archiveren

Tagarchief: film

Deze uitspraak bracht mij tot de gedachte:
Als “mijn” lichaam pijn heeft en “ik” ben er niet om het te ervaren, heeft “mijn” lichaam dan pijn?
Dat kwam, omdat ik ineens wel pijn ervoer in “mijn” lichaam, maar in mijn beleving de tijd daarvoor niet. Was de pijn er toen ook, of is de pijn er alleen als ik het ervaar?
Als ik van het standpunt uit ga zoals ECIW stelt “Er is geen wereld” en “De wereld getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand”,, en “projectie maakt waarneming”, en “Waarneming is een gevolg, geen oorzaak” dan is er geen lichaam dat pijn heeft, maar denkgeest die pijn projecteert en dientengevolgen pijn ervaart.
Er kan dan dus NOOIT een lichaam zijn dat pijn ervaart.
Is dat dan pijn ontkennen? Neen, het is willen zien waar de oorzaak zich bevindt, in de denkgeest en dat het lichaam dat pijn lijkt te ervaren daar een projectie van is. Een projectie, zoals een film een projectie is uit een projector en de film die we dan denken en geloven te zien nog steeds een ptrojectie is, want gedachtes verlaten niet hun bron. Er bestaat dus geen los autonoom lichaam los van van de gedachte/projectie van het geloof in een lichaam.

Dit inzicht geeft het doel van ECIW weer, namelijk leren herinneren dat er alleen denkgeest is, dat “ik”, “we”, hoe dan ook altijd een projectie zijn vanuit denkgeest.

Als ik deze gedachte “logisch” doortrek, dan moet het alleen de denkgeest zijn die geloofd in pijn en daardoor pijn projecteert dat genezen moet worden.
Wordt er dan als de denkgeest geen pijn projecteert ook geen pijn meer ervaren?
Inderdaad dan kan er geen pijn meer worden ervaren. De valkuil die dan onmiddelijk verschijnt vanuit egodenkgeest is, oh dus dan kan ik mijn lichaam trainen in het ontkennen van pijn.
Neen, dat is een valkuil waarbij het lichaam toch tot werkelijkheid wordt gemaakt en door een of andere magische gedachte kan leren geen pijn meer te voelen.
Dat kan wel in de droom van afscheiding waarin het lichaam wel lijkt autonoom te zijn, los van de projecterende gedachte, maar dat is niet waar ECIW op doelt.
En doe op dat level waar het geloof in een lichaam en een wereld nog aanwezig is wat er gedaan kan worden om pijn te verlichten, maar tegelijkertijd kan er het groeiende besef zijn dat ik geen pijn heb om de reden die ik denk (les 5).
Het gaat dus niet om ontkenning, maar herkenning en erkenning van dat dat wat ik ervaar niet is wat het lijkt. En dat niet het lichaam, maar de denkgeest de oorzaak is en het lichaam een projectie is vanuit het besluit van de denkgeest die wil lijden, omdat dat de enige manier is om de illusie te wekken dat afgescheiden zijn van God, van Liefde een mogelijkheid is.

Op die manier, als de denkgeest eraan toe is en bereid is dit te leren herinneren, zal de functie van in dit geval pijn, maar het geldt voor alles wat ervaren wordt, een andere functie kunnen krijgen.
De functie van terugherinneren in God, in Liefde in plaats van afscheiding van God, en Liefde.

Elke ervaring of dat nu pijn is of wat voor ervaring dan ook wordt dan in plaats van een aanval (de keuze voor ego) een uitnodiging om het “anders” te willen zien en ECIW gebruikt daarvoor Ware Vergeving, welke alles in het Juist gerichte perspectief zet en alle ervaringen terug brengen naar de bron, de denkgeest waar de gedachte vergeven kan worden in de oordeelloze bron die ECIW Heilige Geest noemt.

Pijn en lijden zijn een keuze die gemaakt worden in de denkgeest en niet in een lichaam.
En dat wat ik geloof te zijn zal daarvan getuigen. Geloof ik dat ik een lichaam ben, dan zal ik alles waarvan ik geloof dat een lichaam is en kan ook ervaren, pijn en vreugde.
Verschuift mijn geloof van het geloof in een lichaam naar het geloof denkgeest te zijn dan ben ik terug bij de bron waar de beslissing wordt gemaakt (waarnemende/keuzemakende denkgeest) voor afscheiding (ego) of voor het terug herinneren (HG/J) in Geest, God, Liefde Éenheid.

Ik hoef daarbij niet zelf mijn projectie te veranderen alsof het een opzichzelf staand “ding” is, vergelijkbaar met dat als ik in de bioscoop zit ook niet naar het scherm loop om daar de projectie die pijn lijkt te hebben ga helpen, nee ik loop dan naar de projector, de oorzaak en maak daar opnieuw de enige twee keuzes die gemaakt kunnen worden: ego of HG/J, oftewel voor angst of voor Liefde en de rest zal automatisch volgen zonder dat “ik” hoef te bepalen wat de uitkomst zou moeten zijn .
Want de beslissing voor HG/J, dus voor Liefde zal altijd liefdevol uitpakken, hoe het er in de vorm ook uit mag zien.

Het is ook nog zo dat ik nooit vanuit de keuze voor ego (afscheiding) ook maar enigzins kan overzien wat de juiste oplossing zou moeten zijn om het lijden wat ik denk te geloven en te zien op te lossen. Dan zou ik elke gedachte van iedereen door tijd en ruimte moeten kunnen overzien om te kunnen bepalen wat nou de oorzaak is van mijn pijn en lijden nu. Dat is onmogelijk.
Soms is er wel een direkt verband te zien zoals ik dat in mijn voorbeeld aan het begin beschreef, dat ik even een direkt verband zag tussen oorzaak en gevolg in de denkgeest en dat ook ervoer.
Maar als ik probeer door te analyseren in de vorm welke gedachte nou precies de oorzaak is achter mijn pijn, dan is dat onmogelijk, nogmaals omdat de eigenschap van de egodenkgeest totale chaos is en analyseren van die totale chaos die juist is opgezet als uitnodiging om daar te gaan zoeken waar geen enkel bevredigend antwoord te vinden is.

Het enige behulpzame hierbij is te leren zien en te ervaren dat in plaats van in de chaos van het ego te springen en daar naar een oplossing te zoeken, terug te gaan naar éénvoud en leren dat er altijd maar twee keuze mogelijkheden zijn namelijk voor ego (afscheiding) of voor HG/J (terug herinneren in Één). En slechts één van deze twee keuzes vertegenwoordigt Waarheid, dus eigenlijk is er maar één keuze mogelijk.

Dus het antwoord op mijn vraag aan het begin van deze tekst: Was de pijn er toen ook, of is de pijn er alleen als ik het ervaar? is, ja er is alleen een idee van pijn als ik het ervaar.
Met andere woorden er kan op het filmscherm door de projectie ogenschijnlijk pijn geleden worden, maar dat wat het projecteert en waarneemt hoeft er niet onder te lijden, afhankelijk van de denkgeest (ego of HG) waarvoor gekozen wordt.
Wordt er voor ego focus gekozen dan zal er een lichaam ervaren worden dat pijn lijdt, zal er voor HG/J denkgeest gekozen worden dan zal er gezien worden dat niet de projectie wat er uiziet als een pijnlijdend lichaam lijdt, maar de denkgeest die heeft gekozen voor het projecteren van pijn en lijden en nu geloofd dat er een lichaam is dat pijn heeft.

Ik had dit concluderend ook kunnen volstaan met te concluderen dat enkel de keuze voor het geloof in het mogelijk zijn van afgescheiden te zijn en blijven van God de oorzaak is van alle pijn en lijden, maar ja ik wil altijd weer meer uitleg en het begrijpen totdat uiteindelijk die ene conclusie overblijft…



Er is geen rangorde in overleven, met deze gedachte werd ik wakker en dat vond ik meteen een inspirerende en een geruststellende vrede gevende gedachte.
“Leven” in een lichaam, in deze wereld is de ego versie van wat leven is.
Eigenlijk van wat Leven niet is.
Leven met als doel afscheiding kan geen leven zijn.
Elke vorm van leven die anders bedoeld is dan Leven in God, kan geen leven zijn.

Kijk naar de wereld, kijk naar hoe de poging om afgescheiden van God te leven eruit ziet, kijk hoe dat ervaren wordt. De onmogelijke wens om afgescheiden van God, van Liefde, van Éénheid te leven kan toch in niets anders resulteren dan in lijden, pijn, en de hel?
Als Hemel (God, Eenheid, non-dualisme) IS dan moet aarde (ego, afscheiding, dualisme) wel hel zijn.
Het is alles of niets, er kan niet een beetje hemel of een beetje aarde zijn, beide sluiten elkaar uit.

Niets in deze wereld kent een rangorde in lijden, pijn, of speciale vreugde want er is maar één oorzaak: de wens om afgescheiden te zijn van God, Liefde, Éénheid, non-dualisme. Zelfs daar hebben we verschillende woorden voor die maar één betekenis hebben. De een zal God een prettig woord vinden, de ander zal ervan walgen, de één vindt Liefde een prachtig woord, de ander zal ervan walgen, de een vindt non-dualisme een prachtig woord de ander walgt ervan en zo gaat dat met alle woorden, want woorden zijn 2x verwijdert van Waarheid.
In Éenheid, non-dualisme bestaan geen woorden. Een woord is een afgescheiden naam geven nadat gekozen is voor afscheiding en uit “Alles” (Eénheid) ineens een stukje “iets” lijkt te zijn ontstaan. En dat “iets” krijgt voordat het als vergissing terug kan keren in de natuurlijkje staat van “Alles” een naam, en wordt zo als het ware vastgelegd in steen.
En dit wordt nu meteen gezien als Waar, het nieuwe waar, het nieuwe leven, met miljarden mogelijkheden en rangorden in pijn,  lijden en kortstondige vreugde en speciale liefde.

Als ik hier goed naar kijk, zonder oordeel dan kan ik geen rangorde aanbrengen in vormen van lijden, want dan is er maar één vorm van lijden met maar één oorzaak; er wordt alleen geleden aan de ziekelijke wens afgescheiden te leven van God, Liefde, Éénheid, non-dulaisme, Waarheid.
En dat lijden speelt zich niet af in de woorden, namen die we onze projecties van lijden en pijn hebben gegeven, maar in de denkgeest die gekozen heeft voor een schijnbare mogelijkheid dromen te hebben van afscheiding en daarin te geloven als zijnde waar.

De  oplossing kan dan ook alleen maar zijn alle vormen van lijden en pijn, eerst te herkennen en te onderkennen en dan terug te (ver)geven aan de Denkgeest (Heilige Geest) die Weet en de herinnering in zich draagt aan God.

Zoals Een cursus in wonderen zegt in het 1ste principe van wonderen:
“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal” (T1.I.1:1-4).

Het wonder van vergeving ziet geen rangorde in pijn en lijden dat is het mooie en troostende ervan. Ik lijd niet meer of minder dan een ander. Alle lijden en pijn die ik ervaar in een bepaald scenario is dezelfde pijn en lijden die jij ervaart in jouw scenario. De bron (de wens voor afscheiding) is dezelfde alleen de uitvoering (de projecties) de film op het filmdoek lijken te verschillen, En het geloof in het waarheidgehalte van de film houdt de film draaiende.
Het vergeven van het geloof in de film en dus het geloof in de waarheid ervan, doet de interesse en de investering in de film uitdoven en oplossen in het Licht van Waarheid.

En dan de ervaring van te zijn in wat is. Wat “wat is” dan ook mag zijn, het is altijd dat wat er is, op dat moment. Of het nu een ervaring is die er uitziet als paniek, angst, onrust, haast, jaloezie, achterdocht, lol, rust, tevredenheid, haat, noem het maar op, het is altijd dat wat is. En in dat wat is kan terwijl het er in z’n geprojecteerde vorm als “iets” uitziet de ervaring zijn van volmaakte rust, terwijl op “het toneel”, “het script”, “de film” door de “acteurs” uitgespeeld wordt wat er maar uitgespeeld wordt op dat moment.

 

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Wat een grap hè, denk ik dat ik hier ben als lichaam in een wereld om gelukkig te worden, blijkt dat ik hier ben om zo ongelukkig mogelijk te zijn, zodat het onmogelijke nietig dwaze ongeluk van de afscheiding echt gebeurt lijkt te zijn, zodat ik veilig in het ongelukkig zijn kan schuilen voor het Ware Geluk, waarvan ik ben vergeten wat dat is… duh?

Gelukkig herinner ik me steeds vaker en sneller deze “grap” steeds minder serieus te nemen en kan er steeds vaker om glimlachen en alleen nog maar als vergevingsmateriaal en kans laten gebruiken.
Het script, de film verliest daardoor zijn aantrekkingskracht, daar ik me steeds vaker herinner dat ik de film al ken en ook de afloop, dus steeds sneller “door kan spoelen” naar het einde, wat tevens het begin is.
En daar wordt “ik” steeds vaker “echt” gelukkig van.

De grap is dat er nooit iets gebeurt is, dan wat onmogelijke dwaze projecties welke het onmogelijke ene nietig dwaze idee in stand proberen te houden.

 

Heel behulpzaam bij het ware vergevingsproces is me eerst af te vragen als ik weer eens onvrede ervaar over iets of iemand of “mijzelf”, en dat is in principe altijd het eerste gevoel bij elke gedachte.
Want wees eerlijk, komt het heel vaak voor dat ik me bij een gedachte in totale vrede voel? En als ik nu denk, nou soms wel soms niet, dan zou ik eigenlijk, ook weer als ik heel eerlijk kijk, moeten constateren dat het eigenlijk nooit is. Omdat elke gedachte die er is altijd eerst als een speciale, dus als ego gedachte verschijnt.
Ontken ik dat, dan is dat meteen weer een ego gedachte, want ontkennen gaat (als ik eerlijk kijk) met een gevoel van onvrede gepaard, dus komende van de keuze voor ego, oftewel de keuze om in de afscheiding te blijven, oftewel de (onmogelijke) wens uit Eenheid, Liefde, God te blijven.

Mocht ik tijdens het lezen van deze zin gedachten voorbij zien komen als: ja, hallo, mag ik dan niets meer denken, of ja dááág, dat is toch niet te doen…, moeten we het nu altijd over dat ego hebben!.. vertel eens wat leuks… ik ben toch liefde, potverdorie!? Of wat voor onvrede gedachte dan ook, dan kies ik gewoon weer voor afgescheiden te blijven: de ego reflex, welke niet anders kan. Dat is immers het doel van elke ego gedachte: niets anders dan in afscheiding te blijven, uit de buurt blijven van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je het onnoembare non-dualistische ook wilt noemen. Dáár is het ego, het afgescheiden dualistische denken voor gemaakt en nergens anders voor.

Ik voel helemaal geen onvrede, ook al lijkt dat zo, omdat iemand mij iets aandoet, of dat alles tegen lijkt te zitten, of ik ziek ben of m’n stinkende best doe om gezond te blijven, of dat ik alles alleen moet doen, of dat iedereen zich met mij bemoeit, of dat ik geen geld heb, of juist te veel, geen werk, of te veel werk, of wat dan ook. Alles van een piepklein gevoel van onvrede tot een lawine van onvrede, het heeft enkel en alleen als doel in de afscheiding te blijven, afgescheiden van Eenheid, Liefde, God. Er is géén rangorde in ego ervaringen, want ook al zien ze er allemaal verschillend uit en voelen ze allemaal verschillend, ze hebben maar één doel: in afscheiding te blijven, en dat is een keuze. Niet de vorm (ziekte, armoe en noem nog maar een paar miljard verschijningsmogelijkheden) waarin het gevoel zich toont is een keuze, maar wel de keuze voor afgescheiden te willen blijven. Er ligt dus eigenlijk maar één keuze ten grondslag aan elke ervaring die ik denk en geloof te hebben: de wens om afgescheiden te zijn en blijven.
En die keuze ziet er op een bepaalde manier uit (mijn persoonlijke projecties), omdat de keuze voor afgescheiden te blijven verborgen moet blijven, en het moet lijken alsof iets buiten mij, of ikzelf als lichaam, de oorzaak is van alle persoonlijke ellende en overwinningen die ik behaal op anderen of situaties.

Als ik dat eerst weet te constateren als ik weer eens onvrede voel, (hoe groot of klein ook) dan is het enorm behulpzaam dát eerst te constateren: ik voel nooit onvrede om de rede die ik denk (les 5).
Het is een geweldige reminder even stil te staan op het denkgeest kruispunt van de keuze, de keuze voor afscheiding of dat wat ik voel en ervaar als reminder te laten gebruiken om juist terug te herinneren in Eenheid, Liefde, God, in plaats als een reminder om af te scheiden daarvan.

De valkuil eerst te gaan analyseren, richt de focus weer op de vorm waarin het gevoel van onvrede zich wil weg-projecteren, weg van de bron de denkgeest die alleen voor afscheiding wil kiezen en dat verbergt achter de projectie die dan weer alle aandacht krijgt en als oorzaak wordt gezien, in plaats van de (onbewust gehouden) keuze voor afscheiding.

Er is overigens niets mis met analyseren, als maar eerst het verborgen doel ervan onder ogen wordt gezien; en dat is altijd de wens tot afscheiding. Analyseren kan dan voor in ieder geval begrip zorgen waarom iets leek te gebeuren, zodat het proces van ware vergeving makkelijker kan worden voltooit.
Op die manier krijgt elke gedachte en gevoel van onvrede die ik herken achter de projectie nu een andere functie. Niet meer die van de wens om af te scheiden van Eénheid, Liefde, God, maar juist van die van reminder om pas op de plaats te maken en opnieuw te kiezen en nu voor ware vergeving van wat leek te gebeuren, maar nu wordt ontmanteld als enkel en alleen de onnodige, onmogelijke wens van de denkgeest om zich af te scheiden van Eénheid, Liefde God.

Er valt niets anders te doen dan dat.
De film die “ik” als denkgeest die kiest voor afscheiding heb gemaakt, vanuit een geloof in afscheiding, wat onbewust (verborgen) voor een gigantisch schuldgevoel zorgt, geprojecteerd, kan nu ook alleen nog gezien worden als reminder voor welke keuze “ik” de denkgeest heeft gekozen.
Niet de film dient daarom verandert te worden in iets beters, want hoe kan dan nog mijn vergevingsmateriaal en kansen worden gezien? Nee, laat de film de film, alleen nog gebruikt als reminder voor waar hij voor staat (afscheiding) en verander alleen het denken erover door middel van ware vergeving.
En omdat het denken kan veranderen zal dat automatisch voor een andere ervaring zorgen, welke kan Inspireren tot een meer liefdevollere beslissing, vanuit de denkgeest die heel goed beseft dat niet de film is wat hij is, maar de gedachte achter de film.
Het wonder gaat over een omslag in het denken niet om een omslag in de film.
Net zo goed als het in de afspiegeling ervan in de wereld onzin zou zijn als ik naar een film zit te kijken en ter plekke de film wil gaan veranderen op het doek of in de tv.
Ik kan hooguit weglopen of de tv uitzetten.
En dat is precies wat we voortdurend doen als denkgeest die met opzet “vergeten” is dat deze denkgeest is en niet een lichaam. We weigeren te kijken naar de bron van wat we lijken te ervaren, de denkgeest, die kiest voor afscheiding en zetten dat bewustzijn uit en zien dan niet dat het dan slechts gewoon weer een andere interpretatie is, nog steeds de keuze voor afgescheiden te willen zijn.

Maar…. er is een andere manier, die weliswaar “vergeten” kan worden, maar er altijd nog is en onvermijdelijk weer herinnerd zal worden.

 

 

Alle twijfel gedachtes komen van die waarnemende denkgeest ‘plek’ waar de keuze is gemaakt voor afgescheiden (ego) denken, maar is tegelijkertijd de ‘plek’ die de mogelijkheid in zich draagt ánders te kiezen. En dan heb ik het niet over de keuze links of rechts te gaan, dit/dat/iets wel of niet te doen in welke vorm dan ook, maar over de keuze voor afscheiding (ego) te kiezen of voor het pad in te gaan wat leidt naar terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat kan, als ik daarvoor kies, de nieuwe functie worden van alle vormen van angst, zoals twijfelen, minderwaardigheid, overmoed enz. enz.  een eindeloze lijst.

Als ik ergens over twijfel, schijnbaar over iets in de vorm; zal ik wel of niet dit of dat doen, gepaard gaande met gevoelens van zorg, schuld, angst enz, dan zeg ik sowieso ‘ik weet het niet’, en neem de gedachte + projecties terug, vergeef deze (ik weet immers in middels dat wat er lijkt te gebeuren in de vorm een projectie is vanuit de keuze voor angst, dus een waanbeeld) en kies nu, deze keer bewust voor ‘Heilige Geest’, het symbool voor dat gedeelte van de denkgeest, dat niet standaard vlucht in de vorm, zoals de keuze voor het egodenken doet, maar de projectie her-gebruikt, niet door deze te veranderen, maar te zien voor wat het is en als poort gebruikt terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat is de betekenis van ‘ik hoef niets te doen’, ik hoef niet de vorm te veranderen in een ‘betere’ aangenamere versie, ik hoef alleen mijn denken erover te laten veranderen, door al mijn waanideeën te vergeven. De ‘film’ die ik mijn leven noem, draait gewoon door, maar krijgt nu een totaal andere functie.
En vergeet niet dat het nooit het lichaam is dat kiest, maar altijd de bron van alle denken, de denkgeest (mind). Het lichaam is altijd een projectie van de denkgeest, niets meer en niets minder.

 

Vanaf geboorte tot de dood zijn we bezig iets te worden, zijn we bezig ons zoveel mogelijk te ontwikkelen, zoveel mogelijk te vergaren, zo ver mogelijk te komen, te groeien, zo gezond mogelijk te blijven of te worden, kortom ons best te doen zoveel mogelijk uit dat interval tussen geboorte en dood te halen. En we hebben voortgeduwd door zonde, schuld en angst enorme haast want het moet allemaal gebeuren voordat de onvermijdelijke dood onvermijdelijk volgt.

Als ik hiernaar kijk vanuit het perspectief van ‘niets is wat het lijkt te zijn’, is dat hele gedoe wat ik ‘mijn leven’ noem hoogstwaarschijnlijk ook niet wat het lijkt te zijn en is het doel van dat alles ook niet wat het lijkt te zijn.

Het idee van iets willen/moeten bereiken is als het achter de bekende voorgehouden wortel aanrennen, welke steeds net buiten bereik blijft, hoe hard ik er ook achteraan ren. Ik word er alleen moe van, ziek en uitgeput, en uiteindelijk val ik dood neer, zonder mijn schijnbare en tevens onmogelijke doel bereikt te hebben. Het doel is namelijk nooit het doel te bereiken.

Wat een bevrijding is het dan ook dit mechanisme op een gegeven moment, en ook dat is onvermijdelijk, als de (inmiddels uitgeputte) denkgeest eraan toe is, volledig te leren doorzien en de mogelijkheid te herontdekken dat er ook een andere manier is van ‘kijken’, niet met de ogen maar met de denkgeest, dat wat we zijn, zolang er nog ervaren lijkt te worden.
Er wordt nog hetzelfde waargenomen, maar compleet anders ‘gedacht’ erover.

Ik doorzie nu het ‘doel’ achter wat ik eerst via ego waarneming waarnam. Het doel van het ego waarnemen is niet wat het lijkt te zijn. De vorm (de projectie) waar iets mee lijkt te moeten gebeuren is slechts een rookgordijn om het ‘ware’ (onmogelijke) doel van het ego denken te verbergen, namelijk afgescheiden blijven uit Waarheid, uit Eenheid, Liefde, God, het Onveranderlijke te veranderen in het veranderlijke, symbolische termen voor het totale onveranderlijk abstracte wat wij niet kunnen begrijpen, zolang we denken en geloven in een ‘hier’ (de wereld)  te zijn, maar gelukkig nog wel een vage herinnering is achter de met opzet door het ego opgetrokken rookgordijn der vergetelheid.

Zoals ik al eerder schreef, het doel kan namelijk niet bereikt worden, omdat het het doel juist is dat het niet bereikt kan en mag worden.
Het vormgerichte egodoel bestaat niet, want is een droom, waardoor het daar achter verborgen ego doel in de afscheiding blijven ook onmogelijk is, want een droom is een droom en blijft een droom en kan daardoor niets veranderen aan het Onveranderlijke, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat moet ik dan nu in vredesnaam met dat script wat ik mijn leven noem?
Wat heeft het nog voor zin, als ik de onmogelijke egodoelen doorzie, ik verveel me dan vast dood.
Nou, als dat zo zou zijn heb ik alsnog het onmogelijke egodoel bereikt en dus waargemaakt: de dood.

Van seconde tot seconde loopt de film welke ik mijn leven noem. In plaats van er tegen te vechten zolang ik nog in ‘ervaren’ verkeer, kan ik er ook voor kiezen het gewoon te aanvaarden als ‘mijn film’ en deze gewoon als bewuste waarnemende denkgeest te spelen maar niet te vermengen/verwarren met de Waarheid welke het egodenken juist probeert te verbergen.
Waarheid, Eenheid, Liefde, God de droom van afscheiding binnen slepen om daarmee de droom te veranderen, zal niet werken, want dan wordt Waarheid, Eenheid, Liefde, God opgenomen in de droom en verandert in een droom versie, oftewel in een ego versie van Waarheid, Eenheid, Liefde, God. Daardoor lijkt de droom misschien spiritueler, maar is en blijft nog precies hetzelfde ego verhaal van afscheiding, er verandert niets.
Het Onveranderlijke en het veranderlijke gaan niet samen.

Ik leef dus mijn (droom) leven van seconde tot seconde zonder het meer of minder te maken dan het zich voor lijkt te doen, zonder het spiritueel te maken, zonder er meer of minder van te willen maken dan zoals het zich voordoet, gewoon zoals het egoscript is geschreven en gespeeld door het karaktertje (droomfiguur) met al haar eigenschappen. karaktertrekken, drama, verdriet, vrolijkheid, woede, pleziertjes, voorkeuren, afkeuren enz.
De ‘ik’ is nu bezig waarnemer te worden en aan het leren zich niet meer met de droomfiguur te identificeren, maar is nog wel tegelijkertijd de acteur.
De bewust wordende acteur stelt zich nu steeds minder vaak onder leiding van het egodenken welke alleen de veranderlijke middelen zonde, schuld en angst kan gebruiken om het ego script van afscheiding mee uit te spelen en uit te beelden, maar steeds vaker onder leiding van de Herinnering aan het Onveranderlijke, Eenheid, Waarheid, Liefde, God, waardoor automatisch de veranderlijke eigenschappen zonde, schuld en angst, terug genomen worden (het proces van Ware Vergeving), en als het ware oplossen in het Onveranderlijke.

De ervaring leert dat dit een proces is, dat onmogelijk van de ene op de andere dag geleerd en doorzien kan worden. Het onvermijdelijke proces voert de denkgeest door alle mogelijke fasen van zeer heftige en minder heftige weerstand afgewisseld met loslaten van weerstand heen, stap voor stap terug naar het Onvermijdelijke terug herinneren in het Onveranderlijke.

Ondertussen ben ik waar ik ben, omdat ik ben waar ik ben en dus nergens anders kan zijn dan waar ik ben, midden in ‘mijn’ schijnbaar persoonlijke van seconde tot seconde leer-vergevings-terug herinner-materiaal.
Dat is de nieuwe functie van het voorheen egoscript.

Voor de liefhebber:

 

Mezelf depressief voelen, somber, energieloos, is nu eenmaal een van de mogelijke denkstaat vormen waarin de egodenkgeest zich kan denken, geloven en ervaren.
Meer is het niet. Het is zeer verleidelijk de redenen voor die staat van ervaren in oorzaken buiten mij te projecteren, zoals het weer, gebrek aan zon, de toestand in de wereld, familieomstandigheden, de leeftijd, griep enz. enz., maar daar geloof ik niet meer in.

Ondertussen speelt die film zich nog wel gewoon af in zijn geprojecteerde egodenkgeest vorm. De persoonlijk geprojecteerde ego film, waarvan, zo weet ik, niet de oorzaak is gelegen in wat ik denk te zien en te ervaren, maar alleen maar tot doel heeft af te scheiden van Waarheid, van Eenheid, van Liefde.
En ook al lijkt de verleiding erg groot door het gevoel wat gepaard gaat met de verslavende verleiding, ‘ik’ de waarnemende/keuzemakende denkgeest hoef niet mee te gaan in de projecties die zich af lijken te spelen in de film die de egodenkgeest wenst te projecteren. Ik ben niet mijn projecties, ik projecteer ze alleen maar.
Ik de waarnemende denkgeest kan er naar kijken en het ervaren en tegelijkertijd weten dat het niet is wat ‘ik’ denkgeest ben, en dat het juist de ontkenning is van wat ‘ik’ denkgeest ben.
Ik geloof het niet, maar ontken het ook niet.
Ik rust in het gevoel en vergeef.
Ware Vergeving is stil en doet in alle rust niets.
Ik doe niets en laat vergeving mij tonen wat mij te doen staat, via Hem die mijn Gids is…

Grappig, ergens wel, liep ik net te bedenken al boodschappen doende; ik kwam ECIW in m’n leven tegen als antwoord op een steeds urgentere vraag: “dit kan niet waar zijn, er moet toch een andere manier zijn?” en nu kan ik stellen: ja klopt, het is ook niet waar, maar de andere manier is niet dat het anders is geworden in de vorm, maar ánders op het niveau van de denkgeest.
Dat wat niet waar is, zijn al mijn zonde, schuld en angst gedachten in al hun oneindige variaties, plus de projecties daarvan, die nog steeds gedachten zijn, wat betekent dat mijn projecties, die nog steeds alleen maar gedachten zijn ook niet waar zijn.
Dus zolang ik mijn projecties nog los zie van de gedachten waar ze aan vast zitten, zal ik blijven proberen de ‘andere manier’ te forceren in een of andere uiterlijke vorm. En zolang ik dat blijf proberen blijft alles hetzelfde, namelijk een afwisseling van grote en kleine gelukjes en grote en kleine ongelukjes in dat wat ik mijn leven noem en waar ik me tegen blijf verzetten, of er een dikke laag spirituele roze suiker over strooi. Beide met hetzelfde effect, ik blijf geloven dat er een wereld is die ik kan verbeteren of kan vernietigen.

Conclusie:
Dat wat ik mijn leven noem, de wereld, blijft als script/film precies hetzelfde. ‘Ik’, alle rollen en acteurs op het ‘doek’, doen gewoon de dingen die ze doen, blijven ademhalen, lief hebben, boos zijn, aardig, onaardig, ergeren, ziek voelen, gezond, chagrijnig, vrolijk, hebben ontmoetingen, zijn alleen, zijn samen, maken van alles mee, zeggen ja, zeggen nee, of ‘kweet niet, verbreken relaties, gaan relaties aan, kortom de film die ‘mijn leven’ heet draait vrolijk door zolang ‘ik’, de denkgeest, deze denk en geloof te ervaren.

Ik, de denkgeest, de dromer van de droom, ben als het ware de acteur achter alle rollen in mijn droom en de regisseur van mijn droom, maar ben niet de rollen en alle figuren in mijn droom. Zodra ik mij identificeer met de rollen en figuren in mijn droom, koppel ik de bron, de denkgeest los van de projecties en ga daardoor helemaal op in mijn rollen en vergeet dat ik die rollen niet ben, maar slechts uitbeeld. En dat maakt een gigantisch verschil.
Me volledig identificeren met alle rollen betekent dat ik als denkgeest volledig kies voor te geloven in zonde, schuld en angst en op dat moment kies voor het grote ‘vergeten’ en het ontkennen van het feit dat ik eigenlijk denkgeest ben.
Het enige wat uiteindelijk verandert na ontwaken is dat ik, de denkgeest die zich weer herinnerd denkgeest te zijn en niet een lichaam, dit hele denkgeest denk/geloof-systeem doorzie. Vergelijkbaar met het in de bioscoop zitten en helemaal opgaan in de film en dan gaat ineens het zaallicht aan en besef je, nog een beetje slaapdronken naar de uitgang strompelend dat je naar een film zat te kijken, die heel erg echt leek, maar dat absoluut niet was.

En dit bewustzijn valt niet af te dwingen. Het heeft geen zin te schreeuwen: “wakker worden sukkel(s) !!!!”( alle rollen worden immers gespeeld door de ene egodenkgeest), of mijzelf op te werpen als redder en prediker van de mensheid, zogenaamd uit liefde, want dat vergroot alleen maar de angst en is precies het doel van de keuze voor ego (zonde, schuld en angst).

De afscheiding, van Waarheid is nooit echt gebeurt, dus de afscheiding hoeft ook niet echt gerepareerd te worden, ik hoef ‘slechts’ stap voor stap mijn geloof eruit terug te trekken, zo eenvoudig is het.
Dat het als zeer moeilijk wordt ervaren komt slechts door de weerstand terug te keren tot het bewustzijn louter Geest te zijn! Dus als het ware bewust te zijn dat ik die naar de film zit te kijken, niet die gewelddadige film ben, maar de projector die kiest voor het projecteren van films die over zonde, schuld en angst gaan.
Maar, wat blijft er dan over als de bewuste denkgeest stopt met het projecteren van zonde, schuld en angst? Dan verdwijnt zonde, schuld en angst…
En dan?
Wie/wat stelt deze vraag, de denkgeest die nog steeds in tijd en ruimte gelooft?
Met het verdwijnen van het geloof in zonde, schuld en angst, verdwijnt ook de vraag…
Geloof is derhalve het enige denkgeest mechanisme wat de hele film draaiende houdt.

%d bloggers liken dit: