archiveren

Tagarchief: weerstand

Het verslavingsgedrag van de egodenkgeest.

De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistische Geest.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houdt de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat “wij” zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat.De keuzemakende denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de keuzemakendedenkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden dat het niet is wat het lijkt te zijn, en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest (de keuze voor “het andere”.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het leren oordeelloos onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voed en in stand houd.
En ‘ware vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen ware vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Ware Vergeving, oftewel doorzien dat er “niets” gebeurt is, en Waar nog steeds Waar is, geldt voor elke gedachte die langskomt.
Ware Vergeving gaat niet over alleen de grote opvallende vervelende of verschrikkelijke gedachten + situaties (projecties) die ervaren worden vergeven. Het is alles of niets. Alles wat ervaren wordt is een poging tot afscheiding en wordt als zodanig gezien, of niet.
Ook het gesjoemel en selecteren van gedachten welke wel geschikt zijn voor vergeving en welke niet, is gewoon weer een afscheidingsgedachte, een keuze voor ego-denken, met maar één doel, de afscheiding in stand houden.

Uiteindelijk zal Ware Vergeving resulteren in het automatisch herkennen van de vergevende functie in plaats van de afscheidende functie, die in elke gedachte aanwezig is, zonder daar opnieuw een oordeel over te hebben.
Tot het zover is, is elke gedachte oefenmateriaal, vergevingsmateriaal, en een vergevingskans.

Elke gedachte+projectie als oefenmateriaal om te leren vergeven gaan zien, betekent dat ook de ontkennende en verbergende kracht (dissociatie) van het egodenken wordt doorzien en ook weer als vergevingsmateriaal en kans kan worden gezien.
Niets hoef meer verborgen gehouden te worden, niets ontkend of veranderd, alleen oordeelloos kijken en vergeven, terwijl gelijktijdig op het toneel “mijn” dagelijkse leven zich afspeelt.
Vergevingsmateriaal kan immers alleen herkend worden op het moment dat er wordt ervaren. Vindt er tijdens het ervaren of er vlak voor al censuur plaats, bijvoorbeeld “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, dan is er gewoon weer gekozen voor ego-denken en wordt het kostbare vergevingsmateriaal weer netjes verborgen in het onderbewuste, waar het veilig beschermd is tegen vergeving. En wordt ook niet gezien dat die zojuist gedachte gedachte: “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, ook weer niets anders is dan opnieuw vergevingsmateriaal en vergevingskans.
Dus opnieuw, elke gedachte is vergevingsmateriaal en een vergevingskans.
En dat heel vervelend en irritant vinden is ook weer vergingsmateriaal en een vergevingskans enz. enz.

Dit eerlijk observeren en alles als vergevingskans en materiaal zien kan niet volgehouden worden als dat gebeurt vanuit vasthouden aan een “ik” identificatie die dit alles in z’n eentje moet zien te volbrengen.  Hoe merk ik dat? Als er irritatie, woede, hopeloosheid, twijfel enz. optreed. Het lijkt dan dat dat komt door het vergeven, maar op een dieper verborgen niveau is het weer “gewoon” de egoweerstand, welke kost wat kost afgescheiden wil blijven van wat onveranderlijk Waar is.
Anders gesteld, de weerstand die ervaren wordt is een keuze, en wordt gebruikt om afscheiding in stand te houden. Met andere woorden “ik wil dit”, ik wil weerstand ervaren, want dit houdt mij afgescheiden van wat onveranderlijk Waar is.

Als er werkelijk de bereidheid is tot eerlijk kijken, dan moet er eerst bewust gekozen worden voor de juist gerichte-waarnemende-denkgeest (in ECIW gesymboliseerd als Heilige Geest en of Jezus), in plaats van de keuze voor de onjuist gerichte-waarnemende-denkgeest (ego). Dat is slechts een keuze, niet gevolgd door een “doen” welke razendsnel gaat interpreteren hoe dat er dan uit moet gaan zien, want dat is ook weer kiezen voor ego-denken. Wat trouwens ook meteen weer, mits “gezien” een vergevingskans en materiaal is!
Er kan dus niet “fout” gedacht worden, daar nogmaals, elke gedachte de potentie in zich heeft om als vergevingskans en materiaal te dienen.
En dit kan alleen gezien worden vanuit juist gericht-denken, de oordeelloze, waarnemende denkgeest stand.
Naarmate er vaker gekozen wordt om een gedachte als vergevingskans en materiaal te zien, zal het ook makkelijker worden bewust voor juist gericht-denken te kiezen in plaats van voor onjuist gericht-denken (ego). Totdat de “weegschaal” definitief doorslaat naar alleen nog maar de keuze voor juist gericht-denken en alles wat ervaren wordt automatisch richting Ware Vergeving wordt gevoerd.
Met als resultaat dat er nog steeds wordt ervaren wat er wordt ervaren, maar dan 100% vanuit juist gericht-denken, waardoor automatisch alles anders wordt gezien en ervaren.
Maar nogmaals dit is niet een “doen” vanuit een persoonlijk “ikje”, maar een logisch gevolg van consequent toegepaste Ware Vergeving, welke dan wordt gezien als de nog enig overgebleven functie, zolang er nog wordt ervaren.

Trouwens, elke weerstand die gevoeld wordt tijdens het lezen van dit blogje (en dat doet het, ook bij mij, dit ontkennen is ook weer de keuze voor ego-denken, maar dus ook weer een vergevingskans), is de “normale” weerstand als gevolg van een (onbewuste) keuze voor het afgescheiden willen zijn van wat Waar is. Normaal, omdat elke gedachte die er is, op de eerste plaats vanuit de keuze voor ego-denken komt, maar er kan gekozen worden dat niet meer serieus te nemen, en alleen nog als louter vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien en alleen in die zin “belangrijk”, om te leren herkennen en onderkennen.

Een cursus in wonderen gaat over het leren vergeven middels Ware Vergeving en nergens anders over.
En het heet Een cursus in wonderen, omdat het wonder een totale omslag in het denken van de denkgeest is als gevolg van Ware Vergeving.

 

Het is ook best wel ontnuchterend in eerste instantie dat als echt gezien wordt dat het hele egodenksysteem dat bedoelt is om het onmogelijke mogelijk te maken, namelijk afgescheiden te raken van Eenheid, Liefde, Waarheid, God of hoe je dat wat “vergeten” is ook wilt noemen, echt alles wat vanuit het egodenken komt liefdeloos is, onaardig, aanvallend, verdedigend, vol haat en woede. Zelfs als het liefdevol lijkt te zijn bedoelt. En dat moet wel zo zijn, want het moet lijnrecht tegenover Eenheid, Liefde, Waarheid, God dat wat “vergeten” moet worden staan.
Dus elke keer als ik mezelf zie als een lichaam, en me daar mee identificeer, het persoonlijk neem en dat geldt ook voor elke interactie met een zogenaamd ander lichaam, ding of situatie, er voor wordt gekozen alles op alles te zetten om in afgescheiden toestand te blijven.

Daarnaar kijken kan niet anders dan enorme weerstand oproepen, alleen niet om de reden die wordt gedacht. De reden waarom ik in onvrede raak is dat niet mag worden gezien dat het slechts een verdediging is tegen de ontmaskering van de opzettelijk bedachte rede, namelijk afgescheiden blijven.
Als ik iemand liefheb of haat en ik zie dat als persoonlijk als een ik en jij lichaam, dan kies ik voor egodenken, dus voor afscheiding, terwijl het eruit ziet en ervaren wordt als een relatie met een ander lichaam, ding, of situatie.
En dat kan als heel liefdevol of als enorm haatvol en alles wat daar tussen ligt ervaren worden, terwijl er ondertussen maar één reden en één doel verborgen wordt gehouden, namelijk, dit is een manier om de afscheiding waar te doen laten lijken.
Dus dat wat lijkt op het zoeken naar verbinding wil eigenlijk juist het tegenovergestelde, namelijk afscheiding.

Dit vereist echt heel veel bereidheid om eerlijk te kijken, zonder oordeel, precies zoals het is opgezet, met als doel afscheiding.

De wil tot afscheiden zal zich niet terugtrekken als een ik blijft geloven in een persoonlijk ik lichaam dat dingen doet in een wereld die dingen doet. Als ik blijf geloven in een persoonlijke ik en andere persoonlijke ikken zal de afscheiding zich alleen maar meer uitbreiden, ook al benadert de ik het meer vanuit een zogenaamde spirituele hoek. De focus blijft toch stiekem gericht op een ik lichaam. De oorzaak, de denkgeest die hiervoor kiest is de oorzaak, maar blijft verborgen, door diezelfde denkgeest die zo probeert te voorkomen dat dit mechanisme ontdekt en ontmaskerd wordt.

Het geloof in een ik en in anderen ikken en een wereld zal niet tot ontwaken van de in afscheiding gelovende denkgeest leiden, integendeel het geloof zal zich nog meer ingraven en wortelen in “iets” wat niet kan bestaan.

Het goede nieuws is, dat achter die enorme verdedigingsmuur van haat tot speciale liefde wel iets verborgen moet liggen wat niet meer gezien mag worden en een bedachte ik daarom nu tegen deze enorme verdedigingsmuur van haat en speciale liefde zit aan te kijken, vergeet dat het “slechts” een door de denkgeest zelf opgetrokken verdedigingsmuur is en gelooft dat dat wat een ik nu denk en geloof te ervaren mijn waarheid is.

Dit alles wordt in stand gehouden door het geloof erin. Als het geloof uit het bestaan van die muur terug wordt genomen is terug herinneren in Waarheid onvermijdelijk.
Dat betekent dat er niet een ik is die van haar geliefden naasten houd om de reden die wordt gedacht, dat niet bepaalde personen worden gehaat om de reden die wordt gedacht, dat er geen conflict is met wat of wie dan ook om de reden die wordt gedacht. Dat elke vorm van onvrede, conflict speciale liefde, speciale aandacht, speciale zorg, in de ogen moet worden gekeken zoals het vanuit het geloof in afgescheiden (muur) denken is bedacht en opgezet. En dat het niet is wat het lijkt te zijn, haat, onvrede conflict, speciale liefde enz. voor bepaalde personen en mijzelf als persoon, maar een manier om af te leiden van de wil tot afscheiding van Eenheid, God dat wat “vergeten” moest worden, teneinde de schijn van afscheiding mogelijk te maken.

Deze schijnbaar solide vaste muur van afscheiding bestaat echter slechts uit één gedachte, een nietig dwaas idee:

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat”
(T27.VIII.6:2-5).

Er kan alleen gekeken worden naar die schijnbaar enorme verdedigingsmuur aan de hand van de nog altijd aanwezige herinnering aan wat erachter schuilgaat en in het vertrouwen dat er alleen spraken is van een vergissing, die op zich makkelijk ongedaan gemaakt kan worden door het geloof erin terug te nemen en de vergissing te vergeven. Zonder daarbij eisen te stellen aan de uitkomst.
Eisen stellen aan de uitkomst komt ook duidelijk weer vanuit de keuze voor het denken in afscheiding, afkomstig van angst, angst voor wat erachter die schijnbare muur ligt. En ook al laten we ons vertellen dat er achter die schijnbare muur van geloven in afscheiding alleen maar de Liefde van God ligt, we geloven het niet, omdat we vanuit deze geloofspositie niet kunnen bevatten wat God is en wat Liefde is, omdat we er zelf een tegenovergestelde versie, juist van wegen de angst voor God, van hebben gemaakt.

Steen voor steen zal deze schijnbaar solide muur van geloof worden ontmanteld, door elke steen (elke gedachte van klein tot groot ongenoegen) terug te nemen en te vergeven. Want terug herinneren in de Liefde van God is onvermijdelijk, ook al zijn we “vergeten” wat dat is…

 

 

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Even een herfstig filosofisch gedachte blokje om in de denkgeest, niet wetende wat er om de volgende bocht zal opdwarrelen in het denken.

Neem even aan dat wat de ‘ik’ nu ervaart een gedachte is, een gedachte gedacht door de denkgeest die deze gedachte denkt en projecteert, zodat er in de gedachte een denk-beeld opdoemt, nog steeds gedacht door de gedachte die denkt. De ‘ik’ kan dan niets anders zijn dan ook een gedachte, gedacht door de gedachte die denkt en projecteert.
Maar wat is de gedachte dan, wat is de denkgeest die denkt?
Het lichaam? Nee natuurlijk niet, want het lichaam is een gedachte van de gedachte die denkt. En een gedachte blijft een gedachte een gedachte verandert nooit in iets anders dan een gedachte. Gedachten zelf zijn veranderlijk, dus projecties (welke ook gedachten zijn en niets anders) ook. Gedachten verlaten nooit hun bron de denkende denkgeest. Gedachten kunnen nooit veranderen in autonome los van de gedachte staande vormen, zoals de wereld, lichamen, dingen en situaties.
Alles is dus alleen maar gedachte, gedacht door de denkgeest die alleen in staat is te denken/projecteren. Nogmaals, projecties zijn 100% gedachten.
Zijn gedachten dan ‘echt’, ‘waar’?
Nee, als ik voorgaande gedachtegang logisch doortrek, dan zijn gedachten ook niet ‘echt’, niet ‘werkelijk’. Waar komen gedachten dan vandaan?
Uit de gedachte dat het mogelijk is te denken dat gedachten waar zijn.
En zo zit de gedachte gevangen in een gesloten gedachten systeem, dat zichzelf in stand houd door zijn eigen gedachten.
En de gedachte kan hier niet mee stoppen, want dan verdwijnt de gedachte in het ophouden van de gedachte, wat nog steeds een gedachte is…

Dit gaat verder dan “wat zou ik zijn zonder deze of deze gedachte”.
Want dan wordt er nog vanuit gegaan dat er een ‘iets’ (ik) is wat iets denkt en daardoor denkt te bestaan.
Wat echter, zou de gedachte zijn zonder de gedachte…
En dan staat de gedachte op het randje van zijn zelf bedachte gedachte wereld, een bedachte gedachte wereld, gedacht met maar één doel, een gedachte zijn en blijven.
De gedachte houdt zichzelf in stand door zijn eigen gedachte en bedachte gedachten en de vraag “wat zou de gedachte zijn zonder gedachte”, roept enorme weerstandsgedachten op.
Waarom? Omdat de gedachte (denkgeest) zonder gedachte niet meer de gedachte kan hebben dat er een gedachte is…

De gedachte die op dit gedachtepunt uitkomt zal er alles aan doen de gedachte gaande te houden om de gedachte, dat er ook geen gedachte is die denkt, dus ook geen denkgeest die denkt, te ontlopen. Daarom komt elke gedachte die gedacht wordt door de denkgeest die denkt dat hij bestaat omdat deze denkt, voort uit angst, vermomd in miljarden gedachte variaties hiervan, welke alleen maar gedacht worden als verdediging tegen het verdwijnen van gedachten…
En dan staat de gedachte aan die afgrond van angst. Een afgrond welke ook een gedachte is bedacht door de gedachte zelf, niet als waarschuwing of als uitnodiging om wel of niet te springen, maar als wederom een gedachte om de gedachte in stand en gaande te houden.

Er is dus ook geen denkgeest die gedachte heeft, dan alleen in de denkgeest die denkt gedachten te hebben en zichzelf daarmee denkt in stand te houden.
Een niet bestaande perpetuum mobile van gedachten…
Hoe daar een einde aan komt?
Wie/wat stelt deze vraag?
Dat kan niets anders zijn dan de gedachte die met deze vraag het perpetuum mobile van gedachten in stand wil houden.

“Er is geen wereld!” (WdI.132.6:2)

%d bloggers liken dit: