archiveren

Maandelijks archief: december 2009

 

1263-203

Ja ik weet het nu zeker, gentleness, zachtaardigheid, mildheid uit zich in de bereidheid tot vergeven.
Dat is het grootste symbolische geschenk wat je jezelf en een ander kan geven, het brengt de Vader en de Zoon weer bij elkaar het dicht de kloof van de afscheiding.
Iedere keer dat ik dat mijzelf en dus de ander ontzeg kies ik voor hardheid, voor liefdeloosheid, voor angst, voor afscheiding is dat nog wel een optie?
Laat het alleen nog maar een reminder zijn voor de andere, de enige echte Keuze.
Meer hoef ik niet te doen…

‘Waaruit zou jouw vrede voort kunnen komen behalve uit vergeving? De Christus in jou kijkt louter naar de waarheid en ziet geen veroordeling waarvoor vergeving nodig kan zijn. Hij is in vrede omdat Hij geen zonde ziet. Vereenzelvig je met Hem, en wat heeft Hij dan dat jij niet hebt? Hij is jouw ogen, jouw oren, jouw handen en jouw voeten. Hoe zachtaardig zijn de beelden die Hij ziet, de geluiden die Hij hoort. Hoe prachtig is Zijn hand die Zijn broeders hand vasthoudt, en hoe liefdevol wandelt Hij aan diens zijde, waarbij Hij hem toont wat er kan worden gezien en gehoord, en waar hij niets zal zien en waar geen geluid te vernemen valt.’ (T24.V.3:1-7)

 

 

 

 

 

 

ijspegels ijspegels ijspegels ijspegels ijspegels

 

 

Emoties ontkennen/wegdrukken, is de ontkenning ontkennen, dubbel van het Kennen verwijdert….

Emoties kunnen ook prachtige getuigen zijn van de ontkenning, ze toelaten en als kansen tot vergeving te zien is het enige juiste wat te doen met emoties.

Hopeloos emotioneel, nee niet hopeloos, ze geven juist hoop, hoop op vergeving, hoop en verlangen naar Huis…. driving Home…..

 

2116204930_cceaf72b0e_m

‘Mijn thuis wacht mij. Ik haast me erheen.’
(ECIW WdII.226)

 

 

 

 

 

Deze wereld werd gemaakt als ontkenning van God, hoe kan ik iets anders waarnemen in deze wereld dan ontkenning, die vervolgens in stand gehouden wordt in een wankel dualistisch evenwicht zodat het werkelijke Kennen goed verborgen blijft?

Achter ontkenning gaat Kennen schuil. De heftige emotie die gepaard gaat met het gevoel van ontkend te worden houd tevens de ontkenning stevig op z’n plaats in de ego-denkgeest.

Echter goed beschouwd betekent het dat ik mezelf ontken en God, dus de Zoon (het hele Zoonschap) en de Vader. Aangezien dat niet te verwezenlijken valt in werkelijkheid, het is immers een vergissing, een illusie,  betekent het dat ik alleen de omkering zie, de ontkenning, en dus achter ontkend voelen, gekend (Kennen)  schuil gaat, verborgen gehouden door die gedachte van ontkenning. Dus moet ik God vergeven dat hij mij niet heeft ontkend, omdat het niet mogelijk is, het is niet gebeurt.

Iets wat ontkend wordt, wordt verborgen, er wordt dus iets verborgen en dat moet wel het tegenovergestelde zijn. En het wordt stevig op z’n plaats gehouden door schuld/zonde/angst via emoties geprojecteerd in een wereld vol met ontkenningen.

Dus door ontkenning waar te nemen weet ik dat in werkelijkheid dit bewijst dat God mij kent, terugkeer naar Kennen is dan ook alleen mogelijk door de ontkenning te vergeven….

En daar komt bij dat ik emoties nu in handen van HG/J gegeven ánders kan gaan zien; nu als een reminder voor dit vreemde krankzinnige ego-mechanisme, zodat ik kan besluiten me er niet meer door mee laat te slepen de ontkenning in.

Zo wordt de omkering doorzien en weer teruggezet d.m.v. vergeving

Ik voel dan ook heel duidelijk dat op dat moment de denkgeest geheeld wordt en niet de vorm.

Een cursus in wonderen zegt verder over ontkenning o.a.:

‘Ware ontkenning is een krachtig beschermmiddel. Je kunt en moet iedere overtuiging dat een vergissing jou kan kwetsen, ontkennen. Dit soort ontkenning is geen verhulling maar een correctie. Jouw juiste denken hangt ervan af. De ontkenning van de vergissing is een krachtige verdediging van de waarheid, maar het ontkennen van de waarheid mondt uit in miscreatie, de projecties van het ego. 6In dienst van het juiste denken maakt de ontkenning van de vergissing de denkgeest vrij en herstelt zij de vrijheid van de wil. Wanneer de wil werkelijk vrij is kan hij niet miscreëren, omdat hij alleen de waarheid ziet.'(T2.II.2)


‘Jouw denkgeest is één met die van God. Door dit te ontkennen en anders te denken wordt je ego bijeengehouden, maar het heeft je denkgeest letterlijk gespleten.’ (T4.IV.2:7-8)

 

‘Het ego kan zich niet veroorloven iets, wat ook, te kennen. Kennis is totaal, en het ego gelooft niet in totaliteit. Dit ongeloof is zijn oorsprong, en hoewel het ego jou niet liefheeft, is het wel trouw aan zijn eigen afstamming en verwekt het zoals het werd verwekt. De denkgeest produceert altijd weer zoals hij zelf werd geproduceerd. Voortgebracht door angst, produceert het ego wederom angst. Hieruit bestaat zijn trouw, en die trouw maakt het verraderlijk tegenover liefde, omdat jij liefde bent. Liefde is jouw kracht, die het ego wel ontkennen moet. Bovendien moet het alles ontkennen wat deze kracht jou geeft omdat ze jou alles geeft. Niemand die alles heeft wil nog het ego. Zijn eigen maker wil hem dus niet.

Verwerping is dan ook de enige beslissing waarmee het ego geconfronteerd kan worden, als de denkgeest die het gemaakt heeft zichzelf zou kennen. En als hij enig deel van het Zoonschap als zodanig zou herkennen, zou hij inderdaad zichzelf kennen.’  (T7.VI.4)


‘Het is ongetwijfeld duidelijk dat jij tot je denkgeest zowel iets kunt toelaten wat er niet is, als ontkennen wat er wel is. Toch kun je de functie die God Zelf via Zijn Denkgeest aan de jouwe gaf misschien wel ontkennen, maar niet tegenhouden. Ze is het logische gevolg van wat jij bent. Het vermogen om een logisch gevolg te zien hangt af van de bereidwilligheid om het te zien, maar de waarheid ervan heeft met jouw bereidwilligheid niets te maken. De waarheid is Gods Wil. Deel Zijn Wil en je deelt wat Hij weet. Ontken dat Zijn Wil de jouwe is en je ontkent Zijn Koninkrijk en dat van jou.’ (T7.X.2)

 

zonsondergang

 

 

 

Het vergeten vergeven.

 

verborgen achter het ene vergeten,

verdwaald in vergeten,

vergeten waar naar toe,

vergeten waarheen,

vergeten waarom,

vergeten waartoe,

vergeten wat liefde is,

vergeten,

dolend in angst,

tastend naar wat is vergeten,

in het duister van de nacht,

vergeten vergat ik te vergeven.

 

God ik vergeef je dat je niet vergaf.

 

999764p

 

 

Interessant ineens een ego-overtuiging te onderscheppen die er eigenlijk altijd al was, maar zo normaal onderdeel uitmaakt van mijn ‘normale’ dagelijkse gedachtestroom ik deze nog niet eerder zo duidelijk opgemerkt had, ten minste nog nooit zo bewust duidelijk.

En dat is ‘afwijzing’. En aangezien er ook maar één ego-denkgeest is moet deze gedachte bij het hele zoonschap bekend zijn én herkenbaar.

‘De afscheiding is het idee van afwijzing. Zolang je dit onderwijst zul je erin geloven. (T6.II.18:4)’

En hoe vaak voel ik me niet afgewezen, een paar voorbeelden: als een mail niet beantwoord wordt, als iemand zijn afspraak niet na komt, als iemand te laat komt, als ik iemand naar me zie kijken, als iemand mij niet ziet, als ik niet de waardering krijg die ik denk verdient te hebben, of als ik juist wel de waardering krijg die ik niet denk verdient te hebben enz. enz. eigenlijk bij elke gedachte zit ook de gedachte van afwijzing altijd. Als ik heel eerlijk kijk en observeer als waarnemer zie ik in elke gedachte wel een vorm van afwijzing, hoe subtiel soms ook.

En het ligt zo voor de hand, bijna een basisovertuiging waaruit alle andere voort zijn gekomen.

Aan de bron ligt weer zoals bij alles de droom van afscheiding van God, uitgebeeld in oeroude verhalen, zoals de verbanning uit het paradijs, het basisverhaal voor uitbreiding van elke vorm van afwijzing.

Al observerend kom ik erachter dat bij elke gedachte die ik heb standaard, de gedachte en het gevoel van afwijzing schuilt, soms heel duidelijk, vaker verborgen en minder duidelijk.

Eigenlijk zorgt deze overtuiging van afgewezen te zijn en te worden er bij elke gedachte voor dat ik uit het ‘paradijs’ blijf, na de eerste droom van afwijzing door God.

Afwijzing als beveiliging tegen de Liefde van God.

‘Ze beseffen niet dat het afwijzen van God neerkomt op het afwijzen van hun eigen Identiteit, en in die zin is de dood het loon van de zonde. Dit dient heel letterlijk te worden verstaan: door het leven af te wijzen wordt het tegendeel ervan waargenomen, zoals alle vormen van afwijzing dat-wat-is vervangen door dat-wat-niet-is. In werkelijkheid kan niemand dit doen, maar dat je kunt denken dat je dit kunt en geloven dat je dit hebt gedaan, staat buiten kijf.

Vergeet echter niet dat het afwijzen van God onvermijdelijk uitmondt in projectie, waarbij je zult geloven dat anderen en niet jijzelf jou dit hebben aangedaan. Jij moet wel de boodschap ontvangen die je geeft, want het is de boodschap die jij wilt. Je gelooft misschien dat jij je broeders beoordeelt aan de hand van de boodschappen die zij jou geven, maar jij hebt hen beoordeeld aan de hand van de boodschap die jij hun geeft. Schrijf jouw afwijzing van vreugde niet aan hen toe, anders kun je de vonk in hen niet zien die jou vreugde zou brengen. De afwijzing van de vonk is het die depressief maakt, want iedere keer wanneer jij je broeders zonder die vonk ziet, wijs je God af.’ (T10.V.1:5-7, 2:1-5)

Zo werkt afwijzing als schild, als bescherming geprojecteerd op en buitenwereld;  als ik iets of iemand afwijs, kan de situatie of iemand mij ook geen pijn doen.

En als iets of iemand mij afwijst word ik gesterkt in het waanidee dat ik uit het paradijs gezet ben door God, en scheid mij verder af en zet zo het afwijzen zelf weer voort, naar buiten geprojecteerd in miljoenen variaties.

Enkele van die ‘creatieve’ ego oplossingen geprojecteerd in een buitenwereld, zodat ‘andere’ de schuld krijgen, zijn bijvoorbeeld: het onmiddellijk bagatelliseren van de afwijzing; ‘ach niets van aantrekken, niet op reageren, ik heb niets gehoord, ze weten niet beter, la maar gaan, gaat vanzelf wel over, de tijd heelt alle wonden, niet meer aan denken, ga maar wat anders doen’,  het onmiddellijk in de tegenaanval gaan: ‘kan mij het schelen, ik wil er niet eens bij horen als je zo doet, ik begin wel voor mijzelf, met mijn eigen door mij gekozen mensen, die op dezelfde lijn zitten.’, of vanuit woede: ‘klootzak ik krijg je wel, jou wil ik nooit meer zien, ik zal je vernietigen al is het het laatste wat ik doe’, in de slachtofferrol schieten: ‘ze moeten altijd mij hebben,er is mij onrecht aangedaan, ik ben ook zo stom, zo onhandig, ik ben zielig, ik ben in de steek gelaten, je houd niet van me, jij moet mij troosten, of iets moet mij troosten’. Of in de assertiviteit schieten: ‘ach kop op, flink zijn, doorgaan, ik ben echt beter en sterker en slimmer dan ‘zij’, let maar eens op’, of volslagen hulpeloosheid: ‘ik weet het echt niet meer, ik ben aan het eind van mijn latijn, alles zit tegen, ik heb alles geprobeerd.’ Dat zijn zo enkele ego-reacties en ego-oplossingen die ik bedenken kan geboren uit het waanidee van afwijzing en er zijn er vast nog wel meer te ontdekken.

‘Wanneer je bang bent voor wat jij bent waardeer je het niet, en zul je het zodoende afwijzen. Het gevolg daarvan is dat je afwijzing onderwijst.'(T6.I.17:4-5)

‘Allen die in afscheiding geloven, hebben een fundamentele vergeldings en verlatingsangst. Ze geloven in aanval en afwijzing, en dat is dus wat ze waarnemen, onderwijzen en leren.’ (T6.V.B.1:1-2)

‘Telkens wanneer je een broeder een zegening ontzegt, zul jij je misdeeld voelen, omdat afwijzing even totaal is als liefde. Het is even onmogelijk een deel van het Zoonschap af te wijzen als het ten dele lief te hebben. Evenmin is het mogelijk het zo nu en dan totaal lief te hebben. Totaal toegewijd zijn kun je niet af en toe. Afwijzing heeft op zichzelf geen macht,

maar je kunt er de macht van je denkgeest aan geven, waarvan de macht onbeperkt is.’ (T7.VII.1:1-5)

Is er dan niets wat er te doen valt…..?

Ja gelukkig wel, al deze gevoelens opmerken, waarnemen, onder ogen zien zonder een enkel oordeel erover, aan Jezus geven en vergeven.

Dan worden het stuk voor stuk sleutels tot bevrijding.

Wat een bevrijding al deze miscreaties onder ogen te zien en als onschuldig te kunnen waarnemen, als niet plaatsgevonden, slechts een vergissing, een bange, maar onschuldige droom van afscheiding.

Dus iedere keer dat ik me afgewezen voel, is dat een herhaling van de afscheidings- gedachte dat God mij uit het paradijs, de Hemel heeft gezet en ik derhalve moet lijden.

Iedere keer dat ik zo’n gedachte onderschep kan ik deze ego-bron gedachte bij de wortel uittrekken door deze samen met Jezus en of de Heilige Geest te vergeven.

En vooral God vergeven dat deze mij nooit uit het paradijs/de Hemel heeft kunnen zetten.

‘Zoon van God, jij hebt niet gezondigd, maar je hebt je wel zeer vergist. Dit kan echter gecorrigeerd worden en God zal jou daarbij helpen, want Hij weet dat je niet tegen Hem zondigen kunt. Je hebt Hem afgewezen omdat je Hem liefhad, terwijl je wist dat als jij jouw liefde voor Hem zou erkennen je Hem niet zou kunnen afwijzen. Jouw afwijzing van Hem wil dan ook zeggen dat je Hem liefhebt, en dat je weet dat Hij jou liefheeft. Bedenk dat je datgene wat je afwijst eens gekend moet hebben. En als jij afwijzing accepteert, kun je ook accepteren dat die ongedaan wordt gemaakt. Je Vader heeft jou niet afgewezen.’ (T10.V.6:1-6, 7:1)

Laat mijn denkgeest de Gedachte van God niet afwijzen.

Wijs de Hemel niet af. Hij is van jou vandaag, mits je erom vraagt. Je hoeft niet te zien hoe groot de gave is of hoezeer je denken veranderd zal zijn, voor hij tot jou komt. Vraag om te ontvangen en hij wordt je gegeven. Hierin ligt overtuiging. Tot jij hem als het jouwe verwelkomt, blijft de onzekerheid. Maar God is rechtvaardig. Zekerheid is niet vereist om te ontvangen wat alleen jouw aanvaarding schenken kan.’ (WdI.165.4:1-8)

%d bloggers liken dit: