archiveren

Tagarchief: ware vergeving

LES 62
Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld.

1.Jouw vergeving zal de wereld van duisternis voeren naar het licht. 2Jouw vergeving laat je het licht herkennen waarin jij ziet. 3Vergeving is de demonstratie dat jij het licht van de wereld bent. 4Via jouw vergeving keert de waarheid over jezelf in je herinnering terug. 5Daarom ligt jouw verlossing in je vergeving.

2.Illusies over jezelf en de wereld zijn een en hetzelfde. 2Daarom is alle vergeving een geschenk aan jezelf. 3Je doel is te ontdekken wie jij bent, omdat jij je Identiteit verloochend hebt door de schepping en haar Schepper aan te vallen. 4Nu leer jij hoe je je de waarheid weer kunt herinneren. 5Want deze aanval moet door vergeving worden vervangen, zodat gedachten van leven in de plaats kunnen komen van gedachten van dood.

3.Vergeet niet dat je bij elke aanval een beroep doet op je eigen zwakheid, terwijl je telkens als je vergeeft een beroep doet op de kracht van Christus in jou. 2Begin je dan niet te begrijpen wat vergeving jou brengen zal? 3Ze zal elk gevoel van zwakte, spanning en vermoeidheid uit je denkgeest verdrijven. 4Ze zal alle angst en schuld en pijn wegnemen. 5Ze zal je opnieuw bewust maken van de onkwetsbaarheid en kracht die God Zijn Zoon geschonken heeft.

4.Laten we deze dag zowel van harte beginnen als eindigen met het oefenen van het idee van vandaag, en het zo vaak mogelijk de hele dag door gebruiken. 2Het zal helpen deze dag voor jou zo gelukkig te maken als God wil dat jij bent. 3En het zal hen die in je omgeving zijn, alsook hen die in tijd en ruimte ver weg lijken, helpen dit geluk met jou te delen.

5.Zeg vandaag zo vaak je kunt tegen jezelf – en doe daarbij als dat kan je ogen dicht:

2Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld. 3Ik zal mijn functie vervullen, opdat ik gelukkig ben.

4Neem dan een minuut of twee om na te denken over je functie, en over het geluk en de bevrijding die ze je brengen zal. 5Laat verwante gedachten ongehinderd opkomen, want je hart zal deze woorden herkennen, en in je denkgeest huist het besef dat ze waar zijn. 6Mocht je aandacht afdwalen, herhaal dan het idee en voeg eraan toe:

7Ik wil dit in gedachten houden want ik wil gelukkig zijn.
(WdI.62)


Als geheugensteun over wat ware vergeving ook alweer inhoudt lees:
WdII.1 Wat is vergeving? (blz 404 van het Werkboek).

De aloude vraag “waartoe zijn wij op aarde” heeft verschillende lagen.
Zoals ECIW ons leert zijn woorden dubbel verwijderd van Waarheid.
Dus ook deze vraag is dubbel verwijderd van Waarheid.
Het lijkt een logische vraag, niets mis mee opzich denken we.
Tot we doorzien dat de vraag geen vraag is maar een vaststelling.
De vraag impliceert dat er een wereld is en “we” hier op aarde zijn en de vraag bevestigt dat.
Dat blijkt ook omdat er op dat niveau wordt vastgesteld dat er een wereld is en een “ik” die daarop leeft.
De vraag heeft daarom dan ook een ander doel dan het lijkt te hebben.
De vraag heeft eigenlijk als doel om te bewijzen dat de wereld en ik (lichaam) de werkelijkheid zijn en is daardoor de ultieme afleiding van Ware Waarheid, welke vormloos en non-dualistisch is.

Alles wat schijnbaar met de ogen en de rest van de zintuigen van het lichaam wordt gezien, gevoeld, ervaren is dientengevolgen in oorsprong bedoeld als aanval op Ware Waarheid, ook wel God, Liefde, Éenheid genoemd.
En daardoor moet de wereld en alles wat daarmee gepaard gaat wel het tegenovergestelde van Ware Waarheid, oftewel ook wel God, Liefde, Éenheid zijn en uitbeelden.

Dit moet echt eerst gezien en onderkend worden alvorens we ook maar kunnen beginnen met het proces van Ware Vergeving.
Ware vergeving ziet immers dat er niets gebeurt is:

“4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is” (WdII.1.4:1-5).

Deze stap van herkennen en onderkennen dat de wereld een verdediging tegen God is kan niet worden overgeslagen. De angst om deze stap onder ogen te zien is gigantisch, want dat zet mijn hele zorgvuldig opgebouwde (ego) verdedigingssysteem tegen God op losse schroeven en het waanidee is dat God mij dan toch echt volledig zal ontmaskeren als zondaar en zal vernietigen. (Denk aan het verhaal van Adam en Eva).
Dit lijkt een belachelijk idee, maar het feit dat ik het een belachelijk idee vind is opzich al meteen een ego verdediging, want het is een uiting van schuld en zonde, schuld en angst zijn het ultieme wapen van het ego tegen de onveranderlijke Liefde van God.

Het antwoord van Heilige Geest (Juist gerichte Denkgeest) hierop is Ware Vergeving. Maar dan moet ik eerst zien wat er te vergeven is. Niet de fouten die ik zogenaamd heb gemaakt hier in deze wereld of wat er zognaamd mis is met mij en anderen, nee er moet doorzien worden dat deze projecties niet zijn wat ze lijken te zijn; verdedigingen tegen de in de ogen van mijn ego de vernietigende kracht van God.
Nogmaals als dat niet onder ogen wil worden gezien zal Ware Vergeving niet werken en werkt in dit geval ECIW als gekozen pad ook niet.
Allertheid op het voortdurende saboterende vermogen van het ego (let wel het ego kan niet anders, want het is geprogrammeerd om zo te kijken) is noodzakelijk.

Hierbij is het belangrijk te leren “kijken” olv mijn Juist gerichte Denkgeest en niet olv mijn keuze voor onjuist gerichtheid. Hoe kan ik het verschil herkennen? Als er gevoelens, emoties van vormen van zonde, schuld en angst mee gepaard gaan, weet ik dat ik olv ego kijk, als ik kies voor oordeelloos kijken en verder niets eis wat betreft wat ik een juist antwoord zou vinden dan zal ik olv HG kijken:

“5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.5:1-3).

In deze uitspraak kunnen we ook zien, dat hier duidelijk dat wat we herkennen en kunnen begrijpen, dat wat we in aanvang hebben bedacht als afscheidingsidee, wordt hergebruikt, maar nu door de keuze voor HG, (Juist gerichtheid van denken).
Namelijk het voorheen ego idee dat er naast mij ook nog “anderen” zijn.
Vandaar de schijnbaar tegenstelling van Éénheid:

“3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.”

Als er maar “Één” is kunnen er geen anderen zijn en hoeft er niet gedeeld te worden. Het moet dan wel zo zijn dat als ik een schijnbaar ander vergeef ik mijzelf vergeef, niet de “ik” het lichaam, maar het ene nietig dwaas idee vergeef.
Vandaar ook de uitspraak in het Handboek voor leraren: (en ik plak maar even toch het hele stuk tekst hier, want het is echt zo duidelijk dat ik niets weg wil laten):

“HOEVEEL LERAREN VAN GOD ZIJN ER NODIG OM DE WERELD TE REDDEN?
1.Het antwoord op deze vraag is: één. 2Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. 3Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is. 4Hij die altijd al totaal geest was, ziet zichzelf nu niet langer als een lichaam of zelfs maar als in een lichaam. 5Daardoor is hij onbegrensd. 6En omdat hij onbegrensd is, zijn zijn gedachten voor eeuwig en altijd verenigd met die van God. 7Zijn waarneming van zichzelf is op Gods Oordeel gebaseerd, niet op dat van hemzelf. 8Zo deelt hij de Wil van God, en brengt hij Diens Gedachten naar denkgeesten die nog steeds in waan verkeren. 9Hij is voor eeuwig één, want hij is zoals God hem schiep. 10Hij heeft Christus aanvaard, en hij is verlost.
2.Zo wordt de zoon des mensen de Zoon van God. 2Het is geen werkelijke verandering; het is een verandering van denken. 3Niets wijzigt zich vanbuiten, maar vanbinnen weerspiegelt alles nu nog slechts de Liefde van God. 4God kan niet langer worden gevreesd, want de denkgeest ziet geen reden voor straf. 5Gods leraren lijken met velen te zijn, want dat is wat de wereld nodig heeft. 6Maar hoe kunnen ze van elkaar gescheiden zijn als ze verenigd zijn in één doel, dat ze delen met God? 7Wat maakt het dan uit of ze in vele vormen verschijnen? 8Hun denkgeest is één, hun verbondenheid totaal. 9En God werkt nu door hen heen als één, want dat is wat ze zijn. 3.Waarom is de illusie dat er velen zijn noodzakelijk? 2Alleen omdat de werkelijkheid voor hen die in waan verkeren niet te begrijpen is. 3Slechts zeer weinigen kunnen Gods Stem überhaupt horen, en zelfs zij kunnen Zijn boodschappen niet rechtstreeks communiceren via de Geest, die ze gegeven heeft. 4Ze hebben een hulpmiddel nodig waardoor communicatie mogelijk wordt met degenen die niet beseffen dat ze geest zijn. 5Een lichaam kunnen ze zien. 6Een stem verstaan ze en daarnaar luisteren ze, zonder de angst waarop de waarheid in hen zou stuiten. 7Vergeet niet dat de waarheid alleen daar kan komen waar ze zonder angst verwelkomd wordt. 8Daarom hebben Gods leraren een lichaam nodig, want hun eenheid kan niet rechtstreeks worden herkend.
4.Wat hen echter tot Gods leraren maakt, is hun inzicht in de eigenlijke bedoeling van het lichaam. 2Naarmate ze vorderen in hun ambt, raken ze er steeds meer van overtuigd dat het lichaam slechts fungeert als spreekbuis voor Gods Stem voor menselijke oren. 3En deze oren zullen naar de denkgeest van de luisteraar boodschappen overbrengen die niet van deze wereld zijn, en de denkgeest zal ze begrijpen vanwege hun Bron. 4Vanuit dit begrip zal in deze nieuwe leraar van God het inzicht dagen wat de bedoeling van het lichaam werkelijk is, het enige waarvoor het werkelijk kan worden gebruikt. 5Deze les volstaat om de gedachte aan eenheid haar intrede te laten doen, en wat één is wordt als één herkend. 6De leraren van God schijnen de illusie van afscheiding te delen, maar gezien het doel waarvoor zij het lichaam gebruiken, geloven ze, ondanks de schijn van het tegendeel, niet in de illusie.
5.De belangrijkste les is altijd deze: waarvoor je het lichaam gebruikt, dat zal het voor jou worden. 2Gebruik het voor zonde of aanval, wat hetzelfde is als zonde, en je zult het als zondig zien. 3Omdat het zondig is, is het zwak en omdat het zwak is, lijdt het en sterft het. 4Gebruik het om het Woord van God naar hen te brengen die dat niet hebben, en het lichaam wordt heilig. 5Omdat het heilig is, kan het niet ziek zijn, noch sterven. 6Wanneer het niet meer bruikbaar is, wordt het terzijde gelegd, en dat is alles. 7De denkgeest neemt deze beslissing zoals hij alle beslissingen neemt die verantwoordelijk zijn voor de toestand van het lichaam. 8Toch neemt de leraar van God deze beslissing niet alleen. 9Deed hij dat wel, dan zou hij het lichaam een ander doel geven dan dat wat het heilig houdt. 10Gods Stem zal hem zeggen wanneer hij zijn rol heeft vervuld, precies zoals die hem zegt wat zijn functie is. 11Hij lijdt niet door te gaan, noch door te blijven. 12Ziekte is voor hem nu onmogelijk.
6.Eenheid en ziekte kunnen niet naast elkaar bestaan. 2Gods leraren kiezen ervoor om een tijdje naar dromen te kijken. 3Dat is een bewuste keuze. 4Want ze hebben geleerd dat alle keuzen bewust worden gemaakt, in het volle besef van de consequenties daarvan. 5De droom zegt iets anders, maar wie zou zijn vertrouwen in dromen stellen als die eenmaal worden gezien als wat ze zijn? 6Zich van het dromen bewust zijn is de werkelijke functie van Gods leraren. 7Ze zien de droomfiguren komen en gaan, wisselen en veranderen, lijden en sterven. 8Maar ze worden niet misleid door wat ze zien. 9Ze erkennen dat een droomfiguur als ziek en afgescheiden zien niet werkelijker is dan hem als gezond en mooi te beschouwen. 10Alleen de eenheid is geen ding uit dromen. 11En dit is wat Gods leraren erkennen dat zich achter de droom bevindt, voorbij alle schijn en toch stellig het hunne” (H.12.1,2,3,4,5,6).

Mijn ervaring is, dat hoe verder ik vorder in het proces van ECIW en het beoefenen van Ware Vergeving des te duidelijker worden alle ego verdedigingen die ik gekozen heb als verdediging tegen de Liefde van God. Ik ga het echt herkennen in al mijn projecties die ik (egodenkgeest) daarvoor gebruik.
Ook ontdek ik steeds meer en vooral eerder, dat het ego altijd 2 zijden heeft, die beiden mijn keuze voor ego uitbeelden en vaak worden verward met de keuze voor HG.
Dit wordt ook wel niveauverwarring genoemd.
Zo heb ik de neiging alles wat met liefde te maken heeft in de wereld als zoetsappig, overdreven, aanstellerij, roze wolken gedoe te zien en ik liever voor stoer en als stel je niet aan, kom op schouders eronder en ‘verder’ ga, terwijl de andere zijde van de ego medaille zich kan uitprojecteren als alles in de wereld is liefde, ik moet aardig zijn tegen iedereeen, iedereen in de armen sluiten ik mag niet boos zijn enz.
Beide zijn een keuze voor egodenkgeest ook al lijken ze tegengesteld aan elkaar, maar dat komt omdat de keuze voor ego altijd dualistisch (tegengesteld) is.
Zodra ik Ware Vergeving zie als iets te moeten “doen” in de vorm dan zou ik kunnen herkennen dat het opnieuw de keuze voor ego is, dus voor afscheiding, ook wel “Vergeving-ter-vernietiging” (L2.II) genoemd

De volgorde is: bereid zijn te kijken olv HG, waardoor het zien van mijn keuze voor ego bloot komt te liggen en oordeelloos kan worden gezien.
Te herkennen dat ik “slechts” daardoor zie dat ik een projectie zie van mijn keuze voor zonde, schuld en angst en dan de keuze kan maken, als de bereidheid daartoe aanwezig is, dit mezelf en dus de zogenaamde ander (want één nietig dwaas idee) te vergeven.
De projectie (dus de vorm waarin de keuze voor zonde, schuld en angst zich laat zien) wordt daardoor niet de oorzaak, maar het gevolg van mijn keuze.
De keuze voor zonde, schuld en angst nu gezien op denkgeest niveau, is nu de oorzaak en de enige oorzaak.
Door opnieuw te kiezen nu voor HG/Ware Vergeving krijgt het voorheen ego materiaal een totaal andere functie en wordt zodoende alleen nog maar een reminder om er anders (olv HG) naar te kijken en het louter en alleen nog als Vergevingsmateriaal en vergevingskans te zien:

“1.De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken” (T25.VIII.1:1).

Ik merkte dat de uitdrukking “wees aardig” (be kind), ineens in mij (denkgeest) omkeerde van afkeer (ego) naar het volledig toelaten (HG), wat enorm bevrijdend voelde en als volkomen normaal.
Hierdoor viel er een hele reeks aan elkaar verbonden ego conditioneringen die met de verdediging tegen Liefde te maken hadden als domino stenen in één keer om. Het wonder van Ware Vergeving.
Het is nog schijnbaar “nieuw”, dat is de ervaring na Wonder moment, terwijl het eigenlijk niets anders is dan een aloude herinnering die weer tevoorschijn komt, een open deur eigenlijk, maar het is goed, heel goed.
En het is het antwoord op de vraag “waartoe zijn wij op aarde”.
Niet om welke reden dan ook die we denken… 😉
Dit vereist een “persoonlijke ervaring” binnen de onpersoonlijke aard van het Wonder:

“De onpersoonlijke aard van het wonder vormt er een wezenlijk bestanddeel van, omdat het mij [Jezus] in staat stelt de toepassing ervan te leiden; en onder mijn begeleiding voeren wonderen tot de hoogst persoonlijke ervaring van openbaring” (T1.III.4:5).



Als alles, als elke gedachte in één keer ontstond, als één big bang, en net als een bliksemschicht ook weer in dat zelfde moment verdween en er in feite “niets” gebeurt is, wat/wie is de “ik” dan…
Daar gaat geen filosoof, geen wetenschapper, geen dromer uitkomen, want dat is niet te bevatten en volkomen abstract voor de denkgeest die “het nietig dwaas idee” opzettelijk serieus nam/neemt.
Net zo goed als de letters en woorden die nu ontstaan het niet kunnen bevatten laat staan uitleggen.
Want hoe kan dat wat nooit heeft plaatsgevonden worden uitgelegd binnen het geloven dat er wél iets heeft plaatsgevonden, en tegelijkertijd verborgen moet blijven?

ECIW appeleert aan de herinnering dat er in werkelijkheid niets gebeurt is, op een manier dat het geloof in dat er wel iets gebeurt lijkt te zijn en toch niet gebeurt kán zijn een beetje begrijpelijker wordt door ons dáár aan te spreken waar we denken en geloven te zijn; in een wereld, in een lichaam en door middel van woorden.
Maar woorden blijven dubbel verwijderd van de werkelijkheid.
Hier een korte tekst over de betekenis van woorden in ECIW:

“1.Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. 2De motiverende factor is gebed, of vragen. 3Waar je om vraagt, dat ontvang je. 4Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die je bij het bidden gebruikt. 5Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. 6Het is van geen belang. 7God verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. 8Woorden kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te houden of op zijn minst te beheersen. 9Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. 10Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.

2.Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. 2Zelfs wanneer ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient ertoe zeer concreet te zijn. 3Als er geen specifieke verwijzing in de denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces niet helpen. 4Het gebed van het hart vraagt niet echt om concrete zaken. 5Het vraagt altijd om enigerlei ervaring, waarbij de specifieke zaken waar om gevraagd wordt de dragers zijn van de ervaring die naar de mening van de vrager wordt verlangd. 6De woorden zijn dus symbolen voor de zaken waarom wordt gevraagd, maar de zaken zelf staan slechts voor de ervaringen waarop wordt gehoopt” (H21.1,2).

Woorden gebruikt als symbolen om dat wat nooit gebeurt kán zijn, de herinnering aan dat wat IS terug te brengen in de herinnering, waar het Weten nooit uit is verdwenen.
En als krachtig middel hierbij biedt ECIW het begrip “ware vergeving” aan om in te zetten als antwoord op het geloof dat afscheiding van Één, van God, van Liefde wel heeft kunnen plaatsvinden en dat “de wereld, en het lichaam” daar de getuigen van zijn.

ECIW zegt over ware vergeving:

“4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4,5).

Opvallend is, maar ook logisch want het ego denksysteem mechanisme doet aan elke gedachte mee, dat vaak bij 5. “Doe daarom niets” alleen dát wordt gelezen en het ego meteen met verdedigingsgedachten komt zoals “maar moet ik dan maar niets doen, en met mn armen over elkaar toekijken!”. En de rest van de zin, waar juist het antwoord hierop niet wordt gelezen, namelijk “laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is…”.
Dat betekent dat als ik dat waarvan ik denk dat het gebeurt is “(ver)geef” aan Heilige Geest, wat symbool staat voor de nog steeds aanwezige herinnering aan de werkelijkheid, God, Liefde, vanzelf duidelijk zal zijn wat er eventueel mag gebeuren.
En aangezien kijken vanuit ware vergeving een oordeelloos kijken is vanuit HG denkgeest, zal er ook geen oordeel zijn over wat er lijkt te moeten gebeuren. Dat dit als “lastig” ervaren wordt begrijpt Jezus en zegt er dit over in het Handboek voor leraren:

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.4:7,5).

Op deze manier wordt dat wat onmogelijk gebeurt kan zijn, maar wat wel geloofd en geprojecteerd en dus schijnbaar ervaren wordt, her-gebruikt via symboliek en woorden, zodat het mogelijk wordt dat de zichzelf misleidende denkgeest welke in zonde, schuld en angst gelooft, terugkeert in waar deze nooit uit is weggeweest.

De verdediging tegen “kijken” naar de verdediging tegen god is een verdediging die de verdediging verdedigt.

Elke verdediging tegen wat of voor wat dan ook komt hieruit voort en is duidelijk de keuze voor het egodenken.
Niets hoeft verdedigt te worden en niets hoeft niet verdedigt te worden.
De wereld is niets en “niets” hoeft niet verdedigt te worden.
“Niets” verdedigen is een poging om van niets iets te maken, wat alleen maar kan resulteren in nog meer niets.

Ik hoef niets te doen, niets kan niets doen, niets kan niet iets doen.

Opmerkingen zoals, “ja maar ik kan toch niet gewoon maar niets meer doen” is niets meer of minder opnieuw een poging van het ego om van niets iets te maken.

“Niets” is een bedachte angst gedachte van de egodenkgeest, die “niets” gebruikt als verdedigingsmiddel tegen de nietsheid van niets.

De egodenkgeest is daarom niet de beste raadgever om naar te luisteren.

Alleen dit volledig doorzien en het besef dat het slechts een geloof is kan de denkgeest focus verplaatsen via de waarnemende keuzemakende denkgeest naar “Heilige Geest” denkgeest door middel van het vergeven van elke opgemerkte en aan het licht gebrachte “niets” gedachte.
Ware vergeving die ziet dat “niets” niet gebeurt kan zijn.

4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.
(WdII.1.4,5)

Er is nooit GEEN innerlijke stem. Het scheelt maar een “G” in deze dubbele ontkenning, maar deze is van essentieel belang. Het verschil tussen onjuist gericht denken (ego) en juist gericht denken (HG/J).
Het zogenaamde “horen” van een innerlijke stem is totaal niet bijzonder laat staan speciaal.
Waarom niet? Omdat “we” altijd een innerlijke stem horen. We kunnen niets anders dan een innerlijke stem horen, omdat niet het lichaam hoort, maar de denkgeest (mind).

We denken dat  als we een innerlijke stem horen dat wel van de heilige geest oftewel van onze juist gerichte denkgeest moet komen, alsof de stem van het ego niet uit de denkgeest komt, maar vanuit een lichaam (de onjuist gerichte denkgeest).

Dat komt omdat het ego denksysteem een manier heeft gevonden om te verbergen dat er alleen denkgeest is en dat alles uit denkgeest komt. En die manier is de ego gedachte, welke altijd een gedachte van afscheiding is, achter een scherm van vergetelheid verstopt door de gedachte te projecteren buiten de denkgeest en deze projecties als oorzaak en gevolg te zien, waardoor de werkelijke bron, de denkgeest geheel uit de aandacht verdwijnt.

Nu is het niet zo dat als we beslissen dat we vanaf nu alleen naar de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) willen luisteren het lichaam en zijn zogenaamde ervaringen moeten ontkennen, dat zou immers het ontkennen van de egodenkgeest zijn, want daar komen die projecties en zogenaamde ervaringen vandaan. En als we de egodenkgeest ontkennen en afdoen met “oh, het zijn maar illusies” dan ontnemen we onze kans om deze egogedachtes te herkennen en te zien.

De beslissing om vanaf nu alleen nog maar te luisteren naar onze juist gerichte gedachtes (HG/J denkgeest) houdt juist in dat we eerst kijken zonder oordeel, zonder ze te veroordelen dus, naar al onze onjuist gerichte gedachtes, alle gedachtes van afscheiding (ego denkgeest), zodat we de andere keuze kunnen maken en ware vergeving (WdII.1. Wat is vergeving?) erop toe kunnen passen.
Dat is het lange, eenvoudige, maar niet makkelijke leerproces van ECIW.

Dus hoe dan ook we horen altijd een innerlijke stem een stem afkomstig van onze keuze voor egodenkgeest of voor de keuze van HG/J denkgeest. Waarbij de keuze voor egodenkgeest altijd vanuit het lichaam lijkt te komen, omdat vergeten moet worden dat er alleen denkgeest is, en dat bij de keuze voor HG/J denkgeest altijd herinnerd wordt dat die keuze vanuit de denkgeest komt en via vergeving terug gegeven kan worden aan de juist gerichte denkgeest.

En natuurlijk kan een gedachte ook meteen vanuit HG/J denkgeest komen, maar ga er maar vanuit dat elke gedachte eerst vanuit egodenkgeest komt, en dit herkend dient te worden alvorens opnieuw de keuze te maken, maar nu voor HG/J denkgeest.

Hoe herken ik dit? Als een gedachte niet 100% vredig is en 100% (ver)oordeelloos is komt de gedachte 100% zeker vanuit de keuze voor het egodenken en is de enige juiste stap, de gedachte herkennen, terug te nemen naar de bron de denkgeest en opnieuw te kiezen voor HG/J denkgeest en te vergeven.

Zo verloopt het leerproces van ECIW, het stap voor stap (gedachte voor gedachte) terug herinneren in de juist gerichte denkgeest (HG/J denkgeest) een (vele) levenslang leerproces dat onvermijdelijk is of men nu wel of niet bezig is met een zgn spiritueel pad.
Want de afscheiding heeft nooit werkelijk plaatsgevonden en is slechts een nietig dwaas idee van de denkgeest die even dacht dat deze afgescheiden kon zijn van Éénheid, God, Liefde of hoe je het onnoembare ook mag noemen. En dat ene nietig dwaas idee herhaalt zichzelf bij iedere volgende gedachte. En wat anders kan deze vergissing terugdraaien dan ware vergeving, welke ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat afscheiding van Één mogelijk zou kunnen maken?

Achter elke gedachte/vorm van afscheiding, beperking, schaarste, verlies, die ik waarneem en ervaar gaat het geschenk van héélheid, grenzeloosheid, eindeloosheid, overvloed schuil.

Denk en geloof ik dat ik last heb van andere lichamen, dingen, situaties die mij beperken in alles, dan zijn dat alleen symbolen voor mijn wens (voor mijn keuze) om afgescheiden, beperkt te zijn, en schaarste en verlies te ervaren. (WdI.5 Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk).
Ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest kan op basis van oordeelloosheid, dus olv Juist gerichtheid van denken, oftewel Heilige Geest, opnieuw een keuze maken om mijn vorige nu aan het licht gebrachte ego keuze te vergeven (dmv ware vergeving WdII.1) en mij daardoor open te stellen voor het geschenk van grenzeloze, eeuwige, vrijheid en vrede.

Een keuze wordt bij elke gedachte sowieso gemaakt. Er kan geen andere keuze worden gemaakt dan op denkgeest (niet het brein) niveau, omdat er niets anders is binnen het kader waarin wij geloven en denken dan denkgeest. Er is geen wereld waarin door lichamen keuzes gemaakt kunnen worden.
Dat lijkt wel zo te zijn, maar het is niet zo. En dat komt doordat als voor de egodenkgeest gekozen wordt, het feit dat het überhaupt een keuze is onmiddellijk aan de aandacht ontrokken, zodat alleen de projectie (een schijnbaar ander mens, dier, ding, situatie) overblijft en de bron volledig is vergeten.

Wordt er voor ware vergeving gekozen (WdII.1), dan komt de bron, de denkgeest weer in de gedachte omhoog en het besef dat er altijd gekozen wordt en er nooit niet gekozen kán worden.
Vanaf dat moment kan het oefenen met het bewust maken van de keuze (voor ego of HG) beginnen.

En dan is elke situatie met wie of wat dan ook mijn leer-terrein, mijn vergevingsmateriaal  en vergevingskans. En staat dan symbool voor mijn bereidheid en het er aan toe zijn terug te herinneren in éénheid, waarheid, grenzeloze, eindeloze vrede, geluk, liefde, God, welke ver boven wat voor beschrijving dan ook uitstijgt ver boven de versie die de keuze voor het ego daarvan heeft gemaakt.

Dit geschenk van héélheid, grenzeloosheid, eindeloosheid, overvloed ligt geduldig op mijn acceptatie te wachten en gaat nooit verloren, omdat het mijn “recht” is in de zin van “er is in waarheid niets anders mogelijk”…

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God”
(In.2:2-4).

 

 

ECIW ontmoet mij waar ik denk en geloof te zijn. En wat ik denk en geloof is dat ik een lichaam ben wat in een wereld leeft samen met miljoenen andere lichamen (mensen, dieren, dingen en situaties).
Nu is mijn geloof in de werkelijkheid van een “ik” als lichaam in een wereld enorm aan het wankelen geraakt. Kennelijk is er een ontwaken uit de droom van het werkelijk maken van wat ik denk en geloof aan de gang. Kennelijk zit er toch een grens aan het werkelijk kunnen en willen maken van deze droom en is ontwaken uit die droom onvermijdelijk.

ECIW is een denksysteem dat gebruikt wat ik snap, dat wat ik ken, dat waar ik mijn schijnbare veiligheid uit haal, dus waar ik denk en geloof te zijn. Dat waar ik denk en geloof te zijn wordt her-gebruikt, niet meer met als doel in de droom te blijven, maar om eruit te ontwaken. En de sleutel die ECIW hierbij gebruikt is Ware Vergeving (zie vorig blog).
De droom wordt niet ontkend, of afgewezen, aangepast, verandert, de droom wordt her-gebruikt. In plaats van de droom werkelijk te maken wordt dit alles vergeven. (Zie: Wat is vergeving (WdII.1 blz.404))

Natuurlijk doet het egodenksysteem nog steeds mee, er is immers maar één denkgeest waarin zich een schijnbare splitsing heeft voorgedaan, dat een droom (het nietig dwaas idee) heeft bedacht en houdt dat, omdat het zo is geprogrammeerd, automatisch in stand. Het heeft dan ook geen zin dit egodenksysteem te ontkennen, te verbergen of het mooier of slechter te maken.
Het is en blijft een denksysteem wat zich wil afscheiden van Waarheid, van God, van Liefde. Omdat de schijn te geven van dat dat mogelijk is moet het wel precies het tegenovergesteld zijn van God, van Éenheid, van Liefde. En dus kan het niet anders dan een denksysteem zijn van angst, haat, En die angst en haat moet wel enorm sterk en overweldigend zijn om het op te nemen tegen God, tegen Éénheid.
Ondertussen is er niets aan de hand en is er niets gebeurt, dan alleen in een angstige droom waarin het onmogelijke (afgescheiden raken van God, Liefde, Éénheid) mogelijk lijkt te zijn geworden.

Het egodenksysteem zal zich onmiddelijk aanpassen aan deze nieuwe gedachtes en op zijn eigen wijze hierop reageren. Het doet dit door schijnbaar mee te gaan met deze nieuwe (afscheidings)gedachtes. Zo zal het zogenaamd enorm gaan ageren tegen “het ego” en dat totaal afwijzen en er zogenaamde spirituele gedachtes voor in de plaats gaan zetten. Het zal bijvoorbeeld adviseren me uit de wereld terug te trekken, me te dissociëren van het lichaam, de wereld af te wijzen, al mijn woede en haat te richten op mijzelf en de wereld en me schuldig te laten voelen over alles wat ik denk en doe.
Het zal me eenzaam te midden van al die afgedwaalde “schuldige”, “kwaadaardige” lichamen laten voelen. En het zal vooral verbergen dat dit mij (“lichaam”) wordt aangedaan en verbergen dat het slechts een keuze is voor een denksysteem, een denksysteem van afscheiding, niet meer en niet minder dan dat.

En het egodenksysteem zal bijvoorbeeld adviseren vooral diep te verzinken in meditatie, me af te zonderen, me aan te sluiten bij groepen met bijbehorende goeroes, wel of niet wat dan ook te eten, of aan te trekken, eindeloos teksten als “ik ben niet een lichaam” als mantra te herhalen enz.
En ook zal het ego op dit alles reageren met goed of afkeuring, het zal hoe dan ook oordelen, positief of negatief. Het kenmerk is hoe dan ook dat het vormgericht is en dat wederom “vergeten” wordt dat ook dit egodenksysteem slechts een denksysteem is en niet een vormsysteem.
Het ego heeft als doel te doen laten vergeten dat er alleen denkgeest (mind) is en dat dat de bron is van alles wat gedacht, gezien en ervaren wordt en dat er geen andere bron is dan dat.
Dit lezen alleen al kan enorme weerstand oproepen, weet dan dat het niets te maken heeft met wat gelezen wordt, maar met de keuze voor het willen denken vanuit ego, de keuze voor het in stand houden van de afscheiding.

Wat wel werkt om dit denksysteem te doorbreken is hiernaar kijken, oordeelloos, er niets aan te veranderen, het terug te nemen in de denkgeest en het te vergeven.
“Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat…” (WdII.1.5:1)
En wees er alert op dat het ego in elke gedachte gewoon mee doet, het egodenken zal denken “oh, ik hoef niets te doen” en dit denkt het omdat het de opdracht heeft te verbergen dat er geen “ik” lichaam is dat dingen moet doen, maar dat er alleen denkgeest is die afscheidingsgedachten heeft en deze projecteerd.
Kijk er gewoon naar en vergeef het.
Wat dan gebeurt is dat er automatisch gekozen wordt, doordat eerst het egodenken onder ogen is gezien en vergeven, voor het andere denksysteem, het denksysteem van HG, dat Éénheid, Liefde, God, vertegenwoordigt.

Dat HG denksysteem is dus niet een keuze voor het actief veranderen van het egodenksysteem in een beter spiritueel systeem, want dat zou weer gewoon de keuze voor ego zijn.
De keuze voor HG is een keuze op zich, de rest zal automatisch volgen, maar nu vanuit het HG denksysteem in plaats vanuit het egodenksysteem.

 

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Wat gedachtes over dat de bron van alles in de denkgeest (mind) ligt en nergens anders, omdat er geen ergens anders is.
Zo lijkt binnen het concept van de droom, dat wat we binnen dat concept van de droom voortdurend verwarren met wat we werkelijk zijn, alsof mijn beslissing om op yoga te gaan een beslissing is van en door de “mij” Annelies die iets zoekt om zich te ontspannen.
Maar dit is niet zo heb ik ontdekt. Ik merk door deze ontdekking dat het idee dat de denkgeest (niet het brein dus) de bron is nu echt het valse idee dat het lichaam de bron is van elke gedachte aan het overnemen is en wortel begint te schieten.

Het is niet het lichaam dat voor yoga kiest, het is zelfs niet zo dat er voor zoiets als een verschijnsel yoga gekozen wordt.
De denkgeest die zich terug begint te herinneren dat deze de bron is ziet nu steeds duidelijker dat de denkgeest de keuze heeft tussen het afgescheiden denken van het ego en daardoor automatisch kiest voor zonde, schuld en angst en deze gedachten projecteerd naar “buiten”, wat in dit geval resulteert in een droom van een zeer onrustig lichaam/brein Annelies, onrustig gemaakt door allerlei schijnbare toestanden buiten haar, dat tot bedaren kan worden gebracht bijvoorbeeld door dat lichaam yoga te laten beoefenen.
Maar nu ook heel helder ziet dat er een andere keuze mogelijk is vanuit die bron de denkgeest en dat is de keuze voor het terugnemen van elke (ego) gedachte naar zijn bron, de denkgeest en deze onschadelijk te laten maken door deze te vergeven (dmv ware vergeving wel te verstaan), waardoor de rust terugkeert in de denkgeest wat zich laat weerspiegelen, in dit geval, in een liefdevollere droom welke eruit ziet als de keuze voor het gaan beoefenen van yoga.

Nog steeds speelt zich dit allemaal af in de droom, maar het verschil is dat de eerste keuze, voor ego, omdat dat de keuze voor zonde, schuld en angst is, ook alleen maar zich als angstige droom vormen zal manifesteren. Iets wat ik uit het verleden ken toen “ik” ook voor yoga koos, maar dat toen resulteerde in een soort gedwongen valse rust welke schijnbaar rust gaf aan het lichaam en het brein, wat even leek te werken, maar tenslotte toch eindigde in moedeloosheid, gevoel van falen en depressiviteit en mij juist verder verwijderde van de bron.

Nu echter weet “ik” dat de bron de denkgeest is en niet “mijn” lichaam/brein en dat ik nu bewust kan kiezen voor “het andere” door de voorheen ego keuzes te vergeven, waardoor de denkgeest automatisch in de andere keuze terechtkomt, welke het tegenovergestelde is van de keuze voor zonde, schuld en angst, namelijk “Liefde” (niet te verwarren met ego liefde die te herkennen is door de schijnbare keuze voor liefde in enige vorm) waardoor echt ervaren wordt dat niet de keuze voor yoga werkelijke rust brengt, maar de keuze voor vergeven van de keuze voor het egodenken, waardoor terug herinnert wordt in de altijd in Rust zijnde Denkgeest en dit zich, zolang er nog ervaren lijkt te worden in nog steeds de droom, zich laat ervaren in dit geval door de keuze voor yoga.

(Excuses voor weer een lange zin, maar dat zie ik pas achteraf en ik denk schijnbaar in lange lijnen, het is een beetje zoals zingen op lange ademlijnen :-))

Door deze veranderde keuze op denkgeest niveau (dus niet meer voor zonde, schuld en angst (ego)) lijkt yoga een enorm effect te hebben op de droomfiguur Annelies.
Er is enorm veel Inspiratie en gewoon weten wat te doen, zonder zonde, schuld en angst.
En dat komt omdat nu gezien en ervaren wordt dat de denkgeest altijd de bron is, ook als er voor ego gekozen wordt. Nogmaals er bestaat geen lichaam Annelies of wie dan ook die de bron is, het is altijd de denkgeest: of egodenkgeest, de keuze voor afscheiding, schijnbaar mogelijk door het geloof in zonde, schuld en angst, of  voor HG Denkgeest, de keuze voor het vergeven van de mogelijkheid van afgescheiden te zijn van Eenheid, Liefde.
Je kan ook zeggen er is ego inspiratie, of HG Inspiratie en aan de effecten herken je je keuze, in dit geval yoga vanuit zonde, schuld en angst, welke altijd het lichaam als bron ziet, of yoga vanuit het vergeven van zonde, schuld en angst resulterend in een genezen denkgeest die yoga op een totaal vrije manier beleefd, zonder, de lading, zonde, schuld en angst. Dus niet yoga leert mij op een ontspannen wijze te ademen, en te bewegen, het is het natuurlijke resultaat, effect of weerspiegeling van het genezen van de denkgeest.

Dit is dus geen pleidooi voor yoga, maar voor het terug gaan naar de bron, de denkgeest bij elke vorm van onvrede in de denkgeest (de enige plek waar onvrede kan zijn, want het lichaam bestaat niet anders dan als een projectie vanuit de denkgeest en blijft daardoor denkgeest) daar ware vergeving toe te laten passen en de effecten daarvan in nog steeds de droom gewoon toe te laten, zonder oordeel. En of dat er nu uitziet als yoga, vissen, de marathon lopen, kantklossen, tekenen, borduren, zwemmen, fotograferen, vertalen, lezen, fietsen, zingen, muziek maken, schrijven, tuinieren of verzin het maar, dat doet er niet toe. Het gaat erom van waar uit: de keuze voor ego of  voor HG, het zal hoe dan ook als het uit de Juist gerichte Bron van ware Inspiratie komt altijd het meest liefdevol zijn.

Ter ondersteuning van deze gedachte nog even deze door mij herhaaldelijk aangehaalde tekst te vinden op blz. 56 in Het handboek voor leraren:

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf. (H21.5:1-9)

Terug herinneren in dat alles wat ervaren wordt afkomstig is uit de denkgeest, dat de denkgeest de bron, de oorzaak is. Daar is waar ontwaken uit de droom over gaat.
En de denkgeest is niet het brein. Het brein is ook een gedachte en projectie vanuit de denkgeest. De denkgeest is dat wat we “zijn”, althans zolang we nog geloven en “ervaren” binnen de door de denkgeest gemaakte droomstaat.

Als die herinnering werkelijk weer terug komt in de denkgeest, dan is er geen twijfel meer over de herkomst van “de wereld”, “anderen”, “dingen” en situaties.
Dan is er geen twijfel meer over dat alles komt vanuit de denkgeest. Ook het ego is een denkgeest verschijnsel. Dus we kiezen ALTIJD op denkgeest niveau en NOOIT op projectie (de vorm dus) niveau. Er is alleen denkgeest, binnen het concept de droom welliswaar, maar niet meer de totale vereenzelviging met de droom, maar nu als observeerder en keuzemakende denkgeest die nu bewust kan leren kiezen..

Als die twijfel verdwenen is dmv ware vergeving (telkens weer), dan wordt het proces van ontwaken steeds makkelijker, er wordt immers nu geweten dat de oplossing niet ligt in het fiksen van de projectie (zoals het zich vorm heeft gegeven in de droom), maar louter en alleen door het vergeven van de schier eindeloze vormen van zonde, schuld en angst.
En dan groeit ook het vertrouwen dat vanuit ware vergeving de eventuele effecten automatisch zullen volgen. Ook al hebben we geen idee, wanneer, waarom en hoe dan.

Daar gaat het gebed over wat Jezus aan Bill Thetford gaf om over zijn angst voor in het openbaar spreken te komen. Het is een hulpmiddel vanuit de Juist gerichte denkgeest (HG/J) wat helpt terug te herinneren naar de denkgeest, van waaruit we nooit weg zijn geweest:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert. (T2.V.A.18:2-6)

De “ik” in dit gebed is de denkgeest, want nogmaals ECIW spreekt ons altijd aan op denkgeest niveau, want er is immers geen ander niveau. En dat we toch zijn geloven in een lichaam te zijn en geen denkgeest is enkel een droom, een illusie.
En in plaats van de droom waar te maken door te geloven in zonde, schuld en angst, kan de droom ook worden her-gebruikt als vergevingskans- en materiaal.

.

<span>%d</span> bloggers liken dit: