archiveren

Tagarchief: onvermijdelijk

De “miscreaties” die wij de schepping van god noemen, welke zich lijken te manifesteren als “onze werkelijkheid”, zijn de miscreaties ten gevolgen van de keuze voor ego. Geboren uit het onmogelijke nietig dwaas idee dat afscheiding van God mogelijk is. Dat idee is zo onnatuurlijk dat het niet anders dan grote angst, pijn en lijden en een alles overheersend gevoel van schuld oproept. Een gevoel dat zo’n sterke aantrekkingskracht lijkt te hebben dat vergeten wordt wat de oorzaak ervan is; het geloof in een nietig dwaas onmogelijk idee, dat vervolgens wel schijnbaar waar wordt gemaakt, en geprojecteerd moet worden teneinde de pijn en de angst en de schuld ogenschijnlijk kwijt te raken. Iets wat lijkt te lukken, doordat er nu ineens schuld, angst en lijden buiten “mijzelf” wordt waargenomen, of in “mij” als lichaam, wat ook nog steeds een projectie is buiten de denkgeest.
ECIW zegt hierover:

Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard. 2Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. 3Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, maar je kunt niet totaal afdwalen van je Schepper, die een grens stelt aan je vermogen tot miscreëren. 4Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. 5Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. 6Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. 7Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. 8Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen. 9Het afwisselend investeren in de twee waarnemingsniveaus wordt doorgaans als een conflict ervaren, een dat zeer acuut kan worden. 10Maar de uitkomst is zo zeker als God.
T2.3:1-10)

En les 5 zegt dan: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dus de onverdraaglijke pijn die ik denk en geloof te ervaren wordt niet veroorzaakt door gebeurtenissen buiten “mij” als lichaam, de eindeloze kluwen totaal krankzinnige gebeurtenissen die wij de wereld noemen, maar door de krampachtig in stand gehouden onnatuurlijk wens tot afgescheiden willen zijn van God.
Die onmogelijke wil tot afgescheiden willen zijn van God is de oorzaak van alles, van alle ondraaglijke pijn en lijden en wordt veroorzaakt door slechts één beslissing gemaakt door de keuzemakende denkgeest.

En aan het maken van die onmogelijke keuze, keer op keer miljarden keren, komt op een gegeven moment een onvermijdelijk einde als de onvermijdelijkheid ervan wordt ingezien en er niet meer voor wordt gekozen en ook dat is slechts één keuze.
Dus daardoor wordt het mogelijk al die schijnbare miljarden keuzes en problemen terug te brengen tot één schijnbaar probleem (de keuze voor afscheiding), één oplossing (de keuze voor terug herinneren in God).
Meer valt er niet te doen, want de uitkomst is zo zeker als God.
Dit betekent in de praktijk binnen de droom, dat elke “speciale” droom van pijn, en lijden een andere functie kan krijgen. Niet meer de functie onder leiding van het ego, voor afscheiding van God, maar de functie tot het terug herinneren in God.
En die keuze is de enige keuze die gemaakt hoeft te worden in alle schijnbare situaties die pijn en lijden lijken te veroorzaken.

Dat wat ik hier schrijf is een weerslag en weerspiegeling van mijn schijnbaar persoonlijke proces tot ontwaken uit de droom.
Dat lijkt een persoonlijk proces, zo wordt het ook ervaren, omdat dat binnen het concept van de droom waar we in geloven nu eenmaal de enige manier is, maar is dat feitelijk niet, ontwaken uit de ene droom van afscheiding is onvermijdelijk voor het hele “zoonschap”. Echter omdat we geloven in de droom en geloven in een wereld en geloven een lichaam te zijn, kunnen we alleen die droom taal begrijpen. Vanuit de keuze voor het vergeven van alle droom ervaringen wordt de droom taal omgezet naar her-bruikbaar terug herinner materiaal en krijgt daardoor een totaal andere functie.
Het her-gebruik van het eerst als afscheidingsmateriaal bedoelde denksysteem (het ego) lijkt dus heel persoonlijk te zijn, daar we dat kunnen begrijpen en daar iets mee kunnen.
Het proces van ontwaken uit de droom lijkt dus om redenen van verstaanbaarheid heel persoonlijk.
Ik kan dus ook alleen maar denken en schrijven over hoe ik het ervaar.
Dat wil zeggen dat ik niet de intentie heb om ook maar iets van wat ik schrijf als zijnde “waarheid” over te brengen naar wie of wat dan ook. Ik kan absoluut niet weten wat de bedoeling is, en al helemaal niet hoe het onvermijdelijke proces van de denkgeest in een ander stukje denkgeest (de ander) verloopt of zou moeten verlopen.
Ja, het kan resoneren in anderen die er op denkgeest niveau aan toe zijn, maar dat heeft niets met de “mij” te maken.
Dat betekent dat alles wat ik over anderen denk en wat anderen over mij denken ook een weerslag is een afspiegeling van hoe ik denk en in die zin behulpzaam kan zijn voor mijn eigen vergevingsproces.
Dat kan als egoïstisch worden gezien (een ego gedachte die onvermijdelijk langskomt, dus weer behulpzaam als vergevingskans), maar kan ook worden gezien als juist heel liefdevol, omdat het de focus terugbrengt van een “ik” lichaam dat alleen aan zichzelf denkt (het ego concept van afscheiding), naar een focus op de denkgeest waar alles met alles is verbonden en vergeving er juist voor zorgt dat in de grenzeloze denkgeest uitbreiding van Liefde plaatsvindt waar de “ik” geen enkele weet van kan hebben hoe dat werkt en waar dat effect heeft. Ik kan het wel zelf ervaren als een innerlijke heel liefdevolle los van oordelen rust die veel verder gaat dan de ego versie van rust.

Er zijn zoveel paden als dat er afgescheiden stukjes van de ene denkgeest zijn, en allemaal leiden ze onvermijdelijk terug naar het herinneren van Eenheid. Er is geen enkel pad fout ze werken uiteindelijk allemaal hoe vreemd ze er soms ook uit mogen zien in “mijn” ogen (wat ook weer een ego afscheidingsgedachte is, maar weer een kostbare vergevingskans is, als ik bereid ben dat erin te zien).
Er is immers niet werkelijk iets gebeurt waardoor afscheiden van Waarheid mogelijk zou kunnen zijn. Dus welke vorm van afscheiding ook geprobeerd wordt geen een kan succesvol zijn dan in onware dromen van afscheiding. Dus uiteindelijk zal elk pad van afscheiding zichzelf ontmaskeren en zal dáárdoor behulpzaam zijn tot het terug herinneren in Éénheid.

Ik heb dus geleerd in de loop van het proces dat ik me niet hoef te bemoeien met iemand anders gekozen pad en proces, laat staan hoef te verbeteren of te corrigeren, want zo heb ik gemerkt dat werkt niet. Het kan lijken dat het werkt, maar dat komt alleen omdat de denkgeest dan even resoneert met een ander stukje denkgeest, zichtbaar of niet zichtbaar, dat eraan toe is. Hoe dan ook het heeft niets te maken met de persoon, het lichaam Annelies, maar met de houding van de denkgeest en hoe deze de projectie Annelies ziet en wil laten gebruiken; door ego (afscheidingsdoeleinden) of door Heilige Geest (voor terug herinneren in Éénheid), dat is de enige keuze die er is en maar één van de twee keuzes is, een weerspiegeling van Één, Waarheid, Liefde, God, non-dualisme (allemaal termen voor hetzelfde).

Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”, Annelies het lichaam hoeft niets te doen, want dat is een projectie (projecties zijn projecties en kunnen niets doen zonder de projector, de denkgeest) van de denkgeest die wel tot iets “doen” in staat is, en dat “doen” bestaat enkel en alleen uit kiezen tussen ego of HG. DE REST VOLGT ALS VANZELF VANUIT DIE KEUZE, en kunnen we het best omschrijven als inspiratie en precies weten hoe te handelen in de droom in en door een geprojecteerd droomlichaam. En die inspiratie kan dus komen vanuit het ego of vanuit HG, afhankelijk van de keuze die ik (de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak.
Het verschil herkennen tussen ego inspiratie en HG inspiratie is een leer- en oefenproces wat alleen via een persoonlijk ervaren kan verlopen, zolang er een geloof is in deze droom van afscheiding te zijn. Hierbij wordt de wereld, het lichaam en alles wat er lijkt te zijn in de droom niet ontkend en aan de kant geschoven als zijnde slecht of verwerpelijk, maar juist her-gebruikt, maar nu niet meer voor afscheidingsdoeleinden, maar voor het terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan…

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Niets gebeurt zonder reden, maar nooit om de reden die ik denk.
Dat wat verborgen moet worden gehouden, namelijk dat Eenheid onmogelijk echt twee kan worden en dat wat lijkt te gebeuren daarom onmogelijk is en slechts een waanvoorstelling is, mag onder geen beding terug komen in het bewustzijn.

En zo wordt het onderbewuste bedacht, waar het geloof in zonde, schuld en angst er voor zorgen dat het onmogelijke daar veilig blijft opgesloten. En waaruit het zelfde geloof in zonde, schuld en angst geprojecteerd wordt weg van zijn nu onderbewuste bron via een wederom zelf bedachte uitweg, waar zonde, schuld en angst nu als projectie, als beeld, als script, als bron worden gezien en als waarheid.

Elke keer dat ik onvrede voel hoe groot of klein ook (vooral de kleintjes vergen veel oefenen in eerlijk kijken, maar zijn net zo belangrijk als de hele grote), realiseer ik me dat ik nooit in onvrede, of schijnbaar in vrede ben om de reden die ik denk.
Het lijkt alsof de onvrede of vrede komt door wat er buiten het “mij” lichaam gebeurt, maar dat is nóóit het geval. Er is immers alleen denkgeest (mind).

Zodra ik uiteindelijk en onvermijdelijk bereid ben er ánders naar te leren kijken, zoals hierboven beschreven, kan het grote Herinneren beginnen.
En ook van hoe dat Herinneren in z’n werk gaat weet ik niets. Al terugkerend leer ik al lerend en vergevend dwars door alle ervaringen heen wat de verborgen reden is achter elke ervaring en dat is altijd de wens tot afscheiding, hoe het er ook uit mag zien, en mag ik leren dat er een keuze is om voor de onware reden of de ware reden te kiezen, door de onware redenen stap voor stap te vergeven en de ware reden, namelijk de onvermijdelijk wens terug te herinneren in Eén, God, Liefde stap voor stap toe te laten.

Heel behulpzaam bij het ware vergevingsproces is me eerst af te vragen als ik weer eens onvrede ervaar over iets of iemand of “mijzelf”, en dat is in principe altijd het eerste gevoel bij elke gedachte.
Want wees eerlijk, komt het heel vaak voor dat ik me bij een gedachte in totale vrede voel? En als ik nu denk, nou soms wel soms niet, dan zou ik eigenlijk, ook weer als ik heel eerlijk kijk, moeten constateren dat het eigenlijk nooit is. Omdat elke gedachte die er is altijd eerst als een speciale, dus als ego gedachte verschijnt.
Ontken ik dat, dan is dat meteen weer een ego gedachte, want ontkennen gaat (als ik eerlijk kijk) met een gevoel van onvrede gepaard, dus komende van de keuze voor ego, oftewel de keuze om in de afscheiding te blijven, oftewel de (onmogelijke) wens uit Eenheid, Liefde, God te blijven.

Mocht ik tijdens het lezen van deze zin gedachten voorbij zien komen als: ja, hallo, mag ik dan niets meer denken, of ja dááág, dat is toch niet te doen…, moeten we het nu altijd over dat ego hebben!.. vertel eens wat leuks… ik ben toch liefde, potverdorie!? Of wat voor onvrede gedachte dan ook, dan kies ik gewoon weer voor afgescheiden te blijven: de ego reflex, welke niet anders kan. Dat is immers het doel van elke ego gedachte: niets anders dan in afscheiding te blijven, uit de buurt blijven van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je het onnoembare non-dualistische ook wilt noemen. Dáár is het ego, het afgescheiden dualistische denken voor gemaakt en nergens anders voor.

Ik voel helemaal geen onvrede, ook al lijkt dat zo, omdat iemand mij iets aandoet, of dat alles tegen lijkt te zitten, of ik ziek ben of m’n stinkende best doe om gezond te blijven, of dat ik alles alleen moet doen, of dat iedereen zich met mij bemoeit, of dat ik geen geld heb, of juist te veel, geen werk, of te veel werk, of wat dan ook. Alles van een piepklein gevoel van onvrede tot een lawine van onvrede, het heeft enkel en alleen als doel in de afscheiding te blijven, afgescheiden van Eenheid, Liefde, God. Er is géén rangorde in ego ervaringen, want ook al zien ze er allemaal verschillend uit en voelen ze allemaal verschillend, ze hebben maar één doel: in afscheiding te blijven, en dat is een keuze. Niet de vorm (ziekte, armoe en noem nog maar een paar miljard verschijningsmogelijkheden) waarin het gevoel zich toont is een keuze, maar wel de keuze voor afgescheiden te willen blijven. Er ligt dus eigenlijk maar één keuze ten grondslag aan elke ervaring die ik denk en geloof te hebben: de wens om afgescheiden te zijn en blijven.
En die keuze ziet er op een bepaalde manier uit (mijn persoonlijke projecties), omdat de keuze voor afgescheiden te blijven verborgen moet blijven, en het moet lijken alsof iets buiten mij, of ikzelf als lichaam, de oorzaak is van alle persoonlijke ellende en overwinningen die ik behaal op anderen of situaties.

Als ik dat eerst weet te constateren als ik weer eens onvrede voel, (hoe groot of klein ook) dan is het enorm behulpzaam dát eerst te constateren: ik voel nooit onvrede om de rede die ik denk (les 5).
Het is een geweldige reminder even stil te staan op het denkgeest kruispunt van de keuze, de keuze voor afscheiding of dat wat ik voel en ervaar als reminder te laten gebruiken om juist terug te herinneren in Eenheid, Liefde, God, in plaats als een reminder om af te scheiden daarvan.

De valkuil eerst te gaan analyseren, richt de focus weer op de vorm waarin het gevoel van onvrede zich wil weg-projecteren, weg van de bron de denkgeest die alleen voor afscheiding wil kiezen en dat verbergt achter de projectie die dan weer alle aandacht krijgt en als oorzaak wordt gezien, in plaats van de (onbewust gehouden) keuze voor afscheiding.

Er is overigens niets mis met analyseren, als maar eerst het verborgen doel ervan onder ogen wordt gezien; en dat is altijd de wens tot afscheiding. Analyseren kan dan voor in ieder geval begrip zorgen waarom iets leek te gebeuren, zodat het proces van ware vergeving makkelijker kan worden voltooit.
Op die manier krijgt elke gedachte en gevoel van onvrede die ik herken achter de projectie nu een andere functie. Niet meer die van de wens om af te scheiden van Eénheid, Liefde, God, maar juist van die van reminder om pas op de plaats te maken en opnieuw te kiezen en nu voor ware vergeving van wat leek te gebeuren, maar nu wordt ontmanteld als enkel en alleen de onnodige, onmogelijke wens van de denkgeest om zich af te scheiden van Eénheid, Liefde God.

Er valt niets anders te doen dan dat.
De film die “ik” als denkgeest die kiest voor afscheiding heb gemaakt, vanuit een geloof in afscheiding, wat onbewust (verborgen) voor een gigantisch schuldgevoel zorgt, geprojecteerd, kan nu ook alleen nog gezien worden als reminder voor welke keuze “ik” de denkgeest heeft gekozen.
Niet de film dient daarom verandert te worden in iets beters, want hoe kan dan nog mijn vergevingsmateriaal en kansen worden gezien? Nee, laat de film de film, alleen nog gebruikt als reminder voor waar hij voor staat (afscheiding) en verander alleen het denken erover door middel van ware vergeving.
En omdat het denken kan veranderen zal dat automatisch voor een andere ervaring zorgen, welke kan Inspireren tot een meer liefdevollere beslissing, vanuit de denkgeest die heel goed beseft dat niet de film is wat hij is, maar de gedachte achter de film.
Het wonder gaat over een omslag in het denken niet om een omslag in de film.
Net zo goed als het in de afspiegeling ervan in de wereld onzin zou zijn als ik naar een film zit te kijken en ter plekke de film wil gaan veranderen op het doek of in de tv.
Ik kan hooguit weglopen of de tv uitzetten.
En dat is precies wat we voortdurend doen als denkgeest die met opzet “vergeten” is dat deze denkgeest is en niet een lichaam. We weigeren te kijken naar de bron van wat we lijken te ervaren, de denkgeest, die kiest voor afscheiding en zetten dat bewustzijn uit en zien dan niet dat het dan slechts gewoon weer een andere interpretatie is, nog steeds de keuze voor afgescheiden te willen zijn.

Maar…. er is een andere manier, die weliswaar “vergeten” kan worden, maar er altijd nog is en onvermijdelijk weer herinnerd zal worden.

 

 

Image may contain: nature and outdoor

Dit valt pas te begrijpen en te accepteren als de mind (denkgeest) eraan toe is. Dwingen, forceren, je best doen, ertegen in gaan, ontkennen, is niets anders dan het onmogelijke van het bestaan van een wereld en identificatie met het lichaam in stand houden. Want alleen afscheidingsgedachtes, en dat is elke gedachte gericht op het in stand houden van een wereld, en de identificatie met het lichaam welke verbeterd of aangevallen moeten worden, houdt de afscheiding in stand. En dat is dan ook het enige doel van “de wereld”.

Het is heel normaal over dit idee woedend te worden, of het met alle macht te ontkennen. Maar vraag je af waarom dat is. Word ik wel woedend om de reden die ik denk?
En als het niet deze uitspraak over de totale waanzin van het geloof in een bestaan van een wereld en een lichaam is, wat is er dan zo bedreigend aan?
Besef goed dat dat wat deze wereld heeft bedacht, de denkgeest die anders wilde dan dat wat IS, en de egodenkgeest leven inblies met als doel om af te scheiden van Eenheid, Waarheid, God, Liefde, never nooit er voor kan zorgen dat dit doel ongedaan kan worden gemaakt, vanuit dit geloof in egodenken.
En toch kan het niet anders dan dat het ongedaan zal worden gemaakt, omdat het onmogelijke, namelijk afscheiding van Eén onmogelijk is en het alleen lijkt te gebeuren van wegen het geloof erin. Alleen het geloof erin houdt de afscheiding in stand, meer niet.
Het is een nietig dwaas idee. En het is onvermijdelijk dat de waarnemende/keuzemakende denkgeest uiteindelijk weer tot bezinning komt en langzaamaan ontwaakt uit deze onmogelijke slaap van het geloof in het onmogelijke.
En dat is een stap voor stap proces, dat zich als een heel persoonlijk individueel proces lijkt af te spelen, omdat het concept van een persoonlijke ik te zijn voor de denkgeest die daar in is gaan geloven te begrijpen is. En dat wat begrepen kan worden wordt nu door de denkgeest die eraan toe is positief omgekeerd her-gebruikt om weer terug te herinneren in dat waar nooit uit is weggegaan.
En dat vereist vooral heel veel vertrouwen in een proces wat onvermijdelijk is: Een reis zonder afstand…

Een opmerking zoals: “de werkelijkheid is erger dan ik in m’n stoutste dromen kon dromen”, verbergt eigenlijk dat wat de egodenkgeest (=de keuze voor afgescheidenheid) juist probeert te verbergen, namelijk de angst voor Werkelijkheid (Eenheid, Waarheid, God, Liefde). Het staat daar ineens zomaar open en bloot: ik, denkgeest die kiest voor afgescheiden te zijn van Werkelijkheid, droom mijn eigen werkelijkheid bij elkaar, die nu in de plaats komt van de Werkelijkheid, waardoor wat Werkelijkheid werkelijk is opzettelijk vergeten wordt.
Daardoor is er een voortdurend gevoel van “hier klopt iets niet”, (“Hier stimmt etwas nicht, Harry”, uit Derrick ;-)) en in plaats van te zien dat wat voor mijn ogen zich afspeelt niet klopt, want dat moet verborgen blijven, voelt “hier klopt iets niet” onbekend, angstig, en bedreigend, waar ik verre van moet zien te blijven, zonder te weten “waarom”.
Dus dat voortdurende dreigende, angstige gevoel “hier klopt iets niet” dat er altijd is op de achtergrond over wat mij dreigt te kunnen overkomen in deze wereld in dit lichaam, is niet wat het lijkt te zijn. “Hier klopt iets niet” gaat over de achterliggende angst voor wat werkelijk Werkelijkheid is en nu een totaal abstract begrip is geworden, waar ik niet meer bij kan, achter mijn zelf opgetrokken muur van vormen die nu een verdediging vormt tegen Werkelijkheid.

Gelukkig kan Werkelijkheid nooit echt vergeten worden, laat staan verdwijnen en loopt de denkgeest uiteindelijk onvermijdelijk tegen zijn eigen opgezette blokkades aan en blijkt de aantrekkingskracht van Werkelijkheid sterker dan de als verdediging opgetrokken nep werkelijkheid.
En als dat eenmaal gezien is en geaccepteerd, dan zal het “hier klopt iets niet” wat eerst als verdediging tegen Werkelijkheid is opgeworpen (mijn dagelijks leven), juist de herinnering aan Werkelijkheid stimuleren en louter nog als vergevingsmateriaal en kans gezien worden.
Terug herinneren wat (opzettelijk) vergeten is, is de Universele weg die we allemaal onvermijdelijk zullen moeten gaan, stap voor stap, via ons schijnbaar persoonlijke script.

%d bloggers liken dit: