archiveren

Tagarchief: God

The world, with everything in it, including “my” (and everyone’s) body (including the brain), is a never happened story, it is just a dream in the mind (not in the brain) which in its self is also a dream. And dreams are dreams, are dreams, are dreams, are dreams, never to become Reality.
Within this dream concept the whole thing is “a never ending story”, because it never began. the whole thing is just the answer, the effect to the impossible wish to be separated from Reality, Oneness, Love, God.
Only this one hidden wish keeps this impossible dream of separation going.
Until the mind is ready to let this impossible dream go and is ready to remember back into God, where it never left in the first place.
And this will “happen” inevitably, because it never really happened.

So seemingly trapped in this never happened, seemingly never ending dream the only real question would be: “what is it for?”: to keep the separation intact, or remembering back in Reality”.

That would be the only proper question to ask with everything that seems to happen in the dream, this seemingly “my” so called life.
There is no investigation needed in the outcome only in the minds input;
what is it for, and then choose again: ego or Holy Spirit, fear or Love. And the (dream) effects of this choice will “look after itself”.
There is nothing more to “do” than this: choose again, and again, and again, and again…

Een cursus in wonderen gaat over het leren oordeelloos observeren van al mijn gedachtes, en in het bijzonder al mijn gedachtes die ik gebruik als blokkades tegen Liefde. Want zoals ik nu wel weet werd/word “de wereld” gemaakt en gebruikt om een schijnbaar reusachtige ondoordringbare blokkade op te richten tegen Liefde, tegen God, tegen Éénheid, tegen volmaakt non-dualisme.
Dat betekent dat elke gedachte die ik heb zolang ik schijnbaar ervaar een lichaam te zijn dat leeft tussen andere lichamen en dingen en situaties in een schijnbare wereld, ik alleen maar heel druk bezig ben met me af te scheiden van Liefde, God, Éénheid.
Mezelf dubbel voor de gek houdend, door te denken dat ik alleen maar goed wil doen in de wereld en het kwade wil bestrijden, in naam van een zelf gemaakte substituut god.

Niet is minder waar, ik ben hier om het onmogelijke te bewijzen dat ik een autonoom wezen ben dat heel goed zonder God, zonder Liefde in een afgescheiden staat kan leven.
Dat betekent ook dat wat ik als blokkades gebruik tegen God, Liefde, Éénheid het tegenovergestelde daarvan moet zijn.

Één van die blokkades is “wantrouwen”.
Wantrouwen is een blokkade tegen “Vertrouwen”.
Dus achter elke wantrouwende gedachte die ik uitstuur gaat “Vertrouwen” schuil.
Wantrouwen blokkeert Vertrouwen, maar laat het niet werkelijk verdwijnen er staat alleen een schijnbare (gedachte) muur voor, zodat het niet meer wordt gezien en ervaren en zodoende vergeten. Een schijnbaar zeer effectief ego-denksysteem dat als enig (onmogelijk) doel heeft afgescheiden te blijven van Éénheid.
Voordat ik het ga hebben over de blokkade “wantrouwen”, wil ik even laten zien
wat ECIW zegt over Vertrouwen in het Handboek voor leraren:

“I. Vertrouwen

1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?” (H4.I.1:1-7,2:1-4).

Dit ligt dus verborgen achter de blokkade wantrouwen, waardoor wantrouwen niet meer kan worden gezien als een blokkade, maar nu gezien en ervaren wordt als een feit in plaats van een blokkade tegen Vertrouwen.
Wantrouwen is nu de vervanger van Vertrouwen geworden, sterker nog er wordt nu alleen nog vertrouwd in de ego versie van vertrouwen: wantrouwen.

Dit klinkt misschien wat theoretisch, maar “wantrouwen” is toch, mits de bereidheid er is om echt te “kijken” dwars door de blokkerende ego-functie heen, duidelijk te herkennen in mijn dagelijkse gedachtes en bezigheden.

Dit “kijken” gebeurt altijd vanuit de denkgeest (mind dus niet door de ogen), en wel door de waarnemende/keuzemakende denkgeest. Wordt er gekozen voor afscheiding uit éénheid, dan treed automatisch de egodenkgeest in werking welke als taak heeft te verbergen dat er een denkgeest is, waardoor het lijkt dat de oorzaak van alles wat ervaren wordt buiten mij ligt en de “ware” oorzaak, welke de denkgeest is, in het zogenaamde onbewuste verdwijnt.
Heb ik dit echter door en accepteer ik dat er niets buiten mij is waar ik mijn onbewuste schuld op kan projecteren, dan kan ik terug keren naar de bron, de denkgeest en daar opnieuw kiezen, nu voor HG/J denkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest was en is er altijd, het verschil ligt hem in het er onbewust (ego keuze) of me er van bewust (Heilige Geest keuze) zijn.

Zonder het bewustzijn van de mogelijkheid hebben en de verantwoordelijkheid daarvoor te nemen te kunnen kiezen is ontwaken uit de droom, oftewel het terug herinneren in Éénheid onmogelijk.

Er zal dus door de denkgeest die daar aan toe is en bereid is, gekeken moeten worden naar alle blokkerende gedachtes die opgeworpen worden tegen het terug herinneren in Éénheid.

Één van die blokkerende gedachtes kan dus zijn: “wantrouwen”.
Als ik heel eerlijk kijk, dus olv HG/J,  (juist-gerichte-denkgeest) is de gedachte “wantrouwen” een altijd aanwezige gedachte muur.
En aangezien er ook maar één egodenkgeest is (ook al lijken het er miljarden te zijn) en maar één “nietig dwaas idee” van afscheiding, zal ieder schijnbaar afgescheiden fragmentje denkgeest (mensen, dieren, dingen, situaties in zijn geprojecteerde vorm) wantrouwen gebruiken als wapen tegen “Vertrouwen” en in staat zijn het te herkennen.

Als ik eerlijk kijk naar mijn gedachtes is wantrouwen er altijd de hele dag door, ook al lijk ik iemand te vertrouwen er is altijd ook de gedachte dat dat vertrouwen zomaar onverwacht kan omslaan in wantrouwen, doordat die (schijnbaar) andere toch niet te vertrouwen is, zich anders voordoet dan hij/zij leek te zijn, mijn vertrouwen schaad, een eigen agenda heeft, er op uit is mij te kleineren, te misbruiken, de baas te willen spelen, het beter denkt te weten, op eigen winst uit is, mij te min, te dom, te lui, onaardig, te afhankelijk, te dominant vindt, kortom erop uit is mij te vernietigen, en het gevoel geeft voortdurend op mijn hoede te moeten zijn voor het geval iemand een mes in mijn rug zal steken, zodra ik even niet oplet. Dus moet ik wel de hele dag ervoor zorgen dat ik de controle hou door voortdurend op mijn hoede te zijn; nooit met mijn rug naar de deur zitten, niets aan een ander over willen laten, me overal mee te bemoeien enz.

En zolang ik niet (wil) zien dat al deze gedachtes een keuze zijn, en getuigen zijn van en een middel om afgescheiden te willen blijven, en dus niet zijn wat ze lijken te zijn (les 5), zal ik blijven geloven dat al deze blokkerende gedachtes waar zijn en zal ik ze blijven voeden met meer blokkerende variaties, en zullen mijn ervaringen daarvan getuigen in de droom/film van afscheiding.

Kijk ik hier naar olv mijn keuze voor het ego denken dan worden deze gedachtes alleen maar versterkt en tuimel ik steeds dieper in een put van depressie, en dissociate, mijn zelfgemaakte hel.

Besluit ik echter, moe geworden van dat wat niet werkt (de keuze voor ego), te kijken olv HG/J denkgeest dan worden al deze getuigenissen, mits gewild door de denkgeest die eraan toe is, her-gebruikt als sleutels tot het opheffen van deze blokkerende gedachtes, zodat de denkgeest bevrijd zal kunnen worden van zijn blokkades tegen Éénheid, Liefde, God.

Het is dus belangrijk en heel behulpzaam me bewust te worden van mijn gevoelens, want die laten mij zien voor welke “leraar” ik heb gekozen en nodigen dan uit tot opnieuw te kiezen olv welke leraar ik wil denken.

Het is tevens (althans dat lijkt zo) ook heel lastig om naar al die gevoelens van in dit geval wantrouwen te kijken. Het zijn geen mooie plaatjes, het voelt rot, deprimerend. En als ik vervolgens niet door wil hebben dat dit gewoon weer blokkerende gedachtes zijn vanuit de keuze voor ego, zal ik blijven ronddraaien in dit rad van het ego denken.

Totdat ik door krijg (en weer, als de denkgeest eraan toe is) dat het “slechts” gedachtes zijn en de projecties ook niet waar zijn, en er de bereidheid is om er anders naar te kijken. Dan zal ik deze film/droom van afscheiding alleen nog gaan zien als kans om uit de wil tot afscheiding te stappen en me volledig te laten leiden door HG/J denkgeest in het vertrouwen dat ik van niets de bedoeling weet en ik bereid ben elke gedachte alleen nog te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Ik verander niets aan de droom (want dat zou het advies van het ego zijn), want daardoor zou ik mijn vergevingskansen verpesten, ik kijk (olv mijn keuze voor HG/J denkgeest) en vergeef en de effecten daarvan zullen voor zichzelf zorgen en getuigen van mijn keuze.

En zo wordt wantrouwen door ware vergeving omgekeerd terug naar Vertrouwen en zoals ECIW zegt: “Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen” (H4.I.2:1)

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

Het viel me al eerder op dat wat vaak “tussen haakje” , zo even “tussen neus en lippen door”  wordt gezegd en of geschreven, heel vaak een enorme eyeopener voor mij is. Ik zou ook kunnen zeggen wat tussen de regels door wordt gezegd. Zo kwam ik in een V&A de volgende tussen – zin tegen (door mij in vet weergegeven):

” Wanneer de Cursus nieuw voor ons is – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – denken de meesten van ons dat we anderen proberen te vergeven voor wat ze hebben gedaan, en onszelf omdat we in de val gelopen zijn die zij voor ons hebben gezet.” (V&A #1019 op de V&A website eciw.nl: https://www.eciw.nl/index.php/nl/)

Dat is voor de ongeduldige (Ongeduld komt altijd van egodenkgeest) een kans om weerstand in te zetten tegen de bewustwording van de denkgeest dat er altijd een keuze wordt gemaakt, dus voor ego (de keuze voor afscheiding) of voor Heilige Geest (de keuze voor terug herinneren in God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe je het onnoembare ook maar wil noemen). Dat er een keuze mogelijkheid is zal door het ego altijd verborgen worden gehouden, want dat is zijn door mij geprogrammeerde taak en dus kan het niet anders dan dat.

En in verreweg de meeste gevallen is het bewust worden en het willen aanvaarden van het feit dat er altijd een keuze wordt gemaakt (tussen ego en HG) een langdurig proces.
Een langdurig vaak levenslang proces, waarbij de weerstand van de denkgeest laagje voor laagje afgepeld wordt op een schijnbaar heel persoonlijke wijze. Dit gebeurt niet doordat ” ik”  iets wel of niet moet doen vanuit gedragsperspectief, maar puur vanuit de keuze die gemaakt wordt voor egodenkgeest of voor HG denkgeest. (Ook wel de onjuist-  (ego) of juist- (HG) gerichte denkgeest genoemd.)
Dus die opmerking tussen neus en lippen door,  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – is op het eerste gezicht misschien teleurstellend en demotiverend (=gedacht vanuit het egodenken die zogenaamd of zo snel mogelijk wil ontwaken, of de andere zijde van de egomedaille; het zo lang mogelijk uit wil stellen), maar ook wel rustgevend in het bewustzijn dat alleen gekozen hoeft te worden of ik de rest van mijn bewuste denkgeest leven(s) onder leiding van het ego of onder leiding van Heilige Geest wilt zetten.
Dat is namelijk de enige keuze die we als denkgeest steeds maar weer maken, eerst volledig onbewust, maar als eenmaal (her)ontdekt is dat er een keuze te maken is op denkgeest niveau, en alleen daar, want er is niets anders dan denkgeest, dan is er de uitnodiging steeds maar weer opnieuw een bewuste keuze te maken, vanuit wat de (bewuste) keuzemakende denkgeest genoemd kan worden.

Als ” ik”  (denkgeest) mij laat leiden door de keuze voor HG denkgeest zal ik op een heel (schijnbaar) persoonlijke wijze door alle weerstanden ten gevolgen van de keuze voor het ego, heen geleid worden. Het zal dan nooit als te veel of te weinig worden ervaren, maar precies als waar de denkgeest op dat moment aan toe is.
En hoe sterker het vertrouwen in deze leiding wordt des te makkelijker zal het verlopen en hoef ik me niet meer bezig te houden met egogedachtes als: hoelang duurt het nou nog, waarom gaat het zo langzaam, ik ben er helemaal klaar mee, volgens mij ben ik nu verlicht, ik ben veel verder dan anderen, alleen ik bewandel het juiste pad, ik maak er een puinhoop van, Jezus en de Heilige Geest luisteren niet naar mij, ik ben zo slecht dat ik verloren ben, hij/zij is wel verlicht/ontwaakt, maar ik niet, ik wordt zo deprie van mijn ontwaakproces, ik voel me zoooooo hysterisch gelukkig, ik doe iets niet goed, ik moet eerst door de donkere nachten van mijn ziel, ik wil nu wel eens een leuk leven, het wordt tijd voor een ander (beter) pad, ik moet me in het zweet werken om dit te volbrengen, ik moet streng zijn voor mezelf, oh, lekker ik kan de hele dag in mn bed blijven liggen, want ” ik hoef niets te doen”, ik haat goeroes, ik ben dol op goeroe’s, en de mijne is de beste, spirituele paden, boeken, bijeenkomsten, leraren zijn heilig, ik stop met dit pad. Allemaal stuk voor stuk gedachtes (best wel interessant en komisch en verhelderend om dit lijstje voor jezelf te maken) die duidelijk te herkennen zijn als de keuze voor het egodenken+identificatie met de projecties (lichamen, dingen en situaties). Gedachten die niet gaan over waar ze lijken over te gaan, (WdI.5), ze zijn dus niet fout of goed, maar gaan alleen maar over de wens om afgescheiden te blijven van Waarheid, Eenheid, God, Liefde. En ook duidelijk te herkennen als gedachtes+projecties die voortkomen uit de onheilige drie-eenheid van het ego: zonde, schuld en angst, met als enig doel in de afscheiding blijven.

Dus die opmerking:  – en dat is meestal minstens de eerste dertig of veertig jaar van onze studie en de beoefening ervan – gaf en geeft mij (nadat ik er eerst heel hartelijk om moest lachen) een heel opgelucht en bevrijdend gevoel van; zo, daar hoef ik me niet meer druk om te maken, want ik kan onmogelijk weten hoe “mijn” pad verloopt, omdat ik simpelweg geen all-over overzicht kan hebben over al die duizenden opgeworpen verdedigingslagen van ” mijn”  egodenkgeest. Ik kan ze echter wel leren zien en terug (ver)geven aan de denkgeest, daar waar ze worden gemaakt en opnieuw de keuze maken, en ze nu bewust onder leiding zetten van de Heilige Geest (en of Jezus, beide symbolen voor oordeelloosheid), meer valt er niet te doen. Alles wat daar uit mag volgen zal hoe dan ook behulpzaam zijn, hoe het er ook uit mag zien.
En daar staat in ECIW ook wat over wat ik hier even zal plakken:

” 5. Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H21.5:1-9).

 

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem, is niet precies hetzelfde als ontwaken uit wat we de slaapdroom noemen. Ontwaken uit de slaapdroom is wakker worden uit de slaapdroom en verder dromen in wat we ons dagelijkse leven noemen en niet door hebben dat het nog steeds een droom is.
Ontwaken uit de droom die ik “mijn leven” noem is totaal bewust worden van dat de droom die ik “mijn leven” noem (inclusief de slaapdroom) een droom is. Als daaruit ontwaakt wordt wordt er geen andere wakkere “ik” wakker in nog weer een droom, zoals dat bij de slaapdroom het geval is. Het totale ontwaken uit de droom die alles omvat wat ervaren kan worden ligt buiten welk bewustzijn dan ook.
Dit gebeurt niet in één keer, de weerstand, de angst is daarvoor te groot. Het is dan ook een stap voor stap proces, waarbij beetje voor beetje de droom ontmanteld wordt door alle droomervaringen eerlijk onder ogen te gaan leren zien en te vergeven. Door te vergeven dat wat ik denk en geloof dat ik ben werkelijkheid is.
Het ego denken te moeten vernietigen, bestrijden, elimineren, omarmen zal niet werken, daar dit allemaal bewegingen zijn juist vanuit mijn keuze voor het ego.

Ik begin langzaamaan te accepteren dat zolang ik in een “hier” lijk te ervaren het ego in elke gedachte aanwezig is. Dat kan niet anders, want als dat niet zo zou zijn dan was er geen droom “mijn leven”. Echter niet alleen het ego is in elke gedachte aanwezig, ook de herinnering ( in ECIW de Heilige Geest genoemd), welke nooit verdwijnen kán, aan dat wat buiten het terrein van het ego ligt, buiten tijd en ruimte en ik voor het gemak “Waarheid”, of “Éénheid”, “Non-dualisme”, “God”, “Liefde” noem, is in elke gedachte aanwezig. En wat ook aanwezig blijkt te zijn in elke gedachte is een soort wakkerheid dat dit alles kan observeren. Deze observeerder blijkt tevens een keuzemaker te zijn welke kan kiezen om naar het ego te luisteren of naar de Heilige Geest.

Tijdens het proces van ontwaken wordt het bewustzijn van een keuze te hebben en wel maar één keuze (de keuze tussen luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest) welke zich alleen op denkgeest niveau kan afspelen, steeds sterker.
Het is niet de keuze tussen goed en fout, maar tussen dromen van afscheiding of dromen van het helen van afscheiding, het helen van de denkgeest door nu meer en meer bewust de keuze te maken in plaats van onbewust alleen maar voor ego te kiezen, zonder te weten dat er gekozen wordt, voortdurend, bij elke gedachte.
Ook de keuzemaker, als deze eenmaal in het bewustzijn naar boven komt, maakt een steeds bewuster wordend proces door van altijd onbewust kiezen voor ego (afscheiding) naar de steeds bewuster wordende keuze voor terug herinneren in uiteindelijk volmaakte Éénheid, een concept dat zich buiten de droom bevindt en dus met de zelf opgelegde beperking van de keuze voor afscheiding, niet begrepen kán worden.

Dus er lijken (blijken) drie denkgeest toestanden te zijn: het ego, de waarnemende/keuzemaker, de Heilige Geest. En deze drie denkgeest toestanden zitten verstopt achter ELKE gedachte (+projectie).
En wat het proces van ontwaken behelst is dat er geleerd wordt dat die keuze opties er zijn en dat geleerd wordt onderscheid te leren maken tussen deze ogenschijnlijke drie keuze mogelijkheden.
De ervaring leert dat dat een lastig, heftig, pijnlijk, langdurig proces is. De les en de opgave is echter niet hoe kom ik zo snel mogelijk van die pijn en dat lijden af, want dat zou duidelijk een keuze voor egodenkgeest zijn, want alleen die kan kiezen voor pijn en lijden en hoe er vanaf te komen, zodat het allemaal “echt” lijkt (wat ook het doel van het egodenken is), maar te leren vanuit een waarnemende denkgeest positie oordeelloos te kijken naar alle keuzes die gemaakt worden voor de egodenkgeest (voor afscheiding dus) en deze vervolgens te vergeven. Elke gesignaleerde keuze voor egodenkgeest dient daarbij niet te worden gecorrigeerd door deze te veranderen, en aan te passen tot een betere ego keuze, maar enkel als zodanig te worden herkend en onderkend en als vergevingsmateriaal en kans te worden gezien.

Het ego (de keuze voor het ego) doet immers voortdurend mee, dat is geen seconde stil. Het ego doet dus ook de Cursus of welke ander pad dan ook. Gedachten zoals, “nou kies ik verdomme weer voor het ego”, “o ja ik moet dit vergeven, anders raak ik nooit die pijn kwijt”, “Ik ben een slechte leerling, want ik kies nog steeds voor het ego”, “Anderen zijn veel verder dan ik”, “Ik ben veel verder dan anderen”, “ja, ik ben ontwaakt!”, “Ik moet leraar worden en de wereld gaan vertellen hoe het allemaal werkt en wat er gedaan moet worden om te ontwaken”, “Ik ben totaal ongeschikt als leraar”, “Ik zal echt nooit ontwaken uit deze nachtmerrie, het is gewoon onmogelijk”, “Ik haat iedereen en dat is heel erg slecht van mij”, “Ik hou van iedereen en dat voelt goed!”, “oh, ik genoot daarnet van iets, oeps dat mag niet, want dan maak ik het echt”, “oh, ik genoot daarnet van iets, dat komt natuurlijk omdat ik zo goed bezig ben met vergeven”… ik kan zo bij wijzen van spreken nog uren doorgaan met voorbeelden op te schrijven hoe de denkgeest werkt. Het kenmerk van de keuze voor egogedachten is dat ze als goed gekeken wordt voortkomen uit de drie basis behoeften van de egodenkgeest:  zonde, schuld en angst. Deze zijn te herkennen achter elke bovengenoemde gedachte voorbeelden. Maar let op, deze keuze voor egogedachten is niet “fout’, want dat zou weer een  keuze voor het ego zijn, het is gewoon een oordeelloze constatering, waardoor de gedachte neutraal wordt en er vanuit die denkgeest toestand opnieuw gekozen kan worden. Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden, een keuze op denkgeest niveau, dus niet de keuze op het niveau van de projectie die altijd volgt nadat de keuze in de denkgeest is gemaakt.

De ervaring leert dat dit echt geleerd moet worden al doende, midden in het eigen droommateriaal, (de projecties), precies zoals de droom zich aandient en zich lijkt uit te spelen en dat dit een langdurig proces is waarvan niet geweten kán worden hoe lang het duurt of hoe het zal verlopen. De uitkomst staat echter vast, omdat ontwaken uit de droom onvermijdelijk is, afstel is onmogelijk, uitstel lijkt wel mogelijk binnen het concept “dromen”. Uitstel is echter gewoon weer de keuze voor de egodenkgeest die gelooft dat het zal verdwijnen als er wordt gekozen voor luisteren naar de Heilige Geest.

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

%d bloggers liken dit: