archiveren

Tagarchief: lijden

Het verslavingsgedrag van de egodenkgeest.

De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistische Geest.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houdt de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat “wij” zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist ook de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat; de keuzemakende denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de keuzemakendedenkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden dat het niet is wat het lijkt te zijn, en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest (de keuze voor “het andere”.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het leren oordeelloos onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voed en in stand houd.
En ‘ware vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving (ego) van en in de denkgeest op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen ware vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem, is niet precies hetzelfde als ontwaken uit wat we de slaapdroom noemen. Ontwaken uit de slaapdroom is wakker worden uit de slaapdroom en verder dromen in wat we ons dagelijkse leven noemen en niet door hebben dat het nog steeds een droom is.
Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem is totaal bewust worden van dat de droom die ik “mijn leven” noem (inclusief de slaapdroom) een droom is. Als daaruit ontwaakt wordt wordt er geen andere wakkere “ik” wakker in nog weer een droom, zoals dat bij de slaapdroom het geval is. Het totale ontwaken uit de droom die alles omvat wat ervaren kan worden ligt buiten welk bewustzijn dan ook.
Dit gebeurt niet in één keer, de weerstand, de angst is daarvoor te groot. Het is dan ook een stap voor stap proces, waarbij beetje voor beetje de droom ontmanteld wordt door alle droomervaringen eerlijk onder ogen te gaan leren zien en te vergeven. Door te vergeven dat wat ik denk en geloof dat ik ben werkelijkheid is.
Het ego denken te moeten vernietigen, bestrijden, elimineren, omarmen zal niet werken, daar dit allemaal bewegingen zijn juist vanuit mijn keuze voor het ego.

Ik begin langzaamaan te accepteren dat zolang ik in een “hier” lijk te ervaren het ego in elke gedachte aanwezig is. Dat kan niet anders, want als dat niet zo zou zijn dan was er geen droom “mijn leven”. Echter niet alleen het ego is in elke gedachte aanwezig, ook de herinnering ( in ECIW de Heilige Geest genoemd), welke nooit verdwijnen kán, aan dat wat buiten het terrein van het ego ligt, buiten tijd en ruimte en ik voor het gemak “Waarheid”, of “Éénheid”, “Non-dualisme”, “God”, “Liefde” noem, is in elke gedachte aanwezig. En wat ook aanwezig blijkt te zijn in elke gedachte is een soort wakkerheid dat dit alles kan observeren. Deze observeerder blijkt tevens een keuzemaker te zijn welke kan kiezen om naar het ego te luisteren of naar de Heilige Geest.

Tijdens het proces van ontwaken wordt het bewustzijn van een keuze te hebben en wel maar één keuze (de keuze tussen luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest) welke zich alleen op denkgeest niveau kan afspelen, steeds sterker.
Het is niet de keuze tussen goed en fout, maar tussen dromen van afscheiding of dromen van het helen van afscheiding, het helen van de denkgeest door nu meer en meer bewust de keuze te maken in plaats van onbewust alleen maar voor ego te kiezen, zonder te weten dat er gekozen wordt, voortdurend, bij elke gedachte.
Ook de keuzemaker, als deze eenmaal in het bewustzijn naar boven komt, maakt een steeds bewuster wordend proces door van altijd onbewust kiezen voor ego (afscheiding) naar de steeds bewuster wordende keuze voor terug herinneren in uiteindelijk volmaakte Éénheid, een concept dat zich buiten de droom bevindt en dus met de zelf opgelegde beperking van de keuze voor afscheiding, niet begrepen kán worden.

Dus er lijken (blijken) drie denkgeest toestanden te zijn: het ego, de waarnemende/keuzemaker, de Heilige Geest. En deze drie denkgeest toestanden zitten verstopt achter ELKE gedachte (+projectie).
En wat het proces van ontwaken behelst is dat er geleerd wordt dat die keuze opties er zijn en dat geleerd wordt onderscheid te leren maken tussen deze ogenschijnlijke drie keuze mogelijkheden.
De ervaring leert dat dat een lastig, heftig, pijnlijk, langdurig proces is. De les en de opgave is echter niet hoe kom ik zo snel mogelijk van die pijn en dat lijden af, want dat zou duidelijk een keuze voor egodenkgeest zijn, want alleen die kan kiezen voor pijn en lijden en hoe er vanaf te komen, zodat het allemaal “echt” lijkt (wat ook het doel van het egodenken is), maar te leren vanuit een waarnemende denkgeest positie oordeelloos te kijken naar alle keuzes die gemaakt worden voor de egodenkgeest (voor afscheiding dus) en deze vervolgens te vergeven. Elke gesignaleerde keuze voor egodenkgeest dient daarbij niet te worden gecorrigeerd door deze te veranderen, en aan te passen tot een betere ego keuze, maar enkel als zodanig te worden herkend en onderkend en als vergevingsmateriaal en kans te worden gezien.

Het ego (de keuze voor het ego) doet immers voortdurend mee, dat is geen seconde stil. Het ego doet dus ook de Cursus of welke ander pad dan ook. Gedachten zoals, “nou kies ik verdomme weer voor het ego”, “o ja ik moet dit vergeven, anders raak ik nooit die pijn kwijt”, “Ik ben een slechte leerling, want ik kies nog steeds voor het ego”, “Anderen zijn veel verder dan ik”, “Ik ben veel verder dan anderen”, “ja, ik ben ontwaakt!”, “Ik moet leraar worden en de wereld gaan vertellen hoe het allemaal werkt en wat er gedaan moet worden om te ontwaken”, “Ik ben totaal ongeschikt als leraar”, “Ik zal echt nooit ontwaken uit deze nachtmerrie, het is gewoon onmogelijk”, “Ik haat iedereen en dat is heel erg slecht van mij”, “Ik hou van iedereen en dat voelt goed!”, “oh, ik genoot daarnet van iets, oeps dat mag niet, want dan maak ik het echt”, “oh, ik genoot daarnet van iets, dat komt natuurlijk omdat ik zo goed bezig ben met vergeven”… ik kan zo bij wijzen van spreken nog uren doorgaan met voorbeelden op te schrijven hoe de denkgeest werkt. Het kenmerk van de keuze voor egogedachten is dat ze als goed gekeken wordt voortkomen uit de drie basis behoeften van de egodenkgeest:  zonde, schuld en angst. Deze zijn te herkennen achter elke bovengenoemde gedachte voorbeelden. Maar let op, deze keuze voor egogedachten is niet “fout’, want dat zou weer een  keuze voor het ego zijn, het is gewoon een oordeelloze constatering, waardoor de gedachte neutraal wordt en er vanuit die denkgeest toestand opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, een keuze op denkgeest niveau, dus niet de keuze op het niveau van de projectie die altijd volgt nadat de keuze in de denkgeest is gemaakt.

De ervaring leert dat dit echt geleerd moet worden al doende, midden in het eigen droommateriaal, (de projecties), precies zoals de droom zich aandient en zich lijkt uit te spelen en dat dit een langdurig proces is waarvan niet geweten kán worden hoe lang het duurt of hoe het zal verlopen. De uitkomst staat echter vast, omdat ontwaken uit de droom onvermijdelijk is, afstel is onmogelijk, uitstel lijkt wel mogelijk binnen het concept “dromen”. Uitstel is echter gewoon weer de keuze voor de egodenkgeest die gelooft dat het zal verdwijnen als er wordt gekozen voor luisteren naar de Heilige Geest.

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

… eigenlijk heeft iedereen die in een “hier” in tijd en ruimte als lichaam denkt en geloofd te zijn “Zelfmoord” gepleegd. Met nadruk op “denkt en gelooft” omdat het mechanisme van “geloven” er voor zorgt dat het ervaren in tijd en ruimte als lichaam als enige waarheid wordt gezien en daardoor (opzettelijk) totaal blind is voor dat het onmogelijk is “Zelfmoord” te plegen.
Door opzettelijk, onbewust blind te zijn voor dit vreemde, eigenlijk onmogelijke geloof ervaren we deze onmogelijke Zelfmoord niet als onmogelijk, maar projecteren de onmogelijkheid (welke onbewust moet blijven) als mogelijkheid binnen het idee van het ego-geloof, waardoor zelfmoord wel degelijk mogelijk lijkt. Sterker nog elk zogenaamd “leven” leidt binnen het ego-geloof regelrecht en onvermijdelijk tot de dood. In principe is dus elke binnen het ego-geloof onvermijdelijke “dood”, zelfmoord, of zelfdoding.
Ondertussen heeft het oorspronkelijk doel van het ego-geloof het Zelf te vermoorden, geen enkel effect op het Zelf.

Deze gedachten kwamen in mij op, toen ik een verhaal las van een moeder wiens zoon zelfmoord pleegde en waarbij dan de tranen over mijn wangen lopen. En ik wilde daar toch even naar kijken, want les 5 “Ik voel nooit onvrede [of verdriet] om de reden die ik denk” zit stevig verankerd in mijn denkgeest.
Emoties hebben tegenwoordig voor mij de betekenis en waarde van kiezen voor iets wat onmogelijk waar kan zijn, maar waar ik dan kennelijk toch voor kies het wel waar te laten lijken zijn, wat niets anders kan betekenen dan kiezen voor de ego kant van de denkgeest, oftewel kiezen voor afscheiding van het non-dualistische Zelf.

Door dit te willen zien en volledig toe te laten krijgen emoties een andere functie.
Niet meer het oorspronkelijke doel van het ego, namelijk als manier om de afscheiding toch waarheidsgehalte te laten krijgen, maar juist om terug te herinneren in het Zelf, middels ware vergeving.
Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”

Dit besef en het opnieuw maken van de keuze is “stil binnenwerk”. In de wereld van de droom, de geprojecteerde wereld van het ego-geloof, in die film, op dat toneel speelt zich schijnbaar een emotioneel drama af, maar tegelijkertijd, doordat het een andere functie heeft gekregen, neemt de denkgeest een andere beslissing. Daardoor verdwijnt de blokkade die tot doel heeft af te scheiden en komt de herinnering aan de oneindige ruimte welke we het Zelf kunnen noemen weer volledig terug.

Het lijden in de droom zal daardoor beslist dragelijker worden, daar het niet meer “persoonlijk” wordt genomen en geweten wordt dat niets ooit werkelijk kan sterven:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God” (In.2:2-4)

In Een cursus in wonderen staan 2 fragmenten die mij te binnen schieten als ik alle ellende en ongelooflijk lijden in de wereld ingedikt en uitvergroot weer voorbij zie trekken in het nieuws.
En me er steeds meer van bewust wordt van eveneens het ongelooflijke feit dat al deze ellende en onbeschrijflijk lijden puur en alleen is opgezet om maar afgescheiden te blijven van wat Waar, God, Liefde, Eenheid is.
En door deze keuze voor afscheiding met een soort van goedkeuring bekeken wordt, ook al wordt het ervaren als gruwelijk, maar we blijven kijken of keren ons walgend af, beide nog steeds keuzes voor afscheiding, want zodoende blijft het binnen de zelfgemaakte waarheid, die poogt afgescheiden te raken van wat Waar is, wat vanzelfsprekend onmogelijk is.
En dat deze waarneming bij het grootste deel van de denkgeest alleen nog maar meer angst en woede zal oproepen, omdat het grootste deel van de denkgeest er nog niet aan toe is dit in het bewustzijn toe te laten. En dat het ook geen enkele zin heeft dit te verwachten, te forceren, of te onderwijzen aan diegenen (denkgeest) die er nog niet aan toe zijn.
De delen van de denkgeest die dit wel kunnen en willen toelaten in het bewustzijn zullen dat vanzelf doen, omdat ze eraan toe zijn, en zullen het overal in gaan herkennen, daar zijn geen speciale boeken, cursussen, spiritualiteit, rituelen, goeroes voor nodig.  Het doet er niet toe wat de eraan toe zijnde denkgeest uitspookt, het zal achter elke projectie gezien worden. Niet met de ogen van het lichaam, ook al lijkt dat wel zo, maar met geestelijke ogen.
Ja, deze eraan toe zijnde delen van de denkgeest zien er nog steeds uit als mensen, en ervaren nog als mensen maar zij weten tegelijkertijd ergens dat ze niet die lichamen zijn. Zij weten dat de lichamen projecties zijn van de denkgeest dus zich als het ware in de denkgeest bevinden en niet andersom (denkgeest in een lichaam).
Dit bewust worden van de denkgeest is onvermijdelijk. En des te bewuster de denkgeest wordt des te duidelijker wordt de omvang van het onzinnige, onnodige, gruwelijke lijden welke de denkgeest projecteert ten einde maar in de afscheiding te kunnen blijven geloven.
Gedurende het proces lijkt het lijden dus erger te worden. Dit is niet zo, het was altijd al even erg, maar het lijkt erger omdat de denkgeest zich er meer en meer van bewust wordt waarom dit lijden er lijkt te zijn en hoe waanzinnig die reden is.
De cursus verwoord dit zo:

“Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal
afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren.
4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste
geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen,
maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien,
hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere
grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk
opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.
9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus
wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden.
10Maar de uitkomst is zo zeker als God” (T2.III.3:3-13).

De waanzin kan nog maar één functie hebben, die van ware vergeving.
Ware vergeving welke alleen kijkt zonder oordeel en wéét dat er een andere manier moet zijn.
Er zal eerst verantwoordelijkheid moeten worden genomen voor wat er in de denkgeest gebeurt, voor de keuzes die daar genomen worden. Zolang daar nog voor projecteren vanuit het geloof in zonde, schuld en angst wordt gekozen, zal er niets veranderen. Pas als ik verantwoording neem voor mijn eigen keuzes en tot de conclusie kom dit niet meer te willen en eerst voor het wonder van vergeving kies waardoor ik het enige probleem, mijn keuze voor afscheiding onschadelijk maak, kan er werkelijk iets veranderen. En zal ik vervolgens vanzelf vanuit een intuïtief weten, zonder oordeel, aarzeling of verwachting in alle vertrouwen weten wat mij wel of niet te doen staat.

En dan stelt ECIW ons op zijn zo kenmerkende poëtische manier de vraag:

“Hoelang, o Zoon van God, wil je nog doorgaan met het spel van de
zonde? 2Zullen we dit scherpgekante kinderspeelgoed niet eens afdanken?
3Hoe snel ben je bereid naar huis te komen? 4Vandaag misschien? 5Er
is geen zonde. 6De schepping is onveranderd. 7Wil jij je terugkeer naar de
Hemel nog steeds tegenhouden? 8Hoelang nog, o heilige Zoon van God,
hoelang?” (WdII.4.5:1-8).

 

Ik noem voortaan het afreageren van mijn eigen verborgen zonde, schuld en angst gedachten af-projecteren. Want dat is wat het mechanisme van afreageren op een ander of op iets eigenlijk is.
Onze ‘ogen’ zijn de hele dag en nacht naarstig op zoek naar vluchtwegen om maar niet te hoeven kijken naar onze eigen zonde, schuld en angst gedachten en daar is het egodenken geniaal in geworden, en daardoor moeilijk te onderkennen als zodanig.

Bovendien is het nogal ontluisterend en roept het ook weer meer zonde, schuld en angst gedachten op vermomd als gevoelens van woede, haat, verdriet, pijn, lijden enz., als we dit ego-denk-mechanisme in beeld krijgen. Het ego-denken zal er dan ook alles aan doen om ook deze ontmaskering te voorkomen, door alle vormen van ontkenning en dissociatie die we maar kunnen bedenken.

We doen aan af-projecteren om aan dat vreselijke gevoel dat zonde, schuld en angst met zich meebrengt af te raken, door het te projecteren en dan te ‘zien’ in iets of iemand anders zodat we deze de schuld kunnen geven van wat ‘mij’ lijkt te overkomen. Zo rolt de hele wereld over elkaar heen elkaar steeds de zonde, schuld en angst bal toespelend.
En we doen het allemaal, niemand uitgezonderd.
En als we het al niet buiten ons af-projecteren, projecteren we wel af op onszelf, wat ook weer gewoon een vorm van af-projecteren is, ook al lijkt het over onszelf te gaan. Het lichaam, het persoonlijke ‘ikje’ is immers ook een projectie, geprojecteerd door de denkgeest die gelooft dat deze een lichaam is en ook gemaakt is om dienst te doen om op af te projecteren.

Al dit af-projecteren dient als vluchtmiddel om aan Waarheid, Eenheid, Liefde, God te ontkomen. Alleen al als we dit ontdekken kunnen we de waanzin ervan inzien, want dan zal de onvermijdelijke vraag rijzen: WAAROM??!! Waarom doen we ons dit zelf aan?
En waarom stellen we deze uitstekende vraag? Omdat het een onmogelijke vraag is en door hem te stellen komt dat boven water en kan deze vraag onder de loep gehouden worden.
Daarmee is de verslaving aan het mechanisme af-projecteren nog niet in één keer over en uit. Nee, net als met een verslaving binnen het veld van de projecties, want het is ook weer niets anders dan af-projecteren, kost het moeite en tijd en vooral doorzettingsvermogen en wil om ervan af te kicken.

%d bloggers liken dit: