardig” over te komen binnen het ego-denksysteem.
Want ergens zit die herinnering aan Werkelijke Onsterfelijkheid van Éénheid er nog, maar is nu vermomd in afscheidingsverhalen die aan onsterfelijkheid een eigen draai geven vanuit het schijnbare bestaan van lichamen, dingen en situaties.
Dus als ik naar dat kamikaze muisje kijk, zie ik daar dat hele proces van afscheiding en het willen bewijzen daarvan in terug.
Ook wij als schijnbare lichamen hebben dit denkgeest geloof en hebben daardoor dit kamikaze geloof en voeren dat keurig uit op wat voor manier dan ook, “natuurlijk”, “onnatuurlijk”, zelfmoord, moord, ongeluk, ziekte en verzin het maar.

De egodenkgeest is geprogrammeerd vanuit de wil tot afscheiding van Éénheid en daarom dromen wij (denkgeest die kiest in sterfelijkheid te geloven) in termen van de onvermijdelijkheid van de lichamelijke dood en dat alles hier in de wereld van deze droom sterfelijk is. En als extra beveiliging om dit geloof in het zadel te houden wordt dit vanuit angst en schuld geprojecteerd, waardoor het nog meer waar en geloofwaardiger lijkt te zijn.
En zo is de hele ene egodenkgeest, (want er is maar één egodenkgeest ook al lijken het er miljarden te zijn) het geloof erin, verslaafd geraakt aan dit zieke denkgeest geloof, dat ongeneeslijk lijkt en onvermijdelijk tot de schijnbare dood leidt.

Als dit hele verhaal serieus wordt genomen, (en dat wordt het door de egodenkgeest) betekent dit alleen dat de keuzemakende-denkgeest opnieuw kiest voor vanuit het ego hiernaar te kijken. Je kan er dan vreselijk depressief en hopeloos van worden, want dat is waarvoor het ego is gemaakt, om het tegenovergestelde van Éénheid te kunnen bedenken, en dat betekent eigenlijk dat we (de denkgeest die voor ego kiest) dit juist willen. Dus als je goed kijkt dan zal je zien dat er onder de depressiviteit en de schuld van waaruit de projectie komt, de tevredenheid en de “ego vreugde” schuilgaat van dat het weer gelukt is afgescheiden te blijven van Éénheid. (Vandaar als je heel eerlijk kijkt, is er het heimelijke genoegen om naar rampen vooral die van anderen, te kijken. wat “beschaafder” onder andere vermomd in de populariteit van het kijken naar de meest gruwelijke films. En denk ook aan “kijkers” naar een ongeluk, we doen het allemaal, of hebben in ieder geval de neiging, die we dan uitvoeren of onderdrukken, beide nog steeds een keuze voor het egodenksysteem).
Dit vereist heel eerlijk kunnen en vooral willen kijken, en dat kan pas als het ego denksysteem doorzien gaat worden. En uiteindelijk als het egodenksysteem volledig doorzien wordt, zal het vanzelf zijn aantrekkingskracht verliezen en de wil tot investeren en identifieren ermee vanzelf stoppen.

Wat niet wil zeggen dat er dan geen dood meer wordt gezien èn ervaren, nee, alleen er wordt dan geweten en doorzien dat het slechts een nietig dwaas idee is, alleen bedoeld om af te scheiden van Éénheid en wordt volledig gezien dat dat onmogelijk is en dat al dat lijden, sterven en vechten gewoon niet nodig is, omdat het zinloos is, want: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de Vrede van God.
Op die manier kan de film (het leven, de wereld) gewoon nog gezien en ervaren worden, inclusief sterven, (dus niet ontkend en afgedaan als, oh, het is toch maar een illusie) maar heeft het niet meer de macht van waar te lijken zijn, simpelweg omdat het geloof erin verdwijnt (als je ECIW doet middels ware vergeving).
En dan krijgt dit alles de functie van terug herinneren en niet meer de functie van afscheiding.
Dat is de diepere betekening van wat in ECIW staat:
“Maak dit jaar anders door het helemaal hetzelfde te maken” (T15.XI.10:11).

Ziek zijn is de goed verborgen wens van de denkgeest om afgescheiden te zijn en te blijven van God, Liefde, Éenheid.
En die wens wordt door de denkgeest geprojecteerd zogenaamd, schijnbaar buiten de denkgeest. Nu lijkt er een projectie te zien te zijn die ziek lijkt en lijdt.
Maar aangezien er in werkelijkheid geen “buiten de denkgeest” bestaat en het alleen “een nietig dwaas idee is”, een gedachte dus, en geen feit, en het een ongelooflijk geforceerde gedachte is, sterker nog een onmogelijke gedachte die toch mogelijk lijkt, kan het niet anders zijn dat zo’n gedachte-projectie pijnlijk moet zijn.
Vandaar dat alles wat wij in onze afscheidingsgedachte gelovende denkgeest als pijn ervaren, van een klein ongemakje tot niet te verdragen pijn, een poging tot afscheiding van Liefde, van God, van Éénheid moet zijn. Het onmogelijke (afscheiding) toch als mogelijkheid willen zien kan niet anders dan het tegenovergestelde van Liefde laten zien: pijn en lijden in alle gradaties die we kunnen bedenken.

Als alles alleen maar uit denkgeest kan komen, kan er niets ontstaan vanuit wat wij zien als lichamen, dingen en situaties. Wat wij “zien” zijn projecties vanuit de denkgeest, dat kan niet anders. Dus als we genezen van een ziekte, of niet genezen van een ziekte, komt dat niet door medicatie, of wat voor behandeling dan ook, maar door een besluit van de denkgeest, die dat besluit. En dat besluit is niet welke pillen, welke behandeling, of niet behandeling, of geen pillen, of wat voor vorm dan ook, maar het besluit (dat verborgen moet blijven) van de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest om voor ego (voor afscheiding) of voor HG/J (voor terug herinneren in Liefde) te kiezen.
Aangezien deze besluitvormende gedachte verborgen blijft denken we dat genezing of niet genezing door het wel of niet nemen van medicatie of wat dan ook komt.
Er is geen keuze mogelijk los van de denkgeest.
Dat betekent dat wat wij de hele dag aan het “doen” lijken te zijn geen keuzes zijn op het niveau van de vorm (ook al lijkt dat zo te zijn, sterker nog daar zijn we 100% van overtuigd, dat moet eerst erkend worden), maar altijd onveranderlijk keuzes zijn op denkgeest niveau ALTIJD.

Is de ervaring nu sterke weerstand, (een kwestie van eerlijk kijken) dan is dat afkomstig van de keuze voor egodenkgeest, die niet in weerstand is van wegen wat gelezen wordt, maar voor weerstand kiest om maar in het idee van afscheiding te blijven geloven, uit pure angst voor God, Liefde, Éénheid.

Denk maar aan les 5 “Ik voel nooit onvrede [weerstand, pijn, ongemak, boosheid, speciale liefde enz. enz.] om de reden die ik denk”.

In de mogelijkheid geloven dat afscheiding van God, Liefde Éénheid mogelijk is, is het enige, ENIGE doel van het willen blijven geloven in egodenkgeest.
En als extra beveiliging wordt “vergeten” dat er alleen denkgeest is. Blijft over het zien en ervaren van alleen de projecties, schijnbaar zonder hun bron de denkgeest.
De denkgeest wordt dus een blinde vlek.

Gelukkig valt het hele egodenkgeest idee onder het onmogelijke en wordt alleen met veel moeite in stand gehouden door het geloof erin en in het geloof dat de projecties die we schijnbaar zien en ervaren waar zijn. De pijn het lijden, emoties of welk gevoel dan ook dat lichaamsgerelateerd is, dient als extra “beveiliging” om “het nietig dwaas idee” in stand te houden.

Maar er komt onvermijdelijk een moment dat dit onmogelijke geloof niet meer vol te houden is door de denkgeest en er “gaten” vallen in het schijnbaar goed dichtgetimmerde egodenksysteem.
En dan kan het proces van terug herinneren beginnen, stap voor stap.
Het proces bestaat grof gezegd uit alle egogedachtes, die in eerste instantie als doel hebben het geloof in afscheiding in stand te houden, te (ver)geven aan HG/J, het juist gerichte deel van de denkgeest, waar nog steeds de herinnering aan God, Liefde, Éénheid “huist”, waardoor hetzelfde in eerste instantie egodenkgeest-materiaal de functie krijgt van terug herinneren (HG functie) in plaats van vergeten (ego functie).
Daarvoor moet wel al dat egomateriaal wat in elke gedachte zit herkend, erkend en onder ogen worden gezien. Dat is een leerproces, een lang stap voor stap leerproces.
En de enige reden dat het “lang” duurt is dat onze eigen weerstand, die van de egodenkgeest dus, enorm is. Het leren kijken naar die enorme weerstand, die komt vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, omdat we onbewust geloven dat we het voor elkaar gekregen hebben om ons echt af te scheiden van God, Liefde Éénheid, het leren kijken naar dit alles gaat niet werken als we er opnieuw vanuit de keuze voor egodenkgeest naar kijken. Wat we dan zien is dat we zonde, schuld en angst echt maken en daar door boetedoening, lijden, offeren, onderhandelen (zie elke religie) van proberen verlost te worden in de hoop dat God ons dan terugneemt of alsnog naar de hel stuurt als het niet genoeg blijkt wat we opgeofferd en geleden hebben.

Het leren kijken naar weerstand met als doel terug herinneren in God, Liefde Éénheid kan alleen werken olv dat gedeelte van de denkgeest waar de herinnering daaraan huist en dat noemen we symbolisch Heilige Geest met als bekendste manifestatie hiervan het symbool “Jezus”.
Dit is behulpzaam omdat het nodig is dat we aangesproken worden op het niveau waar we denken en geloven te zijn: in een wereld, in een lichaam, in situaties.

Vandaar dat ECIW 100% alleen maar praktisch genoemd kan worden, want het werkt met ons op het niveau van dat we kennen en denken te snappen. Vandaar dat ECIW zegt dat de Heilige Geest alles kan gebruiken. Alles wat ik denk, geloof en ervaar geef ik aan ego of aan HG, meer keuzes zijn er niet.
Dus als ik ziek denk en geloof te zijn, dan ga ik dat niet ontkennen of nog erger mezelf op de kop geven omdat ik zou moeten weten dat het lichaam niet ziek kan zijn en als ik dat wel zo ervaar ik dat over mezelf heb afgeroepen.
Het is ook niet “fout” als ik dat wel denk/doe, de vraag is alleen wat is het doel; afscheiding (ego) of terug herinneren (HG/J).
Ik hoef mijn gedrag niet te veranderen, maar alleen bewust te worden van onder leiding van wat/wie (ego of HG) ik er naar wil kijken.
De keuze voor het egodenken hoeft ook niet ontkend te worden of er bijvoorbeeld iets spiritueels van te maken door bijvoorbeeld te zeggen dat de Heilige Geest mij verteld heeft dit of dat te doen, dat is gewoon weer opnieuw kiezen voor egodenkgeest.
HG denkgeest en of Jezus geven nooit advies op vorm niveau. Het advies wat eventueel gehoord wordt is opnieuw zoals ik al eerder schreef, een keuze voor ego of voor HG.
Dus niet voor rechts of linksaf, maar voor ego of HG, voor afscheiding of voor terug herinneren.
MEER VALT ER NIET TE KIEZEN.

Dus als ik denk, ok ik weet zeker dat ik hier rechtsaf moet, dan zit daar niet de keuze voor rechtsaf gaan achter, maar EERST een denkgeest keuze voor ego (afscheiding) of voor HG (terug herinneren).
En dat kan er in beide gevallen uitzien als een projectie die “rechtsaf” gaat, maar de ervaring van die keuze, zal verschillen.
En dat nuance verschil leren zien en ervaren is het proces, waardoor we bewust leren kiezen.
En zoals we ongetwijfeld zullen merken naarmate we eerlijker durven kijken, komen we enorm veel weerstand tegen. Dat is niet goed of fout, dat is precies wat het ego “moet” doen, want zo is het geprogrammeerd. Als we dat zien hoeven we er ook niet meer zo bang voor te zijn. Dan is het een mechanisme wat doet wat het doet.

Uiteindelijk zal blijken, na veel, heel veel oefenen met elke gedachte/ervaring, eerst met een paar gedachtes die opvallen, maar uiteindelijk zichtbaar in elke gedachte, die elke seconde van de dag en nacht langskomen, dat de enige werkelijke bewuste keuze die kan worden gemaakt op denkgeest niveau ligt en wel voor ego of voor Heilige Geest.
De wijze waarop de projectie vervolgens op de door ons bekende wijze ervaren wordt zal getuigen van deze keuze. Dus niet de projectie zelf, maar de wijze waarop de projectie ervaren wordt.

Dus uiteindelijk is er geen lichaam dat ziek is of niet ziek is, maar de denkgeest die ziek is of niet ziek is, wat er geprojecteerd, als projectie uit ziet als een wel of niet ziek lichaam.
En kan een projectie ziek zijn, of niet ziek zijn?

Vraag jezelf eens af, waarom vechten voor waarheid op een plek (de wereld, in een lichaam) welke gemaakt (bedacht en geprojecteerd) is om waarheid te verbergen?
Het enige voordeel dat dat kan opleveren is dat je dit ziet en je jezelf vervolgens afvraagt: Als ik mezelf dit af kan vragen, dan moet er een andere manier zijn?
Dan kan het proces van terug herinneren in waarheid, dat vergeten moest worden beginnen.

Zomaar een voorbij vliegende gedachte even gevangen en opgeschreven:
Een tekening is niet wat het lijkt te zijn.
Je weet wel:

pipe

Een tekening, een afbeelding, een projectie dus, is nooit wat het lijkt te zijn, omdat er altijd alleen maar een projectie is, of het nu gezien wordt als afbeelding of als het zogenaamde origineel. Het is en blijft een projectie. Een projectie van de denkgeest.
“An outward picture of an inward condition”.
En dat geldt voor alles.

What follows is an interchange between
a student and Dr. Kenneth Wapnick during the
workshop titled
Words and Thoughts.
Q:  I used to have migraines for a long time. I got tested and now I can’t have gluten and corn and blah, blah; boring. I was thinking, “Well, it’s allergies, so who am I allergic to?” So I’m working on things about making judgments.… But can you be allergic or am I making it up? Can I not be allergic in five minutes if I decide not to?

Kenneth: Yeah, you could, but why? What’s wrong with being allergic? Just don’t make a big deal about having allergies. I mean bodies are going to have something. It’s always something, so just don’t make a big deal about it.

Q: Well it’s annoying to my husband when we go in a restaurant and I say, “Um, can I just have lettuce with plain shrimp; no salt, no pepper.…”  Now, that’s annoying [laughter] even to me. I’d like to not have that, but for now I have it.

Kenneth: The goal of this course is not that you be ego-free, and the goal of this course is not that your body function absolutely perfectly. The goal of this course is that when your ego acts up or your body is imperfect in its functioning you say, “What’s the big deal? That’s what bodies do, and I’m not a body.” When you agonize over it, when you find it frustrating, when you fight with it you’re making a big deal about it. The ego loves that!

Think of the world macrocosmically and the body microcosmically as a gigantic distraction device; its purpose is to distract us from the mind. That’s the purpose—to make us mindless and convince us that we are mindless, because if I don’t have a mind I can’t change it.  And if I can’t change it, my original decision for the ego is preserved forever. That’s the goal; that’s the ego strategy for why it made the world. The Course says purpose is everything. That’s the purpose. We’re born into bodies to continually distract us from the mind. So we’re always mindless, and then we make up problems; we make up illnesses; we make up a world that has all these noxious stimuli in it so that we always focus on this.

Well, here we are as bodies and we’re just not going to snap our fingers and decide we’re not bodies anymore, despite what the Course says. It’s true, we’re not ready for that. We don’t go from the bodily nightmare state that we’re all in to Heaven, so we take little steps. The little steps are: I say, “All right, this is my body. I’ll take care of it, but I don’t have to make a big deal about it. And I don’t have to continually define myself by my body, whether my body functions perfectly and I’m so proud of it, or my body functions imperfectly and I’m devastated by it.” So those intervening steps, the gentle dreams the Course talks about are the experiences of ourselves as bodies, but we don’t take them so seriously.

Again, do whatever you have to do to kind of minimize pain and discomfort, physically and psychologically, but stop making a big deal about it. Go to doctors if that’s your treatment of choice or the magic you like, or take this pill, or change your diet, or do whatever you’re going to do, but stop making it front and center because that’s what the ego wants. It not only gets you by making up problems and diseases and conditions, but then you obsess about the solution for it. You spend all your time on the internet researching, or reading this book, or going to this person or that person. And I’m not saying not to do any of that if it’s helpful, but you’re more than your condition; you’re more than your allergy [laughter].

Do you want written on your tombstone, “Here I lie. I had an allergy. [laughter] I couldn’t eat gluten.” I mean is that what you want to be remembered by? But that’s the issue—don’t make your conditions—psychological or physical—be the be-all and end-all of your existence. That’s what a little willingness means. It doesn’t mean you give up your body and you snap your fingers and say, “I’m going to have whatever I want and I’ll be fine!” Maybe that’ll happen, maybe it won’t, but if you really want the peace of God, learning how to eat gluten again is not going to give you the peace of God [laughter], alright? But learning how to be peaceful about not being able to eat gluten, that will bring you much, much closer to the peace of God because you’re learning not to give the outer world power over you. So it’s okay if you have a cold; it’s okay if you have cancer; it’s okay if you have special dietary restrictions; it’s okay! It’s okay if you’re a phony! Just don’t agonize over it and don’t define yourself by that. That’s the key thing. That’s what, I think, Perls was telling you. [Psychoanalyst Fritz Perls’ response to person who accused himself of being a phony: “So what’s wrong with being a phony!”]

Stop making a big deal about what’s not a big deal. That doesn’t mean indulge yourself, and it doesn’t mean tolerate your illnesses. It simply means recognizing the purpose they have served to distract you from your mind. Use that same illness, that same symptom as a way of getting you back to your mind. Outsmart your ego. Use your body and whatever is going on with your body—whatever problems are there—as a way of saying, “This is how I get back to my decision-making mind.”

So the line I quoted previously, and I quote it very, very often: the world you see—the allergy I have—is “an outside picture of an inward condition” (T-21.in.1:5). Well, if I do that then the very thing my ego used to hurt me now becomes the vehicle for helping me get back to my mind. And what’s important is not that I use my mind to correct my condition. That won’t get you home. It might get you a happier body but it will not help you change your mind. Use your mind not to change your body; use your mind to change itself about your body, that “I could see peace instead of this” (Lesson 34). I could have an allergy, I could have cancer, I could have a sprained ankle, I could have whatever the condition is and still be peaceful. Just imagine what the learning gain in that is; it’s astronomical.

But if you use your mind just to change your body you’re getting nowhere; you’re just giving yourself a happier dream in the world, which means it roots you still further in the world. When people talk about things like The Secret, where you use your mind to get what you want, I mean there’s nothing wrong with that, but it’s not going to bring you home. Sure the mind made the world and the mind made you poor so the mind could make you rich if you do some fancy, schmancy stuff with your mind, but that’s not your right mind. Yeah, you could learn to walk on hot coals and not hurt your feet, so? The road to Heaven is not paved with hot coals [laughter].

What you want to learn is to stop making a big deal about the world and the body. That’ll really save you thousands of years if you could learn that I could be at peace regardless of what is happening with my body. And that doesn’t mean not to do things to make your body feel better—I mean it’d be stupid not to do that—but don’t make a big deal about it. Don’t define yourself by your illness and the remedy for it. Remember, you want to use everything in the world as a vehicle for getting you out of the world into your mind. That’s the value of the world.

So again, the world I see, the world I’m making real, the world I’m giving power over me to take my peace away is “an outside picture of an inward condition” (T-21.in.1:5), which was my mind’s decision to throw love away, therefore not leaving me in a state of peace. I project that out and say the cause of my not being peaceful is my allergy, or this condition or that condition. And now I say, that’s not true! I could still be peaceful, and if I use the medical condition as a way to get me back to that decision-making mind that can choose differently, that saves me a thousand years.

That’s what that line that I kind of just alluded to means: what the ego made to hurt, the Holy Spirit uses to heal. So I need do nothing about my allergy. I need do something about my mind that thinks I’m defined by my allergy. And when I practice that, then my body will do whatever it has to do to make itself feel better, whether it’s change my diet, change a medical intervention, or whatever it is. But that’s what’s important—that I do something about my mind that thinks I am defined by my allergy.

Excerpt from Words and Thoughts

 

Als ik, zoals ECIW zegt, in een ander alleen maar altijd dát zie wat ik nog niet in mijzelf wil zien en nog niet in mijzelf vergeven heb, dan biedt dat de kans daar opnieuw naar te kijken en opnieuw te kiezen voor vergeving in plaats voor de verborgen wil tot af te scheiden.
Als ik bijvoorbeeld geen contact lijk te kunnen krijgen met een ander, wat ogenschijnlijk te wijten is aan een of andere lichamelijke of verstandelijke (wat ook onder lichamelijk valt) blokkade om te kunnen communiceren, zie ik dus in die zogenaamde ander eigenlijk mijn eigen wens van het weigeren (uit angst) te communiceren. En om aan de (verborgen) schuld daarover te ontkomen leg (projecteer) ik de schuld bij de zogenaamde ander, die nu de oorzaak lijkt te zijn, zodat ik de onschuldige blijf. Maar daaronder ligt de angst verborgen voor het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Alle zogenaamde problemen zijn terug te voeren naar die ene reden. Vandaar dan ook les 5 die zegt: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.

De enige keuze ligt dan ook op denkgeest niveau: kijk “ik” hierna met ego ogen, of met HG/J ogen.
Met ego ogen betekent denken en geloven dat wat ik met mijn ogen van het lichaam zie in een ander lichaam waar is, dus dat die ander niet in staat is te begrijpen, ziek is en dat ik me daar zorgen over maak, of me er juist aan erger en van afkeer. Kijk ik met HG/J ‘ogen’, dan zie ik wat ik denk over de ander buiten mij, als de projectie van mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst is, welke werkelijk helemaal niets met een zogenaamde ander buiten mij te maken heeft, maar wel alles met hoe ik over mijzelf denk op denkgeest niveau.
En in plaats van dáár ook weer schuld op te projecteren, kan ik ook kiezen voor er naar te kijken door ‘ogen’ van HG/J, een oordeelloos kijken, en te Vergeven.

Een Vergeven relatie, ziet geen afzonderlijk persoon meer waar iets aan mankeert, het ziet de vergissing waar voor gekozen is in de denkgeest welke als enig doel heeft af te scheiden, en vergeeft deze keuze. Zowel de te vergeven denkgeest als de vergevende denkgeest zijn nu genezen, genezen in de zin van als één terug herinnerd in Eenheid. En dit speelt zich louter en alleen af op denkgeest niveau.

Op projectie niveau blijft de projectie een projectie waar ogenschijnlijk niets aan verandert, maar nu wel anders naar wordt gekeken en anders wordt ervaren door mij. Het gaat dus niet over het veranderen van mijzelf of de ander op het niveau van de vorm waarin het zich lijkt uit te spelen, dat zijn en blijven immers projecties.
De zogenaamde ander hoeft hier ook niets van te merken. Het is ook niet nodig de ander in dit proces te betrekken. Het maakt ook niet uit of de ander nog leeft of dood is, wel of niet ECIW doet of een ander zgn spiritueel pad bewandelt, dichtbij of ver weg is. Het gaat over het proces wat zich op het denkgeest focus punt, dat ik ‘mijzelf’ noem richt; het genezen van het denkgeest focuspunt (de waarnemende/keuzemakende denkgeest) van waaruit de ‘ik’ denkgeest lijkt te kunnen kijken. Ondertussen als het wonder van ware vergeving heeft plaatsgevonden vanuit dat schijnbaar ene denkgeest focus puntje zal dat zich onvermijdelijk uitbreiden over de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is. En vandaar dat wij vanuit ons beperkte ‘ik’ denkgeest focusje nooit kunnen weten wat, waar en hoe ware vergeving zich uitbreid. Hierbij komt het dus neer op Vertrouwen van het Weten.

Op egodenkgeest niveau, dat is dus het geloof in projecties, dat wat we ons zelf en onze wereld noemen, is een éénduidige mening over iets niet mogelijk.
En waarom niet, omdat het uit pure fantasie ontstaat en alles wat maar gedacht (gefantaseerd) kan worden een mogelijke mening vormt.
Misschien een leuk en schijnbaar creatieve tijdsbesteding, uit verveling wellicht (ik ben me ervan bewust dat ik nu ook een gefantaseerde mening geef, waarvan er nog tientallen variaties op zijn te bedenken), maar totaal zinloos als “ding” (gedachte) op zich.
Meningen als waar aanzien is altijd een gedachte afkomstig van de keuze voor ego. En hebben altijd als doel af te scheiden van Één. Een ander doel hebben ze niet.
(Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk. (WdI.5))

Dat wil niet zeggen dat het niet goed is als er nog meningen langskomen, maar ze kunnen als de denkgeest daar aan toe is een andere functie krijgen.
Dus ogenschijnlijk kan de schijnbare (ego) “ik” nog een mening ventileren, maar tegelijkertijd is daar de bewuste keuzemakende/waarnemende denkgeest die alles overziet en zich bewust is van zijn (ego) keuze, maar besluit er “anders” naar te kijken, niet vanuit vormgerichtheid, dus de situatie waar makend, maar vanuit de keuze voor Heilige Geest, een weten dat er wordt gekozen voor afscheiding en dat dat niet hoeft, er kan ook voor terug herinneren in één worden gekozen en dan wordt de zogenaamde situatie en de mening erover totaal anders ervaren. En alleen nog maar gezien als een kans om de andere keuze te maken en te vergeven.
Op “het doek”, de droom, het verhaal, hoeft niets verandert te worden, het is immers een projectie: “An outward picture of an inward condition”. Je loopt immers in een bioscoop ook niet naar het doek om daar iets te veranderen aan de film, nee je (de denkgeest) gaat naar de projector, de denkgeest, de bron, en maakt daar een andere denkgeest keuze met als resultaat dat ook al ziet het plaatje, de projectie er nog precies zo uit, door de andere keuze het totaal anders ervaren wordt.
Projecties, plaatjes, sprookjes, fantasieën, meningen, dromen worden nooit waarheden, maar staan alleen symbool voor de keuze die gemaakt wordt. En er zijn maar 2 keuzemogelijkheden, waarvan er dan ook nog maar één Waarheid vertegenwoordigt; de keuze voor ego (afscheiding) of HG/J (het terug willen herinneren in Éénheid).

%d bloggers liken dit: